Bijlage 4 Was - wordt lijst de Financiele Verordening 2018 vs 2022
Tekst van het document
Verwijzing huidig naar Aard wijziging nieuw
Huidige verordening
Financiële verordening gemeente Hilversum 2018 (ex art. 212 Gemeentewet)
De raad van de gemeente Hilversum; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Economie & Bestuur; besluit vast te stellen de Financiële verordening gemeente Hilversum 2018: Ongewijzigd
Ongewijzigd
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Ongewijzigd
Ongewijzigd
Artikel 1. Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder:
Ongewijzigd
Ongewijzigd
Ongewijzigd Naar 1h Naar 1f
Ongewijzigd Ongewijzigd Ongewijzigd
Naar 1g
Ongewijzigd
Vervallen Naar 1g
Vervallen ivm vervallen art. 7 Ongewijzigd
Naar 1e
Ongewijzigd
a. Administratie = het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. b. Afdeling = een door het college aangewezen organisatie-eenheid. c. BBV = Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten d. Doelmatigheid = het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. e. Doeltreffendheid = de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. f. EMU-saldo = het saldo van de ontvangsten en de uitgaven van de gemeente in een jaar, berekend overeenkomstig de uitgangspunten van de Wet houdbare overheidsfinanciën. g. Investering = kosten van de aanschaf of productie van een goed of verzameling identieke of met elkaar samenhangende goederen, met een gebruiksduur van 5 jaar of meer, en met een waarde van € 50.000 of meer. h. Rechtmatigheid = het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten.
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Artikel 2, herschreven, Betere informatienaar artikel 4 voorziening raad
Artikel 2. Programma-indeling
Leden 2.1 en 2.2 zijn Redactioneel samengevoegd. Wordt artikel 4.1.
1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college een programma-indeling voor die raadsperiode vast.
Leden 2.1 en 2.2 zijn Redactioneel samengevoegd. Wordt artikel 4.1.
2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de taakvelden per programma vast.
Ongewijzigd, wordt artikel 4.8.
Ongewijzigd
Ongewijzigd, wordt artikel 4.7.
Ongewijzigd
3. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het BBV. 4. De raad stelt, op voorstel van het college, bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen, naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken, kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
Herschreven in artikel 4 Betere informatieen 7 voorziening raad Herschreven in artikel 4 Redactioneel en 7 Herschreven in artikel Redactioneel 4.6
1. Bij de begroting en de jaarstukken worden de baten en lasten per taakveld weergegeven onder (1) elk van de programma’s, (2) het overzicht van algemene dekkingsmiddelen. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven.
vervalt
Redactioneel, is al opgenomen in BBV (geprognosticeerde meerjaren balans)
3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
Vervalt
Redactioneel
4. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele stand van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.
1
Verwijzing huidig naar Aard wijziging nieuw
Huidige verordening
Herschreven naar artikel 3 en 4.
Artikel 4. Kaders begroting
Betere informatievoorziening raad
Herschreven in artikel 3 Redactioneel
Herschreven in artikel 3 Redactioneel
1. Voorafgaand aan de begroting biedt het college, ter vaststelling, aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie. 3. In de begroting worden posten opgenomen voor: a. Onvoorzien, een bedrag van € 150.000
Herschreven in artikel 4.9
Redactioneel
Vervalt
Vervalt conform voorstel Redactioneel
b. Nieuwe kansen, een bedrag vast te stellen per begrotingsjaar
Redactioneel
d. Loon- en prijscompensatie, op basis van een schatting
Ongewijzigd
4. De post ‘Onvoorzien’ mag alleen worden aangesproken voor uitgaven die onvoorzienbaar, onontkoombaar en onvermijdelijk zijn. 5. De post ‘Nieuwe kansen’ mag alleen worden aangesproken voor incidentele uitgaven die het mogelijk maken om in te spelen op kansen die zich gedurende het jaar voordoen. Het college stelt hiervoor in de uitvoeringsafspraken stringente voorwaarden op. 6. De post ‘Nieuwe kansen’ mag niet overschreden worden.
Herschreven in artikel 3.2 Herschreven in artikel 3.2 Wordt artikel 4.9 Vervalt
Vervalt conform voorstel
Vervalt
Vervalt conform voorstel Vervalt conform voorstel
Vervalt
c. Autonome ontwikkelingen, op basis van een schatting
7. Indien het college beslist om een uitgave te doen ten laste van de post ‘Nieuwe kansen’, stelt hij de raad hier van in kennis door middel van een raadsinformatiebrief. In de tussenrapportages en de jaarrekening wordt de raad geïnformeerd over de totale uitgaven ten laste van de post ‘Nieuwe kansen’.
Herschreven in Betere informatieartikelen 3, 4, 5, 6 en 7 voorziening raad
Artikel 5. Autorisatie exploitatiebudgetten en investeringskredieten
Opgenomen in artikel 4.4
Ongewijzigd
1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.
Opgenomen in artikel 4.5 Opgenomen in artikel 4.6
Ongewijzigd
Opgenomen in artikelen 3, 6 en 7
Redactioneel
2. In afwijking van het eerste lid kan de raad een activiteit welke onderdeel is van een programma, als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren. 3. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 4. Het college informeert de raad indien het college verwacht dat (a) de geautoriseerde lasten of baten van een begrotingsprogramma worden over- of onderschreden, of (b) een investeringskrediet wordt over- of onderschreden. 5. Melding door het college aan de raad, zoals bedoeld in lid 3, is verplicht bij een verwachte over- of onderschrijding van € 250.000 of meer van de lasten of baten van een programma of investeringskrediet.
Ongewijzigd
Opgenomen in artikel 7 Redactioneel
Opgenomen in artikelen 3 en 6
Redactioneel
Opgenomen in artikel 4.6
Redactioneel
Herschreven in Betere informatieartikelen 2, 3 en 6. voorziening raad Herschreven in artikel 3 Redactioneel en 6. Opgenomen in artikel 2 Vervalt, zie nieuw artikel 2
Herschreven in artikel 3 Gewijzigd en 6.
6. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten en voor het wijzigen van de investeringskredieten. Meerjarige effecten worden betrokken bij de eerstvolgende kadernota dan wel begroting. 7. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsplan met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
Artikel 6. Tussenrapportages 1. Het college informeert de raad door middel van twee tussenrapportages over de consequenties voor de begroting van (1) de gemelde afwijkingen, bedoeld in artikel 5, lid 3, en (2) door de raad vastgestelde wijzigingsvoorstellen. 2. De eerste tussenrapportage wordt direct voorafgaand aan kadernota aan de raad gezonden en gaat over de eerste 4 maanden van het lopende jaar. De tweede tussenrapportage wordt direct voorafgaand aan de begroting voor het volgende jaar aan de raad gezonden en gaat over de eerste 9 maanden van het betreffende jaar. 3. De tussenrapportages bevatten een voorstel tot het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten van het lopende jaar en investeringskredieten en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma; b. de investeringskredieten.
2
Verwijzing huidig naar Aard wijziging nieuw
Huidige verordening
Vervalt Vervalt
Artikel 7. EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Vervalt
Technisch Technisch
Ongewijzigd
Hoofdstuk 3. Financieel beleid
Vervalt conform voorstel
Artikel 8. Beukennotenwet 1. Het college draagt er zorg voor dat er voor elk exploitatiebudget en elk investeringskrediet een voorstel is bestaande uit (1) bestedingsdoel, (2) bestedingstermijn, (3) financiële onderbouwing en (4) uitvoeringsplan. 2. Exploitatiebudgetten en investeringskredieten die niet aan de onder lid 1 genoemde voorwaarden voldoen, vallen vrij in het jaarresultaat. 3. Meerjarige exploitatiebudgetten die niet voldoen aan de onder lid 1 genoemde voorwaarden, vallen in beginsel ook meerjarig vrij. Dit wordt vastgesteld bij de eerstvolgende kadernota of begroting. 4. Verhogingen in de uitkeringen uit het gemeentefonds ten behoeve van nieuwe taken worden pas omgezet naar exploitatiebudgetten indien er een voorstel ligt als bedoeld in lid 1.
Blijft artikel 9
Technische wijziging conform voorstel
Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa
Herschreven in artikel 9.1 Vervalt
Redactioneel
1. Het volgende activeringsbeleid is van toepassing: Niet geactiveerd worden:
Vervalt, conform voorstel Ongewijzigd
(1) personeels- en organisatiekosten;
Ongewijzigd
(3) kosten voor het afsluiten van geldleningen;
Ongewijzigd
(4) saldi van agio en disagio.
Ongewijzigd
(5) uitgaven die niet hebben geleid tot het realiseren van een activum of het openen van een grondexploitatie.
Blijft artikel 9.2 in combinatie met de bijlage 'afschrijvingstabel'. Blijft artikel 9.2 in combinatie met de bijlage 'afschrijvingstabel'. Blijft artikel 9.2 in combinatie met de bijlage 'afschrijvingstabel'. Blijft artikel 9.2 in combinatie met de bijlage 'afschrijvingstabel'. Blijft artikel 9.2 in combinatie met de bijlage 'afschrijvingstabel'. Blijft artikel 9.2 in combinatie met de bijlage 'afschrijvingstabel'. Blijft artikel 9.2 in combinatie met de bijlage 'afschrijvingstabel'.
Redactioneel
2. Het volgende afschrijvingsbeleid is van toepassing:
Redactioneel
a. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.
Redactioneel
b. Bij het bepalen van de hoogte van de afschrijving wordt voor gebouwen uitgegaan van een restwaarde van 15% van de verkrijgings-/vervaardigingsprijs. Voor parkeergarages wordt uitgegaan van een restwaarde van 25%. Voor de overige activa wordt uitgegaan van een restwaarde van 0%.
Redactioneel
c. Er wordt lineair afgeschreven.
Redactioneel
d. Er wordt afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur, conform de termijnen zoals vermeld in de bijlage ‘afschrijvingstabel’ bij deze verordening.
Redactioneel
e. De componentenbenadering, bij gebouwen, wordt niet gehanteerd.
Redactioneel
f. Er wordt gestart met afschrijving in het begrotingsjaar dat volgt op het moment van ingebruikname.
Vervalt
Vervalt conform voorstel Vervalt conform voorstel
Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen
Opgenomen in artikel 9.1 Opgenomen in artikel 9.1 Opgenomen in artikel 9.1 Opgenomen in artikel 9.1
Vervalt
(2) bijdragen aan activa in eigendom van derden zoals bedoeld in artikel 61 BBV;
1. Voor vorderingen groter dan €100.000 wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
3
Verwijzing huidig naar Aard wijziging nieuw
Vervalt
Vervalt Wordt artikel 10.1
Wordt artikel 11
Naar hoofdstuk 5 wordt artikel 15
Huidige verordening
Vervalt conform voorstel
2. Voor vorderingen kleiner dan €100.000 wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. Artikel 11. Reserves en voorzieningen Technisch 1. Over reserves en voorzieningen wordt geen rente berekend. Ongewijzigd 2. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve worden de kaders voor het gebruik van die bestemmingsreserve vastgesteld. Hierbij wordt tenminste aangegeven: a. het specifieke bestedingsdoel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de maximale hoogte van de reserve; en d. de maximale bestedingstermijn. 3. Na afloop van de maximale bestedingstermijn valt het restant van de bestemmingsreserve vrij in het jaarresultaat. 4. Er worden geen bestemmingsreserves gevormd ter dekking van kapitaallasten. Technisch Artikel 12. Kostprijsberekening Ongewijzigd 1. Voor het bepalen van Ongewijzigd (1) de geraamde kostprijs van taken die via rechten en heffingen aan inwoners worden doorberekend, en van Ongewijzigd (2) goederen en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Ongewijzigd 2. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten betrokken: Ongewijzigd a. de overheadkosten; Ongewijzigd b. de rente van de inzet van vreemd vermogen; Ongewijzigd c.
de bijdragen en onttrekkingen aan voorzieningen; en Ongewijzigd d. de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Ongewijzigd 3. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden bij de directe kosten ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. Redactioneel (laatste 4. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs geldt dat wordt uitgegaan van een aandeel in 2 zinnen ingekort) de totale overheadkosten. Dit aandeel wordt bepaald door de geraamde kosten op taakveld 4 (overhead) te delen door het totaal aan directe productieve uren en ontstaat het ‘overhead uurtarief’. Dit ‘overhead uurtarief’ dienst als opslag bij de directe salariskosten per uur. Redactioneel
Artikel 13. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
Ongewijzigd
Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de rioolheffing, afvalstoffenheffing, marktgelden, havengelden, leges, OZB, hondenbelasting, precario en parkeerbelasting.
Ongewijzigd
Ongewijzigd
Hoofdstuk 4. Financieringsfunctie (treasury)
Wordt artikel 12
Ongewijzigd Ongewijzigd
Artikel 14. Doel en uitgangspunten van het financieringsbeleid 1. Het college zorgt er enerzijds voor dat de gemeente altijd over voldoende liquide middelen beschikt om het gemeentelijk beleid en de aan de gemeente opgelegde taken uit te voeren, anderzijds dat de gemeente niet over meer liquide middelen beschikt dan noodzakelijk is.
Ongewijzigd
2. Het financieringsbeleid heeft als uitgangspunten: voorzichtigheid en minimalisering van kosten. Voorzichtigheid gaat boven het minimaliseren van kosten. 3. Het college werkt volgens het principe van totaalfinanciering. Artikel 15. Aantrekken en uitzetten van middelen 1. Het college maakt voor het aantrekken van middelen uitsluitend gebruik van de volgende financiële producten en diensten: daggelden, rekening courant, kasgeldleningen, onderhandse leningen.
Wordt artikel 13 wordt lid 2
Ongewijzigd Technisch Geen
wordt lid 3
Geen
Herschreven in artikel 14
Vervalt (opgelegd in 'hogere' wetgeving)
2. De gemeente trekt geen middelen aan met het enkele doel de aangetrokken gelden tegen een hoger rendement uit te zetten (‘near banking’). 3. Het college maakt geen gebruik van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.
Vervalt (opgelegd in 'hogere' wetgeving)
4. Het college maakt voor het aantrekken en uitzetten van financiële middelen uitsluitend gebruik van producten die:
Technisch
a. een hoofdsom hebben die tenminste aan het einde van de looptijd intact is; b. een vaste rente hebben; en c. in euro’s zijn. Artikel 16. Leningen en garanties
Vervalt
Herschreven in artikel 14.1 Herschreven in artikel 14.1
Vervalt conform voorstel Technisch Technisch
Bij het verstrekken van leningen of garanties, voor zover dat niet gebeurt in het kader van in medebewind uitgevoerde taken of bij achtervangposities, geldt: a. Elke lening of garantie wordt aangemerkt als een risico. b. Medefinanciering of medegarantstelling door onafhankelijke partijen (zoals waarborgfondsen) wordt benut waar mogelijk. c. Het college bedingt zekerheden waar mogelijk.
4
Verwijzing huidig naar Aard wijziging nieuw
Vervalt conform voorstel Vervalt conform voorstel Vervalt conform voorstel
Huidige verordening
d. Voor zover het risico niet kan worden afgedekt met een bedongen zekerheid, geldt dat het resterende risicobedrag: i. volledig wordt afgedekt met een voorziening, indien de kans dat de geldnemer zijn verplichtingen niet nakomt op 50% of meer wordt geschat. ii. voor 50% wordt afgedekt met een voorziening en voor 50% met weerstandscapaciteit, indien de kans dat de geldnemer zijn verplichtingen niet nakomt op minder dan 50% wordt geschat.
Herschreven in artikel Geen 14.2 Opngenomen in artikel Redactioneel 14 Opngenomen in artikel Geen 14.1 en 14.2 Opgenomen in artikel Technisch 13 Opngenomen in artikel Geen 13.1
e. Bij het verstrekken van een lening of garantie wordt de raad in de gelegenheid gesteld zijn wensen en bedenkingen te uiten. Artikel 17. Verstrekken van kapitaal
Vervalt
2. Het college stelt richtlijnen vast voor de inhoud, methode en frequentie van de liquiditeitsprognose.
Ongewijzigd
Technisch, via uitvoeringsbeleid inregelen Ongewijzigd
Herschreven in Redactioneel artikelen 15 tot en met 19 Vervalt Redactioneel
Bij het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen wordt de raad in de gelegenheid gesteld zijn wensen en bedenkingen te uiten. Artikel 18. Onderbouwing van de financieringsbehoefte 1. Het college trekt geen middelen aan en zet geen middelen uit, zonder actuele liquiditeitsprognose.
Hoofdstuk 5. Paragrafen Artikel 19. Inrichting paragrafen
1. Bij de begroting en jaarrekening neemt het college in de paragrafen: a. Lokale heffingen; b. Weerstandsvermogen en risicobeheersing; c. Onderhoud kapitaalgoederen; d. Financiering; e. Bedrijfsvoering; f. Verbonden partijen; en g. Grondbeleid.
Wordt nieuw artikel 16 Redactioneel
de op grond van de artikelen 10 tot en met 16 van het BBV verplichte onderdelen op. 2. Voor de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geldt daarnaast:
Wordt nieuw artikel 17 Redactioneel
a. De norm voor het weerstandsvermogen is 1,0. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt voorts opgenomen:
Wordt nieuw 19.1
Redactioneel
Wordt artikel 18
Redactioneel Ongewijzigd
Ongewijzigd
Ongewijzigd
Wordt artikel 19
Redactioneel Ongewijzigd
a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. de kosten van inhuur derden; c. de huisvestingskosten; d. de automatiseringskosten; en e. de budgetten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de accountant. 4. In de paragraaf grondbeleid wordt voorts opgenomen: a. de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; en b. het verloop van de grondvoorraad. Artikel 20. Onderhoudsplannen 1. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een handboek openbare ruimte aan. Het handboek geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau en vormt de basis voor de planning en het bepalen van de kosten. De raad stelt het handboek vast. 2. Het college biedt de raad ten minste eens in de 5 jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau en vormt de basis voor de planning en het bepalen van de kosten. De raad stelt het plan vast. 3. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast. Artikel 21. Nota Grondbeleid Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan: a.
de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; c. de kaders voor tussentijdse winstneming bij grondexploitatie.
Ongewijzigd
Ongewijzigd Ongewijzigd Ongewijzigd Ongewijzigd Ongewijzigd
Wordt artikel 20
Ongewijzigd
Artikel 22. Administratie 1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen;
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer
b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en contracten;
5
Verwijzing huidig naar Aard wijziging nieuw
Huidige verordening
c. het verschaffen van informatie over uitputting van de geautoriseerde exploitatiebudgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en voor de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Wordt artikel 21
Ongewijzigd
Artikel 23. Financiële organisatie 1. Opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan draagt het college zorg voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de geautoriseerde exploitatiebudgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden; g. het beleid en de interne regels voor: i. de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; ii. de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; iii. het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Wordt artikel 21
Redactioneel
Artikel 24. Interne controle
Wordt artikel 21.1
Ongewijzigd
1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheers-handelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.
Wordt artikel 21.2
Ongewijzigd
Wordt artikel 21.3
2. In de jaarstukken neemt het college ten behoeve van de raad op basis van de interne toetsing een ‘in control verklaring’ op. Technisch (tweede zin 3. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen is al afgehecht in en het financieel vermogen van de gemeente. De waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de jaarlijkse controle debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de accountant en komt vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten te vervallen) minste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Wordt artikel 24
Technisch Technisch
Artikel 25. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De “financiële verordening gemeente Hilversum” wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar 2017.
Vervalt
Technisch
2. Op garanties en leningen die voor 1 januari 2018 zijn verstrekt, blijft de “financiële verordening gemeente Hilversum” van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening.
Wordt artikel 25
Artikel 26. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 01-01-2018. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Hilversum 2018 Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van [datum]. De voorzitter, De griffier,
Vervalt
Toelichting bij de financiële verordening
6