Bijlage 4 - Bijlage resultaatbestemming SD
Tekst van het document
Bijlage bij bestemmingsreserve uitvoeringsprogramma’s SD 18 april 2023 Kenmerk: 23.0001618
In het voorstel bestemming resultaat 2022 vraagt het algemeen bestuur van de Regio uw zienswijze op de bestemmingsvoorstellen. Graag geven wij een nadere toelichting bij het voorstel om een bestemmingsreserve te vormen voor de uitvoeringsprogramma’s Sociaal Domein. De extra inzet heeft een incidenteel karakter en moet leiden tot structurele oplossingen. We leggen hierbij uit waarom het nodig is om de komende jaren meer middelen in te zetten voor de ontwikkeling van het sociaal domein dan in de reguliere begrotingen van gemeenten en Regio beschikbaar zijn. Dit voorstel is afgestemd met het portefeuillehoudersoverleg sociaal domein. Samenwerking sociaal domein in historisch perspectief In de periode 2012-2015 is de samenwerking tussen de regiogemeenten in het sociaal domein gestart. Gemeenten werkten samen aan de voorbereiding van de drie decentralisaties. Gemeenten kregen met ingang van 2015 de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van wetten op het gebied van zorg, jeugd en werk. Het Rijk bleef systeemverantwoordelijk. Vanuit de gezamenlijke voorbereiding zijn afspraken gemaakt over de rolverdeling tussen gemeenten, Regio en het maatschappelijk middenveld, zoals weergegeven in onderstaande figuur uit 2013.
De uitvoeringsdiensten sociaal domein werden lokaal ingericht, inkoop en contractbeheer werden bij de Regio belegd. Afspraken met het maatschappelijk middenveld werden lokaal ingevuld, bijvoorbeeld via subsidieafspraken met welzijnsinstellingen en via overleg met onderwijsbesturen. In de periode 2015-2021 lag de focus op de uitvoering en borging van de gemeentelijke taken in het sociaal domein en het realiseren van de transformaties. Natuurlijk kost het tijd om een grote systeemwijziging te laten landen en de structurele effecten in de volle breedte te kunnen overzien. Vijf jaar na de decentralisaties is vanuit alle overheidslagen gestart met de evaluatie. Landelijk door het Sociaal Cultureel Planbureau en door de VNG maar ook in onze eigen regio met de Financiële verkenningen sociaal domein. De aandachtspunten vanuit deze evaluaties leiden tot herijkingen in het sociaal domein. Deels ingezet vanuit het Rijk, vanuit haar systeemverantwoordelijkheid, deels ingezet vanuit gemeenten vanuit haar uitvoeringsverantwoordelijkheid.
Pagina 1 van 1
Wat zijn de lessen uit de evaluaties van het sociaal domein? De verwachting was in 2015 dat de decentralisaties zouden leiden tot meer maatwerk en meer integrale ondersteuning van inwoners. De uitvoering zou effectiever en efficiënter worden. Er zou een verschuiving plaatsvinden van zware naar lichtere hulp en er zou meer uitgegaan worden van de eigen kracht van inwoners. Vanuit deze verwachtingen werden de budgetten naar gemeenten overgeheveld met een flinke efficiencykorting, hetgeen indertijd al als een groot risico werd gezien. De belangrijkste conclusies vanuit de landelijke evaluaties worden bevestigd in onze regionale evaluaties. Er is een stijgend gebruik van individuele voorzieningen De lichte hulp lijkt vooral naast de zwaardere hulp ingezet te worden en niet in plaats van de zwaardere hulp. De wachtlijsten voor jeugdhulp stijgen. Dit wordt extra versterkt door corona en de grotere instroom van asielzoekers en Oekraïners. De beoogde besparingen blijven uit. Dit leidt tot grote financiële druk bij gemeenten. De wetgeving belemmert een integrale aanpak. Zowel door de privacywetgeving maar ook doordat de inzet van zorg, jeugd en werk nog steeds vanuit drie verschillende wetten wordt benaderd. De integrale ondersteuning van inwoners met multi-problematiek was een belangrijke focus bij de decentralisaties.
In praktijk blijkt slechts 7% van de cliënten ondersteuning op meer dan één van de drie domeinen nodig te hebben. Daarentegen blijkt voor een groot deel van de inwoners met een hulpvraag een andere combinatie van ondersteuning nodig te zijn. Bijvoorbeeld de combi Wmo en wijkverpleging, de combi jeugdzorg en onderwijs of de combi arbeidstoeleiding en schuldhulpverlening. Dit vraagt om meer ketensamenwerking met andere partners binnen het sociaal domein, zoals UWV, zorgkantoor en ziekenhuis. De verwachting van de wetgever met betrekking tot de eigen kracht van inwoners (in zelfredzaamheid en in mantelzorgondersteuning) blijken niet in lijn met de uitvoeringspraktijk. De participatie is beperkt verbeterd en de samenleving is niet zorgzamer geworden. Inwoners die gebruik maken van individuele voorzieningen ervaren wel een verbetering in de zorg dichtbij en de mogelijkheden voor maatwerk. Voor welke opgave staan we in de komende jaren? In de periode 2022-2026 staan gemeenten in het sociaal domein voor drie opgaven Continueren reguliere werkzaamheden ten behoeve van de dienstverlening aan inwoners Herijken inzet sociaal domein; acteren op acties vanuit het Rijk Herijken inzet sociaal domein; acteren vanuit de eigen uitvoeringsverantwoordelijkheid De concept Regionale Samenwerkingsagenda (RSA) 2023-2026 beschrijft de opgaven in het sociaal domein.
De uitvoeringsprogramma’s sociaal domein vertalen deze opgaven in een handelingsperspectief op bestuurlijk niveau. De herijkingen in het sociaal domein leiden tot een verschuiving in het zorglandschap. De visie op wie onze regionale partners zijn en op de onderlinge afhankelijkheid verandert. Hierdoor verschuiven de rollen en taken zoals vastgelegd in de driehoek in 2013. De gewenste ketensamenwerking met Pagina 2 van 4
regionale partners zoals de zorgverzekeraars en de aanbieders van langdurige zorg spelen in alle lagen van de driehoek. Meer nadruk op preventie en behoefte aan andere verbindingen in zorgondersteuning leiden tot andere samenwerking met het maatschappelijk middenveld. De belangrijkste opgaven in het programma sociaal domein vanuit de herijking zijn; Integraal zorgakkoord: om goede, toegankelijke en betaalbare zorg te kunnen bieden aan inwoners moeten de ketenpartners in de zorg samenwerken en met elkaar komen tot transformatie van de zorg. Gemeenten, zorgkantoren en de zorgaanbieders van langdurige zorg (verpleeg- en verzorgingshuizen) moeten samen invulling geven aan het zorgaanbod zodat inwoners langer thuis kunnen blijven wonen, er lichte algemene ondersteuning in de wijk wordt geboden en waar nodig individuele specialistische zorg op maat beschikbaar is. Verschil met de huidige werkwijze is vooral de invulling vanuit de keten in plaats van ieder vanuit de eigen rol en taak. Daarbij hoort een verschuiving van zorg naar preventie in samenwerking met de ketenpartners in de zorg en met het maatschappelijk middenveld, zoals het welzijnswerk. Voor dit traject is financiering beschikbaar vanuit het Rijk maar wel in aanvulling op extra inzet vanuit alle ketenpartners. Hervormingsagenda jeugd: ondanks de stijging van de vraag bezuinigt het Rijk op de jeugdzorg.
Naast de budgettaire tekorten wordt het aanbod begrensd door de arbeidskrapte. Het Rijk heeft in de hervorming verschillende wetstrajecten ingezet, waaronder de verplichting tot regionale samenwerking. Om te zorgen dat jongeren en gezinnen tijdig de juiste hulp ontvangen en de jeugdzorg betaalbaar blijft wordt ingezet op beschikbaarheid van lichte en preventieve zorg in de wijk. De verbinding tussen de lichte en preventieve zorg en de verwijzers naar individuele zorg wordt versterkt zodat niet te snel voor zwaardere zorg gekozen wordt (normaliseren en demedicaliseren) maar ook niet te laat wanneer zwaardere zorg noodzakelijk is. De individuele zorg op maat wordt gezamenlijk met ketenpartners vorm gegeven. In het kader van preventie wordt ingezet op gezonde leefstijl. Door samenwerking met partners als onderwijs, huisartsen en sportverenigingen wordt ingezet op het verkleinen van kansongelijkheid. Samenwerking jeugdzorg en onderwijs; de ondersteuning aan kinderen en jongeren is het meest effectief als deze aansluit bij de leefwereld waarin zij opgroeien. Samenwerking met het onderwijs biedt hiervoor goede kansen. Een extra opgave vanuit jeugdzorg en onderwijs is de eerste opvang onderwijs voor asielzoekers en Oekraïners.
Doorontwikkeling monitoring instroom, doorstroom en uitstroom: meer inzicht in wachtlijsten en de effectiviteit van ingezette hulp is randvoorwaardelijk voor het herijken van de inzet en het oplossen van knelpunten in de keten. Vraagstuk zorginfrastructuur: de gewenste zorgondersteuning leidt in veel gevallen tot een vraag om zorgvastgoed, dichtbij huis. Zo is er vraag naar meer ruimte voor dagbesteding en asielopvang maar ook voor woonoplossingen voor specifieke doelgroepen. Bijvoorbeeld voor inwoners die niet in een reguliere woonomgeving passen of voor inwoners die door gewijzigde omstandigheden tijdelijk een tussenoplossing nodig hebben. Extra inzet in het sociaal domein De drievoudige opgave (continueren reguliere dienstverlening, herijkingsacties vanuit het Rijk en herijkingsacties vanuit de eigen uitvoeringsverantwoordelijkheid) is uitgewerkt in de uitvoeringsprogramma’s sociaal domein. Dit vraagt regionaal extra inzet van capaciteit en middelen vanuit de regiogemeenten die niet beschikbaar zijn vanuit de reguliere formatie en begroting. Doorrekening van de urgente opgaven vanuit de uitvoeringsprogramma’s sociaal domein laat zien dat een programmabudget van circa €3,5 miljoen nodig is voor de urgente opgaven in 2023 en 2024. Voor dit bedrag kan extra capaciteit in de regionale samenwerking worden ingezet.
Bij voorkeur wordt dit ingevuld door adviseurs vanuit de gemeenten in te zetten waarbij de betreffende gemeente hier dan voor gecompenseerd kan worden vanuit het programmabudget zodat lokale taken van de betreffende medewerker overgenomen kunnen worden.
Pagina 3 van 4
De snelste manier om financiering van het programma te realiseren is door middel van de voorgestelde resultaatbestemming vanuit de jaarrekening 2022. De sturing op het programmabudget sociaal domein wordt belegd bij de portefeuillehouders sociaal domein die de opdrachten binnen het programma accorderen. Hiermee houden gemeenten de regie op de prioritering binnen de uitvoeringsprogramma’s en de inzet van middelen. Wat gebeurt er als we de komende jaren niet extra inzetten op het sociaal domein? Voorstel is nu om het rekeningresultaat in te zetten om het programma sociaal domein te kunnen uitvoeren. Om dit goed te kunnen afwegen is het belangrijk om in beeld te hebben wat de effecten zijn als besloten wordt om niet of pas later middelen te willen inzetten. Op hoofdlijnen heeft dit de volgende consequenties; De huidige financiële druk op individuele voorzieningen blijft: de herijkingen bieden geen garanties dat dit probleem op korte termijn volledig is opgelost maar niet investeren leidt zeker niet tot verbetering. Minder regie op de invulling van de herijkingen die door het Rijk worden ingezet. Uiteindelijk versneld moeten herijken als het Rijk in een latere fase hierin verplichtingen gaat stellen. De stakeholders in de ketensamenwerking verwachten dat gemeenten gaan meedraaien in de herijkingen die door het Rijk zijn ingezet en zullen zonder gemeenten verder gaan.
We missen ondersteunings- en financieringskansen vanuit landelijke regelingen. Niets doen heeft uitstraling naar hogere overheden die de gewenste schaalgrootte van uitvoering afwegen op de slagkracht en effectiviteit die zij zien in de bestaande uitvoeringspraktijk. Zo onderzoekt het Rijk momenteel op welke schaal de verplichte regionale samenwerking in jeugdregio’s moet worden belegd. Achteraan lopen in de herijkingen betekent dat we later kunnen leren van de resultaten in andere regio’s. Wel zullen we deze kennis dan moeten inpassen in wat overige ketenpartners inmiddels ontwikkeld hebben. Dit deel van het rekeningresultaat zal worden toegevoegd aan het deel dat vrijvalt aan gemeenten en vervolgens naar eigen inzicht besteed kunnen worden. Proces naar financiering programma sociaal domein Met een zienswijze op het voorstel bestemming resultaat 2022 geven de gemeenteraden hun mening over de voorgestelde bestemmingen. Het algemeen bestuur besluit over het bestemmingsresultaat op basis van de gezamenlijke zienswijzen. Bij een positief beeld vanuit de gemeenteraden zal het vormen van de bestemmingsreserve technisch worden verwerkt in de bestuursrapportage 2023. Dit betekent dat na het zomerreces vol op de opgaven in het sociaal domein kan worden ingezet.
Conclusie De voorgestelde bestemmingsreserve sociaal domein geeft de financiële impuls die we nodig hebben om zonder tijdsverlies de kansen die het Integraal Zorgakkoord en de Hervormingsagenda Jeugd bieden te kunnen benutten. Daarnaast geeft deze incidentele investering de mogelijkheid om structureel tot verbeteringen van het zorglandschap voor onze inwoners te komen.
Pagina 4 van 4