Bijlage 4 - Advies Cultuurraad
Tekst van het document
Advies Mediacultuurplein Beoordeling haalbaarheidsstudie Mediaplein
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------Van: Cultuurraad Hilversum Aan: College van burgemeester en wethouders Hilversum Datum: 23 april 2021 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Aanleiding Op 2 april 2021 heeft het College van B&W van Hilversum de Cultuurraad Hilversum gevraagd om een advies uit te brengen over de realisatie van een Mediacultuurplein aan de Kerkbrink, op basis van de uitkomsten van de uitgevoerde haalbaarheidsstudie. Gevraagd is om voor 24 april 2021 de ontwikkeling te bezien en te beoordelen vanuit een brede culturele betekenis voor Hilversum.
Leeswijzer Voor de leesbaarheid van het advies van de Cultuurraad Hilversum wordt begonnen met een woord vooraf, vervolgens een managementsamenvatting van de bevindingen, verderop in de tekst volgt de nadere onderbouwing van de argumentatie voor het advies.
Woord vooraf De Cultuurraad heeft in de haalbaarheidsstudie geen nadere uitleg over opzet, structuur, methodologie, uitvoering en onafhankelijkheid van het onderzoek aangetroffen en dat heeft de beoordeling van de voorliggende haalbaarheidsstudie bemoeilijkt. De Cultuurraad stelt daarbij vast dat uit de geleverde stukken1 en de mondelinge toelichting onvoldoende duidelijk wordt wie de haalbaarheidsstudie heeft uitgevoerd, welke methoden bij de totstandkoming gebruikt zijn en hoe de middelen, die de gemeente Hilversum ter beschikking heeft gesteld, zijn ingezet bij de uitvoering van deelonderzoeken en welke bijdrage die gevormd hebben in de voorliggende haalbaarheidsstudie. De indruk dat partijen2, die zelf mede onderwerp van studie zijn, tevens de rol van onderzoeker, analist en auteur op zich hebben genomen, roept binnen de Cultuurraad vraagtekens op over de onafhankelijkheid bij de totstandkoming van de conclusies van het onderzoek. Het is een punt van zorg binnen de Cultuurraad of er voldoende ‘checks and balances’ in het onderzoeksproces zijn ingebouwd om voorbij te komen aan wensdenken, doelredeneren en het onderzoeksresultaat zodanig te kunnen objectiveren dat het gevrijwaard is van eventuele belangenverstrengeling. Die zorg komt tot uiting in de onderstaande bevindingen.
Bevindingen Totaalconcept: meerwaarde door samenwerking Uit de haalbaarheidsstudie zou onomstotelijk moeten blijken dat het samenwerkingsverband meer gaat opleveren dan wat iedere participant afzonderlijk kan bereiken, bijvoorbeeld vanwege ruimere mogelijkheden voor vernieuwende en duurzame programmering, een breder aanbod aan functies en faciliteiten en een groter bereik van bezoekers en deelnemers. In de huidige planvorming ziet de Cultuurraad de conceptuele onderbouwing helaas niet terug, waardoor er twijfels zijn ontstaan over
1 Haalbaarheidsstudie Mediaplein Hilversum april 2021, Bijlage concept programmering en Bijlage financiën 2 Zie ondertekening preambule ‘Haalbaarheidsstudie Mediaplein Hilversum, p. 4
|1
de haalbaarheid van de gestelde ambitie. Het construct waarmee die meerwaarde zou kunnen worden aangetoond en uitgelegd, blijft goeddeels onbeschreven.
Financiën In de haalbaarheidsstudie wordt de grootste verantwoordelijkheid voor de financiële basis onder de programma-organisatie aan de gemeente Hilversum toegedicht, waarbij gesteld wordt dat de realisatie van het Mediaplein zónder aanvullende financiële investeringen (oftewel matching door participanten en externe financiering) niet haalbaar is. De aannames dat deze aanvullende financiering gerealiseerd kan worden, ontberen een planmatige onderbouwing en navenante risicoanalyse. Tevens merkt de Cultuurraad op dat een ontbrekende onderbouwing voor de financiële rentabiliteit van diverse initiatieven in het programmeringsportfolio een grote kwetsbaarheid betekent met de gemeente Hilversum als voornaamste financier van zowel het beoogde mediaplein alsook de culturele basisinfrastructuur van Hilversum.
Beoogde samenwerking Bij de plannen rondom het ‘Media Cultuur Cluster’ (2018) waren naast de huidige samenwerkingspartners ook andere culturele organisaties betrokken. Het is voor de Cultuurraad niet geheel duidelijk waarom het samenwerkingsverband die bredere basis nu niet meer heeft. Voorts stelt de Cultuurraad dat het voornoemde ‘totaalconcept’ gebaat zal zijn bij een brede(re) maatschappelijke inbedding, door bijvoorbeeld ook bezoekers, bewoners en ondernemers en bedrijfsleven (in de nabijheid van het te realiseren ‘Mediaplein’) te betrekken.
Knelpunten en kansen Behalve financiële knelpunten worden er ook andere voorwaarden in de haalbaarheidsstudie genoemd. De Cultuurraad merkt op dat vragen over de haalbaarheid van het programma, de inrichtingseisen en de fysieke en ruimtelijke (her)inrichting, onvoldoende beantwoord worden, dan wel veel onduidelijkheid achterlaten. Zo meent de Cultuurraad dat de mogelijke fysieke verhuizing van de Bibliotheek een belangrijke factor kan zijn in de verdere ontwikkeling van het ‘totaalconcept’, maar dat elke beslissing van ruimtelijke herinrichting vooral een voortvloeisel moet zijn van de inhoudelijke ontwikkeling van het culturele bestel in Hilversum.
Rol gemeente De gemeente was actief betrokken bij de initiatieven en planvorming in de startfase en heeft daarin een sterke, regievoerende rol gespeeld. De gemeente steunde de ambitie: een aantrekkelijk centrum is een cruciaal onderdeel van een goed vestigingsklimaat. De gemeente heeft zich echter in de vervolgfase meer op de achtergrond begeven en minder sturing aan het proces gegeven. Los van de wellicht prijzenswaardige motieven achter deze terughoudendheid, merkt de Cultuurraad op dat het proces hierdoor aan tempo lijkt te hebben ingeboet en dat de inhoudelijke ontwikkeling van een visie en een concept een voortdrijvende kracht ontbeert.
Algemeen beeld Veel is in dit stadium nog onduidelijk of afhankelijk van externe factoren, daarom is het advies van de Cultuurraad om de focus eerst te leggen op de eventuele verhuizing van de Bibliotheek naar de Gooische Brink en te streven naar samenwerking en gezamenlijke programmering zonder aparte stichting Mediaplein, maar met een onafhankelijke kwartiermaker en voorlopig zonder herinrichting van de Kerkbrink.
|2
Nadere toelichting op onderwerpen Het totaalconcept: meerwaarde door samenwerking De Stichting Mediaplein heeft de ambitie om aan de Kerkbrink een Mediaplein3 te realiseren. In de stichting zijn Bibliotheek Hilversum, Museum Hilversum en het Instituut voor Beeld en Geluid verenigd. De partijen hebben vastgesteld dat de kwaliteiten van de drie organisaties allemaal nodig zijn om substantiële en duurzame waarde te creëren voor Hilversum, zowel maatschappelijk, economisch als cultureel. Op basis van dit uitgangspunt zou uit de haalbaarheidsstudie onomstotelijk moeten blijken dat het samenwerkingsverband meer gaat opleveren dan wat iedere participant afzonderlijk kan bereiken, bijvoorbeeld vanwege ruimere mogelijkheden voor vernieuwende en duurzame programmering, een breder aanbod aan functies en faciliteiten en een groter aantal bezoekers en deelnemers. In de huidige planvorming ziet de Cultuurraad dit helaas niet terug, waardoor er twijfels zijn ontstaan over de haalbaarheid van de gestelde ambitie. De Cultuurraad steunt bovenstaande ambitie: in juni 2018 heeft de Cultuurraad het college al geadviseerd over de ontwikkeling van een ‘Media Cultuur Cluster’ aan de Kerkbrink. In dat advies was de Cultuurraad positief over de ontwikkeling en werd een aantal aandachtspunten meegegeven voor de nadere uitwerking.
Het toenmalige positieve advies van de Cultuurraad is mede gebaseerd op de overtuiging dat het ontwikkelen van een ontbrekende third place4 in de gemeente wenselijk is en dat een samenwerkingsverband tussen culturele organisaties een grotere inhoudelijke toegevoegde waarde kan realiseren indien er sprake is van een vernieuwend, vraaggericht crosssectoraal dienstenaanbod voor bezoekers en deelnemers (dan dat de betrokken organisaties dat afzonderlijk kunnen) met als resultaat meer bezoekers, een groter bereik en meer levendigheid op de betreffende locatie. In 2017 diende in het toen afgesproken onderzoek, grofweg drie vragen aan de orde te komen: Welke gemeenschappelijke visie op Media en Cultuur hanteren partijen ten aanzien van een ontwikkeling aan de Kerkbrink en welke samenwerking is daarbij mogelijk? Is deze visie ruimtelijk te vertalen naar een huisvestingsconcept dat past binnen de beschikbare huisvesting aan de Kerkbrink? Is een verdere ontwikkeling van een Media Cultuur Cluster financieel haalbaar en is door betrokken partijen een duurzame exploitatie binnen dat cluster mogelijk?
Gezamenlijke visie Een optimale samenwerking hangt niet alleen af van de reeds aanwezige ingrediënten die in Hilversum voor handen zijn. Een antwoord op de vragen welke organisaties er zijn, welke functies al vervuld worden en welke middelen voor handen zijn is niet afdoende. Van even groot belang zijn de gewenste componenten. Waar hebben burgers en gemeente behoefte aan? Welke (nieuwe) functies worden gevraagd? Wie is in staat een goede binding met partners en de samenleving te organiseren? Bij het vormgeven en realiseren van een clustering van culturele organisaties die een culturele, economische, ruimtelijke, sociale en maatschappelijke functie hebben zijn niet alleen het ‘hoe’ en het ‘wat’ van belang, het ‘waarom’ is het cruciaalste onderdeel. Eerst moet het ‘waarom’ van het Mediaplein bepaald worden en vervolgens dient gezamenlijk vastgesteld te worden wat de waarde-propositie van het Mediaplein is. Deze waarde-propositie kan het best worden geformuleerd door scherp te krijgen wat de echte toegevoegde waarde is voor klanten en bezoekers, wat dat betekent voor diensten en producten, het verdienmodel, de financieringsmix en het benodigde serviceconcept. Zowel het waarom ontbreekt in de haalbaarheidsstudie als de waarde-propositie. 3 Voorheen ook onder de naam Mediacultuurplein of Media Cultuur Cluster.
4 ‘third place’: een ‘huiskamer’ waarin iedereen welkom is en men zich ‘thuis voelt’ in de derde plaats, na wonen en werken.
|3
Partijen zouden dus een gezamenlijke visie op ‘Media & Cultuur’ uitwerken, alsmede een visie op de samenwerking tussen partijen. Zo’n overall visie - vertaald naar een concept - dient het totale ‘verhaal’ te bevatten: een integrale mix van doelstellingen, ontwerp, gebiedsidentiteit, doelgroepen, leefstijlen, prijsstelling en marketing. Van een gemeenschappelijk en gezamenlijk gedragen concept, strategie en inhoudelijk programmering is in de haalbaarheidsstudie slechts summier melding gemaakt. De titel spreekt van “Mediaplein Hilversum: knooppunt, clubhuis en podium van de stad.” En de missie voor het Mediaplein is: “Het Mediaplein verbindt en verbeeldt mens, maatschappij en media.” Dat wil de stichting realiseren door te werken aan vier bij elkaar komende opgaven. Twee opgaven die zich richten op het vergroten van de aantrekkelijkheid van Hilversum en twee opgaven die zich richten op het (beter) omgaan met de snel veranderende vormen van media. Behalve dat er geen uitleg van de gehanteerde begrippen gegeven wordt, ontbreekt ook een nadere duiding van de termen “verbinding, verbeelding, mens, maatschappij en media”. Het verhaal blijft steken in algemeenheden zonder echte samenhang en zonder toe te werken naar een gezamenlijk nieuw concept met voldoende draagvlak.
Dit wekt bij de Cultuurraad de indruk dat er naast de (bestaande) individuele programma’s van de samenwerkingspartners geen sprake zal zijn van een gemeenschappelijk concept, strategie en inhoudelijke programmering, zoals in het eerdere plan uit 2018 wél benoemd is. Het is jammer dat op dit idee niet is doorgepakt in het haalbaarheidsonderzoek.
Mediaplein, Mediacultuurplein of Media Cultuur Cluster? Het initiatief van de herontwikkeling van de Kerkbrink heeft in diverse stadia andere namen gekregen, van Media Cultuur Cluster naar Mediacultuurplein naar Mediaplein. Uit de haalbaarheidsstudie wordt niet duidelijk welke definities de opstellers hanteren om de scope en reikwijdte van de term media aan te geven. Vast te stellen is dat de gemeente nog spreekt van een Mediacultuurplein (in navolging op het Media Cultuur Cluster), terwijl in de tekst van de haalbaarheidsstudie alleen de term Mediaplein gehanteerd wordt. In de mondelinge toelichting heeft de Cultuurraad vernomen wat de achterliggende redenering is: de term mediacultuur is verwarrend, roept definitiekwesties op en die willen de drie betrokken partijen vermijden. De reden dat de Cultuurraad in eerdere adviezen voor het hanteren een scherpe definitie heeft gepleit ligt exact in het willen voorkomen van die verwarring. Als partijen niet helder hebben wat wel en wat niet tot media behoort c.q. mediacultuur behoort, worden zaken vaag en is de afbakening niet te geven. Een scherpe definitie helpt in het duidelijk omschrijven en formuleren van visie, missie en doelstellingen en is onontbeerlijk voor het maken van (programma)keuzes.
Beoogde samenwerking Naast Bibliotheek, Museum Hilversum en Beeld en Geluid waren bij de plannen rondom het Media Cultuur Cluster (uit 2018) ook andere culturele organisaties betrokken. Voor een deel is impliciet duidelijk waarom partijen afgehaakt zijn (zo is Scenecs gestopt), maar expliciet voor een deel ook niet. Zo is het niet duidelijk waarom een partij als het Grafisch Atelier bijvoorbeeld niet langer betrokken is in de planvorming. Het wegvallen van deze partijen maakt de onderlinge samenwerking van organisaties binnen het lokale cultuurveld niet eenvoudiger, omdat partijen op afstand worden gezet en niet vanzelfsprekend met hun bijdrage het cultuurklimaat kunnen verrijken. De organisatie achter het Mediaplein zou dit kunnen compenseren door juist proactief op te treden als spil, makelaar en aanjager van samenwerking binnen het cultuurveld. De programmering moet open staan voor en besproken worden met andere organisaties dan de Bibliotheek, Museum Hilversum en Beeld en Geluid waardoor er meer en/of een andersoortig cultureel aanbod ontstaat. Naast de programmering in het centrum moet de organisatie ook verbindingen leggen met andere kernen waar culturele activiteiten plaatsvinden, zoals De Kwekerij en Werf35. Dit lijkt overigens eenvoudig, maar blijkt in de praktijk in het Hilversumse culturele veld, erg lastig te zijn. In de Bijlage concept |4
programmering (onder de kolom Optionele beoogde samenwerking) wordt wel gesproken van veel partners (Globe, De Vorstin, HKU, GSA), maar hoe ver gevorderd de gesprekken en samenwerking zijn wordt niet verder uitgewerkt. Wat uit de studie verder niet expliciet naar voren komt is hoe in co-creatie met het reguliere onderwijs (PO, VO, MBO) de programmering en activiteiten tot stand komen. Het is onduidelijk wat de inbreng is van het onderwijs zelf in de plannen. Ook is niet uitgewerkt hoe de eigen activiteiten (zoals bijvoorbeeld het Coördinatiepunt cultuureducatie) kunnen bijdragen aan de plannen. Voor wat betreft talentontwikkeling is de koppeling met de in Hilversum goed vertegenwoordigde mediaprofessionals en mediabedrijven niet gelegd. Ook ten aanzien van het betrekken van de vastgoedpartners en andere partners zoals horeca-aanbieders of winkels is de planvorming niet helder. En als laatste is niet helder hoe de doelgroepen (bezoekers of inwoners van Hilversum) betrokken zijn in de planvorming, anders dan in een nog in te stellen Programmaraad. In de studie worden voorbeelden gegeven van plaatsen waar men werkt met een ´Community based aanpak’, maar hoe die naar de situatie van het Mediaplein vertaald worden is niet nader uitgewerkt.
Als de doelgroepen niet in een zeer vroeg stadium (al tijdens de planvorming) betrokken zijn, is het de vraag of er een plan uitkomt dat kan rekenen op voldoende steun en draagvlak. Als de Stichting de spil wil zijn van een ambitieuze Mediastad dan zou het enthousiasmerend zijn als het hele voorbereidingsproces laat zien dat er echt iets nieuws tot stand komt. Wees open, transparant, innovatief en betrek zoveel mogelijk stakeholders en doelgroepen vanaf het begin. Laat het een project van de Hilversummers zijn en gooi de luiken open.
Betrokkenheid arrangeren De haalbaarheidsstudie lijkt vooral van ‘binnen naar buiten’ te redeneren. Er wordt zeer weinig gezegd over motivatie en wensen van bezoekers en klanten en er wordt ook niet (zichtbaar) met ze gesproken of naar ze geluisterd. In het huidige tijdsgewricht waar co-creatie en design thinking goed ingeburgerd zijn, zou dit proces van planvorming een vorm van samenwerking moeten zijn, waarbij alle deelnemers - dus ook afnemers en burgers van Hilversum - invloed hebben op het proces en het resultaat van dit proces. Het wordt in de haalbaarheidsstudie niet duidelijk waarom de opstellers deze noodzaak in dit stadium niet gevoeld hebben, terwijl er in de planvorming wel een LAB-functie benoemd is.
LAB-functie In de haalbaarheidsstudie wordt een aantal voorbeelden genoemd van interessante samenwerkingsverbanden in andere (buitenlandse) steden. Het vormen van clusters en samenwerken leidt tot een groter publieksbereik, onder andere door het culturele aanbod beter op elkaar af te stemmen. Het uiteindelijke succes zit in de toegevoegde waarde voor de bezoekers. Naast het meer betrekken van (jonge) bezoekers en het vergroten van je publieksbereik, kan samenwerken met (potentiële) bezoekers ook leiden tot innovatieve diensten en ontwikkelingen. Dit valt of staat bij een programmering die aansluit bij de vraag van (potentieel) publiek. Het LABformat, dat genoemd wordt als proeftuin voor een adequate programmering, zou hiervoor kunnen worden toegepast. Via experimenten kunnen concepten met inbreng van potentieel publiek bedacht, getest, verworpen of doorontwikkeld worden. De Cultuurraad vindt dit een werkbaar idee.
|5
Structuur, organisatie en governance Diverse voorbeelden elders in het land (zoals Rozet in Arnhem, Culturele markthal in Breda, LocHal in Tilburg, De Nieuwe Nobelaer in Etten Leur, Het Cultuurgebouw in Hoofddorp, Idea in Soest, Kunstwerk! in Zevenaar, Amphion Cultuurbedrijf in Doetinchem en Stadkamer in Zwolle) hebben laten zien dat de argumentatie voor de keuze tot samenwerken belangrijk is, maar dat succes ook bepaald wordt door de strategie, de wederzijdse afhankelijkheid, de vorm en de structuur. Want behalve het hebben van een complementaire visie en missie, het afzonderlijk bieden van (verschillende) toegevoegde waarde, het hebben van een gemeenschappelijk doel dat alleen samen gerealiseerd kan worden, is ook het zich committeren aan, en vastleggen op, de samenwerking en de gezamenlijke doelstelling onvoorwaardelijk verbonden aan welslagen. Voor veel van voornoemde voorbeelden geldt dat een structuur van drie organisaties die samen een externe programmastichting (de 3 + 1 formule) oprichten een te losse en niet gecommitteerde vorm is. De voorliggende haalbaarheidsstudie geeft geen inzicht in de meningen van de Raden van Toezicht c.q. het bestuur van het proces vinden en wat hun commitment aan de planvorming is.
In de haalbaarheidsstudie is in de tekst wel een ‘nota bene’ over de intensivering van samenwerking van de stichtingspartijen opgenomen, die voor zich spreekt: “Een samengaan van Bibliotheek en Museum Hilversum op termijn sluiten de betrokken partijen niet uit, maar het is geen doel van de Stichting Mediaplein. Voor Beeld en Geluid is het samengaan met een nieuwe, lokaal georiënteerde organisatie geen optie.”
Financiën De conclusie in de haalbaarheidsstudie is “dat zonder aanvullende financiële investeringen de realisatie van het Mediaplein niet haalbaar is. De financiële basis onder de programma-organisatie zal van de gemeente Hilversum moeten komen, gematcht met middelen van de organisaties en aangevuld met externe financiering”. Hierbij plaatst de Cultuurraad de kanttekening dat de gemeente als hoofdfinancier aanwijzen, een wel heel grote afhankelijkheid van de partijen aan de gemeente creëert. Te meer daar het ‘matchende’ geld van de organisaties (voor twee van de drie partijen) al voor een substantieel deel afkomstig is uit door de gemeente gesubsidieerde gelden. De begroting aan de uitgavenkant is, op basis van wat nu bekend is over de programmering, niet te beoordelen, anders dan voor het deel dat sowieso al geprogrammeerd gaat worden, zoals de Zilveren Camera en de Dutch Media Week. Voor wat betreft de overige inkomsten is de onderbouwing van de redelijkheid en verwachting over succesvolle fondsenwerving aan de magere kant (er zijn kansen wordt gesteld). Voor de verhuizing van de Bibliotheek zijn extra investeringen nodig en over de financiering daarvan is de Cultuurraad niets bekend. Wel wordt de verhuizing een “harde randvoorwaarde voor een succesvol Mediaplein” genoemd.
Waarmee de financiering van de “schaalsprong” van de Bibliotheek een breekpunt kan vormen voor de planvorming en realisatie.
Knelpunten en kansen Behalve financiële knelpunten worden er ook andere voorwaarden in de haalbaarheidsstudie genoemd. Op de vraag: “Is het programma van het Mediaplein te realiseren op de Kerkbrink en welke inrichtingseisen volgen uit het programma?” geeft de stichting in dit stadium geen antwoord omdat verder overleg met de gemeente Hilversum over de inrichting nodig is. Wel zijn de inrichtingseisen benoemd, opgesteld op basis van de ideeën betreffende de programmering. Verder onderzoek is nodig naar de inpasbaarheid van het programma. De gemeente Hilversum is opdrachtgever voor de herinrichting van de Kerkbrink. Inhoudelijke afstemming is essentieel om ervoor te zorgen dat de Kerkbrink integraal onderdeel wordt van het |6
Mediaplein. Niet alleen voor de fysieke herinrichting, maar ook om programmering op het plein mogelijk te maken voorafgaand en ná de herinrichting. Dat betekent dat de Stichting Mediaplein mede regie voert op het gebruik en de programmering van het plein. Daarvoor zijn duidelijke afspraken/spelregels nodig, die kunnen worden vastgelegd in een convenant. Een dergelijk convenant (of de aanzet daartoe) ontbreekt op dit moment.
Verhuizing van de Bibliotheek naar de Gooische Brink De Cultuurraad spreekt zich niet uit over de verhuizing van de Bibliotheek an sich. Deze is immers nu nog onderwerp van studie. De Cultuurraad schetst hieronder wel de kansen van een mogelijke verhuizing van de Bibliotheek. In dit advies zijn die kansen gericht op een mogelijke verhuizing naar de Kerkbrink. De positieve kanten van een Bibliotheek van de toekomst zouden echter ook op een andere plek ontwikkeld kunnen worden. Herhuisvesting en eventuele verhuizing van de Bibliotheek biedt volgens de Cultuurraad de kans om een toekomstgerichte bibliotheek met vergaande ambitie te verwezenlijken. Een nieuw gebouw biedt immers mogelijkheden op het gebied van innovatie en bereikbaarheid. De Bibliotheek van Hilversum is een toegankelijke, veelgebruikte en gewaardeerde plek waar een zeer diverse groep inwoners komt. In de afgelopen jaren is al de ontwikkeling van een klassieke uitleenbibliotheek, met een focus op leescultuur, naar een brede maatschappelijke educatieve bibliotheek ingezet. De Cultuurraad meent dat door de eventuele verhuizing de Bibliotheek nog meer een zichtbare, toegankelijke en laagdrempelige plek kan worden en dat de belangrijke maatschappelijke functie die de Bibliotheek heeft in de Gooische Brink kan worden versterkt.
Kortom, een bibliotheek die zich op de nieuwe plek, naast de uitvoering van haar kernfuncties, verder transformeert richting de toekomst en haar maatschappelijke en culturele functies verbreedt. Door de herhuisvesting wordt bovendien schaalvergroting mogelijk. Er zal bijvoorbeeld meer ruimte voor cursussen en studie- en werkplekken moeten komen en in het nieuwe gebouw wordt een theaterfunctie met capaciteit van 120 personen (nu 70 zitplaatsen) voorzien. De beoogde bezoekersgroei is volgens de haalbaarheidsstudie 20% (van 900 naar 1.100 bezoekers per dag). Naast meer bezoekers verwacht de Bibliotheek door de schaalsprong een grotere innovatiekracht. Door de schaalvergroting zal de Bibliotheek nog beter een podium kunnen bieden aan lokale maatschappelijke en culturele organisaties. Door de plek in het centrum zullen ook nieuwe netwerken ontstaan. Samenwerking met nabije partners zoals het Filmtheater, het Museum en Boekhandel Voorhoeve liggen voor de hand. De Cultuurraad ziet het als een positieve ontwikkeling dat naast de sociale, maatschappelijke en educatieve activiteiten de Bibliotheek meer accent wil gaan leggen op presentatie en innovatie en zich verder wil gaan ontwikkelen naar een organisatie van debat, presentaties en rijke inhoudelijke programmering.
De Bibliotheek heeft een belangrijke rol op het gebied van geletterdheid; de promotie van lees- en literaire cultuur en de aanpak van laaggeletterdheid. De Cultuurraad onderschrijft het streven van de Bibliotheek om daarnaast de focus op mediawijsheid nog verder te versterken. De toekomstbestendige Bibliotheek is immers niet alleen een plek voor toegang tot kennis en informatie, maar ook voor duiding van informatie. De bijdrage van de Bibliotheek aan de digitale kennis- en informatiesamenleving zal in de toekomst alleen nog maar belangrijker worden; bijvoorbeeld voor het op peil brengen en houden van digitale vaardigheden en bij maatschappelijke vraagstukken rondom media en technologie. Het is wenselijk dat de Bibliotheek die kerntaken van de 21ste eeuw kan verwezenlijken. De Cultuurraad signaleert dat er naast de hierboven geschetste kansen ook verschillende kanttekeningen te plaatsen zijn bij een mogelijke verhuizing van de Bibliotheek. Daar wordt hieronder verder op ingegaan. |7
Ruimtelijke aspecten De doelstelling van de Stichting Mediaplein om het Hilversumse stadscentrum te verrijken met een unieke programmering op het grensvlak van technologie, cultuur en samenleving is ambitieus. Het Mediaplein, dat zowel binnen- als buitenruimte omvat, zou jaarlijks 350.000 bezoekers kunnen trekken. De mogelijke verhuizing van de Bibliotheek naar de Gooische Brink zal hier volop aan bijdragen. Nu al trekt de Bibliotheek dagelijks 900 bezoekers. Omgekeerd kan ook de vraag gesteld worden of het huidige publiek straks wel de Bibliotheek kan vinden, wanneer deze opgenomen is in de door leegstand geplaagde winkelpassage. Op dit moment is de ruimtelijke uitwerking echter nog in zo’n pril stadium dat er weinig over de attractiviteit van het concept gezegd kan worden. Wel roept de benaderingswijze van de stichting vragen op die organisatorische, maar ook ruimtelijke consequenties hebben. Het Mediaplein beoogt met haar programmering dienstbaar te zijn aan een breed publiek (hoofdzakelijk senioren) en aan (cultureel) ondernemers, onderwijs, maatschappelijke organisaties, Smart City Team et cetera. Op en top een verbindende functie. Daarom valt het op dat in dit stadium nog geen enkel overleg gevoerd lijkt te zijn met alle genoemde potentiële partners. Ook ontbreekt input van de huidige bezoekers van de Bibliotheek.
Het is in ieder geval raadzaam om de ondernemers in/nabij de Kerkbrink en de Gooische Brink te betrekken, want zonder hun steun zal de gewenste dynamiek in dit deel van het centrum niet tot stand komen. Betrek ook (cultureel) ondernemers uit Hilversum en voorkom (valse) concurrentie, bijvoorbeeld door nog meer horeca op te nemen of maak er afspraken over. Voor de Cultuurraad is het de vraag of het Mediaplein wel een theater moet omvatten, terwijl Gooiland leeg staat en er ook elders ruimten zijn voor presentaties en bijeenkomsten. Voorhoeve in het C&A pand wil ook mediaprogramma’s organiseren en het Filmtheater staat op een steenworp afstand.
Overwegingen ten aanzien van de ruimtelijke uitwerking Het vernieuwende karakter van het Mediaplein is volgens de Stichting de programmering in binnenen buitenruimten; de vraag is waar, hoe en wanneer is het Mediaplein letterlijk zichtbaar? Hoe draagt deze fysieke programmering bij aan het profiel van een eigentijdse Mediastad? Iedereen is immers al continu verbonden via digitale media. Wat voegt een presentatie op de Kerkbrink, of in de open ruimte in de winkelpassage daar aan toe? De planontwikkeling wordt deels gemotiveerd door de ongewenste rust op de Kerkbrink. Dit is echter een historische plek van samenkomst. Een brink krijgt haar karakter juist door de groene setting. Bomen moeten volgens de Stichting in de toekomst mogelijk zelfs wijken voor banieren (die overigens niet passen bij het profiel van een geavanceerde Mediastad). De transitie van de Kerkbrink tot een evenementenlocatie is risicovol. Het plein verliest haar intieme karakter en dat kan negatief uitpakken voor bezoekers en horeca. Bovendien is de Markt prima ingericht voor evenementen. Het is onduidelijk hoe de ontsluiting van de vernieuwde Kerkbrink, de Gooische Brink, de Bibliotheek en het theater georganiseerd is en hoe het plan zich verhoudt tot het nieuwe Verkeerscirculatieplan. De ruimtelijke schema’s, c.q.
de vlekkenplannen op de pagina’s 16 en 36 van de haalbaarheidsstudie komen niet met elkaar overeen, hier is echter wel uit te lezen dat er een reeks presentaties voorzien is in de winkelpassage tussen Kerkstraat en Kerkbrink, maar het is de vraag of daar voldoende ruimte voor is en of deze presentaties niet concurreren met de etalages van de nog resterende winkels. De fysieke positionering van de vernieuwde Bibliotheek is op dit moment nog onzeker. Wordt deze verstopt achter in de winkelpassage of presenteert deze zich in de Kerkstraat (en trekt dit dan juist publiek weg van de Kerkbrink). En het is onduidelijk of er gesprekken gevoerd zijn met de architect van de Gooische Brink. Op alle gebouwen, dus ook op de Gooische Brink berust auteursrecht. Het gaat er niet alleen om deze verplichting na te komen, vaak beschikt de architect over veel kennis van de ruimtelijke mogelijkheden. De verbouwing van dit ensemble tot een Mediaplein zal nog een
|8
behoorlijke puzzel worden. En ten aanzien van de renovatie van het dak van de passage is dat niet alleen een financieel risico, maar ook esthetisch en qua sfeer/lichtval een kwetsbaar punt.
Rol gemeente De rol van de gemeente is cruciaal in de totstandkoming van de ideeënvorming en conceptontwikkeling. In een voorgaande fase (najaar van 2017) hebben vijf culturele en mediainstellingen (Bibliotheek Hilversum, Scenecs Filmfestival, Grafisch Atelier, 6FM, Museum Hilversum) in het kader van de ontwikkeling van een Media Cultuur Cluster een intentieovereenkomst gesloten met de gemeente Hilversum en twee vastgoedorganisaties (Ten Brinke Projectontwikkeling, Syntrus Achmea). De gemeente steunde de ambitie: een aantrekkelijk centrum is een cruciaal onderdeel van een goed vestigingsklimaat. Dit geldt zowel voor het winkel- en horeca-aanbod als voor de culturele voorzieningen. Gestreefd wordt naar een compacter en levendig centrum met een eigentijds voorzieningenniveau. De Kerkbrink is onderdeel van het compacte centrum. Vanuit de gemeente is onderschreven dat een sterke impuls nodig is om de levendigheid op en rondom het plein te verbeteren. De gemeente was actief betrokken bij de initiatieven en planvorming en heeft daarin in de startfase een regievoerende rol gepakt. Die rol is in de loop van de tijd aan verandering onderhevig gebleken. De gemeente heeft zich in de vervolgfase voor een belangrijk onderdeel meer op de achtergrond begeven en heeft zo de sturende en stuwende rol achter zich gelaten.
Deels vanuit een zeer te billijken standpunt dat de ontwikkeling van dergelijke initiatieven aan private partijen overgelaten zou moeten worden, maar deels ook vanuit de houding dat het initiatief vanzelf door maatschappelijke en culturele partners (intrinsiek gemotiveerd) gedragen zou worden. Deze wat meer terughoudende en lossere opstelling en opvatting heeft niet bijgedragen aan het tempo en de inhoudelijke ontwikkeling van het Media Cultuur Cluster, dan wel het Mediaplein.
Algemeen beeld De titel van de haalbaarheidsstudie is: “Mediaplein Hilversum: knooppunt, clubhuis en podium van de stad.”. De ambitie die uit deze titel spreekt, doet denken aan de eerder genoemde ‘third place’ gedachte. Mits passend ingevuld, kan het centrum van Hilversum zich hierdoor positioneren als een plek waar je niet alleen winkelt, maar ook als een plek waar je graag wil zijn omdat er wat te beleven valt en het aangenaam verblijven is. De Cultuurraad verwacht dat de verhuizing van de Bibliotheek naar het Mediaplein een positieve impact kan hebben. Het centrum kan, door het verbreden van culturele voorzieningen rondom de Kerkbrink naast een goed winkel- en horeca-aanbod, aantrekkelijker worden waardoor de levendigheid in het gebied zal toenemen. De Cultuurraad meent dat de Bibliotheek door de verhuizing naar de Kerkbrink nog meer een zichtbare, toegankelijke en laagdrempelige plek kan worden en dat de belangrijke maatschappelijke functie die de Bibliotheek heeft verder zal worden versterkt. Op deze nieuwe plek kan de Bibliotheek zich, naast de uitvoering van haar kernfuncties, verder transformeren richting de toekomst en haar maatschappelijke en culturele functies verbreden. Hoe het meeste uit de beoogde nieuwe huisvesting van de Bibliotheek en uit de directe omgeving gehaald kan worden, is een vraag die nog concreter beantwoord moet worden.
De voorbeelden die in het onderzoek worden genoemd, hebben onder andere als typerende kenmerken: beleving, interactie en participatie. Hoewel in de haalbaarheidsstudie de eerste aanzetten in die richting worden gegeven, moeten functies en programmering nog concreter en met deze kenmerken als uitgangspunt, uitgewerkt worden. De indruk die nu gewekt wordt is dat er vooral teruggevallen |9
wordt op reeds bestaande functies en programma’s en er eerder sprake is van “zenden” dan van cocreatie met makers en (potentiële) gebruikers. De LAB-functie waarover de Cultuurraad in principe positief is, zou hiervoor gebruikt kunnen worden. De Cultuurraad kan zich voorstellen dat de kennis, ervaring en ‘best practices’ van het ‘Smart City’ en de ‘Lab-functie ’ nuttig en herbruikbaar zijn voor aanpak en benodigde investering. De voorgestelde programmastichting (de 3 + 1 formule) blijkt bij vergelijkbare initiatieven een te losse en niet gecommitteerde organisatievorm te zijn. Samenwerken buiten de grenzen van de eigen organisatie is niet eenvoudig. Het is echter op basis van de uitkomsten van de haalbaarheidsstudie nog te vroeg om te kunnen bepalen hoe de samenwerking uiteindelijk zakelijk het beste kan worden vormgegeven om succesvol te zijn. Als in een open en transparant proces met alle stakeholders wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een gedeelde visie, strategie en doelen om het centrum aantrekkelijker te maken, wordt ook duidelijk welke partijen straks deel moeten uit maken van de alliantie en hoe dit formeel georganiseerd kan worden.
Een bredere aanpak zal naar verwachting de onderlinge samenwerking tussen organisaties binnen het lokale cultuurveld ook ten goede komen, omdat organisaties naast Bibliotheek Hilversum, Museum Hilversum en Beeld en Geluid de kans krijgen om bij te dragen aan het versterken en vernieuwen van het (media-)cultuurprofiel van Hilversum en zo (deels) hun belangen behartigd zien en/of zich gehoord voelen. Een onafhankelijke kwartiermaker kan hiervoor de coördinerende en regisserende opdracht krijgen. Met inachtneming van al het voorgaande is het advies van de Cultuurraad om de focus eerst te leggen op de besluitvorming over de herhuisvesting van de Bibliotheek,, te streven naar samenwerking en gezamenlijke programmering zonder aparte stichting Mediaplein en met een onafhankelijke kwartiermaker en (voorlopig) zonder herinrichting van de Kerkbrink.
| 10
BIJLAGE Antwoord op de adviesvragen van het college In het advies wordt specifiek aandacht gevraagd voor: 1. de bijdrage van een Mediacultuurplein aan: • een levendig cultuurklimaat in Hilversum; Als de programmering op en rond het Mediacultuurplein aantrekkelijk genoeg is, zal de toestroom van publiek ook een positief effect hebben op de levendigheid van het cultuurklimaat in het centrum van Hilversum. Bijvoorbeeld omdat bezoekers langer blijven en/of omdat zij ook de andere plekken waar activiteiten worden aangeboden, bezoeken. Voor een gefundeerd en onderbouwd antwoord op deze vraag aan de Cultuurraad ontbreekt het nu aan de benodigde informatie. In de haalbaarheidsstudie zien we de visie van de (nu) betrokken partijen, maar de visie, wensen en verwachtingen van bezoekers, bewoners, culturele en andere samenwerkingspartners, horeca- en vastgoedpartners en de gemeente ontbreken de onderlinge samenwerking van organisaties binnen het lokale cultuurveld; Een samenwerking van Bibliotheek Hilversum met Beeld en& Geluid kan de programmering rondom mediawijsheid versterken. Een samenwerking tussen Museum Hilversum en Beeld & Geluid kan de programmering van beide organisaties verbeteren en een heldere inhoudelijke verbinding tussen de twee partijen leggen.
• de individuele doorontwikkeling van de drie partijen verenigd in stichting Mediaplein; Voor Bibliotheek Hilversum ligt hier een goede kans op zelfstandige doorontwikkeling. Omdat de Bibliotheek van zichzelf een publiekstrekker is zal de verhuizing naar de Gooische Brink een positieve impuls geven aan de levendigheid van de omgeving. Voorwaarde is wel dat de leden en de gebruikers van de faciliteiten van de Bibliotheek ook naar de Bibliotheek gaan als deze op een andere locatie zit. Het bieden van een podium voor theater, is een uitbreiding van het aanbod waarmee mogelijk ook nieuw publiek wordt aangetrokken. Voor Beeld en Geluid zien we een versterkte binding met (het centrum van) Hilversum en de Hilversummers. In eerdere adviezen van de Cultuurraad werd gewezen op de mogelijkheid voor het Museum Hilversum om uit te groeien naar een organisatie die nationaal georiënteerd is en een landelijk bereik kent voor eenieder die geïnteresseerd is (in de werking) van nieuwemedia in een breed cultureel en maatschappelijk perspectief met een focus op educatie en met een lokaal, regionaal en landelijk bereik. Mediastad Hilversum is de meest logische standplaats om kennis te nemen van de creatieve industrie, met de focus op mediawijsheid en medialogica in een digitale wereld. Museum Hilversum zou dit samen met Beeld en Geluid tot stand kunnen brengen.
Voor Museum Hilversum zien we kansen wanneer hun activiteitenportfolio net andere accenten legt dan de huidige programmering die specifiek gericht is op mediakunst en de presentatie van nieuwsfotografie. • het versterken en vernieuwen van het (media-)cultuurprofiel van Hilversum. Wat precies de invulling van de programmalijnen Hilversum Mediastad, Aantrekkelijke Binnenstad, Media van morgen en Media en Publiek uit de haalbaarheidsstudie wordt is niet helemaal duidelijk. Er is nog veel nader uit te werken of te bepalen. Wat we al wel weten qua programmering is de Zilveren Camera (bestaand aanbod), Dutch Media Week (bestaand aanbod). Qua nieuwe en gezamenlijke inhoudelijke programmering is er op dit moment te weinig bekend om er gedegen een onderbouwde oordeelsvorming op te baseren. Opmerkelijk is dat bij de Bibliotheek en bij Beeld en Geluid de focus op mediawijsheid ligt, terwijl die bij het Museum ligt op mediakunst en nieuwsfotografie. Hoe een brug tussen deze twee domeinen geslagen wordt is niet beschreven. 2. De bijdrage van een Mediacultuurplein aan het op vernieuwde wijze invullen van de talentontwikkeling van jongeren en het stimuleren van mediawijsheid in Hilversum; Traditioneel en vanuit hun eigen opdracht hebben partijen als Bibliotheek Hilversum en Beeld en Geluid al een stevige relatie met het onderwijs of zijn ze zelf verantwoordelijk voor het verzorgen
| 11
van onderwijs. Wat uit de planvorming niet naar voren komt is hoe in co-creatie met het reguliere onderwijs (PO, VO, MBO) de uitbreiding van de programmering en activiteiten tot stand komen. Wat is de inbreng van het onderwijs zelf in de plannen? Ook is niet uitgewerkt hoe de eigen activiteiten (zoals bijvoorbeeld het coördinatiepunt cultuureducatie) kunnen bijdragen aan deze opdracht. Behalve een percentage (30% kinderen en jongeren (< 25 jaar) / 15% alleen jongeren) van de publieksdoelstelling is de beoogde doelgroep en de relatie hiermee niet beschreven. Ook voor wat betreft talentontwikkeling is de koppeling met de in Hilversum ruim vertegenwoordigde mediaprofessionals en mediabedrijven niet gelegd. 3. De brede invulling en/of combinatie van functies binnen het idee van een t Mediacultuurplein die enerzijds aanverwant zijn (bv onderwijs) of bijdragen aan een publieksvriendelijke toegankelijkheid van gemeentelijke of maatschappelijke en of culturele functies. In antwoord op deze vraag verwijst de Cultuurraad naar de uitgebreide toelichting over de brede invulling cq combinatie van functies in de adviestekst. 4. In de haalbaarheidsstudie worden ook de vervolgstappen benoemd, waaronder het voorstel om vanaf de tweede helft van 2021 al te gaan werken met een LAB functie.
Hoe ziet de cultuurraad het voorstel dat vanuit de LAB functie het inhoudelijke concept Mediacultuurplein door partijen verder kan worden ontwikkeld en welke aanbevelingen kan zij daarbij geven. De Cultuurraad is positief over de betrokkenheid van burgers die uit het LAB-initiatief spreekt. Hoewel de LAB functie positief ontvangen is , is in de planvorming het LAB inhoudelijk nog summier uitgewerkt, onduidelijk of en hoe het als ‘pilot’ kan werken. Er ontbreekt ook een financiële onderbouwing/begroting. Om in de tweede helft van 2021 al van start te gaan zonder inhoudelijke en financiële borging lijkt onverstandig. 5. De wijze waarop de toekomstige programmering vanuit het Mediacultuurplein, de herinrichting van het plein en de eventuele relocatie van de Bibliotheek in de Gooische Brink in samenhang zijn. Een volwaardige programmering van het Mediaplein lijkt niet mogelijk als Bibliotheek niet naar de Gooische Brink verhuist. Daarom adviseert de Cultuurraad eerst de besluitvorming over de herhuisvesting van de Bibliotheek af te ronden en ondertussen te streven naar samenwerking en gezamenlijke programmering, maar zonder aparte stichting Mediaplein en (voorlopig) zonder herinrichting van het de Kerkbrink. De Cultuurraad ziet wel voordelen in de samenwerking maar vooralsnog niet in een aparte programma-organisatie. 6.
Aanbevelingen die kunnen worden betrokken bij de vervolgstappen om de ontwikkeling van het Mediacultuurplein verder te realiseren. Bibliotheek: Een in de haalbaarheidsstudie genoemde vervolgstap is het uitwerken van een plan voor de vernieuwing van de Bibliotheek. De beoogde schaalvergroting en verbreding van de Bibliotheek door de herhuisvesting en de programmering van het Mediaplein vergen een aanpassing van de huidige organisatie. Er worden bijvoorbeeld andere professionele vaardigheden van het personeel gevraagd. Er wordt daarvoor al een budget voorgesteld (2021: € 50.000 / 2022 en 2023: € 120.000) maar er is nog geen onderbouwing voor dit budget. De Cultuurraad adviseert dat het vernieuwingsplan met onderliggende begroting eerst wordt uitgewerkt voordat er financiële toezeggingen worden gedaan. Samenwerking Beeld en Geluid en Museum Hilversum: De Cultuurraad acht het positief dat partijen gaan samenwerken, maar het voorstel is om de samenwerking niet voorwaardelijk te maken aan de uiteindelijke realisatie van het Mediaplein.
| 12