Bijlage 4. Advies Adviesraad Sociaal Domein Beleidsplan Bescherming en Opvang 2022 - 2025
Tekst van het document
A.W.A.M.P. Wijnands-van Daal voorzitter Lage Naarderweg 52 b 1211 AC HILVERSUM telf.: 06 46327995
Aan het College van Burgemeester en Wethouders Ter attentie van de heer F. Voorink Postbus 9900 1201 GM Hilversum Hilversum, 30 september 2021 Betreft: Beleidsplan Bescherming & Opvang Gooi en Vechtstreek 2022 -2025 Geachte heer Voorink, geacht College van Burgemeester en Wethouders,
De Adviesraad Sociaal Domein Hilversum zendt u hierbij het advies aangaande: ‘Beleidsplan Bescherming & Opvang Gooi en Vechtstreek 2022 -2025’. De Adviesraad Sociaal Domein geeft het advies conform een eerder ontvangen tijdspad in deze om u dit advies voor 1 oktober 2021 te doen toekomen. Mocht het advies vragen oproepen, dan is de Adviesraad graag bereid om deze te beantwoorden. Met vriendelijke groet, namens de Adviesraad Sociaal Domein Hilversum,
Mw. A.W.A.M.P. Wijnands-van Daal, Voorzitter
I.
Algemeen
Datum
: 30 september 2021
Wethouder
: de heer F. Voorink
Ambtenaar
: Mevrouw K. Nieuwenhuis, mevrouw M. Stitzinger, de heer O. van Strien
Naam van het dossier
: Beleidsplan Bescherming & Opvang Gooi en Vechtstreek 2022 -2025
Bijlage(n)
:
Deadline advies
: 1 oktober 2021
II.
Status
Ter kennisname
:
Ongevraagd advies
:
Gevraagd advies
:X
III.
Besluitvorming door
Ambtelijk/management
:
College
:
Gemeenteraad
:X
IV.
Toelichting
Het advies betreft: Beleidsplan Bescherming & Opvang Gooi en Vechtstreek 2022 -2025 V.
Inleiding
De Adviesraad Sociaal Domein Hilversum heeft in diverse vergaderingen gesproken over het Beleidsplan Bescherming & Opvang Gooi en Vechtstreek 2022 -2025. Hieronder treft u zijn op- en aanmerkingen, aanvullingen en adviezen aan. VI.
Algemene en inhoudelijke opmerkingen
1. Algemene opmerkingen In het algemeen is de Adviesraad tevreden met het voorliggende concept beleidsplan B&O. Het concept is helder, veelomvattend en integraal. Ook prettig is dat in het kader van participatie vele groeperingen en raden zijn betrokken bij de totstandkoming van het beleidsplan. Het is een goede zaak, dat ervaringsdeskundigen ingezet worden bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid. Het gebruik van collectieve ervaringskennis, waarmee het gemeenschappelijke element
uit de ervaring van meerderen personen wordt herkend en gebruikt, als volwaardige bron van kennis naast professionele en wetenschappelijke kennis, helpt om sociale problemen concreet te definiëren, passender beleid te ontwikkelen en de kwaliteit van beleid en dienstverlening te verbeteren. Het is ook prettig te lezen over doordecentralisatie: “Kernprincipe onder de regionale samenwerking is onderlinge financiële solidariteit tussen gemeenten.” Dat is volgens de adviesraad een goed principe. Het loopt zeer wel mogelijk vooruit op wat te verwachten valt, namelijk dat over een paar jaar ‘de politiek’ tot het inzicht komt, dat sommige problemen te groot zijn voor enkele gemeenten, zeker als dat kleine gemeenten zijn. Maar ook voor de grotere gemeenten die vaak als magneet lijken te fungeren voor de kwetsbare mensen uit een kleine gemeente. Een ander mooi uitgangspunt is, dat ““Zolang mensen geen overlast veroorzaken, strafbare feiten begaan en er geen sprake is van onveiligheid, staan we voor het recht van eenieder om te doen wat hij/zij wil.” Hierover adviseert de raad om toe te voegen: ‘veiligheid voor anderen (waaronder zich veilig voelen) en voor zichzelf’. In het beleidsplan wordt vaak genoemd dat er onderzoek gedaan moet worden naar problemen en het vinden van oplossingen. Echter is de nood op dit moment hoog.
Het zou beter zijn om meteen in te grijpen en zorg te gaan verlenen. De adviesraad wil graag wijzen op het inzetten van domotica. Deze kunnen zeer wel mogelijk bijdragen aan veiligheid in gezinnen met veel huishoudelijk geweld, maar zeker bij personen met verward gedrag en dementie. 2. Inhoudelijke opmerkingen en adviezen Op pagina 13 staat: ” Lokaal wordt daarnaast ingezet op inclusieve en toegankelijke wijken met een goed netwerk van laagdrempelige algemeen toegankelijke voorzieningen die een preventieve werking hebben en het beroep op maatwerkvoorzieningen doen afnemen.” De adviesraad meent, dat het eenvoudig ‘mengen’ van verschillende groepen mensen met een verschillende achtergrond niet vanzelf leidt tot een inclusieve samenleving. Het is de vraag of dat zo opgelegd kan worden en helemaal als in het kader van sterke buurten een enorm beroep wordt gedaan op de welwillende medewerking van alle buurtgenoten. Dit voelt als een utopie. Net doen of een theorie die is ontwikkeld in een heel andere maatschappij en vanwege heel andere redenen daarbij leidinggevend en sturend kan zijn voor de praktische uitvoering tot het aansturen van de vorming van de sterke wijken getuigt van een aandoenlijk idealisme.
Het opzetten van laagdrempelige toegankelijke algemene voorzieningen leidt ook niet automatisch tot dat doel, omdat niet wordt gestart met alleen maar ‘blanco’ mensen, maar in het merendeel met mensen met een geschiedenis. Veel van deze mensen met een verschillende achtergrond zullen ook een verschillende behoefte aan ondersteuning hebben en dus op een aangepaste manier moeten worden ondersteund; maatwerk dus en geen algemene voorziening. Ook zal het mengen van heel verschillende doelgroepen een negatief effect kunnen hebben op de meer zwakkere mensen die gebruik maken van die algemene voorzienig. Tenslotte kan men zich afvragen of binnen een algemene voorziening voor ondersteuning in de wijk de ondersteuners wel allemaal zo goed in staat zullen zijn tot het werken met verschillende doelgroepen. Daarnaast is het de vraag of ‘laagdrempelige algemeen toegankelijke voorzieningen die een preventieve werking hebben’ preventief kunnen werken in die gevallen waar kennelijk al problemen zijn ontstaan.
De adviesraad kan in dit verband niet nalaten te wijzen op de ‘rommelige’ manier waarop diverse goed lopende dagbestedingsplekken zijn opgeheven, zonder dat daarvoor goede en passende alternatieven in de plaats zijn gekomen. Zie ook de opmerking hiervoor over mengen van doelgroepen. Op pagina 14 wordt als doel genoemd dat men “beschermd en veilig thuis wonen voor iedereen’ mogelijk gemaakt gaat worden. Dat is een formulering die niet duidelijk maakt, of dit alleen op mensen met GGZ-problematiek slaat of dat het slaat op iedereen in de samenleving. Op pagina 17 blijkt dat het doel van het verstrekken van 30 crisiskaarten per jaar is teruggebracht naar 25. Heeft dit te maken met het verminderen van het aantal aanbieders? En waarom? Op pagina 19 wordt als maatschappelijk effect van de preventiemaatregelen ter voorkoming van complexe problematiek “Afname gezondheids- en maatschappelijke schade door alcohol en drugsgebruik (bij jeugd)” genoemd. De adviesraad meende dat hiervoor andere plannen m.b.t. preventie van alcohol- en drugsgebruik zijn opgesteld? Een tijdige signalering van huiselijk geweld en kindermishandeling en meteen ingrijpen voorkomt veel ellende voor betrokkenen en verkleint de kans op escalatie. De gemeente heeft daar een belangrijke rol en verantwoordelijkheid in.
Gemiddeld blijkt er zeven jaar te zitten tussen het ontstaan en het naar buiten komen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Daar valt een wereld te winnen. Daarnaast is gebleken dat de inzet van ervaringsdeskundigen een belangrijke bijdrage kan leveren in het stoppen van de intergenerationele overdracht van huiselijk geweld en kindermishandeling. De Adviesraad merkt wederom op, dat er weinig keuzemogelijkheden c.q. vrijheid is tussen aanbieders in de Gooi en Vechtstreek wat betreft Bescherming en Opvang. Grote organisaties als Kwintes (voor GGZ) en De Blijfgroep (voor opvang huishoudelijk geweld) hebben een monopolypositie. Ook op pagina 19: In het beleidsplan wordt naar de mening van de adviesraad te veel nadruk gelegd op het verkrijgen en hebben van werk (voor mensen met een beperking). Werk is echter lang niet altijd zaligmakend en/of een reële optie. Er zijn meer en soms betere manieren om tot een zinvolle invulling van het leven te komen. Daarbij blijft in veel gevallen wel maatwerk geboden. Op pagina 21 De adviesraad begrijpt dat het plan geen concreet aantal van te realiseren woningen voor kleinschalige opvanginitiatieven voor gezinnen in de wijk noemt, omdat het benodigde aantal geschikte woningen moeilijk te vinden is.
Maar toch is het beter hier een concreet aantal van bijvoorbeeld minimaal 10 woningen vast te leggen; dit verkleint de vrijblijvendheid voor de uitvoerders; waarbij meteen de vraag rijst wie die woningen gaat leveren en wie de kleinschalige opvang gaat realiseren. Dat laatste geldt ook voor het creëren van draagvlak in de buurt. Wie gaat dat doen. Is dat een taak van de gemeente of van de aanbieder of een gezamenlijke taak? Op pagina 22 staat: “Gemeenten zetten daarom stevig in op preventie en het zo snel als mogelijk opsporen en oplossen van problemen, om te voorkomen dat wonen in een instelling noodzakelijk wordt “ Dat is geen preventie. Preventie is ervoor zorgen dat er geen problemen ontstaan. Als ze ontstaan zijn en snel opgespoord worden kan dat voorkomen dat mensen naar een instelling moeten en niet meer thuis geholpen kunnen worden. Thuis geholpen worden is ambulante ondersteuning en dat is het nieuwe aan het verhaal. Niet de preventie. Op pagina 23 staat “Gemeenten indiceren alle inwoners die een beschikking hebben voor beschermd wonen opnieuw en bezien of de zorg op een andere manier geleverd kan worden”. In onze reactie op de bezuinigingen op het sociaal domein heeft de Adviesraad eerder aangegeven dat de nodige terughoudendheid betracht moet worden m.b.t. herindicatie van cliënten die nu al geïndiceerd zijn voor beschermd wonen onder de Wmo.
Een besparingsmaatregel mag niet ten koste gaan van kwetsbare mensen en hen onnodig belasten met onderzoeken en herkeuringen.
Op pagina 24: Misschien kan bij het verder ontwikkelen van het project “scheiden wonen zorg” gestuurd worden op het niet inkopen van zorg en ondersteuning bij aanbieders die niet willen overgaan tot scheiden van wonen en zorg? Op pagina 41 staat: “Problemen kunnen veelal zonder dwangmaatregelen worden opgelost. “Er wordt geen aandacht besteed aan de Wet Zorg en Dwang bij dementie en verward gedrag. Analyse, interpretatie en ervaring met deze wet zou in dit beleidsplan ook een plaats moeten krijgen. VII.
Advies
De Adviesraad Sociaal Domein Hilversum adviseert positief waarbij we ervan uitgaan dat u aandacht schenkt aan onze opmerkingen en deze meeneemt in de verdere uitwerking van beleid en uitvoering. VIII.
Stemming en oordeelsvorming
Stemming Oordeelsvorming IX.
: positief : per mail
Handtekening voorzitter
Namens de Adviesraad Sociaal Domein Hilversum,
A.W.A.M.P. Wijnands-van Daal