Bijlage 4: Actualisatie Natuurtoets Heuvellaan 50
Tekst van het document
Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Oriënterend onderzoek in het kader van de weten regelgeving voor natuur
Inhoudsopgave
Samenvatting ............................................................................................................................ 4 1
Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding............................................................................................................ 5 1.2 Kader van het onderzoek .................................................................................... 5 1.3 Ligging plangebied en voorgenomen activiteiten ................................................ 5
2
Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden .......................................................... 8 2.1 Toetsingskader .................................................................................................... 8 2.2 Inventarisatie ....................................................................................................... 8 2.3 Analyse van de mogelijke effecten ..................................................................... 9
3
Wet natuurbescherming: soortenbescherming ........................................................... 10 3.1 Toetsingskader .................................................................................................. 10 3.2 Methode ............................................................................................................ 11 3.3 Voorkomende ecotopen .................................................................................... 12 3.4 Planten .............................................................................................................. 12 3.5 Zoogdieren ........................................................................................................ 13 3.6 Vogels ............................................................................................................... 14 3.7 Overige soortgroepen ....................................................................................... 17
4
Natuurbeleidskaders.................................................................................................... 18 4.1 Toetsingskader .................................................................................................. 18 4.2 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................. 18
5
Conclusies ................................................................................................................... 20 5.1 Wet natuurbescherming .................................................................................... 20 5.1.1 Wet natuurbescherming: onderdeel Natura 2000-gebieden ............... 20 5.1.2 Wet natuurbescherming: onderdeel soortenbescherming ................... 20 5.2 Natuurbeleidskaders ......................................................................................... 20
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
3/20
Samenvatting Villa Heuvel B.V.is voornemens om een kantoorgebouw en het omringende perceel in Hilversum te herontwikkelen naar een andere bestemming. Het aanwezige gebouw wordt gesloopt om plaats te maken voor grondgebonden woningen. De plannen zijn nog niet volledig uitgewerkt. Om te vast te stellen wat de kwaliteiten en knelpunten van het gebouw en de omgeving zijn heeft Villa Heuvel B.V. Sweco Nederland gevraagd om een bodem- en ecologisch onderzoek uit te voeren. Dit rapport heeft betrekking op het al dan niet aanwezig zijn van beschermde natuurwaarden. De projectlocatie ligt niet ver van Natura 2000-gebieden en in en om het gebouw kunnen beschermde natuurwaarden aanwezig zijn. Omdat de toekomstige ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor beschermde planten, dieren en gebieden, is het belangrijk om de eventuele effecten daarvan op voorhand in beeld te brengen. Sweco Nederland B.V heeft het voornemen aan de volgende wettelijke kaders en beleidsdocumenten getoetst: •
Wet natuurbescherming (individuele soorten).
•
Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebieden).
•
Provinciaal beleid (Natuurnetwerk Nederland).
Voor deze ecologische toets is een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd, bestaande uit een bureaustudie, een oriënterend veldbezoek in 2017 en een aanvullend ecologisch onderzoek in 2018. De uitkomst van dit verkennend en aanvullend onderzoek was dat op de locatie enkele beschermde natuurwaarden aanwezig zijn. In de tuin rond het gebouw broedden verschillende vogelsoorten en in het gebouw zelf bevond zich een jaarrond beschermde paarplaats van de gewone dwergvleermuis. Voor het mogen verwijderen daarvan is het aanvragen en verkrijgen een ontheffing noodzakelijk. Omdat het gebouw nog niet gesloopt kon worden, is in de nazomer van 2021 een aanvullend onderzoek verricht naar het al dan niet nog aanwezig zijn van deze verblijfplaats. Dat bleek niet het geval. Op basis van die bevinding is de natuurtoets in 2021 geactualiseerd. In december 2022 is het rapport nog op één punt aangevuld naar aanleiding van een zienswijze over de blauwe reiger. Rekening houden met de aanwezige beschermde natuurwaarden is goed mogelijk, maar verlangt enige voorbereiding. Afhankelijk van de definitieve aanleg- en bouwplannen kunnen mogelijk enkele vervolgstappen, in de vorm van preventieve maatregelen (ecologisch werkprotocol), nader effectonderzoek (stikstofdepositie) of nadere procedures, nodig zijn.
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
4/20
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Villa Heuvel B.V.is voornemens om een kantoorgebouw en het omringende perceel in Hilversum te herontwikkelen naar een andere bestemming. Het aanwezige gebouw wordt gesloopt om plaats te maken voor grondgebonden woningen. De plannen zijn nog niet volledig uitgewerkt. Om te vast te stellen wat de kwaliteiten en knelpunten van het gebouw en de omgeving zijn heeft Villa Heuvel B.V. Sweco Nederland gevraagd om een ecologisch onderzoek uit te voeren. Dit rapport heeft betrekking op het al dan niet aanwezig zijn van beschermde natuurwaarden. Het verkennend onderzoek is in de nazomer van 2017 uitgevoerd en was gericht op het verkrijgen van een eerste inzicht in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het projectgebied. Op grond van de uitkomsten is in de zomer van 2018 een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van jaarrond beschermde, vaste verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en vleermuizen. In 2021 is daarom een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar deze soorten. In december 2022 is het rapport nog op één punt aangevuld naar aanleiding van een zienswijze over de blauwe reiger.
1.2
Kader van het onderzoek
Sweco Nederland B.V. toetst projecten of handelingen aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: •
•
1.3
Wet natuurbescherming: •
Natura 2000-gebieden
•
Soortenbescherming
Natuurnetwerk Nederland (NNN) en beschermde gebieden buiten het NNN zoals weidevogelleefgebieden, akkervogelgebieden en ganzenfoerageergebieden.
Ligging plangebied en voorgenomen activiteiten
De projectlocatie ligt in een groene wijk aan de noordwestkant van Hilversum. Het gebouw en de tuin zijn niet openbaar toegankelijk. De ligging en een indruk van de situatie ter plaatse zijn weergegeven in de figuren 1.1 en 1.2.
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
5/20
Fig. 1.1 Overzicht ligging projectlocatie Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
6/20
Fig. 1.2 Impressie projectlocatie
Er liggen nog geen concrete planvoornemens voor het kantoorgebouw en de tuin daaromheen. Afhankelijk van de herbestemming van de locatie kan het gaan om beperkte aanpassingen aan het bestaande gebouw en de omringende tuin tot integrale sloop van (delen van) het gebouw en een herinrichting van het terrein. De laatste optie is inmiddels zeker.
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
7/20
2
Wet natuurbescherming: Natura 2000gebieden
2.1
Toetsingskader
Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn) in Nederland. Plannen en projecten met significant negatieve effecten op deze beschermde gebieden, zijn in beginsel niet toegestaan. De voorliggende natuurtoets geeft daarom een eerste inzicht in de mogelijke effecten van het plan voor Natura 2000-gebieden en de gevolgen daarvoor voor verder onderzoek of vergunningprocedures. De natuurtoets kan de volgende mogelijke conclusies hebben: •
Geen nader onderzoek nodig: effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten, bijvoorbeeld omdat er geen Natura 2000-gebieden in de omgeving aanwezig zijn en het voornemen geen verreikende effecten heeft.
•
Effecten kunnen niet op voorhand worden uitgesloten; er is een voortoets nodig om een betere inschatting te krijgen. Als significante effecten op grond van een voortoets niet zijn uit te sluiten, is een passende beoordeling nodig.
•
Indien met de natuurtoets direct duidelijk is dat zonder mitigatie significante effecten niet zijn uit te sluiten, kan ook direct een passende beoordeling uitgevoerd worden. Indien significantie van effecten op basis van de passende beoordeling niet kan worden uitgesloten volgt een ADC-toets. Aangetoond dient te worden dat er geen alternatieven zijn met minder effecten, er sprake is dwingende redenen van groot openbaar belang en in compensatie is voorzien.
Indien projecten significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden kunnen hebben is een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. Een bestuursorgaan stelt een plan uitsluitend vast indien de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten of is voldaan aan de ADC-toets.
2.2
Inventarisatie
Voor de inventarisatie van Natura 2000-gebieden is onder meer gebruik gemaakt van de gebiedendatabase van het ministerie van LNV. Hieruit blijkt dat het plangebied geen deel uit maakt van een Natura 2000-gebied. In de nabije omgeving liggen de Natura 2000-gebieden ‘Oostelijke Vechtplassen (> 3 km) en ‘Naardermeer’ (5,5 km). Op ruime afstand (meer dan 10 km) zijn andere Natura 2000-gebieden aanwezig. Het gaat daarbij onder andere om ‘Eemmeer & Gooimeer Zuidoever’ en ‘Markermeer & IJmeer’.
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
8/20
2.3
Analyse van de mogelijke effecten
Eventuele werkzaamheden aan het gebouw of op het terrein beperken zich tot het de locatie zelf. Het plangebied wordt geheel omringd door wegen, groenstroken, kantoorgebouwen en villa’s. Directe effecten op een Natura 2000-gebied op een afstand van drie kilometer of meer van het plangebied als gevolg van werkzaamheden in het plangebied zijn daarom niet aan de orde. Mogelijke effecten Hoewel het plangebied op ruime afstand van Natura 2000-gebieden ligt kan sprake zijn van een indirecte invloed op de kwalificerende natuurwaarden (‘externe werking’). Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied ’Oostelijke Vechtplassen’ is aangewezen voor een groot aantal broedende en overwinterende vogelsoorten van natte moeraslanden en enkele zoogdier- , visen insectensoorten. Daarnaast kent het gebied kwalificerende habitattypen behorend bij matig voedselrijke wateren, moerassen en venen. Licht, geluid en bewegingen afkomstig van eventuele aanleg- en bouwwerkzaamheden kunnen een verstorende werking hebben op de soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. De inzet van materieel en transportmiddelen kan mogelijk leiden tot een verhoogde immissie van stikstof op daarvoor gevoelige habitattypen in het natuurgebied.
Kwalificerende soorten Een verstorend effect van bouw- en aanlegwerkzaamheden op kwalificerende soorten behorend tot Natura 2000-gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’ en verder weg gelegen Natura 2000-gebieden kan bij voorbaat en geheel worden uitgesloten. De afstand tot dit Natura 2000-gebied en andere Natura 2000gebieden is met drie kilometer of aanzienlijk meer daarvoor te groot. Bovendien is geen van de soorten kwalificerend voor de Vechtplassen in en om het plangebied aanwezig of te verwachten. Kwalificerende habitattypen Een directe aantasting van voor Natura 2000-gebied kwalificerende habitattypen (vegetatie) als gevolg toekomstige aanleg- en bouwwerkzaamheden is uitgesloten. Een mogelijk indirect effect is alleen in verband te brengen met extra stikstofdepositie op daarvoor gevoelige habitattypen als gevolg van de voor de aanleg en bouw in te zetten machines en transportmiddelen. Om effecten vanwege stikstofdepositie uit te kunnen sluiten is een AERIUS berekening nodig.
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
9/20
3
Wet natuurbescherming: soortenbescherming
3.1
Toetsingskader
In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. Hierbij onderscheiden we drie verschillende beschermingsregimes waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): •
lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen;
•
lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen;
•
lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben;
•
lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen;
•
lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten bijlage IV Habitatrichtlijn, bijlage I Verdrag van Bern (artikel 3.5 e.v.); •
lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen;
•
lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren;
•
lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen;
•
lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen;
•
lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) •
lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: •
onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
10/20
de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; •
onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of
•
onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Voor soorten van de Vogelrichtlijn (art.3.1) en Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) geldt dat vaste rust- en verblijfplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) niet opzettelijk verstoord of vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet opzettelijk mogen worden gedood of verwond. Voor Andere soorten geldt dat vaste rust- en verblijfplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van beschermde soorten niet (opzettelijk) vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet (opzettelijk) mogen worden gedood of verwond. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van EZ) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 Wet natuurbescherming. De vrijstellingslijsten die in de provinciale verordeningen zullen worden opgenomen zijn inmiddels voor alle provincies vastgesteld. De Verordening Wet natuurbescherming Noord-Holland is van kracht geworden. De provincie heeft enkele specifieke soorten als schadesoort aangemerkt en andere (kleine marterachtigen) van de vrijstellingslijst gehaald. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld en de voorgenomen activiteiten strijdig zijn met de bepalingen in de Wet natuurbescherming, geldt ontheffingsplicht.
Deze kan alleen worden verleend indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is en een geldend belang van toepassing is. Het is ook mogelijk om ten aanzien van Andere soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming, mits de voorgenomen activiteit las zodanig in de gedragscode is beschreven. Er is dan geen ontheffingsplicht van toepassing.
3.2
Methode
Bronnenonderzoek De inventarisatie betreft een onderzoek naar de actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten rond het projectgebied. Het bronnenonderzoek heeft als doel een overzicht te verkrijgen van de beschikbare informatie met betrekking tot het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied en omgeving. Hiervoor zijn de volgende bronnen gebruikt: • Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). •
Soortenatlassen en kaarten uit de soortenstandaards.
•
Diverse websites. Deze bevatten vaak waarnemingen die nog niet via de NDFF worden geleverd.
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
11/20
Habitatgeschiktheidsbeoordeling Op 7 augustus 2017 is een ecologische verkenning uitgevoerd, waarbij de aanwezigheid van en de geschiktheid van de locatie voor beschermde soorten is beoordeeld. De verkenning is bij goede weersomstandigheden vanaf 1,5 uur vóór zonsondergang tot 1,5 uur daarna uitgevoerd. Voor het onderzoeken van het gebouw en de tuin is gebruik gemaakt van een kijker, een batdetector en een sterke zaklamp. De verkenning brengt samen met het bronnenonderzoek de beschermde soorten en soortgroepen in beeld die in het plangebied (kunnen) voorkomen. Aanvullend ecologisch onderzoek Van eind juni tot eind september 2018 is aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van jaarrond beschermde vaste nesten van vogels en verblijfplaatsen van vleermuizen. Hierbij is gewerkt conform de hiervoor aanbevolen onderzoeksprotocollen vastgesteld door het Netwerk Groene Bureaus. Tijdens dit onderzoek werden aanwijzingen gevonden voor een verblijfplaats gedurende de voortplantingsperiode van vleermuizen in de nazomer. Het onderzoek naar de aanwezigheid van een vleermuisverblijf is in de nazomer van 2021 herhaald om vast te stellen of deze verblijfplaats nog altijd in gebruik was.
Analyse en toetsing van mogelijke effecten In vervolg op het voorgaande is bepaald in hoeverre effecten voorkomende beschermde soorten kunnen optreden door mogelijke ontwikkelingen in het plangebied. Op basis van deze analyse wordt geconcludeerd voor welke soorten(groepen) aanvullende stappen nodig zijn.
3.3
Voorkomende ecotopen
Het plangebied ligt in een groene wijk met grote tuinen, villa’s en kantoorgebouwen. De omgeving is licht geaccidenteerd. Het kantoorgebouw is omgeven door een tuin waarin enkele bijzonder oude bomen staan. Ook is een sterk begroeide, door regenwater gevoede, wadi aanwezig. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat het hier om een in 1988 aangelegde ’wadi’ gaat waarnaar voorheen het regenwater van de gebouwen afgevoerd. Het plangebied grenst aan vergelijkbare percelen met huizen en kantoren beschikkend over grote tuinen.
3.4
Planten
Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen of te verwachten. De regenwaterafhankelijke maar bijna drooggevallen wadi bleek geheel begroeid met waterhyacinten en is omgeven door Japanse duizendknoop (zie fig. 3.1.). Beide soorten worden als invasieve exoten beschouwd. Rondom het plangebied is een houtwal aanwezig bestaande uit esdoorn, veldesdoorn, acacia, berk en taxus. In de berm erlangs groeien uitsluitend algemene grassen en kruiden. Vanwege de bladval is de berm voedselrijk en daarmee niet geschikt voor beschermde soorten. Het terrein kenmerkt zich vooral door de aanwezige grote bomen, waaronder twee paardenkastanjes, een tamme kastanje, een beuk en een linde. Een aantal van deze bomen komt voor op de lijst van bijzondere bomen die de gemeente Hilversum hanteert. Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
12/20
Fig. 3.1 Met waterhyacint begroeide vijver omringd door (deels gemaaide) Japanse duizendknoop in 2017
3.5
Zoogdieren
Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Uit het gegevensonderzoek is niet gebleken dat in het verleden nietvrijgestelde, beschermde soorten zoogdieren in het plangebied zijn waargenomen. Uit het verkennend onderzoek volgt dat beschermde soorten, in de vorm van vleermuizen, wel aanwezig zijn. In het plangebied wordt gejaagd door exemplaren van de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. Eén exemplaar van de gewone dwergvleermuis vertoonde sociaal gedrag: het dier vloog roepend langs de gevel. Dit gedrag wijst op de mogelijke aanwezigheid van een paarplaats in het gebouw. Of ook sprake is van een voortplantingsverblijf (kraamkolonie) van deze soort kon gezien het gevorderde seizoen in 2017 niet meer met zekerheid worden vastgesteld. De inspectie van de buitenzijde van het gebouw op de geschiktheid van de constructie voor vleermuizen heeft in 2017 duidelijk gemaakt dat het gebouw ruimte biedt aan exemplaren van deze diergroep. Het gebouw is voorzien van betonnen gevelplaten die op een aantal plaatsen potentieel geschikte kieren kennen. Sporen van daadwerkelijk gebruik door vleermuizen zijn in 2017 echter niet gevonden. In de tamme kastanje achter het kantoorgebouw bevinden zich enkele voor boom bewonende vleermuissoorten geschikte holten.
Uit de habitatgeschiktheidsbeoordeling volgt dat de holten in deze bomen potentieel geschikt zijn voor de rosse vleermuis en de (gewone) grootoorvleermuis. Om vast te stellen of het gebouw daadwerkelijk door vleermuizen wordt gebruikt is daarom in 2018 een aanvullend ecologisch onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeksprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus en heeft aangetoond dat geen sprake is van een winter- of kraamverblijf van vleermuizen in het gebouw of de omringende bomen. Het onderzoek heeft wel bevestigd dat in het gebouw een paarplaats van de gewone dwergvleermuis aanwezig was. Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
13/20
Aanvullend onderzoek daarnaar in 2021 heeft duidelijk gemaakt dat het verblijf niet langer aanwezig is. Tijdens dat onderzoek is wel een roepend mannetje van de gewone dwergvleermuis in de omgeving van het gebouw gehoord. Die waarneming was echter éénmalig en correspondeerde met een mogelijke verblijfplaats in een nabijgelegen villa. Uit die éénmalige waarneming volgt dat geen sprake is van een relatie tussen het dier en een verblijfplaats in het te slopen pand. In dat geval zou de roepende vleermuis bij vrijwel elk bezoek dichtbij het gebouw waargenomen zijn. Op grond van betrekkelijk recente waarnemingen uit de omgeving en de habitatgeschiktheidsbeoordeling kan er van worden uitgegaan dat de tuin naar verwachting met enige regelmaat wordt bezocht door egels, eekhoorns en algemene muizensoorten. Een eekhoornnest is echter niet waargenomen en is er vanwege de omringende gebouwen en de vele gebruikers daarvan ook niet te verwachten. Tijdens het onderzoek naar vleermuizen in 2021 is een vos gezien. Vanwege het voorkomen in de ruime omgeving is het mogelijk dat een zwervend exemplaar van de beschermde boom- of steenmarter de locatie bereiken kan. Geschikt leefgebied voor de kleine marterachtigen wezel, hermelijn en bunzing ontbreekt, maar ook van deze soorten kan een enkel zwervend exemplaar niet worden uitgesloten.
Deze soorten vallen in NoordHolland niet meer onder de vrijstellingsregeling voor ruimtelijke ingrepen. Analyse en toetsing van mogelijke effecten Een effect van toekomstige ontwikkelingen op beschermde, niet-vrijgestelde zoogdieren is uitgesloten. In het gebouw bevindt zich geen jaarrond beschermde paarverblijf van een gewone dwergvleermuis, zo heeft het aanvullend onderzoek aangetoond. De holten in met name de tamme kastanje zijn geschikt voor boom bewonende vleermuissoorten. Zij zijn tijdens het aanvullend onderzoek ook niet aangetroffen. Het gebouw biedt ook geen verblijfplaatsen voor overwinterende exemplaren: geschikte (toegangen tot) vorstvrije ruimten zijn niet aanwezig. Omdat zich in het gebouw definitief geen paarverblijf van de gewone dwergvleermuis bevindt is het aanvragen van een ontheffing soortbescherming Wet natuurbescherming niet nodig. Andere aanvullende onderzoeken, voorzorgsmaatregelen of procedurele stappen ten aanzien van zoogdieren zijn niet aan de orde.
3.6
Vogels
Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Alle in Nederland in het wild voorkomende vogelsoorten genieten bescherming op grond van de Europese Vogelrichtlijn. Op basis van jurisprudentie zijn zij op grond van de Wnb met name beschermd op en rond hun voortplantingsplaatsen: zij zijn beschermd vanaf het moment dat wordt gebroed tot dat het laatste jong het nest verlaten heeft. Het broeden van de huismus in het gebouw is niet te verwachten. Deze standvogel is op en rond het gebouw niet waargenomen. Ook broedgevallen van de gierzwaluw zijn onwaarschijnlijk, maar deze trekvogel had ten tijde van het locatiebezoek in augustus 2017 de broedgebieden al verlaten. In de groene delen van het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn naar verwachting veel broedvogels aanwezig. Het plangebied zelf kent daartoe geschikte bomen en struikgewas. Uit de beschikbare gegevens zijn echter geen waarnemingen van broedvogels in het plangebied bekend. De verkenning van 7 augustus 2017 wees uit dat naast
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
14/20
algemene struweelvogels en houtduiven een broedgeval van de grote bonte specht te verwachten is. Ook het broeden van de groene specht is niet uitgesloten. Eén van de holten in de oude tamme kastanje vertoonde sporen van recent gebruik door een specht. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van soorten beschikkend over een jaarrond beschermd, vast nest. Omdat de bomen op 7 augustus volledig in het blad stonden en eventuele nesten zo laat in het broedseizoen al verlaten zijn kan dat echter niet volledig uitgesloten worden. Gezien het karakter van het plangebied is het geschikt als broedgebied voor over dergelijke nesten beschikkende soorten als havik en sperwer. Eerstgenoemde soort is aantoonbaar jagend in de omgeving aanwezig: achter het gebouw werd een recent door een havik geslagen en geplukte houtduif gevonden. Tijdens het aanvullend onderzoek naar vleermuisverblijfplaatsen in 2018 is mede onderzocht of jaarrond beschermde nesten van huismus, gierzwaluw of andere soorten in het gebouw of de bomen aanwezig zijn. Dat bleek niet het geval. Wel werd buiten het plangebied een bosuil gehoord, een soort beschikkend over een jaarrond beschermde, vaste verblijfplaats. Waarnemingen tijdens het aanvullend vleermuisonderzoek in 2018 en 2021 bevestigen dat er geen aanwijzingen zijn dat zich in de vogelpopulatie ter plaatse sinds 2017 wijzigingen hebben voorgedaan.
Uit een zienswijze is naar voren gekomen dat Heuvellaan 50 al vele jaren een verblijfplaats is voor blauwe reiger(s). De blauwe reiger is in Nederland een zeer algemene vogelsoort geworden, die veelvuldig in de stad wordt aangetroffen. Ze bezoeken vrijwel iedere tuin met een vijver op regelmatige basis. Blauwe reigers zijn echte sloot-voedsel (vis, kikkers) specialisten, maar vullen hun menu ook graag aan met mollen, muizen en grote insecten zoals sprinkhanen. Het is daarom goed mogelijk dat er blauwe reigers op het perceel van Heuvellaan 50 zijn waargenomen. De blauwe reiger broedt van februari tot en met mei, meestal in slordige kolonies in bomen, maar ook solitair. De voorkeur gaat uit naar plekken waar rovers moeilijk bij komen; eilandjes in een vijver of plas bijvoorbeeld. De nesten van de blauwe reiger zijn gedurende het broedseizoen beschermt. Nesten van blauwe reigers mogen dus niet verstoord of gesloopt worden tijdens het broedseizoen. Nesten vallen onder categorie 5 van de Indicatieve lijst jaarrond beschermde vogelnesten van de Rijksdienst van Ondernemend Nederland. Dit zijn nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Als er nesten van blauwe reigers worden aangetast of vernietigd, adviseert RVO een ecologisch deskundige op het gebied van vogels in te schakelen om te onderzoeken of er sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden, die jaarronde bescherming van de nesten eisen. Tijdens het veldbezoek is geen nest van de blauwe reiger aangetroffen en de locatie lijkt niet geschikt voor een kolonie blauwe reigers. Er is dus geen reden voor nader onderzoek of er sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden, die jaarronde bescherming van de nesten eisen. Dat zou het geval zijn bij grote kolonies op een gunstige locatie bij water, waar geen of weinig andere bomen voorhanden zijn waar blauwe reigers een nest in kunnen bouwen. Voor een enkel of enkele nesten in een bebouwde omgeving met veel bomen gelden deze zwaarwegende omstandigheden in ieder geval niet.
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
15/20
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
16/20
Analyse en toetsing van mogelijke effecten In het projectgebied zijn verschillende algemene broedvogels aanwezig of te verwachten. Soorten beschikkend over een jaarrond beschermd vast nest werden niet verwacht, en het nader onderzoek in het broedseizoen heeft aangetoond dat zij inderdaad niet aanwezig zijn. Bij de voorgenomen ontwikkelingen in de tuin volstaat het om rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Dat kan door buiten het broedseizoen te werken of door het tijdig nemen van voorzorgsmaatregelen. Aan te bevelen is om bij de uitvoering te werken conform een Ecologisch Werkprotocol dat voldoet aan de wettelijke vereisten.
3.7
Overige soortgroepen
Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten De wadi in het plangebied is door het volledig begroeide karakter ongeschikt als voortplantingswater voor amfibieën. Omdat in de omringende tuinen ongetwijfeld vijvers en wadien aanwezig zijn is vrijwel zeker dat zwervende exemplaren van algemene soorten (gewone pad, groene en bruine kikker, watersalamander) het plangebied doorkruisen. Een soort als de strikt beschermde rugstreeppad is hier niet verwachten: geschikte voortplantingswateren zijn in de ruime omgeving niet aanwezig. Het plangebied wordt daarvan bovendien gescheiden door vele wegen, wijken en bouwland. Reptielen zijn van natuurgebieden in de zeer ruime omgeving bekend, maar zijn gezien de afstand tot de woonwijk evenmin te verwachten. Omdat de wadi periodiek droogvalt is de aanwezigheid van vis geheel uit te sluiten. Het plangebied is daarnaast ongeschikt als leefgebied van beschermde soorten onder ongewervelden bevonden. Zij zijn hier nooit aangetroffen en zijn er niet te verwachten. Analyse en toetsing van mogelijke effecten Een effect van de voorgenomen activiteit op overige soorten en soortgroepen is niet relevant.
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
17/20
4
Natuurbeleidskaders
4.1
Toetsingskader
Het beleidskader van de overheid dat niet in wetgeving is vastgelegd bestaat uit: •
Provinciaal beleid: •
4.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS).
Natuurnetwerk Nederland
Toetsingskader De wettelijke bescherming (Wro) van het NNN is geregeld via het bestemmingsplan. Het NNN voor de provincie Noord-Holland vastgelegd in de provinciale ruimtelijke verordening. De afweging voor ingrepen in het NNN gaat volgens het ‘nee, tenzij-principe’. In onderstaand schema is dit stapsgewijs weergegeven. Ingrepen met een significant negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden mogen niet plaatsvinden, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang en indien er geen alternatieven zijn. Indien bij een ingreep schade wordt aangericht aan een NNN-gebied, dan dient dit in ieder geval gemitigeerd te worden. De resteffecten aan verlies van kwaliteit en/of oppervlakte dient te worden gecompenseerd. Daarnaast kan salderen van positieve en negatieve effecten op het NNN uitkomst bieden om projecten in het NNN te realiseren. Het verkennend natuuronderzoek geeft inzicht in de ligging van NNN gebieden in de omgeving van het plangebied en de noodzaak voor het doorlopen van ‘nee, tenzij, procedure’. In de provincie Noord-Holland is de externe werking van het NNN niet van toepassing. Een ‘nee, tenzij-toets’ behoeft alleen te worden doorlopen indien er sprake is van een RO-procedure met betrekking tot wijziging van de bestemming van het plangebied.
Schema: Het ‘nee, tenzij’-principe van het compensatiebeginsel.
Inventarisatie Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Een zoekgebied oostelijk van bestaande delen van het Natuurnetwerk grenst aan de bebouwde kom van Hilversum. Een dichtbijgelegen uitloper van dat zoekgebied ligt op een afstand van enkele honderden meters van het plangebied. Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
18/20
De ligging van het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk is weergegeven in figuur 4.1.
Fig. 4.1 Ligging plangebied ten opzichte van begrenzing ‘zoekgebied ’Natuurnetwerk Nederland
Analyse en toetsing effecten De werkzaamheden vinden ruim buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk plaats, van een directe ingreep is geen sprake. Mogelijke indirecte effecten zijn gelijk aan die beschreven in de voorgaande hoofdstukken: verstoring van natuurwaarden binnen het Natuurnetwerk als gevolg van het door de werkzaamheden geproduceerde licht of geluid is niet aan de orde. Voor de provincie Noord-Holland geldt dat externe werking niet van toepassing is. Vervolgstappen zijn niet nodig.
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
19/20
5
Conclusies
5.1
Wet natuurbescherming
5.1.1
Wet natuurbescherming: onderdeel Natura 2000-gebieden
Er is één Natura 2000-gebied aanwezig in de relatieve nabijheid van het plangebied. Dit betreft het Natura 2000-gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’ op een afstand van drie kilometer. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen direct effect op de kwalificerende natuurwaarden van dit Natura 2000-gebied. Een indirect effect (externe werking N2000) als gevolg van extra stikstofdepositie is echter niet op voorhand uit te sluiten. Een AERIUS berekening kan inzicht geven in de mogelijke toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
5.1.2
Wet natuurbescherming: onderdeel soortenbescherming
Nader onderzoek heeft uitgewezen dat geen vaste verblijfplaats in de vorm van een paarplaats van de beschermde, niet-vrijgestelde, gewone dwergvleermuis in het plangebied aanwezig is. Ook een kraamkolonie of winterverblijfplaats is niet aangetroffen. De aanwezigheid van vogelsoorten beschikkend over een jaarrond beschermd, vast nest in het gebouw is volledig uit te sluiten. Zeker is dat algemene vogelsoorten wel in het plangebied tot broeden komen. De voorgenomen ontwikkeling is niet van invloed op de verblijfplaats van een gewone dwergvleermuis of een vogelsoort beschikkend over een jaarrond beschermd, vast nest. Het kan wel van invloed zijn op broedende vogels. Het aanvragen van een ontheffing gericht op het mogen verstoren van broedende vogels is niet aan de orde; deze kan en wordt niet afgegeven. Door het nemen van passende voorzorgsmaatregelen kan het verstoren van broedvogels worden voorkomen en in overeenstemming met de wet gehandeld worden.
5.2
Natuurbeleidskaders
Natuurnetwerk Nederland De voorgenomen werkzaamheden hebben geen effect op beschermde gebieden in het kader van het NNN. Er is geen nader veldonderzoek of effectonderzoek noodzakelijk. Ook maatregelen om effecten te beperken zijn niet aan de orde.
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
20/20
Samenvattende tabel Effecten
Wet natuurbescherming, Natura 2000gebieden
· Stikstof
Wet natuurbescherming, soortenbescherming
· Broedvogels · Vleermuizen
Natuurnetwerk Nederland
· Geen
Nader veld
Nader effect
onderzoek
onderzoek
· Geen
· AERIUS
· Uitgevoerd · Geen verblijfplaats · Uitgevoerd
Mitigerende maatregelen*
Nadere
· Afhankelijk
· Afhankelijk
resultaat AERIUS
resultaat AERIUS
· Preventieve
· Geen
· Geen
maatregelen (algemene broedvogels)
en of vaste nesten
· Geen
procedure
· Geen
· Geen
Sweco | Actualisatie verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Projectnummer 51006013 - 51014248 Datum 13-12-2022
Versie D3
Document referentie NL22-648800269-38750 https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/s1006013 actualisatie natuurtoets heuvellaan 50 - 2022 .docx
21/20