CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling flexwoningen Circusterrein

GEMEENTERAAD 11 december 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Advies buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) flexwoningen Circusterrein (1589095)4.738 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Flexwoningen Circusterrein Hilversum [PN/V2/24.10.16]

Inleiding Het Circusterrein aan de Diependaalselaan in Hilversum is de laatste grote binnenstedelijke (her)ontwikkelingslocatie in eigendom van de gemeente Hilversum. Omdat definitieve planvorming een langdurig proces is, is het plan opgevat om (een deel van) het Circusterrein tijdelijk in te zetten voor (flex)huisvesting, ook gezien de urgente situatie op de woningmarkt. Met de komst van de flexwoningen wordt tegemoetgekomen aan de behoeften van woningzoekenden zoals starters, spoedzoekers en woningzoekenden met een cruciaal beroep. De flexwoningen bestaan uit een mix van één-, twee- en driekamerwoningen en zijn kwalitatief gelijk aan reguliere woningen. De woningen blijven maximaal vijftien jaar staan op het Circusterrein en gaan dan naar een andere locatie. Voor de realisatie van het bouwplan is een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) nodig. Voordat deze vergunning kan worden verleend, moet de gemeente Hilversum besluiten of voor het voorgenomen project een milieueffectrapport moet worden opgesteld.

Toetsing aan het Omgevingsbesluit Afdeling 16.4 van de Omgevingswet bevat de regelgeving over milieueffectrapportage. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Het gaat dan om de projecten genoemd in kolom 1, in gevallen als genoemd in kolom 3. De voorgenomen bouw van de flexwoningen is aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject. De activiteiten die met deze vergunningaanvraag mogelijk worden gemaakt, staan genoemd in kolom 3 van het onderdeel J11, aangezien met het project de aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject mogelijk wordt gemaakt. Op grond van artikel 11.6 lid 3 van het Omgevingsbesluit wordt onder ‘het omgevingsplan’ in kolom 4 ook ‘de omgevingsplanactiviteit’ verstaan. Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het project Flexwoningen Circusterrein m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In deze aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling (de ‘mededeling’ op grond van artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit) staat de informatie die het bevoegd gezag nodig heeft om te bepalen of voor het voorgenomen project een milieueffectrapport moet worden gemaakt.

Achtereenvolgens wordt ingegaan op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van mogelijke effecten.

Flexwoningen Circusterrein Hilversum Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling V2, oktober 2024 Pagina 1 van 12

In deze m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of bij het project aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Als aanzienlijke milieueffecten niet zijn uitgesloten, moet voor het project een m.e.r.procedure worden doorlopen en moet een milieueffectrapport worden gemaakt. Als aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten, is voor het project geen milieueffectrapport nodig.

Kenmerken van het project Het initiatief betreft de realisatie van 379 flexwoningen. Deze worden gebouwd aan de noordzijde van de projectlocatie, langs de Diependaalselaan. In samenhang met de bouw van de flexwoningen wordt de openbare ruimte rondom de flexwoningen opnieuw ingericht. Zie voor een overzicht van de nieuwe situatie figuur 1. In deze tekening zijn de bouwblokken geprojecteerd in de (heringerichte) openbare ruimte.

Figuur 1 Nieuwe situatie flexwoningen Circusterrein (bron: gemeente Hilversum)

Het ontwerp voor de flexwoningen is opgesteld door Studio Selva, in opdracht van de Alliantie Ontwikkeling. Het uitgangspunt van het ontwerp is een heldere stedenbouwkundige opzet met verbeterde toegankelijkheid van de locatie, voor zowel nieuwe bewoners als omwonenden. De bestaande groenstrook wordt getransformeerd naar een nieuw park dat een schakel vormt in de parkzone van Kerkelanden. Het ambitieniveau van het bouwplan is hoog en ook hoger dan bij vergelijkbare tijdelijke projecten. Ondanks dat het om tijdelijke woningen gaat, wordt Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) niveau permanent gehanteerd, met zowel technische als ruimtelijke verbeteringen, zoals privé buitenruimtes en bergingen. Flexwoningen Circusterrein Hilversum Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling V2, oktober 2024 Pagina 2 van 12

In figuur 2 is ter illustratie een overzicht van de bouwblokken opgenomen.

Figuur 2 Ontwerp flexwoningen (bron: Studio Selva)

De openbare ruimte rondom de flexwoningen wordt heringericht tot park, waarin behalve nieuwe bomen ook overige beplanting als (sier)gras, vaste planten heesters, en wadi’s een plaats krijgen. Het gebruik van fiets en openbaar vervoer wordt gestimuleerd. In het ontwerp wordt langzaam verkeer gescheiden van auto’s. De parkeerplaatsen zijn langs de randen van de kavel gesitueerd (zie figuur 1).

Plaats van het project De locatie van het project is het noordelijke deel van het Circusterrein aan de Diependaalselaan, tussen de Kerkelandenlaan en de Loosdrechtseweg. Zie de witte rechthoek in figuur 3. De projectlocatie ligt ten zuidwesten van het centrum van Hilversum, ingeklemd tussen de Diependaalselaan, de Kerkelandenvijver en het bedrijventerrein Kerkelanden. De ontsluiting van het terrein vindt plaats via een ventweg langs de Diependaalselaan. Aan de overzijde van de Diependaalselaan staan woningen, langs de Wolvenlaan. Aan de oostzijde bevinden zich bedrijven, een gasdrukmeet- en regelstation van de Gasunie en een scoutinggebouw. Langs de Kerkelandenvijver-Zuid aan de zuidwestzijde heeft de locatie een groene uitstraling. Aan de overzijde van het water staan drie woontorens. Aan de noordwestzijde tenslotte, aan de

Flexwoningen Circusterrein Hilversum Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling V2, oktober 2024 Pagina 3 van 12

Kerkelandenlaan, zijn gelegen de Emmauskerk, het Gezondheidscentrum Kerkelanden en AniCura Dierenkliniek.

Figuur 3 Locatie plangebied flexwonen (bron: gemeente Hilversum)

Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is Oostelijke Vechtplassen, op meer dan 1,6 km afstand van de projectlocatie. De projectlocatie en het omliggende gebied is niet in historisch of cultureel opzicht van belang. Gezien de locatie kan ook worden geconcludeerd dat de eventuele effecten van het voorgenomen project geen (lands)grensoverschrijdend karakter hebben.

Kenmerken van mogelijke effecten Hieronder wordt een beschrijving gegeven van de (mogelijk aanzienlijke) milieueffecten van het project. Daar waar noodzakelijk worden deze effecten nader gemotiveerd aan de hand van uitgevoerd onderzoek. De onderzoeken die ten behoeve van het project zijn uitgevoerd, zijn gebaseerd op een eerdere versie van het Voorlopig Ontwerp van Studio Selva (2211_VO2_10-072024_BOPA, gedateerd 10 juli 2024), waarin 380 flexwoningen zijn opgenomen. Nadere uitwerking van de aspecten brandveiligheid en vluchtwegen heeft geleid tot een definitief Voorlopig Ontwerp

Flexwoningen Circusterrein Hilversum Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling V2, oktober 2024 Pagina 4 van 12

(gedateerd 27 september 2024) met 379 woningen. Het ontwerp van 10 juli 2024 wordt beschouwd als ‘worst case’ voor de milieuaspecten.

Bodem Milieutechniek ZVS Eemnes BV heeft in augustus 2023 op de projectlocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Onderzocht is een gebied van ruim 28.000 m2, waarbij zijn onderscheiden het gronddepot, de parallelweg en het resterende terrein dat hoofzakelijk bestaat uit openbaar groen. Het bodemonderzoek heeft betrekking op zowel het plangebied als de ten zuidwesten daarvan gelegen groenstrook, tot aan de Kerkelandenvijver-Zuid. Ter plaatse van het (inmiddels verplaatste) gronddepot komt zuidwestelijk bijmenging aan baksteen in de bovengrond voor. Ongeacht deze bijmenging is de bovengrond licht verontreinigd met PAK, PCB’s en minerale olie. In de laag hieronder komen kwik en PCB’s in lichte mate voor. De resterende ondergrond is niet verontreinigd bevonden. Het grondwater is licht verontreinigd met koper, molybdeen of xylenen. Nadat de gronddepots in de tweede helft van 2023 zijn verwijderd, is in januari 2024 aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd, door ZVS milieu. Hoewel in de bovengrond bijmenging aan grind, baksteen, puin en ballast is aangetroffen, is de grond hooguit licht verontreinigd met minerale olie, PAK en PCB’s. Dergelijke gehalten zijn in de omgeving van het voormalige depot ook in de bovengrond aangetroffen en daarmee is de kwaliteit vergelijkbaar met die van het resterende terreindeel.

Hoewel in de verkennende fase asbesthoudend plaatmateriaal op maaiveld werd aangetroffen, blijkt de grond ter hoogte van deze vindplaats niet met asbest verontreinigd. Ook de grond met bijmenging ter hoogte van het voormalige depot van asfaltgranulaat is niet met asbest verontreinigd. De parallelweg ligt direct op zand. In de bovengrond ter plaatse zijn geen verontreinigingen aangetoond. Op het resterende terrein komen in de bovengrond lichte verontreinigingen voor met kwik, PAK en/of PCB’s. Dit maakt de kwaliteit vergelijkbaar met die van het gronddepot. Dergelijke gehalten werden op basis van het vooronderzoek verwacht en zijn geen ongewoon verschijnsel in de regio. Hoewel hiermee de hypothese ‘verdacht’ is bevestigd, is een nader onderzoek niet noodzakelijk. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen vastgesteld. Sliblagen zijn in de bovenste meter grond niet opgeboord. Het grondwater is op een viertal plekken onderzocht. Dit blijkt licht verontreinigd met koper, molybdeen, xylenen en/of naftaleen. De aangetroffen gehalten aan koper en xylenen zijn in de omgeving vaker in deze mate vastgesteld en daarmee regionaal voorkomend. Na verwijdering van de begroeiing (voorzien in de tweede helft van 2024) wordt het resterende terrein in opdracht van de gemeente nog aanvullend onderzocht op de aanwezigheid van asbest.

Het uitgevoerde bodemonderzoek wijst uit dat er, rekening houdend met het feit dat een gedeelte van het terrein nog aanvullend dient te worden onderzocht, geen milieutechnische belemmeringen zijn voor de voorgenomen herinrichting van de projectlocatie. Voor het gebruik als wonen (met tuin) hoeft de grond niet gesaneerd te worden. Ook met ingang van de Omgevingswet voldoet de bodem voor het voorgenomen gebruik en wordt voldaan aan het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het loodgehalte in de bodem ligt ruim beneden de risicogrens van de GGD voor spelende kinderen. Er zijn voor het werken in de grond geen veiligheidsklassen van toepassing voor de Flexwoningen Circusterrein Hilversum Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling V2, oktober 2024 Pagina 5 van 12

arbeidsomstandigheden. Eventuele bemaling en lozing van het water op het hemelwaterriool is met de aangetroffen gehalten mogelijk.

Natuur De voorgenomen (bouw)activiteiten kunnen gevolgen hebben voor soorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming of gevolgen voor nabijgelegen beschermde gebieden. Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot heeft in 2023 een quickscan uitgevoerd in het kader van de natuurwetgeving. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Het ecologisch onderzoek heeft betrekking op zowel het plangebied als de ten zuidwesten daarvan gelegen groenstrook, tot aan de Kerkelandenvijver-Zuid. Op grond van de quickscan wordt geconcludeerd dat negatieve effecten van de plannen op beschermde soorten (indien deze in het onderzochte gebied aanwezig zijn) niet zijn uit te sluiten. Er is nader soortgericht ecologisch onderzoek nodig ten aanzien van Buizerd, Ransuil, Sperwer, marterachtigen, Eekhoorn en in bomen verblijvende vleermuizen Ruige dwergvleermuis en Rosse vleermuis. Dit onderzoek is uitgevoerd tussen september 2023 en juli 2024. Tijdens het vervolgonderzoek zijn Das en vier soorten vleermuizen aangetroffen. Sperwer, Buizerd, Ransuil, Boommarter, Steenmarter en kleine marterachtigen konden niet worden vastgesteld. In het plangebied komen geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voor. In het plangebied kunnen wél broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen.

Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een vergunning is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen duurt ruwweg van half maart tot eind juli. In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen aanwezig van beschermde, niet-vrijgestelde zoogdieren. Ook biedt het plangebied geen essentieel leefgebied voor deze soorten. De aangetroffen Das betreft een zwervend exemplaar uit de bekende leefgebieden buiten de stad. In het plangebied zijn verblijvende vleermuizen aangetroffen. Het gaat om een verblijfplaats van de Ruige dwergvleermuis. Indien werkzaamheden worden verricht aan de boom waarin de verblijfplaats van Ruige dwergvleermuis is aangetroffen, ofwel aan bomen in de directe invloedsfeer daaromheen, moet gewerkt worden onder een goedgekeurde gedragscode of moet een vergunning worden aangevraagd1. De ten aanzien van de Ruige dwergvleermuis noodzakelijke compenserende maatregel (ophangen vleermuiskasten) is in januari 2024 uitgevoerd. Het foerageergebied voor vleermuizen binnen het plangebied maakt slechts een klein deel uit van een veel groter foerageergebied en is geen essentieel deel van het leefgebied. De vleermuizen kunnen derhalve uitwijken.

De in het onderzoek vastgestelde vliegroute in het plangebied is op grond van de daar gevonden aantallen vleermuizen en vergelijkbare lijnelementen in de omgeving, die als alternatief gebruikt kunnen worden, niet beoordeeld als essentieel.

1

De werkzaamheden op het Circusterrein worden uitgevoerd onder een goedgekeurde gedragscode.

Flexwoningen Circusterrein Hilversum Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling V2, oktober 2024 Pagina 6 van 12

Stikstof Omdat de voorgenomen (bouw)activiteiten leiden tot emissie van stikstof is onderzocht welke de effecten zijn van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot heeft een Aerius berekening gemaakt voor de gebruiksfase en een Aerius berekening voor de aanlegfase. Bij beide berekeningen is de meest recente versie van de rekentool ‘Aerius’ (AERIUS 2024.0.1, 2024) gebruikt. De totale bijdrage van de referentiesituatie (gebruik opslagdepot en verkeersaantrekking) is berekend op 88 kg NOx/jaar en 1,8 kg NH3/jaar. De totale bijdrage van de aanlegfase (inzet mobiele werktuigen en verkeersaantrekking aanleg) komt uit op 90,8 kg NOx/jaar en 3,0 kg NH3/jaar. De totale bijdrage van de gebruiksfase (alleen verkeersaantrekking, de woningen zijn gasloos) komt uit op 139,4 kg NOx/jaar en 12,4 kg NH3/jaar. Uit de Aerius berekeningen volgt een maximale projectbijdrage op Natura 2000-gebieden van de aanleg en het gebruik van de flexwoningen van 0,01 mol/ha/jaar (zonder saldering). Bij (interne) saldering van het bestaande gebruik op de referentiedatum blijkt dat de huidige projectbijdrage van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd.

Luchtkwaliteit Door M+P Raadgevende ingenieurs is onderzocht of vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit er belemmeringen bestaan voor het realiseren van tijdelijke flexwoningen op de projectlocatie. Er is getoetst aan de bepalingen met betrekking de kwaliteit van de buitenlucht zoals vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. In het onderzoek luchtkwaliteit is de luchtkwaliteit in de aangevraagde situatie in beeld gebracht. Hierbij is rekening gehouden met de volgende bronnen in de omgeving: de verkeersaantrekkende werking vanwege het bouwplan en de verplaatsing van het (tijdelijke) gronddepot van de gemeente Hilversum. Voor het onderzoek naar de bijdrage van de extra voertuigbewegingen is gebruikt gemaakt van de zgn. NIBM-tool. De afkorting NIBM staat voor ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Er dient getoetst te worden of de activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 μg/m3 of minder. Voor het onderzoek naar de bijdrage van het gemeentelijke gronddepot worden de concentraties van de maatgevende stoffen stikstofoxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) berekend met het STACKS-rekenmodel. Uit het onderzoek volgt dat wat betreft de extra verkeersbewegingen wordt voldaan aan de NIBMgrens van 1,2 μg/m3.

Flexwoningen Circusterrein Hilversum Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling V2, oktober 2024 Pagina 7 van 12

Verder volgt uit het onderzoek dat de bijdrage van het plan vele malen lager is dan 15 μg/m3 (het kleinste verschil tussen grenswaarde en de waarde van het toetspunt, in dit geval van PM2,5) en niet leidt tot overschrijding van een grenswaarde. De berekende jaargemiddelde concentraties voor NO2, PM10 en PM2,5 vanwege het gemeentelijke gronddepot op de woningen voldoen aan de grenswaarden. Het aantal overschrijdingsdagen van de daggemiddelde grenswaarde voor concentraties NO2 en PM10 is lager dan het maximaal toegestane aantal dagen. M+P concludeert dat vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit er geen belemmeringen bestaan voor het realiseren van het bouwplan.

Geluid Door M+P Raadgevende ingenieurs is onderzocht of vanuit het oogpunt van wegverkeerslawaai en omliggende bedrijvigheid er belemmeringen bestaan voor het realiseren van tijdelijke flexwoningen op de projectlocatie. Er is getoetst aan de bepalingen in de Omgevingswet. Het berekende geluid op de geluidgevoelige gebouwen is getoetst: • •

vanwege het wegverkeer aan de standaard- en grenswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving; vanwege de (bedrijfs)activiteiten aan het omgevingsplan van de Gemeente Hilversum.

Op grond van de akoestische berekeningen kunnen de volgende conclusies worden getrokken. Vanwege de gemeentelijke wegen bedraagt het maximaal berekende geluid 61 dB Lden. Deze waarde overschrijdt de standaardwaarde voor wegverkeerslawaai met 8 dB. Voor het reduceren van het geluid vanwege de gemeentelijke wegen zijn verschillende maatregelen overwogen: • • •

•

geluidsreducerend asfalt: dit is reeds is toegepast, namelijk SMA-NL 8G+; geluidsschermen: deze zijn gezien de afstand en ligging van de Diependaalselaan ten opzichte van het bouwplan praktisch gezien niet toepasbaar; loggia’s of geluidschermen aan de gevel (vliesgevel of silent air window): deze zullen kostentechnisch niet toepasbaar zijn aangezien gebruik wordt gemaakt van standaardunits en het een groot aantal units betreft; bovendien zijn de kosten voor dergelijke maatregelen dermate hoog dat deze niet in verhouding staan tot het doel dat met het project wordt beoogd (tijdelijke, sociale woningbouw); het zodanig aanpassen van de indeling van de woningen dat de slaapkamers zich bevinden aan de minst belaste zijde: knelpunt hierbij is dat bij veel woonunits de slaapkamer dan tegen de gangzijde moet worden gesitueerd, hetgeen problemen oplevert met betrekking tot ventilatie en lichtinval.

De standaardwaarde wordt overschreden bij 153 woningen (met 1 tot max. 8 dB). Het is op grond van artikel 4.103 van het Besluit bouwwerken leefomgeving vereist dat de karakteristieke geluidwering niet kleiner is dan het verschil tussen het gezamenlijke geluid en 33 dB. Om hieraan te voldoen zijn maatregelen nodig. Deze worden uitgewerkt in een nader onderzoek naar de gevelopbouw van de flexwoningen. Omdat sprake is van overschrijding van de standaardwaarde moet een afweging worden gemaakt ten aanzien van de aanwezigheid van een geluidsluwe gevel. Alle woningen in het bouwplan, op 26 Flexwoningen Circusterrein Hilversum Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling V2, oktober 2024 Pagina 8 van 12

woningen na, zijn voorzien van een geluidsluwe zijde. Bij deze 26 woningen wordt de standaardwaarde overschreden (met 1 – 4 dB, zie tabel IV in bijlage C). De gemeente moet in deze situatie het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidsluwe gevel betrekken bij de besluitvorming. Met betrekking tot de bedrijvigheid in de omgeving zijn de activiteiten van AniCura Dierenkliniek, Scouting Zuiderkruis, Gooiland Elektra B.V. en het gemeentelijk gronddepot beschouwd. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies wordt voor alle bedrijven voldaan aan de grenswaarde uit stap 2 van de VNG handreiking. Wat betreft het gemeentelijke gronddepot voldoen tevens de berekende waarden aan het omgevingsplan. M+P concludeert dat vanuit het oogpunt van de bedrijvigheid er geen belemmeringen bestaan voor het realiseren van het bouwplan.

Omgevingsveiligheid Het planvoornemen maakt geen nieuwe of uitbreiding van bestaande risicovolle milieubelastende activiteiten in het kader van externe veiligheid mogelijk. Wel zijn de te bouwen flexwoningen conform bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving te kwalificeren als kwetsbare gebouwen. Het planvoornemen is daarmee relevant in het kader van externe veiligheid. De relevante risicovolle milieubelastende activiteiten in de omgeving van het plangebied zijn twee hogedruk aardgasleidingen en een gasdrukmeet- en regelstation van de Gasunie. Deze zijn getoetst in het kader van externe veiligheid. De conclusies ten aanzien van de beide hogedruk aardgasleidingen zijn als volgt: •

•

•

De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar (PR10-6; 0 meter) ligt op de leiding binnen het plangebied, maar buiten het planvoornemen. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Het plangebied en het planvoornemen liggen binnen het brandaandachtsgebied van beide buisleidingen. Er worden kwetsbare gebouwen gerealiseerd binnen de aandachtsgebieden. De gemeente Hilversum moet een afweging maken of zij deze situatie verantwoord vindt. Conform het Besluit kwaliteit leefomgeving betekent dit dat de gemeente moet overwegen om al dan niet brandvoorschriftengebieden aan te wijzen. Het plangebied ligt binnen het belemmeringengebied van 4 meter van beide buisleidingen. Binnen het belemmeringengebied worden alleen parkeerplaatsen gerealiseerd en worden geen woningen gebouwd. Het belemmeringengebied is daarmee geen beperking voor het planvoornemen.

De conclusies ten aanzien van het gasdrukmeet- en regelstation zijn als volgt: •

•

De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar (PR10-6; 15 meter) ligt binnen het plangebied, maar buiten het planvoornemen. De woningen in het planvoornemen worden buiten de PR10-6 per jaar contour gerealiseerd. Hiermee vormt het plaatsgebonden risico van deze risicovolle milieubelastende activiteit geen belemmering voor het planvoornemen. Bij het gasdrukmeet- en regelstation zijn afblaasleidingen aanwezig welke een veiligheidsafstand hebben van 46 meter. Het plangebied ligt binnen de veiligheidsafstand maar de woningen worden daar buiten gerealiseerd. De veiligheidsafstand vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

Flexwoningen Circusterrein Hilversum Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling V2, oktober 2024 Pagina 9 van 12

Over het aspect externe veiligheid in relatie tot de bouw van de flexwoningen heeft overleg plaatsgevonden met de brandweer (Veiligheidsregio Gooi- en Vechtstreek) en de Gasunie.

(Afval)water Met het oog op de toekomstige ontwikkelingen in het plangebied is door Sweco een inventariserend vooronderzoek met betrekking tot de waterhuishouding en riolering uitgevoerd. In dit vooronderzoek zijn de waterhuishoudkundige randvoorwaarden onderzocht ten aanzien van de (tijdelijke) inrichting van het terrein, vanuit het principe dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze worden meegewogen bij de besluitvorming over de plannen. Tevens is in de rapportage van Sweco een civieltechnische uitwerking opgenomen ten aanzien van de afvoer van hemelwater en afvalwater vanuit het plangebied. In het plangebied, gelegen op de hogere zandgronden in ’t Gooi, is geen oppervlaktewater aanwezig. Wel ligt aan de zuidwestzijde van het plangebied de Kerkelandenvijver-Zuid, beheergebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Hemelwater dat in het gebied infiltreert kwelt op in het lager gelegen Vechtplassengebied ten westen van Hilversum. De bodem bestaat tot 160 m onder maaiveld uit zandgrond. Op 50 m onder maaiveld komen lokaal kleilagen voor. Het maaiveld in het plangebied ligt tussen de +1,9 en +2,2 m NAP. Het Circusterrein ligt in een gebied met een grondwaterstand variërend tussen de 1 en 3 meter onder maaiveld.

Tussen de flexwoningen en de vijver bevindt zich een groenstrook, deze wordt ingericht als parkzone waarin ook waterbergende voorzieningen (wadi’s) een plek krijgen. Ook tussen de flexwoningen zijn wadi’s voorzien. De toegangswegen rondom de woonblokken worden aangelegd in elementenverharding met aangrenzende waterpasserende parkeervakken. Het (huishoudelijke) afvalwater vanuit de flexwoningen wordt aangesloten op het vuilwaterriool van de gemeente Hilversum. Voor het afvoeren van dit afvalwater beschrijft Sweco twee mogelijkheden: • •

via een nieuwe leiding over het Circusterrein direct naar het hoofdgemaal; via lozing op de bestaande dwa-leiding (afvalwater) in de Kerkelandenlaan, na vergroting van deze leiding.

Aansluiting op de bestaande dwa-leiding in de Diependaalselaan is niet mogelijk omdat de capaciteit van de riolering daar al volledig wordt benut. Bij eerstgenoemde optie is een voorwaarde dat op de juiste hoogte op het gemaal en/of de aanvoerende leidingen kan worden aangesloten. Verder moet bij deze optie het bestaande (nog te verplaatsen) hemelwaterriool worden gekruist. En ook kan de afvoerrichting over het Circusterrein in oostelijke richting een belemmering vormen voor de toekomstige inrichting van fase 2 van dit terrein. Bij het ontwerpen van de dwa-leiding gelden diverse randvoorwaarden, omdat het nieuwe rioolstelsel deel gaat uitmaken van een bestaand stelsel waarvan de berging niet mag achteruitgaan: • •

het dwa-stelsel moet in geval van gemaalstoring de afvalwaterhoeveelheid van 1 etmaal kunnen bergen (dit is minimaal 120 m3); de maximale vulling tijdens de maatgevende dwa-omstandigheden is 50% (de minimaal benodigde diameter voor een dwa-riool is Ø250).

Flexwoningen Circusterrein Hilversum Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling V2, oktober 2024 Pagina 10 van 12

Met name de bergingseis (bij gemaalstoring) in combinatie met voldoende stroomsnelheid (regulier functioneren) kan een uitdaging zijn, omdat hier veel appartementen lozen op een relatief klein stelsel. Het vrijkomende hemelwater van de flexwoningen mag, in tegenstelling tot het beleid van de gemeente dat voorschrijft dat hemelwater op eigen terrein moet worden opgevangen, gebruikt en/of geïnfiltreerd in de bodem, afstromen naar de direct aan het pand en/of perceel grenzende openbare ruimte. In de groenstrook tussen de flexwoningen en de vijver moet voldoende aanvullende waterberging worden gerealiseerd om 70 mm van de flexwoningen afstromend hemelwater op te vangen zonder dat dit leidt tot schade en bij voorkeur ook beperkte hinder geeft. Bij eventuele toekomstige aan- of verbouw waarbij uitbreiding van het dakoppervlak c.q. verharding plaatsvindt, geldt dat de neerslag op eigen terrein moet worden geborgen, hergebruikt en/of geïnfiltreerd. Bij de bouw van de flexwoningen moet bodemverontreiniging als gevolg van de infiltratie van hemelwater (o.a. door uitloging van bouwmaterialen) worden voorkomen. In de openbare ruimte worden daarnaast mitigerende maatregelen onder de waterpasserende parkeervakken genomen om eventuele verontreinigingen vast te leggen.

Bij het inrichtten van de openbare ruimte moet er voor worden gezorgd dat geen schade door hemelwateroverlast vanuit de openbare ruimte (water in gebouwen) ontstaat bij een neerslag van 70 mm in een uur. De neerslag moet binnen het plangebied over het maaiveld (verhard en onverhard) veilig kunnen afstromen naar de waterbergende voorzieningen (in de vorm van wadi’s en greppels) aan de zuidwestzijde van het plangebied. Indien nodig moet afstromend hemelwater tijdelijk in de openbare ruimte worden geborgen (in de woonstraten, verlaagd groen en parkeervakken), op locaties waar dat geen schade en bij voorkeur ook beperkte hinder geeft. Om een volgende bui te kunnen opvangen, moet de waterberging in de infiltratievoorziening binnen 48 uur of sneller weer geheel beschikbaar zijn. Dit betekent dat de afmetingen van de infiltratieberging en de lokale infiltratiecapaciteit op elkaar afgestemd moeten zijn. Het plangebied ligt lager dan de omgeving en loopt af in zuidwestelijke richting. Om schade en/of wateroverlast te voorkomen moeten de straten en de parkeervakken minimaal op hetzelfde maaiveldniveau worden gebracht als de Diependaalselaan (+2,2 m NAP). Het vloerpeil van de gebouwen moet minimaal 0,3 m hoger komen te liggen dan het omliggende maaiveld (of kruin openbare weg). Dit is +2,5 m NAP of hoger.

Het ontwerp gaat uit van +0,4 m mv (+2,6 m NAP), in overeenstemming met gemaakte afspraken tussen de partijen. De bodemingrepen in relatie tot het bouwplan zijn beperkt. Alleen ter plaatse van de liftputten en kabels en leidingen zal dieper worden gegraven. Bij ondergrondse bouw moet deze waterdicht worden uitgevoerd en moet rekening worden gehouden met de maximale grondwaterstanden. Om grondwateroverlast te voorkomen moet bij het bouwrijp maken van grond worden gestreefd naar een ontwatering van minimaal 1,5 m onder het maaiveld. In de huidige situatie is in het plangebied geen verharding aanwezig. Plaatsing van de flexwoningen en herinrichting van de openbare ruimte hier omheen betekent een toename aan verhard oppervlak van 11.444 m2 (bouwblokken, toegangswegen en paden). De parkeervakken worden als halfverharding (grasbetonstenen) uitgevoerd, op een poreuze onderlaag met een doorlatendheid van 90 l/s/ha ofwel 32 mm/uur. Daarmee worden de parkeervakken als onverhard beschouwd. Het totale verhard oppervlak daalt daarmee naar 10.539 m2. Dit resulteert in een benodigde Flexwoningen Circusterrein Hilversum Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling V2, oktober 2024 Pagina 11 van 12

waterberging van 738 m3. Het oppervlak van de bergingsvoorzieningen (wadi’s) in het ontwerp van de openbare ruimte rondom het bouwplan is ca. 1.595 m2, inclusief de taluds van de wadi’s. Aan de hand van de benodigde berging en de aanname dat de talud 1:1 wordt, resulteert dit in een minimale diepte van 0,55 m. Uitgaande van een waking tot de rand van de buffers van 0,05 m, komt de minimale diepte uit op 0,6 m. De wadi’s worden via duikers of roostergoten met elkaar verbonden. Dit is nodig om het water te verdelen over de verschillende bergingen. Er is ook een overloop naar het oppervlaktewater nodig. Onder normale omstandigheden kan het water infiltreren. Wanneer de 70 mm wordt overschreden voeren de buffers af naar de Kerkelandenvijvers. De drempelhoogte van de overloop bepaalt het achterliggende bergingsvolume. Aangezien er een waking van 0,05 m onder maaiveld wordt aangehouden, dient de bovenzijde van de drempel op dit niveau te komen.

Energie en duurzaamheid Qua duurzaamheid is van belang dat de flexwoningen weliswaar tijdelijk op het Circusterrein komen te staan, maar kwalitatief gelijk zijn aan reguliere woningen. Dit betekent dat bij aspecten als milieuprestatie en energiezuinigheid van de flexwoningen wordt uitgegaan van de regels die gelden voor permanente bouw. De flexwoningen zullen voldoen aan de eisen die ten aanzien van duurzaamheid zijn opgenomen in afdeling 4.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (nieuwbouw). Qua energiezuinigheid zijn de flexwoningen bijna energieneutraal. Voor de flexwoningen wordt, na definitieve uitwerking van het bouwplan, een MPG-berekening (MilieuPrestatie Gebouwen) gemaakt. Gestreefd wordt naar een MPG-score van 0,5. De flexwoningen worden zonder gasaansluiting opgeleverd. In de bouwblokken wordt ook geen andere stookinstallatie aangelegd. Qua warmteopwekking zijn warmtepompen voorzien (waarschijnlijk individueel per woning).

Conclusie Toetsing van het project, de realisatie van (tijdelijke) flexwoningen op een gedeelte van het Circusterrein aan de Diependaalselaan, aan de criteria van Bijlage III van de Europese m.e.r. richtlijn leidt tot de conclusie dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.

Flexwoningen Circusterrein Hilversum Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling V2, oktober 2024 Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=13145523-f3d2-4a6d-9c55-6e3c7ec2aa41