Bijlage 4 : 19 geanonimiseerd stuk
Tekst van het document
*
Ontvangen door Informatiebeheer
07 APR. 2022 Gemeente Hilversum T.a.v. Burgemeester & Wethouders en Gemeenteraad van Hilversum Postbus 9900 1201 GM Hilversum
Zaaktypegroep
Hilversum, 5 april 2022 Betreft: zienswijze tegen ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221 en het ontwerp besluit hogere grenswaarde geluid. 1. MILIEU EFFECT RAPPORTAGE (MER) Het college van B&W (in het vervolg aangeduid als B&W) besloot dinsdag 15 februari 2022 om geen milieueffectrapport voor het Chw-bestemmingsplan 1221 op te stellen. Waarom niet? Want volgens de Crisis- en herstelwet moet wel zekerheid worden verkregen dat de milieunormen in de toekomst wel kunnen worden gehaald. Op basis van verschillende verkeers- en milieurapporten en notities kon B&W concluderen dat belangrijke nadelige milieugevolgen niet uitgesloten kunnen worden. En dus kon B&W redelijkerwijs niet besluiten tot het achterwege laten van een milieueffectrapportage. Zo draagt het college bijvoorbeeld kennis van de effecten zoals omschreven in de notitie Hilversum 1221 Aanmeldingsnotitie MER-beoordeling, Sweco, 10-02-2022. Deze Sweco analyse is opgesteld aan de hand van data over bodemverontreiniging, archeologische waarden, monumenten, natuurgebieden, geluidsbelasting, luchtkwaliteit, wettelijke geluidzones, bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid en ecologie. Duidelijk wordt dat de mogelijk cumulatieve effecten van verschillende (milieu)aspecten op alle bewoners (bestaande plus toekomstige) niet zijn gewogen.
Als reden wordt genoemd dat door de afstand tussen de verschillende ontwikkellocaties in 1221 cumulatieve effecten zijn uit te sluiten, dan wel wordt aangenomen dat die effecten verwaarloosbaar zijn. Terwijl onder andere juist uit de verkeerskundige effecten blijkt hoe nauw de ontwikkelingen met elkaar samenhangen. En ook Sweco geeft aan dat verkeer gerelateerde effecten "mogelijk een cumulatief effect kunnen hebben".
B&W kon dus weten dat verkeerskundige aspecten wel degelijk een cumulatief effect kunnen hebben, terwijl cumulatieve milieueffecten niet zijn gewogen voor alle inwoners (nieuw en bestaand). Bovendien wijst Sweco op een toename van het groepsrisico (plus 27%) als aspect van de externe veiligheid binnen het invloed gebied van de spoorlijn. Zeker waar momenteel het groepsrisico al hoger is dan 1.0 mag van de overheid verwacht worden dat nieuw beleid erop gericht is om minder in plaats van meer mensen bloot te stellen aan dit (rest-)risico. Sweco schrijft dat de beschouwde risicobronnen kunnen leiden tot ongevallen die onbeheersbaar kunnen blijven. Dus B&W kon weten dat het groepsrisico van de externe veiligheid toeneemt en tot onbeheersbare ongevallen kan leiden.
2. Geluid Sweco schrijft: De realisatie van woningen in gebieden die een geluidbelasting kennen van boven de maximale ontheffingswaarde schaadt mogelijk de gezondheid van toekomstige bewoners. Sweco concludeert dus dat dat leefomgevingskwaliteit onvoldoende is. Dus B&W kon dus weten dat leefomgevingskwaliteit als onvoldoende wordt bevonden op basis van geluidsbelasting die de maximale ontheffingswaarde ontstijgt. En in dit Chw-bestemmingsplan staat dat bij 'Aanvragen omgevingsvergunning voor grotere ontwikkelingen' een onderbouwing wordt gevraagd dat een veilige en gezonde fysieke leefomgeving wordt gewaarborgd [Regels, Hoofdstuk 8 Procesregels, Artikel 14 Aanvragen omgevingsvergunning gebruiks- en bouwactiviteiten, 14.2]. En waar de leefomgevingskwaliteit onvoldoende is gewaarborgd, voldoet het 1221 plan niet
*
aan het uitgangspunt. Het plan is om het gebied te ontwikkelen tot een centrum-stedelijk milieu met een hoge omgevingskwaliteit. [Notitie stikstofdepositie Hilversum 1221]. En omdat dit plan niet voldoet aan het uitgangspunt is het om die reden niet uitvoerbaar. En omdat het niet uitvoerbaar is voldoet het niet aan de eisen aan een Chw-bestemmingsplan. Dat is B&W zonder twijfel bekend.
Bovendien mag worden aangenomen dat B&W kennis heeft van hoe de Rijksoverheid in lijn met kennisinstituten en mondiale organisaties op het gebied van leefbaarheid en gezondheid adviseren en beleidsrichtlijnen formuleren [bijvoorbeeld de NOVI, het RIVM en de WHO].
De minister schrijft op 23 april 2020 aan de Tweede Kamer over Regie en keuzes in het nationaal omgevingsbeleid (NOVI): Zoals in het ontwerp van de NOVI is verwoord, is de eerste stap bij het nadenken over nieuwe verstedelijkingslocaties altijd het maken van een beeld van de milieu- en leefomgevingskwaliteiten. De nu al bestaande knelpunten op het gebied van omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, geur en geluidsoverlast illustreren het belang hiervan. (...) Na deze eerste stap komt als tweede stap de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar werken/vestigingsklimaat, wonen en voorzieningen in beeld. De gemeente Hilversum werkt ten onrechte met een afwijkende methodiek: zo werd gestart met het bepalen van een fors aantal te bouwen woningen en kantoren, terwijl een volledige MER-rapportage per ontwikkelscenario van bijvoorbeeld 750,1150 of 1800 woningen ontbreekt. Dat klemt temeer daar B&W wel degelijk de nodige kennis bezit om wel zorgvuldig tewerk te gaan: • Kennis over wat de Hilversumse Commissie van Welstand en Monumenten opmerkt ten aanzien van het zogenaamde Beeldkwaliteitsplan plus; • Kennis over de Tweede Kamer motie Schonis, over onderzoek hoe het WHO-rapport (met richtlijnen en advieswaarden voor omgevingsgeluid) zich verhoudt tot de huidige wet- en regelgeving. • Kennis uit de Omgevingsfoto gemeente Hilversum [Eindversie okt.
2019], die een analyse bevat ten behoeve van de Omgevingsvisie. Hierin staat dat het Europees Milieuagentschap cijfers verzamelt waaruit blijkt dat 18% van de bewoners in Hilversum wordt blootgesteld aan geluidsniveaus van 55 tot 60 decibel per dag. "Dat maakt Hilversum na Utrecht, in vergelijking met andere gemeenten, de op één na lawaaiigste plek van Nederland.; • Kennis over de mogelijkheid die de Omgevingswet biedt om de norm voor geluid bij te stellen. Het college schreef op 9 maart 2022 dat de raad onder de Omgevingswet kan kiezen voor toepassing van de WHO-normen in Hilversum, maar dat het college dit zou ontraden. Verkeerslawaai. Door dit ontwerp bestemmingsplan en ontwerpbesluit hogere grenswaarde koerst het college op versnelde vastlegging van een primair op economisch in plaats van gezondheid gebaseerde ontwikkeling. Het brengt de raad en de inwoners van Hilversum onvoldoende in positie om nieuwe beleidsafwegingen op een groot gebied toe te passen. Het sluit niet aan bij de gewijzigde nieuwe inzichten en beleidsuitgangspunten van de Omgevingswet die gezonde leefomgeving centraler stelt dan voorheen. De analyse van de geluidbelasting in Hilversum is dat deze de komende jaren toeneemt door groei van de mobiliteit (ondanks de groei van elektrisch rijden).
Verder worden er door ruimtelijke ontwikkelingen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd die te maken krijgen met geluidhinder. Er zijn echter geen bronmaatregelen in het bestemmingsplan geborgd. Er is alleen ten behoeve van nieuwbouw een hogere grenswaarde opgenomen tot maximaal 68 dB. Terwijl als een hogere waarde wordt toegestaan, dient te worden aangetoond dat het binnen niveau in verblijfsgebieden van geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedraagt dan 33 dB. (Vergelijk de vernietiging van het bestemmingsplan Stationsgebied door de Raad van State). Voor woningen gelegen binnen een geluidzone is in de Wet geluidhinder een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting op de gevel bepaald van 48 dB (Lden), bij uitzondering maximaal te verhogen tot 63 dB. In de regel is dus snelheidsverlaging en/of het toepassen van een 'stiller'
wegdek zinvol. Alleen wijst Sweco er op dat ;Vanwege het vele optrekkende, remmende en afbuigende verkeer op wegen in binnenstedelijk gebied het toepassen van een stiller wegdek op bezwaren van technische aard stuit. Het wegdek slijt te snel en daarmee zijn de beheer- en onderhoudskosten te hoog.; Resteert dus snelheidsverlaging om te voorkomen dat de uitzonering (63 dB) de regel wordt. In het Akoestisch onderzoek van Sweco (22 januari 2022) zijn op de gevels van de planlocaties (Zuiderweg/Lijsterweg, Hunkemöller, Venetapark, Wybertjesfabriek, Grote Sigarenfabriek en Van Son) waarneempunten gelegd op 1,5 meter boven het vloerniveau van de betreffende verdiepingen. In dit geval: 1,5 meter op de eerste verdieping; 4,5 meter op de tweede verdieping; +3,0 meter per extra verdieping. De geluidcontouren zijn bepaald op een immissiehoogte van 1,5 meter, 4,5 meter en 7,5 meter boven lokaal maaiveld De metingen zijn afgestemd op de aangenomen maximale bouwhoogte. Maar waarom is dan de maximale bouwhoogte niet correct weergegeven? Zo staat in het BKP+ (dat onderdeel uitmaakt van dit ontwerp bestemmingsplan) 37 meter. Dit klopt bij de Hunkemöller locatie waar op een verhoogd maaiveld 33 meter hoog wordt gebouwd. Maar er zijn nogal wat foutieve inschattingen opgenomen: Zuiderweg/Lijsterweg 70 15 foutief is 17 m. Wybertjesfabriek 50 18 foutief is 17 m.
Venetapark 200 25 foutief door verhoogd maaiveld + 3m. Hunkemöller 300 24 foutief is 33 m, 28 m, 26 m ; verhoogd maaiveld + 3m. Grote Sigarenfabriek 70 18 foutief is 12 m. Van Son 170 15 foutief is 20 m. KNW (Geuzenpark) ontbreekt 25 m. ontbreekt Waarom ontbreekt de Korte Noorderweg ontwikkellocatie? Daar wordt zonder twijfel ook (te) hoog gebouwd. 3. Railverkeerslawaai Omdat de woningen aan de Noorderweg dicht aan het spoor lagen met veel geluidsoverlast werden ze gesloopt en kwamen op die plaats een bedrijventerrein. We kennen die plek tegenwoordig als de ontwikkellocatie KNW, het zogenaamde Geuzenpark waar 276 woningen staan gepland. Rijden er dan nu minder treinen en is het geluid verdwenen? Nee, het is juist drukker op het spoor geworden en het geluid is toegenomen ter hoogte van de KNW zoals is te zien op de geluidskaart van de gemeente Hilversum 2011 en 2016. Daarom moeten de kleine spoorbomen ook dicht voor verkeer. Geen aansluiting meer van Oost en Centrum Hilversum. De geluidbelasting vanwege railverkeer ligt op de locaties KNW, Venetapark en Zuiderweg/Lijsterweg boven de maximaal te ontheffen waarde. Hiervoor zijn maatregelen noodzakelijk. Een van de maatregelen kan zijn om de bebouwing binnen de plangebieden verder van het spoor te plaatsen. [Uit: Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling, Sweco, 10-022022].
Dus waar de bewoners aan de Liebergerweg de bouwmassas zo ver mogelijk richting het spoor willen verplaatsten, drukt dit advies van Sweco die bouwmassas weer bij het spoor vandaan richting de woonwijk. Kortom, er zijn de nodige urgente geluidsproblemen. Maar de gemeente maakt zich daarvan af door te stellen. Het treffen van maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen stuit op bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige of financiële aard. Resteert nog op te merken dat de bijlagen bij 'akoestisch' incompleet zijn. Omdat de 'knip Oosterspoorplein' geen vastgesteld beleid was tijdens het opstellen van dit akoestisch onderzoek is deze niet meegenomen. Maar de vraag wanneer je modelmatig meer of minder risico loopt is natuurlijk zeer relevant en zou in de studie moeten zijn meegenomen.
V
4. Bodemverontreiniging Naast loodverontreiniging zijn in de bodem diverse andere verontreinigende stoffen aanwezig. Deels zijn dit stoffen waarvan de aanwezigheid en gevolgen al lange tijd in beeld zijn en waarmee rekening gehouden dient te worden bij werkzaamheden in de bodem en bij functiewijziging. Er worden echter ook nog steeds nog niet bekende gevallen van verontreiniging ontdekt. [Uit Omgevingsfoto gemeente Hilversum, 2019]. Aandacht voor bodenverontreiniging mag dus niet ontbreken. 5. VERKEER Het aan dit bestemmingsplan ten grondslag liggende BKP is onvoldoende integraal. Neem de verkeersproblematiek en de daarmee samenhangende inrichtingsproblematiek. Dit is voor alle inwoners van essentieel belang. Het BKP noemt het afsluiten van de kleine spoorbomen voor gemotoriseerd verkeer, en meldt dat er in de wijk 1221 veel minder doorgaand autoverkeer zal zijn. Maar waar een verkeersader wordt doorgeknipt ontstaat een wond die elders gaat bloeden. In 1221 staan twee mogelijke knippen gepland. Bij goede ruimtelijke ordening weeg je die mee. In dit bestemmingsplan is dat buiten beschouwing gelaten. Juist ook omdat de Gebiedsagenda meldt ;Met de verwachte groei van bewoners en mogelijk ook werknemers in 1221 neemt de mobiliteit naar en binnen de wijk toe. Ook in de directe omgeving wordt veel ontwikkeld.
Met de ontwikkelingen op Anna's Hoeve en Philipsterrein neemt het inwonertal in de rest van Oost substantieel toe ; De drie buurten Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt kunnen die groei niet aan. Dit blijkt uit deze passage uit de Gebiedsagenda: De buitenring kan een dergelijke groei van het autoverkeer aan, maar de verkeersstructuur in de drie buurten, met vaak smalle straten, maakt dat verplaatsing te voet, op de fiets of met het openbaar vervoer sterk de voorkeur verdient boven de auto.; En dan te bedenken dat de bestaande problemen al groot zijn. Zie de inspraakreactie van de bewonersvertegenwoordigers van de Lieberger- en Zuiderweg. De verkeersdruk vanwege ontwikkellocaties zou daarom meer aandacht moeten krijgen. [Inspraakreactie vertegenwoordiger bewoners in de Cie 17 nov. 2021] De doorstroming van het verkeer op de Buitenring-Noord te Hilversum is in de huidige situatie, met name in de spitsperiodes, verre van optimaal. Daarnaast heeft de gemeente Hilversum plannen om het aantal verkeersstromen (gemotoriseerd verkeer) van de spooroverweg Kleine Spoorbomen te verminderen, met als gevolg dat meer gemotoriseerd verkeer van de BuitenringNoord gebruik zal maken. Deze toename van gemotoriseerd verkeer inclusief op de Buitenring-Noord moet in de MER worden betrokken.
Is een nieuwe weg een oplossing? En over welke nieuwe gaat het? De nieuwe noord-zuid verbinding tussen Noorderweg en Zuiderweg? Of wordt ook verder weggekeken omdat Voor een deel wordt verkeer buiten de wijk 'gedrukt' naar de gebiedsontsluitingswegen. [Nader onderzoek Bruisend Hart, Haskoning DHV Nederland B.V] Ten aanzien van de planontwikkelingen in 1221 stelt Royal Haskoning: ;Dit leidt tot hogere verkeersintensiteiten op de wegen en straten. Deze toename is berekend met het verkeersprognosemodel en bedraagt op een aantal wegvakken ordegrootte 500 voertuigen per etmaal. De grootste toename is voorzien op de Noorderweg - Larenseweg, waar de toename 700 tot 900 voertuigen per etmaal bedraagt. (...) Concluderend kan gesteld worden dat de verkeerskundige effecten van de ontwikkellocaties in de Gebiedsagenda beperkt zijn en dat het niet te verwachten is dat specifiek de toenames in verkeersintensiteiten zullen leiden tot problemen met de verkeersafwikkeling in en rond de wijk.; [Verkeerskundige effecten Chwbestemmingsplan 1221, definitief rapport, 8 oktober 2021, Haskoning DHV Nederland B.V.] Vergelijking van verschillende verkeersrapporten wettigt twijfel aan de stelligheid van deze conclusie. Die lijkt slechts in één richting te sturen, onder het motto 'niets aan de hand', nog afgezien van de mogelijke gevolgen verder dan de bestaande buitenring noord, zoals voor de
Erfgooiersstraat of het Westerheide-tracé. Die twijfel wordt gevoed door een collegebrief n.a.v. het verkeer in Bruisend Hart: ;Uit het verkeersonderzoek blijkt dat beide scenario's verkeerskundig haalbaar zijn en het niet zal leiden tot sterke negatieve effecten op Bruisend
Hart en de rest van de wijk 1221.; [Uit collegebrief 3 februari 2022, Toezeggingen aan de raad verkeersonderzoeken 1221 en Bruisend Hart.] Sweco schrijft over Bruisend Hart ;ln het bestemmingsplan Hilversum 1221 is dit gebied niet meegenomen. Voor het Bruisend Hart is namelijk nog niet bekend wat het uiteindelijke programma gaat worden.; [Uit: Hilversum 1221, aanmeldingsnotitie MER-beoordeling, lOfebr. 2022]. Voor het verkeer leunt Sweco op het rapport van Royal Haskoning van oktober 2021. Wat zou Sweco zeggen als het die andere verkeersrapporten van Royal Haskoning zou zien? En heeft Sweco bovengenoemde collegebrief gelezen van 3 februari 2022? Hoe kijkt Royal Haskoning trouwens aan tegen de door de gemeente aangereikte aannamen voor hun verkeersmodel? Gemeente: Huidige situatie 2019 en referentiesituatie 2040, (...) de aanpassingen van Bruisend hart wel in het model van 1221 toepassen en niet in referentiesituatie 2040.; [Uit stukken bij Bruisend Hart verkregen door beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB)]. De relevantie om naar Bruisend Hart te kijken is evident. Het is daarom onjuist om dat niet mee te nemen in het bestemmingsplan 1221. De in het BKP+ (dat deel uitmaakt van het bestemmingsplan) opgenomen ontwikkellocaties zijn als uitgangspunt gebruikt voor het Sweco onderzoek. De ligging van de plannen is worstcase berekend, dus dicht bij de geluidbronnen.
De woonverdeling is weergeven in bijlage 1 Er wordt opgemerkt. De onderzochte situatie kan daarom als worst-case scenario's voor 2030 worden beschouwd. [Rapport bestemmingsplan 1221 Hilversum, akoestisch onderzoek, definitief, Sweco, 20 januari 2022]. Dit worstcase' noemen lijkt een voorbarige bewering. Want waar in de gemodelleerde lijnbronnen wordt de ring noord (Johannes Geradtsweg-Den Uyl Plein- N525 - deel Kamerling Onnesweg) één van de meest belangrijke verkeersaders en de toename van het verkeer geanalyseerd? En hoe zorgvuldig is Sweco als het op een kaart een deel van de Minckelersstraat omdoopt in de Professor Kochstraat? 6. Parkeren Er worden niet realistische aannamen gehanteerd voor het parkeren. We pellen het af. De heer Voorink (wethouder) complimenteert de heer Van de Weerd met diens maidenspeech en de opmerking dat parkeren niet ten koste van wonen mag gaan. Ook mag sociale woningbouw of woningbouw in het algemeen niet ten koste gaan van leefbaarheid in de wijken. Goede ruimtelijke ordening begint met kijken wat een wijk aan kan, ook op het gebied van parkeren. Het uitgangspunt moet daarom een reële parkeernorm zijn, die is gebaseerd op ervaringscijfers in Hilversum en die bevinden zich aan de bovenkant van het landelijk gemiddelde.
De corporatie heeft ook getekend voor de opmerking dat het gemeentelijk parkeerbeleid uitgangspunt moet zijn voor herontwikkelingslocaties. Je kijkt dus eerst naar de norm en wat op basis daarvan realiseerbaar is. Als goed uitlegbaar is dat een lagere norm rechtvaardiger is, dan kan dat. Een omgekeerde situatie is eerst te kijken wat men aan sociale woningbouw wil hebben en daarna kijken of dat qua parkeren mogelijk is. Dat laatste is in het verleden te veel gebeurd. Op basis van de parkeernorm is te bepalen welk aantal woningen er kan komen. Als maatwerk nodig is past men dat aan." [Uit verslag raadsvergadering 7 juni 2017] In strijd met de woorden van het college toont de praktijk dat wél eerst wordt gekeken naar de woningbouw: voor 1221 geldt dat de harde hoeveelheid 1150 woningen (kwantiteit voor kwaliteit) sturend is. Zo wordt opgemerkt: ;Een aantal vergunningaanvragen voor grote ontwikkelingen in het Stationsgebied en 1221 kan niet wachten op dit vernieuwde beleid zonder vertraging op te lopen.; [uit Advies over beleidsnotitie Parkeernormering OV-knooppunten, zonder datum, zonder paginanummer] In rap tempo, ;gezien de noodzaak op zo kort mogelijke termijn aanpassingen in het parkeerbeleid mogelijk te maken., volgt het B&W besluit (16 juni 2020) voor de verlaging van de parkeernorm rond OV-knooppunten. Daarna wordt de beleidsnotitie
Parkeernormering OV knooppunten vastgesteld door B&W (1 december 2020). Het besluit wordt ter advisering voorgelegd aan de commissie. Het besluit wordt niet als raadsbesluit voorgelegd. Omdat het OV-knooppunt wordt gedefinieerd met een straal van 300 meter rond het station vallen grote delen van Hilversum binnen de drie opgesomde OV-knooppuntgebieden (NS-station Mediapark, Hilversum centraal, Hilversum Sportpark). Zo valt het hele centrum binnen dit regime. En dus gaat ook Haskoning voor de parkeernormering in het gebied 1221 uit van een verlaagde parkeernorm voor nieuwbouw, conform de "Beleidsnotitie Parkeernormering OVKnooppunten" (december 2020) van de gemeente.
Twee citaten uit ;Advies over beleidsnotitie Parkeernormering OV-knooppunten, zonder datum, zonder paginanummer, 2020: In het huidige Hilversumse parkeerbeleid wordt gebruik gemaakt van een relatief hoge parkeernorm. Deze hoge parkeernorm maakt de bouw van betaalbare woningen onmogelijk, zorgt voor nog meer drukte op de Hilversumse wegen en draagt niet direct bij aan (een goede) bereikbaarheid. De huidige parkeernorm levert met name problemen op voor een aantal grote ontwikkelingen rondom de OV-knooppunten, die ook ambitieuze programma's kennen op gebieden zoals ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid.; Echter, is het niet mogelijk enkel de parkeernorm rond de OV-knooppunten te verlagen, zonder dat dit direct invloed heeft op de omliggende gebieden en ontwikkelingen.; Maar de landelijke trend waarbij autobezit (langzaam) verschuift naar autogebruik is in Hilversum nog niet zichtbaar. (...) De ontwikkeling van deelmobiliteit als alternatief voor autobezit gaat in Hilversum bovendien nog niet erg snel.; [Uit: Hilversumse trendstudie 2022-2026, Een lokale vertaling van de landelijke studie van Platform31 naar stedelijke trends en opgaven voor 2022 en verder]. Het gemiddelde aantal personenauto's per huishouden in Hilversum is 1.0 (net als landelijk gemiddelde).
Dit staat in directe tegenstelling tot de bewering van B&W dat deelauto's in Hilversum werken als een speer, [commissievergadering van 17 november 2021]. En vergeleken met wat Kennisplatform 31 meldt is het dus ook aannemelijk dat het onverstandig collegebeleid is dat zegt Voor de ontwikkellocaties geldt dat op basis van een mobiliteitsplan, waarin deelauto's en goede fietsparkeervoorzieningen zijn opgenomen, de parkeereis voor een ontwikkellocatie naar beneden kan worden bijgesteld. [Bijlage 2 Reactienota Beeldkwaliteitsplan plus 1221] Het is dus ook duidelijk dat het gebruiken van andere zonnige aannamen onverstandig is: Als parkeernorm wordt aangesloten bij de beleidsnotitie Parkeernormering OV-knooppunten. Dit zullen we dan, net als de vorige studie, modelmatig vertalen als 50% minder verkeersbewegingen. [Uit stukken bij Bruisend Hart verkregen door beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB)]. Bovendien wijkt dit af van wat B&W eerder zei ;Het uitgangspunt moet daarom een reële parkeernorm zijn, die is gebaseerd op ervaringscijfers in Hilversum en die bevinden zich aan de bovenkant van het landelijk gemiddelde. Bijstelling conform de realiteit zal zoals aangegeven in verkeerskundige rapporten meer drukte tonen op de Hilversumse wegen.
En meer drukte zal tevens meer uitstoot en geluid opleveren dan momenteel verwerkt is in de toetsingsmodellen van 1221 die zijn gebruikt. Maar het is beter de realiteit dan een fictief droombeeld te volgen! Terzijde kan nog worden opgemerkt dat onduidelijk blijft waar de huidige motorvoertuigen die in de buurten parkeren naar toe moeten voor een parkeerplek als door de aanleg van groen bestaande parkeerplaatsen verdwijnen. De sterke groei van het aantal woningen leidt tot files tot in de stad, overvol openbaar vervoer, volle fietspaden en allerlei logistieke problemen. Er klinkt de waarschuwing voor vervoersongelijkheid (d.w.z. niet iedereen zal goede toegang hebben tot goede en betaalbare mobiliteit), en niet alleen de leef kwaliteit en bereikbaarheid gaan er sterk op achteruit, ook het klimaat-doel voor CO2-vermindering wordt bij lange na niet gehaald. De MRA stelt daarover: ;Om te beginnen is het noodzakelijk dat we de mobiliteitsgroei afremmen. Ten opzichte van de verwachte groei tot 2040 is een afname van minimaal 20% van die groei nodig. (...) Als we ons
mobiliteitsgedrag niet aanpassen en de vervoersvraag blijven faciliteren, dan loopt het mobiliteitssysteem al in 2030; (...) Het is zeker niet alleen een kwestie van het uitbreiden van capaciteit van weg en openbaar vervoer. Sterker nog; het uitbreiden van die capaciteit verschuift juist vaak het probleem. Of het is in sommige situatie^ niet wenselijk, omdat dit ten koste gaat van openbare ruimte voor spelen, verblijven en groen. [Uit: het Multimodaal Toekomstbeeld (MTB) 2040, MRA, feb. 2022]. Zo krijgt het Hilversumse college ook vanuit de MRA aangereikt waarom een MER nodig is. De Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) brengt potentiële ontwikkelingen op de lange termijn in beeld van de Nederlandse infrastructuur. De NMCA schrijft: "Voor bijna alle spoortrajecten waar een van de Stedelijke Knopen aan gelegen is worden rond 2030 (NMCA-) knelpunten voorzien. Deze ambitie raakt de volgende NMCA-knelpunten en kan een bijdrage leveren aan het oplossen hiervan of juist het knelpunt groter maken: Cluster van wegtrajecten en aansluitingen in Amsterdam (o.a. Ring AIO), Al Amsterdam-Eemnes, A27 Almere-Utrecht, Spoor Amsterdam-Hilversum, Goederenvervoer spoor Duivendrecht-Amersfoort en Oranjesluizen, [pp.
35, 68 Adaptief Ontwikkel pad Verstedelijking en Bereikbaarheid MRA Versie voor Programmaraad SBaB, NMCA 16 oktober 2019] Terwijl Hilversum en de regio mikken op heel veel geld voor het spoor (de Gooicorridor) is besloten tot kleine bereikbaarheidsmaatregelen voor Hilversum: "Voor deze gebieden wordt een aanpak met kleinere bereikbaarheidsmaatregelen ontwikkeld." [Adaptief ontwikkel pad verstedelijking en bereikbaarheid, MRA, 2019] En waar de NMCA eerder waarschuwde dat de verstedelijkingsambities ook een schaduwkant kennen in termen van o.a. spoorwegknelpunten waaronder in Hilversum, slaat de MRA inmiddels alarm dat die schaduwkant werkelijkheid dreigt te worden zonder forse bijsturing. Alleen in Hilversum is dit nog niet doorgedrongen. Niet in de mobiliteitsvisie, niet in de economische visie, niet in de woonvisie en zeker niet in dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan bouwt op deels achterhaalde en deels foutieve aannamen. Met incomplete verkeersmodellen en opties voor nieuwe wegen, zonder een gezonde balans met wonen, werken en leefbaarheid.
7. Bouwhoogte Het ontwerp van Tuinstad Hilversum, de meningen van experts, de eigen beleidsdoelstellingen van de gemeente Hilversum en niet in de laatste plaats de voorkeur van de inwoners pleiten voor laagbouw [Verslag participatie Omgevingsvisiej. In de Gebiedsagenda staat als opgave: gezondheid en sociale cohesie. Onderzoek van o.m. Kerry Clare, Jan Gehl en Sjoerd Soeters laat zien dat hoe hoger men woont, hoe minder contact met de openbare ruimte mogelijk is. De grens waarbij nog details zichtbaar zijn en men zich verstaanbaar kan maken ligt op ongeveer vier bouwlagen. Hoe hoger men komt, hoe meer de sociale controle en het gevoel van veiligheid afnemen. Vanuit deze kennis. Belangrijk is dat nieuwe bebouwing en openbare ruimte aansluit op bestaande bebouwing in 1221 zelf, maar bijvoorbeeld ook op bebouwing aan de overzijde van het spoor, [citaat uit raadsvoorstel]. Het gebied 1221 bestaat niet uitsluitend, maar wel in meerderheid uit woningen van één of twee lagen met een kap. Zo is wat je aan gebouwen ziet meestal onder de 10 meter hoog. Die bouwhoogte zou volgens het ontwerp BKP-i- verdubbelen tot 20 meter. Er is een trend zichtbaar in de plannen dat de nieuwe maximale bouwhoogten worden gebruikt als nieuwe minimale maten. Dus ook geen aansluiting op de bestaande bebouwing.
De ten opzichte van de bestaande bebouwing sterk afwijkende maten wijzigen het karakter van de buurten en wijken. Van intiem naar anoniem. Van licht en lucht naar meer schaduw en gezucht. De plannen die nieuwe hoogten introduceren tonen geen affiniteit met de wijken en buurten. Ze tasten de bestaande kernkwaliteiten aan: de menselijke maat, de kleine korrel, de afwisseling, de kleinschaligheid. Zij leveren geen proeve van kunnen v.w.b. goede ruimtelijke ordening.
♦
In de reactienota van het BKP+ schrijft de gemeente. In de nieuwe gebiedspaspoorten zijn hoogtes per bouwvlek duidelijk op kaart vastgelegd. Hierbij wordt juist ook aandacht gegeven aan aansluiting van de hoogte van nieuwe bouwdelen op bestaande bouwdelen.; Maar die kaarten bewijzen dat de aansluiting ontbreekt op de bestaande bebouwing. Neem de Korte Noorderweg waar bouwblokken van 25, 21, 16 meter hoog geprojecteerd staan tegenover bestaande bebouwing rond de ontwikkellocatie van twee bouwlagen plus kap, dus circa 9 meter. Dezelfde bouwhoogte is te zien bij de bestaande overburen aan de Koninginneweg. In het BKP+ staat ;Het is belangrijk dat nieuwe bebouwing en openbare ruimte goed aansluit op bestaande bebouwing in 1221 en op bebouwing aan de overzijde van het spoor.; Maar zelfs als de nieuwbouw aan de Koninginneweg wordt gerealiseerd volgens de plannen zal dit 4 tot 5 (-de terugliggende) bouwlagen en een hoek met 6 bouwlagen vormen. Daarmee is onderbouwd dat de reactie van de gemeente van aansluiting van de bouwhoogte aan de Korte Noorderweg op de bestaande bebouwing in alle richtingen niet alleen feitelijk onjuist maar ook misleidend is. De nieuwbouw is veel hoger dan de bestaande bouw.
Waar in de reactienota van het BKP+ staat ;De wens om de ontwikkelingen van Koninginneweg en Korte Noorderweg meer met elkaar in balans te brengen wordt door de supervisor herkend; roept die zin verontwaardiging op dat kennelijk wordt overwogen de Koninginneweg op te hogen en zo tegen alle geformuleerde wensen van verbinding van stadsdelen in en het willen voorkomen van wandvorming alsnog een dubbele Berlijnse muur ontstaat, [vergelijk dit voorsorteren tot ophogen aan de Koninginneweg met de passage ;Het is belangrijk dat nieuwe bebouwing en openbare ruimte goed aansluit op bestaande bebouwing in 1221 en op bebouwing aan de overzijde van het spoor.; (...) [Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Toelichting, Hoofdstuk 4, relevant beleidskader, 4.4.3] Bouwhoogte maximaal toegestaan: Huidig bestemmingsplan ;Over t Spoor wonen max. 3 tot 4 bouwlagen, 10 en 13 meter. Gebiedsagenda; maximaal 4 tot 5 bouwlagen = 12 tot 15 meter afwijkingen tot 25 meter. Ontwerp Beeldkwaliteitsplan Plus (BKP+); overwegend 4 tot 6 bouwlagen - 12 tot 20 meter. Afwijkingen tot 37 meter (12 lagen). Afwijkingen tot 25 meter (8 lagen). Goede ruimtelijke ordening sluit nadelige effecten uit. Nieuwe hoge gebouwen ondergraven de ruimtelijke hoofddoelstelling om een betere ruimtelijke (fysiek en visuele) verbinding te maken tussen het centrum en Hilversum - oost.
Het negeert ook het advies genegeerd van Movares en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, (vgl. Movares wijst op stationsgebouw en Teleacgebouw als visuele blokkades tussen Oost en Centrum (wandwerking).[Hilversum Verbinding Oost-Centrum Rapportage, Movares, 30 augustus 2019 vl.Oj. De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) geeft voor Hilversum dat overwegend bestaat uit twee bouwlagen plus een kap als maximum hoogte 6 bouwlagen en stelt dat accenten van 25 meter (8 lagen) alleen op goed gemotiveerde plekken mogelijk zijn. Daar voldoet de gemeente niet aan in 1221. [zie Korte Noorderweg, of Hunkemöllerj. En evenmin wordt voldaan aan hetgeen klip en klaar staat in het BKP+ om de bouwhoogte ;te allen tijden; zorgvuldig af te stemmen op bestaande bebouwing in de directe omgeving van het nieuwe bouwblok. De iocatie-ontwikkelplannen (Gebiedspaspoorten) dienen dit in de uitwerking op te volgen. Ook geldt dat het bestemmingsplan 1221 een deelvisie dient te zijn van de Omgevingsvisie. Waar eerder vooruitlopend op bestemmingsplanwijzigingen al werd geanticipeerd op basis van nieuwe beleidsinzichten bij planontwikkelingen, kan in 1221 net zo goed al gebruik worden gemaakt van de verkregen inzichten uit de participatie in het kader van de Omgevingsvisie. Het is verontrustend dat in het bestemmingsplan 1221 hiermee tot nu toe nog geen begin is gemaakt.
In het Verslag inwonersparticipatie omgevingsvisie Hilversum aug-nov 2021 staat: Hoogbouw is een omstreden onderwerp. Veel mensen zijn erop tegen, vinden het niet passen
bij Hilversum. Toch zijn er ook nuancerende reacties. Iemand schreef het zo: "Helaas moeten we de hoogte en de diepte in, als we de buitengebieden van Hilversum willen behouden. Als het dan toch moet, dan niet té hoog, wordt gezegd. Kijk vooral ook naar wat aansluit bij de omgeving.; De opbouw van dit tekstfragment is interessant en eveneens verontrustend. Omdat de tekst wegdraait van het meerderheidsstandpunt tegen hoogbouw, dat kennelijk radicaal is want wat volgt zijn zogenaamd ;nuancerende; reacties. Zo gaat 2/3 van de tekst om wel hoogbouw toe te staan en heeft het meerderheidsstandpunt met 1/3 tekst het nakijken. Ditzelfde trucje is eerder gebruikt in 2013 bij de Structuurvisie Hilversum 2030. Ook toen sprak een meerderheid van de inwoners zich tegen hoogbouw uit en werd dit uiteindelijk verwoord als een nee, tenzij;. Vervolgens werd het tenzij in bestemmingsplannen verankerd. Zo werd de weg vrijgemaakt voor de accenten en de inflatie daarvan. Of opnieuw hoogbouw tegen de wens van een meerderheid van de bevolking wordt vastgeklonken in een juridisch bindend kader. Behoorlijk bestuur handelt anders. En behoorlijk bestuur grijpt ook niet zo vaak naar de afwijkingsbevoegdheid als in de gemeente Hilversum het geval is.
Omdat die terughoudendheid en bezonnenheid te vaak ontbreekt is het niet gewenst het college de afwijkingsbevoegdheid toe te staan in nieuwe bestemmingsplannen. Daarom zouden passages die daar betrekking ophebben geschrapt dienen te worden. 8. GROEN Dat een tekort aan groen niet goed is wordt treffend omschreven in de toelichting: ;Het tekort aan groen kan er mede voor zorgen dat bewoners te weinig bewegen en kampen met gezondheidsklachten. [Toelichting, Hoofdstuk 3 Karakteristieken plangebied, 3.1 Identiteit en bestaande structuren, Chw bestemmingsplan 1221]. Maar hoeveel % van de ruimte in 1221 op de ontwikkel locaties is bestemd als groene openbare ruimte? En hoeveel % wordt semiopenbaar? Het antwoord is van belang omdat semiopenbaar al snel kan verdwijnen achter art 461 Wetboek van Strafrecht verboden-toegang-borden, slagbomen en hekken. Op veel plekken in Hilversum is dit al gebeurd. En wat is de betekenis van de aanduiding Publieke ruimte park op de Hunkemöller-locatie in het Gebiedspaspoort? Is dit wel of geen openbare ruimte in de zin dat hij voor iedereen vrij toegankelijk is? Waar en hoe is geborgd dat openbare ruimte openbaar is en blijft? Enquête na enquête vragen de burgers om meer groen.
Het bestemmingsplan en onderliggend BKP+ leveren in volstrekt onvoldoende mate een positieve bijdrage aan het verkleinen van het binnenstedelijke groentekort, want het toe te voegen snippergroen staat in geen verhouding tot het aantal toe te voegen woningen en inwoners. Hilversum is, zoals het BKP+ het typeert, een tuinstad van wereldfaam;. Daar wil de gemeente goede sier mee maken. Maar pas dan wel een betere norm toe dan per 150 m2 open ruimte slechts één boom aan te planten. Leer van het advies van de Raad voor de Leefomgeving en hanteer 75 m2 groen per woning in de vorm van openbaar toegankelijke parken en plantsoenen. Hilversum scoort nu slechts 59 m2 openbaar groen per woning. Als het advies van de groennorm van 75 m2 wordt toegepast op de Hunkemöller locatie valt op welk verschil het maakt. Was het plan uitgevoerd op basis van de Gebiedsagenda dan zou bij 161 woningen dus 12.075 m2 openbaar groen nodig zijn. Er komen op de Hunkemöller locatie volgens de huidige plannen 278 woningen en 8000 m2 openbaar groen bij. Op basis van de rijksnorm zou 20.800 m2 openbaar groen toegevoegd moeten worden. Dus op de Hunkemöller locatie mist 12.850 m2 (= 62%) nieuw openbaar groen. Waar in de toekomst in 1221 een kans komt om een park aan te leggen (ter plaatse van de busremise) zou dit met beide handen aangegrepen moeten worden. Niet uit luxe maar noodzaak.
Bij gebrek aan voldoende openbaar groen in de onmiddellijke woonomgeving is het verleidelijk te wijzen naar het buitengebied. Het BKP+ doet die poging. Vanuit 1221 liggen Anna's Hoeve en Zuiderheide op loopafstand en met de fiets ben je zo in de bossen van Hooge Vuursche en Lage Vuursche. Maar zon verwijzing is een zwaktebod want die loopafstand naar bos en
natuur gaat voorbij aan senioren of mensen met een beperking. Zij zijn echt aangewezen op voldoende openbaar groen in de nabijheid van hun woning. De verwijzing van de gemeente in de reactienota dat het tekort aan binnenstedelijk groen komt door de keuze die in de jaren 30 van de vorige eeuw is gemaakt in het stedenbouwkundig ontwerp dat stadsarchitect Dudok maakte, kenmerkt onkunde en een kortzichtige benadering, want het vergeet dat Dudok uitging van de grenzen aan de groeimogelijkheden van Hilversum, en de parken, plantsoenen en waterpartijen die Dudok in de woonomgeving opnam. Hij hield juist wél de balans in het oog tussen het aantal woningen en de hoeveelheid openbaar groen. Zoals vastgesteld verstoren de huidige plannen die balans steeds verder doordat per saldo veel meer woningen dan openbaar groen worden toegevoegd. Omdat de Tuinstad ook cultuurhistorische waarde heeft is het dubbel triest dat het bestemmingsplan 1221 hier verder afbreuk aan doet. Dit geldt behalve voor het aspect van de bouwdichtheid en onvoldoende nieuw openbaar groen ook voor het aantasten van het illusielandschap door hoogbouw. Het voldoet niet aan wat als goede ruimtelijke ordening verwacht mag worden, passend bij de Tuinstad Hilversum die nota bene zo belangrijk wordt gevonden. Bij ontwikkellocaties moet 40% van het oppervlak onbebouwde ruimte zijn en daarvan moet 60% groen of blauw zijn.
Omdat blauw en groen aan elkaar gelijk zijn gesteld is het dus mogelijk dat er weinig meters openbaar groen bijkomen omdat voor waterberging ook ruimte nodig is. Terug naar de Hunkemöller locatie. De buurt vroeg om een ontsluitingsweg langs het spoor en groen in de wijk. Maar de gemeente en ARK willen groen ogen voor spoorreizigers. Dus in plaats van groen in de wijk komt er groen als stoffering langs het spoor, al mag het zo niet worden genoemd. De ARK schrijft met instemming van de gemeente: De ruimten die ontstaan door de bebouwing ter plaatse vragen om vergroening, niet zozeer als stoffering maar meer als structurerend groen. Het is belangrijk zich te realiseren dat dagelijks miljoenen reizigers dit kunnen ervaren als een weldadige groene begeleiding bij aankomst of vertrek, [uit reactienota BKP+ ]. De bewoners beschrijven enigszins verbaasd hoe langs het spoor nu twee driehoekjes groen komt in de volle herrie van treinen, bussen en industriële activiteiten [inspraak bewoners in raadscommissie 17 nov. 2021]. B&W reageert dat op rekening van de ontwikkelaar een forse hoeveelheid publiek toegankelijk groen zal worden toegevoegd, [uit reactienota BKP+]. Maar hier staat tegenover wat de gemeente niet noemt.
Namelijk dat de parkeernorm is verlaagd, de bouwdichtheid fors is verhoogd, de bouwhoogte fors is toegenomen, er geen nieuwe ontsluitingsweg langs het spoor komt en het parkeren niet volledig onder het maaiveld wordt gebracht. Als het tekort aan groen ook in de Geuzenbuurt niet zo serieus zou zijn, zou je de volgende passage op de website van de ontwikkelaar van het Geuzenpark bijna grappig kunnen noemen. Er staat ;Het Geuzenpark brengt hier in één keer radicale verbetering in: nieuw centraal park, groene lusthof van allure. Voor alle duidelijkheid het grootste veld meet circa 1000 m2. [https://geuzenpark.nl] De buurt groener maken is prachtig. Maar bij wie is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud als in het bestemmingsplan staat: Het hoofdstuk beheer en onderhoud is niet toegepast in het plan. Dit hoofdstuk is toegevoegd om aan te sluiten op de beoogde structuur van het omgevingsplan zoals dat kan worden opgesteld als de Omgevingswet in werking treedt, maar heeft in dit plan geen betekenis. [Hoofdstuk 7 Activiteiten en regelingen, 7.1 Planmethodiek, Hoofdstuk 6: Beheer en onderhoud]. Elke twee jaar wordt een monitoring uitgevoerd door het tellen van het aantal groene pleinen en het bepalen van het aandeel groen op de acht pleinen binnen 1221. [Hoofdstuk 8 Monitoring, 8.1 Monitoring omgevingswaarde groene pleinen].
Waarom maar eens in de 2 jaar? Dit verraadt weinig ambitie. Tevens is als er iets niet goed is géén resultaatverplichting maar slechts een inspanningsverplichting opgenomen. [Hoofdstuk 8 Monitoring, 8.1 Monitoring omgevingswaarde groene pleinen]. Te constateren is dat de Groene Loper zoals die staat in de Gebiedsagenda (maart 2029) niet meer is te zien in de plannen. Waarom eigenlijk niet?
Bescherming van het Gooise illusielandschap (geen hoogbouw zichtbaar boven de bomen vanuit de natuur) betreft een lange termijn visie die is 'opgenomen in een provinciale richtlijn. Niet voor niets heeft de provincie Noord-Holland recent actie ondernomen en bezwaar gemaakt tegen hoogbouw in Gooise Meren. Hilversum heeft het belang van behoud van het illusielandschap zelf bevestigd in de Structuurvisie Hilversum 2030 en de Groene Structuurvisie Hilversum 2030. Wat onverlet laat dat diezelfde gemeente hoogbouw wil toestaan in het centrum (zoals Entrada). Een staaltje van ouderwets denken dat uitgaat van koste wat kost hoog stedelijke bouwvormen willen introduceren ten koste van de typische Hilversumse tuin stedelijke kwaliteit van overwegend twee bouwlagen met een kap. Daarbij heeft het college aangestuurd om ook op andere locaties hoogbouw toe te staan en zo het illusielandschap verder aan te tasten, bijvoorbeeld op het Regev terrein en aan de rand bij de Van Linschotenlaan. Zo is nadat eeuwenlang het illusielandschap ongeschonden bleef, nu door slecht rentmeesterschap van recente Hilversumse colleges van B&W vanaf de heide hoogbouw zichtbaar.
Zogenoemde 'hoogteaccenten' van meer dan 20-25 meter zijn vanuit een oogpunt van het omringende waardevolle landschap ongewenst en strijdig met bestaand beleid. In dit verband kan nog eens worden verwezen naar provinciaal beleid: "Voor de leefomgevingskwaliteit is het essentieel de waarden van landschap en cultuurhistorie te benoemen, te behouden, waar nodig adequaat te herstellen en waar mogelijk te versterken en te ontwikkelen." [Provinciale Omgevingsvisie NH2050]. Voor bebouwing direct aan de rand is de hoogte van de bomen en de dichtheid van de beplanting van belang. Bouw aan de rand niet hoger dan de 'boomgrens' (ca. 15 meter). In de richting van het centrum van de kernen is hogere bebouwing mogelijk, mits de bebouwing onzichtbaar blijft vanaf de heideterreinen, (...) het koesteren en versterken van de groenstructuur van het 'illusielandschap. [Uit: Prachtlandschap Noord-Holland, Leidraad Landschap; Cultuurhistorie, Provincie Noord-Holland, 2018]
Goed zou zijn deze aanbeveling over te nemen: In alle bestemmingsplannen dient reeds geplande hoogbouw of nog te plannen hoogbouw te worden getoetst op de zichtbaarheid op de heidevelden en andere visueel kwetsbare gebieden." [Uit: Concept basisplan voor de openluchtrecreatie in natuur en Landschap van het Gooi, Buro Maas, Rijswijk, april 1974,173 pg's, opdrachtgever Gewest Gooiland, later Gewest Gooi en Vechtstreek] 9. Verdichting Het college schrijft: De Intensieve verstedelijking is geenszins een streven van de gemeente. Daar is hier ook geen sprake van. Het gaat niet om intensieve verstedelijking, maar stadsinbreiding zoals we dat als ruim 40 jaar kennen in Hilversum.[uit reactienota BKP+] Maar in 40 jaar tijd zijn er bij stadsuitbreiding niet zulke hoge dichtheden voorgesteld. En die dichtheden komen in een tijdspanne waarin de wens bij het college is uitgesproken om aan te haken bij de MRA poly centrische verstedelijkingsstrategie. Daarmee is het aannemelijk dat de intensieve verstedelijkingsstrategie wel het streven is van de gemeente en de ontkenning daarvan bezijden de waarheid is. In dit licht kan ook verwezen worden naar hoe het College eerder (2019) heeft aangegeven dat i.p.v. 1000 woningen het mogelijk ook circa 750 woningen zouden kunnen worden in postcodegebied 1221.
Maar hieraan herinnert schrijft het college in de reactienota BKP-i- dat in de gebiedsagenda is aangegeven dat tot aan 2030 naar verwachting circa 1.000 woningen worden toegevoegd. Het jaartal 2030 is verre van nieuw. Zo wordt een streep gezet door 750 woningen. En waar de reactienota zegt dat 2030 als jaartal niet nieuw was leidt het af van het feit dat door het college is verzwegen dat een tweetrapsraket voor 1221 stond gepland. Namelijk een bouwfase tot 2030 en een tweede tranche tot 2040. En dat tot 2040 het aantal geplande aantal
woningen zo opliep tot 1800. Dit werd pas duidelijk uit een verkeersrapport waarin Royal Haskoning. Omdat Royal Haskoning voor het berekenen van verkeersstromen in Bruisend Hart het aantal woningen als input nodig had kreeg zij van de gemeente het aantal van 1800 bij te bouwen woningen in 1221. Noch met inwoners in 1221 noch met de raad was dit eerder gecommuniceerd. Eveneens wijst het BKP als aanvulling op de Welstandsnota 2014 op de wens voor intensieve verstedelijking. Het college meldt; Het is ook juist dat volumes en bouwhoogte veelal ruimer zijn dan de bestaande stedelijke context.; [reactienota BKP+] Het BKP+ noteert: ;Amsterdam, Utrecht en Amersfoort is vandaag de dag nog steeds aanwezig. Hilversum wenst niet gezien te worden als de buitenwijk van een van deze steden.; Maar met dit ontwerp bestemmingsplan verzwakt de tuinstad door per saldo nog meer te verstenen op een wijze die identiek is de weg die eerder Amsterdam, Utrecht en Amersfoort bewandelden. En als dit college niet als buitenwijk van Amsterdam gezien wil worden waarom omarmt het dan wel de vanuit Amsterdam gelanceerde zogenaamde pol centrische verstedelijkingsstrategie, want dit komt precies neer op een buitenwijk zijn van Amsterdam. Postcode 1221 bestaat uit circa 8.900 inwoners.
In de intentieovereenkomst Venetapark staat Met de toevoeging van 1.000 woningen groeit het aantal inwoners in 1221 naar verwachting van 8.900 tot circa 10.000.; college schrijft: ;De Intensieve verstedelijking is geenszins een streven van de gemeente.
Waarom 1000 woningen in 1221? Het coalitieakkoord (2018) noemde weliswaar het bijbouwen van 1000 woningen maar sprak niet uit waar, en dus mocht verwacht worden dat dit gemeente breed gold en niet dat alle 1000 woningen enkel binnen postcode gebied 1221 werden gepland. Want 1221 is reeds een van meest versteende, dichtstbevolkte wijken van Hilversum. Het college speelde verder met de aantallen. Van 750, naar 1000, naar 1150. En zonder melding te maken dat 1150 woningen tot 2030 gebouwd worden en dat het voornemen is tot 2040 het aantal woningen op te voeren tot netto 1800 (exclusief werkplekken). Het gaat dus om vele duizenden mensen die een plek moeten krijgen in dit al drukke deel van 90 hectare Hilversum. Postcode 1221 tussen 2011 en 2020 met 1.375 personen toegenomen (afgerond is dat een groei met 17%. De grootste groei van alle postcodes in Hilversum): van 7.805 in 2011 tot 9.180 in 2020. De https://open-hilversum.hub.arcgis.com/pages/wijken-en-buurten En ook in afwijking van de Structuurvisie Hilversum 2030. Want de vastgestelde Structuurvisie Hilversum 2030 spreekt naast dynamische gebieden over wijken en buurten rond het centrum (waaronder delen van Over t Spoor) uit dat ;ln deze compacte wijken geen verdere ruimtelijke verdichting heeft plaatsgevonden.
En ook over de Electrobuurt, Liebergen: De buurten zijn kleinschalige stedenbouwkundige composities van korte rijen lage woningen met een nadrukkelijke kap. [...] Sommige woningen zijn vervangen, andere verbeterd, maar de buurten hebben hun oorspronkelijke karakter toch kunnen behouden.; Hoewel niet alles in beton is gegoten mag door de burger voor dergelijke principiële uitspraken over ruimtelijke ordening bestuurlijke continuïteit worden verlangd van bestuurders. De opgaven en ambities uit 2012 hebben ondanks een intensief participatieproces voor een belangrijk deel geen plek gekregen in het BKP+ en dit bestemmingsplan. De transformatie genoemd in de doelstelling van de gebieden van het Chw-bestemmingsplan 1221 naar her ontwikkeld tot (hoog)stedelijk woon- en werkgebieden; is op essentiële onderdelen in strijd met de Structuurvisie Hilversum 2030 en wijkt ook af van de afspraken gemaakt in de Gebiedsagenda. Om de cirkel rond te maken is het goed terug te lezen welk te bouwen woningaantal in de aanmelding van de spoorzonel221 in 2019 staat. Hierin staat dat de gemeente tussen de 500 en 1000 woningen wil realiseren. De gemeente Hilversum wil de omgevingskwaliteit van de Spoorzone (postcodegebied 1221) versterken. Daarbij wordt onder andere ingezet op een betere gezondheid onder bewoners en het bestendig maken van de wijk tegen de gevolgen van klimaatverandering.
Duurzaamheid staat centraal en kan naast de versterkte omgevingskwaliteit tot uiting komen in onder andere
het stimuleren van duurzame energie, circulaire economie en het aardgasvrij maken van gebouwen. Bovendien kan met de transformatie van het gebied de bouw van 500 tot 1.000 woningen worden gerealiseerd. De gemeente kiest voor een werkwijze die vooruitloopt op de Omgevingswet. Er wordt ingezet op een geleidelijke en organische ontwikkeling, waarbij bewoners en bedrijven worden gevraagd zelf initiatief te nemen. Om dit type ontwikkeling mogelijk is te maken is het van belang om tijdelijk af te kunnen wijken van grenswaarden, bijvoorbeeld geluidsnormen in de Wet geluidhinder. De aanwijzing als ontwikkelingsgebied maakt het mogelijk om de milieugebruiksruimte te optimaliseren, omdat tijdelijk van bepaalde milieunormen kan worden afgeweken als is aangetoond en gewaarborgd in het bestemmingsplan dat binnen tien jaar weer aan de geldende normen kan worden voldaan.; [https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2019-36712.html ] Het tijdelijk afwijken van normen voor zon groot gebied als heel 1221, voor zo vele jaren en samenhangend met niet tussen de 500 en 1000 maar tussen de 1150 en 1800 woningen is gelet op de oorspronkelijke aanmelding een totaal ander project geworden, waarbij de vraag rijst of daar de dit strookt met de Crisis en Herstelwet? De ARK tenslotte zegt: Er is speciale aandacht nodig om te vermijden dat de grondopbrengsten - door een ontspoorde verdichting waardoor
het laadvermogen per locatie wordt overvraagd verleidelijk de ruimtelijke kwaliteit in de weg staan, [reactienota BKP+]. Wat de ARK over het hoofd ziet dat de gemeente een korte termijn belang heeft en zichzelf rijk rekent met toekomstige WOZ-opbrengsten. En hoe hier een mogelijk perverse prikkel ontstaat om de mate van verstedelijking te versnellen. Zo wordt in de programmabegroting 2022 uitgegaan van de bouw van 3000 woningen tot 2030. Over een periode van 8 jaren zijn dit dus 375 woningen per jaar. De ontwikkelcapaciteit is historisch bezien rond 250 woningen per jaar. [op basis van CBS data, https://www.hilversumsearchitectuurprijs.nl/cms/files/pdf/Debatavond-5-oktober-2021.pdf] Daarmee vergeleken is jaarlijks 375 woningen willen bijbouwen erg optimistisch. Neem de gemiddelde WOZ waarde van 355.000 € (2022) maal 375 en de gemeente rekent zichzelf rijk met 133 mln. [ Terwijl indien de historische ook de toekomstige productie zou zijn de WOZ uitkomt op circa 89 mln., dus 44 mln. minder]. Die 375 woningen per jaar uit de programmabegroting 2022 sluit niet aan bij wat in dit bestemmingsplan staat ;Het Chw-bestemmingsplan draagt bij aan de ambitie van de gemeente Hilversum om jaarlijks 250 extra woningen te realiseren om een passende woningvoorraad te bewerkstelligen.
[4.4.6 Woonvisie Hilversum 2021-2030] En in de woonvisie staat het weer anders geformuleerd:;Uit het verleden is gebleken dat we ongeveer 250/300 woningen per jaar realiseren.; [Woonvisie 2021 -2030, gemeente Hilversum, 2021].
10. Samenhang en verbinding Een belangrijk aspect van het concept BKP+ is het ontbreken van een referentie naar een integraal Spoorzone-ontwerp. Advies 24 van ARK, 15-05-2020 over de visie op de Spoorzone meldt het ontbreken van samenhang van aanpak aan weerszijden van het spoor. De vraag naar een ontwikkelingsperspectief wat er in de toekomst met de Gooilijn gaat gebeuren (omlaag, omhoog of anderszins) wordt feitelijk niet gesteld terwijl daar toch alle aanleiding voor is. Dit blijft een centraal ruimtelijk vraagstuk. Bebouwing evenwijdig aan het spoor zoals in een voorgestelde variant van het Bruisend Hart versterkt de tweedeling. Het hindert ook de beloofde verbreding van de fietserstunnel om de visuele verbinding tussen oost en het centrum te verbeteren. Volgens een persbericht leert een onderzoek van bureau Goudappel Coffeng dat de bestaande breedte van de fietstunnel niet voldoet aan de huidige verkeersrichtlijnen. Dus ook uit het oogpunt van veiligheid is een toekomstbestendiger oplossing beter door de tunnel breder te maken. Goede ruimtelijke ordening houdt hier rekening mee. Het beeldkwaliteitsplan doet uitspraken over heel 1221 en meer specifiek voor verschillende ontwikkellocaties.; stelt het raadsvoorstel. Maar in strijd daarmee en volkomen ten onrechte
wordt vervolgens in het ontwerp BKP+ het Bruisend Hart hieruit gesneden. In deze zienswijze wordt daarom wel stilgestaan bij de planvorming op en rond het Oosterspoorplein. Onderzoeksbureau Moraves schrijft: ;De druk op de openbare ruimte is groot, er is weinig ruimte in de buurt voor voetgangers, fietsers en spelende kinderen.; Als beeldmateriaal gebruikt Moraves een tekening van Oosterspoorplein afkomstig uit de Gebiedsagenda om een meer ontspannen sfeer als wenkend perspectief aan te geven. Moraves kijkt naar de fysieke, sociale, en ruimtelijk verbindingen en adviseert onder meer geef gezicht aan de oostelijke stations entree in samenhang met de schaal van het plein en de deels te vernieuwen, deels reeds bestaande karakteristieke bebouwing;. Verbreed de fiets- en voetgangersverbinding in de spooronderdoorgang.; Dus Moraves gaat niet uit van bebouwing van het plein. Evenmin de Gebiedsagenda. Hierin staat ;Als onderdeel van de stationsomgeving voldoet het Oosterspoorplein, maar het is geen aangename plek om elkaar te ontmoeten, activiteiten te organiseren of te verblijven.; Meer verblijfskwaliteit door vergroening, verfrommeling tegen te gaan met gestalde fietsen, kraampjes toe te staan, en met een heringerichte en opgeknapte bestaande pleinwand.
De enquête over Bruisend Hart laat zien dat groen het hoogst scoort. En uit de geselecteerde beelden lijkt ook af te leiden dat het niet bebouwen van het plein de voorkeur heeft. Hoofdstuk 9 Uitvoerbaarheid en evaluatie, 9.1 Financieel, Kostenverhaal Bruisend Hart ligt binnen het bestemmingsplan 1221. Bij Bruisend Hart is gebruik gemaakt van de Vestiging Wet Voorkeursrecht Gemeenten (Wvg). In een WOB stuk staat;Uit overleg met wethouder kwam naar voren dat we de verwervingskosten Wvg niet hoeven mee te nemen in het resultaat.;(...) ;ls het mogelijk om nog een modelletje te maken dat financieel sluitend is? Dan bedoel ik sluitend zonder dat Wvg en ca. 1,5 investeringsbudget (helft van 3 mln.) moet worden terugverdiend. Hoe zou dat er uitzien?; Hoe moeten deze gemeentelijke opmerkingen geïnterpreteerd worden in het licht van het kostenverhaal? 11. Participatie Middels een open planproces met alle stakeholders, is een programma zoals bedoeld in de Omgevingswet opgesteld; de Gebiedsagenda 1221.; [Uit Hoofdstuk 1 Inleiding, 1.1. Aanleiding ; 9.2 Participatie bestemmingsplan] ;ln de aanloop naar de gebiedsagenda is onder regie van de gemeente een intensief gebiedsproces doorlopen, en op hoofdlijnen een gezamenlijk toekomstperspectief ontwikkeld.; [Uit Hoofdstuk 1 Inleiding, 1.1.
Aanleiding ; 9.2 Participatie bestemmingsplan De gemeente presenteert de participatie rond het 1221 bestemmingsplan als een succesverhaal. Dit is een vertekend beeld. Ter illustratie enkelen locaties in de gang langs Gebiedsagenda, intentieovereenkomsten, Beeldkwaliteitsplan plus, Gebiedspaspoort, Chw. ontwerp bestemmingsplan 1221.
Korte Noorderweg, Geuzenpark De ontwikkelaar heeft via strak geregisseerde zoom sessies geprobeerd zijn plan te laten landen bij de bewoners. Maar de bewoners hebben vanaf de start hun zorgen uitgesproken over de dichtheid en bouwhoogte die te sterk afwijken van wat is afgesproken in de Gebiedsagenda. Een Gebiedsagenda die de ontwikkelaar kende toen hij instapte op deze locatie. De bewoners hebben hun zorgen ook kenbaar gemaakt door in te spreken bij raadscommissies en schriftelijk naar de raad te reageren. En waar de ontwikkelaar amicaal sprekend over de participatie refereerde aan de klankbordgroep hebben de bewoners aangegeven geen deel uit maken van enige klankbordgroep. De gemeente heeft niet één keer de ontwikkelaar gevraagd een plan aan te bieden dat voldoet aan de kaders die zijn afgesproken in de Gebiedsagenda. In tegendeel de gemeente heeft ruimte gelaten voor afwijkingen zoals is gedocumenteerd in het afwegingskader bij de intentieovereenkomst. Bijvoorbeeld bij Menselijke maat; kleine korrel staat: Qua bouwhoogte wordt gerefereerd aan de bouwhoogte in de stationsomgeving. Onvoldoende duidelijk is of de
voorgestelde bouwhoogtes ook recht doen aan de bouwhoogtes in de omliggende straten. Dit vraagt een verdere uitwerking in de volgende fase. De dichtheid is hoger dan aangegeven in de Gebiedsagenda. Dit behoeft een zo duidelijk mogelijke onderbouwing/argumentatie. Deze inhoudelijke sturing door de combi gemeente en ontvyikkelaar voltrok zich buiten het zicht van de bewoners. De bewoners verkeerden in de veronderstelling dat de afgesproken kaders in de Gebiedsagenda zouden worden gerespecteerd. In gesprekken met de ontwikkelaar kwam de ervaring van het ongelijke speelveld geleidelijk in beeld. De commissie ARK signaleerde dit ongelijke speelveld al eerder in een van de adviezen. Maar ondanks die signalen (van ARK en bewoners-brieven/inspraak) stuurde de gemeente niet bij richting de inwoners. Wel richting de ontwikkelaars door via het BKP+ en Gebiedspaspoorten alle afwijkingen te formaliseren vooruitlopend op het ontwerpbestemmingsplan.
12 Planschade De gebiedsontwikkeling in de Geuzenbuurt, de Electrobuurt en de Kleine Driftbuurt, samen postcodegebied 1221, past niet in het vigerende bestemmingsplan. Uit de planologische vergelijking tussen de bestaande en toekomstige situatie volgt het in te stellen beroep op planschade. Bijvoorbeeld door de derving van woongenot. Neem de bezonning. In het BKP+ staat de passage ;Bezonningsstudies van het nieuw te plaatsen blok dienen aan te tonen dat er zeer beperkt nadelig effect optreedt qua bezonning van naastgelegen bebouwing en tuinen. Hier wordt dus standaard uitgegaan een nadelig effect en gaat het slechts om de mate waarin. Kennelijk neemt het college een gecalculeerd risico dat onlosmakelijk verbonden is met de opgeschroefde bouwdichtheid en bouwhoogte (vergelijk ook met de geschrapte passage uit het BKR+ over de menselijke maat van drie tot zes bouwlagen en het oprekken van de accenten ver voorbij de 25 meter (en met 3 meter verhoogde maaivelden). In de reactienota op het BKP+ schrijft het college dat er geen wet-en-regelgeving is voor bezonning en de TNO-normen te hanteren voor het aantal zonuren. Een indiende zienswijze maakt echter duidelijk dat de zonurennorm van het TNO gelden voor een binnenstad en niet voor een tuindorp als Hilversum waar men het hele jaar door van zonlicht kan genieten. Maar denk ook aan planschade samenhangend met verlies aan privacy.
Ten onrechte is in dit bestemmingsplan geen voorwaardelijke verplichting opgenomen om de privacy van omwonenden te waarborgen. Wettelijk vooroverleg en ter inzage legging (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221,Toelichting, Hoofdstuk 9 Uitvoerbaarheid en evaluatie, 9.3) Bij dit artikel staat slechts PM; De afkoring die verwijst naar pro memorie, ter herinnering. Het is goed in herinnering te roepen hoe de gemeente er voor de burgers een onnavolgbare janboel van maakt, zowel procesmatig als inhoudelijk. Door het gebruik van vele verschillende versies van documenten (ook als ze definitief zijn, zie Omgevingsfoto Hilversum, verkeersonderzoeken, BKP+), door ontwikkellocaties op en af te voeren (Oosterspoorplein, Bruisend Hart, Korte Noorderweg). Door zelfbindende structuurvisies (Structuurvisie Hilversum 2030 en Groene Structuurvisie) lukraak wel of niet in ter roepen, door voorbij te gaan aan andere kader stellende stukken (bijvoorbeeld provinciale richtlijn illusielandschap), door waar strijd is met het vigerend bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen (Grote Sigarenfabriek) en daar de collegebevoegdheid voor in te roepen onder de vluchtweg dat het een kleine afwijking zou zijn hetgeen te betwisten is dat het past binnen het BKP. De inhoud van bestemmingsplan 1221 is op menig vlak serieus gemankeerd.