Bijlage 4 : 17 geanonimiseerd stuk
Tekst van het document
Het mist in onderzoeken essentiële input om daadwerkelijk effecten solide op te kunnen analyseren. Neem de ontbrekende ontwikkellocaties Korte Noorderweg, Bruisend Hart, het ontbreken van enkele belangrijke verkeersstroomrichtingen: wel of niet een (of meerdere) verkeersnip(pen) in het plangebied, en zie de hiaten in de milieueffecten, zelfs het willen afzien om die verder in beeld te brengen. Het bestemmingsplan is online incompleet ter visie gelegd; de plekinformatie (kaart) is van het bestaande bestemmingsplan Over t Spoor, [zie schermafdruk dd. 1 april 2022]
Het ontwerpbestemmingsplan is kort voor de besluitvorming in de raad over het Gebiedspaspoort Korte Noorderweg gepubliceerd. En zijn op het allerlaatst belangrijke wijzigingen in het BKP+ door het college aangebracht. Zonder dat participanten nog in de gelegenheid zijn gesteld hierop te reageren. Ergo ook de raad werd voor het blok gezet met wijzigingen die niet meer in een commissie besproken konden worden en binnen een week tijd na het collegebesluit als besluitpunt op de raadsagenda stond. Dit is spelen met de factor tijd. Dit spelen met tijddruk door het college is ook opgemerkt door de Commissie van Welstand en Monumenten, (zie verder in deze zienswijze)
13. Cultuurhistorie en erfgoed (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Regels, Hoofdstuk 2 Doelen, Artikel 6 Omgevingsdoelen, het behoud van cultureel erfgoed); [vgl. ook Regels, Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving. Artikel 8 Gemeentelijke monumenten De door burgemeester en wethouders aangewezen onroerende zaken, die vanwege hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde van bijzonder belang zijn voor de gemeente, zijn aangewezen met overige zone - gemeentelijke monumenten. Sweco schrijft ;De oude industriële gebouwen en het erfgoed vormen de trots van het plangebied. Het versterken van deze identiteit is een centrale opgave in de Gebiedsagenda, en daarmee een belangrijke ambitie om na te streven bij ontwikkelingen. In dit Chwbestemmingsplan is de monumentenverordening geïntegreerd. Alle gemeentelijke monumenten zijn op de verbeelding van het plan met een aanduiding opgenomen als werkingsgebied 'gemeentelijke monumenten', [uit: Hilversum 1221, Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling, Sweco, 2022] Het plan bij de Korte Noorderweg gaat uit van sloop van een gemeentelijk monument. Maar in de reactienota bij het BKP wijst een zienswijze erop dat in een eerder KNW locatieplan (Wibaut, 2018) dit monument wél behouden kon worden. Hieruit blijkt waar een wil is hoeft het niet weg.
En als de gemeente wel eisen stelt aan de hoeveelheid werkruimte kan de gemeente ook eisen stellen aan behoud van een gemeentelijk monument. In het huidige bestemmingsplan Over 't Spoor wordt de Nota Belvedère aangehaald: ;De nota heeft als centrale doelstelling dat de cultuurhistorische identiteit sterker richtinggevend wordt voor de inrichting van de ruimte. Het behoud en benutten van het cultureel erfgoed voegt kwaliteit toe aan de culturele dimensie van de ruimtelijke inrichting. Hilversum is in de nota aangewezen als cultuurhistorisch belangrijke stad. Dit betekent dat bij de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke plannen zorgvuldig gekeken dient te worden naar de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden en of deze kunnen worden ingepast in-, dan wel als inspiratiebron kunnen dienen voor, de ontwikkelingen. Cultuurhistorie en Erfgoed worden in de Gebiedsagenda als één van de kernkwaliteiten van 1221 genoemd. Dan is het foutief dat in dit BKP+ geen richtlijnen zijn opgenomen voor bestaande monumenten. Dit schuurt extra omdat de Gebiedsagenda nadrukkelijk stelt Principe 1: Bijzondere gebouwen vormen vertrekpunt.
En monumentale gebouwen van weleer geven het gebied identiteit naar de toekomst.; Het BKP zegt ;Doel is de historische gelaagdheid van de plek zichtbaar en beleefbaarte houden.; Nu staat op de ontwikkellocatie aan de Korte Noorderweg, het woon-winkelpand Noorderweg 42- 42a. Dit is aangewezen als gemeentelijk monument. Op de gemeentelijke website is vermeld dat dit pand uit 1924 stamt. Het telt 3 bouwlagen en sluit daarmee goed aan op de direct belendende panden en op de bestaande en nieuwe 4-5 bouwlagen aan de overzijde van het spoor aan de Koninginneweg. Dit monument belichaamd tevens de menselijke maat en de kleine korrel die ook voor de nieuwe plannen als kernkwaliteiten worden geroemd. Het Cuypersgenootschap en historische kring Albertus Perk doen een beroep op behoud van het monument. Hoe is het dan mogelijk dat in alle varianten voor de KNW het college dit gemeentelijk monument wil slopen?
Het college schrijft ook: Het belang dat de gemeente hecht aan cultuurhistorie en erfgoed blijkt klip en klaar uit haar handelen in de afgelopen jaren. (uit reactienota BKP+). Klopt de intentie om het gemeentelijk monument te slopen spreekt boekdelen. Het geeft ook aan dat ;De ambities in 1221 zijn hoog; enkel betrekking heeft op te realiseren afwijkende bouwhoogten en kwantiteit en niets te maken heeft met inhoudelijke kwaliteit bijvoorbeeld op het punt van zorgvuldig omgaan met cultuurhistorisch erfgoed. Dit is ook te zien op het Oosterspoorplein dat zijn vorm te danken heeft aan de draaicirkel van het spoorwegmaterieel dat op deze plek lag. Uit de WOB stukken blijkt hoe een serieuze afweging ontbreekt om deze kenmerkende vorm wel of niet te behouden vanuit cultuurhistorisch perspectief. De gemeente schrijft: ;Vanuit cultuurhistorie is er niet aangehaakt. Is nu ook een gepasseerd station. Kennelijk is zorgvuldigheid van ondergeschikt belang ten opzichte van voortgang omwille van de voortgang, waarbij later blijkt dat de voortgang stokt door andere onzorgvuldigheden als de afstemming met de eigenaar van de grond waarop de gemeente wil ontwikkelen.
14. Beeldkwaliteitsplan+ 1221, (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Toelichting, Hoofdstuk 4, relevant beleidskader, 4.4.3) Het Beeldkwaliteitsplan+ doet uitspraken voor 1221 en meer specifiek voor de verschillende ontwikkellocaties: Hunkemöllerterrein, het Venetapark, Van Son, de Wybertjesfabriek, de Grote Sigarenfabriek en de Zuiderweg/Lijsterweg. Dat laatste gebeurt via gebiedspaspoorten. De Gebiedspaspoorten staan voorde +. Normaliter gaat een beeldkwaliteitsplan over architectuur. In de gebiedspaspoorten staan harde randvoorwaarden. Het daadwerkelijke stedenbouwkundige plan en de architectonische uitwerking worden niet door de gemeente opgesteld, maar ontwikkeld door de marktpartij. Bij de beoordeling van bouwplannen voor ontwikkellocaties in 1221 gebruikt de gemeente dit Beeldkwaliteitsplan+ als toetsingskader. Het daadwerkelijke stedenbouwkundige plan en de architectonische uitwerking maken onderdeel uit van het locatie-ontwikkelplan. In de raadscommissie van 17/18 november heeft college aangegeven nog te komen met een aantal kleine wijzigen op basis van de reactie van de Commissie voor de welstand en de monumenten mee en doet de raad een verbeterde versie van het Beeldkwaliteitsplan plus voor de raadsvergadering toekomen; (uit verslag commissievergadering).
College van B&W besluit dinsdag 30 november 2021, Bijlage 2 Was Wordt document Beeldkwaliteitsplan plus 1221, toegevoegd aan de stukken voor de raad op circa 1 week voor de raadsvergadering op 8 december 1221. De wijzigingen van het toetsingskader blijken allerminst klein. Geschrapt wordt de menselijke maat uitgedrukt in wat de gangbare en maximale bouwhoogte is: • Gestapelde woningbouw heeft een menselijke maat van drie tot zes lagen; De algemene maximering van het hoogteaccent op 25 meter verdwijnt plus de randvoorwaarde voor het accent in m2 groene ruimte • (...) hoogteaccenten mogelijk tot acht bouwlagen (max. 25 meter). Evenwel met de voorwaarde die reeds in de Gebiedsagenda was benoemd: alleen in combinatie met een grotere aaneengesloten groene ruimte van ten minste 1.000 m2. Ook blijkt bij (3.2) geschrapt dat ruimtes altijd prettig moeten aanvoelen, dat waar mogelijk de hoeveelheid verharding op het maaiveld beperkt wordt ten gunste van hemelwaterinfiltratie en groen, en wordt de toegankelijkheid geen goed gedaan door het schrappen van de passage dat slechts bij uitzondering trappen kunnen worden toegevoegd. Vergelijk dit met hoe bij twee locaties (Hunkemöller en Venetapark) een half verdiepte garage is voorzien. Hier komen hellingbanen die beperkingen opleveren voor mensen die slecht ter been zijn of rolstoelgebruiker.
Het is al niet van deze tijd die vraagt voor inclusiviteit en gebruiksgemak voor iedereen om met hellingbanen te werken, laat staan dat dan ook nog eens trappen als alternatief gangbaar mogen zijn.
De beeldkwaliteit (3.3) levert in door het schrappen van de zin De bebouwing krijgt een voornaam uiterlijk. Dus ook hier wordt opnieuw een kans gemist om de tweedeling tussen oost en het centrum te verminderen, (zie hieronder overzicht van verschillende versies BKP+)
BKP+ 8 JUNI 2021 BKP+ 19; 28 OKT 2021 BKP+ 30 NOVEMBER 2021
2.9. Overwegend laagbouw met een enkel hoogteaccent tot 35 m bouwhoogte 3.3. BEELDKWALITEIT GEBOUWEN Bouwhoogte - Gestapelde woningbouw heeft een menselijke maat van drie tot zes lagen, met uitzondering van en aantal plekken langs het spoor waar een hogere bouwhoogte is toegestaan. - Langs het spoor zijn bij Venetapark, Hunkemöller en Korte Noorderweg hoogteaccenten mogelijk tot acht bouwlagen (max. 25 meter). - Geadviseerd wordt om alleen op de ontwikkel locatie van Hunkemöller op één plek een hogere bouwhoogte toe te staan van twaalf bouwlagen (max. 37 meter) om zodoende een lagere bouwhoogte te kunnen realiseren aan de zijde van de Liebergerweg; en met behoud van veel open ruimte op maaiveld. 2.10. Overwegend laagbouw met een enkel hoogteaccent tot 35 m bouwhoogte Economisch perspectief 2040 (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Toelichting, Hoofdstuk 4, relevant beleidskader, 4.4, gemeente Hilversum, 4.4.5) Kennisplatform 31 geeft aan dat Hilversum een relatief bijna 2x zo hoog aandeel kantoren heeft als landelijk (38% vs. 21% landelijk). Niettemin zet Hilversum de bouwplannen onder druk met de eis van een buitensporig aantal nieuwe kantoor m2.
Het is niet uit te leggen waarom de Regio Gooi en Vechtstreek richting de toekomst voor alle regiogemeenten dus inclusief Hilversum tot 2040 uitgaat van een totaal van 26.680 m2 kantoorruimte en Hilversum als enige gemeente hiervan afwijkt en beweert tot 34.262 m2 kantoorruimte nodig te hebben. Waarom heeft Hilversum meer nodig dan de hele regio Gooi en Vechtstreek? Beide rapporten zijn geschreven door Ecorys in dezelfde tijdspanne. Het verschilpunt werd ter sprake gebracht in de zienswijze bij het BKP+. Maar in de reactienota van de gemeente blijft een steekhoudende verklaring uit van het verschil in benodigde kantoor m2 tussen sec de gemeente Hilversum en de regionale inventarisatie inclusief de gemeente Hilversum. Het kan niet zo zijn dat beide notas kloppen. En het is aannemelijk dat dit de Hilversumse mank gaat, want de gemeente heeft bewezen er niet voor schuwen om opportunistisch te werk te gaan. Dit blijkt bijvoorbeeld bij de vraagraming voor bedrijfsruimte. Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka, Metrool Regio Amsterdam) kwam in 2019 met een actualisatie van de vraagraming. Door een fout viel die raming voor de regio Gooi en Vechtstreek te hoog uit en werd later naar beneden gecorrigeerd. Daarop probeerde het Hilversumse college alsnog om de bestuurlijk trekker van Plabeka te bewegen om die initiële extra uitbreidingsruimte overeind te houden.
Maar hij ving bot bij de trekker die antwoordde met De correctie van het hoogste groeiscenario (gevoeligheidsanalyse) vraagraming voor Gooi en Vechtstreek van 22 naar 3 hectare zien wij echter als een noodzakelijke aanpassing. Dit hogere getal is abusievelijk opgenomen in de samenvatting van de vraagraming. In de deelregiouitwerking van de vraagraming zijn wél de juiste cijfers opgenomen. Wel dankte hij het Hilversumse college nog voor het genereuze aanbod: Wij stellen het ook zeer op prijs dat u in het gesprek aangaf ruimte te kunnen bieden voor 'overloop' vanuit Amsterdam naar Gooi en Vechtstreek. Ruimtelijk plan 1221 (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221,Toelichting, Hoofdstuk 5) Een belangrijk aspect van het onderliggende BKP+ in dit ontwerp Chw. bestemmingsplan 1221 is het ontbreken van de samenhang met een integraal Spoorzone-ontwerp. Advies 24 van ARK (15-05-2020) over de visie op de Spoorzone meldt het ontbreken van samenhang van de aanpak aan weerszijden van het spoor.
Zoals blijkt uit de reactienota bij het BKP+ overweegt het college die kritiek aan te grijpen en te misbruiken om de eerder vastgestelde lagere bouwhoogte aan de Koninginneweg alsnog te verhogen. Er ontstaat zo inderdaad samenhang, namelijk die van wanden als nieuwe Berlijnse muren. Zo zal de hoogbouw de bevestiging en accentuering van de tweedeling van Hilversum zijn door het spoor. Een soort plastische chirurgie die het bestaande litteken niet doet verdwijnen maar erger maakt. Of het nu bij de Korte Noorderweg is, de Koninginneweg, of ter hoogte van de Hunkemöller of Veneta-locatie (of zoals in een voorgestelde variant van het Bruisend Hart waar nota bene de externe expert van de gemeente ook een vraagteken bij zet zoals aangegeven in WOB stuk) het versterkt de ruimtelijke tweedeling. De ARK heeft erop gewezen dat de maximale bouwhoogte passend in Hilversum 6 bouwlagen is. Zij ziet slechts een enkel accent. Daarmee neemt zij afstand van de erosie van het begrip accent door de veelheid van door het college ingevlochten hoogbouw. En zet zij af tegen hoogbouw in 1221 die hoger gaat dan de 25 meter, zoals op Hunkemöller locatie met 33 meter en tegen het BKP+ dat 37 meter toestaat (hetgeen mogelijk is opgenomen in de plankaart van dit bestemmingsplan 1221, alleen is die digitaal niet ter visie gelegd tot op heden, 1 april 2022).
In de spoorzone zijn talloze bouwblokken die 7 en 8 bouwlagen tellen en zo hoger zijn dan de ARK passend vindt bij de maximale bouwhoogte horend bij Hilversum. Zo gaat het college voorbij aan de kernkwaliteit van tuinstad Hilversum en passeert het college de ARK alsof het college niet verantwoordelijk is voor Hilversum maar voor Purmerend of Almere. Evenmin gaat het college aan de slag met diverse aansporingen t.a.v. het spoor In het gepresenteerde planproces ontbreekt een pre-ambulaire fase waarin de allesomvattende vraag wordt gesteld op welk schaalniveau de barrière rond het spoor in Hilversum geproblematiseerd moet worden en welke ruimtelijke middelen nog beschikbaar zijn om de barrière definitief op te heffen. Dit spoortraject heeft bijna anderhalve eeuw de ontwikkeling van Hilversum bepaald en de stad gaandeweg meer en meer verdeeld. Dit blijft een centraal ruimtelijk vraagstuk. Hoe 1221 als deel van de Spoorzone met de westelijke stadsdelen wordt verbonden is afhankelijk van beleidskeuzes die op basis van de uiteindelijke mobiliteitsvisie 2040 gemaakt worden (zie Advies 25 van ARK, 20-11-20).; advies ARK, 2021 Het college reageert in de reactienota BKP+ op basis van aannamen: Het volledig onder de grond brengen of verdiept aanleggen van het spoor zou een oplossing kunnen zijn voor diverse vraagstukken.
Het brengt echter kosten met zich mee die zo hoog zijn (vele honderden miljoenen, zo niet meer) dat deze niet kunnen worden terugverdiend door de vrijkomende ruimte in te vullen. De gemeentebegroting kan zo'n investering niet dragen. Onze verwachting is dat de rijksoverheid dergelijke bedragen niet zal subsidiëren, zonder dat een zeer groot aantal woningen of arbeidsplaatsen wordt gerealiseerd. Daarnaast neemt het aanleggen van een tunnel vele jaren in beslag. De ruimte om een tunnel te bouwen en tegelijkertijd het spoorverkeer doorgang te laten vinden is naar onze inschatting niet aanwezig. De aanleg van een tunnel zou betekenen dat een van de drukst bereden spoorlijnen van Nederland enkele jaren buiten bedrijf moet worden gesteld. Van goed bestuur mag verwacht worden dat het beweringen kan onderbouwen. Maar is geen enkele concrete actie ondernomen om de aannamen te bevestigen of ontkrachten. Deze passiviteit toont hoe laag het ambitieniveau is om structurele verbetering te bewerkstelligen rond de tweedeling in Hilversum door het spoor. Dit staat in schril contrast tot gedane kosten voor onderzoeken naar tunnels voor gemotoriseerd verkeer waar geen maatschappelijk draagvlak voor bestaat voor de ring Noord (Westerheide) of Zuid (Diependaalselaan).
En opnieuw waar de actie wel nodig is ontbreekt het namelijk ;Rondom het stedelijk element 'spoor', deel van de Gooilijn, waarvan de scheidende werking verkleind moet worden, moeten voor oost en west Hilversum nieuwe verbindingen gezocht worden. [Advies 29, ARK, 2021] Er komt geen nieuwe verbinding bij. En bestaande worden zwaarder belast. De Beatrixtunnel,
het viaduct bij de Johannes Geradtsweg, de interwijk fietstunnel bij het station. De fietstunnel geeft Goudappel Coffeng aan is niet toekomstbestendig. Hier geldt opnieuw dat wel tunnels van honderden miljoenen voor gemotoriseerd in beeld zijn maar 15 miljoen voor een vitale fietsverbinding als te duur wordt genoemd. Het is zwalkend en visieloos bestuur dat oordelen van experts ter zijde schuift. Dit patroon is ook te zien op basis van de feedback gegeven door de Commissie van Welstand en Monumenten. De Commissie van Welstand en Monumenten (CWM). merkt op n.a.v. het BKP+ uit mei 2021 hoe ;De afspraak was dat een meer definitief stuk in september/oktober aan de commissie zou worden voorgelegd. Dat is tot nu toe niet gebeurd. Ook bereikte de commissie het bericht dat er voorlopig geen besluiten meer over dit BKP+ genomen zouden worden tot aan de volgende verkiezingen. Vandaag, 13 oktober 2021 bereikte de commissie het verzoek om per omgaande toch een advies uit te brengen. De commissie heeft het moeilijk met dit document. Dat is aan de ene kant gelegen in het document zelf, waarin vanzelfsprekend een goede ruimtelijke kwaliteit wordt beoogd, maar waarvan de commissie zich afvraagt of dat wel bereikt wordt met de inhoud van het document.
Aan de andere kant komt dat omdat het BKP+ deel uitmaakt, samen met de Gebiedsagenda 1221, van een proces waarmee vrijkomende, meest voormalige industriële, gebieden in Oost worden her ontwikkeld. In dat proces lopen nu zaken parallel in de tijd die in de meeste gevallen volgtijdelijk zijn of zouden moeten zijn. Zo lopen er aanvragen omgevingsvergunning op plekken waarvan nu, in dit concept document, de welstandscriteria en, zo is te lezen in de inleiding, de uitgangspunten van het bestemmingsplan worden geformuleerd. Ook krijgt de CWM nu al adviesaanvragen voor deze locaties voorgelegd zonder dat de CWM over door de raad vastgestelde welstandscriteria beschikt. Naar stellige overtuiging van de commissie is dat echt de verkeerde volgorde. Daarnaast mist de commissie een samenhangende visie voor dit gebied. De commissie heeft dan ook grote zorgen over hoe dit proces tot nu toe verloopt maar ook waar dat toe gaat leiden. De als eerste, in een participatie traject, tot stand gekomen Gebiedsagenda is enkel een ambitie document waarvan ook de ARK in haar advies 16C aangeeft dat: "...
een ruimtelijk kader vooralsnog ontbreekt waarbij principiële uitgangspunten de basis vormen voor een integraal plan is het moeilijk conclusies te trekken over wenselijke bereikbaarheid (verkeer en parkeren), vergroening, stedenbouwkundige structuren, allocatie van aan demografie gebonden (sociale) voorzieningen en diversificatie van wonen en werken." Daarnaast staat in die Gebiedsagenda ondertussen wel dat een dichtheid van 110 tot 115 woningen per hectare wordt nagestreefd en een FSI van 2. Zonder dat er ooit ontwerpend onderzoek is gedaan naar wat de implicaties van die getallen precies voor Oost gaan betekenen. En of de nagestreefde ambities uit de Gebiedsagenda wel verenigbaar zijn met die getallen. Hetgeen de CWM in maart van dit jaar ook al constateerde.; Waar het college reageert met wij herkennen een hoog ambitieniveau miskend het de kern van de kritiek van de CWM. Het college is kinderlijk eenkennig als het gaat over wat hoge ambitie is. Dat Hoge ambitie, bouwen is met mate in lijn met de wens van inwoners en passend bij de tuinstad die Hilversum is wil er maar niet in.
CWM:.;(...) er bestaat spanning tussen de door ontwikkelende partijen gewenste bouwvolume op ontwikkellocaties versus een goede inpassing van deze nieuwe bebouwing in de omringende buurt.; (...) Spanning bestaat tussen het aantal woningen (of andere functies) op bepaalde ontwikkellocaties (ook met oog op haalbaarheid) versus de bestaande dichtheid van 1221." Deze spanning zou met een stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan moeten worden weggenomen en worden omgebogen tot een prachtig plan maar vooralsnog is dat er niet. Het advies van de commissie zou dan ook zijn om een pas op de plaats te maken en eerst ontwerpend te onderzoeken hoe een ruimtelijk stedenbouwkundig plan van hoge kwaliteit met, zoals de ARK in het al genoemde advies 16C ook adviseert, het in het oog houden van: "de samenhang met de beleidsambities voor het schaalniveau van de hele stad en voor de langere termijn." kan worden gemaakt.;
De CWM mist die samenhang in het voorliggende BKP+ met de zowel de stad als geheel als binnen Oost zelf. (...) een visie, of een idee of een stedenbouwkundig concept dat ten grondslag ligt aan de beeldkwaliteit en criteria node wordt gemist.; ;De tekst geeft aan dat de gebiedspaspoorten geen stedenbouwkundig plan zijn, want het daadwerkelijke stedenbouwkundige plan wordt door marktpartijen gemaakt. De commissie vraagt zich af wat de rol van de gemeente hier dan is? En wat de rol en de status van een gebiedspaspoort dan is? De commissie denkt dat het goed zou zijn als de gemeente aangeeft wat de kaders zijn waarbinnen een marktpartij mag opereren. Die kaders zouden het algemene en gebied overstijgende en culturele belang moeten dienen. De commissie vindt dat niet terug in de geschetste ruimtelijke voorstellen.; Waar het college reageert met zich niet te herkennen in de zienswijze van de CMW ontbreekt een gemotiveerde en overtuigende argumentatie. Afsluitend Naar aanleiding van bovenstaande opsomming en motivatie verzoek ik u met inachtneming van mijn zienswijze het ontwerp BKP+ niet vast te stellen, maar tot een herziening te komen. Voor mij als omwonende van de KNW vraag ik u erop toe te zien dat de bouwdichtheid en bouwhoogte voor de nieuwbouw op de KNW verlaagd wordt. Waarbij de ontwikkelaar een nieuw plan voorstelt dat beter passend is in de buurt.
In het bijzonder verzoek ik u, juist in het kader van de burgerparticipatie, om het aan te passen ontwerp eerst met omwonenden te bespreken alvorens die (opnieuw) openbaar te maken. Op basis van de bovenstaande argumenten maken wij bezwaar tegen de huidige vorm van het ontwerp BKP+.
Ik ga ervan uit dat u mij van de verdere procedure op de hoogte zal houden.
ae| Hilversum lEi O Mediastad
ONTVANGEN OP
o ? APR. 2322
*
DATUM VAN ONTVANGST 3EWL3 VAL' GMTVAMGSI
»■
f
Ontvanjeu van
Onderwerp
5
a ■rei
Ontvangen vanf
^Vi
Locatie afgifte b.v.(j.'
O.t.2% CCM038