Bijlage 4 : 13 geanonimiseerd stuk
Tekst van het document
kleinschalige stedenbouwkundige composities van korte rijen lage woningen met een nadrukkelijke kap. [...] Sommige woningen zijn vervangen, andere verbeterd, maar de buurten hebben hun oorspronkelijke karakter toch kunnen behouden." Hoewel niet alles in beton is gegoten mag door de burger voor dergelijke principiële uitspraken over ruimtelijke ordening bestuurlijke continuïteit worden verlangd van bestuurders. De opgaven en ambities uit 2012 hebben ondanks een intensief participatieproces voor een belangrijk deel geen plek gekregen in het BKP+ en dit bestemmingsplan. De transformatie genoemd in de doelstelling van de gebieden van het Chw-bestemmingsplan 1221 naar "herontwikkeld tot (hoog)stedelijk woon- en werkgebieden" is op essentiële onderdelen in strijd met de Structuurvisie Hilversum 2030 en wijkt ook af van de afspraken gemaakt in de Gebiedsagenda. Om de cirkel rond te maken is het goed terug te lezen welk te bouwen woningaantal in de aanmelding van de spoorzone1221 in 2019 staat. Hierin staat dat de gemeente tussen de 500 en 1000 woningen wil realiseren. "De gemeente Hilversum wil de omgevingskwaliteit van de Spoorzone (postcodegebied 1221) versterken. Daarbij wordt onder andere ingezet op een betere gezondheid onder bewoners en het bestendig maken van de wijk tegen de gevolgen van klimaatverandering.
Duurzaamheid staat centraal en kan naast de versterkte omgevingskwaliteit tot uiting komen in onder andere het stimuleren van duurzame energie, circulaire economie en het aardgasvrij maken van gebouwen. Bovendien kan met de transformatie van het gebied de bouw van 500 tot 1.000 woningen worden gerealiseerd. De gemeente kiest voor een werkwijze die vooruitloopt op de Omgevingswet. Er wordt ingezet op een geleidelijke en organische ontwikkeling, waarbij bewoners en bedrijven worden gevraagd zelf initiatief te nemen. Om dit type ontwikkeling mogelijk is te maken is het van belang om tijdelijk af te kunnen wijken van grenswaarden, bijvoorbeeld geluidsnormen in de Wet geluidhinder.
De aanwijzing als ontwikkelingsgebied maakt het mogelijk om de milieugebruiksruimte te optimaliseren, omdat tijdelijk van bepaalde milieunormen kan worden afgeweken als is aangetoond en gewaarborgd in het bestemmingsplan dat binnen tien jaar weer aan de geldende normen kan worden voldaan." [ https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt2019-36712.html ] Het tijdelijk afwijken van normen voor zo'n groot gebied als heel 1221, voor zo vele jaren en samenhangend met niet tussen de 500 en 1000 maar tussen de 1150 en 1800 woningen is gelet op de oorspronkelijke aanmelding een totaal ander project geworden, waarbij de vraag rijst of daar de dit strookt met de Crisis en Herstelwet? De ARK tenslotte zegt: "Er is speciale aandacht nodig om te vermijden dat de grondopbrengsten door een ontspoorde verdichting waardoor het laadvermogen per locatie wordt overvraagd verleidelijk de ruimtelijke kwaliteit in de weg staan." [reactienota BKP+]. Wat de ARK over het hoofd ziet dat de gemeente een kortetermijn belang heeft en zichzelf rijk rekent met toekomstige WOZ-opbrengsten. En hoe hier een mogelijk perverse prikkel ontstaat om de mate van verstedelijking te versnellen. Zo wordt in de programmabegroting 2022 uitgegaan van de bouw van 3000 woningen tot 2030. Over een periode van 8 jaren zijn dit dus 375 woningen per jaar. "De ontwikkelcapaciteit is historisch bezien rond 250 woningen per jaar".
[op basis van CBS data, https://www.hilversumsearchitectuurprijs.nl/cms/files/pdf/Debatavond-5-oktober-2021.pdf] Daarmee vergeleken is jaarlijks 375 woningen willen bijbouwen erg optimistisch. Neem de gemiddelde WOZ waarde van 355.000 € (2022) maal 375 en de gemeente rekent zichzelf rijk met 133 mln. [ Terwijl indien de historische ook de toekomstige productie zou zijn de WOZ uitkomt op circa 89 mln., dus 44 mln. minder].
Die 375 woningen per jaar uit de programmabegroting 2022 sluit niet aan bij wat in dit bestemmingsplan staat "Het Chw-bestemmingsplan draagt bij aan de ambitie van de gemeente Hilversum om jaarlijks 250 extra woningen te realiseren om een passende woningvoorraad te bewerkstelligen. [4.4.6 Woonvisie Hilversum 2021-2030] En in de woonvisie staat het weer anders geformuleerd: "Uit het verleden is gebleken dat we ongeveer 250/300 woningen per jaar realiseren." [Woonvisie 2021 -2030, gemeente Hilversum, 2021]. 6 SAMENHANG EN VERBINDING Een belangrijk aspect van het concept BKP+ is het ontbreken van een referentie naar een integraal Spoorzone-ontwerp. Advies 24 van ARK, 15-05-2020 over de visie op de Spoorzone meldt het ontbreken van samenhang van aanpak aan weerszijden van het spoor. " De vraag naar een ontwikkelingsperspectief wat er in de toekomst met de Gooilijn gaat gebeuren (omlaag, omhoog of anderszins) wordt feitelijk niet gesteld terwijl daar toch alle aanleiding voor is." "Dit blijft een centraal ruimtelijk vraagstuk." Bebouwing evenwijdig aan het spoor zoals in een voorgestelde variant van het Bruisend Hart versterkt de tweedeling. Het hindert ook de beloofde verbreding van de fietserstunnel om de visuele verbinding tussen oost en het centrum te verbeteren.
Volgens een persbericht leert een onderzoek van bureau dat de bestaande breedte van de fietstunnel niet voldoet aan de huidige verkeersrichtlijnen. Dus ook uit het oogpunt van veiligheid is een toekomstbestendiger oplossing beter door de tunnel breder te maken. Goede ruimtelijke ordening houdt hier rekening mee. "Het beeldkwaliteitsplan doet uitspraken over heel 1221 en meer specifiek voor verschillende ontwikkellocaties. " stelt het raadsvoorstel. Maar in strijd daarmee en volkomen ten onrechte wordt vervolgens in het ontwerp BKP+ het 'Bruisend Hart' hieruit gesneden. In deze zienswijze wordt daarom wel stilgestaan bij de planvorming op en rond het Oosterspoorplein. Onderzoeksbureau Moraves schrijft: "De druk op de openbare ruimte is groot, er is weinig ruimte in de buurt voor voetgangers, fietsers en spelende kinderen. " Als beeldmateriaal gebruikt Moraves een tekening van Oosterspoorplein afkomstig uit de Gebiedsagenda om een meer ontspannen sfeer als wenkend perspectief aan te geven. Moraves kijkt naar de fysieke, sociale, en ruimtelijk verbindingen en adviseert onder meer "geef gezicht aan de oostelijke stationsentree in samenhang met de schaal van het plein en de deels te vernieuwen, deels reeds bestaande karakteristieke bebouwing". "Verbreed de fiets- en voetgangersverbinding in de spooronderdoorgang." Dus Moraves gaat niet uit van bebouwing van het plein.
Evenmin de Gebiedsagenda. Hierin staat "Als onderdeel van de stationsomgeving voldoet het Oosterspoorplein, maar het is geen aangename plek om elkaar te ontmoeten, activiteiten te organiseren of te verblijven." Meer verblijfskwaliteit door vergroening, verrommeling tegen te gaan met gestalde fietsen, kraampjes toe te staan, en met een heringerichte en opgeknapte bestaande pleinwand. De enquête over 'Bruisend Hart' laat zien dat groen het hoogst scoort. En uit de geselecteerde beelden lijkt ook af te leiden dat het niet bebouwen van het plein de voorkeur heeft. Hoofdstuk 9 Uitvoerbaarheid en evaluatie, 9.1 Financieel, Kostenverhaal 'Bruisend Hart' ligt binnen het bestemmingsplan 1221. Bij 'Bruisend Hart' is gebruik gemaakt van de Vestiging Wet Voorkeursrecht Gemeenten (Wvg). In een WOB stuk staat "Uit overleg met wethouder kwam naar voren dat we de verwervingskosten Wvg niet hoeven mee te nemen in het resultaat."(...) "Is het mogelijk om nog een modellteje te maken dat financieel sluitend is? Dan bedoel ik sluitend zonder dat Wvg en ca. 1,5 investeringsbudget (helft van 3 mln) moet worden
terugverdiend. Hoe zou dat er uitzien?" Hoe moeten deze gemeentelijke opmerkingen geïnterpreteerd worden in het licht van het kostenverhaal? 7 PARTICIPATIE "Middels een open planproces met alle stakeholders, is een programma zoals bedoeld in de Omgevingswet opgesteld; de Gebiedsagenda 1221." [Uit Hoofdstuk 1 Inleiding, 1.1. Aanleiding & 9.2 Participatie bestemmingsplan] "In de aanloop naar de gebiedsagenda is onder regie van de gemeente een intensief gebiedsproces doorlopen, en op hoofdlijnen een gezamenlijk toekomstperspectief ontwikkeld." [Uit Hoofdstuk 1 Inleiding, 1.1. Aanleiding & 9.2 Participatie bestemmingsplan De gemeente presenteert de participatie rond het 1221 bestemmingsplan als een succesverhaal. Dit is een vertekend beeld. Ter illustratie enkele locaties in de gang langs Gebiedsagenda, intentieovereenkomsten, Beeldkwaliteitsplan plus, Gebiedspaspoort, Chw. ontwerp bestemmingsplan 1221. 7.1 Hunkemöller testcase van de Gebiedsagenda, BKP+, participatie, rol bestuur Middels participatie door bewoners, ontwikkelende partijen, ondernemers, maatschappelijke organisaties en gemeente hebben zij met elkaar de Gebiedsagenda 1221 opgesteld. De gebiedsagenda is vervolgens vastgesteld door B&W 19 maart 2019. Het werd geroemd als voorbeeldig. Tecta Invest , Ontwikkeling locatie Hunkemöller, 22 januari 2021.
Zegt 'vast te lopen' in de discussie over de gemiddeld 115 woningen per hectare die in de Gebiedsagenda genoemd wordt. Zo maakt Tecta van de 110-115 woningen per hectare gemakshalve al 115 p. ha. En waar is afgesproken in de Gebiedsagenda dat dit de norm is per locatie, verschuift Tecta het naar 'gemiddeld' 115 woningen per hectare. Dat de bewoners door in stemmen met 110-115 woningen p. ha. een enorme concessie hebben gedaan ten opzichte van de bestaande dichtheid van rond de 60 woningen p. ha. blijft ongenoemd. Daarna gaat Tecta tellen op basis van de Gebiedsagenda: Aantal woningen / ha 115 Aantal ha 1,4 Totaal aantal woningen 115 x 1,4 = 161 Discretionaire verhoging 30% 48 (deze mogelijkheid biedt de Gebiedsagenda) Totaal aantal woningen 209 Maar Tecta en de gemeente hadden op 10 maart 2020 al een geheime intentieovereenkomst gesloten voor 296 woningen. Door politieke druk werden de geheime intentieovereenkomsten waaronder die van Hunkemöller uiteindelijk gepubliceerd. Maar dit was pas in april 2021. En nadat de publieke discussie over de Gebiedsagenda in de raad was beslist zonder gebruik te kunnen maken van die geheime informatie. Overigens bezwoer het college bij de raadsbehandeling van de Gebiedsagenda die ongeamendeerd vast te stellen omdat het een te broos bouwwerk was dat als één element werd gewijzigd nadelige effecten op meerdere
onderdelen kon hebben. Dit zei dus het college dat zelf in geheime afspraken al was afgeweken van de Gebiedsagenda. Inmiddels konden de bewoners uit gesprekken met de ontwikkelaar opmaken dat die zich niet aan de Gebiedsagenda wilde houden en hogere bouwdichtheden en bouwhoogte nastreefde. De bewoners probeerden bij te sturen. In de praktijk bleek dat ze alleen mochten meepraten over de kleur van de kozijnen. Uiteindelijk probeerden de bewoners de bouwmassa's en bouwhoogte zo ver mogelijk van hun huizen vandaan richting het spoor te drukken. Overigens door dit te doen worden de bewoners aan de andere kant van het spoor in de Vituswijk op geografisch vergelijkbare afstand als de bewoners aan de Liebergerweg geconfronteerd met hoogbouw. Met dit verschil dat de bewoners aan het Wandelpad niet in de gelegenheid zijn geweest te participeren. Noch de ontwikkelaar, noch de gemeente heeft deze bewoners erbij betrokken. Wat de ontwikkelaar en gemeente wel deden was signaleren dat het verzet was gebroken tegen de hogere dichtheid en bouwhoogte en daarop reageerden zij blij. Het college spreekt over 'breed draagvlak vanuit de omgeving' in de reactienota van het BKP+ Maar waar ontwikkelaar en college de bewoners aan de Liebergerweg samen met de toekomstige hoogbouw de lucht in prijzen weerspreekt de inspraakreactie van de bewonerswerkgroep dat de bewoners content zijn.
Namens bewonerswerkgroep Hunkemöller, bewonerswerkgroep Zuider/Lijsterweg en bewonerswerkgroep Venetapark werd 17-11-2021 bij de bespreking van Beeldkwaliteitsplan plus 1221 het volgende opgemerkt: "Lang gehamerd op lagere bouwdichtheid. We zijn er niet echt doorgekomen. Tegenover ontwikkelaar en gemeente is de macht van bewoners beperkt. Het resultaat is dus beperkt. Dit is het maximale wat wij er uit konden halen. Een eensgezinde raad kan meer." (...) "Er is meer tegenwicht nodig tegen de druk van de businesscase." Het was een oproep aan de raad de bouwdichtheid te verlagen. Maar de raad negeerde de oproep, primair langs de lijn van de coalitiemeerderheid. Hoe ambtelijk het belang van de coalitie weegt tav participatie leert de volgende passage "Zolang de coalitie het participatieproces tot nu toe positief waardeert en aangeeft dat ze het waardeert dat we, zoals gevraagd de raad heel vroegtijdig betrekken lijkt het mij acceptabel." Uit stukken bij Bruisend Hart verkregen door beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Overigens dat toen de raad de indringende woorden van de insprekende bewonersverenigingen negeerde, sloeg het tegelijk de eerdere waarschuwing van de Adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit in de wind waar deze commissie haar zorg uitsprak over het ongelijke speelveld tussen bewoners en ontwikkelaars.
De gemeente tekent in maart 2022 een anterieure overeenkomst met Tecta voor 278 woningen (93 sociale, 115 middeldure en 71 vrijesectorwoningen) en 2000 vierkante meter kantoorruimte. [ https://www.gooieneembode.nl/extra/279651/op-hunkemoller-terrein-komen-93-sociale115middeldure-en-71-vr/sHes2CpR2hqlEE_wFuuOA8lm_mMoDLMD395BUrHEkSV2v5cpgQXxvUQMIfx2CpjAlzg4ZdeEj9HsXptqlmdze_lBCdKT67LfOmRUL7S NklGIMJ2A3UC_V_-38wAmWjq ] Kortom waar de bewoners op basis van de Gebiedsagenda en onbekend met de discretionaire verhoging van 30% rekenden op 161 nieuwe buren erbij worden het er uiteindelijk 278. Dit is 42% meer. De dichtheid is gestegen naar 185 woningen per hectare (exclusief kantoor m2???)
En waar de bewoners rekenden op een nieuwe ontsluitingsweg voor al dit nieuwe verkeer aan de spoorzijde, oordeelde de gemeente dat dit te duur is voor de ontwikkelaar. Zelfs al is de nieuwe weg genoemd in de Structuurvisie Hilversum 2030. De nieuwe weg zou zorgen voor de ontlasting van de verkeersdruk op omliggende buurten. De structuurvisie is een zelfbindend beleidskader voor de gemeente. De gemeente dient zich hieraan te houden. Te meer omdat de gemeente onvoldoende zwaarwegende argumenten heeft zich hier niet aan te houden. Het BKP beschrijft de ruimtelijke kaders voor nieuwe ontwikkelingen in 1221. Deze kaders gaan bijvoorbeeld over de samenhang van het geheel, de kwaliteit van de openbare ruimte, over bouwhoogte en over architectuur. Op het Beeldkwaliteitsplan plus ontving de gemeente liefst 161 reacties van bewoners, bewonersorganisaties, maatschappelijke organisaties, eigenaren en ontwikkelende partijen. Dit weerlegt de opinie van de gemeente dat iedereen tevreden is.
Ten aanzien van Zuiderweg/Lijsterweg ziet de bewonersvertegenwoordiging hoe er sprake is "(...) van toegeven aan winstmaximalisatie; het paspoort noemt hij hier voorbarig en niet consistent met de algemene criteria;" en zij vragen zich hardop af (...) "of het nieuwe plan voor het Venetapark afkomstig is van de toenmalige ontwikkelaar of de gemeente en vindt dat plan wringen met de opvattingen van bewoners over bouwvolumes, ligging, omvang en situering van het groen; hij noemt het paspoort voorbarig en wil hierover eerst nog om de tafel gaan." 7.2 Korte Noorderweg, 'Geuzenpark' De ontwikkelaar heeft via strak geregisseerde zoom sessies geprobeerd zijn plan te laten landen bij de bewones. Maar de bewoners hebben vanaf de start hun zorgen uitgesproken over de dichtheid en bouwhoogte die te sterk afwijken van wat is afgesproken in de Gebiedsagenda. Een Gebiedsagenda die de ontwikkelaar kende toen hij instapte op deze locatie. De bewoners hebben hun zorgen ook kenbaar gemaakt door in te spreken bij raadscommissies en schriftelijk naar de raad te reageren. En waar de ontwikkelaar amicaal sprekend over de participatie refereerde aan 'de klankbordgroep' hebben de bewoners aangegeven dat zij wél zichzelf vertegenwoordigen maar niet de gehele Geuzenbuurt.
De gemeente heeft niet één keer de ontwikkelaar gevraagd een plan aan te bieden dat voldoet aan de kaders die zijn afgesproken in de Gebiedsagenda. In tegendeel de gemeente heeft ruimte gelaten voor afwijkingen zoals is gedocumenteerd in het afwegingskader bij de intentieovereenkomst. Bijvoorbeeld bij "Menselijke maat; kleine korrel" staat: "Qua bouwhoogte wordt gerefereerd aan de bouwhoogte in de stationsomgeving. Onvoldoende duidelijk is of de voorgestelde bouwhoogtes ook recht doen aan de bouwhoogtes in de omliggende straten. Dit vraagt een verdere uitwerking in de volgende fase. De dichtheid is hoger dan aangegeven in de Gebiedsagenda. Dit behoeft een zo duidelijk mogelijke onderbouwing/argumentatie." Deze inhoudelijke sturing door de combi gemeente en ontwikkelaar voltrok zich buiten het zicht van de bewoners. De bewoners verkeerden in de veronderstelling dat de afgesproken kaders in de Gebiedsagenda zouden worden gerespecteerd. In gesprekken met de ontwikkelaar kwam de ervaring van het ongelijke speelveld geleidelijk in beeld. De commissie ARK signaleerde dit ongelijke speelveld al eerder in een van de adviezen. Maar ondanks die signalen (van ARK en bewoners-brieven/inspraak) stuurde de gemeente niet bij richting de inwoners. Wel richting de ontwikkelaars door via het BKP+ en Gebiedspaspoorten alle afwijkingen te formaliseren vooruitlopend op het ontwerpbestemmingsplan.
7.3 Oosterspoorplein - Bruisend hart Uit het Moraves ''Onderzoek verbinding Oost – Centrum', 2019, "De druk op de openbare ruimte is groot, er is weinig ruimte in de buurt voor voetgangers, fietsers en spelende kinderen." Moraves adviseert "geef gezicht aan de oostelijke stationsentree in samenhang met de schaal van het plein en de deels te vernieuwen, deels reeds bestaande karakteristieke bebouwing". "Verbreed de fiets- en voetgangersverbinding in de spooronderdoorgang." Dus Moraves gaat niet uit van bebouwing van het plein. Evenmin de Gebiedsagenda. Hierin staat "Als onderdeel van de stationsomgeving voldoet het Oosterspoorplein, maar het is geen aangename plek om elkaar te ontmoeten, activiteiten te organiseren of te verblijven." In plaats van zoals gevraagd door de raad om een plan te presenteren voor een vergroend Oosterspoorplein presenteerde de gemeente een bouwplan oplopend tot 280 woningen en 5.500 m2 Bvo. Dit leidde ook tot vragen bij de extern aangetrokken adviseur: "Gekoppeld hieraan is de discussie nu: wel of geen gebouwen aan de spoorlijn? En waarom? Elders houden we de spoorzone juist vrij van bebouwing, moet dat hier dan niet ook? " Uit stukken bij Bruisend Hart verkregen door beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB).
Voor het Oosterspoorplein 'Bruisend Hart' werd in december 2020 in een Beeldvormende sessie voor raads- en commissieleden aangegeven dat de participatie op het niveau van adviseren/coproduceren zou plaatsvinden. Van dit co-produceren is niets terechtgekomen blijkt uit de inspraakreactie van de bewonersvereniging bij de commissiebehandeling van Bruisend Hart. Hoe de gemeente denkt over de participatie blijkt uit de notitie van 26 jan. 2021 over de belangrijkste afspraken/ bespreekpunten: "(...) wat kunnen we (extra) doen in de participatie om inspraak te voorkomen." Uit stukken bij Bruisend Hart verkregen door beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). De opbrengst van een enquête juni-juli 2021 leerde dat een meerderheid van de respondenten (62%) kiest voor de Hilversumse schaal van 2 bouwlagen en een kap. Dat Hilversummers voor een groen plein kiezen zonder bebouwing (63%), dat de wens is gewone gezellige buurtwinkels en horeca met lokale ondernemers (zonder uitspraak over panden slopen of bestaande renoveren). "De resultaten geven een goed beeld van de ideeën over de verschillende varianten voor de toekomst van het Oosterspoorplein en omgeving." [https://1221.hilversum.nl ] De gemeente heeft ten onrechte beweerd in de reactienota dat het Beeldkwaliteitsplan niet strijdig zou zijn met de Gebiedsagenda.
Ten onrechte want de gemeente somt zelf op hoe wordt afgeweken van de maximum afgesproken bouwhoogte en dichtheid in de Gebiedsagenda. En de gemeente stemde al met die afwijkingen in in geheime intentieovereenkomsten met ontwikkelaars op het moment dat de bewoners van niets wisten en dachten bindende afspraken gemaakt te hebben in de Gebiedsagenda. Kortom: het college ontvangt het brevet van onvermogen en onwil om welk veranderingsproces dan ook effectief en geloofwaardig te sturen omdat het ontbreekt aan een door participatie tot stand gekomen deal met de bevolking, dat door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit is benoemd als randvoorwaardelijk. ["Het veranderingsproces kan alleen effectief en geloofwaardig zijn als het berust op een door participatie tot stand gekomen deal met de bevolking." Advies 29, ARK, 2021]. Het gevolg van dit alles kan zijn dat bewoners planschade zullen claimen.
7.4 Planschade De gebiedsontwikkeling in de Geuzenbuurt, de Electrobuurt en de Kleine Driftbuurt, samen postcodegebied 1221, past niet in het vigerende bestemmingsplan. Uit de planologische vergelijking tussen de bestaande en toekomstige situatie volgt het in te stellen beroep op planschade. Bijvoorbeeld door de derving van woongenot. Neem de bezonning. In het BKP+ staat de passage "Bezonningsstudies van het nieuw te plaatsen blok dienen aan te tonen dat er zeer beperkt nadelig effect optreedt qua bezonning van naastgelegen bebouwing en tuinen." Hier wordt dus standaard uitgegaan een nadelig effect en gaat het slechts om de mate waarin. Kennelijk neemt het college een gecalculeerd risico dat onlosmakelijk verbonden is met de opgeschroefde bouwdichtheid en bouwhoogte (vergelijk ook met de geschrapte passage uit het BKR+ over de menselijke maat van drie tot zes bouwlagen en het oprekken van de accenten ver voorbij de 25 meter (en met 3 meter verhoogde maaivelden). In de reactienota op het BKP+ schrijft het college dat er geen wet-en-regelgeving is voor bezonning en de TNO-normen te hanteren voor het aantal zonuren. Een indiende zienswijze maakt echter duidelijk dat de zonurennorm van het TNO gelden voor een binnenstad en niet voor een tuindorp als Hilversum waar men het hele jaar door van zonlicht kan genieten. Maar denk ook aan planschade samenhangend met verlies aan privacy.
Ten onrechte is in dit bestemmingsplan geen voorwaardelijke verplichting opgenomen om de privacy van omwonenden te waarborgen. Wettelijk vooroverleg en ter inzage legging (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221,Toelichting, Hoofdstuk 9 Uitvoerbaarheid en evaluatie, 9.3) Bij dit artikel staat slechts "PM" De afkoring die verwijst naar pro memoria, ter herinnering. Het is goed in herinnering te roepen hoe de gemeente er voor de burgers een onnavolgbare janboel van maakt, zowel procesmatig als inhoudelijk. Door het gebruik van vele verschillende versies van documenten (ook als ze 'definitief' zijn, zie Omgevingsfoto Hilversum, verkeersonderzoeken, BKP+), door ontwikkellocaties op en af te voeren (Oosterspoorplein, Bruisend Hart, Korte Noorderweg). Door zelfbindende structuurvisies (Structuurvisie Hilversum 2030 en Groene Structuurvisie) lukraak wel of niet in ter roepen, door voorbij te gaan aan andere kaderstellende stukken (bijvoorbeeld provinciale richtlijn illusielandschap), door waar strijd is met het vigerend bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen (Grote Sigarenfabriek) en daar de collegebevoegdheid voor in te roepen onder de vluchtweg dat het een kleine afwijking zou zijn hetgeen te betwisten is dat het past binnen het BKP. De inhoud van bestemmingsplan 1221 is op menig vlak serieus gemankeerd.
Het mist in onderzoeken essentiële input om daadwerkelijk effecten solide op te kunnen analyseren. Neem de ontbrekende ontwikkellocaties Korte Noorderweg, Bruisend Hart, het ontbreken van enkele belangrijke verkeersstroomrichtingen: wel of niet een (of meerdere) verkeersnip(pen) in het plangebied, en zie de hiaten in de milieueffecten, zelfs het willen afzien om die verder in beeld te brengen. Het bestemmingsplan is online incompleet ter visie gelegd; de plekinformatie (kaart) is van het bestaande bestemmingsplan Over 't Spoor. [zie schermafdruk dd. 1 april 2022]
Het ontwerp-bestemmingsplan is kort voor de besluitvorming in de raad over het Gebiedspaspoort Korte Noorderweg gepubliceerd. En zijn op het allerlaatst belangrijke wijzigingen in het BKP+ door het college aangebracht. Zonder dat participanten nog in de gelegenheid zijn gesteld hierop te reageren. Ergo ook de raad werd voor het blok gezet met wijzigingen die niet meer in een commissie besproken konden worden en binnen een week tijd na het collegebesluit als besluitpunt op de raadsagenda stond. Dit is spelen met de factor tijd. Dit spelen met tijddruk door het college is ook opgemerkt door de Commissie van Welstand en Monumenten. (zie verder in deze zienswijze) 7.5 Bestuur Het Dagelijks Bestuur van de gemeente Hilversum informeert bij herhaling niet volledig en niet neutraal. Daarmee voldoet het niet aan hetgeen Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, als norm stelt aan de overheid, namelijk om wel altijd 'neutraal én volledig' te informeren. Voorbeeld: de geheime intentieovereenkomsten met ontwikkelaars i.s.m Gebiedsagenda 1221 Voorbeeld: Beeldmateriaal. Op de expliciet gestelde schriftelijke vraag aan het college op 28 september 2021 voor realistische aanzichten, zonder bomen en gezien vanaf het maaiveld voor alle ontwikkellocaties reageerde het college, op 4 november 2021 dat het blijft bij referentie- lees sfeer- beelden.
Kortom geen realistische beelden. Overigens heeft ook de Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit in haar advisering aangedrongen op het gebruik van 'reële referentiebeelden'.
Voorbeeld: verkeersrapporten. Bijgevoegd bij het Chw1221 bestemmingsplan: versie definitief, 8 oktober 2021; bijgaand een overzicht van de verschillende rapporten en de opvallende verschillen in vergelijking met elkaar. 1221 De voornaamste verkeerskundige effecten, wijzigingen van de verkeersintensiteiten zijn de volgende: RAPPORT Verkeersk undige effecten Chw bestemmi ngsplan 1221 te Hilversum , HASKONI NGDHV NEDERLA ND B.V. definitief, 9 juli 2021 en met dezelfde data en definitief, 8 oktober 2021 DEZE
VERSIE IS BIJGEVOE GD BIJ Chw1221 bestemmin gsplan
RAPPORT Verkeerskundig e effecten Chw bestemmingspla n 1221 te Hilversum, HASKONINGDH V NEDERLAND B.V.,
definitief, 24 december 2021
RAPPORT Nader onderzoek verkeer bij ontwikkelscenario's Bruisend Hart in Hilversum, HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
RAPPORT Verkeerskundige effecten Chw - bestemmingsplan 1221 te Hilversum, HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
definitief, 14 december 2021 definitief, 22 juli 2022
Wijzi ging in varia nt Chw 1221 mét OVknoo ppu nten belei d
Wijzigin g in variant Chw122 1 zónder OVknooppu nten beleid
+ 300 tot Noorderwe + 200 1.500 g– tot mvt/etm 900 Larensewe mvt/ g: +700 tot etm 900 mvt/etm (op etmaaltota al van ca. 5.500);
VARIANT 1 • Een ‘knip’ voor gemotoriseerd verkeer op de Kleine Drift tussen de Larenseweg en de Zuiderweg + knip Boerhaavestraat + het instellen van eenrichtingsverk eer op de Noorderweg in noordelijke richting (richting Kleine Spoorbomen) tussen de Larenseweg en de Simon Stevinweg. De voornaamste verkeerskundige effecten, wijzigingen van de verkeersintensiteiten van Variant 1 ten opzichte van de referentiesituatie inclusief 1221ontwikkeling zijn de volgende:
-/- 1.700 tot -/2.700 mvt/etm (op totaal van ca. 3.500)
VARIANT 2 2. Een ‘knip’ voor gemotoriseerd verkeer op de Kleine Drift tussen de Larenseweg en de Zuiderweg + knip Boerhaavestraat + het instellen van eenrichtingsverkeer op de Noorderweg in noordelijke richting (richting Kleine Spoorbomen) tussen de Larenseweg en de Simon Stevinweg + een nieuwe noordzuid verbinding tussen Noorderweg en Zuiderweg parallel aan het spoor. Deze nieuwe noord-zuid verbinding (een 30 km/uur weg) zal ongelijkvloers de Stationstunnel kruisen. De voornaamste verkeerskundige effecten, wijzigingen van de verkeersintensiteiten van Variant 2 ten opzichte van de referentiesituatie inclusief 1221ontwikkeling zijn de volgende: -/- 1.000 tot -/- 1.700 mvt/etm (op totaal van ca. 3.500)
Gekoppeld aan de ontwikkeling van het Bruisend Hart zijn ook twee infrastructurele maatregelen voorzien: 1. Een ‘knip’ voor gemotoriseerd verkeer op de Kleine Drift tussen de Larenseweg en de Zuiderweg; 2. Het instellen van eenrichtingsverkeer op de Noorderweg in noordelijke richting (richting Kleine Spoorbomen) tussen de Larenseweg en de Simon Stevinweg
-/- 650 tot 1.350 mvt/etm (op totaal van ca. 3.500)
Kleine
+ 600 tot + 350 1.000 Drift: + 350 tot mvt/etm 700 mvt/etm mvt/ (op totaal etm
-/ca. 2.000 -/- 200 tot -/- 400 mvt/etm (op totaal mvt/etm (op totaal van ca. 2.000) van ca. 2.000)
+ ca. 2.000 mvt/etm (op totaal van ca. 2.000)
van ca. 3.000); Beatrixtun
+ + 950 600 mvt/etm nel – Prof. mvt/ Kochstraat etm
Beatrixtunnel: /- ca. 1.100 mvt/etm (op totaal van ca. 12.700)
: + 600 mvt/etm (op totaal van ca.
Prof. Kochstraat: + ca. 900 mvt/etm (op totaal van ca. 10.500)
Beatrixtunnel: -/ca. 900 mvt/etm (op totaal van ca. 12.700)
Prof. Kochstraat + ca. 1.800 mvt/etm (op totaal van ca. 10.500)
13.000); Vervolg
+ + 500 300 tot 950 Kleine tot mvt/etm Drift 400 mvt/ – Minckelers etm straat: + 300 tot 400 mvt/etm (op totaal van ca. 10.000); Liebergerw + + 1.000 500 mvt/etm eg mvt/ etm (oostelijk deel): + 500 mvt/etm
Liebergerweg (oostelijk deel): + 500 mvt/etm (op totaal van ca. 900)
(op totaal van ca. 1.400);
Larensewe + 350 g (nabij tot rotonde): 500 mvt/ + 500 etm
+ 900 tot 1.200 mvt/etm
mvt/etm
(ten zuiden van rotonde) -/1.200 tot -/1.400 mvt/etm (op etmaaltotaal van 1.900 tot 5.500)
(ten zuiden van rotonde): -/- 300 tot + 600 mvt/etm (op etmaaltotaal van 1.900 tot 5.500)
+900 tot 1.350 mvt/etm (op etmaaltotaal van 1.900 tot 5.500)
(op totaal van ca. 6.000); + 600 Snelliuslaa + 350 mvt/etm n: + 350 mvt/ etm mvt/etm
Snelliuslaan en deel Huygenstraat: + 500 mvt/etm (op totaal van ca. 2.000
(op totaal van ca. 2.500). niet in juli 2021 rapport maar wel in dec. 2021 Lorentzwe g ca. 1.500 mvt/etm
+ 150 + 100 tot 400 tot mvt/etm 250 mvt/ etm
+ 400 tot + 1.100 mvt/etm (op totaal van ca. 800 tot 1.500)
+ ca. 200 mvt/etm (op totaal van ca. 800 tot 1.500)
niet in juli 2021 rapport maar wel in dec. 2021
150 + 500 + 300 tot + 700 mvt/ mvt/etm mvt/etm (op etm totaal
-/-
ca.
1.300
mvt/etm
(op
totaal van ca.
van ca. 2.500)
2.500)
Deel Eemnesserweg: + ca. 1.100 mvt/etm (op totaal van ca. 1.500
Deel Eemnesserweg + ca. 600 mvt/etm (op totaal van ca. 1.500)
Ampèrestr aat (tussen Larensewe g en Eemnesse rweg) , a. 2.500 mvt/etm
Deel Geuzenweg: + ca. 900 mvt/etm (op totaal van ca. 900 Jan van der
Deel Geuzenweg: + Deel Geuzenweg: + ca. 800 mvt/etm (op totaal van ca. 900 Jan van der
Heijdenstraat: + 900 tot + 2.000 1.000 tot + 3.000 mvt/etm (op totaal van ca. mvt/etm (op 6.500) totaal Heijdenstraat: +
van ca. 6.500) Lage Naarderweg: + ca. 700 mvt/etm (op totaal van ca. 6.700)
ca. 600 mvt/etm (op totaal van ca. 900 Jan van der Heijdenstraat: + ca. 500 mvt/etm (op totaal van ca. 6.500
Buitenring oost en noord: tot ca. + 1.000
Buitenring noord: tot ca. + 700 mvt/etm
mvt/etm Zuiderweg: -/ca. 2.600 mvt/etm
Zuiderweg: -/- ca. 700 mvt/etm (op totaal van ca. 2.900)
(op totaal van
Zuiderweg:
-/-
ca.
2.300 mvt/etm (op totaal van ca. 2.900)
ca. 2.900)
Nieuwe noord-zuid verbinding tussen Noorderweg en Zuiderweg: 4.100 mvt/etmaal
Boerhaavestraat: + 3.980 mvt/etm (op een etmaaltotaal van 300 in de 2040 referentiesituatie)
7.6 Integraal plan (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Toelichting, Hoofdstuk 1 Inleiding, 1.1. Aanleiding) "Dit wordt een Chw-bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte (hierna: Chwbestemmingsplan) genoemd. Op deze manier heeft het bestemmingsplan al meer het karakter van een omgevingsplan, een meer integraal plan voor alle aspecten van de fysieke leefomgeving. " Niet alle aspecten van de fysieke leefomgeving zijn in de analyse verwerkt. Zie opmerkingen in het kader van de Milieu Effect Rapportage.
7.7 Uitnodigingsplanologie (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Toelichting, Hoofdstuk 1 Inleiding, 1.2. Doelstelling) "Uitnodigingsplanologie is het uitgangspunt (...)." Bedoelt is planologie waarbij overheden zich uitnodigend en faciliterend opstellen tegenover initiatiefnemers. Maar in de Hilversumse praktijk geeft het college o.a. aan hoeveel kantoor m2 ze wenst. Dit staat haaks op uitnodigingsplanologie. 7.8 Cultuurhistorie en erfgoed (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Regels, Hoofdstuk 2 Doelen, Artikel 6 Omgevingsdoelen, het behoud van cultureel erfgoed); [vgl. ook Regels, Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving, Artikel 8 Gemeentelijke monumenten De door burgemeester en wethouders aangewezen onroerende zaken, die vanwege hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde van bijzonder belang zijn voor de gemeente, zijn aangewezen met 'overige zone - gemeentelijke monumenten']. Sweco schrijft "De oude industriële gebouwen en het erfgoed vormen de trots van het plangebied. Het versterken van deze identiteit is een centrale opgave in de Gebiedsagenda, en daarmee een belangrijke ambitie om na te streven bij ontwikkelingen. In dit Chwbestemmingsplan is de monumentenverordening geïntegreerd. Alle gemeentelijke monumenten zijn op de verbeelding van het plan met een aanduiding opgenomen als werkingsgebied ‘gemeentelijke monumenten’.
[uit: Hilversum 1221, Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling, Sweco, 2022] Het plan bij de Korte Noorderweg gaat uit van sloop van een gemeentelijk monument. Maar in de reactienota bij het BKP wijst een zienswijze erop dat in een eerder KNW locatieplan (Wibaut, 2018) dit monument wél behouden kon worden. Hieruit blijkt waar een wil is hoeft het niet weg. En als de gemeente wel eisen stelt aan de hoeveelheid werkruimte kan de gemeente ook eisen stellen aan behoud van een gemeentelijk monument. In het huidige bestemmingsplan Over 'Spoor wordt de Nota Belvedère aangehaald: "De nota heeft als centrale doelstelling dat de cultuurhistorische identiteit sterker richtinggevend wordt voor de inrichting van de ruimte. Het behoud en benutten van het cultureel erfgoed voegt kwaliteit toe aan de culturele dimensie van de ruimtelijke inrichting." "Hilversum is in de nota aangewezen als cultuurhistorisch belangrijke stad. Dit betekent dat bij de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke plannen zorgvuldig gekeken dient te worden naar de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden en of deze kunnen worden ingepast in-, dan wel als inspiratiebron kunnen dienen voor, de ontwikkelingen." Cultuurhistorie en Erfgoed worden in de Gebiedsagenda als één van de kernkwaliteiten van 1221 genoemd. Dan is het foutief dat in dit BKP+ geen richtlijnen zijn opgenomen voor bestaande monumenten.
Dit schuurt extra omdat de Gebiedsagenda nadrukkelijk stelt "Principe 1: Bijzondere gebouwen vormen vertrekpunt". En "monumentale gebouwen van weleer geven het gebied identiteit naar de toekomst." Het BKP zegt "Doel is de historische gelaagdheid van de plek zichtbaar en beleefbaar te houden." Nu staat op de ontwikkellocatie aan de Korte Noorderweg, het woon-winkelpand Noorderweg 4242a. Dit is aangewezen als gemeentelijk monument. Op de gemeentelijke website is vermeld dat dit pand uit 1924 stamt. Het telt 3 bouwlagen en sluit daarmee goed aan op de direct belendende panden en op de bestaande en nieuwe 4-5 bouwlagen aan de overzijde van het spoor aan de Koninginneweg. Dit monument belichaamd tevens de menselijke maat en de kleine korrel die ook voor de nieuwe plannen als kernkwaliteiten worden geroemd. Het Cuypersgenootschap en
historische kring Albertus Perk doen een beroep op behoud van het monument. Hoe is het dan mogelijk dat in alle varianten voor de KNW het college dit gemeentelijk monument wil slopen? Het college schrijft ook: "Het belang dat de gemeente hecht aan cultuurhistorie en erfgoed blijkt klip en klaar uit haar handelen in de afgelopen jaren." (uit reactienota BKP+). Klopt de intentie om het gemeentelijk monument te slopen spreekt boekdelen. Het geeft ook aan dat "De ambities in 1221 zijn hoog" enkel betrekking heeft op te realiseren afwijkende bouwhoogten en kwantiteit en niets te maken heeft met inhoudelijke kwaliteit bijvoorbeeld op het punt van zorgvuldig omgaan met cultuurhistorisch erfgoed. Dit is ook te zien op het Oosterspoorplein dat zijn vorm te danken heeft aan de draaicirkel van het spoorwegmaterieel dat op deze plek lag. Uit de WOB stukken blijkt hoe een serieuze afweging ontbreekt om deze kenmerkende vorm wel of niet te behouden vanuit cultuurhistorisch perspectief. De gemeente schrijft: "Vanuit cultuurhistorie is er niet aangehaakt. Is nu ook een gepasseerd station." Kennelijk is zorgvuldigheid van ondergeschikt belang ten opzichte van voortgang omwille van de voortgang. waarbij later blijkt dat de voortgang stokt door andere onzorgvuldigheden als de afstemming met de eigenaar van de grond waarop de gemeente wil ontwikkelen. 7.9 Koersdocument Regio Gooi en Vechtstreek.
(Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Toelichting, Hoofdstuk 4, relevant beleidskader, 4.3.3.) Tijdens de raadsvergadering van 21 april 2021 is in Hilversum besloten om kennis te nemen van het aangepaste koersdocument van de regio Gooi en Vechtstreek en hier, in het kader van de Omgevingsvisie, geen specifieke betekenis aan te ontlenen. Als het hoogste orgaan in de gemeente dit heeft uitgesproken het stuk niet relevant te vinden door er enkel kennis van te nemene geeft het geen pas om het Koersdocument alsnog apart als relevant in te vlechten in dit bestemmingsplan. 7.10 Structuurvisie Hilversum 2030, (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Toelichting, Hoofdstuk 4, 4.4 Gemeente Hilversum, relevant beleidskader, 4.4.1) "Het Chw-bestemmingsplan sluit nauw aan op de ambities zoals geformuleerd in de structuurvisie, gezien het zich richt op het realiseren van (maximaal) 1.150 woningen tot 2030 en 1.800 woningen tot 2040, behoud van (creatieve) bedrijvigheid en nieuwe (groene) ontmoetingsplekken. De bouwhoogte vanuit de structuurvisie bedraagt 25 meter, die is als uitgangspunt genomen voor de hoogteaccenten in het postcodegebied 1221." Maar de Structuurvisie Hilversum 2030 richt zich niet op het realiseren van 1150 tot 2030, laat staan 1800 tot 2040 want de looptijd is tot 2030.
En de bouwhoogte opgenomen in de Gebiedspaspoorten als 'harde randvoorwaarden' is hoger dan de 25 meter vastgelegd in de Structuurvisie Hilversum 2030. Verder is in deze zienswijze gewezen op andere significante verschillen tussen de Structuurvisie Hilversum 2030 en de woonmilieus en dit bestemmingsplan en de onderliggende stukken daarvoor. Bijvoorbeeld staat in de Structuurvisie Hilversum 2030 "Tuinwijk (Bloemenbuurt, Electrobuurt, Liebergen), "(... ) de buurten hebben hun oorspronkelijke karakter toch kunnen behouden." "Dorpse uitbreiding (Vitusbuurt, Oosterstraten/Nieuwstraten, delen van Over 't Spoor) (...) "Het gebied heeft een lage dynamiek door het sterk versnipperde eigendom, maar af en toe ontstaat
op voormalige bedrijfslocaties de kans om in deze wijken een grotere ontwikkeling. In deze compacte wijken heeft geen verdere ruimtelijke verdichting plaatsgevonden." 7.11 Gebiedsagenda 1221, (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Toelichting, Hoofdstuk 4, relevant beleidskader, 4.4.2) De Gebiedsagenda, formeel vastgesteld op 27 januari 2021 door de gemeenteraad. Omdat het college het bij een collegebesluit wilde laten was een raadsinitiatief nodig om alsnog tot een uitvoerige commissiebehandeling en vaststelling door de raad te komen. Het college wenste en kreeg een niet geamendeerd document. Wat de raad toen niet wist was dat het college zelf in geheime intentieovereenkomsten al akkoord was gegaan met afwijkingen t.o.v. de Gebiedsagenda. 7.12 Beeldkwaliteitsplan+ 1221, (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Toelichting, Hoofdstuk 4, relevant beleidskader, 4.4.3) "Het Beeldkwaliteitsplan+ doet uitspraken voor 1221 en meer specifiek voor de verschillende ontwikkellocaties: Hunkemöllerterrein, het Venetapark, Van Son, de Wybertjesfabriek, de Grote Sigarenfabriek en de Zuiderweg/Lijsterweg. Dat laatste gebeurt via gebiedspaspoorten. De Gebiedspaspoorten staan voor de +. Normaliter gaat een beeldkwaliteitsplan over architectuur.
In de gebiedspaspoorten staan harde randvoorwaarden." (...) "Het daadwerkelijke stedenbouwkundige plan en de architectonische uitwerking worden niet door de gemeente opgesteld, maar ontwikkeld door de marktpartij." "Bij de beoordeling van bouwplannen voor ontwikkellocaties in 1221 gebruikt de gemeente dit Beeldkwaliteitsplan+ als toetsingskader." "Het daadwerkelijke stedenbouwkundige plan en de architectonische uitwerking maken onderdeel uit van het locatieontwikkelplan." In de raadscommissie van 17/18 november heeft college aangegeven nog te komen met "een aantal kleine wijzigen op basis van de reactie van de Commissie voor de welstand en de monumenten mee en doet de raad een verbeterde versie van het Beeldkwaliteitsplan plus voor de raadsvergadering toekomen" (uit verslag commissievergadering). College van B en W besluit dinsdag 30 november 2021, Bijlage 2 Was Wordt document Beeldkwaliteitsplan plus 1221, toegevoegd aan de stukken voor de raad op circa 1 week voor de raadsvergadering op 8 december 1221. De wijzigingen van het toetsingskader blijken allerminst klein.
Geschrapt wordt de menselijke maat uitgedrukt in wat de gangbare en maximale bouwhoogte is: • "Gestapelde woningbouw heeft een menselijke maat van drie tot zes lagen (...)" De algemene maximering van het hoogteaccent op 25 meter verdwijnt plus de randvoorwaarde voor het accent in m2 groene ruimte • "(...) hoogteaccenten mogelijk tot acht bouwlagen (max. 25 meter). Evenwel met de voorwaarde die reeds in de Gebiedsagenda was benoemd: alleen in combinatie met een grotere aaneengesloten groene ruimte van ten minste 1.000 m2. Ook blijkt bij (3.2) geschrapt dat ruimtes altijd prettig moeten aanvoelen, dat waar mogelijk de hoeveelheid verharding op het maaiveld beperkt wordt ten gunste van hemelwaterinfiltratie en groen, en wordt de toegankelijkheid geen goed gedaan door het schrappen van de passage dat slechts bij uitzondering trappen kunnen worden toegevoegd. Vergelijk dit met hoe bij twee
locaties (Hunkemöller en Venetapark) een halfverdiepte garage is voorzien. Hier komen hellingbanen die beperkingen opleveren voor mensen die slecht ter been zijn of rolstoelgebruiker. Het is al niet van deze tijd die vraagt voor inclusiviteit en gebruiksgemak voor iedereen om met hellingbanen te werken, laat staan dat dan ook nog eens trappen als alternatief gangbaar mogen zijn. De beeldkwaliteit (3.3) levert in door het schrappen van de zin 'De bebouwing krijgt een voornaam uiterlijk.' Dus ook hier wordt opnieuw een kans gemist om de tweedeling tussen oost en het centrum te verminderen. (zie hieronder overzicht van verschillende versies BKP+)
BKP+ 8 JUNI 2021
BKP+ 19 & 28 OKT 2021
BKP+ 30 NOVEMBER 2021
2.9. Overwegend laagbouw met een enkel hoogteaccent tot 35 m bouwhoogte
2.10. Overwegend laagbouw met een enkel hoogteaccent tot 35 m bouwhoogte
2.10. Overwegend laagbouw met een enkel hoogteaccent tot 35 m bouwhoogte
3.3. BEELDKWALITEIT GEBOUWEN Bouwhoogte
Gestapelde woningbouw heeft een menselijke maat van drie tot zes lagen, met uitzondering van een aantal plekken langs het spoor waar een hogere bouwhoogte is toegestaan. Langs het spoor zijn bij Venetapark, Hunkemöller en Korte Noorderweg hoogteaccenten mogelijk tot acht bouwlagen (max. 25 meter).
Geadviseerd wordt om alleen op de ontwikkelllocatie van Hunkemöller op één plek een hogere bouwhoogte toe te
3.3. BEELDKWALITEIT GEBOUWEN Bouwhoogte
Gestapelde woningbouw heeft een menselijke maat van drie tot zes lagen, met uitzondering van een aantal plekken langs het spoor waar een hogere bouwhoogte is toegestaan
3.3. BEELDKWALITEIT GEBOUWEN Bouwhoogte - Gestapelde woningbouw heeft een menselijke maat van drie tot zes lagen, met uitzondering van een aantal plekken langs het spoor waar een hogere bouwhoogte is toegestaan.
Bij Venetapark en Hunkemöller de twee grotere ontwikkellocaties aan het spoor zijn hoogteaccenten mogelijk tot acht bouwlagen (max. 25 meter). Evenwel met de voorwaarde die reeds in de Gebiedsagenda was benoemd: alleen in combinatie met een grotere aaneengesloten groene ruimte van ten minste 1.000 m2.
- Bij Venetapark en Hunkemöller– de twee grotere ontwikkellocaties aan het spoor – zijn hoogteaccenten mogelijk tot acht bouwlagen (max. 25 meter). Evenwel met de voorwaarde die reeds in de Gebiedsagenda was benoemd: alleen in combinatie met een grotere aaneengesloten groene ruimte van ten minste 1.000 m2.
Geadviseerd wordt om alleen op de ontwikkellocatie van Hunkemöller op één plek een hogere bouwhoogte toe
- Geadviseerd wordt om alleen op de ontwikkellocatie van Hunkemöller op één plek een hogere bouwhoogte
staan van twaalf bouwlagen (max. 37 meter) om zodoende een lagere bouwhoogte te kunnen realiseren aan de zijde van de Liebergerweg; en met behoud van veel open ruimte op maaiveld.
te staan van tien bouwlagen op een verhoogd maaiveld (max. 33 meter) om zodoende een lagere bouwhoogte te kunnen realiseren aan de zijde van de Liebergerweg; en met behoud van veel open ruimte op maaiveld.
toe testaan van tien bouwlagen op een verhoogd maaiveld (max. 33 meter) om zodoende een lagere bouwhoogte te kunnen realiseren aan de zijde van de Liebergerweg; en met behoud van veel open ruimte op maaiveld.
7.13 Economisch perspectief 2040 (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Toelichting, Hoofdstuk 4, relevant beleidskader, 4.4, gemeente Hilversum, 4.4.5) Kennisplatform 31 geeft aan dat Hilversum een relatief bijna 2x zo hoog aandeel kantoren heeft als landelijk (38% vs. 21% landelijk). Niettemin zet Hilversum de bouwplannen onder druk met de eis van een buitensporig aantal nieuwe kantoor m2. Het is niet uit te leggen waarom de Regio Gooi en Vechtstreek richting de toekomst voor alle regiogemeenten dus inclusief Hilversum tot 2040 uitgaat van een totaal van 26.680 m2 kantoorruimte en Hilversum als enige gemeente hiervan afwijkt en beweert tot 34.262 m2 kantoorruimte nodig te hebben. Waarom heeft Hilversum meer nodig dan de hele regio Gooi en Vechtstreek? Beide rapporten zijn geschreven door Ecorys in dezelfde tijdspanne. Het verschilpunt werd ter sprake gebracht in de zienswijze bij het BKP+. Maar in de reactienota van de gemeente blijft een steekhoudende verklaring uit van het verschil in benodigde kantoor m2 tussen sec de gemeente Hilversum en de regionale inventariatie inclusief de gemeente Hilversum. Het kan niet zo zijn dat beide nota's kloppen. En het is aannemelijk dat dit de Hilversumse mank gaat, want de gemeente heeft bewezen er niet voor schuwen om opportunistisch te werk te gaan. Dit blijkt bijvoorbeeld bij de vraagraming voor bedrijfsruimte.
Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka, Metrool Regio Amsterdam) kwam in 2019 met een actualisatie van de vraagraming. Door een fout viel die raming voor de regio Gooi en Vechtstreek te hoog uit en werd later naar beneden gecorrigeerd. Daarop probeerde het Hilversumse college alsnog om de bestuurlijk trekker van Plabeka te bewegen om die initiële extra uitbreidingsruimte overeind te houden. Maar hij ving bot bij de trekker die antwoordde met "De correctie van het hoogste groeiscenario (gevoeligheidsanalyse) vraagraming voor Gooi en Vechtstreek van 22 naar 3 hectare zien wij echter als een noodzakelijke aanpassing. Dit hogere getal is abusievelijk opgenomen in de samenvatting van de vraagraming. In de deelregiouitwerking van de vraagraming zijn wél de juiste cijfers opgenomen." Wel dankte hij het Hilversumse college nog voor het genereuze aanbod: "Wij stellen het ook zeer op prijs dat u in het gesprek aangaf ruimte te kunnen bieden voor ‘overloop’ vanuit Amsterdam naar Gooi en Vechtstreek."
7.14 Ruimtelijk plan 1221 (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221,Toelichting, Hoofdstuk 5) Een belangrijk aspect van het onderliggende BKP+ in dit ontwerp Chw. bestemmingsplan 1221 is het ontbreken van de samenhang met een integraal Spoorzone-ontwerp. Advies 24 van ARK (1505-2020) over de visie op de Spoorzone meldt het ontbreken van samenhang van de aanpak aan weerszijden van het spoor. Zoals blijkt uit de reactienota bij het BKP+ overweegt het college die kritiek aan te grijpen en te misbruiken om de eerder vastgestelde lagere bouwhoogte aan de Koninginneweg alsnog te verhogen. Er ontstaat zo inderdaad samenhang, namelijk die van wanden als nieuwe Berlijnse muren. Zo zal de hoogbouw de bevestiging en accentuering van de tweedeling van Hilversum zijn door het spoor. Een soort plastische chirurgie die het bestaande litteken niet doet verdwijnen maar erger maakt. Of het nu bij de Korte Noorderweg is, de Koninginneweg, of ter hoogte van de Hunkemöller of Veneta-locatie (of zoals in een voorgestelde variant van het Bruisend Hart waar nota bene de externe expert van de gemeente ook een vraagteken bij zet zoals aangegeven in WOB stuk) het versterkt de ruimtelijke tweedeling. De ARK heeft erop gewezen dat de maximale bouwhoogte passend in Hilversum 6 bouwlagen is. Zij ziet slechts een enkel accent.
Daarmee neemt zij afstand van de erosie van het begrip accent door de veelheid van door het college ingevlochten hoogbouw. En zet zij af tegen hoogbouw in 1221 die hoger gaat dan de 25 meter, zoals op Hunkemöller locatie met 33 meter en tegen het BKP+ dat 37 meter toestaat (hetgeen mogelijk is opgenomen in de plankaart van dit bestemmingsplan 1221, alleen is die digitaal niet ter visie gelegd tot op heden, 1 april 2022). In de spoorzone zijn talloze bouwblokken die 7 en 8 bouwlagen tellen en zo hoger zijn dan de ARK passend vindt bij de maximale bouwhoogte horend bij Hilversum. Zo gaat het college voorbij aan de kernkwaliteit van tuinstad Hilversum en passeert het college de ARK alsof het college niet verantwoordelijk is voor Hilversum maar voor Purmerend of Almere. Evenmin gaat het college aan de slag met diverse aansporingen t.a.v. het spoor "In het gepresenteerde planproces ontbreekt een preambulaire fase waarin de allesomvattende vraag wordt gesteld op welk schaalniveau de barrière rond het spoor in Hilversum geproblematiseerd moet worden en welke ruimtelijke middelen nog beschikbaar zijn om de barrière definitief op te heffen." 'Dit spoortraject heeft bijna anderhalve eeuw de ontwikkeling van Hilversum bepaald en de stad gaandeweg meer en meer verdeeld. Dit blijft een centraal ruimtelijk vraagstuk.
Hoe 1221 als deel van de Spoorzone met de westelijke stadsdelen wordt verbonden is afhankelijk van beleidskeuzes die op basis van de uiteindelijke mobiliteitsvisie 2040 gemaakt worden (zie Advies 25 van ARK, 20-11-20)." advies ARK, 2021 Het college reageert in de reactienota BKP+ op basis van aannamen: " Het volledig onder de grond brengen of verdiept aanleggen van het spoor zou een oplossing kunnen zijn voor diverse vraagstukken. Het brengt echter kosten met zich mee die zo hoog zijn (vele honderden miljoenen, zo niet meer) dat deze niet kunnen worden terugverdiend door de vrijkomende ruimte in te vullen. De gemeentebegroting kan zo’n investering niet dragen. Onze verwachting is dat de rijksoverheid dergelijke bedragen niet zal subsidiëren, zonder dat een zeer groot aantal woningen of arbeidsplaatsen wordt gerealiseerd. Daarnaast neemt het aanleggen van een tunnel vele jaren in beslag. De ruimte om een tunnel te bouwen en tegelijkertijd het spoorverkeer doorgang te laten vinden is naar onze inschatting niet aanwezig. De aanleg van een tunnel zou betekenen dat een van de drukst bereden spoorlijnen van Nederland enkele jaren buiten bedrijf moet worden gesteld." Van goed bestuur mag verwacht worden dat het beweringen kan onderbouwen. Maar is geen enkele concrete actie ondernomen om de aannamen te bevestigen of ontkrachten. Deze
passiviteit toont hoe laag het ambitieniveau is om structurele verbetering te bewerkstelligen rond de tweedeling in Hilversum door het spoor. Dit staat in schril contrast tot gedane kosten voor onderzoeken naar tunnels voor gemotoriseerd verkeer waar geen maatschappelijk draagvlak voor bestaat voor de ring Noord (Westerheide) of Zuid (Diependaalse laan). En opnieuw waar de actie wel nodig is ontbreekt het namelijk "Rondom het stedelijk element ‘spoor’, deel van de Gooilijn, waarvan de scheidende werking verkleind moet worden, moeten voor oost en west Hilversum nieuwe verbindingen gezocht worden." [Advies 29, ARK, 2021] Er komt geen nieuwe verbinding bij. En bestaande worden zwaarder belast. De Beatrixtunnel, het viaduct bij de Johannes Geradtsweg, de interwijk fietstunnel bij het station. De fietstunnel geeft Goudappel Coffeng aan is niet toekomstbestendig. Hier geldt opnieuw dat wel tunnels van honderden miljoenen voor gemotoriseerd in beeld zijn maar 15 miljoen voor een vitale fietsverbinding als te duur wordt genoemd. Het is zwalkend en visieloos bestuur dat oordelen van experts ter zijde schuift. Dit patroon is ook te zien op basis van de feedback gegeven door de Commissie van Welstand en Monumenten. De Commissie van Welstand en Monumenten (CWM). merkt op n.a.v.
het BKP+ uit mei 2021 hoe "De afspraak was dat een meer definitief stuk in september/oktober aan de commissie zou worden voorgelegd. Dat is tot nu toe niet gebeurd. Ook bereikte de commissie het bericht dat er voorlopig geen besluiten meer over dit BKP+ genomen zouden worden tot aan de volgende verkiezingen. Vandaag, 13 oktober 2021 bereikte de commissie het verzoek om per omgaande toch een advies uit te brengen." "De commissie heeft het moeilijk met dit document. Dat is aan de ene kant gelegen in het document zelf, waarin vanzelfsprekend een goede ruimtelijke kwaliteit wordt beoogd, maar waarvan de commissie zich afvraagt of dat wel bereikt wordt met de inhoud van het document. Aan de andere kant komt dat omdat het BKP+ deel uitmaakt, samen met de Gebiedsagenda 1221, van een proces waarmee vrijkomende, meest voormalige industriële, gebieden in Oost worden herontwikkeld. In dat proces lopen nu zaken parallel in de tijd die in de meeste gevallen volgtijdelijk zijn of zouden moeten zijn. Zo lopen er aanvragen omgevingsvergunning op plekken waarvan nu, in dit concept document, de welstandscriteria en, zo is te lezen in de inleiding, de uitgangspunten van het bestemmingsplan worden geformuleerd. Ook krijgt de CWM nu al adviesaanvragen voor deze locaties voorgelegd zonder dat de CWM over door de raad vastgestelde welstandscriteria beschikt.
Naar stellige overtuiging van de commissie is dat echt de verkeerde volgorde." "Daarnaast mist de commissie een samenhangende visie voor dit gebied. De commissie heeft dan ook grote zorgen over hoe dit proces tot nu toe verloopt maar ook waar dat toe gaat leiden. De als eerste, in een participatie traject, tot stand gekomen Gebiedsagenda is enkel een ambitie document waarvan ook de ARK in haar advies 16C aangeeft dat: “... een ruimtelijk kader vooralsnog ontbreekt waarbij principiële uitgangspunten de basis vormen voor een integraal plan is het moeilijk conclusies te trekken over wenselijke bereikbaarheid (verkeer en parkeren), vergroening, stedenbouwkundige structuren, allocatie van aan demografie gebonden (sociale) voorzieningen en diversificatie van wonen en werken.” "Daarnaast staat in die Gebiedsagenda ondertussen wel dat een dichtheid van 110 tot 115 woningen per hectare wordt nagestreefd en een FSI van 2. Zonder dat er ooit ontwerpend onderzoek is gedaan naar wat de implicaties van die getallen precies voor Oost gaan betekenen. En of de nagestreefde ambities uit de Gebiedsagenda wel verenigbaar zijn met die getallen. Hetgeen de CWM in maart van dit jaar ook al constateerde."
Waar het college reageert met wij herkennen een hoog ambitieniveau miskend het de kern van de kritiek van de CWM. Het college is kinderlijk eenkennig als het gaat over wat 'hoge ambitie' is. Dat 'Hoge ambitie', bouwen is met mate in lijn met de wens van inwoners en passend bij de tuinstad die Hilversum is wil er maar niet in. CWM:. "(...) er bestaat spanning tussen de door ontwikkelende partijen gewenste bouwvolume op ontwikkellocaties versus een goede inpassing van deze nieuwe bebouwing in de omringende buurt." (...) Spanning bestaat tussen het aantal woningen (of andere functies) op bepaalde ontwikkellocaties (ook met oog op haalbaarheid) versus de bestaande dichtheid van 1221.” Deze spanning zou met een stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan moeten worden weggenomen en worden omgebogen tot een prachtig plan maar vooralsnog is dat er niet. Het advies van de commissie zou dan ook zijn om een pas op de plaats te maken en eerst ontwerpend te onderzoeken hoe een ruimtelijk stedenbouwkundig plan van hoge kwaliteit met, zoals de ARK in het al genoemde advies 16C ook adviseert, het in het oog houden van: “de samenhang met de beleidsambities voor het schaalniveau van de hele stad en voor de langere termijn.” kan worden gemaakt.
" "De CWM mist die samenhang in het voorliggende BKP+ met de zowel de stad als geheel als binnen Oost zelf." "(...) een visie, of een idee of een stedenbouwkundig concept dat ten grondslag ligt aan de beeldkwaliteit en criteria node wordt gemist." "De tekst geeft aan dat de gebiedspaspoorten geen stedenbouwkundig plan zijn, want het daadwerkelijke stedenbouwkundige plan wordt door marktpartijen gemaakt. De commissie vraagt zich af wat de rol van de gemeente hier dan is? En wat de rol en de status van een gebiedspaspoort dan is? De commissie denkt dat het goed zou zijn als de gemeente aangeeft wat de kaders zijn waarbinnen een marktpartij mag opereren. Die kaders zouden het algemene en gebiedsoverstijgende en culturele belang moeten dienen. De commissie vindt dat niet terug in de geschetste ruimtelijke voorstellen." Waar het college reageert met zich niet te herkennen in de zienswijze van de CMW ontbreekt een gemotiveerde en overtuigende argumentatie.
Op basis van de bovenstaande argumenten heb ik bezwaar tegen het ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221. Naar aanleiding van het voorgaande verzoek ik u met inachtneming van mijn zienswijze het ontwerp bestemmingsplan niet vast te stellen. Ik ga ervan uit dat u mij van de verdere procedure op de hoogte houdt. Hoogachtend,