Bijlage 4 : 12 geanonimiseerd stuk
Tekst van het document
van experts ter zijde schuift. Dit patroon is ook te zien op basis van de feedvack gegeven door de Commissie van Welstand en Monumenten. De Commissie van Welstand en Monumenten (CWM). merkt op n.a.v. het BKP+ uit mei 2021 hoe "De afspraak was dat een meer definitief stuk in september/oktober aan de commissie zou worden voorgelegd. Dat is tot nu toe niet gebeurd. Ook bereikte de commissie het bericht dat er voorlopig geen besluiten meer over dit BKP+ genomen zouden worden tot aan de volgende verkiezingen. Vandaag, 13 oktober 2021 bereikte de commissie het verzoek om per omgaande toch een advies uit te brengen. De commissie heeft het moeilijk met dit document. Dat is aan de ene kant gelegen in het document zelf, waarin vanzelfsprekend een goede ruimtelijke kwaliteit wordt beoogd, maar waarvan de commissie zich afvraagt of dat wel bereikt wordt met de inhoud van het document. Aan de andere kant komt dat omdat het BKP+ deel uitmaakt, samen met de Gebiedsagenda 1221, van een proces waarmee vrijkomende, meest voormalige industriële, gebieden in Oost worden herontwikkeld. In dat proces lopen nu zaken parallel in de tijd die in de meeste gevallen volgtijdelijk zijn of zouden moeten zijn.
Zo lopen er aanvragen omgevingsvergunning op plekken waarvan nu, in dit concept document, de welstandscriteria en, zo is te lezen in de inleiding, de uitgangspunten van het bestemmingsplan worden geformuleerd. Ook krijgt de CWM nu al adviesaanvragen voor deze locaties voorgelegd zonder dat de CWM over door de raad vastgestelde welstandscriteria beschikt. Naar stellige overtuiging van de commissie is dat echt de verkeerde volgorde. Daarnaast mist de commissie een samenhangende visie voor dit gebied. De commissie heeft dan ook grote zorgen over hoe dit proces tot nu toe verloopt maar ook waar dat toe gaat leiden. De als eerste, in een participatie traject, tot stand gekomen Gebiedsagenda is enkel een ambitie document waarvan ook de ARK in haar advies 16C aangeeft dat:"... een ruimtelijk kader vooralsnog ontbreekt waarbij principiële uitgangspunten de basis vormen vooreen integraal plan is het moeilijk conclusies te trekken over wenselijke bereikbaarheid (verkeer en parkeren), vergroening, stedenbouwkundige structuren, allocatie van aan demografie gebonden (sociale) voorzieningen en diversificatie van wonen en werken.” Daarnaast staat in die Gebiedsagenda ondertussen wel dat een dichtheid van 110 tot 115 woningen per hectare wordt nagestreefd en een FSI van 2.
Zonder dat er ooit ontwerpend onderzoek is gedaan naar wat de implicaties van die getallen precies voor Oost gaan betekenen. En of de nagestreefde ambities uit de Gebiedsagenda wel verenigbaar zijn met die getallen. Hetgeen de CWM in maart van dit jaar ook al constateerde. Waar het college reageert met wij herkennen een hoog ambitieniveau miskend het de kern van de kritiek van de CWM. Het college is kinderlijk eenkennig als het gaat over wat 'hoge ambitie' is. Dat 'Hoge ambitie', bouwen is met mate in lijn met de wens van inwoners en passend bij de tuinstad die Hilversum is wil er maar niet in. CWM:."(...) er bestaat spanning tussen de door ontwikkelende partijen gewenste bouwvolume op ontwikkellocaties versus een goede inpassing van deze nieuwe bebouwing in de omringende buurt." (...) Spanning bestaat tussen het aantal woningen (of andere functies) op bepaalde ontwikkellocaties (ook met oog op haalbaarheid) versus de bestaande dichtheid van 1221.” Deze spanning zou met een stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan moeten worden weggenomen en worden omgebogen tot een prachtig plan maar vooralsnog is dat er niet.
Het advies van de commissie zou dan ook zijn om een pas op de plaats te maken en eerst ontwerpend te onderzoeken hoe een ruimtelijk stedenbouwkundig plan van hoge kwaliteit met, zoals de ARK in het al genoemde advies 16C ook adviseert, het in het oog houden van: “de samenhang met de beleidsambities voor het schaalniveau van de hele stad en voor de langere termijn.” kan worden gemaakt. De CWM mist die samenhang in het voorliggende BKP+ met de zowel de stad als geheel als binnen Oost zelf.
(...) een visie, of een idee of een stedenbouwkundig concept dat ten grondslag ligt aan de beeldkwaliteit en criteria node wordt gemist. De tekst geeft aan dat de gebiedspaspoorten geen stedenbouwkundig plan zijn, want het daadwerkelijke stedenbouwkundige plan wordt door marktpartijen gemaakt. De commissie vraagt zich af wat de rol van de gemeente hier dan is? En wat de rol en de status van een gebiedspaspoort dan is? De commissie denkt dat het goed zou zijn als de gemeente aangeeft wat de kaders zijn waarbinnen een marktpartij mag opereren. Die kaders zouden het algemene en gebiedsoverstijgende en culturele belang moeten dienen. De commissie vindt dat niet terug in de geschetste ruimtelijke voorstellen. Waar het college reageert met zich niet te herkennen in de zienswijze van de CMW ontbreekt een gemotiveerde en overtuigende argumentatie.