Bijlage 3 Derde voortgangsrapportage beleidsplan BenO 2022 - 2025, periode 2022, 2023 en eerste helft 2024
Tekst van het document
Hervormingsagenda Jeugd plaats. In het bijzonder geldt dit voor het versterken van de toegang met expertise rondom veiligheid en bescherming. Ook enkele van de ontwikkelingen binnen het IZA raken aan het TKS. Op 30 mei zijn de raden middels een raadsinformatiebrief geïnformeerd dat ook onze regio aan de vooravond van het beproeven van een nieuwe werkwijze staat. Dit doen we in zogenaamde Toekomsttuinen. De gemeenten Gooise Meren, Hilversum en Huizen en ketenpartners gaan ervaring met ‘en-en regie’ opdoen. Hierbij staat de behoefte van het gezin centraal. Op basis daarvan wordt ondersteuning geboden. Los van bestaande structuren. Dit betekent dat specifieke expertise – indien nodig eerder beschikbaar komt dan de huidige structuur toelaat. Doel hiervan is om de ondersteuning voor onze inwoners zo optimaal en efficiënt mogelijk te kunnen aanbieden. b. Wet verplichte GGz (Wvggz): Inkoop loopt conform contract. De resultaten van de invoering van de Wvggz beweegt zich langzaam in de richting van de met de wet beoogde doelstellingen. Het gaat vooralsnog om kleine stappen. De wet draagt bij aan meer bewustwording onder zorgverleners. Voor enkele doelstellingen geldt dat nog geen vooruitgang is geboekt. Dit is een landelijk knelpunt dat regionaal wordt herkend. Het geldt met name voor de doelstelling van de wet om dwang terug te dringen.
Ook van een wezenlijke verschuiving van intramurale naar ambulante zorg, is nog geen sprake. Een andere belangrijke doelstelling van de nieuwe wetgeving, het bij de besluitvorming betrekken van de wensen en voorkeuren van patiënten, wordt nog maar in beperkte mate bereikt. c. Voortzetting procesregie: betreft de gemeentelijke regisseurs. Wordt/is lokaal voorgezet middels interventieteams, maatschappelijke zorg teams of anderszins afhankelijk van hoe gemeentelijke uitvoeringsdiensten georganiseerd zijn. Procesregie binnen Gooise Meren wordt voortdurend verder ontwikkeld. Nieuw hierin zijn de veel nadrukkelijkere keuze voor herstelgericht werken/vanuit positieve gezondheid i.s.m. ervaringsdeskundigen, het afstand nemen van het medische model, de nadrukkelijkere opdracht om zowel intern en extern domein overstijgend te werken (integraal) en vanuit de gemeentelijke regierol duurzaam betrokken te blijven bij kwetsbare inwoners.
25.
Continueren OGGz verslavings-/bemoeizorg, methadon, sociaal medische zorg worden gecontinueerd via inkoop 1-1-2023 bij Jellinek (Arkin) dan wel via de GGD specifiek betreffende de sociaal medische zorg (ten behoeve van niet verzekerde daklozen).
16
26.
Doorontwikkelen Zorg en Veiligheidshuis G&V (a. t/m c.) loopt; opdracht is door gemeenten verstrekt, waarmee er een kwartiermaker is aangesteld en is sinds 2022 in uitvoering. In 2023 lag de focus van het Zorg en Veiligheidshuis (ZVH) op het volledig op orde maken van de basis. Ook is ingezet op strategische heroriëntatie. Hiervoor is samen met onder andere zetelgemeenten17 van Flevoland en Utrecht en de partners binnen het eigen ZVH een nieuwe – door allen partners gedragen – conceptvisie ontwikkeld. Deze conceptvisie is in lijn met de landelijke Meerjarenagenda Zorg- en Veiligheidshuizen 20212024 opgesteld. De regionale conceptvisie van het ZVH is gebaseerd op inzet van beschikbare expertise. Passend bij de schaal van Gooi en Vechtstreek op zowel operationeel als bestuurlijk niveau. Doordat in 2023 een heldere en door ketenpartners gedragen conceptvisie op de kerntaken van het ZVH is ontwikkeld, is de positie van het ZVH als dé regisseur in complexe casuïstiek versterkt. Het borgen van de professionaliteit en kwaliteit is onder andere bewerkstelligd door middel van een optimale inrichting van de werkprocessen en aanschaf van ondersteunende applicatie (PGAX)18.
27.
Doorontwikkelen Veilig Thuis (a. t/m d.) a) Faciliteren zelf-melden d.m.v. behoud chatfunctie. De chatfunctie is geïmplementeerd. b) Verbeteren van de doorlooptijden door toevoeging van 3 fte bij Veilig Thuis (VT). Er is extra capaciteit aangesteld. Er is echter ook een hoog percentage ziekteverzuim dat door langdurige ziekte wordt veroorzaakt. Hierdoor worden de afgesproken doorlooptijden nog niet volledig behaald. Wanneer er voldoende bezetting is, verwacht VT dit met de beschikbare capaciteit wel te behalen. c) Verstevigen van de kennis over huiselijk geweld en kindermishandeling bij de lokale teams (uitvoeringsdiensten) door implementatie van de geactualiseerde samenwerkingsafspraken VT- Uitvoeringsoverleg Sociaal Domein en het Kwaliteitskader Samenwerken aan veiligheid voor lokale teams. Dit is een doorlopend proces. In het afgelopen jaar heeft VT verschillende bijeenkomsten georganiseerd. Gezamenlijk met gemeenten organiseert VT ook procesevaluaties waarbij samenwerkingsafspraken de leidraad zijn. Daarnaast sluiten zij op verzoek bij door gemeenten georganiseerde bijeenkomsten aan. d) Verdere inbedding van het actieplan ‘Geweld hoort nergens thuis’. Zie hiervoor beleidsregels 24b, 28 en 31. Ook vinden verschillende onderdelen uit het borgingsplan van ‘Geweld hoort nergens thuis’ binnen het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (0-100) verdere opvolging.
Dit betreft onder andere het verbeteren van de lokale infrastructuur en effectief samenwerken rondom het (zicht op) veiligheid, domein overstijgend samenwerken en de inzet van ervaringsdeskundigheid. AWARE AWARE is een (tijdelijke) interventie bij ernstig bedreigend partnergeweld zoals stalking en bedoeld om (het gevoel van) veiligheid bij slachtoffers te vergroten. AWARE bestaat uit een alarmsysteem waar de politie direct op reageert. Een AWARE-traject bevat eveneens intensieve begeleiding om gedrags- en relationele patronen te doorbreken en structurele oplossingen te vinden. Met gemeenten zijn in 2021 afspraken gemaakt over de wijze waarop de begeleiding tegelijk met het uitreiken van de knop kan starten. In april 2024 namen het regionaal portefeuillehoudersoverleg Gezondheid en Ondersteuning en het Algemeen Bestuur kennis van de evaluatie van deze werkwijze omtrent AWARE. Ook stemde het regionaal portefeuillehoudersoverleg Gezondheid en Ondersteuning in met het overnemen van de aanbevelingen uit de evaluatie. Het Algemeen Bestuur stemde naar aanleiding van de evaluatie in met een structurele verhoging van het budget voor AWAREtrajecten bij Veilig Thuis.
28.
Verdere uitrol Handle with care In 2023 is meer dan 70% van de basisscholen bij Handle with Care aangesloten. Gesignaleerd werd dat binnen de oorspronkelijke werkwijze niet alle situaties die aan de
Per 1 januari 2013 lopen de budgetten voor ZVH via gemeenten en langs de lijnen van de veiligheidsregio’s. Door de overgang van de financiering van Openbaar Ministerie naar de 25 “zetelgemeenten”, krijgen gemeenten een grotere regisserende rol. 18 PGAX is het digitale platform voorpersoonsgerichte aanpak. 17 17
criteria van Handle with Care voldoen, aan scholen worden gemeld. In de tweede helft van 2023 hebben we ons daarom toegelegd op het verbeteren van de werkprocessen. Deze worden in 2024 opnieuw geëvalueerd. Zowel Gooise Meren als Huizen hebben in Q1 van 2024 extra ingezet op het aanhaken van nieuwe scholen danwel opnieuw activeren van reeds aangesloten scholen. Voor Gooise Meren geldt dat inmiddels 71% (15 van in totaal 21) van de basisscholen is aangesloten. In Q2 van 2024 wordt met de basisscholen die nog niet aangesloten zijn, opnieuw contact opgenomen. In Q2 wordt in Gooise Meren eveneens het voortgezet onderwijs benaderd om aan Handle with Care deel te nemen. 29.
Signaleren risico jeugd (verwijsindex) organiseren scholing - In afwachting van het schrappen van de verwijsindex uit de Jeugdwet, wordt in het kader van opleiden een pas op de plaats gemaakt.
30.
Continueren Centrum voor Seksueel Geweld (CSG) – is ingekocht en daarmee gecontinueerd. De piketdienst en casemanagement op dag 0 zijn geëvalueerd. Door de komst van de piketverpleegkundige op dag nul naar de Spoed Eisende Hulp (SEH) is de doorlooptijd van het Forensisch Medisch Onderzoek voor het slachtoffer korter dan wanneer dit afhankelijk zou zijn van bijvoorbeeld een SEH-verpleegkundige die hiervoor niet volledig beschikbaar is. De piketverpleegkundige regelt ook de coördinatie van de ondersteuning door de betrokken professionals. Het team casemanagers bestaat voor dag nul uit negen piketverpleegkundigen. Zij zijn allen opgeleid om de eerste opvang te bieden op dag nul. De forensische disciplines ervaren de invulling van de rol van casemanager tijdens dag nul, waaronder het Forensisch Medisch Onderzoek, als heel prettig en zinvol. De casemanager is ondersteunend voor zowel het slachtoffer als de professionals.
31.
Structureel inbedden aanpak mensenhandel (a. t/m c.) – Zorgcoördinatie is middels inkoop gerealiseerd. Ook is er een ketenregisseur op niveau Midden-Nederland aangesteld. Deze wordt door het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum Midden-Nederland (RIEC MN) gefinancierd. Op de datum van schrijven is het beleid aangaande de aanpak mensenhandel in Hilversum, Huizen, Wijdemeren en Gooise Meren vastgesteld. Alle regiogemeenten hebben een aandachtsfunctionaris mensenhandel aangesteld. De aandachtsfuctionarissen zijn in 2023 eenmaal per twee maanden samengekomen. Bij het Regionaal Overleg Aandachtfunctionarissen Mensenhandel sluiten ook de zorgcoördinatoren mensenhandel en Veilig Thuis aan. Onderwerpen van gesprek waren in 2023 onder andere de lokale voortgang, het versterken van de bewustwording en signalering in de regio en samenwerking met ketenpartners zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA), Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) en CoMensha. In 2023 zijn er vanuit het Regionaal Overleg aandachtfunctionarissen Mensenhandel vier werkgroepen opgericht. Deze hebben tot doel de aanpak van mensenhandel verder te ontwikkelen: 1. 2. 3. 4.
Informatiedeling tussen Gemeente, VT, zorgcoördinator en politie Toezicht op mensenhandel Veilig Thuis als meldpunt voor mensenhandel Bewustwording
De werkgroepen Informatiedeling tussen Gemeente, VT, zorgcoördinator en politie en Toezicht op mensenhandel zijn bij de Signalentafel Mensenhandel en Regietafel Mensenhandel van het RIEC MN aangesloten.
18
Financiële ontwikkelingen In het beleidsplan Bescherming en Opvang is het hoofdstuk ‘Financiën 2022-2025’ opgenomen. Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd: Het financieel kader (uitwerking inkomsten en uitgaven), financiële ontwikkelingen en risico’s. Zoals verwoord in het hoofdstuk ‘Inleiding’ voorziet deze rapportage niet in de voortgang van de financiële realisatie, deze wordt via de Planning & Control-cyclus gerapporteerd (middels de Kaderbrief, Regiobegroting, Bestuursrapportage en Jaarstukken). De portefeuillehouders Gezondheid en Ondersteuning hebben in 2023 aangegeven behoefte te hebben aan meer financiële informatie, vooruitlopend op de bestuursrapportage, waarop dit hoofdstuk antwoord geeft. Vooruitlopend op het voorleggen van deze voortgangsrapportage is er een bestedingsvoorstel Bescherming en Opvang 2024 -2025 voorgelegd. D.d. 6 juni 2024 heeft het portefeuillehouders overleg Gezondheid en Ondersteuning unaniem positief advies uitgebracht, waarop het Algemeen bestuur d.d. 27 juni 2024 gevraagd wordt dit voorstel vast te stellen. Daarna zal het verwerkt worden in de begroting en verantwoord worden via de bestuursrapportage van de regio. Bovengenoemd voorstel geeft ook inzage in de landelijke en regionale ontwikkelingen. Hieronder staan deze ontwikkelingen (nogmaals) vermeld in de paragrafen ‘landelijk’ en ‘regionaal’.
Landelijk Landelijke onzekerheden, betreffende de opbrengsten: De begroting B&O kent de volgende inkomstenbronnen: ❖ Integratie Uitkering Beschermd Wonen (IUBW); ❖ Eigen bijdrage Beschermd Wonen; ❖ Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang (DUVO); ❖ Decentralisatie Uitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO); ❖ Integratie-uitkering sociaal domein (gemeentelijke bijdragen t.b.v. VT en GGD). De hierboven vermelde inkomstenbronnen kennen overwegend een structureel en daarmee redelijk zeker en of voorspelbaar karakter. Toch zijn er ook een aantal onzekere factoren te vermelden, specifiek in het kader van drie Rijksmiddelen (IUBW, DUMO en DUVO)19. Hierbij de diverse onzekere factoren op een rij: ➢ Demissionair staatssecretaris Van Ooijen van het ministerie van VWS heeft eerder besloten om ten behoeve van het kalenderjaar 2024 de volume-compensatie behorend tot de IUBW niet uit te keren en is voornemens om dit voor het kalenderjaar 2025 nog eens te besluiten20. ➢ De door het Rijk, in het vierde kwartaal van 2023, aangekondigde toepassing van loon-prijs compensaties op de Decentralisatie Uitkeringen Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang (DUMO en DUVO) gaat zo goed als zeker toch (nog) niet door in 202421. Gemeenten geven al jaar en dag meer uit aan MO en VO en dekken dat deels met BW-middelen.
De huidige compensatie van MO en VO verloopt via het accres van de Algemene Uitkeringen (als onderdeel van het Gemeentefonds) en landt daarmee in de lokale begrotingen. ➢ De lange termijn aanpak Wlz GGz zou op termijn kunnen leiden tot een extra uitname uit de IUBW. Dit is overigens niet conform de bestuurlijke afspraken. De staatsecretaris van VWS wakkert de discussie wel aan, maar vindt daar vooralsnog geen steun voor bij het ministerie van BZK (en uiteraard ook niet bij gemeenten via de VNG). Daarnaast zou het beoogde resultaat van de lange termijnaanpak, te weten een 40% lagere instroom in de Wlz GGz door middel van het bieden van passende zorg, kunnen leiden tot het overdragen dan wel terugdraaien van een deel van de huidige Wlz GGz zorg naar de Wmo, zonder de daarmee gemoeide middelen over te hevelen dan wel terug te geven aan gemeenten. Dat de extra middelen t.b.v. het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming van tijdelijk aard zijn, is bekend en maakt daarmee geen deel uit van de geschetste onzekerheden. Wat het door gemeenten zogenoemde ravijnjaar (2026) betekent voor de bij Bescherming en Opvang horende Rijksmiddelen (IUBW, DUMO en DUVO) is nog niet bekend. Het beleidsplan Bescherming en Opvang en daarmee ook de voortgangsrapportages beperken zich tot de jaren 2024 en 2025.
20 In de voorjaarsnota staat deze tekst over de volumecompensatie IUBW: “bijstelling Wmo – Er vindt een bijstelling van 30 miljoen euro structureel plaats vanaf 2025 op de nog onverdeelde groeiruimte Wmo.” 19
21
In de meicirculaire is deze compensatie inderdaad niet toegekend. 19
Regionaal Regionale ontwikkelingen (2024 – 2025): Hieronder staan een vijftal ontwikkelingen beschreven, die binnen het beleidskader van Bescherming en Opvang (B&O) aanstaande zijn en waarmee overwegend vanuit gegaan kan worden dat hier dan ook B&O gerelateerde kosten mee gemoeid zullen zijn. ➢ Zodra gemeenten de afgesproken twee specifieke woonzorgopgaven, te weten een tweede Keerpunt en een In Between Places Plus gaan realiseren, kunnen hier mogelijk ook incidentele (project)kosten door ontstaan en zullen deze regionale woonzorg-voorzieningen structureel vanuit de begroting B&O bekostigd moeten worden. Hier is formeel nog niet in voorzien. De begrootte budgetten t.a.v. de beleidsmaatregelen 18, 20 (en 21), betreffen ook woonzorgopgave gerelateerde maatregelen, waar al jaren geen uitgaven op plaatsvinden. Deze budgetten zouden tegen die tijd wel passend ingezet kunnen worden t.b.v. een tweede Keerpunt en of In Between Places Plus. ➢ Het regionale plan van aanpak Dakloosheid 2024 – 2025, met een doorkijkje naar 2026 en verder, zal tijdens de uitvoeringsfase tot enkele aanvullende financieringsvoorstellen leiden, zoals bijvoorbeeld de financiering van de pilot Onder de Pannen (2025) bij actielijn 2.
De pilot zou eventueel (deels) bekostigd kunnen worden vanuit de specifieke reserve ‘Terugdringen dak- en thuisloosheid’, ten aanzien van maatregel 7 ‘Organiseren van meer en passende huisvesting’. Deze reserve staat los van de reguliere B&O-reserve en bestaat uit de resterende impulsgelden van het Rijk ten behoeve van het plan van aanpak ‘Terugdringen dak- en thuisloosheid (2021 en verder). Voor de eventueel gewenste borging van de pilot Onder Pannen zal bij het opstellen van nieuw regionaal beleid B&O beoordeeld worden op welke wijze dit structureel bekostigd zal kunnen gaan worden (regionaal dan wel lokaal). ➢ Het voorstel betreffende ‘Een integrale benadering vanuit Zorg en Veiligheid’ betreft een pilot waarbij de uitkomsten in Q1 2025 worden verwacht en waarbij tevens de voor het vervolg benodigde middelen/personele capaciteit ter besluitvorming worden voorgelegd. ➢ In het kader van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) wordt door gemeenten voorzien dat de nu nog onbekende kosten die structureel gemoeid zullen zijn met het in de nabije toekomst realiseren van laagdrempelige zelfregie steunpunten, inzake Mentale Gezondheid, ten laste van de begroting B&O opgevoerd zouden kunnen gaan worden (passend bij maatregel 1 uit het beleidsplan B&O). Neemt niet weg dat andere opties te zijner tijd ook verkend zullen worden, zoals bekostiging via SPUK en lokale begrotingen.
➢ Het Zorg en Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek (ZVHGV) heeft sinds vorig jaar een nieuwe, tijdelijke financieringsbron, te weten POK-middelen (tot 2027). De effecten daarvan worden nader uitgewerkt en meegenomen in de bestuursrapportage, ook daar waar het de huidige, structurele bijdrage betreft, ten behoeve van het ZVHGV, vanuit de begroting B&O.
20