Bijlage 2. Voorgestelde keuzes bij de verordening leerlingenvervoer in afwijking van de VNG-modelverordening
Tekst van het document
Keuzes bij de verordening leerlingenvervoer Inleiding In het onderzoek “leerlingenvervoer in Hilversum” is geconstateerd dat de huidige verordening leerlingenvervoer uit 2015 stamt en achterloopt bij de wetgeving en jurisprudentie. Er dient een nieuwe verordening te worden opgesteld, voorgesteld wordt om de modelverordening van de VNG uit 2024 hiervoor als basis te gebruiken. Binnen het wettelijke kader en de modelverordening zijn er keuzes mogelijk. In deze notitie worden de keuzes voorgelegd die gevolgen hebben voor het wel of niet recht hebben op leerlingenvervoer, daarnaast zijn er ook aanpassingen binnen de verordening mogelijk die gaan over de interne werkwijze, deze worden buiten deze notitie gehouden. Op basis van de keuzes die worden gemaakt op grond van deze notitie zal de concept verordening worden opgesteld en aan het college en raad worden aangeboden. Per onderdeel zal worden verwezen naar het betreffende artikel in de modelverordening van de VNG.
Kilometergrenzen (art. 9 modelverordening) In de nieuwe verordening is er de mogelijkheid opgenomen om verschillende afstandsgrenzen op te nemen voor de verschillende schoolsoorten. In de huidige verordening van Hilversum is er gekozen om voor de schoolsoorten basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs de maximale afstandsgrens van 6 kilometer te hanteren. Met de nieuwe verordening is het mogelijk om onderscheid te maken tussen regulier basisonderwijs en speciaal (basis) onderwijs en daarvoor de grens lager te stellen.
Wel een lagere grens voor speciaal(basis) onderwijs
Geen lagere grens voor speciaal (basis) onderwijs
Ouders van leerlingen van het S(B)O hebben meestal niet de keus voor een school dichtbij gelegen.
De kosten voor het leerlingenvervoer zullen beperkt toenemen
Een aanzienlijk deel van de ouders van leerlingen in het S(B)O zijn zelf kwetsbaar en hebben problemen om hun kind op school te brengen o.a., vanwege kosten die dat met zich meebrengt. De ritten die nu worden toegekend beneden de zes kilometer, vallen duidelijker binnen de verordening. (zie toelichting hieronder) Toelichting: In Hilversum zijn verhoudingsgewijs veel ritten onder de kilometergrens van zes kilometer. Op het eerste gezicht lijken deze ritten in strijd met de verordening maar in de verordening zijn ook andere gronden op grond waarvan het vervoer kan worden toegekend, zoals 1
de handicap van de leerling en de ernstige benadeling van het gezin. Met het verlagen van de kilometergrens voor het speciaal (basis) onderwijs is voor een groep leerlingen het gelijk duidelijk dat ze recht hebben op vervoer. Hiermee worden ouders ook ontlast met het moeten bewijzen dat er sprake is van een handicap of een ernstige benadeling. Het is mogelijk om voor de schoolsoorten speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs de kilometergrens verlagen tot 3 kilometer, een halvering van de huidige kilometergrens. Dit zal een beperkte toename van het leerlingenvervoer zorgen, daartegenover staat ook dat door het hanteren van een lagere grens het duidelijker is dat van ouders wordt verwacht dat ze onder deze kilometergrens zelf verantwoordelijk zijn. Voorstel De huidige kilometergrens van zes kilometer van kracht laten blijven voor alle soorten van onderwijs. Hiermee blijft de verordening in overeenstemming met de modelverordening en ook met hetgeen gebruikelijk is in de regio Gooi- en Vechtstreek.
Opstapplaatsen (art. 11 modelverordening) Het kunnen werken met opstapplaatsen is in de nieuwe verordening opgenomen als apart artikel. Verder is in dit artikel in het tweede lid een omschrijving opgenomen van de eisen waaraan een opstapplaats dient te voldoen, namelijk “De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider”. De huidige omschrijving is “plaats aangewezen door burgemeester en wethouders, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van vervoer”. Bij opstapplaatsen spelen twee vragen: 1. Een bepaling over opstapplaatsen wel of niet in de verordening opnemen 2. De nieuwe omschrijving kan wel of niet overnemen. Bij het eerste vraagstuk is het advies om het wel in de verordening op te nemen. Niet om et structureel te gaan inzetten, dat is ook in de huidige situatie niet aan de orde, maar als mogelijkheid voor specifieke situaties. Hierbij kan worden gedacht aan adressen van leerlingen die door weg- of rioleringswerkzaamheden niet te bereiken zijn. Voor de periode van die werkzaamheden kan dan een opstapplaats worden aangewezen. De tweede vraag gaat over de eisen die aan een opstapplaats kan worden gesteld. Wel de nieuwe omschrijving overnemen
Niet de nieuwe omschrijving overnemen
Geeft kwaliteitsnormen voor een opstapplaats
Een dergelijke plek is niet in alle situaties te vinden waardoor alsnog vervoer vanuit de woning moet worden toegekend Kan discussies veroorzaken of een opstapplaats wel voldoet aan alle eisen. Er moet ter plekke worden onderzocht of een plek wel aan de eisen voldoet, dit kan zorgen voor extra werkzaamheden.
2
De opstapplaats die voldoet aan deze eisen kan aanzienlijk verder weg liggen vanaf het huisadres. Voorstel Opstapplaatsen wel als mogelijkheid in de verordening opnemen 1. De huidige omschrijving van opstapplaats hanteren en niet de tekst van de modelverordening overnemen. De opstapplaatsen zijn overgenomen uit de modelverordening om in specifieke situaties de mogelijkheid te hebben om ze in te stellen. De omschrijving van de eisen van een opstapplaats zijn niet uit de modelverordening overgenomen, deze geeft te weinig speelruimte om een opstapplaats aan te wijzen en kan daardoor tot gevolg hebben dat in het geval er een opstapplaats is aangewezen ouders verder naar een opstapplaats moeten loepen met hun kind.
Wachttijden op school (artikel 13) Nieuw ten opzichte van voorgaande verordening is de opname van de mogelijkheid om te bepalen hoe lang een leerling maximaal op school mag wachten als een school werkt met verschillende lesroosters. Het betreft een niet wettelijke verplichting deze bepaling kan derhalve wel of niet opgenomen worden. Wel de wachttijden opnemen Geeft duidelijkheid over de maximale wachttijd Verschillende lestijden binnen een school komen weinig voor
Niet de wachttijden opnemen Is geen wettelijke verplichting Geeft flexibiliteit met wat wel en niet mogelijk is
Voorstel: De door de VNG voorgestelde bepaling in de verordening van Hilversum opnemen.
Tijdelijke verblijf buiten de gemeente (art. 14 modelverordening) Nieuw in de modelverordening is het opnemen van een regeling voor leerlingen die als gevolg van een crisis tijdelijk buiten de gemeente moeten blijven maar nog wel naar de oude school blijven gaan. Deze regeling is de vertaling in de verordening van de regeling die de VNG al vele jaren geleden heeft voorgesteld. Er kan worden gekozen om deze regeling wel of niet over te nemen. Wel regeling over tijdelijk verblijf buiten de gemeente opnemen
Niet de regeling over tijdelijk verblijf buiten de gemeente opnemen
De meeste gemeenten hanteren deze regeling al jaren en zorgt voor duidelijkheid tussen gemeenten
Geen wettelijke verplichting
Indien er geen leerlingenvervoer wordt toegekend is het in veel gevallen mogelijk om
Kan zorgen voor toename van de kosten 3
het vervoer op basis van de Jeugdwet toe te kennen en dan komen de kosten alsnog voor de gemeente Hilversum.
Voorstel: De bepaling is overgenomen, waarbij de termijn van zes weken is vervangen door tot het einde van het schooljaar. Het verlengen tot het einde van het schooljaar is opgenomen om twee redenen, de eerste is dat meestal niet binnen zes weken duidelijk is hoe het verder gaat met de woonplek van de leerling. Om te voorkomen dat er dan steeds van school moet worden gewisseld is gekozen voor een termijn tot einde schooljaar. De tweede reden is dat de zomervakantie een natuurlijk moment is voor het overstappen van een school indien dit noodzakelijk is.
Stage (art. 16 modelverordening) De VNG modelverordening heeft ten opzichte van de huidige verordening een nieuwe bepaling over stagevervoer opgenomen. Stage viel al onder het leerlingenvervoer, maar is nu specifieker in de verordening opgenomen. De meeste leerlingen die stagelopen kunnen al zelfstandig naar de stagelocatie reizen, dis is ook gezien het doel van een stage noodzakelijk. Voor de enkele leerling die via het aangepast vervoer naar de stageplek moet reizen wordt van scholen verwacht dat ze zo dichtbij mogelijk een plek vinden ook om de reistijd voor de leerling te beperken. Voorstel: De VNG bepaling is overgenomen, de verdere uitwerking zal worden opgenomen in de op te stellen beleidsregels.
Vervoer tussen BSO en de school (art. 17 modelverordening) In de modelverordening wordt de mogelijkheid opgenomen om als tweede adres een BSO op te geven waarvandaan of waarheen het vervoer kan plaatsvinden. Dit is een uitbreiding ten opzichte van de huidige verordening waarin het formeel gesproken alleen mogelijk is naar de woning van de leerling. In de praktijk is er wel vervoer naar een tweede adres. Hiermee wordt dit geformaliseerd in de verordening. De VNG maakt het alleen mogelijk naar een formele opvang, terwijl vaak ook kinderen gebruik maken van informele opvang (denk aan opa en oma). Hierdoor zijn er drie mogelijke opties voor de verordening, namelijk het niet niet overnemen van de bepaling, het ongewijzigd overnemen van de bepaling waarmee alleen naar erkende BSO wordt vervoerd en als derde mogelijkheid de omschrijving te verbreden naar een tweede ophaal- en breng adres waardoor ook opvang bij bijvoorbeeld opa en oma mogelijk is. Voorstel:
4
De bepaling uit de VNG modelverordening wordt niet overgenomen. Voor leerlingen die naar een specifieke BSO gaan met extra ondersteuning op basis van de Jeugdwet is wel vervoer mogelijk.
Ernstige benadeling gezin (art. 22, onder c, modelverordening) Op grond van de wet komen leerling in aanmerking van aangepast verover met taxibusjes als er sprake is van een ernstige benadeling van het gezin. Per gemeente kan worden bepaald wanneer daarvan sprake is. Dit kan zowel in de verordening als in de beleidsregels worden opgenomen. Op dit moment is het opgenomen in de beleidsregels. De keuze die voorligt is of de ernstige benadering in de verordening moet worden opgenomen of dat de huidige situatie gehandhaafd wordt waarbij dit in de beleidsregels is opgenomen. Bij vaststellen in de verordening is er een uitspraak van de gemeenteraad wat wel of niet van ouders wordt verwacht en voor alle betrokkenen zijn de kaders opéén plek terug te vinden. Bij opname in beleidsregels is het de verantwoordelijkheid van het college en het heeft als voordeel dat de beleidsregels sneller aan de ontwikkelingen kunnen worden aangepast. Voorstel De ernstige benadeling in beleidsregels uit te werken. Ter informatie de huidige bepalingen over ernstige benadeling van het gezin in de huidige beleidsregels. Van ‘ernstige benadeling’ kan bijvoorbeeld sprake zijn in verband met: • De duur van de reistijd voor de ouder. Als bovengrens wordt een reistijd van drie uur per dag van het woonadres naar school aangehouden.
Is de reistijd langer en kan de leerling niet zelfstandig reizen, dan is in ieder geval aangepast vervoer aan de orde. Het is echter denkbaar dat een kortere reistijd ook onaanvaardbare consequenties heeft, bijv. in combinatie met: o De specifieke handicap van de leerling en/of de ouder(s): deze kan zodanig zijn, dat alleen aangepast vervoer aangewezen is; o De werksituatie van de ouder: werk is in het algemeen geen reden om tot aangepast vervoer te be- sluiten, maar in bijzondere omstandigheden kan dit soms toch het geval zijn. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij een alleenstaande ouder, die werk met geen mogelijkheid kan combineren met het zelf vervoeren van het kind naar school; o De gezinssituatie: als de gezinssituatie met zich meebrengt dat de ouder de leerling niet kan begeleiden terwijl dat wel noodzakelijk is. Dat kan bijv. aan de orde zijn in verband met de gezinsgrootte of nood- zakelijke begeleiding van andere kinderen. Het is aan de ouder(s) om aan te tonen dat sprake is van een situatie die tot ‘ernstige benadeling’ leidt. Als de leerling in een instelling verblijft, dan is de instelling verantwoordelijk voor het vervoer, indien van de ouders of verzorgers redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat zij voor het vervoer zorg dragen. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als de ouders op grote afstand van de instelling wonen.
Eigen bijdrage ouders (art. 24 en 25 modelverordening) In de model verordening is het kunnen heffen van een eigen bijdrage voor leerlingen van het basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs opgenomen. In de huidige verordening van Hilversum is dit opgenomen. Zowel leerlingen van basisscholen en van speciaal 5
basisonderwijs moeten een eigen bijdrage betalen als hun inkomen boven de grens van afgerond € 29.000, komt. Verder is er voor leerlingen die verder dan 20 km van de basisschool afwonen de mogelijkheid om een inkomensafhankelijke bijdrage te vragen. Deze laatste inkomensafhankelijke bijdrage is een paar jaar geleden voor het laatste geïnd. Daarna zijn er geen leerlingen zijn geweest die op basis van hun levensovertuiging naar een basschool op een dergelijke afstand gingen. De eigen bijdrage mag niet worden geheven voor leerlingen die door een handicap niet met het OV kunnen reizen. Voorgesteld wordt om de inkomensafhankelijke bijdrage in de verordening te behouden voor deze bijzondere situaties waarbij leerlingen naar reguliere basisscholen op verre afstand gaan. Voor de eigen bijdrage kan ervoor worden gekozen om de eigen bijdrage in te voeren voor alleen het basisonderwijs of voor het basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs. Eigen bijdrage alleen voor basisonderwijs Geeft enige inkomsten
Eigen bijdrage voor (speciaal) basisonderwijs Geeft wat meer inkomsten
Er zijn in Hilversum altijd meerdere basisscholen binnen 6 kilometer te vinden, als ouders om hun moverende reden kiezen voor een school verder weg dient daarvoor een eigen bijdrage te worden betaald Ouders hebben bij speciaal basisonderwijs veel minder keuze en worden daardoor in een aantal gevallen gedwongen om naar een school op meer dan 6 km gelegen te gaan.
Ouders die beneden de kilometergrens hun kind naar school moeten brengen maken ook kosten en hiermee wordt dat gelijk getrokken
Geen eigen bijdrage Minder administratieve verplichtingen
Voorstel: Het VNG model volgen, de eigen bijdrage blijft voor zowel regulier als speciaal basisonderwijs gehandhaafd.
6