Bijlage 2 Overzicht van oude artikelen en hun toelichting en de herziene artikelen en hun toelichting
Tekst van het document
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; h. als de voorzitter vaststelt dat een onderwerp zich hiervoor niet leent, tenzij de vergadering anders beslist. Personen die gebruik willen maken van het spreekrecht over een niet eerder op de voorlopige agenda opgenomen onderwerp krijgen daar bij het agendapunt ‘vragen aan het college’ de gelegenheid toe. Aanmelding ten minste 24 uur van tevoren is daarbij vereist, evenals vermelding van de bespreekpunten die aan de commissie zullen worden voorgelegd. Doel van het aanmelden is om de leden van de commissie in de gelegenheid te stellen zich voor te bereiden op het onderwerp. Op die manier zijn de commissieleden ook beter in staat op de bijdrage te reageren. De totale tijd is maximaal 15 minuten omdat er ook voldoende tijd beschikbaar moet blijven voor de andere agendapunten. Als er meer tijd nodig is dan kan agendering plaatsvinden in een volgende commissie. Ook is het mogelijk om in de commissie een presentatie te houden. In overleg met de aanvrager wordt daarvoor maximaal 15 minuten gereserveerd op de eerstvolgende nog vast te stellen agenda van de desbetreffende commissie. Na de oordeelsvormende fase is er nog de gelegenheid voor een inspreker om desgewenst kort te reageren.
Bij het vaststellen van de agenda voor het oordeelsvormende gedeelte van de vergadering ligt het voor de hand de onderwerpen waarvoor insprekers zijn gekomen eerst te behandelen, zodat insprekers niet onnodig lang hoeven te wachten. Hoofdstuk 4
Rechten van leden
Artikel 46 Mondelinge vragen Deze bepaling vormt een invulling op het voorgesteld artikel 155, eerste lid, van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het is een facultatieve bepaling. Het is aan de raad om te bepalen of de instelling van mondelinge vragen en daarmee het opnemen van een dergelijke bepaling in het reglement van orde wenselijk is. Wel kunnen mondelinge vragen bijdragen aan een vergroting van de betrokkenheid van burgers bij het bestuur: één van de doelstellingen van dualisering. Bewust is er gekozen voor een algemene regeling van de mondelinge vragen. De drempel om vragen te stellen wordt verlaagd en de media-aandacht voor de lokale politiek kan worden vergroot. In het vragenuur krijgt de raad de mogelijkheid over vooraf ingebrachte onderwerpen (leden van) het college aan de tand te voelen.
Het karakter van de vragen verschilt dan ook van het recht van interpellatie. Het recht van interpellatie heeft als instrument een zwaarder politiek karakter. Leden van de raad kunnen aan het college inlichtingen vragen over het door hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde onderwerpen aan de orde komt. Raadsleden vragen daarmee leden van het college zich te verantwoorden voor het door hen gevoerde bestuur. Mondelinge vragen kunnen bijvoorbeeld in de raadscommissie of in de raadsvergadering gesteld worden. Voor de herkenbaarheid voor de burgers is het raadzaam om het vragenuur op een vast tijdstip te houden. Artikel 46 Mondelinge vragen Nieuw Deze bepaling vormt een invulling op artikel 155, eerste lid, van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het is een facultatieve bepaling. Het is aan de raad om te bepalen of de instelling van mondelinge vragen en daarmee het opnemen van een dergelijke bepaling in het Reglement van Orde wenselijk is. Mondelinge vragen kunnen bijdragen aan een vergroting van de betrokkenheid van burgers bij het bestuur: één van de doelstellingen van dualisering. Bewust is er gekozen voor een algemene regeling van de mondelinge vragen. De drempel om vragen te stellen wordt verlaagd en de media-aandacht voor de lokale politiek kan worden vergroot.
Bij het onderwerp ‘vragen aan het college’ krijgt de raad de mogelijkheid over vooraf ingebrachte onderwerpen (leden van) het college aan de tand te voelen. Het karakter van de vragen verschilt dan ook van het recht van interpellatie. Het recht van interpellatie heeft als instrument een zwaarder politiek karakter. Leden van de raad kunnen aan het college inlichtingen vragen over het door hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde onderwerpen aan de orde komt. Raadsleden vragen daarmee leden van het college zich te verantwoorden voor het door hen gevoerde bestuur. Mondelinge vragen kunnen in de raadscommissie en in de raadsvergadering gesteld worden. Hoofdstuk 5
Begroting en rekening
Hoofdstuk 6
Lidmaatschap van andere organisaties
Hoofdstuk 7
Besloten vergadering
Hoofdstuk 8
Toehoorders en pers
Hoofdstuk 9
Slotbepalingen