CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Leidraad Natuurinclusief Bouwen

GEMEENTERAAD 10 november 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Beleid Natuurinclusief Bouwen (1041983)2.114 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Leidraad Natuurinclusief Bouwen Hilversum 2021

Leidraad Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen bij nieuwbouw Inleiding De gemeente Hilversum vindt het behoud en verbeteren van de stad als leefgebied voor dieren en planten erg belangrijk. Veel (beschermde) soorten uit de stad hebben het moeilijk. Onze gebouwen hebben voor moderne bouwtechnieken steeds minder gaten en kieren, waardoor gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen hier geen schuilplek of broedplaats meer vinden. Om u op weg te helpen hebben wij een ecopuntensysteem ontwikkelt. Dit ecopuntensysteem helpt u een afweging te maken welke fauna- en groenvoorzieningen u het beste kan realiseren bij uw nieuwbouwproject. Zodat we er samen voor zorgen dat Hilversum een goede leefomgeving is voor mens en dier.

Omvang fauna- en groenvoorzieningen De hoeveelheid aan te brengen faunavoorzieningen en groen hangt samen met de omvang van de nieuwbouw. Tabel 1 geeft een handvat voor hoeveel ecopunten u kan realiseren op basis van het volume van het nieuwbouwproject. Een groter gebouw kan een grotere bijdrage leveren aan de leefomgeving van gebouwbewonende soorten. Vanaf 100 ecopunten adviseren we te variëren in de type voorzieningen en een ecoloog bij het plan te betrekken. Tabel 1: Ecopunten bij nieuwbouw Grootte

Totaal

< 100 m3

10

100-500 m3

30

500-1000 m3

50

1000-1500 m3 *

75

> 1500 m3 *

75 + 10 bij elke 250 m3

Voorbeelden van gebouwtypen Garage, aanbouw of bijgebouw Rijtjeswoning of twee-onder-één-kap (enkele woning), kleine vrijstaande woning, kleine bedrijfs-, winkelpanden Twee-onder-één-kap (beide woningen), ruime vrijstaande woning, bedrijfs-, winkelpanden Riante vrijstaande woning, rijtjeswoning (bestaande uit 3 woningen), bedrijfs-, winkelpanden Rijtjeswoning (bestaande uit 4 of meer woningen), flats, bedrijfs-, winkelpanden

* bij grote projecten kan maatwerk een oplossing bieden en worden afgezien van het ecopuntensysteem.

2

Voorzieningen op basis van stadslandschap Hilversum is opgedeeld in 20 stadslandschappen op basis van hun ligging ten opzichte van de natuurgebieden rondom Hilversum, de type bebouwing en de mate van groen. Deze 3 factoren bepalen in grote mate voor welke gebouwbewonende soorten de wijk geschikt is. In groenere stadslandschappen kunt u een grotere bijdrage leveren aan deze gebouwbewonende soorten door voorzieningen in gebouwen te plaatsen. Terwijl in minder groene wijken juist het toevoegen van groenvoorzieningen een belangrijke bijdrage levert. Tabel 2 geeft een richtlijn voor het percentage van ecopunten dat gerealiseerd kan worden in het gebouw of juist in het groen, op basis van het stadslandschap. Daarnaast geeft de laatste kolom de belangrijkste voorzieningen die getroffen zouden kunnen worden voor bepaalde soorten vleermuizen. De soort en het type sluit aan bij de huidige verspreiding van deze soorten. Tabel 2: Verplichte ecopunten en voorzieningen bij gebouwen van meer dan 101m3 Stadslandschap

Ecopunten gebouw (verplicht)

Ecopunten groen (verplicht)

Noordwestelijk Villagebied Buiten

75%

-

Noordwestelijk Villagebied Binnen

75%

-

-

25%

50%

-

Binnenrand Noord en Oost

50%

-

Geuzenbuurt Centrumrand Oost

-

25% 25%

-

Centrum

-

10%

-

50%

25%

Havenkwartier

-

25%

Buitenrand Zuid Bedrijventerrein Kerkelanden

50% -

25%

Schilderskwartier

75%

-

’t Hoogt van ‘t Kruis Arenapark

75%

Kraamverblijf gewone dwergvleermuis Massawinterverblijf gewone dwergvleermuis (hoogbouw) Kraamverblijf laatvlieger Massawinterverblijf gewone dwergvleermuis (hoogbouw) Massawinterverblijf gewone dwergvleermuis (hoogbouw) Kraamverblijf gewone grootoorvleermuis Kraamverblijf laatvlieger

Mediapark Buitenrand Noord en Oost

Centrumrand Zuid Binnenrand Zuidwest

25%

Verplichte voorzieningen

Kraamverblijf laatvlieger Kraamverblijf laatvlieger (hoogbouw) Kraamverblijf gewone grootoorvleermuis (laagbouw) Massawinterverblijf gewone dwergvleermuis (hoogbouw) Kraamverblijf laatvlieger (hoogbouw) Kraamverblijf gewone grootoorvleermuis (laagbouw) Massawinterverblijf gewone dwergvleermuis (hoogbouw)

3

Stadslandschap

Ecopunten gebouw (verplicht)

Ecopunten groen (verplicht)

Van Riebeeckkwartier

50%

-

Monnikenberg en West Indiëkwartier

50%

-

Hilversumse Meent Kerkelanden

50% 50%

25%

Verplichte voorzieningen Massawinterverblijf gewone dwergvleermuis (hoogbouw) Kraamverblijf laatvlieger (hoogbouw) Kraamverblijf gewone grootoorvleermuis (laagbouw) Kraamverblijf laatvlieger Kraamverblijf laatvlieger

Mogelijke gebouw- en groenvoorzieningen en aantal ecopunten U heeft nu een beeld van het aantal ecopunten dat u zou kunnen realiseren en/of de nadruk ligt op voorzieningen aan gebouwen of in het groen op basis van het stadslandschap. Op basis van tabel 3 kunt u bepalen hoeveel en welke voorzieningen u wilt treffen om deze ecopunten te realiseren. Tabel 3A geeft richtlijnen voor gebouwvoorzieningen en tabel 3B voor de groenvoorzieningen. Ook dieren houden van diversiteit in leefomgeving daarom adviseren we om niet meer punten te realiseren dan het aangegeven maximum ecopunten per gebouw. Meer informatie over hoe de voorzieningen kunnen worden gerealiseerd en welke eisen vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen aan deze voorzieningen stellen, kunt u lezen in de mitigatiecatalogus van Arcadis. In deze mitigatiecatalogus kunt u naast de generieke eisen die soorten aan verblijfplaatsen stellen ook informatie vinden over maatvoering, invliegopeningen, locatie, hoogte, verlichting, beplanting, windrichting en materiaal per type voorziening. Deze mitigatiecatalogus kunt u opvragen door een mail te sturen naar natuurinclusiefbouwen@hilversum.nl. Voor de genoemde kraamverblijven en massawinterverblijven voor de vleermuissoorten in tabel 3 verdient u meer ecopunten omdat vleermuizen eisen stellen aan een minimum grootte.

Meer informatie over deze groottes en andere eisen kunt u vinden in paragraaf 3.2.1 de mitigatiecatalogus van Arcadis.

4

Tabel 3A: Voorzieningen en de ecopunten voor gebouwen. Bij alle voorzieningen zijn de eisen uit de mitigatiecatalogus van Arcadis leidend. Ecopunten Maximale ecopunten per gebouw Toegankelijke spouwmuur leefruimte (alleen bij nieuwbouw) Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 4.1.1 Geschikt als: zomer/kraam/paarverblijf gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger Eis: minimaal 1,5 m2 Punten: per m2

1

30

Toegankelijke spouwmuur leefruimte (alleen bij hoogbouw) Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 4.1.1 Geschikt als: massawinterverblijf gewone dwergvleermuis, zomer/kraam/paarverblijf gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger Eis: minimaal 10m2 Punten: per m2

1

50

Aanpassing gevelrand voor vleermuizen Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 4.1.2 Geschikt als: zomer/kraam/paarverblijf gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger Eis: 3 compartimenten Punten: per 5 m2

10 20

Geschikt als: Klein zomer/paarverblijf Eis: 1 - 1,5 m2, 1-2 compartimenten Punten: per verblijf

3

Aanpassing gevelrand voor vleermuizen (alleen hoogbouw) Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 4.1.2 Geschikt als: massawinterverblijf gewone dwergvleermuis, zomer/kraam/paarverblijf gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger Eis: 3 compartimenten Punten: per 10 m2

10

40

Aanpassing gevelrand voor gierzwaluw Mitigatiecatalogus par. 3.1.2 en 4.1.3 Eis: minimaal 4 verblijven per woning, per verblijfplaats Punten: per verblijfplaats

2

12

5

20

Vleermuiskast in gevel woning Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 4.1.4 Geschikt als: zomer/paarverblijf/kraamverblijf gewone dwergvleermuis en zomerverblijf gewone grootoorvleermuis en laatvlieger Eis: 3 compartimenten, minimaal 1,5m2 Punten: per kast

5

Ecopunten Maximale ecopunten per gebouw Geschikt als: klein zomer/paarverblijf kleine soorten zoals gewone dwergvleermuis Eis: 0,5-1,5m2, 2 compartimenten Punten: per kast Vleermuiskast in gevel flat Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 4.1.5 Geschikt als: zomer/paarverblijf/kraamverblijf gewone dwergvleermuis en zomerverblijf gewone grootoorvleermuis en laatvlieger Eis: 3 compartimenten, minimaal 1,5m2 Punten: per kast Geschikt als: klein zomer/paarverblijf kleine soorten zoals gewone dwergvleermuis Eis: 2 compartimenten, 0,5-1,5m2 Punten: per kast

2

5

20 2

Vleermuisverblijf achter gevelplaat Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 4.1.6 Geschikt als: zomer/kraam/paarverblijf gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger Eis: minimaal 1,5m2 Punten: per m2

3

15

Huismuskast in gevel Mitigatiecatalogus par. 3.1.1 en 4.1.7 Geschikt als: broedplaats huismus Eis: minimaal 4 per gebouw Punten: per kast

2

12

3

18

Gierzwaluwkast in gevel Mitigatiecatalogus par. 3.1.2 en 4.1.8 Geschikt als: broedplaats gierzwaluw Eis: minimaal 4 per gebouw Punten: per kast Vleermuiskast hoeksteunoplossing Mitigatiecatalogus par.3.2.1 en 4.1.9 Geschikt als: zomer/paarverblijf/kraamverblijf gewone dwergvleermuis en laatvlieger Eis: 3 compartimenten, minimaal 1,5m2 Punten: per m2 Geschikt als: Kleine verblijfplaats Eis: 0,5-1,5m2, 2 compartimenten Punten: per verblijfplaats Boeiboorden met vleermuisopeningen Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 4.2.1 Geschikt als: zomer/paarverblijf/kraamverblijf gewone dwergvleermuis en laatvlieger

3 20 2

6 6

Ecopunten Maximale ecopunten per gebouw Eis: gehele boeiboord toegankelijk maken Punten: per boeiboord Betimmering rond schoorsteen Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 5.1.1 Geschikt als: zomer/paarverblijf gewone dwergvleermuis en laatvlieger Eis: rondom hele schoorsteen geschikt maken Punten: per schoorsteen

12

5

10

Nieuwe vleermuisvriendelijke schoorsteen Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 5.1.2 Geschikt als: zomer/paarverblijf gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger Eis: schoorsteen rondom geschikt maken Punten: per schoorsteen

10

20

Aanpassing loodslab rondom schoorsteen Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 5.1.3 Geschikt als: zomer, paar, kraamverblijf gewone dwergvleermuis en laatvlieger en zomerverblijf gewone grootoorvleermuis Eis: Punten: per schoorsteen

3

6

Vleermuisruimte in dakconstructie Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 5.3.1 Geschikt als: zomerverblijf/paarverblijf gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger, klein winterverblijf gewone dwergvleermuis Eis: minimaal 1,5x1,5m Punten: per m2

10

20

Vleermuis-/gierzwaluwverblijf onder dakpannen Mitigatiecatalogus par. 3.1.2 en 3.2.1 en 5.3.2 Geschikt als: zomerverblijf/paarverblijf/kraamverblijf gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, Brandt’s vleermuis en franjestaart en nestplek gierzwaluw Eis: Minimaal over 3 meter daklengte Punten: per m2

2

50

3

12

2

12

Gierzwaluwpannen Mitigatiecatalogus par. 3.1.2 en 5.3.3 Geschikt als: nestplaats voor gierzwaluw Eis: Minimaal 4 per gebouw Punten: per gierzwaluwpan Huismussendakpannen Mitigatiecatalogus par. 3.1.1 en 5.3.4 Geschikt als: nestplaats voor huismus Eis: Minimaal 4 per gebouw Punten: per huismuspan

7

Ecopunten Maximale ecopunten per gebouw Vleermuisverblijf in overstek Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 5.4.1 Geschikt als: zomer/paar/kraamverblijf gewone dwergvleermuis, zomerverblijf gewone grootoorvleermuis en laatvlieger Eis: minimaal 1,5 m2 Punten: per m2 Geschikt als: Kleine verblijfplaats Eis: 0,5-1,5m2 Punten: per verblijf

3 12 2

Vogelnest in overstek Mitigatiecatalogus par. 3.1.1 en 3.1.2 en 5.4.4 Geschikt als: nestplaats voor huismus, gierzwaluw en spreeuw Eis: minimaal 4 in te bouwen kasten voor een soort Punten: per ingebouwde kast

3

15

Opgeschoven vogelschroot Mitigatiecatalogus par. 3.1.1 en 5.4.7 Geschikt als: nestplaats voor huismus Eis: over minimaal 50% v/d lengte van het gebouw Punten: per meter

1

15

Aangepaste dakgoot Mitigatiecatalogus par. 3.1.1 en 3.1.2 en 5.4.7 Geschikt als: nestplaats van huismus en gierzwaluw Eis: minimaal 4 in te bouwen kasten voor een soort Punten: per ingebouwde kast

3

12

Vleermuisverblijf in zolderruimte Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 6.1.1 Geschikt als: zomer/paar/kraamverblijf/(massa)winterverblijfplaats gewone dwergvleermuis, zomerverblijf gewone grootoorvleermuis en laatvlieger Eis: minimaal 8m3, lengte, breedte en hoogte alle minimaal 1,5m Punten: per m3

5

50

100

100

Vleermuisverblijf in (bestaande) kelder Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 6.2.1 Geschikt als: winterverblijf gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis (en andere soorten zoals watervleermuis), zomerverblijf gewone grootoorvleermuis Eis: minimaal 35m3, inschakelen deskundig ecoloog Punten: 100 Geschikt als: klein vleermuisverblijf in kelder Eis: 20-35m2 Punten: per verblijf

50

Ondergronds vleermuiswinterverblijf Mitigatiecatalogus par. 3.2.1 en 6.2.2 8

Ecopunten Maximale ecopunten per gebouw Geschikt als: winterverblijf gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis (en andere soorten zoals watervleermuis), zomerverblijf gewone grootoorvleermuis Eis: minimaal 35m3, inschakelen deskundig ecoloog Punten: 100

100* 100 50

Geschikt als: klein ondergronds vleermuisverblijf Eis: 20-35m2 Punten: per verblijf * een ondergrondse parkeervoorzieningen van meer dan 50 auto’s is erg kansrijk voor een ondergronds vleermuiswinterverblijf.

Tabel 3B: Groene ecopunten

Aanplant inheemse boom (minimaal 6 cm stamomtrek) Behoud van inheemse boom (minimaal 50 cm stamomtrek) Aanplant fruitboom (tenminste half- of hoogstam) Aanplant dichte haag Aanplant inheemse struik (tenminste 80 cm hoog) Behoud inheemse struik Aanplant wintergroene struik (tenminste 80 cm hoog) Inheemse kruiden in tuin of plantsoen Inheems kruidenrijk grasland Klimplant tegen muur of schutting Aangepaste verlichting voor vleermuizen Takkenril Aanleg visvrije tuinvijver Ecodak met mos en sedum Ecodak met inheemse grassen en kruiden Ecodak met struiken en bomen

Ecopunten

Aanvullende eisen/punten

10

-

20 5 1 per m1 3 per m2 per kroondoorsnede 5 per m2 per kroondoorsnede

minimaal 1.30m hoog

2

-

1 per m2 1 per m2 1 per m2 3 per tuin 2 per m1 3 per m2 0,5 per m2 1 per m2 3 per m2

minimaal 2 m2 max. 10 punten max. 10 punten

-

9

Voor welke soorten is mijn gebouw geschikt? In de onderstaande tabel staat beknopt weergegeven welke onderdelen van gebouwen geschikt zijn voor de diverse voorzieningen voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Tabel 4: Geschikte onderdelen van gebouwen voor natuurinclusieve voorzieningen Onderdeel < 3 meter

Mogelijkheden  winterverblijf vleermuizen (kelder)*

3-4 meter

 nestplaats huismus en gierzwaluw  paar- en zomerverblijf vleermuizen*

> 4 meter

 nestplaats huismus en gierzwaluw  paar- en zomerverblijf vleermuizen*  kraamverblijf vleermuizen*

trappenhuis, liftschacht

 massa-winterverblijf gewone dwergvleermuis*

pannendak (schuin)

   

platdak

 groendak

nestplaats huismus en gierzwaluw paar- en zomerverblijf vleermuizen* kraamverblijf vleermuizen* groendak

* voor alle vleermuisvoorzieningen geldt dat een donkere omgeving van belang is. Voor de gewone grootoorvleermuis in het bijzonder.

Vragen Als u meer informatie wilt over deze leidraad, werkzaamheden aan gebouwen en de Wet natuurbescherming dan kunt u contact opnemen via natuurinclusiefbouwen@hilversum.nl

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=7d1987e9-72dd-47e5-bd29-aa7a31054138