Bijlage 2. Jaarverslag Rekenkamer Gemeente Hilversum 2023
Tekst van het document
Rekenkamer Hilversum Jaarverslag 2023 Dudokpark 1, kamer 1.14 Postbus 9900, 1201GM HILVERSUM rekenkamer@hilversum.nl
Februari 2024
Inhoudsopgave VOORWOORD
3
1. INLEIDING
4
2. UITVOERING ONDERZOEKEN
5
2.1 Nazorgonderzoek vastgoed
5
2.2 Onderzoek effectiviteit woonbeleid
7
2.3 Nieuw onderzoek naar toegankelijkheid van de dienstverlening
10
3. WET VERSTERKING DECENTRALE REKENKAMERS
11
4. OVERIGE ACTIVITEITEN
12
4.1 Interne contacten
12
4.2 PR
12
4.3 Externe contacten
13
5. FINANCIEEL OVERZICHT 2023
14
Voorwoord Geachte raad, Voor u ligt het jaarverslag van de Rekenkamer Hilversum. In 2023 heeft de rekenkamer twee onderzoeken afgerond: het nazorgonderzoek naar vastgoed en het onderzoek naar wonen. Uiteraard wil ik graag het college van burgemeester en wethouders, griffie en ambtelijke organisatie namens de Rekenkamer Hilversum hartelijk danken voor de goede samenwerking in het afgelopen jaar. De rekenkamer hoopt deze prettige samenwerking in 2024 voort te kunnen zetten. Voor meer informatie over de Rekenkamer Hilversum en al onze publicaties verwijzen wij u graag naar onze website Rekenkamer Hilversum | Hilversum Mediastad. Via deze website kunnen burgers ook suggesties doen voor onderzoek door de rekenkamer. Graag gaan wij ook in 2024 weer voor u aan de slag!
Namens de Rekenkamer Hilversum,
Erwin Derks Voorzitter
3
1. Inleiding De rekenkamer heeft een onafhankelijke positie binnen de gemeente. Onafhankelijk ten opzichte van raad, college van burgemeester en wethouders en ambtelijke organisatie, maar ook onafhankelijk ten opzichte van burgers, bedrijven en instellingen van Hilversum. Het is de taak van de rekenkamer om het bestuur dat de gemeente voert te onderzoeken op doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid. De rekenkamer let daarbij ook op de randvoorwaarden van goed bestuur. Dat wil zeggen dat ze ook oog heeft voor zaken als integriteit, democratische besluitvorming en publieke verantwoording. De rekenkamer richt zich met haar conclusies en aanbevelingen in de eerste plaats tot de gemeenteraad. Met haar onderzoeken wil de rekenkamer bijdragen aan een beter bestuur in Hilversum en het vertrouwen van de burger in het gemeentebestuur vergroten. De samenstelling van de rekenkamer was in 2023 als volgt: Leden: • drs. Erwin Derks (voorzitter) • drs. Katja Bongers • dr. Marijn Plomp • dr. Marleen van de Kerkhof Secretaris: • drs. Dorien Verloop In dit jaarverslag legt de rekenkamer verantwoording af over haar activiteiten in 2023 en de besteding van de financiële middelen.
4
2. Uitvoering onderzoeken 2.1 Nazorgonderzoek vastgoed In de periode van februari 2022 tot en met februari 2023 heeft de rekenkamer een nazorgonderzoek naar vastgoed uitgevoerd.
Doel onderzoek Om de effectiviteit van de rekenkamer te bevorderen voert zij periodiek onderzoek uit naar de doorwerking van haar onderzoeksresultaten; een zogenaamd nazorgonderzoek. Met een nazorgonderzoek onderzoekt de rekenkamer of de aanbevelingen van een eerder rekenkameronderzoek daadwerkelijk effect hebben gehad. Daarnaast ziet de rekenkamer het uitvoeren van nazorgonderzoek als een belangrijk instrument om de controlerende taak van de raad te ondersteunen. De rekenkamer was benieuwd of de effectiviteit en doelmatigheid van het vastgoed – vijf jaar na het eerdere rekenkameronderzoek naar vastgoed in 2017 – verbeterd is.
Conclusies De rekenkamer kwam op grond van haar onderzoek tot de volgende conclusies: Hoofdconclusie Sinds het rekenkameronderzoek naar vastgoed in 2017 heeft de gemeente vorderingen gemaakt in de ontwikkeling van het vastgoedbeleid en de optimalisatie van het vastgoedbeheer. Desondanks maken deze vorderingen het nog onvoldoende mogelijk voor de raad om te sturen op de doeltreffendheid en doelmatigheid van het vastgoed. Dit komt door: 1. Het ontbreken van koppelingen tussen beleidsdoelen en vastgoedobjecten; 2. Het ontbreken van geautomatiseerde koppelingen tussen het nieuwe vastgoedbeheersysteem en andere systemen zoals Key2Finance en de onderhoudsplanning, waardoor de kans op fouten in (handmatig) gegenereerde overzichten blijft bestaan. De volledigheid, betrouwbaarheid en actualiteit van de informatievoorziening over de vastgoedportefeuille aan de raad kan hiermee niet gegarandeerd worden; 3. De (verdere) uitwerking van het vastgoedbeleid en de rolverdeling tussen raad en college over de aanen verkoop van vastgoed blijft onduidelijk.
5
Deelconclusies De bovenstaande hoofdconclusie is gebaseerd op de volgende deelconclusies: 1. Er is nog veel onduidelijkheid over een (verdere) uitwerking van het vastgoedbeleid; 2. Er bestaat nog altijd onduidelijkheid over de rolverdeling tussen de raad en het college; 3. Het vastgoedbeheersysteem moet verder worden verbeterd; 4. Er is onduidelijkheid over de verduurzaming van het vastgoed.
Aanbevelingen De rekenkamer heeft de volgende aanbevelingen geformuleerd: 1. Raad en college: spreek met elkaar af hoe de raad bij de verdere uitwerking van het vastgoedbeleid betrokken dan wel geïnformeerd wordt en wat onder verdere uitwerking wordt verstaan. 2. Raad en college: ga opnieuw met elkaar in gesprek over de momenten en de manier waarop de raad geïnformeerd wordt over de vastgoedportefeuille. 3. College: herijk periodiek de bijdrage van vastgoed aan beleidsdoelen en maak afwegingen inzichtelijk. 4. College: optimaliseer het vastgoedbeheersysteem (VSB) verder. 5. Raad: ga met het college in gesprek over doelstellingen voor verduurzaming vastgoed.
Besluitvorming door de gemeenteraad De resultaten van het nazorgonderzoek zijn op 19 april behandeld in de Commissie Bestuur en Economie. In de raadsvergadering van 17 mei besloot de raad de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer over te nemen. Met amendement A23/67 – “Informatievoorziening raad inzicht in vastgoedbeleid” – heeft de raad het college opgedragen om: • in de jaarstukken van de gemeente (vanaf verslagjaar 2023) en in de begroting 2024 in het hoofdstuk Grondexploitatie en vastgoed een kengetal op te nemen van de bezettingsgraad van het vastgoed in bezit van de gemeente over het afgelopen jaar voor zover sprake is van verhuurde objecten; • de mate van kostendekkendheid van de verhuur nader toe te lichten als percentage van de jaarlijkse exploitatielasten van de verhuurde panden waarbij onderscheid wordt gemaakt • tussen commercieel en maatschappelijk vastgoed en toe te lichten indien deze om maatschappelijke redenen materieel afwijkt; • in de begroting 2024 bij het aantal te verwachten verkopen van panden nader toe te lichten om welke type vastgoed het gaat en om welke redenen deze verkoop conform de beslisboom wordt ingezet.
6
2.2 Onderzoek effectiviteit woonbeleid In de periode februari 2023 tot en met juli 2023 heeft de rekenkamer onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het woonbeleid in Hilversum.
Doel onderzoek De druk op de woningmarkt is groot in Nederland, zo ook in Hilversum. In het coalitieakkoord stelt het college dat Hilversum een gewilde woonstad is. Het inwonertal groeit en er is veel druk op de woningmarkt. De prijzen in de koopsector zijn hoog en stijgen snel. Er zijn lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen en er is onvoldoende aanbod voor middeldure woningen. Een van de gevolgen is onvoldoende doorstroming. Andere opgaven zijn het ruimte bieden aan jongeren en het geschikt wonen van ouderen. Ook het behoud en zo nodig herbestemmen van de vele gemeentelijke- en rijksmonumenten verdienen hierbij volgens het coalitieakkoord bijzondere aandacht. Om uitvoering te kunnen geven aan het coalitieakkoord heeft de gemeente Hilversum in 2021 een nieuwe Woonvisie vastgesteld voor de periode 2021 tot 2030. In deze visie zet Hilversum o.a. in op 3.000 extra woningen. De Rekenkamer Hilversum was benieuwd hoe de gemeente Hilversum invulling geeft aan de in de Woonvisie geformuleerde opgaven.
Wat zijn de plannen van de gemeente en hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat deze plannen gerealiseerd worden? Ook wilde de rekenkamer graag onderzoeken hoe de gemeente op dit gebied samenwerkt met de MRA en de regio Gooi en Vechtstreek en welke afspraken de gemeente heeft gemaakt met andere partijen, zoals projectontwikkelaars, corporaties, zorgaanbieders, makelaars en/of bewonersorganisaties.
Conclusies De Woonvisie 2021-2030 bevat vier thema’s: • Hilversumse woningmarkt onder druk; • Ontbrekende schakels in de woningvoorraad; • Langer en weer zelfstandig thuis wonen voor mensen met een zorgvraag; • Duurzame en energiezuinige woningen. Overkoepelend over de vier thema’s concludeerde de rekenkamer dat: 1. De Woonvisie 2021-2030 veel, deels conflicterende en niet altijd even concrete doelen bevat en dat sommige doelen meer het karakter hebben van een wens of ontwikkelrichting. 2. Er een discrepantie is tussen de gemeentelijke doelstelling (3.000 woningen tot 2030) en de afspraken in MRA-verband (3.200 woningen tot 2030). 3. Er sinds 2021 wel voldoende ambtelijke formatieruimte was, maar dat het team Wonen bijna voortdurend onderbezet is geweest. 4. De ambitie 3.000 woningen tot 2030 te laag is om aan de grote vraag te voldoen. 5. De gemeente Hilversum niet werkt met een landelijk gebruikelijke planvoorraad van 130%, maar met een planvoorraad van 115%. Hilversum heeft dus een relatief kleine marge om toch 3.000 woningen te realiseren als een of meerdere plannen onverhoopt niet door blijken te gaan. 6. De gemeente Hilversum in bestaande (‘harde’) plannen niet de mogelijkheid heeft om nieuwe doelen uit de Woonvisie 2021-2030 mee te nemen, maar dat dit moet plaatsvinden in de zogenaamde ‘zachte’ plannen die nog moeten worden uitgewerkt in anterieure overeenkomsten. 7.
De gemeente inmiddels prestatieafspraken heeft gemaakt met de woningcorporaties. Dat er voor het realiseren van sociale huurwoningen echter geen harde afspraken zijn gemaakt, maar een tabel is 7
opgenomen met voorgenomen projecten (waaronder flexwoningen op het Circusterrein) waarvan de realisatie gemonitord gaat worden. 8. De huidige marktomstandigheden (rente, bouwkosten, stikstof, capaciteit elektriciteitsnet) het moeilijk maken om alle beleidsdoelen uit de Woonvisie een plek te geven in de woningbouwplannen. 9. Niet duidelijk is hoeveel woningen in welke segmenten in de afgelopen jaren zijn opgeleverd. 10. Niet duidelijk is wat de realisatie is als het gaat om huisvesting van doelgroepen en toevoegen ontbrekende schakels. 11. Niet duidelijk is wat nodig is voor het thema Langer en weer zelfstandig thuis wonen voor mensen met een zorgvraag en dat dit regionaal wordt uitgewerkt. 12. De ambitie ten aanzien van aardgasloze woningen in 2040 dermate ambitieus is dat een versnelling noodzakelijk is, maar dat de prestatieafspraken hierin weinig concreet zijn. 13. De raad wordt geïnformeerd over instrumenten, moties, artikel-41-vragen, ruimtelijke plannen en beleid. 14. De monitoringinformatie in de P&C-cyclus de raad onvoldoende handvatten geeft om te controleren en bij te sturen. 15. De raad niet heeft gevraagd om monitoringinformatie ten aanzien van het realiseren van doelen uit de Woonvisie 2021-2030 maar hier wel behoefte aan heeft.
Aanbevelingen Op basis van het onderzoek heeft de rekenkamer de volgende aanbevelingen geformuleerd: Aanbevelingen aan de raad 1. Heldere kaders geven de raad meer mogelijkheden om te controleren en om (bij) te sturen. De huidige Woonvisie bevat een veelheid aan doelen die niet allemaal even concreet zijn. Concretiseer en prioriteer doelstellingen. Stel heldere en meetbare doelstellingen voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Stuur als raad op de doelen en niet op de instrumenten. 2. Vraag het college om een jaarlijkse raadsinformatiebrief waarin inzicht wordt gegeven in de realisatie van doelen. Vraag om meerjarenoverzichten (kwantitatief) en vraag ook om een kwalitatief inzicht in knelpunten bij realisatie en mogelijke oplossingen of scenario’s. Bespreek de inhoud van de raadsinformatiebrief met de portefeuillehouder en stuur op basis daarvan zo nodig bij. Aanbevelingen aan het college 1. Ontwikkel een woonmonitor. Veel informatie is openbaar beschikbaar, maar niet in een vorm die voor raadsleden toegankelijk is.
Vanuit de inhoud van de Woonvisie zou het logisch zijn wanneer de raad jaarlijks een overzicht krijgt van: • Het aantal toegevoegde woningen aan de woningvoorraad, realisatie minus sloop (BAG); • Het aandeel sociale huurwoningen in de woningvoorraad (Syswov); • Het aandeel opgeleverde sociale huurwoningen (woningcorporaties); • Het aandeel opgeleverde woningen in het middensegment (gemeente); • Het aantal opgeleverde flexwoningen (gemeente/woningcorporaties); • Het aantal opgeleverde woningen in seniorencomplexen (gemeente); • Realisatie van huisvesting voor statushouders, spoedzoekers, internationale arbeidskrachten en woonwagenbewoners (woningcorporaties); • Het aantal woningen zonder gasaansluiting (CBS); • Het aantal woningen naar energielabel (RVO); • Het aantal corporatiewoningen naar energielabel (corporaties of bewerking bestand RVO); • De planvoorraad (gemeente). 8
Geef bij deze cijfers de meerjarige trendontwikkeling aan. Maak duidelijk in hoeverre de realisatie in lijn is met de doelen. Geef de raad inzicht in de knelpunten die in de praktijk optreden. Formuleer scenario’s zodat de raad zo nodig kan bijsturen. 2. Beoordeel of het voor het realiseren van de ambitie van 3.000 woningen met 33% sociale huur en 50% middensegment nodig is om te gaan werken met de landelijk geadviseerde planvoorraad van 130% om uitval op te kunnen vangen. 3. De ambitie om 3.000 woningen te realiseren met 33% sociale huur en 50% middensegment is nu moeilijk te combineren met het toevoegen van ‘ontbrekende schakels’ en bijzondere woonvormen, het langer zelfstandig thuis wonen en het aardgasvrij maken van woningen. Breng in beeld hoe de verschillende doelen met elkaar gecombineerd kunnen worden, bijvoorbeeld door voor de ‘ontbrekende schakels’ en bijzondere woonvormen aanvullende locaties aan te wijzen, door flexibiliteit te bieden in concrete ontwikkelingen en/of door meer gemeentelijke capaciteit of middelen in te zetten. Als blijkt dat de combinatie van doelen niet gehaald kan worden, overweeg dan om de doelen op bepaalde onderdelen naar beneden bij te stellen.
Besluitvorming door de gemeenteraad Op 4 oktober 2023 werd het onderzoek behandeld in de Commissie Ruimtelijke Ordening en Projecten. Wethouder Walters meldde dat de raad vóór de zomer een brief van het college kan verwachten waarin over zoveel mogelijk onderdelen van de aanbevelingen van de Rekenkamer gerapporteerd zal worden. Zo’n brief zal het college elk jaar gaan versturen en als het nodig is, zal het college ook tussentijds rapporteren. Tijdens de besluitvorming in de vergadering van de gemeenteraad op 15 november 2023 werden de volgende amendementen aangenomen: • Amendement A23/160 ‘Rekenkameronderzoek wonen’. Hiermee werd als extra beslispunt toegevoegd dat de raad via de op te stellen woonmonitor ook wordt geïnformeerd met een overzicht van het totaal aantal verkochte huurwoningen. • Amendement A23/161 ‘Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid’. Hiermee werd de laatste zin van de eerste aanbeveling aan de raad (“stuur als raad op de doelen en niet op de instrumenten”) vervangen door de volgende zin: “stuur als raad op de doelen en op de instrumenten”. • Met Amendement A23/166 ‘Rekenkamerrapport met feiten’ besloot de raad de conclusies van de rekenkamer over te nemen, met uitzondering van conclusies 4 en 12.
Met de aangenomen Motie M23/165 ‘Woonmonitor met bruikbare indicatoren’ werd het college opgedragen om: • In aanvulling op de elf genoemde indicatoren, onder beslispunt II, een uitgebreidere lijst van indicatoren aan de raad voor te leggen en daar met de raad over in gesprek te gaan in Q1 2024; • Bij het opstellen van de lijst er rekening mee te houden dat met deze lijst gerapporteerd zou moeten worden over de effecten van het woonbeleid op onderwerpen als ontwikkeling van de totale voorraad woningen in de verschillende segmenten, bouwen voor de buurt, doorstroming en woonzorgconcepten. Vervolgens deed Wethouder Walters de toezegging om voor de zomer van 2024 een woonmonitor met de raad te delen om in de commissie te bespreken, inclusief de extra indicatoren die in de aangenomen amendementen en motie zijn gevraagd en informatie over de actieve en passieve woningzoekenden (T23/100). 9
2.3 Nieuw onderzoek naar toegankelijkheid van de dienstverlening Gemeenten zijn er voor al hun inwoners en iedereen moet dan ook de diensten van een gemeente kunnen gebruiken. Het is daarom belangrijk dat de dienstverlening van gemeenten toegankelijk is voor alle inwoners. Voor digitale voorzieningen is het niet anders. In onze samenleving kun je bijna niet meer zonder internet en computers. Per 1 juli 2018 is het Besluit digitale toegankelijkheid overheid in werking getreden. Overheidsinstanties moeten hun websites en mobiele applicaties toegankelijk maken en houden. Ook moeten ze voor al die websites en apps verklaringen publiceren. Daarnaast is op 1 mei 2022 de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze wet is bedoeld om overheden meer transparant te maken en deze wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar en toegankelijk is. De rekenkamer wil met dit onderzoek de toegankelijkheid van de dienstverlening via de verschillende kanalen (digitaal, fysiek, en telefonisch) onder de loep nemen. De rekenkamer richt zich daarbij op de toegankelijkheid van de dienstverlening voor alle inwoners (met én zonder enige vorm van beperking). De rekenkamer zal voor dit onderzoek o.a. een ‘schouw’ uitvoeren op locaties zoals het stadskantoor en sociaal plein om ter plekke de fysieke toegankelijkheid te beoordelen.
Ook zal de rekenkamer op deze locaties interviews houden met inwoners die net een ‘aanvraagproces’ hebben doorlopen. Daarnaast zal zullen mystery guests worden ingezet om de ‘klantbeleving’ verder in beeld te brengen. Status: Dit onderzoek is opgestart in het vierde kwartaal van 2023 en loopt door in 2024.
10
3. Wet versterking decentrale rekenkamers Op 1 januari 2023 is de Wet versterking decentrale rekenkamers van kracht geworden. Volgens deze wet moet het college jaarlijks aan de raad laten weten wat er met de aanbevelingen aan het college is gedaan (art. 185a Gw). Op 11 juli 2023 heeft het Presidium besloten dat: • het college jaarlijks voor 1 maart (op hoofdlijnen) rapporteert over de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer, die gericht zijn aan het college; • de griffie jaarlijks voor 1 maart (op hoofdlijnen) rapporteert over de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer, die gericht zijn aan de raad; • de bovenstaande rapportages van het college en de griffie samen met het jaarverslag van de rekenkamer, jaarlijks geagendeerd worden in de commissie Bestuur en Economie; • de bovenstaande afspraken te laten gelden voor de rekenkameronderzoeken vanaf 1 januari 2023, de datum waarop de Wet versterking decentrale rekenkamers in werking is getreden. Met het aanbevelingenregister wordt uitvoering gegeven aan de besluitvorming van het presidium van 11 juli 2023 om de aanbevelingen van de Rekenkamer Hilversum te monitoren. Het register zal jaarlijks door de griffie en het college worden aangevuld met nieuwe (afgeronde) rekenkamer-onderzoeken en besproken worden in de commissie Bestuur en Economie, samen met het jaarverslag van de Rekenkamer Hilversum.
Daarmee is het een instrument voor college en raad, dat ervoor zorgt dat aanbevelingen van de rekenkamer in beeld blijven tot deze zijn uitgevoerd of in proces gebracht.
11
4. Overige activiteiten 4.1 Interne contacten In oktober 2023 heeft een afstemmingsoverleg plaatsgevonden tussen rekeningencommissie, de wethouder Financiën, de concerncontroller, de accountant en de rekenkamer. Daarnaast hebben de lid-rapporteurs en de secretaris bij de start van nieuwe onderzoeken de inhoud en het proces steeds afgestemd met de gemeentesecretaris, de betrokken portefeuillehouders en directeuren. Tijdens de onderzoeken heeft de secretaris regelmatig contact gehad met de betrokken ambtenaren over de voortgang en planning van het onderzoek. Met de griffie zijn goede contacten gewaarborgd, doordat de secretaris van de rekenkamer haar werkplek op de griffie heeft en deelneemt aan het wekelijkse werkoverleg van de griffie. Daarnaast vullen de griffier en de voorzitter van de rekenkamer gezamenlijk het werkgeverschap van de secretaris in.
4.2 PR De rekenkamer ambieert een open en toegankelijk orgaan te zijn. Om dit te bereiken voert zij een actief communicatiebeleid. Concreet betekende dit in 2023 het volgende: • De rekenkamer roept burgers via haar website op suggesties aan te dragen voor nieuwe onderzoeksonderwerpen; • Elk afgerond onderzoek leidt tot een schriftelijk rapport. Daarnaast wordt bij de presentatie van onderzoeken gezocht naar andere passende vormen van communicatie; zowel bij de start als bij de afronding van onderzoeken geeft de rekenkamer een persbericht uit; • In samenspraak met het gemeentelijk webbureau wordt de website van de rekenkamer voortdurend actueel gehouden. De website bevat alle openbare informatie over de rekenkamer, zoals de samenstelling en (neven)functies van leden, het visiedocument, het Reglement van Orde, de onderzoeksrapporten en nieuwsbrieven. Ook op de website van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) zijn de onderzoeksrapporten van de rekenkamer te vinden.
12
4.3 Externe contacten Om kennis en ervaring over het lokale rekenkamerwerk uit te wisselen, heeft de rekenkamer contact met collega-instellingen in het land. De Rekenkamer Hilversum is lid van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers & Rekenkamercommissies (NVRR). De secretaris heeft contact met collega-secretarissen en onderzoekers via de aan de NVRR verbonden Kenniskring. Ook wordt zo nodig samenwerking gezocht met andere rekenkamers in de regio.
13
5. Financieel overzicht 2023 De raad had voor 2023 een bedrag van € 152.235 voor de rekenkamer begroot ter dekking van alle kosten. Vervolgens is dit budget na een begrotingswijziging opgehoogd met € 10.000. Het budget van de rekenkamer is in 2023 als volgt besteed: Kostenpost Onderzoeksbudget Onder het onderzoeksbudget vallen de kosten voor inhuur van onderzoeksbureaus, de vergoedingen van de leden van de rekenkamer, de salariskosten van de secretaris/onderzoeker en overige kosten. Restant
Begroting Gerealiseerd (na wijziging) ultimo 2023 € 162.235 € 154.746
Het restant van het budget vloeit terug naar de algemene middelen.
14
€ 7.489