Bijlage 1 - Welstandsnota Herziening 2022
Tekst van het document
82
4.4.1.2. Criteria Gebied 4A - Electrobuurt, Zwaluwplein en Liebergen Oost Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.
2.
Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon 1.2. gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte 1.3. verspringingen in de rooilijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding 1.4. de individuele woning maakt deel uit van de compositie van het cluster 1.5. doorzichten waar mogelijk behouden (bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht) Massa 2.1. bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd 2.2. woningen hebben per ensemble een sterke onderlinge samenhang 2.3. woningen hebben één tot twee bouwlagen met een nadrukkelijke kap 2.4. de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de voorgevellijn, een haakse richting komt voor als accent 2.5. accent in hoogte en vormgeving heeft een stedenbouwkundige aanleiding 2.6. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per rij of blok gelijk uitvoeren in samenhang met de compositie van het bouwblok 2.7. hoeken zijn verbijzonderd, bijgebouwen ondergeschikt 2.8. bijzondere functies mogen afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm
3.
Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en per cluster in samenhang 3.2. gevels zijn gedifferentieerd, representatief en hebben een horizontale geleding met verticale accenten 3.3. hellende daken hebben overstekken 3.4. karakteristieke detaillering behouden (traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn uitgangspunt) 3.5. ontwerpaandacht voor symmetrie per blok of rij 3.6. de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven (de oorspronkelijke erfafscheiding zoveel mogelijk behouden)
4.
Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn per cluster in samenhang 4.2. gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruinachtige baksteen in Hilversums formaat met hier en daar stuc- en siermetselwerkaccenten 4.3. hellende daken van de woningen voorzien van oranje of gesmoorde keramische dakpannen 4.4. kozijnen, deuren en dergelijke in beginsel uitvoeren in hout 4.5. kleuren zijn traditioneel of oorspronkelijk en terughoudend 4.6. wijzigingen en toevoegingen in materiaal en kleur afstemmen op hoofdgebouw
83
Samenhang tussen stedenbouw en architectuur door poort bij as
Bouwmassa's zijn gedifferentieerd en gevarieerd
Zorgvuldige overgang tussen openbaar en privé door portiek
4.4.2.1. Uitgangspunten Gebied 4B -Plan Simon Stevin
Twee onder een kapwoningen zijn veelal symmetrisch van opbouw
Dakkapel is ondergeschikt onderdeel in het dakvlak en symmetrisch geplaatst
Plan Simon Stevin is een kleinschalige buurt met voornamelijk twee of drie onder één kap woningen en middenstandswoningen uit de jaren ’20-‘30 in een verzorgde baksteenarchitectuur met een fijne detaillering langs groene straten met veel plantsoenen. De radiale wegenstructuur en de hiervan afgeleide ver- kaveling is kenmerkend. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Johannes Geradtsweg, Simon Stevinweg, Hoge Larenseweg, Larenseweg, Huygenstraat en Coehoornstraat. Uitzondering is het appartementengebouw aan de Johannes Geradtsweg op de hoek met Jacob van Campenlaan. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met een afwijkende functie als scholen en kerken. De compositie van deze gebouwen draagt bij aan de stedenbouwkundige structuur. Uitgangspunt van beleid is het behoud van het pittoreske beeld als gevolg van de stedenbouwkundige opzet in samenhang met de zorgvuldig vormgege- ven woningen, de groene voortuinen en andere groenelementen. De wonin- gen hebben een gedifferentieerde opbouw met veelal nadrukkelijke kappen. Diverse gebouwen zijn als gevolg van hun ligging, vorm en bouwperiode cul- tuurhistorisch waardevol. Plan Simon Stevin is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van het samenhangende beeld en op de herhaling van woningen met accenten, een gedifferentieerde opbouw en een nadrukkelijke kap.
Kleine wijzigingen kunnen een grote invloed hebben op het beeld en moeten zorg- vuldig worden ingepast. De commissie zal bij de advisering met name aan- dacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving.
84
4.4.2.2. Criteria Gebied 4B -Plan Simon Stevin Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.
Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon 1.2. gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte 1.3. voorgevelrooilijnen zijn per cluster in samenhang en verspringen ten opzichte van elkaar 1.4. de individuele woning maakt deel uit van de compositie van het cluster 1.5. doorzichten waar mogelijk behouden (bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht)
2.
Massa 2.1. bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd 2.2. woningen hebben per ensemble een sterke onderlinge samenhang 2.3. woningen hebben één tot twee bouwlagen met een nadrukkelijke kap 2.4. de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de voorgevellijn, een haakse richting komt voor als accent 2.5. accent in hoogte en vormgeving heeft een stedenbouwkundige aanleiding 2.6. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per rij of blok gelijk uitvoeren in samenhang met de compositie van het bouwblok 2.7. hoeken zijn verbijzonderd, bijgebouwen ondergeschikt 2.8. bijzondere functies mogen afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm
3.
Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en per cluster in samenhang 3.2. gevels zijn gedifferentieerd, representatief en hebben een horizontale geleding met verticale accenten 3.3. hellende daken hebben overstekken 3.4. karakteristieke detaillering behouden (traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn uitgangspunt) 3.5. ontwerpaandacht voor symmetrie per blok of rij 3.6. de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven (de oorspronkelijke erfafscheiding zoveel mogelijk behouden)
4.
Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn per cluster in samenhang 4.2. gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruinachtige baksteen in Hilversums formaat met hier en daar siermetselwerkaccenten 4.3. hellende daken van de woningen voorzien van oranje of gesmoorde keramische dakpannen 4.4. kozijnen, deuren en dergelijke in beginsel uitvoeren in hout 4.5. kleuren zijn traditioneel of oorspronkelijk en terughoudendwijzigingen en toevoegingen in materiaal en kleur afstemmen op hoofdgebouw
Gedifferentieerde opbouw met nadrukkelijke kap
Horizontale geleding door gelijnde ramen
Gedifferentieerde massa zorgt voor verbijzonderde hoek
De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en gevarieerd
Materialen en kleuren zijn per cluster in samenhang
85
4.4.3.1. Uitgangspunten Gebied 4C – Erfgooierskwartier/Noord
Het oostelijke deel van Hilversum Noord is een kleinschalige buurt met voor- namelijk korte rijen aaneengebouwde woningen uit de jaren ’20-‘30 in een verzorgde baksteenarchitectuur met een fijne detaillering langs smalle, groe- ne straten. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Stad en Landestraat, Jacob Peetstraat, een deel van de Erfgooierstraat en de Floris Vosstraat. De waarde is vooral gelegen in het pittoreske beeld als gevolg van de steden- bouwkundige opzet in samenhang met de zorgvuldig vormgegeven woningen, de groene voortuinen en andere groenelementen. De woningen hebben een gedifferentieerde opbouw met veelal nadrukkelijke kappen. Diverse gebouwen zijn als gevolg van hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waardevol. Noord is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van het samenhangende beeld en de herhaling van woningen met accenten, een gedifferentieerde opbouw en een nadrukkelijke kap. Kleine wijzigingen kunnen een grote invloed hebben op het beeld en moeten zorgvuldig worden ingepast. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en aan het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving.
86
4.4.3.2. Criteria Gebied 4C – Erfgooierskwartier/Noord Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.
Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon 1.2. gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte 1.3. verspringingen in de rooilijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding 1.4. de individuele woning maakt deel uit van de compositie van het cluster 1.5. bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter het hoofdgebouw
2.
Massa 2.1. bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd 2.2. woningen hebben per ensemble een sterke onderlinge samenhang 2.3. woningen hebben één tot twee bouwlagen met een nadrukkelijke kap 2.4. de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de voorgevellijn, een haakse richting komt voor als accent 2.5. accent in hoogte en vormgeving heeft een stedenbouwkundige aanleiding 2.6. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per rij of blok gelijk uitvoeren in samenhang met de compositie van het bouwblok 2.7. hoeken zijn verbijzonderd, bijgebouwen ondergeschikt
3.
Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en per cluster in samenhang 3.2. gevels zijn gedifferentieerd, representatief en hebben een horizontale geleding met verticale accenten 3.3. hellende daken hebben overstekken 3.4. karakteristieke detaillering behouden (traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn uitgangspunt) 3.5. ontwerpaandacht voor symmetrie per blok of rij 3.6. de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven (de oorspronkelijke erfafscheiding zoveel mogelijk behouden)
4.
Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn per cluster in samenhang 4.2. gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruinachtige baksteen in Hilversums formaat met hier en daar siermetselwerkaccenten 4.3. hellende daken van de woningen voorzien van oranje of gesmoorde keramische dakpannen 4.4. kozijnen, deuren en dergelijke in beginsel uitvoeren in hout 4.5. kleuren zijn traditioneel en terughoudend 4.6. wijzigingen en toevoegingen in materiaal en kleur afstemmen op hoofdgebouw
Gedifferentieerde bouwmassa met ac- centen in gevels en daken
Gevels hebben horizontale geleding door aan elkaar gelijnde ramen
Overgang tussen openbaar en privé zorgvuldig vormgeven
Samenhangend kleur- en materiaalgebruik
87
4.4.4.1. Uitgangspunten Gebied 4D - Plan Oost
Etagewoningen in Kamrad met entree en balkons als accenten in bouwmassa
Plan Oost is in 2015 door her rijk aangewezen als beschermd gezicht en bestaat uit volgens de tuinstadgedachte aangelegde volkswoningbouw- complexen en de door Dudok ontworpen uitbreiding Oost. De volkswoning- bouwcomplexen die niet tot de partiële uitbreiding behoren, bezitten steden- bouwkundige en sociaal-historische waarden in respectievelijk hun vorm en tuinstadgedachte. Plan Oost ligt tussen Van der Heydenstraat en Kamerlingh Onnesweg. Bijzondere elementen in het gebied zijn grote objecten met een afwijkende functie zoals scholen. De compositie van deze gebouwen draagt bij aan de stedenbouwkundige structuur. Uitzonderingen zijn de oudste invul- lingen van het gebied rond de Larenseweg en de recente invulling op het Seinhorstterrein. Voor deze uitzonderingen zijn aparte criteria opgesteld. De waarde is vooral gelegen in het pittoreske beeld als gevolg van de stedenbouwkundige opzet in samenhang met de zorgvuldig vormgegeven wonin- gen, de groene voortuinen en andere groenelementen. De woningen hebben een gedifferentieerde opbouw met veelal nadrukkelijke kappen. In het gehele gebied, met uitzondering van het Kamrad, begeleidt de architectuur de open- bare ruimte. Juist op de hoeken van rijen en blokken zijn uitzonderingen niet zomaar mogelijk. Deze hoeken zijn zorgvuldig vormgegeven als schakelpunt en daarmee bepalend voor het beeld.
Plan Oost is een bijzonder welstandsgebied. Uitzondering hierop is Seinhorst, dat een gewoon welstandsgebied is. Het beleid is gericht op behoud van het samenhangende beeld en op de herhaling van woningen in clusters met accenten, een gedifferentieerde opbouw en een nadrukkelijke kap. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoni-eren met de omgeving.
88
4.4.4.2.a. Criteria Gebied 4D – deelgebied Plan Oost en Kamrad
Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.
Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon 1.2. de individuele woning maakt deel uit van een compositie 1.3. gebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte 1.4. voorgevellijnen zijn in hoofdzaak recht en per rij of blok in samenhang 1.5. verspringingen in de voorgevellijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding 1.6. doorzichten waar mogelijk behouden (bijgebouwen staan uit het zicht of maken deel uit van de compositie) 1.7. gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen hebben binnen het 1.8. ensemble een meer vrije positie en een meerzijdige oriëntatie
2.
Massa 2.1. bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd 2.2. woningen maken deel uit van rijen of blokken en hebben per rij of blok een sterke onderlinge samenhang 2.3. woningen bestaan uit één tot twee bouwlagen met nadrukkelijke kap 2.4. de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de voorgevellijn, een haakse richting komt voor als accent 2.5. ontwerpaandacht voor symmetrie per rij of blok met indien oorspronkelijk aanwezig verbijzonderde hoeken 2.6. uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de 2.7. hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren 2.8. bijgebouwen zijn ondergeschikt 2.9. gebouwen met bijzondere functies kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm
3.
Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en in lijn met de rij of het cluster 3.2. ontwerpaandacht voor alle details 3.3. gevels hebben een horizontale geleding met verticale accenten 3.4. hellende daken hebben overstekken 3.5. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume of ensemble en met behoud van de karakteristieke detaillering 3.6. de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven 3.7. traditioneel Hollands houten kozijn en profilering zijn het uitgangspunt
4.
Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn per rij of blok in samenhang 4.2. gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruinachtige baksteen met metselwerkpatronen 4.3. en pleisterwerk als accent 4.4. hellende daken voorzien van oranje of gesmoorde keramische pannen 4.5. kozijnen en deuren bij voorkeur uitvoeren in hout 4.6. kleuren zijn oorspronkelijk of traditioneel en terughoudend 4.7. materialen en kleuren van op- en aanbouwen aanpassen aan hoofdgebouw
89
4.4.4.2.b. Criteria Gebied 4D – deelgebied Larenseweg en omgeving
Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.
Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon 1.2. gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte 1.3. voorgevelrooilijnen zijn per cluster in samenhang 1.4. de individuele woning maakt deel uit van de compositie van het cluster 1.5. doorzichten waar mogelijk behouden (bijgebouwen staan bij voorkeur uit het 1.6. zicht of maken deel uit van de compositie van de rij of het blok)
2.
Massa 2.1. bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd 2.2. woningen hebben per ensemble een sterke onderlinge samenhang 2.3. woningen hebben één tot twee bouwlagen met een nadrukkelijke kap 2.4. de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de voorgevellijn, een haakse 2.5. richting komt voor als accent 2.6. accent in hoogte, vormgeving en rooilijn heeft stedenbouwkundige aanleiding 2.7. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt 2.8. element of opnemen in de hoofdmassa en per rij of blok gelijk uitvoeren in 2.9. samenhang met de compositie van het bouwblok 2.10. hoeken zijn verbijzonderd, bijgebouwen ondergeschikt 2.11. bijzondere functies mogen afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm
3.
Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en 3.2. per cluster in samenhang 3.3. gevels zijn gedifferentieerd, representatief en hebben een horizontale geleding 3.4. met verticale accenten 3.5. hellende daken hebben overstekken 3.6. karakteristieke detaillering behouden (traditioneel Hollandse houten kozijnen 3.7. en profileringen zijn uitgangspunt) 3.8. de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven (de oorspronkelijke 3.9. erfafscheiding zoveel mogelijk behouden)
4.
Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn per cluster in samenhang 4.2. gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruinachtige baksteen in Hilversums 4.3. formaat met hier en daar siermetselwerkaccenten 4.4. hellende daken van de woningen voorzien van oranje of gesmoorde keramische 4.5. dakpannen 4.6. kozijnen, deuren en dergelijke in beginsel uitvoeren in hout 4.7. kleuren zijn traditioneel of oorspronkelijk en terughoudend 4.8. wijzigingen en toevoegingen in materiaal en kleur afstemmen op hoofdgebouw
90
4.4.4.2.c. Criteria Gebied 4D – deelgebied Seinhorst Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.
Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn 1.2. gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte 1.3. de plaatsing van aan- en bijgebouwen is bij voorkeur per cluster in samenhang 1.4. appartementengebouwen en gebouwen met een bijzondere functie kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen
2.
Massa 2.1. de bouwmassa is gedifferentieerd, evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte 2.2. woningen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met kap of tot drie lagen met plat dak 2.3. appartementengebouwen hebben hoogstens zes lagen met plat dak 2.4. de nok is evenwijdig aan of dwars op de voorgevel 2.5. accenten in hoogte of vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding 2.6. uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren 2.7. appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm
3.
Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig 3.2. bij rijwoningen en appartementengebouwen aan een voorkant zowel de aanwezige herhaling als de aanwezige differentiatie behouden 3.3. gevels van rijwoningen hebben een horizontale geleding met verticale accenten, hellende daken hebben overstekken 3.4. elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen 3.5. op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter 3.6. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume
4.
Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en aan voorkanten per stedenbouwkundige eenheid in samenhang 4.2. gevels van rijwoningen zijn in hoofdzaak van baksteen 4.3. gevels van gestapelde woningen zijn bij voorkeur in gemêleerde vlakken baksteen in combinatie met plaatmateriaal en houten delen 4.4. op- en aanbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa
91
4.4.5.1. Uitgangspunten Gebied 4E - De Waaier
De Waaier is een buurt met voornamelijk korte rijen aaneengebouwde wonin- gen uit de jaren ’20 -‘30 in een verzorgde baksteenarchitectuur met een fijne detaillering langs smalle, groene straten. De meeste rijen bestaan uit twee woningen en twee bouwlagen met steile kap. Het gebied bestaat onder ande- re uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Ruysdaallaan, Pieter de Hooghlaan en Diependaalsedrift. Uitzondering zijn de verspreid voorkomende vrijstaande woningen. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met afwijkende functies als scholen en kerken. De compositie van deze gebouwen draagt bij aan de stedenbouwkundige structuur. De waarde is vooral gelegen in het pittoreske beeld als gevolg van de steden- bouwkundige opzet in samenhang met de zorgvuldig vormgegeven woningen, de groene voortuinen en andere groenelementen. De woningen hebben een gedifferentieerde opbouw met veelal nadrukkelijke kappen. De architectuur- waarde heeft te lijden onder de hoeveelheid op-, aan- en uitbouwen die hier en daar de seriematige samenhang van de rijbebouwing overstijgt. Diverse gebouwen zijn als gevolg van hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waardevol. De Waaier is op de Cultuurhistorische Waardenkaart Noord- Holland aangeduid als een gebied met een zeldzaam, harmonieuze samen- hang tussen architectuur en stedenbouw en heeft een hoge waarde.
De Waaier is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van het samenhangende beeld en op de herhaling van woningen in clusters met accenten, een gedifferentieerde opbouw en een nadrukkelijke kap. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving.
92
4.4.5.2. Criteria Gebied 4E - De Waaier Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.
Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon 1.2. gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte 1.3. verspringingen in de rooilijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding 1.4. de individuele woning maakt deel uit van de compositie van het cluster 1.5. doorzichten waar mogelijk behouden (bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht of maken deel uit van een compositie)
2.
Massa 2.1. bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd 2.2. woningen zijn individueel of vormen korte rijen en hebben per ensemble een sterke onderlinge samenhang 2.3. woningen hebben één tot twee bouwlagen met een nadrukkelijke kap 2.4. de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de voorgevellijn, een haakse richting komt voor als accent 2.5. accent in hoogte en vormgeving heeft een stedenbouwkundige aanleiding 2.6. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per rij of blok gelijk uitvoeren in samenhang met de compositie van het bouwblok 2.7. bijgebouwen zijn ondergeschikt 2.8. bijzondere functies wijken bij voorkeur af van gebruikelijke massa, opbouw en vorm
3.
Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en per cluster in samenhang 3.2. gevels zijn gedifferentieerd, representatief en hebben een horizontale geleding met verticale accenten 3.3. hoeken zijn verbijzonderd, hellende daken hebben overstekken 3.4. karakteristieke detaillering behouden (traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn uitgangspunt) 3.5. de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven (de oorspronke- lijke erfafscheiding zoveel mogelijk behouden)
4.
Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn per cluster in samenhang 4.2. gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruinachtige baksteen in Hilversums formaat met hier en daar stuc- en siermetselwerkaccenten 4.3. hellende daken van de woningen voorzien van oranje of gesmoorde keramische dakpannen 4.4. kozijnen, deuren en dergelijke in beginsel uitvoeren in hout 4.5. kleuren zijn traditioneel en afgestemd op de omringende bebouwingwijzigingen en toevoegingen in materiaal en kleur afstemmen op hoofdgebouw
Gedifferentieerde bouwmassa met nadrukkelijke kap
Mee ontworpen aanbouw
Ontwerpaandacht voor alle details
Hellende daken hebben overstekken
Materialen en kleuren van bijgebouwen afstemmen op het hoofdgebouw
93
4.4.6.1. Uitgangspunten Gebied 4F - Plan Zuid
Plan Zuid is aangewezen als beschermd gezicht en bestaat overwegend uit volkswoningbouwcomplexen en middenstandswoningen en is een in 1912-1935 tot stand gekomen planmatige stadsuitbreiding met architectonische samenhangende bebouwing. In het noordelijk deel van het gebied komen ook enkele straten met afwisselende arbeiderswoningen voor, al dan niet met winkels en bedrijven op de begane grond. Het gebied ligt tussen Bosdrift en Eikbosserweg. Bijzondere elementen in het gebied zijn grote objecten met een afwijkende functie zoals scholen en kerken. De compositie van deze gebouwen draagt bij aan de stedenbouwkundige structuur. Uitzondering zijn de oudste invullingen van het gebied ten noorden van de Diependaalselaan (de Neuweg en omge- ving). Dit deelgebied bevat de eerste volkswoningbouw van Hilversum. Binnen dit deelgebied is de lintbebouwing aan de Hilvertsweg en omgeving uitzonder- lijk. Voor deze twee uitzonderingen zijn aparte criteria opgesteld. De waarde is vooral gelegen in het pittoreske beeld als gevolg van de steden- bouwkundige opzet in samenhang met de zorgvuldig vormgegeven woningen, de groene voortuinen en andere groenelementen. De woningen hebben een gedifferentieerde opbouw met veelal nadrukkelijke kappen. Ten noorden van de Diependaalselaan zijn de clusters in zichzelf gekeerd met hoekjes en zijkanten in het zicht.
Deze hoeken en zijkanten zijn vaak zorgvuldig vormgegeven als schakelpunt en daarmee bepalend voor het beeld van het gebied. Op deze hoeken zijn uitzonderingen niet zomaar mogelijk. In de linten is kleinschalig- heid het uitgangspunt. Diverse invullingen zijn mogelijk mits deze aansluiten op de omgeving. Het gebied ten zuiden van de Diependaalselaan is meer grootschalig wat betreft de opzet en de bouwmassa’s, waarbij de bebouwing naar het groen is gekeerd. Diverse gebouwen en ensembles zijn cultuurhistorisch waardevol. Plan Zuid is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van het samenhangende beeld en op de herhaling van woningen in clusters met accenten, een gedifferentieerde opbouw en een nadrukkelijke kap. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving. Bouwplannen aan achterkanten op de begane grond zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst.
94
4.4.6.2.a. Criteria Gebied 4F – deelgebied tuinwijk Plan Zuid Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.
Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon 1.2. de individuele woning maakt deel uit van een compositie 1.3. gebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte 1.4. voorgevellijnen zijn in hoofdzaak recht en per rij of blok in samenhang 1.5. verspringingen in de voorgevellijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding 1.6. gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen afhankelijk van de ligging een meer vrije positie innemen en een meerzijdige oriëntatie krijgen
2.
Massa 2.1. bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd, bijgebouwen ondergeschikt 2.2. woningen maken deel uit van rijen of blokken en hebben per rij of blok een sterke onderlinge samenhang 2.3. woningen bestaan uit één tot twee bouwlagen met nadrukkelijke kap 2.4. de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de voorgevellijn, een haakse richting komt voor als accent 2.5. ontwerpaandacht voor symmetrie per rij of blok met indien oorspronkelijk aanwezig verbijzonderde hoeken 2.6. uitbreidingen zoals dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren 2.7. gebouwen met bijzondere functies kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm 2.8. Architectonische uitwerking 2.9. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en in lijn met de rij of het cluster, er is ontwerpaandacht voor alle details 2.10. gevels zijn horizontaal geleed met verticale accenten 2.11. hellende daken hebben overstekken 2.12. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume of ensemble, met behoud van de karakteristieke detaillering 2.13. de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven 2.14. traditioneel Hollands houten kozijn en profilering zijn het uitgangspunt
3.
Materiaal en kleur 3.1. materialen en kleuren zijn per rij of blok in samenhang 3.2. gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruinachtige baksteen in Hilversums formaat met metselwerkpatronen en pleisterwerk als accent 3.3. hellend dak van woning dekken met oranje of gesmoorde keramische pannen 3.4. kozijnen en deuren bij voorkeur uitvoeren in hout 3.5. kleuren zijn traditioneel of oorspronkelijk en terughoudend 3.6. materialen en kleuren van op- en aanbouwen aanpassen aan hoofdgebouw
95
4.4.6.2.b. Criteria Gebied 4F – deelgebied Tuindorp Bloemenbuurt Zuid Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.
Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon 1.2. de individuele woning maakt deel uit van een compositie 1.3. gebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte 1.4. voorgevellijnen zijn in hoofdzaak recht en per rij of blok in samenhang 1.5. verspringingen in de voorgevellijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding 1.6. gebouwen met (voorheen) een bijzondere functie kunnen binnen het ensemble een meer vrije positie innemen en een meerzijdige oriëntatie krijgen
2.
Massa 2.1. bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd 2.2. woningen maken deel uit van rijen of blokken en hebben per rij of blok een sterke onderlinge samenhang 2.3. woningen bestaan uit één tot twee bouwlagen met nadrukkelijke kap 2.4. de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de voorgevellijn, een haakse richting komt voor als accent 2.5. ontwerpaandacht voor symmetrie per rij of blok met verbijzonderde hoeken 2.6. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per rij of blok gelijk uitvoeren in samenhang met de compositie van het bouwblok 2.7. bijgebouwen zijn ondergeschikt 2.8. gebouwen met bijzondere functies kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm
3.
Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en in lijn met de rij of het cluster 3.2. ontwerpaandacht voor alle details 3.3. gevels hebben een horizontale geleding met verticale accenten 3.4. hellende daken hebben overstekken 3.5. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume of ensemble, met behoud van de karakteristieke detaillering 3.6. de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven 3.7. traditioneel Hollands houten kozijn en profilering zijn het uitgangspunt
4.
Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn per rij of blok in samenhang 4.2. gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruinachtige baksteen in Hilversums formaat met metselwerkpatronen en pleisterwerk als accent 4.3. hellende daken van woningen voorzien van oranje of gesmoorde keramische pannen 4.4. kozijnen en deuren bij voorkeur uitvoeren in hout 4.5. kleuren zijn traditioneel of oorspronkelijk en terughoudend 4.6. materialen en kleuren van op- en aanbouwen aanpassen aan hoofdgebouw
96
4.4.6.2.c. Criteria Gebied 4F – deelgebied lintbebouwing Hilvertsweg Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.
Ligging 1.1. rooilijnen van hoofdmassa’s volgen de weg, zijn in principe aaneengesloten en zijn per rij in samenhang 1.2. de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte(n) en eventueel meerdere voorgevels geven 1.3. bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevellijn
2.
Massa 2.1. de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en sluit aan op omringende bebouwing (ritme, oriëntatie, ontsluiting) 2.2. woningen zijn individueel en afwisselend of maken deel uit van rijen 2.3. woningen hebben in beginsel een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met kap en een eenvoudige rechthoekige plattegrond 2.4. de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de weg, een haakse richting komt voor als accent 2.5. uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en in het zicht bij voorkeur per rij of blok gelijk uitvoeren 2.6. bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume 2.7. gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm
3.
Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, afwisselend en variëren van sober tot rijk 3.2. herhaling in een blok of rij is leidraad voor het woningontwerp 3.3. begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel 3.4. elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel 3.5. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume
4.
Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn traditioneel en per blok of rij in samenhang 4.2. hellende daken dekken met keramische pannen 4.3. gevels en daken in beginsel uitvoeren in aardkleuren en bij uitzondering in een lichte tint 4.4. materialen en kleuren van op- en aanbouwen aanpassen aan hoofdgebouw
97
4.4.7.1. Uitgangspunten Gebied 4G - Schrijverskwartier
Het woongedeelte in het gebied met tuinstadachtige bebouwing
Seriematige woningen met ritmiek door wisselende dakvlakken en uitbouwen
Schrijverskwartier is een buurt met voornamelijk korte rijen aaneengebouwde woningen uit de jaren ’20-‘30 in een verzorgde baksteenarchitectuur met een fijne detaillering langs smalle, groene straten. De meeste rijen bestaan uit twee woningen en twee bouwlagen met steile kap. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Van Oldebarneveltstraat, Van Hogendorplaan, Bosboom Toussaintlaan en de Beresteinseweg. Uitzondering zijn de verspreid voorkomende vrijstaande woningen. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met afwijkende functies als scholen en kerken. De Algemene begraafplaats aan de Bosdrift is een bijzondere plek in de structuur van de wijk. Dit ontwerp van J. Springer heeft een plattegrond met gebo- gen wegen en een fraaie beplanting. De bebouwing is historisch waardevol. De waarde is vooral gelegen in het pittoreske beeld als gevolg van de steden- bouwkundige opzet in samenhang met de zorgvuldig vormgegeven woningen, de groene voortuinen en andere groenelementen. De woningen hebben een gedifferentieerde opbouw met veelal nadrukkelijke kappen. Diverse gebouwen zijn als gevolg van hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waar- devol. Het Schrijverskwartier is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de samenhang tussen de bebouwing en de stedenbouw en op de herhaling binnen een cluster.
De samenhang komt vooral tot uiting in de opbouw, geleding, kappen, materialen en kleuren.
Gedifferentieerde hoekoplossingen
Woningen met nadrukkelijke kap
De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving.
De individuele woning binnen een blok is deel van het geheel
98
4.4.7.2. Criteria Gebied 4G - Schrijverskwartier Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.
2.
Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon 1.2. gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte 1.3. verspringingen in de rooilijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding 1.4. de individuele woning maakt deel uit van de compositie van het cluster 1.5. doorzichten waar mogelijk behouden (bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht) Massa 2.1. bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd 2.2. woningen zijn individueel of vormen korte rijen en hebben per ensemble een sterke onderlinge samenhang 2.3. woningen hebben één tot twee bouwlagen met een nadrukkelijke kap 2.4. de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de voorgevellijn, een haakse richting komt voor als accent 2.5. accent in hoogte en vormgeving heeft een stedenbouwkundige aanleiding 2.6. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per rij of blok gelijk uitvoeren in samenhang met de compositie van het bouwblok 2.7. bijgebouwen zijn ondergeschikt 2.8. bijzondere functies mogen afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm
3.
Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en per cluster in samenhang 3.2. gevels zijn gedifferentieerd, representatief en hebben een horizontale geleding met verticale accenten 3.3. hoeken zijn verbijzonderd, hellende daken hebben overstekken 3.4. er is ontwerpaandacht voor symmetrie per rij of cluster 3.5. karakteristieke detaillering behouden (traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn uitgangspunt) 3.6. de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven (de oorspronkelijke erfafscheiding zoveel mogelijk behouden)
4.
Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn per rij of cluster in samenhang 4.2. gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruinachtige baksteen in Hilversums formaat met hier en daar stuc- en siermetselwerkaccenten 4.3. hellende daken van de woningen voorzien van oranje of gesmoorde keramische dakpannen 4.4. kleuren zijn traditioneel en afgestemd op de omringende bebouwing 4.5. wijzigingen en toevoegingen in materiaal en kleur afstemmen op hoofdgebouw
Hoeken zijn verbijzonderd
Woningen maken deel uit van blokken en hebben onderlinge samenhang
Haakse nokrichting als accent
Karakteristieke detaillering als gemet- selde borstwering behouden
Traditionele materialen en kleuren zijn per cluster in samenhang
99
4.5.
Uitbreidingswijken
De uitbreidingswijken van Hilversum liggen verspreid over de gemeente en hebben veelal korte rijen woningen van één tot twee lagen met of zonder kap, afgewisseld met appartementengebouwen of flats, in een veelal sobere bak- steenarchitectuur langs groene straten. 4.5.1. Gebied 5A - Noord De wijk Noor d is een vroeg naoorlogse uitbreiding met een sterke hoofdstruc- tuur, gebaseerd op het uitbreidingsplan van 19331935. Centraal in de wijk ligt een grote begraafplaats, die er eerder was dan de omringende bebouwing. Noord is een ruim opgezette op zichzelf staande wijk met gevarieerde bebou- wing in een min of meer rechthoekig stratenpatroon. De wijk bestaat uit meer- dere ensembles die met elkaar verbonden worden door de hoofdstructuur. De ensembles hebben ieder een eigen centrale plek met bijzondere bebouwing of open ruimte. De overgang tussen bebouwing en landschap is zorgvuldig vormgegeven. Het groene karakter wordt versterkt door voor- en achtertuinen. De woningbouw heeft per ensemble een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. Woningen zijn met de voorgevel georiënteerd op de weg. De voorgevellijn is per rij in samenhang en in het algemeen recht. Rijwoningen hebben een opbouw van meestal twee lagen met zadeldak. Vooroorlogse woningen heb- ben ook wel één laag met een nadrukkelijke kap en kleine verspringingen in de rooilijn.
Appartementengebouwen hebben hoogstens vier lagen en een plat dak of een flauw hellend zadeldak. De nokrichting is evenwijdig aan de voorgevellijn. De woningen hebben in het algemeen weinig accenten, waarbij hoekwoningen vrijwel gelijk zijn aan de tussenwoning. De twee onder één kap woningen zijn als eenheid ontwor- pen en hebben onderling een afwisselende doch symmetrische opbouw. De detaillering varieert van eenvoudig tot fijn en is per rij of blok in samenhang. Siermetselwerkverbanden, fijn geprofileerde kozijnen en gootklossen komen voor. De vooroorlogse woningen hebben veelal een horizontale geleding met verticale accenten en een zorgvuldige detaillering. De woningen hebben een mee ontworpen erfafscheiding aan de voorzijde die bestaat uit een laag gemet- seld muurtje. De gevels zijn van baksteen, soms in combinatie met puien over meerdere lagen. Hellende daken zijn veelal gedekt met pannen en hebben vaak een overstek. Het kleurgebruik is terughoudend. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met een afwijkende functie als scholen, een (voormalige) kerk, buurtwinkel- centra en bijzondere woonvormen. Er bevinden zich twee winkelconcentraties in de wijk in de vorm van naoor- logse, planmatig opgezette korte rijtjes winkels tegenover elkaar (gespiegeld) met daarboven woningen, gelegen aan een ruime straat met een groene mid- denberm.
Direct ten noorden van de begraafplaats ligt het bejaardencentrum Vierkerkenhuis. Dit complex heeft een vrije ligging op het terrein. Sinds 2005 zijn stedelijke vernieuwingsprojecten in ontwikkeling. De ambitie voor de nieuwbouw ligt hoger dan het beheer van de bestaande bebouwing en is gericht op het versterken van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden met de nadruk op het aanzien vanuit omringende gebieden. De nieuwbouw sluit in maat, schaal, architectuur en detaillering aan op de bestaande bebouwing. Bij volledige vernieuwing van een ensemble is ruimte voor een passende nieuwe verschijningsvorm, waarbij aanwezige door- zichten naar het buitengebied behouden blijven. Eenheid op schaal van het bouwblok wordt bereikt door uniforme toepassing van kapvormen, rooilijnen en voortuinen begrensd met een lage tuinmuur. Bijzondere gebouwen hebben geen voortuin en bijbehorende tuinmuur. Parkeren op eigen terrein gebeurt achter de voorgevelrooilijn en wordt door beplanting zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken. Eventuele parkeergarages worden half of geheel verdiept aangelegd en blijven binnen de rooilijnen. Ventilatieroosters en -pijpen worden in het gebouwontwerp opgenomen. Per rij zorgt een uniforme kap met ruime overstekken voor samenhang. Er is ruimte voor kleine accenten mits er een stedenbouwkundige aanleiding is.
Op- en aanbouwen zijn mee ontworpen en worden achter de voorgevelrooilijn geplaatst. Bijzondere gebouwen lig- gen op een stedenbouwkundig logische plek en zijn vier tot zes lagen hoog, afgestemd op aangrenzende bebouwing. De massa wijkt in opbouw af van de omgeving. De hoofdvorm is krachtig en herkenbaar. Materialen en kleuren van alle bebouwing, ook de bijzondere, afstemmen op het ensemble. 4.5.2. Gebied 5b - Van Riebeeck Van Riebeeck is een redelijk ruim opgezette wederopbouwwijk met flatwonin- gen en eengezinswoningen aan de rand van Hilversum. In het gebied liggen enkele voorzieningen als het wijkwinkelcentrum de Riebeeckgalerij, scholen en verzorgingshuis Gooierserf. De wijk wordt aan drie kanten begrensd door infrastructuur, zoals het spoor. De Oosterengweg, onderdeel van de buitenring van Hilversum, vormt samen met de Van Riebeeckweg de hoofdstructuur van het gebied. De Oosterengweg deelt de wijk min of meer in tweeën. Het stratenpatroon is enigszins rechthoekig en heeft een noord-zuid / oost- west richting. In de wijk wordt het verschil in functie (woningen en voorzienin- gen) benadrukt in de plaatsing van gebouwen. Zowel de flats als de rijwonin- gen zijn in de strakke voorgevellijn gebouwd. De flat bij het winkelcentrum de Riebeeckgalerij vormt een oriëntatiepunt in de wijk.
Ook de voorzieningen en de vijver tussen de Compagnieweg en de Zeevaertweg zijn oriëntatiepunten. Herhaling van de woning is standaard. De rijwoningen hebben een eenvou- dige opbouw van twee lagen met zadeldak en bij uitzondering een opbouw van één laag met zadeldak, waarbij het dak doorloopt over de uitbouwen aan de voorzijde. De flats hebben een opbouw van drie tot vier lagen met flauw hellend zadeldak. De flats bij het winkelcentrum en bij de voorzieningen zijn voorzien van een plat dak en hebben veelal een afwijkende opbouw. Aan de rand van de wijk staan enkele blokvormige flats van drie en zes lagen hoog. De rijwoningen en de meeste flatwoningen zijn met de voorgevel georiënteerd op de straat. De voorgevellijn en nokrichting zijn in het algemeen recht en evenwijdig aan en bij uitzondering haaks op de weg. Binnen de rijen en de flats zijn er weinig accenten die de individuele woning
100