CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Welstandsnota Herziening 2021 (oude versie)

Raadscommissie 19 mei 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Wijzigingen Welstandsnota (749713)43.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

nieuwe invulling sluit aan op criteria van een eerdere ontwikkelperiode

Maar een nieuw gebouw vraagt meestal om een vormgeving die aansluit bij de opvattingen, wensen en mogelijkheden van de tijd waarin deze ontworpen is. Als een individueel gebouw vervangen wordt (of zodanig verbouwd dat er van het oorspronkelijk gebouw nauwelijks nog sprake is), zijn in het centrum in beginsel de criteria voor de periode 6 contemporain van toepassing. In uitzonderlijke gevallen waar de criteria niet toereikend zijn om een bouwplan te toetsen biedt de welstandsnota de mogelijkheid om de algemene criteria (bijlage 2) toe te passen. Hiermee kan een bouwplan geheel op zichzelf, op het eigen architectonische vakmanschap worden beoordeeld. Als stelregel geldt daarbij dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap. Bij grotere ingrijpende ontwikkelingen van meerdere panden of op beeldbepalende plekken zal in het centrum in vrijwel alle gevallen een nieuw ruimtelijk plan (bestemmingsplan, masterplan) nodig zijn. In of bij het ruimtelijke plan worden beeldkwaliteitseisen of randvoorwaarden opgenomen en door de gemeenteraad vastgesteld.

sluit aan bij opvattingen, wensen en mogelijkheden van deze tijd

De welstandscommissie zal deze als criteria hanteren bij het beoordelen van een omgevingsvergunning aan de redelijke eisen van welstand.

in het nieuw ruimtelijk plan zijn beeldkwaliteitseisen opgenomen

in beginsel de algemene criteria van toepassing

43

4.1.7.1. Uitgangspunten deelgebied 1A: Stadshart

individuele panden in verschillende bouwstijlen

facetmatig gekromde voorgevelrooilijn met perceelsgewijze bebouwing

De bebouwing in dit gebied is grotendeels pandsgewijs gebouwd, maar de straatwan- den zijn gesloten met slechts hier en daar een kleine opening. De typologie is over het algemeen winkel-woonpanden in bouwhoogten variërend van twee tot drie bouwlagen veelal met verschillende kapvormen. In het gebied komen ook enkele overdekte win kelcomplexen voor. Het gebied vormt ondanks enkele dissonanten een harmonieus en samenhangend geheel, met panden uit verschillende ontwikkelingsperioden. Hoekpanden en gebouwen ter plaatse van brinken en kruispunten zijn veelal verbijzonderd in architectuur, schaal of hoogte.

overdekt winkelcomplex

De waarde is vooral gelegen in het stedelijk weefsel met het kleinschalige afwisselende beeld van de straatwanden. Een aantal panden is door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is aangewezen als monument of in het bestemmingsplan opgenomen als waardevol pand. Het Stadshart is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud en versterking van de aanwezige karakteristiek met een grotendeels pandsgewijze bebouwing. De diversiteit tussen de bebouwing wordt gehandhaafd of versterkt, mits deze aansluit op de historische karakteristiek van het bestaande pand en van hoge kwaliteit is.

horizontaal winkelplint, begane grond is geen eenheid met pand

Schaalvergroting is mogelijk, mits sprake blijft van een perceelsgewijze bebouwing in een grote variëteit en in een facetmatig gekromde voorgevellijn. De commissie zal bij de advisering letten op de mate van afwisseling en individualiteit in de massa. Dit binnen de bandbreedte van het kleinstedelijk straatbeeld in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. De commissie zal bij advisering in het bijzonder de aandacht vestigen op (het herstel van) de relatie tussen de winkelpui en de gevel op de bovenverdieping. De begane grond (de winkelpui) is in harmonie en samenhang met de bovenliggende lagen, zodat een verticale geleding per pand aleesbaar is. Daarnaast let de commissie op de representativiteit van de winkel, reclame-uitingen en de karakteristieken van de bestaande panden. winkelpui is in harmonie en samenhang met bovenverdieping

44

4.1.7.2. Uitgangspunten deelgebied 1B: Histrorische Buurt

gebouwen hebben eenvoudige hoofd- vorm en zorgvuldige detaiilering

individuele en afwisselende bebouwing

De deelgebieden ‘Historische Buurt’ bestaan uit stenige en groene straten en hebben veelal kleinschalige bebouwing uit verschillende periodes met een dorps karakter. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van (een deel van) de Herenstraat, Nieuwe Laanstraat, Kruissteeg, Spoorstraat, Biersteeg en tussen Oude Doelen en Melkpad. De waarde is vooral gelegen in het ijnmazige stedelijk weefsel met het afwisselende straatbeeld met doorzichten tussen de veelal rijk gedetailleerde bebouwing. Ook de karakteristieke kleine voortuintjes met tuinhekjes en hagen bepalen, met name in de omgeving van de Laanstraat, het beeld. Een groot aantal panden is door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is aangewezen als monument of in het bestemmingsplan opgenomen als waardevol pand. Sommige panden zijn re- plica’s of herbouwd. De deelgebieden ‘Historisch Buurt’ zijn een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de beschreven karakteristieken en diversiteit. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.

kleinschalig afwisselend beeld met rijk gedetailleerde bebouwing

voortuinen met hekjes of hagen

De commissie ziet er op toe dat bij vrijstaande gebouwen of bij meerzijdige oriëntatie alle gevels gericht naar openbare ruimte op welstandsaspecten beoordeeld worden. De commissie zal letten op het behoud van originele details of toevoegingen als dakkappelen en bijgebouw passend bij de stijl.

bij meerzijdige orientatie worden alle gevels op welstandcriteria beoordeeld

45

4.1.7.3. Uitgangspunten deelgebied 1C: Oostrand

grootschalige open ruimte van de Schapenkamp

grootschalige, publieke (moderne) gebouwen

Deelgebied ‘Oostrand’ bestaat hoofdzakelijk uit infrastructuur van stedelijk belang, grote openbare ruimten en relatief grootschalige nieuwbouwblokken. Een groot deel van de gebouwen heeft een publieksaantrekkende of maatschappelijke functie. De structuur van de oude binnenstad is door schaalvergroting en de aanleg van infrastructuur op meerdere plekken verdwenen en de basis van het individuele pand is vaak niet meer herkenbaar. In het gebied zullen vanwege de ligging en bereikbaarheid ook in de toekomst ontwikkelingen blijven plaatsvinden van een grotere maat en schaal dan in de rest van het centrum. In dit gebied ontbreekt het vaak aan een goede koppeling tussen gebouw en openbare ruimte. Het wijzigen van de gesloten plint in een open plint en het benadrukken van de entree kan de aansluiting bij de rest van de binnenstad vergroten. Bijzondere elementen zijn de grote gebouwen met een publieke functie zoals het station, de Vorstin, de Aloysius, de bioscoop. De waarde is vooral gelegen in de individualiteit van de bouwmassa’s, met herhaling en accenten in de gevel en een zorgvuldige detaillering. Voor de architectuur van nieuwe bebouwing geldt dat deze, door de grote schaal en maat, zorgvuldig maar ook expressief dient te zijn. Ze fungeren als architectonische blikvangers aan de rand van de binnenstad.

Enkele panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol en aangewezen als monument of in het bestemmingsplan opgenomen als waardevol pand. Van de grote publieke gebouwen in dit gebied hebben de Vituskerk en Gooiland de status van rijksmonument gekregen.

46

Deelgebied ‘Oostrand’ is een bijzonder welstandsge- bied. Het beleid is gericht op een geleidelijke overgang van de grootschalige elementen naar de schaal van het centrum. De schaal wordt hierop aangepast: bebouwing in een grotere dichtheid, in grotere bouwhoogtes, met grotere bouwvolumes dan in de rest van het centrum en met openbare ruimtes van formaat. De raad heeft op 7 oktober 2020 het beeldkwaliteitsplan ‘Stationsgebied’ vastgesteld als toetsingskader voor omgevingsvergunningaanvragen op het gebied van welstand. De commissie zal bij de advisering onder meer aan- dacht schenken aan de mate van afwisseling en indivi- dualiteit in de massa en de aansluiting van de bebou- wing op de openbare ruimte. Dit in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en een enigszins traditioneel gebruik van materialen en kleuren.

47

4.1.7.4. Uitgangspunten deelgebied 1D: Aanloopstraten

stenige straat met kleinstedelijk karak- ter, bebouwing uit diverse perioden

stedenbouwkundige accenten aan brinken

De deelgebieden ‘aanloopstraten’ bestaan hoofdzakelijk uit stenige straten met een kleinstedelijk karakter en bebouwing uit diverse periodes die varieert in maat, schaal en vormgeving. Het gebied bestaat uit straten die een functie hebben als verbinding naar de omliggende woonwijken en straten in het centrum die niet meer tot het kernwinkel- gebied horen. In deze straten is de publiekstrekkende functie aan het afnemen en krijgt winkelruimte vaker een andere functie, zoals wonen. Bijzondere elementen zijn gebouwen met een maatschappelijke functie, zoals de kerk aan de Naarderstraat, of een bijzondere stedenbouwkundige positie. Deze gebouwen bepalen het silhouet van de binnenstad en vormen accenten door hun ligging in het stedelijk weefsel en de afwijking in massa, opbouw en vorm. De waarde is vooral gelegen in het stenige, smalle straatproiel met het kleinschalige afwisselende beeld van de gebogen, facetmatige straatwanden. De bouwhoogte en de nokrichtingen zijn divers. De stedenbouwkundige accenten op straathoeken, aan assen en aan belangrijke routes, brinken en pleinen verdienen vanuit hun positie in het ste- delijk weefsel speciale aandacht. Nieuwe grootschalige bebouwing op beeldbepalende plekken in dit deelgebied zal op maat en schaal in zijn omgeving en op zorgvuldigheid en expressiviteit worden beoordeeld.

Een groot aantal panden is door hun vorm en po- sitie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is aangewezen als monument of in het bestemmingsplan opgenomen als waardevol pand. D e aanloopstraten zijn een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de diversiteit en de beschreven karakteristieken. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. De commissie zal letten op het behoud van originele details of toevoegingen als dakkappelen en bijgebouw passend bij de stijl. Bij functiewijziging van winkels blijven de originele karakteris tieken van de winkelwoonhuizen herkenbaar.

behoud van originele details

dakkapellen en toevoegingen passend in stijl en maken deel uit van karakteristiek

bij functiewijziging van winkels blijven originele karakteristieken herkenbaar.

48

4.1.7.5. Uitgangspunten deelgebied 1E: Inbreidingen

grotere gebouwen en complexen

hoven en erven

andere functies zoals banken en kantoren Het deelgebied ‘Inbreidingen’ bestaat hoofdzakelijk uit grotere gebouwen of seriematig gebouwde complexen. De openbare ruimte bestaat soms uit de (oorspronkelijke) ste- nige straten, maar vaker uit nieuw aangelegde hoven en erven. De bebouwing stamt grotendeels uit de laatste decennia van de 20e eeuw en inciden- teel panden en rijen uit een eerdere periode. De meeste bebouwing bestaat uit appartementencomplexen, maar met name in de omgeving Oude Torenstraat en Noordse Bosje komen ook gebouwen voor die (van oorsprong) een andere functie hebben zoals bank of kantoor. De nieuwe grootschalige bebouwing op beeldbepalende plekken in dit deelgebied zal op maat en schaal in zijn omgeving en op zorgvuldigheid en expressiviteit worden beoordeeld. De ‘Inbreidingen’ zijn een gewoon welstandsgebied. Uitgangspunt is het beheer van het rustige beeld van de straten in combinatie met het aanzien vanuit omringende openbare ruimte. De architectuur is in het algemeen eenvoudig met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en aan samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal.

herhaling in rooilijn en gevelindeling

Het beleid is bij nieuwbouw waar mogelijk gericht op het verbeteren van architectoni- sche expressie in kleur en materiaalgebruik en het versterken van de samenhang bin- nen de stedenbouwkundige eenheden. Menging van functies wordt versterkt en nieuwe woningen worden goed ingepast in de bestaande karakteristieken van de gebouwen.

expressiviteit in kleur en materiaalge- bruik

49

50

4.1.7.6. Uitgangspunten deelgebied 1F: Dorpsranden

woonstraten sluiten in straatbeeld aan op aangrenzende wijken

behoud van kleinschaligheid en traditio- neel gebruik van materialen en kleuren

afwijkende functies, zoals bedrijfsbe- bouwing, zijn beeldbepalend Het deelgebied ‘dorpsranden’ bestaat hoofdzakelijk uit rustige woonstraten in de peri- ferie van het centrum. De oorspronkelijke stenige straten sluiten in straatbeeld aan op de aangrenzende woonwijken. De bebouwing stamt grotendeels van voor de tweede wereldoorlog. Bijzondere elementen zijn gebouwen met een afwijkende functie, zoals boerderijen, voormalige bedrijfsgebouwen en panden, die een maatschappelijke functie gehad hebben. Deze gebouwen zijn karakteristiek in het straatbeeld. De waarde is vooral gelegen in het rustige straatbeeld met het kleinschalige afwisselende bebouwing van de straatwanden en de voortuinen. Architectonische accenten op hoeken, aan plantsoenen en pleinen en in zichtassen zijn belangrijk. Een groot aantal panden is door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hier- van is aangewezen als monument of in het bestemmingsplan opgenomen als waardevol pand. De Dorpsranden zijn een gewoon welstandsgebied. Het beleid is gericht op het be- houd van de kleinschaligheid en de beschreven karakteristieken en diversiteit. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.

Menging van functies wordt versterkt en nieuwe woningen worden goed ingepast in de bestaande schaal en karakteristieken van de omringende gebouwen.

51

menging van functies versterken

4.1.8.1. Criteria periode 1: agrarisch en industrialisatie Bij de beoordeling van (ver)bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1. Ligging 1.1. het dorpse karakter van het deelgebied behouden en versterken 1.2. per erf of kavel is er één hoofdmassa 1.3. gebouwen zijn met de voorgevel georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte 1.4. voorgevellijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzicht van elkaar 1.5. bijgebouwen liggen achter het hoofdgebouw 1.6. doorzichten behouden en waar mogelijk versterkt 2.

3.

4.

Massa 2.1. gebouwen zijn individueel en afwisselend bouwmassa’s en gevelopbouw harmonieren met het dorpse karakter van het deelgebied 2.2. gebouwen hebben een opbouw die bestaan uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap 2.3. gebouwen tussen Kerkbrink en Laanstraat hebben een opbouw die bestaan uit een onderbouw van twee tot drie lagen met kap 2.4. de gebouwen vormen een duidelijk front naar de straat 2.5. de begane grondlaag van het gebouw is afgestemd op de ritmiek van de gevel 2.6. de gevel van de bovenbouw heeft in principe een symmetrische opbouw 2.7. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt of toegevoegd element 2.8. bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume Architectonische uitwerking en detaillering 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en variëren van sober tot zeer rijk 3.2. de architectuur volgt het beeld van pandsgewijze bebouwing met nadruk op kap (grotere massa’s onderverdelen) 3.3. gebouwen hebben een rijke uitstraling 3.4. bakstenen gevels zijn bij voorkeur voorzien van siermetselwerk 3.5. begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van het gehele pand 3.6. gevel voorzien van plint, hoeken metselen met penanten van minstens 0,30 m 3.7. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume 3.8.

kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren Materiaal en kleur 4.1. materiaalgebruik is traditioneel 4.2. gevels zijn in principe van rode of bruine baksteen en een enkele keer in wit gepleisterd 4.3. hellende daken zijn gedekt met keramische pannen 4.4. materialen en kleuren benaderen zoveel mogelijk de oorspronkelijke situatie 4.5. materialen en kleuren zijn traditioneel 4.6. kozijnen en ander houtwerk in beginsel schilderen in oorspronkelijke kleurstelling 4.7. het materiaal- en kleurgebruik van aan- en opbouwen is aangepast aan het hoofd- gebouw

5. Winkelpui en reclame In aanvulling op de objectctriteria Reclame (5.9) gelden de volgende aanvullende criteria. Bij strijdigheid hebben de onderstaande criteria voorrang: 5.1. De gevelopbouw en entree zijn leidend voor de locatie en maat van reclames 5.2. Plaats alleen open belettering zodat de achterliggende gevel zichtbaar blijft. 5.3. Plaats reclame in de gevelopening 5.4. Stem reclame af op gevelkarakteristiek en maak een relatie met de winkelpui /entree 5.5. Historische ornamenten lenen zich slecht voor het aanbrengen van zonwering. 5.6. Houd bij plaatsing rekening met de karakteristiek van de gevel.

52

per kavel of perceel één hoofdmassa

materialen zijn traditioneel, kleuren zijn terughoudend

afwisseldende bouwmassa´s harmoniëren met dorps karakter

karakteristieke detaillering bij wijzigingen behouden

stem reclame af op gevelkarakteristiek

4.1.8.2. Criteria periode 2: Villakern Bij de beoordeling van (ver)bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1. Ligging 1.1. rooilijnen van hoofdmassa’s volgen de weg en zijn in principe aaneengesloten en grenzen aan de openbare ruimte 1.2. voorgevellijnen zijn recht of verspringen licht ten opzichte van elkaar 1.3. hoofdgebouwen nadrukkelijk oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte 1.4. de gevel is representatief en draagt bij aan een mooie openbare ruimte. 1.5. bijgebouwen staan bij voorkeur achter de voorgevellijn en uit het zicht 1.6. hoekpanden hebben een bijzondere architectonische expressie 2. Massa 2.1. gebouwen zijn individueel, afwisselend en gedifferentieerd 2.2. winkelwoonpanden bestaan uit een onderbouw van twee lagen met een nadrukkelijke kap 2.3. kapvorm en nokrichting zijn afwisselend 2.4. de begane grondlaag vormt één geheel met het pand. 2.5. de gevelcompositie harmonieert met de statige en monumentale opbouw van het pand. 2.6. gevels zijn gedifferentieerd en representatief 2.7. ontwerpaandacht voor (deel)symmetrie 2.8. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa 2.9. bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw 3. Architectonische uitwerking en detaillering 3.1.

de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en variëren van sober tot zeer rijk 3.2. de architectuur volgt het beeld van pandsgewijze bebouwing met nadruk op kap (grotere massa’s onderverdelen) 3.3. gebouwen hebben een rijke uitstraling 3.4. bakstenen gevels zijn bij voorkeur voorzien van siermetselwerk 3.5. begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van het gehele pand 3.6. gevel voorzien van plint, hoeken metselen met penanten van minstens 0,30 m 3.7. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume 3.8. kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren 4. Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn traditioneel 4.2. gevels zijn in beginsel van baksteen 4.3. gepleisterde gevels zijn licht van kleur en bij voorkeur (crème)wit 4.4. oorspronkelijke bakstenen gevel niet stucen, schilderen of keimen 4.5. hellende daken dekken met keramische pannen of leien 4.6. kozijnen zijn bij voorkeur van hout 4.7. daken en gevels zijn voornamelijk in aardkleuren 4.8. kozijnen en ander houtwerk in beginsel schilderen in traditionele kleuren 4.9. materialen en kleuren van op- en aanbouwen aanpassen aan het hoofdvolume 5. Winkelpui en reclame In aanvulling op de objectctriteria Reclame (5.9) gelden de volgende aanvullende criteria. Bij strijdigheid hebben de onderstaande criteria voorrang: 5.1.

De gevelopbouw en entree zijn leidend voor de locatie en maat van reclames 5.2. Plaats alleen open belettering zodat de achterliggende gevel zichtbaar blijft. 5.3. Plaats reclame onder de ramen van de eerste verdieping. 5.4. Stem reclame af op gevelkarakteristiek en maak een relatie met de winkelpui /entree 5.5. Historische ornamenten lenen zich slecht voor het aanbrengen van zonwering. 5.6. Houd bij plaatsing rekening met de karakteristiek van uw gevel.

53

architectonische uitwerking en detail- lering zijn zorgvuldig en rijk

begane grondlaag rechts is geen ge- heel met pand

wijzigingen en toevoegingen zijn in stijl, afwerking afgestemd op hoofdvolume

materiaal en kleurgebruik van gevelreclame is onvoldoende afgestemd op hoofdvolume

4.1.8.3. Criteria periode 3: Cityvorming Bij de beoordeling van (ver)bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.

2.

Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon 1.2. gebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte 1.3. voorgevellijnen zijn in hoofdzaak recht en per rij of blok in samenhang 1.4. verspringingen in de voorgevellijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding 1.5. doorzichten waar mogelijk behouden Massa 2.1. bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd 2.2. woningen maken deel uit van rijen of blokken en hebben per rij of blok een sterke onderlinge samenhang 2.3. gebouwen bestaan uit 2 of 3 bouwlagen met nadrukkelijke kap, 2.4. de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de voorgevellijn, een haakse richting of plat dak komt voor als accent 2.5. ontwerpaandacht voor symmetrie per rij met indien oorspronkelijk aanwezig verbij- zonderde hoeken 2.6. uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen (indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte) vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofd- massa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren 2.7. bijgebouwen zijn ondergeschikt

3. Architectonische uitwerking en detaillering 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en in lijn met de rij of het cluster 3.2. ontwerpaandacht voor alle details 3.3. gevels hebben een horizontale geleding met verticale accenten 3.4. hellende daken hebben overstekken 3.5. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume of 3.6. ensemble en met behoud van de karakteristieke detaillering 3.7. de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven 3.8. traditioneel Hollands houten kozijn en proilering zijn het uitgangspunt

verbijzonderde hoeken, plat dak komt voor als accent

gebouwen bestaan uit 2 of 3 lagen met nadrukkelijke kap

woningen maken deel uit van een ontworpen ensemble

4. Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn per rij of blok in samenhang 4.2. gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruinachtige baksteen met metselwerkpatronen en pleisterwerk als accent 4.3. hellende daken voorzien van oranje of gesmoorde keramische pannen 4.4. kozijnen en deuren bij voorkeur uitvoeren in hout 4.5. kleuren zijn oorspronkelijk of traditioneel en terughoudend 4.6. materialen en kleuren van op- en aanbouwen aanpassen aan hoofdgebouw 5. Winkelpui en reclame In aanvulling op de objectctriteria Reclame (5.9) gelden de volgende aanvullende criteria. Bij strijdigheid hebben de onderstaande criteria voorrang: 5.1. De gevelopbouw en entree zijn leidend voor de locatie en maat van reclames 5.2. Plaats alleen open belettering zodat de achterliggende gevel zichtbaar blijft. 5.3. Plaats reclame onder de ramen van de eerste verdieping. 5.4. Stem reclame af op gevelkarakteristiek en maak een relatie met de winkelpui /entree 5.5. Historische ornamenten lenen zich slecht voor het aanbrengen van zonwering. 5.6. Houd bij plaatsing rekening met de karakteristiek van uw gevel.

gevels hebben een horizontale geleding als verbijzondering op de stedenbouwkundige ligging

begane grondlaag van gebouwen beter betrekken bij bovengevel

54

4.1.8.4. Criteria periode 4: Wederopbouw Bij de beoordeling van (ver)bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.

2.

3.

Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon 1.2. de individuele woning binnen een blok is deel van het geheel 1.3. gebouwen staan in beginsel evenwijdig aan de weg 1.4. aan- en bijgebouwen liggen achter het hoofdgebouw 1.5. gebouwen op hoeken of met een bijzondere functie kunnen een meerzijdige oriën- tatie krijgen

blok met doorlopende gevelritmiek

Massa 2.1. gebouwen hebben een eenvoudige opbouw, afgestemd op de samenhang binnen het blok 2.2. appartementenblokken hebben drie tot vier lagen met een licht hellende kap of platte afdekking. 2.3. de hoofdnokrichting is evenwijdig aan de voorgevellijn 2.4. accenten in hoogte hebben een stedenbouwkundige aanleiding 2.5. bijgebouwen zijn ondergeschikt 2.6. de gevel heeft een horizontale en verticale ritmiek, de plint vormt een doorgaand geheel Architectonische uitwerking en detaillering 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd 3.2. bij rijen en blokken aan voorkanten de herhaling behouden 3.3. de overgang van openbaar naar privé zorgvuldig vormgeven 3.4. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume of het cluster (karakteristieke detaillering behouden)

4. Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan voorkanten in samenhang met rij, blok en ensemble 4.2. gevels zijn in hoofdzaak van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen in lichte tint, gecombineerd met hout, glas en metaal 4.3. plaatmateriaal alleen gebruiken als invulling van een kozijn of hekwerk

gebouwen hebben een eenvoudige opbouw

gebouwen op hoeken hebben een meerzijdige orientatie

5. Winkelpui en reclame In aanvulling op de objectctriteria Reclame (5,9) gelden de volgende aanvullende criteria. Bij strijdigheid hebben de onderstaande criteria voorrang: 5.1. De gevelopbouw en entree zijn leidend voor de locatie en maat van reclames 5.2. Plaats alleen open belettering zodat de achterliggende gevel zichtbaar blijft. 5.3. Reclame opnemen in gevelopeningen 5.4. Stem reclame af op gevelkarakteristiek en maak een relatie met de winkelpui /entree accenten in hoogte hebben een steden- bouwkundige aanleiding

55

4.1.8.5. Criteria periode 5: Expansie Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.

Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon 1.2. gebouwen orienteren op de belangrijkste openbare ruimte 1.3. galerijen, liften, trappenhuizen bij voorkeur aan achterzijde

2.

Massa 2.1. de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit het openbaar toegankelijk gebied 2.2. gebouwen hebben bij voorkeur een plint van één laag 2.3. de gevels van de bovenverdiepingen kennen een duidelijke ritmiek en herhaling. 2.4. gevels zijn overwegend horizontaal geleed 2.5. de gebouwen zijn overwegend plat afgedekt of hebben terugliggende verdiepingen 2.6. ondergeschikte bouwdelen als galerijen, (nood)trappen, balkons aanpassen aan of opnemen in hoofdmassa 2.7. verbijzonderingen als entrees, stijgruimte, balkons en terrassen geven aanleiding- voor accenten en geleding

3.

4.

Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd 3.2. er is ontwerpaandacht voor alle details 3.3. op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een openbare functie en/of toegankelijk karakter 3.4. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume of het cluster

gevels zijn horizontaal geleed, verbij- zonderingen als stijgruimte als accent

(expressief) kleur en materiaalgebruik om samenhang te versterken

Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren aan voorkanten in samenhang met het cluster of blok 4.2. bijgebouwen en ondergeschikte bouwdelen afstemmen binnen cluster en hoofdmassa 4.3. gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbare materialen uitvoeren 4.4. in grote volumes of complexen kan de samenhang worden versterkt door (expres- sief) kleur- en materiaalgebruik

5. Winkelpui en reclame In aanvulling op de objectctriteria Reclame (5,9) gelden de volgende aanvullende criteria. Bij strijdigheid hebben de onderstaande criteria voorrang: 5.1. de begane grondlaag is open en transparant of terugliggend en bij voorkeur hoger 5.2. de gevelopbouw en entree zijn leidend voor de locatie en maat van reclames 5.3. plaats alleen open belettering zodat de achterliggende gevel zichtbaar blijft. 5.4. plaats reclame onder de ramen van de eerste verdieping. 5.5. stem reclame af op gevelkarakteristiek en maak een relatie met de winkelpui / entree

56

begane grondlaag is open, transparant en hoger

4.1.8.6. Criteria periode 6: Contemporain Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.

Ligging 1.1. gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon 1.2. gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte 1.3. gebouwen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige ori- entatie krijgen

2.

Massa 2.1. de bouwmassa is gedifferentieerd, evenwichtig en afgestemd op de samenhang met de belangrijkste openbare ruimte 2.2. straat- en pleinwanden zijn gesloten met afwisseling en individualiteit in massa 2.3. Hoeken, entrees en doorgangen zijn nadrukkelijk vormgegeven en sterk geaccen- tueerd 2.4. accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wen- selijk 2.5. accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding 2.6. vrijstaande gebouwen harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm- geving

3.

4.

Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig 3.2. vormgeving van de gevel gaat een relatie aan met de straat, plein of brink. 3.3. elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen 3.4. op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen bij voorkeur een bewoond karakter 3.5. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur 4.1. materialen, detaillering en kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en aan voorkan- ten per stedenbouwkundige eenheid (gebouw, complex) in samenhang 4.2. gevels bij voorkeur in vlakken baksteen of vergelijkbaar materiaal uitvoeren 4.3. toepassing van hoogwaardige materialen en detaillering in overeenstemming met de hoge centrumambities. 4.4. bijzonder gevelmateriaal als hout, glas, natuursteen en metaal ondersteunen de verschijningsvorm op samenhangende wijze. 4.5. op- en aanbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa 4.6. licht, kleur en multimedia-toepassingen afstemmen op gevelindeling

5. Winkelpui en reclame In aanvulling op de objectctriteria Reclame (5,9) gelden de volgende aanvullende criteria. Bij strijdigheid hebben de onderstaande criteria voorrang: 5.1. publiek toegankelijke gebouwen hebben een transparante plint of gevel en het 5.2. interieur is zichtbaar vanuit openbare ruimte 5.3. De begane grondlaag is open en transparant of terugliggend 5.4. De gevelopbouw en entree zijn leidend voor de locatie en maat van reclames 5.5. Plaats reclame onder de ramen van de eerste verdieping. 5.6. Stem reclame af op gevelkarakteristiek en maak een relatie met de winkelpui /entree

samenhang met belangrijkste openbare ruimte

accenten in hoogte en vormgeving heb- ben een stedenbouwkundige aanleiding

bijzondere gevelbekleding ondersteunt de verschijningsvorm

begane grond is transparant, interieur is zichtbaar

licht kleur en multimediatoepassingen afstemmen op gevelindeling

57

4.2. Gegroeid dorp Het gegroeide dorp van Hilversum bestaat hoofdzakelijk uit stenige straten met een kleinstedelijk karakter en bebouwing van rond 1900. Zoals de naam zegt, is het een gegroeid gebied dat niet planmatig is aangelegd. De bebou- wing is overwegend pandsgewijs gebouwd en uitgevoerd in diverse stijlen. 4.2.1. Gebied Over ‘t Spoor Het gebied kent lintbebouwing met woningen, bedrijven en winkels en is grotendeels in de periode tot 1900 gebouwd. De structuur bestaat met name uit radialen zonder dwarsstraten. De buurt heeft geen grote openbare ruimten zoals pleinen en plantsoenen. De lange, smalle straten zijn aan beide kan- ten bebouwd met lage eengezinswoningen, één tot twee verdiepingen met kap. De achterterreinen zijn in principe ruim, maar er staan veel bijgebouwen. Hieronder worden niet alleen schuren verstaan, in veel gevallen zijn de bijgebouwen als bedrijfsruimte in gebruik. Rijtjes arbeiderswoningen worden afgewisseld met dorpsachtige woningen, bedrijven en nieuwere bebouwing. De voorgevellijn verspringt en is bij rijen in samenhang. De bebouwing is gericht op de belangrijkste openbare ruimte. De bebouwing heeft een indi- vidueel karakter, mede door de vele individuele wijzigingen. De opbouw is eenvoudig en tot drie lagen hoog inclusief kap of plat dak. Bij hellende daken is de nokrichting in het algemeen evenwijdig aan de weg.

De architectonische uitwerking en detaillering zijn gevarieerd van sober tot rijk. Met name oudere panden zijn fijn gedetailleerd met onder andere siermetselwerk, gootklossen, daklijsten en kozijnprofileringen. Het materiaal- en kleurgebruik is wisselend en overwegend traditioneel. Met name bij winkels en bedrijven komen op de begane grondlaag afwijkende, niet historische kleuren en materialen voor, zoals plaatmateriaal, kunststof kozijnen, felle kleuren en reclameborden. Uitzondering is de seriematige nieuwbouw aan het Jac. P. Thijsselaan. Het achtste gemeentelijke complex aan het voormalige Slachthuisplein is vervan- gen door nieuwbouw. Ter plaatse van het slachthuis staan nu patiowoningen met daaromheen gestapelde en eengezinswoningen. Ze hebben een sterke horizontale geleding met verticale accenten. Ook in de overige linten is hier en daar seriematige nieuwbouw toegevoegd. In deze clusters en rijen is de individuele woning onderdeel van het geheel. Bijzondere elementen zijn de verspreid voorkomende grootschalige bedrijfs- gebouwen. Deze staan met name op achterterreinen en is onderverdeeld in drie clusters. De bedrijfsbebouwing aan de Larenseweg is grootschalig, met veel herhaling in de gevel. De gebouwen hebben een opbouw bestaande uit samen- gestelde volumes. De raampartijen benadrukken de herhaling in de gevel en zorgen voor ritmiek in de gevels.

Entreepartijen zijn als accent vormgegeven. De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, materialen en kleuren afwisselend. De bedrijven op het terrein aan de Korte Noorderweg hebben een traditioneel karakter met een eenvoudige en functionele vormgeving. De bebouwing is weinig representatief en zeer divers. De hallen en loodsen stammen uit ver- schillende perioden en zijn van baksteen, beton en/of (gevouwen) plaatmateri- aal. Kleuren en gevelreclame zijn over het algemeen terughoudend. 4.2.2. Gebied Bloemenbuurt-Noord en Vitusbuurt Het gebied heeft een dichte bebouwing van kleine aaneen gebouwde arbeiderswoningen in blokken van één tot twee bouwlagen met kap met daartussen poorten. Het is een niet planmatige uitbreiding van Hilversum. De woningen staan langs lange noord/zuidlopende straten met enkele korte doorsteken. Het profiel van de wegen is smal. De woningen zijn in principe met hun voorgevel georiënteerd op de weg. Voortuinen komen vrijwel niet voor. De bebouwing is gevarieerd en afwisselend en heeft grotendeels, ondanks dat veel woningen deel uitmaken van rijen of blokken, een individueel karakter. De opbouw is in het algemeen eenvoudig. De oudere woningen hebben een opbouw van één tot twee lagen met kap. Nieuwere bebouwing is veelal breder en hoger. Er komen blokjes gestapelde woningen voor van drie tot vier lagen met plat dak.

In het gebied komen verschillende kapvormen voor. De over- heersende nokrichting is evenwijdig aan de weg, waarbij een haakse richting voorkomt als accent en voor ritmiek in de straat zorgt. Veel woningen zijn ver- groot door (woningbrede) dakkapellen, dakopbouwen en geveloptrekkingen. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw met staande ramen. De architectonische uitwerking is afwisselend. Siermetselwerkverbanden, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Met name oudere panden hebben een fijne detaillering. Deze is bij wijzigingen veelal ver- loren gegaan. In het algemeen is het materiaal- en kleurgebruik terughoudend, hoewel er ook opvallende of fel materiaal- en kleurgebruik voorkomt. Gevels zijn in hoofdzaak van baksteen, soms geschilderd of gepleisterd in een lichte kleur of gecombineerd met houten delen. Hellende daken zijn gedekt met dak- pannen. Houtwerk is geschilderd. Uitzondering zijn de appartementengebouwen zoals aan de Neuweg. Deze gebouwen zijn relatief groot, wijken af in vorm en hebben drie tot vier lagen met een plat dak. Bijzondere elementen zijn de winkelwoonhuizen aan de Havenstraat met een statiger karakter dan de buurten achter de Havenstraat. Ze vormen een min of meer gesloten gevelwand met veelal hoge en rijk gedetailleerde panden.

De opbouw is veelal twee lagen met een samengestelde kap met een hoge verdiepingshoogte van met name de begane grondlaag. De winkels en bedrijven hebben meestal een afwijkende gevel op de begane grond, waarbij de detaillering en het materiaal- en kleurgebruik meestal afwijkt van de bovenbouw. Luifels, zonwering en reclameborden zorgen voor een sterke horizontale scheiding. De etalagepuien lopen veelal door tot aan de hoeken van het pand waardoor de massa niet meer duidelijk begrensd is. Reclame komt veel voor en maakt in negatieve zin een opvallend onderdeel uit van het straatbeeld.

58

4.2.1.1. Uitgangspunten Over ‘t Spoor

Grootschalige bebouwing met herha- ling in de gevel

Eenvoudige volumes en vormgeving op terrein aan de Korte Noorderweg

Over ‘t spoor bestaat hoofdzakelijk uit stenige straten waarin individuele arbeiderswoningen worden afgewisseld met incidentele seriematige nieuwbouw. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Hoge Larenseweg, Larenseweg, Professor Dondersstraat, Kievitstraat en Leeuwerikstraat. Uitzondering is de grootschalige woningbouw aan het Jac. P. Thijsseplein. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met een afwijkende functie, zoals scholen en met name de in clusters voorkomende bedrijfsgebouwen. De waarde is vooral gelegen in het stedelijk weefsel met het kleinschalige afwisselende beeld van de straatwanden. Enkele panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. De dynamiek van het gebied is gemid- deld en betreft veelal kleine wijzigingen. Over ‘t spoor is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de beschreven karakteristieken en diversiteit. Het beleid voor de bedrijventerreinen in dit deelgebied is terughoudend en met name gericht op de (totstandkoming van) representatieve randen. Voor het Lucentterrein is van toepassing het gelijknamige Beeldkwaliteitsplan.

Dit is door de raad samen met het bestemmingsplan vastgesteld op 31 januari 2018.1 De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de verhouding tussen afwisseling en individualiteit in het straatbeeld in combinatie met een zorgvuldige en geva- rieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.

1 Zie ruimtelijkeplannen.nl

59

Grootschalige volumes tussen de Liebergerweg en Oude Amersfoortseweg

4.2.1.2. Criteria Over ‘t Spoor Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.

2.

3.

4.

Ligging 1.1. rooilijnen van hoofdmassa’s volgen de weg, zijn in principe aaneengesloten en per rij in samenhang 1.2. de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte(n) en eventueel meerdere voorgevels geven 1.3. bijgebouwen en grootschalige bedrijfsgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht op achterterreinen (bedrijfsgebouwen grenzend aan woongebieden maken een representatief front naar dit woongebied) Massa 2.1. de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en sluit aan op omringende bebouwing in ritme, oriëntatie en ontsluiting 2.2. woningen zijn individueel en afwisselend of maken deel uit van rijen 2.3. woningen hebben in beginsel een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een eenvoudige rechthoekige plattegrond 2.4. gestapelde woningbouw bestaat uit een onderbouw van drie tot vier lagen met een plat dak 2.5. de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de weg, een haakse richting komt voor als accent 2.6. uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en in het zicht bij voorkeur per rij of blok gelijk uitvoeren 2.7. bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume 2.8. de hoofdmassa van bedrijfsgebouwen heeft een heldere geleding 2.9.

gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en variëren van sober tot rijk 3.2. herhaling in een blok of rij is leidraad voor het woningontwerp 3.3. bedrijfsgebouwen zijn individueel en in beginsel terughoudend van karakter 3.4. begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel 3.5. gevelopeningen zijn bij voorkeur staand 3.6. elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel 3.7. kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren 3.8. oorspronkelijke detaillering zoveel mogelijk behouden of herstellen (traditioneel Hollandse houten kozijnen en profielen zijn uitgangspunt) 3.9. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume

Woningen met oorspronkelijke detail- lering en accenten

Eenheid is verloren gegaan door veel individuele wijzigingen

Haakse nokrichting als accent in een blok

Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn traditioneel en per blok of rij in samenhang 4.2. gevels van woningen in beginsel uitvoeren in baksteen 4.3. gevels van bedrijfsgebouwen in baksteen of een materiaal met vergelijkbare fijne structuur 4.4. hellende daken dekken met (matte) keramische pannen 4.5. kleuren afstemmen op de omringende bebouwing Fijne detaillering in het metselwerk

Recente invullingen aan de Bakkerstraat met een seriematige invulling

60

4.2.2.1. Uitgangspunten Bloemenbuurt-Noord en Vitusbuurt

Herhaling in de rij is bij rijen leidraad voor het woningontwerp

Dakkapellen per rij van hetzelfde model

Bloemenbuurt-Noord en Vitusbuurt bestaan hoofdzakelijk uit stenige straten waarin individuele arbeiderswoningen worden afgewisseld met inciden- tele seriematige woningen, waaronder nieuwbouw. Ook de woonstraten van de Havenstraatbuurt maken deel uit van dit deelgebied. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de 1e en 2e Nieuwstraat, 1e, 2e en 3e Oosterstraat, Rozenstraat, Koningsstraat en Faisantenstraat. Uitzondering zijn de relatief grote massa’s van de appartementengebouwen zoals aan de Neuweg. Bijzondere elementen zijn gebouwen met een bijzon- dere functie, zoals scholen. De waarde is vooral gelegen in het stedelijk weefsel met het kleinschalige afwisselende beeld van de straatwanden. Enkele panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. De dynamiek van het gebied is gemid- deld en betreft veelal kleine wijzigingen. Bloemenbuurt-Noord en Vitusbuurt zijn samen een gewoon welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de beschreven karakteristieken en diversiteit. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.

61

Nieuwbouw sluit in oriëntatie en ontsluiting aan op bestaande bebouwing

4.2.2.2 Criteria Bloemenbuurt-Noord en Vitusbuurt Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.

Ligging 1.1. rooilijnen van hoofdmassa’s volgen de weg, zijn in principe aaneengesloten en per rij in samenhang 1.2. de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte(n) en eventueel meerdere voorgevels geven 1.3. bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht

2.

Massa 2.1. de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en sluit aan op omringende bebouwing (ritme, oriëntatie, ontsluiting) 2.2. woningen zijn individueel en afwisselend of maken deel uit van rijen 2.3. woningen hebben in beginsel een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een eenvoudige rechthoekige plattegrond 2.4. gestapelde woningen bestaan uit een onderbouw van drie tot vier lagen met een plat dak 2.5. de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de weg, een haakse richting komt voor als accent 2.6. uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en in het zicht bij voorkeur per rij of blok gelijk uitvoeren 2.7. bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume 2.8. gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm

3.

4.

Architectonische uitwerking 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, afwisselend en variëren van sober tot rijk 3.2. herhaling in een blok of rij is leidraad voor het woningontwerp 3.3. begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel 3.4. gevels hebben een duidelijke geleding 3.5. elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel 3.6. kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren 3.7. oorspronkelijke detaillering zoveel mogelijk behouden of herstellen (traditioneel Hollandse houten kozijnen en profielen zijn uitgangspunt) 3.8. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume

Kleinschalige arbeiderswoningen met een zorgvuldige detaillering

Panden zijn afwisselend of maken deel uit van rijen

Gevarieerde architectonische uitwer king

Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn traditioneel en per blok of rij in samenhang 4.2. gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen en bij uitzondering in een lichte tint pleisteren of schilderen 4.3. hellende daken dekken met (matte) keramische pannen 4.4. kleuren afstemmen op de omringende bebouwing

Materialen en kleuren van opbouw aanpassen aan hoofdgebouw

Materiaal- en kleurgebruik is traditio neel

62

4.3. Villagebieden Hilversum heeft relatief veel villabebouwing. Naast de beschermde gezichten van het Noordwestelijk villagebied, zijn er villagebieden in de omgeving van de Emmastraat, Utrechtseweg en Soestdijkerstraatweg aan de zuidzijde van de stad. Het Noordwestelijk Villagebied is in de welstandsnota onderverdeeld in het Stedelijk en het Noordelijk Villagebied. 4.3.1. Gebied 3A - Emmastraat en omgeving In dit gebied staan langs straten en uitvalswegen villa’s en stadswoonhuizen in verschillende bouwstijlen. De gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een geringe onderlinge afstand of zijn tegen elkaar gebouwd. Ze zijn duidelijk gericht op de weg en hebben een voortuin die veelal bestraat is voor parkeerplaatsen. De opbouw van de woningen is afwisselend en gedifferentieerd en bestaat uit een onderbouw van twee lagen met een samengesteld dak. De hoofdvorm is compact waarbij de begane grond laag hoger is dan de laag erboven. Gevels zijn representatief, soms symmetrisch van opzet en veel woningen hebben een statige uitstraling. Door staande ramen en kopge- vels, hebben gevels een verticale geleding. De architectonische uitwerking en detaillering zijn zeer zorgvuldig en gevarieerd.

Met name de woningen in neoclassicistische stijl, de neorenaissance stijl en de Jugendstil hebben een rijke detaillering met onder andere geprofileerde lijsten, gootklossen, kozij- nen en gesneden vakwerkelementen. Het materiaalgebruik is traditioneel en duurzaam. Gevels zijn van baksteen of in lichte tint geschilderd of gepleisterd. Gemetselde gevels zijn voorzien van siermetselwerkverbanden. Hellende daken zijn gedekt met gebakken pannen. Kozijnen en deuren zijn veelal van hout en geschilderd in traditionele kleuren. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met een bijzondere functie zoals de voormalige KRO-studio’s en het Alberdingk Thijm College. Het voormalige KRO-studiocomplex heeft een hoekig hoofdvolume met op de verdieping enkele uitstekende blokken met afgeronde hoeken. Het gebouw is in expressionistische bouwstijl gebouwd met bakstenen gevels die worden geleed door lateien, luifels en dakoverstekken. Het Alberdingk Thijm College heeft een samengestelde opbouw van meerdere volumes met een nadrukkelijke kap. De nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de weg en heeft als accent en ter hoogte van de entree een haakse rich- ting. Deuren en vensters zijn van staal en worden geaccentueerd door beton- nen lateien en uitstekende luifels. De boogvormige vensters in de kopgevel worden omlijst door oranje bakstenen. 4.3.2.

Gebied 3B - Utrechtseweg en omgeving Dit villapark bevat voornamelijk vrijstaande villa’s en buitenwoonhuizen in een heuvelachtig bos met gebogen wegen en enkele zichtassen. Daarnaast staan er enkele scholen en statige wooncomplexen. De plaatsing van de gebouwen op de kavel is door het heuvelachtige terrein wisselend, daarbij is de oriëntatie van de gebouwen op de weg. De gebou- wen staan op ruime groene kavels en gaat voor een groot deel schuil achter het groen. De afzonderlijke gebouwen zijn zeer afwisselend in architectuur en uitstraling. De opbouw van de meeste woningen is eenvoudig en bestaat veelal uit een onderbouw van één laag met kap. De gevels variëren van terug- houdend tot representatief. De architectonische uitwerking is in het algemeen zeer verzorgd met ontwerpaandacht voor alle details. Langs Laapersweg en Laapersveld staan enkele woningen van één tot twee lagen hoog met een nadrukkelijke kap en een gedifferentieerde opbouw. De geleding is horizontaal met verticale accenten. Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel. Gevels zijn in het algemeen van baksteen en de hellende daken zijn gedekt met riet of gebakken pannen. 4.3.3. Gebied 3C - Soestdijkerstraatweg en omgeving Langs de uitvalsweg Soestdijkerstraatweg staan van oudsher villa’s, dubbelvilla’s en stadswoonhuizen.

De bebouwing staat op ruime kavels en op enige afstand van elkaar waarbij de voorgevellijn verspringt. De gebouwen zijn nadrukkelijk georiënteerd op de weg en hebben veelal een representatief front. De woningen en villa’s zijn individueel en afwisselend en variëren in opbouw. De bebouwing heeft in het algemeen een compacte en ongedeelde hoofdvorm met een representatieve begane grondlaag met hoge verdiepings- hoogte. De bebouwing heeft een opbouw van één tot twee lagen met kap, daarbij komen verschillende kapvormen voor. De nokrichting is afwisselend haaks op en evenwijdig aan de weg. De architectonische uitwerking is in het algemeen verzorgd met ontwerpaandacht voor alle details. Het gebied kent een diversiteit aan architectuurstijlen. Gevels zijn in het algemeen representa- tief en in het algemeen zorgvuldig en fijn gedetailleerd. De aan-, op- en uitbou- wen zijn veelal mee ontworpen. Het materiaal en kleurgebruik is overwegend traditioneel. Gevels zijn in het algemeen van baksteen en een enkele keer van houten delen of gepleisterd of geschilderd in een lichte tint. Hellende daken zijn gedekt met pannen, leien of riet. Het houtwerk is geschilderd in overwe- gend traditionele kleuren. Naast individuele woningen komen er in dit deelge- bied ook enkele appartementengebouwen voor.

Deze hebben een eenvoudige opbouw en een horizontale geleding door ritmische herhaling op horizontale lijn van raampartijen en balkons. Ze zijn twee tot vier lagen hoog, waarbij de vierde laag deels terugligt onder een overstekend plat dak en veel glas in de gevel heeft. De architectonische uitwerking en detaillering zijn net als bij de overige panden aan de Soestdijkerstraatweg zorgvuldig, maar wel soberder. Gevels zijn gemetseld of gepleisterd. Het kleurgebruik is terughoudend.

63

Aangrenzend, ter plaatse van de Curaçaolaan en Alexanderlaan, zijn twee Gooise villaparken gelegen in dezelfde sfeer met veel afwisseling, groen en wat smallere straten. De straten hebben een licht bochtig verloop en mede door de bomen een laankarakter. Hier staan ook enkele geschakelde villa’s en korte rijen woningen, waarbij herhaling van de woningen leidraad is geweest voor het ontwerp. Bijzonder element is het witte kantoorgebouw van Richard Meier aan de Bonairelaan. Deze is goed zichtbaar tegen de groene achtergrond van het bos. Het gebouw bestaat uit langwerpige kantoorgedeelten en een iets hoger blokvormig volume die samen een afgewogen compositie vormen. De begane grondlaag van het langwerpige kantoorgedeelte is deels open met kolommen en lijkt het maaiveld maar licht te raken. De gevels kennen een samenspel van horizontale en verticale delen. De gevels zijn grotendeels bedekt met vierkante witte geëmailleerde aluminium panelen. 4.3.4. Gebied 3D - Beschermd gezicht Stedelijk Villagebied Het Stedelijk Villagebied is een krap opgezet villapark met smalle lanen en vergeleken bij het Noordelijk Villagebied kleine kavels. De hoofdstructuur is grotendeels gebaseerd op de oude historische lineaire structuur en heeft daar- naast met name in het noordelijk deel gebogen lanen. Het particuliere groen zorgt voor een groen aanzicht in dit gebied.

Door het gebied lopen een aantal lange lijnen die structuur geven aan het gebied, zoals de Vaartweg, ‘s-Gravelandseweg, de Hoge Naarderweg, Lage Naarderweg, de Oude Haven en de Peerlkamplaan, die als wandeling over de Boomberg loopt. De ‘sGravelandseweg, Lage Naarderweg en de Vaartweg hebben een belangrijke verkeersfunctie. Er staat naast villa’s ook grootschalige bebouwing. Met name langs de Vaartweg zorgt dit voor een scheidende werking in het villagebied. De Oude Haven is in de negentiende eeuw in de heuvelrug gegraven waardoor een vallei is ontstaan met hoogteverschillen tot wel 14 meter. De in onbruik geraakte Oude Haven is als stadspark ingericht en vormt een belangrijke eco- logische en recreatieve verbinding tussen de stad en het buitengebied. Het gebied wordt gekenmerkt door een mix van historische en recente bebou- wing. De verhoudingen hiertussen verschillen. Zo komen er veel ensembles voor waar de oorspronkelijke bebouwing goed bewaard is gebleven. In andere delen zoals langs de Vaartweg wordt het beeld door verdichting overheerst door nieuwbouw. Deze is binnen verschillende stijlen individueel en afwisselend en bestaat voor het overgrote deel uit villa’s en middenstandswoningen, zowel vrijstaand als twee-onder-één kap. Er is over het algemeen één hoofdmassa met één wooneenheid per kavel.

Woningen zijn in het algemeen georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte. Ze maken een front richting zichtas, plantsoen, splitsing, kruising of weg. De woningen draaien met de bochten mee, staan op enige afstand van de weg en hebben een verspringende voorgevellijn. Traditionele erfafschei- ding bestaat uit een laag muurtje of transparant hekwerk, waardoor de open- bare ruimte en het groen kunnen doorlopen tot aan de voorgevel. De opbouw van de woningen is afwisselend en gedifferentieerd. De gebouwen in het villagebied hebben over het algemeen een compacte en ongedeelde hoofdvorm. De lengte-, hoogte- en breedtematen schelen niet meer dan een factor twee van elkaar. De individuele woning met twee tot drie lagen inclusief kap vormt de hoofdmaat. Bij de (oorspronkelijke) villa’s en middenstandswoningen zijn de gevels gedifferentieerd. De lagen zijn naar boven toe aflopend in hoogte. Ook de indeling van de gevel verschilt per laag. Dit hangt samen met de traditionele functieverdeling van een representatieve begane grond, daarboven een verdieping met slaapruimten en een zolder onder de kap. Deze karakteristieken geven oorspronkelijke villa’s en middenstandswoningen een enigszins statig en monumentaal aanzien. De gebouwen hebben represen- tatieve voorgevels en, indien in het zicht, representatieve zijgevels.

Bij latere bebouwing zijn de gevels over het algemeen minder representatief en niet altijd duidelijk op de weg georiënteerd. Met name gevels van de twee-onder- één kapvilla’s hebben symmetrie. Mee ontworpen aan- en opbouwen komen hier veel voor. Ze zijn karakteristiek voor de oorspronkelijke bebouwing, dra- gen bij aan het individuele karakter en leggen, mede door het materiaalge- bruik, een karakteristieke relatie met de omgeving. Bij de latere villa’s komen ze minder voor. De bijgebouwen liggen over het algemeen uit het zicht. Detaillering is zorgvuldig, sober tot zeer rijk. De oorspronkelijke villa’s zijn zeer statig en voornaam in met name de neoclassicistische stijl, de neorenaissances tijl en de Jugendstil en hebben een zeer rijke detaillering. De latere bebou- wing is afwisselender van stijl en soberder in detaillering dan die van de oor- spronkelijke bebouwing. Het materiaalgebruik is overwegend traditioneel en duurzaam. De gevels bestaan voornamelijk uit één hoofdmateriaal. De gebruikte materialen zijn hoofdzakelijk baksteen vaak met siermetselwerkverbanden, donkere of oran- je keramische dakpannen en geschilderd houtwerk. Ook zijn er villa’s met gepleisterde gevels en/of een rieten kap. Het kleurgebruik is terughoudend en traditioneel. De gevels zijn over het algemeen roodbruin, maar ook geelachtige en bruine bakstenen komen voor.

Enkele gevels zijn wit geschilderd of in een lichte kleur gepleisterd. Kozijnen en ander houtwerk is in het algemeen geschilderd in traditionele kleuren als crèmewit en donkergroen. De naoorlogse villa’s en seriematige bebouwing zijn veelal minder nadruk- kelijk georiënteerd op de openbare ruimte. Herhaling komt voor. De gevels zijn minder representatief en de architectonische uitwerking en detaillering zijn soberder. Ook zijn er afwijkingen in maat, schaal, kleur- en materiaalgebruik. Uitzonderingen op de villabebouwing komen van oudsher in het hele gebied voor. Nieuwe gebouwen zoals flats, appartementenblokken, lange platte laagbouw en dergelijke waren in de oorspronkelijke plannen niet aanwezig. Appartementenblokken hebben een opbouw van maximaal drie lagen met kap of vier lagen met een

plat dak. Opvallend is de horizontale opbouw waarin, door herhaling in de gevel, de woonlagen duidelijk herkenbaar zijn. De recente nieuwbouw heeft veelal een afwijkend materiaalgebruik waarbij beton en betonsteen, plaatmateriaal en kunststof kozijnen voorkomen. Voor de toe- komst dient toepassing van plaatmateriaal en kunststof zoveel mogelijk te wor- den vermeden. Andere grote gebouwen zoals het Raadhuis, de oudere omroepgebouwen, kerken en scholen passen ondanks hun grote maat goed in het villagebied. Deze gebouwen staan in het algemeen op ruime kavels en hebben een zorg- vuldige detaillering.

64

4.3.5. Gebied 3E - Beschermd gezicht Noordelijk Villagebied In het Noordelijk Villagebied staan voornamelijk vrijstaande villa’s met een statige voorgevel en compacte grondvorm in ruime groene tuinen gelegen in planmatig aangelegde gebieden of voormalige buitenplaatsen. De villa’s zijn individueel en afwisselend en hebben een grote diversiteit in architec- tuurstijlen. Behalve villa’s staan er ook enkele appartementencomplexen en bungalows. Het Noordelijk Villagebied omvat de villaparken Nimrodpark, Kannesheuvelpark, Trompenberg, Diergaardepark en de voormalige buiten- plaatsen Wisseloord en Quatre Bras. Het gebied heeft een parkachtige structuur in Engelse landschapsstijl gecom- bineerd met zichtassen. Het heeft brede lanen en ruime kavels. In het gebied bevinden zich meerdere ontworpen villaparken die in structuur van elkaar ver- schillen. Het gebied wordt gekenmerkt door een mix van historische en recente bebouwing. Deze is binnen verschillende stijlen individueel en afwisselend en bestaat voor het overgrote deel uit vrijstaande villa’s. De villa’s staan op ruime groene kavels met veel doorzichten tussen de bebouwing. De traditionele erf- afscheiding bestaat uit een laag muurtje of transparant hekwerk, waardoor de openbare ruimte en het groen kunnen doorlopen tot aan de voorgevel van de gebouwen. Er is over het algemeen één hoofdmassa met één wooneenheid per kavel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=04fcc4a6-cf25-422e-b3f7-fda5a8cc4ab9