CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Welstandsnota Herziening 2021

Raadscommissie 26 augustus 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Commissievoorstel Democraten Hilversum Rabobank-bouwplan centrum e.a. centrum bouwplannen (1052603)43.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Twee-onder-één-kap woningen en appartementengebouwen komen weinig voor. Villa’s zijn in het algemeen georiënteerd op de belangrijkste openba- re ruimte. Ze maken een duidelijk front richting zichtas, plantsoen, splitsing, kruising of weg. De woningen draaien met de bochten mee, staan op enige afstand van de weg en hebben een verspringende voorgevellijn. De opbouw van de villa’s is afwisselend en gedifferentieerd. De gebouwen in het villagebied hebben over het algemeen een compacte en ongedeelde hoofdvorm. De lengte-, hoogte- en breedtematen schelen niet meer dan een factor twee van elkaar. De individuele woning met twee tot drie lagen inclusief kap vormt de hoofdmaat. Bij de (oorspronkelijke) villa’s zijn de gevels gedifferentieerd. De lagen zijn naar boven toe aflopend in hoogte. Ook de indeling van de gevel verschilt per laag. Dit hangt samen met de traditionele functie- verdeling van een representatieve begane grond, daarboven een verdieping met slaapruimten en een zolder onder de kap. Deze karakteristieken geven oorspronkelijke villa’s een statig en monumentaal aanzien. Oorspronkelijk wor- den de villa’s omzoomd door groen. Ze keken uit op de weg en etaleerden zich als het ware. Dit komt ook tot uitdrukking in de representatieve voorgevels en, indien in het zicht, de zijgevels.

Bij latere bebouwing zijn de gevels over het algemeen minder representatief en niet altijd duidelijk op de weg georiën- teerd. Met name gevels van de twee-onder-één kapvilla’s hebben symmetrie. Mee ontworpen aan- en opbouwen komen hier veel voor. Ze zijn karakteristiek voor de oorspronkelijke bebouwing, dragen bij aan het individuele karakter en leggen, mede door het materiaalgebruik, een karakteristieke relatie met de omgeving. Bij de latere villa’s komen ze minder voor. De bijgebouwen liggen over het algemeen uit het zicht. Met name in het Kannesheuvelpark zijn op de groene binnenterreinen veel bijgebouwen gerealiseerd. Detaillering is zorgvuldig, sober tot zeer rijk. De oorspronkelijke villa’s zijn zeer statig en voornaam in met name de neoclassicistische stijl, de neo-renais- sance stijl en de Jugendstil en hebben een zeer rijke detaillering. De latere bebouwing is afwisselender van stijl en soberder in detaillering dan die van de oorspronkelijke bebouwing. Het materiaalgebruik is overwegend traditioneel en duurzaam. De gevels bestaan voornamelijk uit één hoofdmateriaal waarbij er geen nadrukkelijke scheiding tussen kap en onderbouw is. De gebruikte materialen zijn hoofdza- kelijk baksteen vaak met siermetselwerkverbanden, donkere of oranje kerami- sche dakpannen en geschilderd houtwerk. Daarnaast komen ook villa’s voor met gepleisterde gevels en/of een rieten kap.

Het kleurgebruik is terughoudend en traditioneel. De gevels zijn over het algemeen roodbruin, maar ook geelachtige en bruine bakstenen komen voor. Enkele gevels zijn wit geschilderd of in een lichte kleur gepleisterd. Kozijnen en ander houtwerk is in het algemeen geschilderd in traditionele kleuren als crèmewit en donkergroen. De naoorlogse villa’s en seriematige bebouwing zijn veelal minder nadrukkelijk georiënteerd op de openbare ruimte. Herhaling komt voor in de ensembles, zoals het Vivaldipark. De gevels zijn minder representatief en de architectoni- sche uitwerking en detaillering zijn soberder. Ook zijn er afwijkingen in maat, schaal, kleur- en materiaalgebruik. Uitzonderingen op de villabebouwing komen van oudsher in het hele gebied voor. Nieuwe gebouwen zoals flats, appartementenblokken, lange platte laagbouw en dergelijke waren in de oorspronkelijke plannen niet aanwezig. Appartementenblokken hebben een opbouw van maximaal drie lagen met kap of vier lagen met een plat dak. Opvallend is de horizontale opbouw waar- in, door herhaling in de gevel, de woonlagen duidelijk herkenbaar zijn. De recente nieuwbouw heeft veelal een afwijkend materiaalgebruik waarbij beton en betonsteen, plaatmateriaal en kunststof kozijnen voorkomen. Voorbeelden van afwijkende bebouwing zijn de Wisseloordstudio’s, Comeniuscollege en de woningen aan de Kangaroelaan.

Het gebruik van plaatmateriaal en kunststof is voor de toekomst in het algemeen ongewenst. 4.3.6. Aanvullend beleid voor de gebieden 3D en 3E - Noordwestelijk Villagebied De Visie Noordwestelijk Villagebied geeft richtlijnen gegeven voor bebouwing in het algemeen die ingaan op ligging, massa, detaillering en materiaal- en kleurgebruik. Voor de volgende gebouwtypen worden aparte aanvullende richtlijnen gegeven. Klein en oud Kenmerkend voor dit type is de soberheid, kleinschaligheid en de traditionele bouwstijl. De gebouwen zijn eenvoudig van opbouw en zorgvuldig gedetail- leerd. Ze hebben een gevarieerde architectuurstijl (eclecticisme). Ritmiek is van belang voor de gevelindeling. Gevels hebben vaak symmetrie. Het mate- riaal- en kleurgebruik is traditioneel. Neoclassicistische villa Kenmerkend voor dit type zijn de gepleisterde gevels, de rijke detaillering en de decoratieve elementen als gesneden houten vakwerkelementen, veranda’s en serres. De gebouwen hebben een duidelijk front naar de openbare ruimte. Er komen zowel vrijstaande als dubbele villa’s voor.

65

Vakwerkvilla Karakteristiek aan de vakwerkvilla zijn de vakwerkelementen in de gevel. De gevels zijn van baksteen of in lichte tint gepleisterd met donker, houten stijl- en regelwerk en daartussen soms houten betimmering. De opbouw is gediffe- rentieerd en de detaillering fijn. Bij kruisingen van wegen hebben de vakwerk- villa’s veelal een oriëntatie op beide. Statige villa eind negentiende - begin twintigste eeuw Veel villa’s uit de periode eind negentiende - begin twintigste eeuw hebben een sterk en statig eigen karakter met symmetrie in dak en gevels. Kenmerkend is de representativiteit van de voorgevel en zichtbare zijgevels. Gebouwen heb- ben een duidelijk front naar de openbare ruimte. De villa’s hebben een duide- lijke blokvorm met bakstenen gevels in neoclassicistische of neo-renaissance stijl. Ook komt een speelsere uitgewerkte hoofdvorm voor met gepleisterde gevels in met name Jugendstil en neoclassicistische stijl. De architectonische uitwerking en detaillering zijn rijk en de uitstraling is voornaam, mede door de verticale geleding van onder meer de raampartijen. Hilversumse villa Hilversumse villa’s zijn veelal vrijstaand maar ook uitgevoerd als twee-onder- één-kap. Kenmerkend voor dit type is het nadrukkelijke, steile dak met uitgetim- merde overstekken. Met name de vrijstaande villa’s hebben meerdere repre- sentatieve gevels.

De gebouwen hebben een duidelijk front naar de openbare ruimte. In het algemeen zijn de woonhuizen uitgevoerd in rode baksteen met houten kozijnen en heeft het dak donkere pannen of is gedekt met riet. Buitenwoonhuis Kenmerkend voor dit type is de compacte vorm van de villa in een traditionele en ambachtelijke bouwstijl, met een zeer expressieve kap gedekt met riet of pannen. De buitenwoonhuizen hebben een gedifferentieerde opbouw met vij vlakke gevels. De ramen hebben een roedeverdeling en zijn soms voorzien van luiken. De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en gevarieerd. Het kleur- en materiaalgebruik is ambachtelijk en traditioneel. Nieuwe Bouwen Kenmerkend voor dit type is de hoofdvorm van een samengesteld kubistisch volume, gladgestuct of van geschilderd metselwerk met veel glas in stalen kozijnen. Het dak is plat en heeft soms een overstekende rand. Het geheel is open, luchtig en lijkt het maaiveld slechts licht te raken. Dit type is veelal op de zon georiënteerd en dus niet altijd op de belangrijkste openbare ruimte. Middenstandswoningen Haagse School In de Indische buurt (Stedelijk Villagebied) staat een aantal woningen gebouwd in de stijl van de Haagse School. Het zijn expressieve bakstenen woningen met kubistische vormen. Kenmerkend zijn de platte daken, overstekende luifels op kolommen, de baksteenornamentiek en de robuuste uitstraling.

Er komen zowel één als meerdere woningen onder één dak voor. Landhuis midden twintigste eeuw Het landhuis midden twintigste eeuw is eenvoudig van opbouw met één of twee lagen en een zadeldak. De gevel is van baksteen, veelal wit geschilderd en de architectonische uitwerking en detaillering zijn op enkele versieringen na sober. Chalet Het chalet bestaat uit een eenvoudige hoofdvorm van één bouwlaag met kap. Kenmerkend bij dit type is het nadrukkelijke en flauw hellende zadeldak met grote dakoverstekken en het stijl- en regelwerk in de gevel. Appartementengebouw Op verschillende plekken in het villagebied zijn in de afgelopen decennia vrij- staande appartementengebouwen neergezet, die stedenbouwkundig in maat en schaal refereren aan de grootste villa’s. De gebouwen overdrijven echter die maat en er wordt niet gerefereerd aan de oorspronkelijke mate van bebou- wing van de kavel. Aangezien de architectonische uitvoering in kleinschaligheid, de herhaling van bouwkundige elementen en eenduidig uitgevoerde bouwlagen veel weg heeft van gestapelde woningbouw, past het karakter van deze gebouwen uiteindelijk niet zo goed als de bedoeling was. Ook de detaille- ring en materialisering blijven in het algemeen achter bij het gewenste niveau. Herhaling van dit soort bebouwing is niet gewenst voor de toekomst.

Appartementenblok jaren vijftig Dit type is een vrij laag appartementenblok in een zakelijke bouwstijl. De gevel heeft een horizontale geleding met verticale elementen. Door zijn plasticiteit en fijne detaillering voegt het gebouw zich goed tussen de villa’s. Gezien de afmetingen is dit type gebouw slechts op een beperkt aantal plaatsen gewenst. Bungalow De bungalow heeft een eenvoudige opbouw en een langgerekte bouwlaag met een flauw hellende kap of plat dak. De hoofdmassa is gevarieerd en door- gaans samengesteld. De bungalow is in het algemeen niet georiënteerd op de weg en staat tegenwoordig veelal verscholen achter heggen.

66

4.3.6.1. Gebieden 3D en 3E - Ensembles Noordwestelijk villagebied Voor diverse waardevolle historische ensembles in de beschermde gezichten zijn aanvullende criteria opgesteld. Deze criteria staan in bijlage 1 en betreffen de volgende ensembles: Stedelijk Villagebied (gebied 3D) 1. Ensemble Torenlaan en omgeving (1) 2. Ensemble Van Lenneppark (2) 3. Ensemble Ministerpark (3) 4. Ensemble Oude Enghweg (4) 5. Ensemble Blijdesteinlaan / Laan van Vogelenzang (5) 6. Ensemble Gerardus Gullaan (6) 7. Ensemble Kloppers De Jong (7) 8. Ensemble Koninginneweg / ‘s-Gravelandseweg (8) 9. Ensemble Indische buurt (9) 10. Ensemble Albertus Perkstraat / P.C. Hoofdweg 10) 11. Ensemble Albertus Perkstraat / Boomberglaan (11) 12. Ensemble stadse vakwerkvilla’s aan Middenweg (12) 13. Ensemble villa’s baksteenclassicisme Borneolaan (13) 14. Ensemble Dalweg / Javalaan (14) 15. Ensemble Burgemeester Gülcherlaan (15) 16. Ensemble Graaf Florislaan (16) 17. Ensemble Mauritslaan (17) 18. Ensemble Couperuslaan (18) 19. Ensemble Borneolaan (19) Noordelijk Villagebied (gebied 3E) 1. Ensemble villa’s J. Bol aan Parklaan, Nimrodlaan en Hoflaan (1) 2. Ensemble woningen aan de Wagnerlaan van P.H.N. Briët (2) 3. Ensemble villa’s aan de Trompenbergerweg / Tromplaan (3) 4. Ensemble Trompenbergerweg / Jac. Pennweg (4)

67

4.3.1.1.– Uitgangspunten Gebied 3A - Emmastraat en omgeving

De Emmastraat en omgeving is een parkachtig gebied met individuele, gedifferentieerde villa’s en middenstandswoningen. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Wernerlaan, Emmastraat en Oude Amersfoortseweg. Bijzondere elementen zijn de verspreid voorkomende gebouwen met afwijkende functies, zoals scholen en enkele bedrijfsgebouwen. Deze relatief grote gebouwen liggen vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. De waarde is vooral gelegen in het samenspel tussen de gedifferentieerde en rijk gedetailleerde bebouwing, openbare ruimte en groen. Diverse panden zijn door hun ligging, vorm en detaillering cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is aangewezen als monument of in het bestemmingsplan opgenomen als waardevol pand. De dynamiek van dit gebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen. De Emmastraat en omgeving is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is consoliderend en dient ertoe de waardevolle karakteristieken van het gebied te beschermen en ontwikkelingen zorgvuldig in te passen in de huidige situatie. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende en representatieve straat- beeld op het niveau van een gedifferentieerde opbouw, zorgvuldige architectonische uitwerking en traditionele materialen en kleuren.

68

4.3.1.2. Criteria Gebied 3A – Emmastraat en omgeving Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.

Ligging 1.1. gebouwen staan vrij met weinig onderlinge afstand of zijn tegen elkaar aan gebouwd 1.2. voorgevellijnen zijn recht of verspringen licht ten opzichte van elkaar 1.3. hoofdgebouwen nadrukkelijk oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte 1.4. bijgebouwen staan bij voorkeur achter de voorgevellijn en uit het zicht 1.5. verharding van voortuinen beperken

2.

Massa 2.1. gebouwen zijn individueel, afwisselend en gedifferentieerd 2.2. gebouwen hebben een duidelijke compacte hoofdmassa 2.3. villa’s bestaan uit een onderbouw tot twee lagen met een nadrukkelijke kap 2.4. de begane grondlaag is hoger dan de hoogte van de verdiepingen 2.5. de gevelcompositie harmonieert met de statige en monumentale opbouw van panden in de omgeving 2.6. de gevelopbouw van gebouwen in geleding, verhouding en detaillering afstemmen op gangbare gevelopbouw van (monumentale) panden in de omgeving 2.7. gevels zijn gedifferentieerd en representatief 2.8. ontwerpaandacht voor (deel)symmetrie 2.9. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa 2.10. bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw

3.

Architectonische uitwerking en detaillering 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en variëren van sober tot zeer rijk 3.2. gebouwen hebben een rijke uitstraling 3.3. bakstenen gevels zijn bij voorkeur voorzien van siermetselwerk 3.4. gevelopeningen zijn voornamelijk staand 3.5. uitgangspunt is traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen 3.6. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume

4.

Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn traditioneel 4.2. gevels zijn in beginsel van baksteen of stucwerk 4.3. hellende daken dekken met keramische pannen of leien 4.4. kozijnen zijn bij voorkeur van hout 4.5. daken en gevels zijn voornamelijk in aardkleuren 4.6. gepleisterde gevels zijn licht van kleur en bij voorkeur (crème)wit 4.7. kozijnen en ander houtwerk in beginsel schilderen in traditionele kleuren als crèmewit en donkergroen 4.8. materialen en kleuren van op- en aanbouwen aanpassen aan het hoofdvolume

Gebouwen hebben weinig onderlinge afstand

Gebouwen zijn individueel, afwisselend en gedifferentieerd

Ontwerpaandacht voor deelsymmetrie

Gebouwen hebben een rijke uitstraling

Traditioneel materiaal en kleurgebruik

69

4.3.2.1. Uitgangspunten Gebied 3B – Utrechtseweg en omgeving

De Utrechtseweg en omgeving is een parkachtig gebied met individuele, gedifferentieerde villa’s en middenstandswoningen. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Larixlaan, Utrechtseweg en het Laapersveld. De waarde is vooral gelegen in het samenspel tussen de gedifferentieerde en rijk gedetailleerde bebouwing, openbare ruimte en groen. Diverse panden zijn door hun ligging, vorm en detaillering cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is aangewezen als monument of in het bestemmingsplan opgenomen als waardevol pand. De dynamiek van dit gebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen. De Utrechtseweg en omgeving is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is consoliderend en dient ertoe de waardevolle karakteristieken van het gebied te beschermen en ontwikkelingen zorgvuldig in te passen in de huidige situatie. De welstandscommissie zal bij de advisering vooral aandacht schenken aan samenhang in het afwisselende en representatieve straatbeeld op het niveau van een gedifferentieerde opbouw, zorgvuldige architectonische uitwerking en traditionele materialen en kleuren.

70

4.3.2.2. Criteria Gebied 3B – Utrechtseweg en omgeving Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.

2.

Ligging 1.1. het groene parkachtige karakter van het villagebied behouden 1.2. voorgevellijnen verspringen ten opzichte van elkaar 1.3. gebouwen staan vrij en op grote onderlinge afstand 1.4. voorgevellijnen verspringen licht ten opzichte van elkaar 1.5. hoofdgebouwen nadrukkelijk oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte 1.6. doorzichten waar mogelijk behouden 1.7. bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevellijn 1.8. verharding van voortuinen beperken Massa 2.1. gebouwen zijn individueel, afwisselend en gedifferentieerd 2.2. gebouwen hebben een duidelijke compacte hoofdmassa 2.3. villa’s bestaan uit een onderbouw tot twee lagen met een nadrukkelijke kap 2.4. de begane grondlaag is hoger dan de hoogte van de verdiepingen 2.5. de gevelopbouw van gebouwen in geleding, verhouding en detaillering afstemmen op gangbare gevelopbouw van (monumentale) panden in de omgeving 2.6. gevels zijn gedifferentieerd en variëren van terughoudend tot representatief 2.7. gevels hebben op straatniveau een bewoond karakter 2.8. ontwerpaandacht voor (deel)symmetrie 2.9. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa 2.10. bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw

3.

Architectonische uitwerking en detaillering 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn gevarieerd en zorgvuldig 3.2. er is ontwerpaandacht voor alle details 3.3. bakstenen gevels zijn bij voorkeur voorzien van siermetselwerk 3.4. uitgangspunt is traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen 3.5. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume 3.6. scholen en kantoren zijn overwegend sober in uitwerking en detaillering en hebben een doorlopende gevelritmiek

4.

Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn traditioneel en bij scholen en kantoren terughoudend 4.2. gevels zijn in beginsel van baksteen en bij uitzondering van stucwerk of houten rabbatdelen 4.3. hellende daken dekken met keramische pannen of leien 4.4. kozijnen zijn bij voorkeur van hout 4.5. daken en gevels zijn voornamelijk in aardkleuren 4.6. gepleisterde gevels zijn licht van kleur en bij voorkeur (crème)wit 4.7. kozijnen en ander houtwerk in beginsel schilderen in traditionele kleuren als crèmewit en donkergroen 4.8. materialen en kleuren van op- en aanbouwen aanpassen aan het hoofdvolume

Representatieve bebouwing met een rijke detaillering in het Villapark

Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw

Zorgvuldige detaillering met aandacht voor alle details

Pand met symmetrie

71

4.3.3.1. Uitgangspunten Gebied 3C – Soesztdijkerstraatweg en omgeving

Gedifferentieerde gevel met nadrukkelijke gevelverlenging

Herhaling van vrijstaande panden is niet karakteristiek voor dit gebied

De Soestdijkerstraatweg en omgeving is een parkachtig gebied met individuele, gedifferentieerde villa’s en middenstandswoningen. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Curaçaolaan, Willem Alexanderlaan en een deel van de Soestdijkerstraatweg. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met afwijkende functies, zoals het kantoorgebouw aan de Bonairelaan. Deze relatief grote gebouwen liggen vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. De waarde is vooral gelegen in het samenspel tussen de gedifferentieerde en rijk gedetailleerde bebouwing, openbare ruimte en groen. Diverse panden zijn door hun ligging, vorm en detaillering cultuurhistorisch waardevol. De dyna- miek van dit gebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen. De Soestdijkerstraatweg en omgeving is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is consoliderend en dient ertoe de waardevolle karakteristieken van het gebied te beschermen en ontwikkelingen zorgvuldig in te passen in de huidige situatie. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende en representa- tieve straatbeeld op het niveau van een gedifferentieerde opbouw, zorgvuldige architectonische uitwerking en traditionele materialen en kleuren.

72

Materialen en kleuren zijn traditioneel en per cluster in samenhang

4.3.3.2. Criteria Gebied 3C – Soesztdijkerstraatweg en omgeving Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.

2.

Ligging 1.1. woningen zijn vrijstaand of maken deel uit van een compositie van twee of meerdere woningen onder één kap en voegen zich hier naar 1.2. voorgevellijnen verspringen ten opzichte van elkaar 1.3. gebouwen staan vrij op grote onderlinge afstand 1.4. de voorgevellijnen zijn per hoofdmassa (individuele woning of compositie) in samenhang en verspringen ten opzichte van elkaar 1.5. hoofdgebouwen nadrukkelijk oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte 1.6. doorzichten waar mogelijk behouden 1.7. bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevellijn 1.8. verharding van voortuinen beperken Massa 2.1. gebouwen zijn afwisselend en gedifferentieerd 2.2. woningen zijn individueel of maken deel uit van een compositie van twee of meerdere woningen onder één kap en zijn hiermee in samenhang 2.3. gebouwen hebben een duidelijke compacte hoofdmassa 2.4. woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw die bestaat uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap als duidelijke beëindiging 2.5. de begane grondlaag is hoger dan de hoogte van de verdiepingen 2.6. gevels zijn gedifferentieerd en representatief 2.7. ontwerpaandacht voor (deel)symmetrie per woning of rij 2.8. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa 2.9. bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw

3.

Architectonische uitwerking en detaillering 3.1. de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en variëren van sober tot fijn en zeer rijk 3.2. er is ontwerpaandacht voor alle details 3.3. uitgangspunt is traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen 3.4. wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume

4.

Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn traditioneel en per rij of cluster in samenhang 4.2. gevels zijn in beginsel van baksteen en bij uitzondering van stucwerk of houten rabbatdelen 4.3. hellende daken dekken met keramische pannen, leien of riet 4.4. materialen en kleuren van op- en aanbouwen aanpassen aan het hoofdvolume

Gedifferentieerde villa’s ter plaatse van de Soestdijkerstraatweg

Gebouwen staan vrij in een meer of minder ruime opzet

Zorgvuldige detaillering met ontwerp- aandacht voor alle details

Deelsymmetrie in het linker deel van de (zij)gevel

73

4.3.4.1. Uitgangspunten Gebied 3D – Beschermd gezicht Stedelijk Villagebied

Raadhuis op ruime kavel

Het Stedelijk Villagebied, gelegen tussen binnenstad en Noordelijk Villagebied, is een parkachtig gebied met individuele, gedifferentieerde villa’s en middenstandswoningen. Binnen dit gebied komen veel ensembles voor en planmatig ontwikkelde villaparken. Naast de historische ensembles die in de bijlage nader zijn beschreven, zijn er ook enkele moderne ensembles waar de eenheid van het geheel centraal staat. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Javalaan, ‘s-Gravelandseweg, Bergweg en Vaartweg. Bijzondere elementen zijn de verspreid voorkomende gebouwen met afwij- kende functies, zoals het raadhuis, kerken en scholen. Deze relatief grote gebouwen liggen vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. De waarde is vooral gelegen in het samenspel tussen bebouwing, openbare ruimte en groen. Dit samenspel, dat binnen het oorspronkelijke ontwerp van de verschillende gebieden in het villapark wordt benadrukt, is in de loop van de tijd onder druk komen te staan. Diverse panden en ensembles zijn door hun ligging, vorm en detaillering cultuurhistorisch waardevol. Een groot deel hiervan is aangewezen als monument. Behoud en herstel van historische eigenschappen van deze panden is gewenst. De dynamiek van dit gebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en aanbouwen. Het Stedelijk villagebied is een beschermd welstandsgebied.

Het beleid is consoliderend en dient ertoe de waardevolle karakteristieken van het gebied te beschermen en te versterken en ontwikkelingen zorgvuldig in te passen in de huidige situatie. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende en representatieve straatbeeld op het niveau van zorgvuldige architectonische uitwerking en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.

74

Ensembles: 1. Torenlaan en omgeving 2. Van Lenneppark 3. Ministerpark 4. Oude Enghweg 5. Blijdesteinlaan / Laan van Vogelenzang 6. Gerardus Gullaan 7. Kloppers De Jong 8. Koninginneweg / ‘s-Gravelandseweg 9. Indische buurt 10. Albertus Perkstraat / P.C. Hoofdweg 11. Albertus Perkstraat/ Boomberglaan 12. Stadse vakwerkvilla’s aan Middenweg 13. Villa’s baksteenclassicisme Borneolaan 14. Dalweg / Javalaan 15. Burgemeester Gülcher-laan 16. Graaf Florislaan 17. Mauritslaan 18. Couperuslaan 19. Borneolaan

4.3.4.2. Criteria Gebied 3D – Beschermd gezicht Stedelijk Villagebied Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.

2.

Ligging 1.1. het groene parkachtige karakter van het villagebied behouden en versterken 1.2. voorgevellijnen verspringen ten opzichte van elkaar 1.3. hoofdgebouwen zijn nadrukkelijk georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte, en hebben zo nodig een dubbele oriëntatie 1.4. bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevellijn 1.5. doorzichten waar mogelijk behouden 1.6. garages liggen bij voorkeur zes meter achter de voorgevellijn 1.7. verharding van voortuinen voor bijvoorbeeld inritten is in principe ongewenst Massa 2.1. gebouwen zijn individueel, afwisselend en gedifferentieerd of maken deel uit van een samenhangend ensemble 2.2. gebouwen hebben een duidelijke compacte hoofdmassa 2.3. villa’s bestaan uit een onderbouw tot twee lagen met een nadrukkelijke kap 2.4. de begane grondlaag is hoger dan de hoogte van de verdiepingen 2.5. de gevelcompositie harmonieert met de statige en monumentale opbouw van panden in de omgeving 2.6. de gevelopbouw van gebouwen in geleding, verhouding en detaillering afstemmen op gangbare gevelopbouw van (monumentale) panden in de omgeving 2.7. gevels zijn gedifferentieerd en representatief 2.8. ontwerpaandacht voor (deel)symmetrie 2.9. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa 2.10. bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw

3.

Architectonische uitwerking en detaillering 3.1. detaillering is gevarieerd en zorgvuldig, sober tot zeer rijk en per gebouw of ensemble in samenhang 3.2. individuele gebouwen in een ensemble voegen zich naar het geheel 3.3. gebouwen hebben een rijke uitstraling 3.4. bakstenen gevels zijn bij voorkeur voorzien van siermetselwerk 3.5. gevelopeningen zijn voornamelijk staand 3.6. uitgangspunt zijn traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen

4.

Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn traditioneel, bij voorkeur in harmonie met omgeving 4.2. gevels zijn van baksteen en bij uitzondering van stucwerk of houten rabatdelen 4.3. hellende daken zijn gedekt met keramische pannen, leien of riet 4.4. kozijnen zijn bij voorkeur van hout 4.5. daken en gevels zijn voornamelijk in aardkleuren 4.6. gepleisterde gevels zijn licht van kleur en bij voorkeur (crème)wit 4.7. kozijnen en ander houtwerk is in het algemeen geschilderd in traditionele kleuren als crèmewit en donkergroen

5.

Aanvullende criteria ensembles 5.1. voor diverse samenhangende ensembles zijn in Bijlage 1 aanvullende criteria opgenomen

Torenlaan met statige hoofdvorm en asymmetrie

Samengestelde vorm rond rondpoint

Zorgvuldige detaillering met onder andere gesneden vakwerkelementen

Kralenketting van bebouwing

Statige hoofdvorm

75

4.3.5.1. Uitgangspunten Gebied 3E – Beschermd gezicht Noordelijk Villagebied

Hilversumse villa met nadrukkelijke steile kap met uitgetimmerde overstekken

Seriematige bebouwing is minder na- drukkelijk op openbare ruimte gericht

In het Noordelijk Villagebied staan voornamelijk vrijstaande villa’s met een statige voorgevel en compacte grondvorm in ruime groene tuinen. De villa’s zijn gelegen in planmatig aangelegde gebieden of voormalige buitenplaatsen. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de ‘sGravelandseweg, Doodweg, Bussummergrindweg en Beethovenlaan. Bijzondere elementen in het gebied zijn vier waardevolle ensembles, waar aanvullende criteria voor zijn opgesteld. Hier is behoud van de samenhang in het ensemble uitgangspunt bij de beoordeling van bouwplannen. Naast deze historische ensembles die in de bijlage nader zijn beschreven, zijn er ook enkele moderne ensembles waar de eenheid van het geheel centraal staat. De waarde is vooral gelegen in het samenspel tussen bebouwing, openbare ruimte en groen. Dit samenspel, dat binnen het oorspronkelijke ontwerp van de verschillende gebieden in het villapark wordt benadrukt, is in de loop van de tijd onder druk komen te staan. Diverse panden en ensembles zijn door hun ligging, vorm en detaillering cultuurhistorisch waardevol. Een groot deel hiervan is aangewezen als monument. Behoud en herstel van historische eigenschappen van deze panden is gewenst. De dynamiek van dit gebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en aanbouwen. Het Noordelijk villagebied is een beschermd welstandsgebied.

Uitzondering hierop is park Heksenwei, dat een gewoon welstandsgebied is. Het beleid is consoliderend en dient ertoe de waardevolle karakteristieken van het gebied te beschermen en te versterken en ontwikkelingen zorgvuldig in te passen in de huidige situatie. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende en representatieve straatbeeld op het niveau van de zorgvuldige architectonische uitwerking en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.

76

Zakelijke bouwstijl van appartementen- blok uit jaren vijftig is uitzondering

Ensembles 1. Ensemble villa’s J. Bol aan Parklaan, Nimrodlaan en Hoflaan 2. Ensemble woningen aan de Wagnerlaan van P.H.N. Briët 3. Ensemble villa’s aan de Trompenbergerweg/ Tromplaan 4. Ensemble Trompenbergerweg / Jac. Pennweg

4.3.5.2. Criteria Gebied 3E – Beschermd gezicht Noordelijk Villagebied Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: 1.

2.

Ligging 1.1. het groene parkachtige karakter van het villagebied behouden en versterken 1.2. voorgevellijnen verspringen ten opzichte van elkaar 1.3. hoofdgebouwen nadrukkelijk oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte 1.4. bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevellijn 1.5. doorzichten waar mogelijk behouden 1.6. garages liggen bij voorkeur zes meter achter de voorgevellijn 1.7. beperk de hoeveelheid verharding in voortuinen zoveel als mogelijk Massa 2.1. gebouwen zijn individueel, afwisselend en gedifferentieerd of maken deel uit van een samenhangend ensemble 2.2. villa’s hebben een duidelijke compacte hoofdmassa en bestaan uit een onderbouw tot twee lagen met een nadrukkelijke kap 2.3. gebouwen hebben een begane grondlaag die hoger is dan de hoogte van de verdiepingen 2.4. de gevelcompositie harmonieert met de statige en monumentale opbouw van panden in de omgeving 2.5. de gevelopbouw van gebouwen in geleding, verhouding en detaillering afstemmen op gangbare gevelopbouw van (monumentale) panden in de omgeving 2.6. gevels zijn gedifferentieerd en representatief 2.7. ontwerpaandacht voor (deel)symmetrie 2.8. uitbreidingen als aanbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa 2.9. bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw

3.

Architectonische uitwerking 3.1. detaillering is zorgvuldig en varieert van sober tot zeer rijk 3.2. individuele gebouwen in een ensemble voegen zich naar het geheel 3.3. gebouwen hebben een rijke uitstraling 3.4. bakstenen gevels zijn bij voorkeur voorzien van siermetselwerk 3.5. gevelopeningen zijn voornamelijk staand 3.6. traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt

4.

Materiaal en kleur 4.1. materialen en kleuren zijn traditioneel, bij voorkeur in harmonie met omgeving 4.2. gevels in principe uitvoeren in baksteen en bij uitzondering in stucwerk of houten rabatdelen 4.3. hellende daken dekken met keramische pannen, leien of riet 4.4. kozijnen bij voorkeur uitvoeren in hout 4.5. daken en gevels zijn voornamelijk in aardkleuren 4.6. gepleisterde gevels zijn licht van kleur en bij voorkeur (crème)wit 4.7. kozijnen en houtwerk in beginsel schilderen in traditionele kleuren als crèmewit en donkergroen

Ruime, groene parkachtige structuur met karakteristieke bebouwing

Woningen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte

Villa’s hebben een gedifferentieerde opbouw

5. Aanvullende criteria ensembles voor diverse samenhangende ensembles zijn in Bijlage 1 aanvullende criteria opgenomen Detaillering is zorgvuldig

Bakstenen gevels, dak met pannen en houten kozijnen in traditionele kleuren

77

4.4

Tuinwijken

De tuinwijken van Hilversum liggen verspreid over de gemeente en zijn in hoofdzaak planmatige uitbreidingen uit de jaren ‘20 en ’30. De wijken bestaan uit zowel vrijstaande als in rijen aaneengebouwde woningen in een zorgvul- dige baksteenarchitectuur met rijke detaillering. 4.4.1. Gebied 4A - Electrobuurt, Zwaluwplein en Liebergen Oost Deze gebieden hebben een kleinschalige tuindorpbebouwing uit de periode 1900-1920. De volkswoningbouwcomplexen hebben een vrij sobere opzet met langgerekte woningblokken in een open verkaveling. Kenmerkend is de sterke samenhang tussen architectuur en stedenbouw. Dit uit zich in hoekoplossingen, as-beëindigingen en rooilijnverspringingen, kleine omzoomde pleintjes, accenten bij achterpaden en bijzondere functies. Binnen de rijen komen hier en daar poorten voor. In het zuidelijke deel van deze wijk zijn door zowel particu- liere woningbouwverenigingen als de gemeente volkswoningbouwcomplexen gebouwd. Deze complexen sluiten in architectuur en stedenbouw veelal op elkaar aan en vormen zodoende een eenheid. De architectuur van de complexen is gebaseerd op herhaling van de woning als basiseenheid waarbij bijzonderheden in de structuur vertaald worden naar accenten in de architectuur, zoals hoogteverschillen, topgevels, poorten en rooilijnverspringingen. De complexen vormen afgewogen composities met herhalingen, accenten en symmetrie.

De woningen hebben één tot twee lagen met veelal een nadrukkelijke kap. De voorgevellijn is per cluster in samenhang. Opbouw en gevels hebben een horizontale geleding met verticale accenten. De rand van het dak is benadrukt door overstekken en nadrukkelijke dakgoten. De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en per cluster in samenhang. Raamvlakken zijn veelal onderverdeeld met stijlen en regels. Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel en per complex in samenhang. De overgang tussen openbaar en privé is met zorg vormgegeven met portieken, luifels en tuinmuurtjes. Een deel van de rijen en blokken heeft nog karakte- ristieke oorspronkelijke elementen zoals lage gemetselde muurtjes of lage hekwerken als erfafscheidingen, luifels boven de voordeur en oorspronkelijke kozijnindelingen. Het rondom de Pelikaanstraat aangelegde woningbouwcomplex is gebouwd in de stijl van de Delftse School. Naast de St. Josephkerk en de voormalige pastorie bestaat het uit drie rijtjes arbeiderswoningen. De kerk bevat nu een aantal appartementen. De arbeiderswoningen zijn net als de kerk in gele steen opgetrokken en hebben één bouwlaag met een hoog opgaand zadeldak. Het achtste gemeentelijk complex aan het Slachthuisplein (het huidige Jac. P. Thijsseplein) is vervangen door nieuwbouw.

Ter plaatse van het slachthuis staan nu patiowoningen met daaromheen gestapelde en eengezinswoningen. Ze hebben een sterke horizontale geleding met verticale accenten. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met een afwijkende functie als scho- len en kerken. Enkele van deze elementen hebben cultuurhistorische waarde. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. 4.4.2. Gebied 4B -Plan Simon Stevin De aanleg van deze middenstandswijk vond plaats volgens een door Dudok opgestelde partiële wijziging op het uitbreidingsplan van 1905, Plan Simon Stevin. Het gebied vertoont ook hier een sterke samenhang tussen steden- bouw en architectuur, te herkennen aan bijvoorbeeld hoekoplossingen en ver- springingen in de voorgevellijn. De royale maat van de straten, de grootte van de pleinen, villa’s en bouwblokken, maar ook de gedifferentieerde opbouw, representativiteit en mate van detaillering maken het verschil met gebied 4A. De bebouwing in dit gebied bestaat merendeels uit woningen van twee tot drie onder één kap. Daarnaast komen er relatief veel openbare gebouwen voor. De woningen zijn één tot twee lagen hoog en hebben een samengestelde, nadrukkelijke kap. De geschakelde en rijwoningen zijn als eenheid ontworpen. Ze zijn gericht op de straat en vormen een nadrukkelijk front, waarbij de voor- gevellijn verspringt. Gevels zijn representatief.

De woningen hebben een afwis- selende en gedifferentieerde opbouw met een representatieve begane grondlaag met hoge verdiepingshoogte. Het merendeel van de woningen heeft als stijlkenmerken het nadrukkelijke steile dak met veelal uitgetimmerde overstek- ken en een gevel met horizontale geleding en verticale accenten. Opvallend zijn de (strook)ramen direct onder het dak. De op- en aanbouwen zijn in het algemeen mee ontworpen. De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend. Het materiaalgebruik is traditioneel. Gevels zijn van oranje of bruinachtig baksteen in Hilversums formaat met metselwerkpatronen als accent. Hellende daken zijn gedekt met oranje of gesmoorde keramische dakpannen. Kozijnen, lijsten, deuren en dergelijke zijn van hout en geschilderd in de oorspronkelijke of traditionele kleuren. Langs de Johannes Geradtsweg staan riante woonhuizen, voornamelijk twee onder één kap. De twee onder één kapwoningen zijn als eenheid ontworpen, maar hebben onderling een afwisselende opbouw. Uitzondering is het appartementengebouw aan de Johannes Geradtsweg op de hoek met Jacob van Campenlaan. Dit appartementengebouw heeft een te grote schaal en platte detaillering om goed tussen de lintbebouwing te passen. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met een afwijkende functie als scho- len en kerken.

Een deel van deze elementen heeft cultuurhistorische waarde. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. 4.4.3. Gebied 4C – Erfgooierskwartier/Noord Het Erfgooierskwartier is ruim van opzet en heeft het karakter van een tuin- dorp. Het gebied heeft relatief veel variatie in bebouwing, waarbij binnen een cluster woningtypes en plattegronden herhaald worden. De voorgevellijnen en nokrichting lopen evenwijdig aan de straat waarbij verspringingen en verdraai- ingen een stedenbouwkundige aanleiding hebben. De woningen zijn zorgvul- dig afgewogen composities met een duidelijke horizontale geleding met verti- cale accenten. De meeste woningen hebben een onderbouw van één tot twee lagen met een kap. Ze hebben per cluster een duidelijke onderlinge samen- hang. Als accenten komen onder andere hoogteverschillen, nokverdraaiingen en bijzondere hoekwoningen voor. De materialisering en de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig. De woningen zijn uitgevoerd in oranje of bruinachtige baksteen. Ze hebben een zware en overstekende kap met oranje of gesmoorde dakpannen. De dakvlakken zijn in principe ondoorbroken en de

78

overstekken zijn uitgetimmerd. De overgang tussen openbaar en privé is zorgvuldig vormgegeven door middel van luifels en door lage muurtjes en hekjes als erfafscheiding. Bijzonder is de samenhang tussen de woningblokken onderling en de samen- hang met de openbare ruimte de bebouwing van het vierentwintigste en vijf- entwintigste woningbouwcomplex. Deze complexen zijn in onderlinge samen- hang ontworpen door Dudok. Het zijn lange besloten bouwblokken waarbij het dakvlak het ritme bepaalt. De horizontaliteit wordt doorbroken door verticale accenten op hoeken van bouwblokken en op plekken met een stedenbouwkundige aanleiding. 4.4.4. Gebied 4D - Plan Oost Plan Oost is 2015 door het Rijk aangewezen als beschermd stadsgezicht. Binnen de grenzen van Plan Oost bevinden zich drie welstandsgebieden waarvoor aparte criteria zijn opgesteld. De gebieden zijn het tuindorp Plan Oost inclusief Kamrad, de Larenseweg en omgeving en de moderne invulling ter plaatse van het Seinhorst terrein. De deelgebieden zijn in de structuurkaart bij de criteria aangegeven en hieronder volgt de beschrijving. Het grootste deelgebied is Plan Oost, een vooroorlogse tuinstadwijk die gro- tendeels is gebouwd op basis van het partiële uitbreidingsplan Plan-Oost van W.M. Dudok. Dit gebied heeft nog steeds de kenmerken van een planma tig opgezette woonwijk met een heldere overgang van stad naar landschap.

Kenmerkend in het plan is het net van verkeerswegen dat bestaat uit straals- gewijze radialen tussen, en deels op, oude heidewegen, met haaks daarop lopende gebogen ringwegen. Via de plantsoenen langs enkele radialen is de verbinding gelegd met de natuur buiten de stad. Ook langs de ringwegen lig- gen plantsoenen. De verkaveling is ruim en afwisselend open en gesloten. De wijk is harmo- nisch, evenwichtig en zorgvuldig vormgegeven. De ruimtelijke kwaliteit van dit gebied bestaat vooral uit de zorgvuldige samenhang tussen stedenbouw en woningbouw door onder andere gevellijnverspringingen, afwisselende hoog- tes en verbijzonderde hoeken. Een aantal bijzondere gebouwen als scholen brengt enige allure en afwisseling. Met name in het zuiden van dit deelge- bied komen een aantal volkswoningbouwcomplexen voor. Dit zijn veelal lange gesloten bouwblokken zonder verspringende voorgevellijn. De horizontaliteit wordt doorbroken door verticale accenten op de hoeken en bijzondere plekken als het einde van zichtassen. De meeste bebouwing heeft een onderbouw van één tot twee lagen en een nadrukkelijke kap met overstekken. Gevels hebben een horizontale geleding door onder andere raamstroken direct onder de kap en enkele verticale accenten. De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en veelal uitgewerkt tot het kleinste niveau.

Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel en per cluster in samenhang. Gevels zijn in hoofd- zaak van baksteen, soms met siermetselwerkverbanden, houten accenten of ze zijn in lichte tint gepleisterd. Hellende daken zijn in het algemeen gedekt met keramische pannen, veelal in de kleur oranje. Kozijnen en ander houtwerk is geschilderd. De overgang tussen openbaar en privé is over het algemeen mee ontworpen en bestaat meestal uit lage muurtjes met penanten en daar- tussen hekwerken. Deze zijn per cluster in samenhang. In het door Dudok in 1933 ontworpen plan Kamrad, ten oosten van de Kamerlingh Onnesweg, staan zeven gestempelde clusters met eengezinswoningen en etagewoningen die de gebogen loop van de Kamerlingh Onnesweg volgen. De clusters staan als tanden in het heidegebied en vormen zo de vloeiende overgang tussen stad en natuur. De gebouwen zijn pas in de jaren ‘60 gebouwd. Schuin ten opzichte van de ringweg staat steeds een blok met etagewoningen opgebouwd uit een plint, drie woonlagen en een zadeldak. Daarachter liggen haaks op dit blok drie rijen etagewoningen en loodrecht op de ringweg één rij eengezinswoningen met de opbouw van twee lagen met een zadeldak. De clusters zijn gespiegeld over de as van de Eemnesserweg, die aanleiding is geweest voor een verbijzondering.

In tegenstelling tot de andere vijf clusters staan hier aan weerszijden van de as twee clusters waarbij het blok etagewoningen evenwijdig aan de ringweg staat met haaks erachter twee rijen eengezinswoningen. De opbouw van de woningen is eenvoudig. Bij de etagewoningen is de plint van het gebouw uitgevoerd in een donkerder baksteen dan de rest van de gevels. Entree en balkons zijn vormgegeven als accenten. Bij de eengezinswoningen is herhaling van de woning het kenmerk. Hoekwoningen wijken nauwelijks af van de tussenwoning. De woningen heb- ben veelal een voor- en achterplaats als buitenruimte. Gevels zijn van bak- steen, hellende daken gedekt met pannen. De bijzonderheid van dit gebied zit in de plaatsing en vorm van de massa’s en niet in de architectuur. Het gebied rondom de Larenseweg ten noorden van de Radiostraat maakt geen onderdeel uit van het uitbreidingsplan en is op een traditionele manier verkaveld met relatief veel variatie in bebouwing, waarbinnen een cluster woningtypes en plattegronden al dan niet gespiegeld herhaald worden. Dit gebied heeft sterke overeenkomsten met het Erfgooierskwartier (3C). Er staan voornamelijk middenstandswoningen met voortuinen die de straten een groen parkachtig aanzien geven en met vrij grote achtertuinen. Tussen de blokken liggen zijtuinen.

Kenmerkend voor dit gebied zijn de kleine sprongen in de voorgevellijn en de afwisselende diepte van de voortuinen. Voorgevels en nok- ken lopen evenwijdig aan de straat, verspringingen en verdraaiingen hebben een stedenbouwkundige aanleiding. Woningen zijn vrijstaand of in korte rijen aan elkaar gebouwd. Hoeken zijn in het algemeen verbijzonderd. De wonin- gen hebben een afwisselende opbouw van één tot twee lagen met nadruk- kelijke, veelal samengestelde kappen met overstekken. De gevels hebben doorgaans een horizontale geleding met verticale accenten. Raampartijen op de verdieping liggen meestal direct onder de kap. Detaillering is zorgvuldig en het materiaal- en kleurgebruik zijn traditioneel. De woningen zijn uitgevoerd in oranje of bruinachtig baksteen. De kappen zijn gedekt met oranje of donkere dakpannen. Tuinafscheidingen bestaan over het algemeen uit lage muurtjes met penanten en daartussen hekwerken en zijn per cluster in samenhang. Uitzondering in het gebied is Seinhorst dat is herontwikkeld tot woongebied met rijwoningen, appartementenblokken, een winkelcentrum en een kerk. Seinhorst heeft een ruime opzet met bebouwing rond een centraal gelegen openbare ruimte. Het winkelcentrum bestaat uit verticaal gelede woningblok- ken met een doorlopende begane grondlaag met winkels.

Op de scheiding tussen winkels en woningen loopt een doorlopende luifel waarop haaks op de gevel de reclame is ondergebracht. De blokken zijn drie lagen hoog en heb- ben deels een terugliggende vierde laag. De gevels van de woningen zijn van gevouwen staalplaat met daarvoor een raamwerk met gebakken tegels. De winkels hebben puien met glas. Naast het winkelcentrum staan drie appartementenblokken. Dit zijn opengewerkte blokvormige volumes van zes lagen hoog. De gevel is gemetseld in witte steen en heeft rechthoekige staande ramen in een regelmatig ritme. De kozijnen zijn wit en de opengewerkte stuk- ken en balkonhekken zijn afgewerkt met smalle roodbruine verticale delen.

79

Aan de randen van het terrein staan rijwoningen. Herhaling is uitgangspunt met slechts accenten op hoeken en assen. De rijen hebben een opbouw van twee lagen met zadeldak. De hoeken van de rijen hebben een hoogteaccent in de vorm van een extra laag. Daarnaast staan er rijwoningen bestaande uit een opbouw van twee lagen en een terugliggende derde laag met een flauw hellend lessenaarsdak. De woningen hebben een horizontale geleding door bijvoorbeeld raamstroken, banden van gekleurd metselwerk, luifels en nadruk- kelijke overstekken. Bijzondere elementen in het gebied Plan Oost zijn grote objecten met een afwijkende functie zoals scholen. Deze gebouwen dringen zich in het alge- meen niet op in de structuur, maar schakelen net als de hoeken van blokken in Plan Oost de ruimten aan elkaar. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in bajonetop- lossingen en asverschuivingen met in beginsel een plein aan de voorkant van het gebouw. De architectonische uitwerking van deze gebouwen sluit veelal aan op de omgeving, terwijl kleuren af kunnen wijken. 4.4.5. Gebied 4E - De Waaier De Waaier is een parkachtig gebied met middenstandswoningen en dankt zijn naam aan het waaiervormige stratenpatroon. Het gebied wordt gekenmerkt door een hoge mate van eenheid in architectuur. De woningen zijn vrijstaand of vormen blokjes van twee of drie woningen die veelal symmetrisch van opzet zijn.

De woningen staan met uitzondering van de woningen langs de Pieter de Hooghlaan langs licht gebogen lanen. De woningen draaien met de weg mee en zijn bij kruisingen hierop georiënteerd. De opbouw is gedifferentieerd en bestaat uit een onderbouw van twee lagen met een samengestelde kap met grote overstekken. Door de gedifferentieerde opbouw met veel mee ontwor- pen uitbouwen als entrees aan de zijkant van de woningen, serres en loggia’s hebben de hoofdmassa’s een individuele uitstraling en vallen de herhalingen van woningtypes niet op. De architectonische uitwerking en detaillering zijn zeer zorgvuldig met aandacht voor alle details. Gevels hebben een horizon- tale geleding door nadrukkelijke horizontale accenten als dakgoten, luifels en strookramen. Het hoge dak en de schoorsteen zorgen onder andere voor verti- cale accenten. De gevels zijn gemetseld met roodbruine of bruine baksteen en hebben subtiele verspringingen in het gevelvlak en siermetselwerkverbanden. De hellende daken zijn gedekt met gebakken pannen. De kozijnen zijn van hout en veelal geschilderd in gebroken wit en soms gecombineerd met donker- groen. De erfafscheiding is zorgvuldig vormgegeven en bestaat vaak uit een laag gemetseld muurtje. 4.4.6. Gebied 4F - Plan Zuid Plan Zuid is 2015 door het Rijk aangewezen als beschermd stadsgezicht.

Binnen de grenzen van Plan Zuid bevinden zich drie welstandsgebieden waar- voor aparte criteria zijn opgesteld. De gebieden zijn de volkswoningen ten noor- den van de Diependaalselaan (Neuweg en omgeving), de linten Gijsbrecht van Amstelstraat en Hilvertsweg en tot slot de tuinwijk Plan Zuid ten zuiden van de Diependaalselaan. De deelgebieden zijn in de structuurkaart bij de criteria aangegeven en hieronder volgt de beschrijving. Het deelgebied ten zuiden van de Diependaalselaan (Plan Zuid) maakt deel uit van het plan Zuid van Dudok, partiële herziening uitbreidingsplan, 1927-1931. Langs de rechte en ruime straten staan middenstandswoningen, naar het groen gekeerd en deels complexmatig gebouwd. Het bestaat uit eengezins- woningen van twee tot zes onder één kap met daartussen ruime zijtuinen. Via de Lijsterbeslaan en de Kastanjelaan komt het groen de stad binnen. Samen met de Kastanjevijver is dit de belangrijkste structuur in deze buurt. De zichtlijn vanuit de Elzenlaan op de Diependaalsekerk is dominant aanwezig. Het gebied heeft ruime middenstandswoningen van één tot twee bouwlagen onder een kap. De woningen worden gekenmerkt door langgerekte blokken langs rechte straten met vlakke lange gevels en een vensterreeks onder de dakrand. Afwisselende dakvlakken en nokrichting geven de blokken ritmiek. De hoekwoningen hebben hier en daar een extra nadruk door accenten.

Een groot deel van de woningen maakt deel uit van ensembles. Uitzondering is de meer recente invulling aan de J.H. Meijerstraat. Dit gebied wijkt zowel in structuur als in massa en uitwerking af van de rest van Plan Zuid. Het is een losstaande invulling geworden met in vorm en uitwerking relatief sobere bebouwing. Het deel ten noorden van de Diependaalselaan (Tuindorp Bloemenbuurt Zuid) is een tuindorpwijk met volkswoningbouwcomplexen. De tuinstadgedachte die aan de woningbouwcomplexen in dit gebied ten grondslag lag uit zich in het in zichzelf gekeerde wegenpatroon met straten, pleinen, hofjes en gazons waar- op de bebouwing, door middel van zichtlijnen, verspringende voorgevellijnen, poortjes, hoekoplossingen en accenten, direct is afgestemd. Hierdoor vormen de stedenbouwkundige opzet en de bebouwing een onlosmakelijk geheel. Er is een duidelijke wisselwerking tussen open en gesloten ruimtes, waarbinnen openbare gebouwen spilpunten zijn. Bijzonder in dit gebied zijn de zeven woningbouwcomplexen van Dudok. Deze complexen hebben korte rijen woningen met per complex een samenhangen- de uitwerking met veelal nadrukkelijke kappen, accenten in de massa en een zorgvuldige detaillering. De bebouwing is veelal georiënteerd op een publiek gebouw zoals de Clemenskerk, Geraniumschool en een voormalig badhuis.

De openbare gebouwen in de woningbouwcomplexen hebben een afwijken- de massa, vorm en opbouw. In detaillering, materiaal en kleur zijn er over- eenkomsten met de omliggende woonbebouwing. De gebouwen bestaan uit verschillende in elkaar geschoven blokken, die samen een uitgebalanceerde compositie vormen. De overgang tussen de openbare ruimte en het interieur is zorgvuldig vormgegeven met terrassen, muurtjes en trappen. De detaillering en materialisering zijn zorgvuldig en tot op het kleinste niveau uitgewerkt. Uitzondering is de recente invulling aan de Egelantierstraat. Dit grote bouwblok doorbreekt de structuur van het gebied en heeft een relatief sobere uitwerking. Aan de linten Gijsbrecht van Amstelstraat en Hilvertsweg en omgeving staan afwisselend panden met op de begane grond een winkel- of horecafunctie. De woningen zijn in rijen gebouwd waarbij herhaling uitgangspunt is. Ze bestaan uit een onderbouw van één tot twee lagen met zadeldak of mansar- dekap waarbij de nokrichting evenwijdig aan de straat loopt. De architectuur is overwegend eenvoudig en verzorgd met accenten in hout of pleisterwerk. De ritmiek in de blokken wordt bepaald door onder andere hoekoplossingen, afwisselende dakvlakken, dakkapellen en accenten boven ramen en deuren. Het materiaal en kleurgebruik is traditioneel. Reclame komt veel voor en is opvallend in het straatbeeld.

Door individuele wijzigingen zoals het

80

optrekken van voorgevels en het aanbrengen van dakkapellen en door sloop en nieuw- bouw is het samenhangende beeld op veel plaatsen aangetast. Bijzondere elementen in Plan Zuid zijn de gebouwen met afwijkende functies zoals kerken, scholen en een badhuis. Zij zijn oriëntatiepunten in de wijk. De Zuiderkerk staat in de as van de Orchideestraat en heeft een robuuste opbouw met bescheiden een rechthoekige toren met een langgerekt punt- dak die aan de voorzijde van de kerk is uitgebouwd. De Clemenskerk heeft een samengestelde opbouw met opeenvolgende daken op verschillende niveau’s. Opvallend is het ronde glas in lood raam boven de dubbele toegangsdeur. Verschillende volkswoningbouwcomplexen rondom deze kerk en hebben zichtassen naar de kerk. De toren van de Diependaalsekerk vormt een belangrijk oriëntatiepunt in het zuidelijk deel van de Bloemenbuurt. Ze heeft een strakke opbouw met subtiele verspringingen in het gevelvlak, gevarieerde metselwerkverbanden en decoratieve elementen in het metselwerk. De Oranjeschool, Geraniumschool, Dr. H. Bavinckschool, de Juliana-school en het voormalige badhuis zijn allen ontworpen door Dudok en hebben in stijl veel met elkaar gemeen. Het zijn zorgvuldig afgewogen composities samen- gesteld met blokvormige volumes.

Ze zijn voorzien van een duidelijke hori- zontale geleding door strookramen, slanke daklijsten, luifels en lange lage muurtjes en hebben verticale accenten in de vorm van slanke torenachtige volumes. De gevelvlakken hebben een subtiele vlakverdeling door verschil- lende metselwerkverbanden. Het kleurgebruik is traditioneel met bijvoorbeeld gebroken wit en donkergroen of origineel met geel, oranje en blauw. 4.4.7. Gebied 4G - Schrijverskwartier De tuinwijk rond de Gijsbrecht van Amstelstraat heeft een ruime verkaveling en is afwisselend open en gesloten. De wijk grenst aan het beschermd gezicht van het stedelijk villagebied en is zorgvuldig vormgegeven. De ruimtelijke kwaliteit van dit gebied bestaat vooral uit de zorgvuldige samen- hang tussen stedenbouw en woningbouw door onder andere kleine versprin- gingen in de voorgevellijn, afwisselende hoogtes en verbijzonderde hoeken. De bebouwing bestaat zowel uit rijwoningen aan de randen en langs hoofd- wegen, als uit twee onder een kapwoningen en vrijstaande woningen. De voorgevelrooilijnen volgen de weg en zijn per rij in samenhang. De meeste bebouwing heeft een onderbouw van één tot twee lagen en een nadrukkelijke kap met overstekken. Gevels hebben een horizontale geleding door onder andere raamstroken direct onder de kap en enkele verticale accenten.

De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, uitgewerkt tot het kleinste niveau. Materialen en kleuren zijn traditioneel en per cluster in samenhang. Gevels zijn in hoofd- zaak van baksteen, soms met siermetselwerkverbanden, houten accenten of in lichte tint gepleisterd. Hellende daken zijn veelal gedekt met keramische pannen. Houtwerk is geschilderd. De overgang tussen openbaar en privé is per custer in samenhang en bestaat veelal uit lage muurtjes met penanten en daartussen hekwerken. Kenmerkend voor deze woningen zijn de gedifferentieerde hoekoplossingen, verspringingen in de gevellijn door bijvoorbeeld erkers, de royale maat van de woningen, maar ook de gedifferentieerde opbouw, representativiteit en uitge- werkte robuuste detaillering. Uitzondering is de bebouwing in ‘t Rode Dorp aan de Gladiolusstraat en omgeving, welke in kleinere blokjes is ontwikkeld dan de rest van de wijk. De korrel van de bebouwing is kleinschaliger, waardoor het ensemble op grote schaal minder van belang is. De korte rijen hebben vaker de nok haaks op de gevel dan evenwijdig aan de gevel. Daarnaast komen in dit gebied enkele indivi- duele uitzonderingen voor zoals topgevels en gestucte gevels met metsel- werkaccenten. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met een afwijkende functie zoals scholen en grote woongebouwen voor ouderen.

Deze elementen hebben veelal geen bijzondere cultuurhistorische waarde. Ze staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm.

81

4.4.1.1. Uitgangspunten Gebied 4A - Electrobuurt, Zwaluwplein en Liebergen Oost

Electrobuurt, Zwaluwplein en Liebergen Oost vormen enkele buurten met voornamelijk korte rijen aaneengebouwde woningen uit de jaren ’20-‘30 in een verzorgde baksteenarchitectuur met een fijne detaillering langs smalle, groene straten. De meeste rijen bestaan uit zes tot acht woningen en één bouwlaag met steile kap. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Edisonstraat, Voltastraat, Bellstraat, Kleine Drift, Kievitstraat, Leeuwerikstraat, Spechtstraat en Curiestraat. Uitzondering zijn de verspreid voorkomende vrijstaande woningen. Ook enke- le recente invullingen, zoals aan de Kamerlingh Onnesweg en Spechtstraat zijn in massa en uitwerking een uitzondering. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met afwijkende functies als scholen en kerken. Uitgangspunt van beleid is het behoud van het pittoreske beeld als gevolg van de stedenbouwkundige opzet in samenhang met de zorgvuldig vormgege- ven woningen, de groene voortuinen en andere groenelementen. De wonin- gen hebben een gedifferentieerde opbouw met veelal nadrukkelijke kappen. Diverse gebouwen zijn als gevolg van hun ligging, vorm en bouwperiode cul- tuurhistorisch waardevol. Electrobuurt, Zwaluwplein en Liebergen Oost zijn een bijzonder welstandsgebied.

Het beleid is gericht op het behoud van het samenhangende beeld en de herhaling van woningen met accenten, een gedifferentieerde opbouw en een nadrukkelijke kap. Kleine wijzigingen kunnen een grote invloed hebben op het beeld en moeten zorgvuldig worden ingepast. De commissie zal bij de advi- sering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=7c569b0b-0cb0-4f4d-bf42-ac5566c1c374