CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Herzien bestuurlijk plan van aanpak Omgevingsvisie

GEMEENTERAAD 3 maart 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Herzien bestuurlijk plan van aanpak Omgevingsvisie (735340)16.177 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een goed voorbeeld van de combinatie van werk en onderwijs is het Masterplan Arenapark, waarin ruimte voor onderwijs niet alleen voorziet in de directe behoefte, maar ook bijdraagt aan het vestigingsklimaat voor bedrijven.

4.8 Levendigheid In de NOVI en de POVI is levendigheid geen opgave. Het accent ligt daar op het creëren van de randvoorwaarden voor leefbare steden. In de Verkenning Gooi en Vechtstreek 2040 is dit vertaald in: hoe zorgen we voor de ruimtelijke voorwaarden om een gezond leven te leiden en je veilig (in fysiek en sociaal opzicht) te voelen? In het coalitieakkoord is levendigheid op meerdere plaatsen (stad, centrum, erfgoed, architectuur, sport en spelen) benoemd. De kaders hebben we beschreven in recent vastgesteld evenementenbeleid dat -voor zover het de fysieke leefomgeving betreft- kan worden overgenomen in de Omgevingsvisie. Actualisering of uitwerking lijkt op korte termijn niet nodig, met uitzondering van versterking van de beleefbaarheid van erfgoed en architectuur (link naar recreatie en toerisme) in Hilversum. Levendigheid heeft ook sterke raakvlakken met de aanpak buurten. Daarmee stimuleren we samenwerking en initiatieven die bijdragen aan de levendigheid van de buurt. Het evenementenbeleid is ook goed geland en heeft geleid tot een sterk en breed gewaardeerd aanbod. De keerzijde van levendigheid (geluid, overlast, vervuiling ‒ zie wijkanalyses) vraagt aandacht voor de juiste balans.

26

Recent heringericht marktplein

De recente herinrichting van het Marktplein is een interessant voorbeeld van versterking van de levendigheid van het centrum rekening houdend met vele ander belangen, zoals parkeren, doorstroming en wonen. Een andere interessante casus is het Circusterrein. Wat is vanuit de volledige reikwijdte van de fysieke leefomgeving de huidige en potentiële waarde van het marktplein?

4.9 Veiligheid: preventie, signaleren en handhaven Veiligheid verdient ook aandacht in de Omgevingsvisie. Dit thema heeft vele aspecten en dimensies, variërend van hoogwaterveiligheid, sociale veiligheid, verkeersveiligheid en ondergrondse infrastructuur, tot digitale veiligheid. Hoogwaterveiligheid is vooralsnog voor Hilversum geen issue. In de NOVI en de POVI komt veiligheid vooral aan bod in relatie tot water en klimaat (water-robuuste steden). De provincie heeft in de POVI voorts aangegeven: onze ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (inclusief omgevingsveiligheid). In de regionale verkenning Gooi en Vechtstreek is de ambitie als volgt uitgewerkt: hoe zorgen we voor de ruimtelijke voorwaarden om een gezond leven te leiden en je veilig (in fysiek en sociaal opzicht) te voelen? Waterveiligheid is ook uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. In het coalitieakkoord ligt het accent op de verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Verkeersveiligheid en sociale veiligheid komen ook prominent aan bod in de wijkanalyses. Het vraagstuk leeft zeker in de samenleving. Dat geldt in beperkte mate voor wateroverlast. Het voorstel is om alle drie de vormen van veiligheid mee te nemen.

Verkeersveiligheid bij het Programma Mobiliteit, wateroverlast bij klimaatadaptatie en sociale veiligheid bij ruimte en wonen. Preventie, signalering en handhaving vragen zeker aandacht in de Omgevingsvisie. De thema’s komen bij het rijk (NOVI), de provincie (POVI) en de regio nauwelijks aanbod. Het is wel een

27

belangrijk basisprincipe van de Omgevingswet om minder regels te stellen, maar de regels die we stellen wel (programmatisch) te handhaven. In het coalitieakkoord ligt het accent op handhaving van de verkeersveiligheid (snelheid, voorkomen van ernstige verkeersongevallen) en sociale veiligheid. Beide thema’s leven ook sterk in de wijken, zo blijkt uit de wijkanalyses. Voorstel is handhaving mee te nemen in de Omgevingsvisie als onderdeel van de realisatiestrategie. Hilversum kent gebieden waar de inrichting van de fysieke leefomgeving en veiligheid nauw met elkaar samenhangen. De vraag is, kunnen we met de Omgevingsvisie á la Gebiedsagenda 1221 (Spoorzone) een stap zetten in het terugdringen van ondermijning en vergroten van de veiligheid?

4.10 Buurten De aanpak voor de Buurten verdient een plaats in de Omgevingsvisie onder het hoofdstuk participatie. Buurten is niet direct een aspect van de fysieke leefomgeving maar vooral een fysieke indeling gericht op het organiseren van zeggenschap en het stimuleren van initiatieven vanuit de buurt (wijkagenda). Die initiatieven kunnen we vervolgens ondersteunen met middelen en menskracht vanuit de gemeente. In de NOVI, de POVI en regionaal is er weinig over terug te vinden. Wel verdient de buurtaanpak langs twee wegen uitwerking in de lijn van de Omgevingsvisie, te weten: 1. bij het ontwerp van het (participatie)proces, door dit te laten aansluiten op de structuur van wijken buurtgericht werken zoals die is ontwikkeld; 2. vanuit het perspectief dat de medewerkers van de gemeente die werken in de fysieke leefomgeving de ogen en oren vormen van de gemeentelijke organisatie. Zij beschikken over waardevolle informatie voor verbetering van beleid en uitvoering. De wijkanalyses geven geen beeld van de behoefte aan participatie. Maar het algemene beeld is dat de gemiddelde inwoner en ondernemer meer invloed wil op de inrichting van zijn of haar fysieke leefomgeving. Er ligt een kans voor de Omgevingsvisie om de afstand tussen bestuur en samenleving te verkleinen.

En dan niet alleen door directe invloed op de eigen leefomgeving te vergroten, maar ook door samen te werken aan de toekomst van Hilversum als geheel. De eerste -positieve- ervaringen in wijk 1221 (Spoorzone) hebben geleid tot een door het college vastgestelde Gebiedsagenda19. Daarbij is wel opgemerkt dat het voor een goede buurtgerichte uitwerking belangrijk is te bepalen wat de kaders zijn voor de positie van die buurt of wijk in relatie tot de rest van de stad. Leerpunt van de pilot is dat er duidelijkheid moet zijn over de betekenis en positie van de betreffende wijk of buurt voor de hele stad. Ook is een duidelijk besef nodig van de grenzen van het oplossend vermogen van de wijk of buurt voor bepaalde opgaven, zoals mobiliteit.

4.11 Randvoorwaarden: financiën, netwerken, participatie en herindeling De Omgevingswet nodigt uit en verplicht ook om na te denken over de wijze waarop we de doelen (Omgevingswaarden) gaan realiseren. Aandachtspunten daarbij zijn onder andere:

19

https://www.hilversum.nl/Home/Inwoner/Werkzaamheden_en_projecten/Projecten/1221

28

•

•

•

• • •

•

•

•

•

Waar kunnen inwoners en ondernemers zelf het initiatief nemen? En in hoeverre wil de gemeente inwoners en ondernemers faciliteren, bijvoorbeeld bij de participatie? (zie ook Leidraad participatie20) Welke mogelijkheden kan en/of wil de gemeente inzetten om inwoners en ondernemers te verleiden, stimuleren of uit te nodigen om een bijdrage te leveren aan de te realiseren Omgevingswaarden (normen)? Wat vragen de Omgevingswaarden uit de Omgevingsvisie aan juridische borging in de vorm van het Omgevingsplan? Welke principes wil de gemeente hanteren bij het werken met algemene regels versus vergunningen? Welke principes wil de gemeente hanteren bij de inpassing van de bruidsschat in het Omgevingsplan en het werken van de ruimte voor lokale afweging voor Omgevingswaarden? Hoe willen gemeenteraad en college op hoofdlijnen omgaan met specifieke bevoegdheden en verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld ten aanzien van kostenverhaal en planschade? Idem hoe zorgen we voor en zorgvuldige afstemming met de programma’s voor mobiliteit, groen, energietransitie en riolering en mogelijk andere thema’s of gebieden).

Hoe ziet op hoofdlijnen het proces van integrale afweging (Ja mits, Omgevingsteam) na vaststelling van de Omgevingsvisie eruit voor initiatieven die niet in het Omgevingsplan passen? Hoe willen gemeenteraad en college van burgemeester en wethouders in de geest van de Omgevingswet en op basis van de formele bevoegdheden en verantwoordelijkheden hun onderlinge relatie en de relatie met de Hilversumse samenleving verder vormgeven? Hoe wil Hilversum invulling geven aan de verplichting en uitnodiging in de Omgevingswet om meer aandacht te besteden aan participatie en initiatieven van inwoners en ondernemers? Wat gaat de gemeente zelf doen en hoe gaat zij haar overheidspartners, inwoners en ondernemers bewegen een bijdrage te leveren? Hoe gaan we richting geven aan de beoogde cultuurverandering: van ‘nee tenzij’ naar ‘ja mits’, met meer initiatief van, en verantwoordelijkheid bij inwoners en ondernemers (uitnodigingsplanologie), naar integraal werken, samenwerken en loslaten op basis van vertrouwen? Monitoring en evaluatie hebben in de Omgevingswet expliciet aandacht gekregen in het kader van de beleidscyclus (zie afbeelding hierna). Goede monitoring en evaluatie begint aan de voorkant met het benoemen van de aspecten waarop monitoring en evaluatie betrekking zal hebben. Alleen dan kan tijdig de juiste informatie worden verzameld.

In dat systeem van monitoring en evaluatie kan het meetnetwerk van SMART-city (en big data) een belangrijke rol vervullen. Hoe kan de Omgevingsvisie voldoen aan de stadaard officiële publicaties formats STOP/TPOD die worden uitgewerkt voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)? Vanuit dienstverlening is het wellicht praktisch om een app te maken die voor gebieden, thema’s en functies eenvoudig aangeeft wat, waar mogelijk en wenselijk is aan ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Hilversum.

20 https://ibabsonline.eu/Agenda.aspx?site=hilversum&agendaid=3230d20b-d31a-4c93-9d3a-93d2d9bab2d8&FoundIDs=&year=2018

29

Beleidscyclus en Omgevingswet

30

5. Proces en participatie In dit hoofdstuk beschrijven we het (participatie)proces voor de Omgevingsvisie. Met andere woorden: hoe gaat het planvormingsproces er uit zien? En hoe gaan we de participatie van alle belanghebbenden in de stad vormgeven? Wat willen we met participatie bereiken (doelen)? En hoe gaan we die participatie vormgeven? Definitie belanghebbenden In dit plan van aanpak wordt regelmatig gesproken over “belanghebbenden”. Zonder volledig te kunnen (en willen) zijn wordt hieronder verstaan: - inwoners; - georganiseerde inwoners zoals HOP2040, huurdersorganisaties, buurtverenigingen; - instellingen op het gebied van zorg en welzijn; - woningcorporaties en beleggers; - natuurorganisaties zoals GNR en Natuurmonumenten; - individuele ondernemers; - georganiseerde ondernemers zoals BV Hilversum en winkeliersverenigingen; - overige instellingen zoals scholen, bibliotheek; - overheden (buurgemeenten, regio, provincie, rijk, waterschap); - adviesraden; - overige belangengroepen. Per wijk en of thema kan de samenstelling van de gesprekspartners verschillen.

Belangrijke voorwaarde voor een goed participatieproces is dat alle deelnemers goed op de hoogte zijn van de Omgevingswet, het nut van participatie bij het opstellen van de Omgevingsvisie, het doel van participatie, de planning, de voortgang en de bijdrage die van hen op verschillende momenten wordt verwacht én hoe die bijdrage een plek krijgt in het proces. Daarnaast gaan we kort in op de kaders voor de participatie (waar gaat het wel en niet over) en de planning op hoofdlijnen voor het hele proces, tot en met de vaststelling van de Omgevingsvisie door de gemeenteraad. De concrete invulling volgt steeds stap voor stap. Wij gaan ervan uit dat er veel kennis, ervaring en talent in Hilversum aanwezig is. Wij zien dat als een kans om te komen tot een inspirerende, breed gedragen Omgevingsvisie. Uit de input van alle belanghebbende Hilversummers en Hilversumse organisaties en bedrijven hopen we bovendien veel goede ideeën te halen die kunnen bijdragen aan de realisatie van de doelen uit de Omgevingsvisie. Voor de gemeenteraad vergt het maken van een Omgevingsvisie veel keuzes. Dat doen we stap voor stap, in een aantal fases. Iedere fase kent zijn eigen mate van betrokkenheid en zorgvuldige participatie met alle belanghebbenden is onontbeerlijk om die keuzes op de goede manier te kunnen maken.

Het bouwen aan de Omgevingsvisie vraagt veel samenwerking en die begint al in onze eigen organisatie. Vanwege het integrale karakter en de gedeelde verantwoordelijkheid voor de wijken, raakt de Omgevingsvisie aan alle portefeuilles. Het maken van een Omgevingsvisie voor Hilversum is een gezamenlijke opgave van de hele Hilversumse samenleving, het college van burgemeester en wethouders, en de gemeenteraad.

31

5.1 Planvormingsproces Om alle belanghebbenden (inwoners en ondernemers, adviseurs (zie hierna) en maatschappelijke organisaties) de gelegenheid te bieden stap voor stap mee te denken en werken aan de Omgevingsvisie is het planvormingsproces (na dit Bestuurlijk Plan van Aanpak) in vier stappen uitgewerkt, te weten: 1. Fase 1 bestaat uit het gezamenlijke verkennen van de huidige situatie (mee-weten) zoals beschreven in de omgevingsfoto21. Analyse, hoe staat Hilversum ervoor, wat zijn de belangrijkste thema’s, trends en ontwikkelingen? Aan het eind van deze fase heeft de gemeenteraad een beeld hoe Hilversum ervoor staat qua sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen. Deze fase wordt afgesloten met een raadsbesluit waarin wordt vastgesteld wat de belangrijkste thema’s, trends en ontwikkelingen zijn en dit vormt een gezamenlijke basis voor fase 2. 2. Fase 2 gaat over het verkennen van de mogelijke denkrichtingen over het Hilversum dat we willen zijn in 2040 (meewerken). In deze fase vindt de brede participatie van de gehele Hilversumse samenleving plaats, onder begeleiding van een extern onafhankelijke adviseur. Fase 2 wordt afgesloten met een raadsbesluit gebaseerd op de opbrengsten uit de participatie. Met dit raadsbesluit wordt de definitieve denkrichting voor een ontwerp-Omgevingsvisie vastgesteld ten behoeve van fase 3. 3.

Fase 3 betreft het opstellen van een ontwerp-Omgevingsvisie door het college van burgemeester en wethouders. Hierin worden ontwerpkeuzes voor de toekomst van Hilversum gemaakt. De ontwerp-Omgevingsvisie wordt nadat de raadscommissie in de gelegenheid is gesteld hierover een advies te geven formeel ter inzage gelegd en via de wettelijk voorgeschreven procedure kunnen daarop zienswijzen worden ingediend (mee-adviseren). 4. Fase 4 betreft de behandeling en vaststelling van de Omgevingsvisie door de gemeenteraad. De gemeenteraad komt in de meeste gevallen in drie stappen tot een besluit. Het gaat hierbij om de stappen Beeldvorming, Oordeelsvorming en Besluitvorming (BOB). Daar waar het college en/of de raad tijdens het beleidsproces in gesprek zijn met belanghebbenden hebben we het in de gemeente over meespraak/meesprekers. Als er concrete voorstellen op tafel liggen bij de raadscommissie kunnen belanghebbenden daarover ook hun mening geven aan de commissieleden als inspreker. Dit is een andere vorm van ‘inspraak’, dan de formele inspraak die onderdeel is van de wettelijke procedure met ‘ter inzage leggen’ en zienswijzen indienen. Het vaststellen van een Omgevingsvisie is een m.e.r.-plichtig besluit. Dat betekent dat we milieueffecten van de voorgestelde keuzes zorgvuldig in beeld moeten brengen. Het betekent ook dat we de commissie voor de m.e.r.

raadplegen bij de start (Notitie Reikwijdte & Detailniveau (NRD)) en bij de voorbereiding van de besluitvorming (ontwerpbesluit/MER). De logische vaste adviseurs zijn: • Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit (ARK) • Adviesraad Sociaal Domein • Kindergemeenteraad

21

Dit is de omgevingsfoto die aan het raadsvoorstel van januari 2021 wordt toegevoegd.

32

Naast deze adviseurs kunnen naar behoefte ook andere adviseurs worden betrokken. Aanvullend wordt periodiek overlegd met bijvoorbeeld de provincie Noord-Holland, diverse regionale samenwerkingsverbanden (zoals Regio Gooi en Vechtstreek), buurgemeenten (ook die in de provincie Utrecht vallen), waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Omgevingsdienst (OFGV) en Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek.

5.2 Doelstellingen participatie In de Omgevingswet zelf en bij de implementatie van de Omgevingswet wordt veel aandacht besteed aan participatie (zie ook: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl). In de Omgevingsvisie moet staan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn en wat de resultaten daarvan zijn. Deze motiveringsplicht is geregeld in artikel 10.7 van het Omgevingsbesluit. De gemeente mag zelf weten hoe zij daar invulling aan geeft. Welke inwoners, bedrijven, organisaties of organen een overheid bij de vroegtijdige participatie betrekt, hangt af van het type Omgevingsvisie: de aard, omvang en invloed op de fysieke leefomgeving. De Hilversumse doelstellingen voor participatie in het kader van de Omgevingsvisie zijn: • Werken aan een betere Omgevingsvisie op basis van de input uit de stad; • Het creëren van betrokkenheid bij, en draagvlak voor de Omgevingsvisie; • Alle belanghebbenden te motiveren en uit te nodigen om een bijdrage te leveren aan realisatie van de Omgevingsvisie. Participatie als element van de Omgevingswet Een belangrijk effect van het participatieproces is bewustwording. Welke veranderingen brengt de Omgevingswet met zich mee en wat betekent dat voor de inwoners, ondernemers, instellingen en organisaties in Hilversum.

Dit is van belang omdat participatie een belangrijk element in de Omgevingswet is. Conform deze wet moeten initiatiefnemers die een omgevingsvergunning aanvragen met de omgeving van het project een participatietraject doorlopen. Het niet goed doorlopen van een dergelijk proces kan een weigeringsgrond opleveren. De gemeenteraad beschouwt de uitkomsten van participatie als zwaarwegende adviezen ten behoeve van de besluitvorming door de gemeenteraad. Het college faciliteert de besluitvorming van de raad door inzichtelijk te maken welke inhoudelijke bijdragen er door belanghebbenden zijn geleverd aan het participatieproces en wat het college daarmee heeft gedaan in de vorm van een meespraak-notitie die wordt aangeboden aan de raad. Er zijn bepaalde verwachtingen van de gemeente en de raad wanneer deze de participatie aangaat, vooral als uit de participatie een zwaarwegend advies komt. De gemeenteraad spreekt daarom uit bereidwillig te zijn om plannen of voorstellen te heroverwegen en aan te passen als daar voldoende gemotiveerde reden voor wordt gegeven, ook als daarvoor door voortschrijdend inzicht op eerdere uitspraken moet worden teruggekomen.

33

5.2.1 Extern onafhankelijk bureau Een gesprek over de toekomst van Hilversum moet zo georganiseerd worden dat het iedereen die mee wil doen ook motiveert om mee te doen. Dat wordt het als we het in begrijpelijke taal over de inhoud hebben: Wat voor gemeente wil Hilversum in 2040 zijn? Het traject van de Omgevingsvisie is geslaagd als een zo groot mogelijk deel van de samenleving deelneemt en haar inbreng herkent in de definitief door de raad vastgestelde Omgevingsvisie 2040. Als gemeente willen we daarom graag het gesprek op een innovatieve manier met de stad voeren, een nieuwe manier die rekening houdt met de enorme verscheidenheid in onze samenleving en met de gedachte van de Omgevingswet die integraal, gebiedsgericht en participatief werken voorstaat. Wij willen graag in een ander gesprek terecht komen. Dat gesprek is er niet van de ene op de andere dag. We moeten samen ontdekken hoe het werkt. Dat vraagt om lef en enthousiasme om vooral aan de slag te gaan. Om dat mogelijk te maken heeft iedereen (raad, college, inwoners, bedrijven, partners en gemeentelijke organisatie) een rol. Conform amendement 20-55 werken het college en vertegenwoordigers van het bewonersinitiatief HOP2040 samen met een externe adviseur een uitvraag voor een extern onafhankelijk procesbegeleider uit, gebaseerd op dit plan van aanpak.

Dit bureau krijgt vervolgens van de gemeente de opdracht om de aanpak, organisatie, uitvoering en evaluatie van de gemeente brede participatie rond de Omgevingsvisie uit te voeren en koppelt ook terug aan de gemeenteraad. Voor de participatieaanpak zijn een aantal uitgangspunten afgesproken: • Het participatietraject wordt gemeente breed opgezet, met een integrale insteek, waarbij álle Hilversumse belanghebbenden betrokken worden, te weten: bewoners(organisaties), ondernemers(verenigingen) en maatschappelijke organisaties. • De reeds opgehaalde resultaten van eerdere participatierondes wordt betrokken in opvolgende fases. • Het participatietraject wordt mede vormgegeven en begeleid/uitgevoerd door een extern onafhankelijk bureau met kennis en ervaring. • Bewonersparticipatie wordt van onderop met inwoners georganiseerd met ‘wijken’ als uitgangspunt. • De gemeente betrekt als onderdeel van de consultatie ook ‘horizontaal’ andere bestuursorganen. • Er wordt voldoende tijd genomen voor participatie. • Er komt een digitaal participatieplatform, ook in het licht van de corona-pandemie. • De informatie op de website van de gemeente -bijvoorbeeld over alle visietrajecten- sluit daarop aan. • Het schrijven van de Omgevingsvisie wordt uitgevoerd door het college, in opdracht van de raad. • De gemeenteraad besluit over de aanpak en uitkomst van de Omgevingsvisie.

5.3 Vormgeving participatie Bij de vormgeving van de participatie is het van belang er rekening mee te houden dat de raad ook aan de slag is met sectorale visies die bijdragen aan de Omgevingsvisie zoals:

1. Woonvisie (Q1 2021)

34

2. Mobiliteitsvisie (richtinggevende denklijn Q1 2021) 3. Economisch perspectief (Q2 2021) 4. Energietransitievisie (Q2 2021) Daarnaast is het van belang de instrumenten te definiëren die belanghebbenden hebben om zelf initiatieven in te dienen.

5.3.1 Integraal werken aan verschillende visies De adviezen die het Rijk hierover geeft22, maken duidelijk dat het belangrijk is dat overheden tegelijkertijd kunnen werken aan een integrale visie én waar nodig sectoraal versnellen. Het maakt het Rijk daarbij niet uit waar overheden beginnen, zolang ze maar aandacht aan beide trajecten besteden. Zo willen we dat in Hilversum ook doen. We vinden het belangrijk om tempo te maken met bijvoorbeeld onze Woonvisie en Mobiliteitsvisie, en om tegelijkertijd te werken aan de Omgevingsvisie. De planning wordt voor een deel ook beïnvloed door externe factoren. Zo is er een Woonvisie nodig als basis voor het maken van prestatieafspraken met de woningcorporaties. De kunst is om in de sectorale visies focus te houden op het onderwerp en tegelijkertijd zicht op het geheel. Dat kan door de sectorale visies ook te zien als ingrediënt voor de Omgevingsvisie. Dit is de kern van integraal werken, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Dat vraagt om een goede organisatie, een duidelijk spoorboekje (planning) voor de raad en dat alle belanghebbenden begrijpen hoe de trajecten zich tot elkaar verhouden. Bij integraal werken hoort dus ook integraal communiceren.

In het kort de kern/focus van de verschillende visietrajecten:  In de Omgevingsvisie komen ontwikkelingen in onze fysieke leefomgeving samen: natuur, bodem, lucht, geluid, water, infrastructuur en gebouwen. Omdat de ruimte in Hilversum schaars is en de ruimtevraag voor wonen, werken, economie, groen, energietransitie, klimaatadaptatie en voorzieningen groot, is de centrale vraag wat tot 2040 in Hilversum de ruimte krijgt en wat de juiste balans is? Daarbij hoort ook: hoe verhoudt Hilversum zich tot de omgeving? De keuzes worden opgebouwd vanuit het gesprek met de stad over de toekomst en ‘identiteit’, aan de hand van analyses en vraagstukken (zoals onder meer beschreven in de Omgevingsfoto) en inzichten die in de sectorale visietrajecten worden opgedaan. De Omgevingsvisie is een strategische visie op hoofdlijnen en kwalitatief van aard. De Omgevingsvisie wordt later uitgewerkt in programma’s.  De Woonvisie gaat over de effecten die de gemeente op de woningmarkt wil bereiken, door het inzetten van de juiste instrumenten. De focus ligt op woningmarktvragen: aan wie geef je ruimte in een schaarse woningmarkt? En hoe werk je effectief samen met belangrijke spelers? In de Woonvisie worden ook woningmarktvraagstukken (voor wie, welke kwaliteit, welke betekenis voor wijken) in verband gebracht met de onderwerpen werk/economie, mobiliteit en energietransitie.

In de woonvisie gaan we uit van de bestaande plancapaciteit voor korte en middellange termijn. De plancapaciteit voor de lange termijn is onderdeel van de Omgevingsvisie. De raad bespreekt de Woonvisie in Q1 van 2021. Daarna worden onder meer prestatieafspraken met corporaties gemaakt en een uitvoeringsagenda opgesteld.  De Mobiliteitsvisie gaat over: hoe ziet de mobiliteit in 2040 eruit? Welke manieren zijn er om de mobiliteit en leefbaarheid in de stad te verbeteren? De visie gaat uit van levensstijlen en mobiliteitsbehoeften van inwoners, bezoekers en organisaties. Mobiliteit legt een grote druk op de beschikbare ruimte. Omgaan met groter wordende verkeersintensiteit vraagt om perspectief. Ook zijn er nieuwe ontwikkelingen in het gebruik van data/informatie en mobiliteitsconcepten die mogelijk interessant zijn. Er wordt een relatie gelegd met o.a. wonen, werk/economie, groen en energietransitie. Aan de hand van scenario’s en gesprekken met de stad worden keuzes en dilemma’s scherp neergezet. Alle mogelijkheden komen op tafel. De raad besluit over een richtinggevende denklijn in Q1 van 2021. Keuzes 22 https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/regelgeving/instrumenten/Omgevingsvisie/samenhang/

35

met een grote ruimtelijke impact worden integraal afgewogen in de Omgevingsvisie. Het uitvoeringsprogramma op hoofdlijnen van de Mobiliteitsvisie werken we later uit in een programma mobiliteit. In het Programmaplan Energietransitie 2021-2025 en Warmtevisie geven we richting aan de komende vijf jaar, op weg naar een aardgasvrij Hilversum in 2040 en een klimaatneutraal Hilversum in 2050. De routekaart maken we samen met initiatiefnemers uit Hilversum en de regio en we bekijken wat we de komende jaren concreet kunnen doen, ook in relatie tot de Regionale Energiestrategie en het landelijk beleid. De focus ligt op het opwekken van duurzame elektriciteit, het isoleren van gebouwen en mobiliteit. We leggen nadrukkelijk verbinding met de visies voor mobiliteit en wonen. Met de Omgevingsvisie is het programmaplan verbonden om te kunnen bepalen hoe, waar en wanneer we het gebruik van fossiele brandstoffen kunnen stoppen, hoe we de energievraag beperken en hoe we duurzame energie kunnen opwekken in gebieden. De verdere uitwerking van de agenda Economie en Media (raad februari 2021) richt zich op de economische structuur van Hilversum en de betekenis van werkgelegenheid voor de samenleving. Dit krijgt vorm in een Economisch Perspectief 2040.

Centraal staat het vraagstuk: welk economisch perspectief heeft en wil Hilversum? Welk ruimtebeslag vraagt dat en welke instrumenten en samenwerking heeft de gemeente om hierop te sturen? We zoeken samenhang met de regio Gooi en Vechtstreek, waar dezelfde vragen spelen. Die vragen zijn in de corona-crisis extra actueel. We leggen verbindingen met de bevolkingssamenstelling, arbeidsmarkt, mobiliteit, wonen, het voorzieningenniveau, onderwijs en duurzaamheid. In het Economisch perspectief 2040 wordt met het bedrijfsleven en kennisinstellingen het vraagstuk van het structureel tekort aan geschikte ruimte voor bedrijven en economische ontwikkeling verkend en landt vervolgens in de Omgevingsvisie. Daarin wordt duidelijk welke ruimte aan welke soort bedrijven wordt gegeven, gereserveerd of gecreëerd. De vaststelling van het Economisch perspectief 2040 is gepland in april 2021.

Onze Omgevingsvisie bevat uiteindelijk een inhoudelijke, gebiedsgerichte visie op de fysieke leefomgeving en op de integratie van beleidsdoelen. De overige visies zijn noodzakelijke sectorale visies en tegelijk ingrediënt voor de Omgevingsvisie. De nadere uitwerking van de sectorale visies in programma’s wordt getoetst aan de Omgevingsvisie en later (op het niveau van maatregelen/plannen) aan het Omgevingsplan. Ook zal de Omgevingsvisie zich uitspreken over de rol die de gemeente voor zichzelf ziet ten aanzien van de uitgesproken ambities en waarden. De wijze van reguleren wordt uiteindelijk bepaald op de manier waarop het wettelijk kader (Omgevingswet) het voorschrijft: in het Omgevingsplan. Zonder inzicht op de rol en uitvoering (regulering, financiële middelen of andere sturingsmogelijkheden) is de betekenis van een visie beperkt. Op hoofdlijnen In deze paragraaf wordt de participatie op hoofdlijnen beschreven. We willen dat iedereen die dat wil aan bod komt en dat belangrijke opgaven de aandacht krijgen. We kunnen nog niet concreet aangeven wanneer activiteiten of bijeenkomsten in het kader van participatie gaan plaatsvinden. Voor de opzet en inrichting van de participatie gaan we externe deskundigheid benutten (zoals eerder besproken). De raad wordt middels een raadsinformatiebrief en een beeldvormende sessie geïnformeerd over de voorgenomen aanpak.

We zijn ons bewust van de beperkingen die het gevolg zijn van de Covid-19 pandemie. Toch vinden we de toekomst van Hilversum zodanig belangrijk dat we dit proces niet willen onderbreken. Participatie zal dus met name op digitale wijze gaan plaatsvinden.

36

Vanwege de sterke inhoudelijke samenhang en het belang van een efficiënte en effectieve participatie zullen wij de participatieprocessen voor de vier beleidstrajecten waar mogelijk aan elkaar verbinden. Dit betekent dat we zorgen voor een goede onderlinge afstemming van de ‘agenda’s’ voor alle bijeenkomsten en activiteiten en dat we de uitkomsten zorgvuldig met elkaar delen. Hierbij is belangrijk: • Samen te werken onder één gemeenschappelijke (werk)titel: ‘Werken aan een mooier en beter Hilversum’; • Het niveau van participatie (participatieladder) is zwaarwegend advies. • Ingeval tijdens het traject er kansen zijn voor Right to Challenge of Right to Bid bereiken we het niveau van co-produceren, • Heldere kaders vooraf en duidelijkheid over welke keuzes in welk beleidstraject worden voorbereid; Gezamenlijke taal Taal is belangrijk. Als universele taal voor het gesprek over de toekomst van Hilversum zou gebruik gemaakt kunnen worden van de SDG’s, de sustainable development goals. De raad vraagt dit idee nader toe te lichten in een beeldvormende sessie.

5.3.2 Burgerinitiatieven In de geest van de Omgevingswet kunnen belanghebbenden zelf initiatieven indienen die bijdragen aan de doelen van de Omgevingsvisie en direct concreet kunnen worden opgepakt. De volgende instrumenten staan daarvoor ter beschikking: 1. Agenderingsrecht: De brede opzet van de Omgevingsvisie kan betekenen dat niet alle onderwerpen die van belang zijn direct worden herkend en opgenomen in het traject. Belanghebbenden kunnen daarom tijdens het proces onderwerpen aandragen ter bespreking die in de initiële agendering niet zijn opgenomen en die zij van belang achten. Hiervoor wordt in fase 1 en 2 een agenderingsrecht gehanteerd. In fase 3 en 4 zijn al vormen van agendering mogelijk via zienswijzen op het concept Omgevingsvisie en inspreekrecht in de commissies. 2. Uitdaagrecht: Via dit instrument, ook bekend als Right to Challenge, kunnen inwoners e.a. taken van overheden overnemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen (laten) doen. Inwoners kunnen een voorstel indienen voor uitvoering van een taak (zoals gebruik of beheer) en dit aan de gemeente voorleggen. Naast een voorstel om de uitvoering ook daadwerkelijk zelf te doen kan het ook gaan om een voorstel om de huidige uitvoering aan te passen (bv in de prioritering van taken). 3. Overnamerecht: Dit instrument, ook bekend als Right to Bid, geeft inwoners e.a.

het eerste recht om maatschappelijk vastgoed over te nemen van de gemeente en de bijbehorende functie voort te zetten. Voorbeelden zijn buurthuizen of buurttuinen. Van belang daarbij is dat de continuïteit van maatschappelijke activiteiten en de deelname van alle groepen in de samenleving gewaarborgd blijft. Initiatieven die direct bijdragen aan de ambities (no regret) kunnen via de buurten-aanpak al tijdens de visievorming worden gestart.

37

5.4 Uitgangspunten voor het proces en de participatie Belangrijk voor elk planvormings- en participatieproces is dat bij de start helder is wat de uitgangspunten (kaders) zijn. Met andere woorden: • Wat is een uitgangspunt en staat in principe niet ter discussie? • Waar ligt de speelruimte en waarover willen we vooral het gesprek met de stad, de inwoners, de ondernemers en maatschappelijke partners voeren. In onderstaande opsomming zijn de voorbeelden van inhoudelijke uitgangspunten voor de Omgevingsvisie beperkt tot de hoofdlijnen om zoveel mogelijk speelruimte te creëren en houden voor het gesprek met de stad: • Omgevingskwaliteit  integrale afweging voor álle besluiten in de fysieke leefomgeving en aandacht voor de kwaliteit van het ontwerp • Het model van de compacte stad is en blijft bepalend voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Hilversum • Haalbaar en betaalbaar  ambities moeten haalbaar en betaalbaar zijn voor alle betrokkenen • Duurzaamheid  van het gas af (2040), energieneutraal (2050) en circulair inkopen (2022) • Groen  gezondheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit verbeteren (vraagt meer/andere ruimte voor groen vanaf 2021) • Wonen  bijdragen aan de lokale en regionale woonbehoefte (kwalitatief, kwantitatief en prijsniveau) • Cultureel erfgoed  handhaven bescherming en versterken zichtbaarheid en beleefbaarheid cultureel erfgoed (architectuur,

groenstructuren) vanaf 2021 • Welzijn, zorg, gezondheid  ontmoeting en toegankelijkheid expliciet aan bod laten komen bij alle ontwikkelingen in fysieke leefomgeving (vanaf 2021) • Mobiliteit  waarborgen goede bereikbaarheid van en binnen Hilversum en een goede verkeersveiligheid (vanaf 2021) • Economie en werk  stimuleren van werkgelegenheid en economische groei met oog voor de lokale en regionale beroepsbevolking en een goede ruimtelijke inpassing (vanaf 2021) • Bodem, water, lucht  beperking van bodemdaling en verbetering van de kwaliteit van de bodem, water (+ kwantiteit) en lucht in relatie tot de verantwoordelijkheden van rijk, provincie en waterschap (KRW) voor deze vraagstukken • Veiligheid  waarborgen en waar mogelijk versterken van de veiligheid van de fysieke leefomgeving • Ontwikkeling fysieke leefomgeving  integraal en circulair ontwikkelen (richting 2040)

5.4.1 Inhoudelijke kaderstelling gesprek aan de hand van Omgevingsfoto In december 2019 is de ‘Foto’ van Hilversum (hierna Omgevingsfoto) waarin een momentopname van de stand van Hilversum is vastgelegd, met de gemeenteraad gedeeld. Deze is op het moment van het herzien van dit Plan van Aanpak nog niet door de raad besproken of vastgesteld. Het was de bedoeling dat dit in Q1-2020 zou zijn gebeurd. Door de corona-pandemie is dit op de achtergrond geraakt. De raad vindt dit echter nog steeds een zeer wenselijke stap in het kader van Fase 1. Op thema’s als cultureel erfgoed, groen, biodiversiteit, water, bodem, klimaatverandering en – adaptatie, energietransitie, wonen, economie en werkgelegenheid, bereikbaarheid en mobiliteit, welzijn, zorg en gezondheid, levendigheid, sport en bewegen, kunst en cultuur, onderwijs, veiligheid, lucht, licht en geluid schetst de Omgevingsfoto een compleet beeld van wat er in Hilversum gebeurt

38

en op ons afkomt. Tegelijkertijd is ook belangrijk om op te merken dat we tijdens deze Corona-crisis ervaren hoe een dergelijke ‘foto’ een momentopname is. De Omgevingsfoto geeft een gemeenschappelijk inhoudelijk vertrekpunt voor een gesprek dat als basis kan dienen voor alle visietrajecten. De genoemde opgaven vragen een weging door de gemeenteraad. Het is de wens van de gemeenteraad om dit zo snel mogelijk te doen.

5.4.2 Input college voor gesprek over Omgevingsvisie Het college ziet een aantal samenhangende vraagstukken op het niveau van de stad, die zij aan de participatie wil meegeven: • Hoe zien en duiden we de demografische trend van de groei van onze bevolking, een toename van het aantal inwoners, oudere mensen, maar ook jongeren? • Wat is de goede balans tussen wonen, werken en mobiliteit? Voor wie bouwen we woningen en hoeveel en hoe krijgen we de woningmarkt in beweging? • Hoeveel en welke economische ontwikkeling is nodig voor het behoud van voorzieningen en het hebben van werk voor de hele beroepsbevolking? En welke mobiliteitsscenario’s zijn gewenst en uitvoerbaar? • Hoe passen we maatregelen voor energietransitie (verbeteren luchtkwaliteit, opwekken energie, afkoppelen van wijken van het aardgas), voor klimaatadaptatie (hittestress, droogte, wateroverlast, boden- en waterkwaliteit als gevolg van klimaatveranderingen), maatregelen ter bevordering van de biodiversiteit en gezondheid in de bestaande omgeving in? • Het optimaliseren van de omgevingskwaliteit in heel Hilversum staat centraal. Dat kan in de verschillende wijken en buurten tot verschillende keuzes en uitwerkingen leiden.

• Hoe werken we met elkaar aan gezondheid en een sterke gemeenschap? • Creëren we wel of geen nieuwe ruimte voor wonen, werken, mobiliteit, energie, openbare ruimte en voorzieningen? • Hoe werken we als gemeente in de toekomst samen met inwoners, onze partners en met de regio? Het college vindt dat bij het maken van de Omgevingsvisie de unieke kwaliteiten van Hilversum in de stad en het buitengebied gerespecteerd zouden moeten worden. Daarnaast ziet het college Hilversum als een stad waarin gewoond én gewerkt wordt, zonder extreem zwaartepunt. En is Hilversum de centrumgemeente in de regio Gooi- en Vechtstreek en wordt in samenwerkingsverbanden op bovenregionaal en nationaal niveau samengewerkt. De raad neemt kennis van deze input en betrekt deze bij het te voeren gesprek.

5.5 Planning De ervaringen van het besluitvormingsproces ‘strategie spoorgebied’ (juni 2020) leren dat het belangrijk is goed af te spreken hoe en wanneer de raad wordt geïnformeerd (beeldvorming) en wanneer oordeelsvorming en besluitvorming worden ingepland. Daarom bevat dit raadsvoorstel een voorlopige planning. Om de eerdergenoemde samenhang tussen de Omgevingsvisie en de Mobiliteitsvisie, Woonvisie, het Programmaplan Energietransitie 2021-2025 en Warmtevisie, en het Economisch Perspectief goed in beeld te hebben wordt een samenhangende planning voor de gemeenteraad gemaakt, waardoor duidelijk te volgen is op welke momenten sprake is van beeldvorming, oordeelsvorming en

39

besluitvorming. Deze is uitgewerkt in de vorm van een schema/infographic (metrokaart visietrajecten – beschikbaar als bijlage bij de stukken van het raadsvoorstel van januari 2021). Deze planning gaat uit van het scenario dat de participatie over de Omgevingsvisie voor de zomer van 2021 tot een duidelijke richting leidt en de raad op basis daarvan kaders kan vaststellen voor de verdere ontwikkeling van de Omgevingsvisie. Wat betreft de beeldvorming, is het uitgangspunt dat de raad thematisch geïnformeerd wordt in de sectorale visietrajecten. Zo is (bijvoorbeeld) een Beeldvormende sessie (BVS) van de Mobiliteitsvisie óók onderdeel van het thema mobiliteit in de Omgevingsvisie. Voor belangrijke thema’s uit de Omgevingsvisie waarvoor geen sectoraal visietraject loopt, organiseren we indien nodig extra Beeldvormende sessies waarmee de raad zich in de materie kan verdiepen. Voor de Omgevingsvisie staan in deze voorlopige planning een aantal Beeldvormende Sessies geprogrammeerd. De raad heeft de behoefte uitgesproken aan meer vormen om informatie en gedachten uit te wisselen. Zo is bij de woonvisie met beeldvorming in commissieverband geëxperimenteerd. De raad ziet graag meer innovatieve vormen van beeldvorming geprogrammeerd worden. De planning van het proces ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: Maand

Beeldvorming Raad

Oordeelsvorming Raad

Januari 2021

•

BVS Economisch perspectief

•

Februari 2021

RIB over samenvatting Plan van aanpak participatie fase 2

•

Avondvullende BVS met raad over thema’s, feiten, cijfers & trends en ontwikkelingen. Sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen (SWOT) en over SDG’s

Maart 2021

Participatie

Participatie Omgevingsvisie

Besluitvorming Raad

Raadsvoorstel incl.  Planning en begroting voor bij bestuurlijk PvA + uitvraag participatie fase 2

Raadsvoorstel incl. Planning en begroting voor bij bestuurlijk PvA + uitvraag participatie fase 2

40

April 2021

Participatie Omgevingsvisie

•

BVS plan van aanpak participatie fase 2

•

• • •

Mei 2021

•

Participatie Omgevingsvisie

Juni 2021

•

Participatie Omgevingsvisie

Juli, augustus, septembe r 2021

•

Participatie Omgevingsvisie

Oktober 2021

•

BVS opbrengst participatie fase 2 wijkgesprekken

BVS evaluatie/denkrichti ngen participatie fase 2 

November 2021

Mobiliteitsvisie (richtinggevende denklijn) Woonvisie Economisch perspectief Raadsvoorstel update Omgevingsfoto

Augustus/ septembe r 2022 December 2022 Januari 2023

• • •

Mobiliteitsvisie (richtinggevende denklijn) Woonvisie Economisch perspectief Raadsvoorstel update Omgevingsfoto

Programma energietransitie 2021-2025 

Programma energietransitie 2021-2025

Koersdocument + evaluatie opbrengst participatie fase 2

Omgevingsvisie

Koersdocument + evaluatie opbrengst participatie fase 2

December 2021 Juni 2022

•

Advisering commissie over conceptOmgevingsvisie

Omgevingsvisie

Formele inspraakprocedure concept Omgevingsvisie

41

42

6. Financiën Het opstellen van een Omgevingsvisie kost geld. Dit geldt ook voor het actief uitnodigen van inwoners en ondernemers om initiatieven in te dienen die bijdragen aan de ambities voor de Omgevingsvisie. De extra benodigde middelen voor het opstellen van de Omgevingsvisie in 2021 (€250.000) en 2022 (€270.000) zijn in het raadsvoorstel van januari 2021 opgenomen.

43

Bijlage 1: Wat is een Omgevingsvisie? Inleiding De komst van de Omgevingswet in 2019 betekent een nieuw en ander systeem voor het omgevingsrecht. In deze wet worden nieuwe instrumenten geïntroduceerd, waaronder de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Een Omgevingsvisie is een strategisch instrument, vast te stellen op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau, terwijl het Omgevingsplan een tactisch instrument is ter concretisering van het beleid. De gemeentelijke Omgevingsvisie is een instrument dat zich goed leent om bij voorbereidingen op de inwerkingtreding van de wet te betrekken. Deze bijlage beschrijft het kader voor een Omgevingsvisie en welke belanghebbenden een rol spelen. Ook staan we stil bij de vraag of, en in hoeverre de gemeentelijke, provinciale en nationale visies bepalend zullen zijn voor, dan wel door zullen werken in een gemeentelijk omgevingsplan.

Wat is een Omgevingsvisie? De regeling over omgevingsvisies staat in afdeling 3.1 van de Omgevingswet; de gemeenteraad, het college van provinciale staten dan wel de minister van Infrastructuur en Waterstaat stellen in overeenstemming met betreffende andere ministers, respectievelijk een gemeentelijke, een provinciale, of een nationale Omgevingsvisie vast. Een Omgevingsvisie moet in ieder geval bevatten: • •

•

een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (wat is er en wat is de kwaliteit daarvan); de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied (wat gebeurt er of gaat er gebeuren aan ontwikkelingen op, en ter instandhouding van het grondgebied); de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid (wat zijn de na te streven doelen en op welke manier gaan we die bereiken).

Bij een Omgevingsvisie moet rekening worden gehouden met de vier beginselen genoemd in artikel 3.3 van de Omgevingswet en met de maatschappelijke doelen genoemd in artikel 1.3 van de Omgevingswet. In de wet zijn geen verdere inhoudelijke of vormvereisten voor de Omgevingsvisie opgenomen. Het is nog niet bekend of in andere regelgeving, zoals het Omgevingsbesluit, nog aanvullende eisen worden gesteld aan vorm en/of inhoud van de Omgevingsvisie en welke eisen dat zullen zijn. Waarschijnlijk zal één van de eisen zijn dat in de visie wordt omschreven hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van die visie zijn betrokken (vroegtijdige participatie). Omdat deze regelgeving nog in voorbereiding is, is deze bijlage gebaseerd op de, hiervoor omschreven, regeling in de Omgevingswet en de toelichting daarop in onder meer de memorie van toelichting. Uit deze toelichting blijkt dat afdeling 3.1 in de Omgevingswet erop neerkomt dat per gemeente of provincie en nationaal één Omgevingsvisie zal worden opgesteld waarin alle beleidsterreinen en onderwerpen over de fysieke leefomgeving worden geïnventariseerd en beschreven, en dat in die visie het voor die beleidsterreinen te ontwikkelen integrale beleid wordt vastgelegd.

Dit houdt in dat: • er één beleidsstuk moet worden ontwikkeld met samenhangend beleid en dat niet onderling strijdig is (op beleidsterreinen) ;

44

•

•

•

het beleid moet gaan over de beleidsterreinen in de fysieke leefomgeving, zoals natuur, milieu, ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer, die nu binnen een gemeente vaak nog over verschillende ambtenaren, afdelingen, commissies en verschillende beleidsstukken, zijn verdeeld, zoals structuurvisie, beleidsplannen en beleidsnota’s; het beleid niet alleen moet gaan over ontwikkelingen, maar ook over de bestaande situatie en de manier waarop die wordt behouden of verbeterd door bijvoorbeeld beheer, bescherming en behoud. In de visie worden beleidsdoelen opgenomen en kan worden aangegeven met welke instrumenten die beleidsdoelen worden nagestreefd. Het kan daarbij gaan om financiële instrumenten, maar ook om juridische instrumenten, zoals het Omgevingsplan en het Programma. In de visie kan bijvoorbeeld worden aangegeven dat een programma nodig is om delen van het beleid uit te werken en om maatregelen te kunnen vastleggen waarmee bepaalde beleidsdoelen of omgevingswaarden moeten worden bereikt; deze beleidsdoelen hoeven niet binnen een bepaalde termijn te worden bereikt. De Omgevingsvisie is namelijk bedoeld als een instrument met beleid voor de lange termijn en in de wet is daarom geen actualisatieplicht opgenomen.

Het is dus mogelijk om in een visie beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving te formuleren die pas op lange termijn moeten worden bereikt. Afgezien van de vereisten uit de wet, is de visie vormvrij. Zo is niet bepaald hoe globaal of hoe gedetailleerd de visie moet zijn. De wet geeft bijvoorbeeld de vrijheid om ervoor te kiezen een globale visie op te stellen met alleen beleid op hoofdlijnen en hoofdzaken voor bepaalde gebiedstypen. Maar het is ook mogelijk een gedetailleerde visie op te stellen waarin misschien zelfs al de betekenis van bepaalde functies en daarbij behorende regels is beschreven of is bepaald dat een bepaalde functie aan een specifieke locatie moet worden toegedeeld. Ook is een mengvorm van deze twee mogelijk, waarin bijvoorbeeld enkel bepaalde delen van het grondgebied gedetailleerd zijn uitgewerkt. Het lijkt aan te raden om bewust te kiezen hoe globaal of gedetailleerd een visie wordt. Een verregaande detaillering lijkt namelijk niet alleen meer onderzoek (en wellicht een plan-MER) te vergen, maar heeft ook een sterkere sturing op het plan tot gevolg (zie hieronder). Ook is de raad vrij in de keuze voor de wijze waarop de veranderopgave die de wet tot gevolg heeft, in de visie wordt ingevuld; de raad kan ervoor kiezen om heel nieuw beleid te ontwikkelen of (delen van) het bestaande beleid, voor zover beschikbaar en passend, voort te zetten.

Daarbij is wel van belang dat in de toelichting op de wet is benadrukt dat in een visie niet kan worden volstaan met een optelsom van bestaand, nog niet vanuit een integrale benadering opgesteld, beleid, omdat dan de vereiste samenhang ontbreekt. Hoe het beleid uiteindelijk inhoudelijk vorm krijgt in de visie, kan dus per gemeente of per onderwerp in één visie verschillen.

Voorbereiding en belanghebbenden Een Omgevingsvisie wordt voorbereid via afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht; kort gezegd een procedure die begint met het ter inzage leggen van een ontwerpvisie, daarna een zienswijzemogelijkheid voor eenieder en ten slotte het vaststellen van de visie door de gemeenteraad. De wettelijke procedure eindigt na het vaststellen van de visie, omdat daartegen geen beroep openstaat. Het beleid uit de visie kan wel, net als nu bij bijvoorbeeld de structuurvisie het geval is, worden getoetst als er beroep tegen een omgevingsplan wordt ingesteld waarvoor dit beleid als basis is gebruikt (zogenoemde exceptieve toetsing). Over de procedure voorafgaand aan het ter inzage leggen van een ontwerp (de voorprocedure) is in de Omgevingswet niets bepaald; dat

45

is door gemeenten zelf in te vullen. Bij die voorprocedure zijn of moeten wel allerlei verschillende partijen worden betrokken: •

•

•

Het gemeentelijk apparaat, ambtenaren, gemeentelijke commissies en afdelingen, wethouders, zijn (mede) verantwoordelijk voor de inhoudelijke inbreng op de verschillende beleidsterreinen en moeten betrokken zijn bij het opstellen van de visie. Omdat er één stuk met samenhangend beleid moet worden ontwikkeld onder de Omgevingswet zullen deze belanghebbenden moeten samenwerken. Daartoe is van belang dat zij elkaar kunnen vinden en afstemming zoeken in aanpak en inhoud. Bestuursorganen; waaronder de omliggende gemeenten, de provincie en waterschappen. Het is aan te raden hen vroeg in de voorbereiding van een visie te betrekken, vanwege onderlinge afstemming, hun inbreng bij de inventarisatie van gegevens en om hun belangen zo volledig mogelijk in beeld te hebben bij het vormen van het beleid. Onder deze groep kunnen ook uitvoeringsorganisaties vallen, zoals Omgevingsdiensten, Veiligheidsregio’s en GGD-GHORregio’s. Inwoners, bedrijven en belangenorganisaties (milieuverenigingen, vve’s, etc.) zullen meer of actiever bij de voorprocedure worden betrokken. Ze kunnen bijvoorbeeld informatie en ideeën voor ontwikkelingen inbrengen. Ook kunnen ze meedenken over het te voeren beleid (zogenoemde vroegtijdige participatie). Over de wijze van betrokkenheid is in de wet niets vastgelegd.

De keuze of hiervoor een specifieke procedure wordt ontwikkeld en, zo ja, hoe deze wordt ingevuld, is gelaten aan het gemeentebestuur. Dit kan dus per gemeente verschillen.

Status visie en verhouding tot het omgevingsplan De wettelijk status van een Omgevingsvisie en de verhouding daarvan tot het Omgevingsplan is vergelijkbaar met de huidige status van structuurvisies op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau en de huidige verhouding daarvan tot het bestemmingsplan. De Omgevingsvisie is op elk niveau zelfbindend voor de bestuurslaag die de visie heeft opgesteld en waarvoor hij is opgesteld. Een Omgevingsvisie van een ‘hoger’ bestuursorgaan werkt dan ook niet dwingend door in Omgevingsvisies en Omgevingsplannen die door een ‘lager’ bestuursorgaan worden vastgesteld. Als er een instructie of dwingende doorwerking over de toedeling van functies in een omgevingsplan gewenst is, kan van andere in de wet neergelegde instrumenten gebruik worden gemaakt, zoals instructieregels, corrigerend instructiebesluit, provinciale instructies, omgevingsvergunningen voor activiteiten, projectbesluiten, een provinciale omgevingsverordening of de interventiebevoegdheid van de provincie.

Sturende werking gemeentelijke Omgevingsvisie Uit de Omgevingswet en de toelichting daarop blijkt dat de Omgevingsvisie in een bepaalde mate sturend moet zijn voor het bestuursorgaan zelf, onder meer bij het op- en vaststellen van een Omgevingsplan. Deze sturing komt eerst doordat het bestuursorgaan moet worden geacht zich aan het eigen beleid te houden. Het omgevingsplan moet derhalve in overeenstemming zijn met het gemeentelijk beleid, tenzij daar in een bepaald geval gemotiveerd van wordt afgeweken. Als een afwijking van dit beleid in een Omgevingsplan niet of onvoldoende wordt gemotiveerd, zal dat in een beroepsprocedure grond zijn om dat deel van het Omgevingsplan te vernietigen. Ook van de manier waarop de Omgevingsvisie is ingericht, geheel dan wel op punten globaal of gedetailleerd, kan een bepaalde sturende werking naar het Omgevingsplan uitgaan. Omdat een globale beleidslijn veel meer op hoofdlijnen en minder of niet op specifieke gevallen is gericht, laat zo’n beleidslijn voor

46

gemeenteraden meer ruimte om in het Omgevingsplan die specifieke gevallen wel te regelen. Er zal naar verwachting minder snel strijd ontstaan met zo’n beleidslijn. Als sprake is van een (deels) gedetailleerde visie, waarin bijvoorbeeld een strikt beschermingsniveau of een toe te delen functie voor een bepaalde locatie is opgenomen, is de sturing naar het Omgevingsplan voor dat onderdeel waarschijnlijk sterker. Er is dan ook een zwaardere motivering vereist voor een eventuele afwijking. In hoeverre de inhoudelijke link tussen het Omgevingsplan en de Omgevingsvisie ‒ nu daarin beleid en regels voor dezelfde beleidsterreinen vanuit een integrale benadering worden vervat ‒ directer wordt dan nu bij een structuurvisie en bestemmingsplan, moet in de praktijk blijken.

Sturende werking nationale en provinciale Omgevingsvisie De gemeenteraad moet, op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel, in het Omgevingsplan rekening houden met omgevingsvisies van andere bestuursorganen. Hiermee wordt bedoeld dat de gemeenteraad in de gemeentelijke visie moet laten zien dat de omgevingsvisies van andere bestuursorgaan bij het opstellen van de gemeentelijke visie zijn bekeken en de inhoud daarvan bekend is. Wanneer de gemeentelijke visie niet overeenstemt met die andere visies, moet de gemeenteraad dit constateren en kort toelichten. Die toelichting hoeft niet zo ‘zwaar’ te zijn als de motivering bij een afwijking van het beleid in de eigen gemeentelijke visie.

Conclusie De Omgevingswet geeft met het nieuwe instrument ‘Omgevingsvisie’ niet alleen een andere naam aan het instrument voor gemeentelijk (en provinciaal of nationaal) beleid. Het gemeentelijk beleid krijgt ook een andere vorm en inhoud, doordat het beleid over de fysieke leefomgeving moet gaan en dus over alle beleidsterreinen die daaronder vallen en doordat het beleid over al die terreinen integraal moet zijn. Wat betreft vorm en inhoud vraagt de Omgevingsvisie dus een nieuwe benadering bij het opstellen van het beleid. Die nieuwe benadering beperkt zich niet alleen tot vorm en inhoud, maar werkt ook door in de manier waarop een visie wordt voorbereid. Er is namelijk veel meer samenwerking nodig tussen en met de verschillende belanghebbenden bij deze voorbereiding. De wettelijke status van de Omgevingsvisie en de verhouding van die visie tot het Omgevingsplan verschilt niet of nauwelijks van de huidige wettelijke status van een structuurvisie en de verhouding van die structuurvisie tot het bestemmingsplan.

Bijlage 2: Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER Dit document was onderdeel van de besluitvorming over het oorspronkelijk plan van aanpak op 25 september 2019.

Bijlage 3: Omgevingsfoto Hilversum Dit document wordt als onderdeel van fase 1 geactualiseerd.

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=8dc581a6-434f-4e38-b2df-04066261e26d