Bijlage 1 actualisatie verodering voorzieningen huisvesting Terugkoppeling_2de
Tekst van het document
Terugkoppeling tweede bespreking conceptverordening onderwijshuisvesting 9 december 2021, van 12.30 tot 14.00 uur, via TEAMS Aanwezig: Herman Wiegeraad (Proceon), Paul Schoollaardt (ELAN), Lando van Wee (AT-Scholen), Willemijn Streutker (Hilversumse Montessorischolen), Bart van de Haak (AT-Scholen), Jan Hofman (JH Donnerschool), Anita van Kesteren (Godelindeschool), Annette Wolthers (Gemeente Hilversum, wethouder), Rob van Ooijen (Gemeente Hilversum) en Dennus Ligter (Gemeente Hilversum). Afwezig met afmelding: Tijmen Smit (GSF), Caroline van Veen (STIP) en Erik Jan Aalbers (CorDeo). Artikel Artikel 4. Vaststellen vergoeding voorzieningen 1. Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onderdeel 1°, 2°, 6° of 7°, wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen normbedragen. 2. Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten.
Artikel 6. Integraal huisvestingsplan, meerjaren uitvoeringsprogramma en investeringsschema 1. Op voorstel van het college en na op overeenstemming gericht overleg met de gezamenlijke bevoegde gezagen stelt de raad een integraal huisvestingsplan ééns per vier jaar vast. Dit plan beschrijft, op basis van de onderwijskundige en maatschappelijke beleidsdoelstellingen voor een periode van
Vraag/voorstel onderwijs Voorstel schoolbestuur: voor de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1 en 2 wordt de vergoeding, met als uitgangspunt de normbedragen, vastgesteld op de feitelijke kosten. Dat bij ‘reguliere’ aanvragen normbedragen worden gehanteerd, is niet onze ervaring. De praktijk tot op heden is: de normkosten zijn het uitgangspunt, maar de vergoeding wordt vastgesteld op feitelijke kosten. Zoals je weet, mag een PO-bestuur überhaupt niet investeren in gebouwen. Een PO-bestuur kan het aanbestedingsrisico dus ook helemaal niet voor zijn rekening nemen. Ons tekstvoorstel is naar onze mening dan ook geen voorgestelde wijziging, maar een voorstel om de tekst van de verordening overeen te laten komen met de praktijk. Gesprekpunt schoolbestuur • Het IHP en de verordening moeten in lijn zijn met elkaar. Dat is nu niet het geval. Het IHP ‘valt’ onder de verordening. • Congruentie tussen IHP (leidend), verordening en samenwerkingsafspraken nog niet duidelijk.
Reactie gemeente Artikel 4 wordt niet gelijk getrokken met de normbedragen van het IHP. De insteek is de lijn van het IHP in te bedden in de verordening en dit leidend te laten zijn. Het IHP blijft, desondanks borging in de verordening, een levend document en iedere vier jaar wordt het IHP geactualiseerd. Komen er aanvragen die geen betrekking hebben op het IHP dan is artikel 4 hierop van toepassing. Wij gaan de nieuwe verordening evalueren. In het raadsvoorstel benoemen wij dat de normbedragen van de verordening lager zijn dan die van het IHP. Ook stippen wij aan dat bekostiging van een voorziening op grond van de verordening mogelijk onvoldoende is. De kans is klein dat hiervan sprake is omdat het aanvragen van voorzieningen buiten het IHP om eerder uitzondering is dan regel. Zie voornoemde reactie. Er is een verschil tussen voorzieningen die vallen binnen het IHP en niet. De lijn van het IHP is bewust niet overgenomen in de verordening. Dit heeft als effect dat er andere spelregels zijn als een aanvraag wordt ingediend buiten het IHP om.
ten minste 16 jaar, de voorgenomen onderwijshuisvestingsvoorzieningen. 2. Onderdeel van het integraal huisvestingsplan vormt een meerjaren uitvoeringsprogramma met investeringsschema voor een periode van ten minste vier jaren, waarin de voorgenomen onderwijshuisvestingsvoorzieningen per jaar en per school zijn beschreven, alsmede de daaruit voortvloeiende investeringskosten. 3. Op basis van het meerjaren investeringsschema en de op grond van artikel 6a ingediende aanvragen stelt het college een meerjaren uitvoeringsprogramma vast, waarin zijn opgenomen de voorzieningen, die voor een vergoeding in aanmerking komen en die in de drie jaren volgend op het jaar van vaststelling in uitvoering kunnen worden gebracht. Het meerjaren huisvestingsprogramma omvat tevens het programma in de zin van artikel 95 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 93 van de Wet op de expertisecentra en artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs. 4. Jaarlijks evalueert het college, samen met de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagen, het meerjaren uitvoeringsprogramma en meerjaren investeringsschema. Dit kan leiden tot een aanpassing van het meerjaren uitvoeringsprogramma mits dit past binnen het meerjaren investeringsschema. Artikel 25. Vergoeding 2.
Dit medegebruik betekent dat het doel van het vorderen (ruimte voor het geven van onderwijs) in principe in overeenstemming is met de bestemming van het schoolgebouw en aanpassingen in eerste instantie niet noodzakelijk zijn. Er is overleg met het college als de voortgang van het onderwijs niet mogelijk is bij het uitblijven van beperkte bouwkundige aanpassingen. In afwijking van lid 2 kan het college besluiten beperkte bouwkundige aanpassing te vergoeden.
Dit maakt dat evaluatie van de verordening belangrijk is.
Gesprekspunt schoolbestuur De stelling dat ‘aanpassingen in eerste instantie niet noodzakelijk zijn’ om medegebruik mogelijk te maken, onderschrijven wij niet. Er zijn natuurlijk niet alleen aanpassingen noodzakelijk ‘als de voortgang van het onderwijs niet mogelijk is’. Er moet een werkbare situatie worden gecreëerd voor beide gebruikers. Hierbij kan gedacht worden aan een tussenwand, extra uitgang, aanpassing van nooduitgangen, vluchtroutes en brandmeldinstallatie, aanpassing van inbraakalarm, etc.
We overwegen aan dit artikel de woorden redelijkheid en billijkheid toe te voegen. De voorgestelde aanpassing is een thema om in 2022 te verkennen en voor nu niet op te nemen in de verordening.
Artikel 29. Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit, inroosteren en gebruik 11. Het college neemt een verzoek als bedoeld in het vorige lid uitsluitend in behandeling als daarvoor nog capaciteit beschikbaar is. Het aantal extra klokuren komt voor rekening van het bevoegd gezag van de school.
Gesprekspunt schoolbestuur Een clausule in de regeling op te opnemen om naar de feitelijke situatie te kijken, als de school meer groepen heeft dan volgens de normberekening.
Bijlage I, B.1 Nieuwbouw, vervangende nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming. 3°. een school voor voortgezet onderwijs toont overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aan dat gedurende ten minste vijftien jaar de groepen leerlingen waarvoor het door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is, aanwezig zijn of verwacht kunnen worden en er in de gemeente Hilversum geen andere gymaccommodatie beschikbaar is.
Gesprekspunt schoolbestuur Voor gymlessen moeten de leerlingen per definitie per (dubbel) lesuur pendelen, dat gaat niet over een te grote afstand. In het IHP staat over verwijsafstand m.b.t. gym accommodaties: ‘Indien in de oplossingsrichting wordt doorverwezen naar een overcapaciteit elders, dient deze locatie binnen de verwijsafstanden te vallen zoals opgenomen in de verordening.’
De bekostiging van lokalen bewegingsonderwijs nemen wij op in een beleidsregel en niet de verordening. Aan de hand van deze regeling gaan wij de klokurensystematiek in 2022 evalueren. Doel is aandachtspunten in beeld te brengen. Voor nu is er nog onvoldoende onderbouwing om een eventuele clausule in de verordening op te nemen. De verwijsafstand binnen het VO, wat betreft gymaccommodaties, komt niet te vervallen. Wij nemen het punt van het schoolbestuur over in de verordening.
Bijlage III, B.3 Grondslag bepaling aantal klokuren
B.3.2 Speciale school voor basisonderwijs B.3.3 School voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs
Voorstel schoolbestuur de normvergoedingen van de PO-klokuren niet opgenomen of bijlage 4. Voorstel schoolbestuur Aanpassen naar rekenkundige afronding, want waarom zou dit voor sbo-scholen anders zijn dan voor basisscholen?
Dit punt verwerken wij in de beleidsregel bekostiging gymzalen. De wijze van afronden als beschreven bij het sbo nemen wij ook op bij het basisonderwijs. Dit sluit aan bij de huidige werkwijze.
Artikelsgewijze toelichting, bijlage III B.1.1 School voor basisonderwijs
Voorstel schoolbestuur Hier tekst opnemen over nieuwe methode voor bepalen van de aanvullende ruimtebehoefte
De toelichting gaan wij aanvullen.
B.1.2 Speciale school voor basisonderwijs
B.1.4 School voor voortgezet onderwijs Of sprake is van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak wordt vastgesteld op basis van de door de minister van OCW aan het bevoegd gezag, in 2021, afgegeven beschikking. Daarnaast wordt een vaste voet toegekend voor de afzonderlijke profielen in het VMBO mits het aantal leerlingen redelijk is. Dit is niet het geval wanneer enkele leerlingen een bepaald profiel volgen.
Gesprekspunt schoolbestuur Dat in Hilversum STIP de enige aanbieder is van voltijd eerste opvangonderwijs, vinden wij merkwaardig voor in een verordening Gesprekspunt schoolbestuur De tekst over een ministeriële beschikking is hier niet verwijderd. Alleen een vaste voet voor een afzonderlijk profiel ‘mits het aantal leerlingen redelijk is’. Dan rijst de vraag wat een redelijk aantal leerlingen is; 5, 8, 14, …?
In de verordening wordt eventueel een verwijzing opgenomen naar het convenant eerste opvangonderwijs i.p.v. STIP.
Als besproken komt deze tekst niet te vervallen en verwijderen we het genoemde jaartal. Op grond van het overleg zal in de toelichting opgenomen worden dat er sprake is van een vaste voet voor een afzonderlijk profiel mits het aantal leerling hoger is dan 10. Dit stemmen wij nog af met de andere VO besturen.