CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01. Programma van Eisen Multifunctioneel Sportcomplex

GEMEENTERAAD 17 september 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Programma van Eisen Sportcomplex Arenapark/Sportpark (1818885)38.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Programma van Eisen Sportcomplex Hilversum

Inhoudsopgave

Definities _________________________________________________________ 5 1

2

Inleiding _____________________________________________________ 6 1.1

Aanleiding

6

1.2

Doel van het programma van eisen

6

1.3

Leeswijzer

6

Projectinformatie ______________________________________________ 7 2.1

Locatie

2.2

Activiteiten

7

2.2.1

Zwembad

9

2.2.2

Binnensport

9

2.2.3

Overige functies

10

2.3

Betrokkenen organisaties

10

2.4

Samenhang in locatie Sportpark

10

2.5

Normen, richtlijnen en beleidskader

11

2.5.1

Algemene voorwaarden

11

2.5.2

Specifieke voorwaarden

12

2.5.3

Toegankelijkheid en inclusiviteit

12

2.6

3

Financiële aspecten

13

Projectambities ______________________________________________ 16 3.1 3.2

4

7

Architectonisch beeld en omgevingskwaliteit

16

3.1.1

17

Het Sportcomplex in het Sportpark

Duurzaamheid

19

3.2.1

Energie

19

3.2.2

Natuur inclusief bouwen

20

3.2.3

Bio-based bouwen

20

3.2.4

Criteria circulariteit

20

3.2.5

Vereisten Gebouwenpaspoort

20

Functioneel programma gebouw ________________________________ 22 4.1

Ruimteprogramma

22

4.2

Relatieschema

22

4.2.1

Gebruik

22

4.2.2 4.3

4.4

Zonering

22

Algemene ruimten

23

4.3.1

Entree zone

23

4.3.2

Horeca

25

4.3.3

Diensten ruimten

27

4.3.4

Technische ruimten

29

Zwembad

30

4.4.1

Wedstrijdbad

30

4.4.2

Multifunctioneel bad

32

4.4.3

Bergingen

32

4.4.4

Kleedruimten zwembad

32

Kenmerk CB-24/1278/cb CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie Versie 10 10

Pagina

2 van 82

4.4.5 4.5

5

6

Technische ruimten zwembad

35

Sporthallen

35

4.5.1

Multi-use sporthal 1

36

4.5.2

Multi-use sporthal 2

38

4.5.3

Multi-use sportzaal 3

39

4.5.4

Multifunctionele ruimten en fitness

41

4.5.5

Kleedruimten

42

Vaste inrichtingen ____________________________________________ 47 5.1

Algemene ruimten

47

5.2

Zwembad

50

5.3

Sporthallen

54

5.4

Overige vaste inrichtingen

60

Technische prestatie eisen _____________________________________ 61 6.1

Techniek

61

6.1.1

Onderbouw

61

6.1.2

Bovenbouw

61

6.1.3

Afbouw

62

6.2

Afwerkingen

62

6.3

Bouwfysica

63

6.3.1

Akoestiek en geluidswering

63

6.3.2

Licht

66

6.3.3

Lucht

66

6.3.4

Thermische isolatie en luchtdichtheid

67

6.4

Installaties algemeen

68

6.5

Mechanische installaties (NL-SfB 50)

68

6.5.1

Algemeen

68

6.5.2

Afvoeren riool en hemelwater

69

6.5.3

Warmte- en koude opwekking

69

6.5.4

Verwarming en koeling

70

6.5.5

Water

70

6.5.6

Sanitair

71

6.5.7

Luchtbehandeling

71

6.5.8

Regeltechniek, gebouwbeheersysteem (gbs)

72

6.6

6.7

6.8

Elektrotechnische installaties

74

6.6.1

Algemeen

74

6.6.2

Uitval

75

6.6.3

Centrale elektrotechnische installatie en opwekking

75

6.6.4

Gebruikersvoorzieningen

76

6.6.5

Muziekinstallatie

76

6.6.6

Verlichting

76

6.6.7

Communicatie, data en wifi

78

6.6.8

Brandmeld- ontruimingsinstallatie

79

6.6.9

Transport

79

Waterbehandeling

80

6.7.1

Algemeen

80

6.7.2

Monitoringssysteem

80

6.7.3

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

80

Veiligheid

81

6.8.1

81

Mindervaliden installatie

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

3 van 82

6.8.2

Camera installatie

81

6.8.3

Toegangscontrole

81

6.8.4

Inbraakdetectie-installatie

82

6.8.5

Brandveiligheid

82

Bijlagen 1. Stedenbouwkundig Plan Sportpark 2. Kavelpaspoort (nog in ontwikkeling) 3. Beeldkwaliteitsplan (nog in ontwikkeling) 4. Ruimteprogramma Sportcomplex 5. Relatieschema Sportcomplex 6. Programma van Eisen Parkeervoorziening Sportcomplex met bijlagen 7. Ruimte- en afwerkstaat Sportcomplex 8. Perceelkaart (pdf en dwg)

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

4 van 82

Definities 1. ASM: Het Athletic Skills Model is een model waarbij sporters met behulp van een concentrische werkwijze worden opgeleid tot veelzijdige bewegers (Wormhoudt, R. e.a. 2017). Het ASM is andere manier van denken over bewegen en/of het onderwijs daarin. 2. Dojo: Oefenzaal voor zelfverdedigingskunsten of vechtsporten. 3. MER-ruimte: Main Equipment Room. Dit is het hart van het netwerk. In deze ruimte staan de noodzakelijke servers waarop het netwerk draait. Vanuit deze ruimte vertrekt het netwerk naar de SER-ruimte. 4. MF-ruimte: Multifunctionele ruimte 5. Miva: Mindervaliden 6. Redundantie: Het hebben van extra componenten of systemen die beschikbaar zijn als back-up in het geval van storingen of uitval van de primaire componenten of systemen. 7. Recycle: Recycle is erop gericht om materialen te selecteren die in de toekomst goed gebruikt kunnen worden als grondstof (1) of materialen die reeds voor een groot deel bestaan uit gerecyclede grondstoffen (2). De selectie van producten is hierbij belangrijk. Het ideaal is om vroegtijdig afspraken te maken met leveranciers en producenten. Zij kunnen verantwoordelijkheid nemen over ‘hun’ producten en de waarde daarvan als grondstof in hun producten. 8. Reduce: Reduce is erop gericht om minder grondstoffen en materialen te gebruiken. Resultaat is minder onnodig verlies van grondstoffen.

Ook de selectie van materialen is hier van belang, gericht op het reduceren van onderhoud en hebben van een lange levensduur. De materiaalkeuzes moeten er dus op gericht zijn lang mee te gaan en behouden zo hun waarde. Op deze wijze wordt er langer en zuiniger gebruik gemaakt van grondstoffen en materialen. Ook de milieu-impact van producten en het productieproces is hierbij van belang, wat zorgt voor een reductie van de CO2-uitstoot. 9. Re-use: Re-use is erop gericht om (nieuwe) materialen te kunnen hergebruiken in de toekomst (1) of hergebruik van (bestaande) materialen mogelijk te maken in het Sportcomplex (2). 10. SER-ruimte: Satellite Equipment Room. Hier komt het netwerk binnen vanuit de MER-ruimte. Vanuit de SERruimte gaat het netwerk vervolgens het gebouw door. 11. Variastellen: Een plafondsysteem dat is voorzien van een universele snelsluiting, waardoor het systeem flexibel inzetbaar is. Aan dit systeem kun je bijvoorbeeld een turnring of klimtouw vastzetten, maar ook een skippybal of decordoek. 12. WCD: Wandcontactdozen / stopcontacten

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

5 van 82

1 Inleiding Voorliggend Programma van Eisen (PvE) formuleert de kaders voor het nieuwe te bouwen Sportcomplex op het Sportpark cq. Arenapark te Hilversum. Deze kaders gelden voor het ontwerpteam dat verantwoordelijk is een ontwerp te maken. Deze kaders dienen als minimaal uitgangspunt voor de kwaliteit van het Sportcomplex.

1.1 Aanleiding De gemeenteraad heeft in maart 2020 besloten een nieuw zwembad te bouwen ter vervanging van zwembad De Lieberg. Parallel is er in project Sportpark gewerkt aan de gebiedsontwikkeling op het Sportpark en is er besloten om het nieuwe zwembad te integreren in de integrale gebiedsontwikkeling. Voor de ontwikkeling van het Sportpark heeft de gemeente Hilversum een Stedenbouwkundig Plan opgesteld. Op het Sportpark is er plaats voor een nieuw te ontwikkelen Sportcomplex dat het onderwijs, de breedtesport en de zwemsport faciliteert. Door het slim combineren van functies ontstaat er een multi-use faciliteit waarin het nieuwe zwembad uitgebreid wordt met verschillende sporthallen. Enerzijds ter vervanging van de Dudok Arena, anderzijds voor zes lokalen geschikt voor lichamelijke opvoeding (waaronder vervanging gymzalen Alberdingk Thijm College). Deze zes zaaldelen worden ook uitgebreid met een extra zaaldeel, waardoor deze in totaal zeven zaaldelen multifunctioneel gebruikt kunnen worden als indoor atletiekhal. Daarnaast is gezien de eisen aan de locatie en de parkeerbehoefte een parkeervoorziening opgenomen onder het complex voor auto’s en fietsen. Hiervoor is een separaat Programma van Eisen met ruimteprogramma opgesteld dat in bijlage is opgenomen bij dit PvE. Gezamenlijk definiëren zij de eisen aan het totale complex.

1.2 Doel van het programma van eisen In dit PvE worden de uitgangspunten beschreven waar het ontwerp voor het nieuwe Sportcomplex aan dient te voldoen. Het PvE beschrijft enerzijds de eisen ten aanzien van ruimtelijke en functionele aspecten, anderzijds de technische eisen alsook de vaste inrichtingen die in het complex worden opgenomen. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving, eisen en wensen uit het Stedenbouwkundig Plan en eisen en wensen vanuit gebruikers en de overige betrokkenen van het toekomstige Sportcomplex. Het PvE vormt het vertrekpunt voor de uitwerking van een integraal ontwerp door de ontwerpende partijen en zal elke fase moeten worden geverifieerd. Het ontwerpteam mag hierop gemotiveerd van afwijken indien dit een verbetering oplevert voor het project. Elke afwijking moet worden gemotiveerd en wordt per fase beoordeeld en vastgesteld. Daarvan wordt een lijst van afwijkingen bijgehouden die geldt als aanvulling op dit PvE. Uiteindelijk leidt de ontwerp uitwerking tot een vastgesteld Technisch Ontwerp dat geldt als kader voor de realisatie.

1.3 Leeswijzer Het Programma van Eisen is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de hoofdstukken en de thema’s die per hoofdstuk worden beschreven: 1. Inleiding: aanleiding en doelstelling; 2. Projectinformatie: locatie en raakvlakken, betrokken partijen en specifieke normen, richtlijnen en keurmerken; 3. Projectambities: architectonische aspecten en duurzaamheidsambities; 4. Functionele eisen: functionele relaties en eisen per ruimte; 5. Vaste inrichtingen: verschillende benodigde vaste inrichtingen; 6. Technische eisen: wensen voor bouwfysische onderdelen en technische installaties. Specifiek: bouwfysica, thermische isolatie en luchtdichtheid, brandveiligheid, bouwkundig (materialisatie) en installaties (werktuigbouwkundig en elektrotechnisch). Tot slot zijn bijlagen bijgevoegd. Deze bijlagen bevatten de informatie die betrekking heeft op het uitwerken van het ontwerp.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

6 van 82

2 Projectinformatie 2.1 Locatie Voor de locatie van het nieuwe Sportcomplex is gekozen voor het Sportpark in Hilversum. De gemeente Hilversum beoogt een nieuwe ontwikkeling met een sterke Sport & Beweegvisie voor dit gebied. Het complex is onderdeel van een overkoepelend Stedenbouwkundig Plan. Dat is in bijlage opgenomen en geeft een toekomst beeld van de gewenste ontwikkeling van het gebied. De locatie wordt gekenmerkt door een stedelijk gebied met een rijke Olympische sporthistorie (1928). De kavel bevindt zich links (aangegeven in rood) op het Sportpark direct naast het spoor. Ten noorden en westen van het Sportcomplex liggen het ROC van Amsterdam - MBO college Hilversum en het Alberdingk Thijm College die beiden gebruik zullen gaan maken van het complex. Ten noord oosten ligt de atletiekbaan waar de Gooise Atletiek Club (GAC) gebruik van maakt. De atletiekvereniging zal het nieuwe Sportcomplex als indoor training en wedstrijd locatie gaan gebruiken.

2.2 Activiteiten De nieuwbouw huisvest een binnenzwembad met verschillende sporthallen, horeca, diensten ruimten en een ondergrondse parkeervoorziening. De sporthallen bestaan uit drie verschillende hallen waarvan één hal multifunctioneel inzetbaar is door zowel het onderwijs als de indoor atletiek en breedtesport te faciliteren. De andere twee hallen faciliteren het onderwijs en de breedtesport. Daarnaast worden twee separate zwemzalen gerealiseerd met een wedstrijdbad en een multifunctioneel bad. Er is een schematische studie verricht naar de inpassing van het programma op het kavel waarbij een voorkeur per verdieping is bedacht. De uitkomst daarvan is in onderstaande afbeeldingen opgenomen. De nieuwbouw van het Sportcomplex zal volledig voldoen aan de wettelijke eisen en uitgangspunten zoals in dit PvE opgenomen. Navolgend zijn de activiteiten benoemd.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

7 van 82

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

8 van 82

2.2.1

Zwembad Wedstrijdbad •

Les- en diplomazwemmen (A, B, C en diploma afzwemmen)

•

Waterpolo trainingen en wedstrijden

•

Wedstrijdzwemmen en competities

•

Banenzwemmen

•

Trimzwemmen

•

Triatlonzwemmen

•

Onderwatersporten zoals duiken, onderwater hockey en onderwater rugby

•

Zwemtrainingen Brandweer Hilversum

•

Diverse Aqua sporten, zoals aqua fit, aqua yoga, aqua jogging

•

Onderwijslocatie voor S&B studenten

•

Recreatief zwemmen met spelmateriaal

•

Discozwemmen

Multifunctioneel bad

2.2.2

•

Les- en diplomazwemmen (A, B, C)

•

Waterpolo trainingen en toernooien

•

Wedstrijdzwemmen trainingen

•

Banenzwemmen

•

Zwangerschap zwemmen

•

Peuter en kleuter zwemmen (0-3 jaar en 4-6 jaar)

•

Borstcrowl trainingen

•

Diverse aqua sporten zoals aqua fit, aqua yoga, aqua jogging en aqua aerobics

•

Recreatief zwemmen met spelmateriaal

•

Discozwemmen

Binnensport Multi-use sporthal 1 •

Lichamelijke opvoeding

•

Bewegingsonderwijs

•

Basketbal

•

Volleybal

•

Polsstokhoogspringen

•

Sprint, 60 meter baan

•

Verspringen

•

Hoogspringen

•

Kogelstoten

•

Klimmen

•

Acrogym

Multi-use sporthal 2 •

Lichamelijke opvoeding

•

Volleybal (trainingen, wedstrijden en toernooien)

•

Basketbal (trainingen, wedstrijden en toernooien)

•

Zaalvoetbal

•

Zaalhockey

•

Handbal

Multi-use sportzaal 3 •

Lichamelijke opvoeding

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

9 van 82

•

Badminton

•

Basketbal (trainingen, wedstrijden en toernooien)

•

Turnen

MF zalen en fitness

2.2.3

•

Dans

•

Aerobics, yoga, overige groepslessen

•

Vechtsporten

•

Fitness (cardio en kracht)

Overige functies •

Horeca

•

Kantoorhuisvesting voor personeel Sportcomplex, Alberdingk Thijm College en ROC van Amsterdam - MBO college Hilversum

•

Leslokalen, vergader- en instructie ruimten

2.3 Betrokkenen organisaties Dit PvE is opgesteld door OLCO Advies & Management b.v. in samenwerking met het kernteam vanuit de gemeente Hilversum. Daarnaast is het PvE opgesteld in nauwe samenwerking en afstemming met de andere deelprojecten binnen de gebiedsontwikkeling Sportpark. Tot slot is het PvE participatief opgesteld met verschillende stakeholders (potentiële gebruikers) en vakspecialisten vanuit verschillende gemeentelijke (beleids)velden. Betrokken stakeholders •

AT Scholen;

•

ROC / MBO College;

•

Stip;

•

Gooise Atletiek Club Hilversum;

•

Basketbal vereniging de Dunckers;

•

Gymnastiek en Turnvereniging Hilversum;

•

Zwemclub De Robben;

•

Onderwatersportvereniging Hilversum;

•

Zwemvereniging Torpedo;

•

Triathlonvereniging Hilversum;

•

Overige sportverenigingen;

•

Sportfondsen Hilversum;

•

Nike;

•

Bink Kinderopvang.

Betrokken (Beleids)velden gemeente Hilversum, waaronder •

Sport

•

Onderwijshuisvesting

•

Stedenbouw

•

Vastgoed

•

Mobiliteit

•

Duurzaamheid

•

Financiën

2.4 Samenhang in locatie Sportpark De ontwerp werkzaamheden betreffen het ontwerpen van het gebouw en inrichting van het complex met een werkende aansluiting op de omgeving vanuit logistiek, beleving van sport en architectuur. Het ontwerpteam maakt

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

10 van 82

een ontwerp van het nieuwe Sportcomplex op basis het PvE met kennis van de ambities van het Stedenbouwkundig Plan en het bijbehorende kavelpaspoort. De integratie van het programma van het gebouw in relatie met de omgeving is (sociaal) veilig en overzichtelijk. Onderdeel daarvan is ook de verkeerskundige logistiek en de ondergrondse parkeervoorziening die als bijlage bij dit PvE zijn opgenomen. Het Stedenbouwkundig Plan is nog in ontwikkeling ten aanzien van de uitwerking van de verplaatsing van het station, de planologisch-juridische vertaling, de uitwerking van het voorplein en de ontwikkelingen in kavel C2 (het buurkavel). Dat betekent dat er nog invloed kan zijn vanuit techniek, functionaliteit of planning. Vooralsnog is de samenhang verwerkt in dit PvE en de uitwerking van het programma van eisen voor de parkeervoorziening. In hoofdstuk 3 is de uitwerking en toelichting van de eisen in lijn met het Stedenbouwkundig Plan opgenomen.

2.5 Normen, richtlijnen en beleidskader Het gebouw en terrein dienen te voldoen aan alle veiligheid- en gezondheidsaspecten zoals brandveiligheid, vluchtroutes, vluchtwegaanduidingen, etc. Zowel het terrein als het gebouw moet voor iedereen een open en toegankelijke uitstraling hebben. Het ontwerp van het Sportcomplex en de inrichting hieromheen dienen dusdanig te worden ontworpen dat deze sociaal veilig en toegankelijk is en er aandacht is voor het voorkomen van vandalisme. Daarnaast dient rondhangen van hangjeugd zoveel mogelijk worden voorkomen. Het ontwerp van het nieuwe Sportcomplex dient te voldoen aan de minimale eisen t.a.v. oppervlaktes, toegankelijkheid, kwaliteit en gebruik. Uitgangspunt is dat het volledige gebouw inclusief installaties, vaste inrichtingen en aansluiting op het openbaar gebied dient te voldoen aan de wettelijke voorschriften en richtlijnen op het moment van aanvraag omgevingsvergunning. Voor zover de Wet geen dwingende bepalingen voorschrijft, zijn de gebruikelijke normen de richtlijn van toepassing of zijn daarvoor specificaties geformuleerd door de opdrachtgever in dit PvE. Er gelden voor het zwembad specifieke voorwaarden ten gevolge van de functie en het beoogd gebruik. Daarnaast zijn meer algemene voorwaarden van toepassing.

2.5.1

Algemene voorwaarden 1. Omgevingswet; 2. Gemeentelijk watermanagementplan 2021-2026; 3. Stedenbouwkundig Plan; 4. Planologisch-juridisch kader en beeldkwaliteitsplan (nog op te stellen); 5. Eisen en voorschriften van de nutsbedrijven; 6. Plaatselijke verordeningen van gemeente Hilversum, politie en brandweer; 7. Voorschriften van rijksdiensten, provinciale diensten, gemeentelijke diensten, waterschappen; 8. Besluit brandveilig gebruik gebouwen (Gebruiksbesluit); 9. Arbowet met het ARBO-besluit; 10. Geluidhinder- en veiligheidswet; 11. Wet activiteitenbesluit milieubeheer; 12. Besluit bodemkwaliteit; 13. KIWA, KOMO en KEMA, VISA, VEWIN-keurmerken en attesten, voor zover van toepassing; 14. NEN, ISSO publicaties; 15. KIWA-richtlijnen voor de aanleg van drinkwaterinstallaties; 16. Voorschriften in het kader van legionellabeheersing; 17. De richtlijnen van het Nederlands Liftinstituut; 18. Verwerkingsvoorschriften van fabrikanten en leveranciers. 19. Stabu Standaardbepalingen; 20. BDA-richtlijnen, voor zover van toepassing; 21. Gecertificeerde installaties.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

11 van 82

2.5.2

Specifieke voorwaarden Naast de algemene wet- en regelgeving, dient het gebouw te voldoen aan de volgende specifieke keurmerken: 1. Handboek KNZB, april 2018. Accommodatietype C voor baanzwemmen en waterpolo; 2. Handboek Sportaccommodatie NOC*NSF, met betrekking tot de gelijkmatigheid van de verlichting, de ventilatiehoeveelheden en de maximale luchtsnelheden zal moeten worden voldaan aan de eisen van NOC*NSF. De afmetingen van de sporthallen zijn specifiek gemaakt om het beoogd gebruik te faciliteren en in hoofdlijn zijn de technische eisen conform een C3 sporthal. 3. Keurmerk Veilig en Schoon; 4. Op het gebouw en terrein is ITS totaal 2023 van toepassing, d.w.z. de Integrale Toegankelijkheid standaard (ITstandaard). In deze standaard zijn de algemene toegankelijkheidsrichtlijnen en -normen omgewerkt naar bouwtechnische eisen, die worden toegepast bij het ontwerpen en realiseren van integraal toegankelijke projecten; 5. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) (nieuwe zwemwaterbesluit); 6. NPR 9200, Nederlandse Praktijk Richtlijn voor het gebruik van rvs in zwembaden. 7. DIN 51130 – Slipweerstand in arbeidsruimten en ruimten met hoog slipgevaar; 8. DIN 51097 – Slipweerstand natte ruimten; 9. HACCP voor alle ruimte waar voedingsmiddelen worden bereid, getransporteerd en/of geconsumeerd; 10. Drank- en horecawet; 11. VDI 2089; 12.

Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen, waaronder NEN-EN 1069; 13. KVLO-normering; 14. NEN 2443 parkeren; 15. Elektrotechnische installaties •

NEN 1010, 1014, 1838, 2535, 2575, 3140, 6060; 6088;

•

NEN-EN 12464-1, 50110-1, 50172.

16. Werktuigbouwkundige installaties •

•

•

•

Riolering en sanitaire installaties –

NEN 1070, 3215;

–

NTR 3216;

Waterinstallaties –

NEN 1006;

–

KIWA-richtlijnen voor de aanleg van drinkwaterinstallaties;

–

VEWIN-bladen;

–

Modelbeheersplan legionella;

Verwarming en koeling –

ISSO 24, 31, 37, 44, 53;

–

NEN 5066, 5067;

Ventilatie –

2.5.3

NEN 1087

Toegankelijkheid en inclusiviteit Binnen en buiten het gebouw (gehele plangebied) moet iedereen – ongeacht (etnische) achtergrond, seksuele geaardheid (LGBTQ+), gender, geloofsovertuiging, mindervalide (fysiek of mentaal), culturele achtergrond of generatie – vrije toegang hebben. •

Bereikbaarheid: de ruimtelijke omgeving en de toegang moeten zo ingericht zijn dat iedereen zo zelfstandig mogelijk overal kan komen;

•

Bruikbaarheid: gebouwen, diensten en voorzieningen moeten door iedereen zo zelfstandig mogelijk gebruikt kunnen worden;

•

Begrijpelijkheid: informatie moet voor iedereen beschikbaar en begrijpelijk zijn.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

12 van 82

Enkele aandachtspunten: •

Automatische toegangsdeuren (schuifdeuren of tourniquet);

•

Secundaire toegangsdeuren, welke niet als automatische schuifdeur of -tourniquetdeur uitgevoerd worden, maar als draaideur, moeten voorzien zijn van automatische deuropeners;

•

Interne deuren in hoofd verkeersruimtes, dienen uitgevoerd te worden met deurautomaten (knop bediend of toegangscontrole bediend, afhankelijk van functie);

•

Onderscheid tussen gebruiksvoorzieningen voor valide en mindervalide mensen dient er niet te zijn: toegangscontrole niet apart voor valide en mindervalide mensen, maar integraal bruikbaar door alle gebruikers;

•

Ruime verkeersruimten en kleedvoorzieningen;

•

Toilet, douche- en kleedvoorzieningen ook geschikt voor mindervaliden;

•

Geen drempels/dorpels (ook in verband met schoonmaak), indien tóch toegepast, dan geschikt voor rolstoelgebruikers;

•

Aanpassingen voor mensen met een verminderde visuele waarneming;

•

Mogelijkheid dat allochtone vrouwen en mannen in een afgeschermde omgeving kunnen zwemmen;

•

Alle deuren in verkeersruimtes dienen een minimale dagopening te hebben van 100 cm;

•

Overige deuren in het gebouw dienen een minimale dagopening te hebben van 90 cm. Inclusief die kleedruimtes met een integrale toegankelijkheid;

•

Kleedruimtes voorzien voor gezinnen;

2.6 Financiële aspecten Het project wordt ontwikkeld op basis van een Total Cost of Ownership (TCO)-filosofie. Met de TCO methode zijn op alle beheer- en exploitatie aspecten de baten (inkomsten) en lasten geraamd op basis van het gebruik van de voorziening. Het resultaat van de TCO, het saldo, bepaalt de structurele last van het project en de (structurele) reservering die in de gemeentebegroting moet worden opgenomen. Besluitvorming en goedkeuring van de uitwerking van het ontwerp vindt plaats op basis van de effecten van het ontwerp op de TCO. De haalbaarheid van investeringen worden hierbij gekoppeld aan periode van gebruik en exploitatie. Alle deelnemers in het ontwerpteam dragen bij vanuit hun expertise om te sturen dat het effect van ontwerpuitwerkingen past binnen het kader van de TCO. De taakstelling van het ontwerpteam is op de volgende twee aspecten en navolgend toegelicht: 1. Bouwkosten 2. Exploitatie kosten vastgoedaspecten Bouwkosten Als uitgangspunt voor de bouwkosten van het ontwerp voor het totale Sportcomplex gelden de totale bouwkosten als financieel kader. Het ontwerpteam heeft per deelnemer afzonderlijk op zijn expertise gebied de verantwoordelijkheid de ontwerp uitwerking passend te maken binnen de afzonderlijke posten van het financieel kader.

Gezamenlijk kunnen afwegingen en keuzes van het ontwerp leiden tot aanpassingen daarvan, waarbij als criterium geldt dat de raming van de totale bouwkosten per fase passend is op het financieel kader: het taakstellend bouwbudget. Het taakstellend bouwbudget is onderstaand benoemd voor het totale complex: Sportcomplex en parkeervoorziening. Onderdeel

Budget*

1

Bouwkundige kosten (incl. terrein)

€ 000.000,-

2

Kosten elektrotechniek, werktuigbouw en waterbehandeling

€ 000.000,-

3

Vaste Inrichtingen

€ 000.000,-

Het taakstellend bouwbudget (totaal bouwkosten)

€ 000.000,-

* Prijspeil september 2025

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

13 van 82

Elke fase van het ontwerp wordt de uitwerking geraamd en zal de raming worden gemaakt met het dan actuele prijspeil. Het financieel kader wordt eveneens aangepast op het prijspeil van de raming waarbij de prijsindexatie o.b.v. de BDB nieuwbouw utiliteitsbouw wordt toegepast. Het effect van de indexatie van de BDB geldt dan als aangepast taakstellend bouwbudget voor het totaal als ook voor elk afzonderlijk plandeel. Het is noodzakelijk een splitsing te maken in de raming van het Sportcomplex en de parkeervoorziening. De exploitatie van beide onderdelen is verschillend in vorm en beheer. De splitsing wordt technisch bepaald door de plandelen los van elkaar te ramen. Daarbij worden de gemeenschappelijke onderdelen o.b.v. een percentage in de BVO verhouding toegedeeld. In hoofdlijn geldt: fundering, dakwerken en nuts. Het resultaat is een overzicht van de bouwkosten van elk onderdeel met onderstaande kaders vanuit de raming van dit PvE. Onderdeel

Budget*

1

Sportcomplex

€ 000.000,-

2

Parkeervoorziening

€ 000.000,-

Het taakstellend bouwbudget (totaal bouwkosten)

€ 000.000,-

* Prijspeil september 2025 Een specifiek onderdeel in de levensduur en afschrijving betreft het uitgangspunt van een restwaarde die geldt van 15% van de investering in het Sportcomplex en 25% van de investering in de parkeervoorziening. Dit kan worden bereikt door verstandige keuzes te maken in het ontwerp, detaillering, de materiaaltoepassing en keuze in leveranciers. De beoordeling op de uitwerking in relatie met de restwaarde is gekoppeld aan de principes van circulair bouwen en een materialen registratie (zoals Madaster). In de TCO berekening wordt de restwaarde toegekend in de kapitaalslasten berekening. Er kunnen afwijkingen op het taakstellend bouwbudget kunnen worden geaccepteerd als door ontwerp keuzes investeringen worden verhoogd om kosten in de exploitatie te verlagen. Indien een verhoging van de investering wordt geadviseerd dient dit te worden onderbouwd met alle effecten op de TCO (kapitaalslast, onderhoud, energie, etc). Het saldo op de TCO, de last in de gemeentebegroting, dient dan verlaagd te worden. Exploitatie kosten vastgoed aspecten Om het ontwerp op de juiste wijze te kunnen beoordelen ten aanzien van de kosten van exploitatie worden per fase door de leden van het ontwerpteam de kosten berekend van de effecten op onderhoud en energie. Dit geldt voor het Sportcomplex afzonderlijk ten opzichte van de parkeervoorziening.

In de beoordeling en goedkeuring van een fase kan daarmee het ontwerp getoetst worden op deze twee onderdelen in de TCO van zowel het Sportcomplex als de parkeervoorziening. De ontwerpteam leden zijn verantwoordelijk dat het ontwerp binnen deze financiële kaders past. Bij overschrijdingen dienen optimalisaties te worden benoemd en uitgewerkt. De onderstaande budgetten (excl. BTW) gelden als taakstellend budget voor het betreffende onderdeel o.b.v. de TCO voor het Sportcomplex:

1

Kaders Sportcomplex

Budget*

1

All-in onderhoudskosten (preventief, vervanging en correctief)

€ 000.000,-1

2

All-in energiekosten: elektra (incl. gebruiksgebonden) tarief € 0,22 / kwh

€ 000.000,-

3

All-in kosten water, tarief € 1,2 / m3

€ 000.000,-

Dit bedrag is een gemiddelde over de levensduur van het gebouw. Dit gesteld op 50 jaar, excl. prijsindexatie.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

14 van 82

De onderstaande budgetten (excl. BTW) gelden als taakstellend budget voor het betreffende onderdeel o.b.v. de TCO van de parkeervoorziening: Kaders parkeervoorziening

Budget*

1

All-in onderhoudskosten (preventief, vervanging en correctief)

€ 000.000,-2

2

All-in energiekosten: elektra (incl. gebruiksgebonden) tarief € 0,22 / kwh

€ 000.000,-

3

All-in kosten water, tarief € 1,2 / m3

€ 000.000,-

Ad 1 – onderhoud Het onderhoud betreft al het onderhoud (incl. vaste inrichtingen) gedurende de levensduur, zijnde 50 jaar voor het Sportcomplex en 60 jaar voor de parkeervoorziening. Daarbij dient conform de NEN 2767 gemiddeld over de levensduur een minimaal niveau te worden behaald van klasse 2 voor de installaties en klasse 3 bouwkundig. Er wordt uitgegaan van een graduele veroudering naar klasse 3 maximaal waarbij telkens componenten worden vervangen om passende kwaliteit te laten houden. In de laatste 5 jaar van het einde van de levensduur wordt een lagere klasse geaccepteerd van maximaal 4. Ad 2 – energie De energiekosten betreft het gebruik incl. het effect van de eigen opbrengst van energie. Het resultaat is de energiebehoefte die daadwerkelijk op de ‘meter’ wordt gerealiseerd t.a.v. elektra en water. Het is een streven voor het ontwerpteam om het Sportcomplex zo efficiënt mogelijk te ontwerpen. Op basis van het Voorontwerp kan de energie opdracht eventueel worden aangepast afhankelijk van het totaal energie concept van het complex (Sportcomplex en parkeervoorziening).

2

Dit bedrag is een gemiddelde over de levensduur van het gebouw. Dit gesteld op 60 jaar, excl. prijsindexatie.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

15 van 82

3 Projectambities Het project zal invulling moeten geven aan het stimuleren van de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit zoals beoogd in het Stedenbouwkundig Plan. Daarnaast in het behalen en overstijgen van de duurzaamheidsambitie van de gemeente Hilversum. Het Sportcomplex moet zo ontwikkeld en georganiseerd worden, dat het bijdraagt aan de volgende doelen: •

Activeren van bewoners

•

Versterken van de lokale breedtesport

•

Stimuleren van het floreren van verenigingen

•

Samenbrengen van sport en onderwijs

•

Versterken van positionering Sportpark, sport in elke vezel

•

Versterken van de gebruiks- en verblijfskwaliteit van het gebied Arenapark/Sportpark

•

Versterken regionale uitstraling van de Hilversumse sport

Het Sportcomplex is onderdeel van de gebiedsontwikkeling Sportpark. Met de gebiedsontwikkeling wordt het huidige gebied Arenapark de sportiefste buurt van Hilversum ‘Sportpark’. Het wordt de plek waar gewerkt en gewoond wordt, waar nieuwe ideeën ontstaan, altijd beweging is, sport en spel voor verbinding zorgen en waar gezond leven vanzelfsprekend is. Een plek voor talent en innovatie. De gebiedswaarden voor Sportpark zijn: levendig, sportief, innovatie, groen, duurzaam, en toekomstbestendig. Deze gewenste identiteit moet tot uiting komen in onder andere de groene inrichting van de openbare ruimte gericht op voetgangers en fietsers, de kavel ontwikkelingen met gemengde programmering en communicatie. Als een van de eerste aanjagers van de gebiedsontwikkeling, is het belangrijk dat het Sportcomplex aansluit bij de gewenste gebiedsidentiteit. Het is vanuit de sportgeschiedenis die het gebied heeft een belangrijke versterking van de sportidentiteit die het gebied heeft. Het Sportcomplex is een beeldmerk voor Hilversum en straalt sport, plezier, samenkomen en innovatie uit. In dit hoofdstuk staan de belangrijkste kaders uit het Stedenbouwkundig Plan en de gewenste positionering verder uitgewerkt.

3.1 Architectonisch beeld en omgevingskwaliteit In het Stedenbouwkundig Plan is een aanzet gedaan voor de beoogde architectuur en beeldkwaliteit. In zijn algemeen is het idee ‘aansluiten en verbeteren’ ofwel gebruik van bestaande structuren en kwaliteit en verbeter deze waar mogelijk. De visie voor Sportpark is om daarvoor de principes van de tuinstad te gebruiken en er is in aangegeven hoe het ontwerp van de openbare ruimte en de gebouwen daar invulling aan geven. Op basis van het Stedenbouwkundig Plan wordt nog een beeldkwaliteitsplan (BKP) gemaakt waarin de criteria beschreven worden t.b.v. van de welstandstoetsing. Om voor het PvE een beeld te beschrijven welke criteria gelden zijn er in dit hoofdstuk, vooruitlopend op het BKP, een aantal eerste ideeën als richtinggevend kader beschreven. Deze bieden houvast voor een ontwerpvisie die nader in dialoog met en toetsing door de commissie ruimtelijke kwaliteit wordt uitgewerkt. ‘Aansluiten en verbeteren’ Het Sportpark is nu een gebied in Hilversum met een eigen maat en schaal. Hier vind je naast verschillende historische monumenten ook (kantoor)gebouwen met een grotere maat en hoogte dan in veel andere delen van de stad. Daarbij hebben de meeste gebouwen een moderne uitstraling met overwegend een orthogonale gevelindeling en heeft het Sportpark als geheel een kleurpalet met overheersend natuurlijke kleuren.

Nieuwe gebouwen zullen in de basis in maat schaal en uitstraling aansluiten bij deze bestaande karakteristieken waardoor meer eenheid ontstaat. Een deel van de bestaande structuren en het grootste deel van de bestaande gebouwen blijven gehandhaafd, waarbij wordt aangestuurd om het bestaande gebied beter aan te sluiten bij het nieuwe Sportpark. Tenslotte

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

16 van 82

dienen onderdelen van de verdwenen historische drafbaan als belangrijk cultuurhistorisch erfgoed op meerdere plekken in het gebied weer ervaarbaar te zijn. Het SP beschrijft dat de uitwerking hiervan als ontwerpopgave wordt meegegeven aan de plannen voor de openbare ruimte en bouwvelden. Principes tuinstad in Sportpark Hilversum is in de loop van de jaren ontwikkeld als tuinstad met veel groene ruimte, sterke buurten met gemengd programma en voorzieningen in de buurt. Gebouwen en woningen zijn georiënteerd op de openbare ruimte, lopen en fietsen zijn daardoor aantrekkelijk in Hilversum. Dit zorgt voor veel ontmoetingsmogelijkheden onderweg, maar ook daarbuiten, zowel in de openbare ruimte als in de toegankelijke gebouwen. Alles bij elkaar versterkt dit levendigheid, sociale cohesie en sociale veiligheid. Het gebied Sportpark zal deze kenmerken van de tuinstad omarmen. In de publieke ruimte veel ruimte voor groen en ontmoeting, gebouwen zijn op een prettige wijze verbonden met de publieke ruimte en hebben op een moderne manier verwijzingen naar voor Hilversum kenmerkende serres en loggia’s die overgangszones zijn tussen gebouw en buitenruimte. De volgende tuinstad principes worden in het gebied Sportpark ingezet: 1. Sterke (groene) buurten; (gemengd (buurt)programma, ruimte voor ontmoeting, gericht op voetgangers en fietsers, 'groen tenzij’, groene daken en gevels); 2.

Sociale cohesie; (toegankelijke publieke ruimte en toegankelijke binnenterreinen, levendige plinten, gelaagde gevels); 3. Samenhangend beeld; (duidelijke beeldtaal en kleur palet, gebouwen en openbare ruimte in samenhang, samengestelde bouwblokken, menselijke maat).

3.1.1

Het Sportcomplex in het Sportpark Het Sportcomplex is in het Stedenbouwkundig Plan aangeduid als ‘landmark’, het is een belangrijk beeldmerk en geeft het gebied betekenis. Daarbij onderscheid een landmark zich van zijn omgeving bijvoorbeeld in kleur, materiaal en/of vorm. Het Sportcomplex zal dan ook op een eigen wijze invulling geven aan de benoemde principes. Deze zullen voor de landmarkgebouwen in het beeldkwaliteitplan nog nader beschreven worden. Navolgend een beknopte weergave hoe die principes en criteria vanuit de beeldkwaliteit voor het Sportcomplex van toepassing zijn. Principe 1 en 2 gaan over de stedelijke inpassing zie onderdeel a, principe 3 gaat over architectuur, maat en schaal en is omschreven in onderdeel b. a. Stedelijke inpassing Sportcomplex Het Sportcomplex ligt centraal in het gebied Sportpark. Het ligt ten zuiden van het centrale plein (‘buurtplein’) en vormt een groot deel van kavel C. Zoals beoogd in het Stedenbouwkundig Plan loopt het plein onder het spoor door naar het Laapersveld. De plannen voor het sportpark zetten in op het verplaatsen van het station naar het plein omdat het een belangrijke en centrale plek wordt voor mensen om te ontmoeten en te verblijven. Naast het Sportcomplex zijn er aan het plein functies te vinden als: een hotel, kantoren, wonen en bijvoorbeeld een buurtcafé.

Het plein is vooral ingericht voor voetgangers, er is geen doorgaande fietsroute maar er is voldoende ruimte voor fietsers. Dit maakt dat alle gebruikers en bezoekers er op een prettige en veilige manier kunnen komen. Het Sportcomplex is een belangrijke functie om het Sportpark tot een sterke buurt te maken. Het wordt voor een groot deel van de dag, op de avonden en in de weekenden gebruikt door zeer veel verschillende gebruikers. Daarmee versterkt het de levendigheid van en de sociale veiligheid in het gebied. Samen met het station is het Sportcomplex de belangrijkste publieke functie in het gebied. Een plek voor mensen om samen te komen en samen te spelen of sporten. Ook in de openbare ruimte van het hele gebied zullen verschillende sport en spel aanleidingen een plek krijgen. Het ‘buurtplein’ zal ruimte bieden aan sociale en sportieve evenementen en bijeenkomsten. De interactie tussen Sportcomplex en haar omgeving is belangrijk. Het gebouw vormt een groot deel van de zuidelijke wand van het plein waar ook de beoogde nieuwe stations entree zal komen. De centrale en prominente plek en de aard van het programma vraagt extra aandacht voor de interactie tussen het gebouw en haar

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

17 van 82

omgeving. Sportruimtes zijn vaak naar binnen gericht en hebben weinig ramen naar de openbare ruimte. Het Sportcomplex heeft juist een transparante voorgevel naar het plein, voor het gehele gebouw is het daarbij wenselijk dat veel mogelijk verkeers- en verblijfsruimtes aan de gevel liggen en ramen hebben opdat er zo veel mogelijk ‘ogen’ op de straat zijn. Daarbij is het ook wenselijk dat je vanuit de omgeving een inkijkje krijgt in de sportieve wereld binnen in het Sportcomplex. Bij voorgaande gelden de volgende criteria: ▪

Het Sportcomplex heeft naar het plein een transparante voorgevel met een levendig programma dat zichtbaar is vanuit de buitenruimte en andersom;

▪

Daar waar mogelijk hebben (verkeers)ruimtes ramen gericht op de openbare ruimte (‘ogen op straat’), hierbij nadrukkelijk de aandacht voor een goede relatie tussen het gebouw en de openbare ruimtes langs het spoor. Dit geldt ook voor ruimtes op de verdiepingen. In het SP is voor gevels een eis van 40% doorzichtig glas opgenomen. Gezien de functie geldt voor het Sportcomplex dat ca. 20% van de gevels doorzichtig glas zou kunnen zijn;

▪

Vloerpeil hoofdentree/entreehal = 3.9m+NAP

▪

Het ontwerp van het gebouw en de openbare ruimte moet in samenhang tot stand komen waarbij rekening gehouden moet worden met de uitwerking van het Beeldkwaliteitsplan (BKP);

▪

Het gebouw is toegankelijk en nodigt uit om naar binnen te komen. Het is daarmee een belangrijke ontmoetingsplek;

▪

Er is één hoofdentree voor voetgangers die gekoppeld is inpandig met de parkeervoorziening en die ligt op een logische plek, is duidelijk herkenbaar en biedt beschutting voor bezoekers;

▪

Om verrommeling en sociaal onveilige plekken tegen te gaan mogen er geen hellingen/constructies van het Sportcomplex gemaakt worden in de openbare ruimte aan de noord,- en westzijde van het gebouw.

b. Architectonisch kader Sportcomplex Met het Stedenbouwkundig Plan Sportpark verandert het gebied van een kantoren park met losse gebouwen in een gemengd gebied met samengestelde bouwblokken (zie Stedenbouwkundig Plan in hoofdstuk 5.6 ‘spelregels en richtlijnen voor de bebouwing’). Het gebouw van het Sportcomplex is vanwege het grote sportprogramma geen samengesteld bouwblok maar een bijzonder gebouw en is in het Stedenbouwkundig Plan omschreven als 'landmark’. Dit betekent dat het een gebouw is dat als object bijzonder en voor iedereen duidelijk herkenbaar is. Vanuit het principe van het samenhangend beeld is het wenselijk dat het Sportcomplex niet detoneert met de gebouwen in het gebied, het zal op een passende wijze bijzonder zijn en als Landmark ook passen bij de Hilversumse identiteit en geschiedenis (nadere uitwerking van dit beeld wordt uitgewerkt in het beeldkwaliteitplan). Daarbij zet het Sportcomplex op een eigenwijze het principe van de gelaagde,- en groene gevels (in volle grond) in om te komen tot een bijzonder architectonisch beeld (‘landmark’). Het in het Stedenbouwkundig Plan beschreven kenmerk van orthogonale patronen in de gevels kan voor het Sportcomplex gelezen worden als het gebruik van (grote) patronen in de gevel. Getoond wordt dat het gevelbeeld van het Sportcomplex aansluit bij de toekomstige gebouwen zoals verbeeld in het stedenbouwkundigplan.

De huidige gebouwen op het Sportpark hebben vaak een grotere maat dan andere delen van Hilversum. Het Stedenbouwkundig Plan geeft in de spelregels voor gebouwen (hoofdstuk 5.6) aan dat “gebouwen oog hebben voor de menselijke maat”. De definitie van menselijke maat is dat gebouwen (en openbare ruimte) te relateren zijn aan afmetingen en bewegingen van het menselijk lichaam. Het Sportcomplex bestaat uit hele grote ruimtes en is daardoor een groot gebouw. Het is met name voor dit gebouw een uitdaging om te komen tot een menselijke maat. Om de grote gebouwmaat enigszins te verkleinen wordt de stapeling van het programma gebruikt om te komen tot een samengestelde massaopbouw. Ook het ontwerp van de gevelcompositie en in het bijzonder de vormgeving van de plinten moet bijdragen aan het verkleinen van de grote gebouwmaat. Elementen als bijvoorbeeld deuren, ramen, gevelpatronen en groen kunnen daarbij worden ingezet.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

18 van 82

Vooral voor de sportgebouwen op kavel C1 en kavel D zal in het BKP verduidelijkt worden hoe om te gaan met de menselijke maat. Bij bovenstaande gelden de volgende criteria: ▪

Als ‘landmark’ heeft het gebouw een bijzondere architectuur.

▪

Het is als eenheid ontworpen en heeft een diverse, samengestelde, massaopbouw (het is geen monoliet of verzameling gestapelde ‘dozen’). Het gebouwontwerp heeft oog voor de menselijke maat waarbij verschillende gevelelementen en patronen worden ingezet om de grote maat van het gebouw visueel te verkleinen waarbij rekening gehouden moet worden met de uitwerking van het Beeldkwaliteitsplan (BKP);

▪

Principes van de gelaagde gevel worden op een eigen wijze gebruikt om het gebouw een bijzonder architectonisch beeld te geven. Reliëf t.b.v. deze gelaagdheid tot maximaal 60 cm buiten het bouwvlak is toegestaan. Reliëf 4,5m boven maaiveld tot een ‘dikte’ van 2 meter is toegestaan aan de westgevel. Nadere uitwerking in BKP

▪

Er moet samenhang zijn in het architectonisch beeld van de verschillende gebouwen. Het Sportcomplex past in het totaalbeeld en detoneert niet met de beeldkwaliteit van de omliggende toekomstige gebouwen zoals beschreven in het Stedenbouwkundig Plan.

▪

Orthogonaliteit in de gevels kan voor dit gebouw gelezen worden als het gebruik van (grote) patronen. waarbij rekening gehouden moet worden met de uitwerking van het Beeldkwaliteitsplan (BKP)

▪

Minimaal 10% van de gevel(lengte) vergroenen. Robuust uitvoeren met beplanting in de volle grond en voorzieningen om de groei (tot 15m hoog) te sturen en te voorkomen dat groen ramen bedekt.

▪

Verschillende gebouwen in het gebied kijken uit op het dak van het Sportcomplex. Het dak van het Sportcomplex ontwerpen als 5e gevel. Elementen als PV panelen, groen (sedum) en waterberging inzetten om te komen tot een samenhangend ontwerp, overige installaties inpandig oplossen. waarbij rekening gehouden moet worden met de uitwerking van het Beeldkwaliteitsplan (BKP)

▪

Nadere omschrijving van de vorm van de dakranden uitwerken in BKP.

3.2 Duurzaamheid Duurzaamheid en circulariteit zijn brede begrippen die veel aspecten omvatten. Het moet een zo duurzaam mogelijk Sportcomplex worden dat efficiënt omgaat met middelen in de exploitatie. Een methode is de GPR, waarvan de MPG een onderdeel is. Binnen deze methode is de ambitie voor de GPR-berekening een gemiddelde score van 8,0, met een score van 9,0 op het aspect energie. Daarnaast zou de MPG-score minimaal 8,0 moeten bedragen. De focus ligt verder op een integrale benadering van de volgende punten: 1. People: verhogen van gebruiksgemak, realiseren van comfort in klimaat en uitstekende logistiek. Dit zorgt ervoor dat mensen (personeel en bezoekers) met plezier terug blijven komen in het gebouw en dus in gebruik een duurzaam gebouw is; 2. Planet: minimaliseren van het gebruik van eindige grondstoffen, energie en de impact op de leefomgeving. Energieneutraal, klimaatneutraal en circulair en bio-based bouwen zijn zaken die hieronder vallen. 3. Prosperity: het creëren van economische én maatschappelijke waarde door investeringen te baseren op een optimale life cycle cost benadering. Dit zorgt ervoor dat het gebouw niet alleen financieel duurzaam is, maar ook bijdraagt aan bredere welvaart en welzijn. 4. Proces: transparantie in keuzes en proces voor eindgebruikers en stakeholders om optimaal draagvlak te realiseren voor het eindresultaat.

Dit zorgt voor een sociaal en maatschappelijk duurzaam gebouw.

3.2.1

Energie De ambitie is om een 0 op de meter gebruik te realiseren. Daarvoor dient nader onderzoek te worden gedaan naar de haalbaarheid van de energiemaatregelen. Dat onderzoek is onderdeel van het Voorontwerp. Zie daarnaast hoofdstuk 6. Voor het Sportcomplex zijn minimaal de volgende uitgangspunten van toepassing: •

All-electric (Gasloos gebouw en geen gasaansluiting);

•

Energieneutraal gebouw;

•

Uitgangspunt is dat het Sportpark (zowel bestaand als nieuw) aangesloten wordt op een centrale WKO middels diverse sub-WKO’s. Voor het Sportcomplex (kavel 1C) zou een eigen sub-WKO mogelijk zijn van 160 m3 (debiet), dat later aangesloten kan worden op het ‘net’. De locaties van de beoogde sub-WKO’s zijn er nog niet, maar voor het PvE is het uitgangspunt om de sub-WKO installatie op eigen kavel te realiseren.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

19 van 82

Daarnaast zijn er in het gebied wel bestaande bronnen aanwezig. Het onderzoek inzake de technische haalbaarheid van het gehele WKO systeem wordt op dit moment uitgevoerd, waarin ook onderzocht wordt om de bestaande bronnen op te nemen in grote systeem.

3.2.2

•

Eigen opwekking van zowel elektrische als thermische energie;

•

Hergebruik van restwarmte in douche-, spoel- en afvalwater;

•

Hergebruik van hemelwater voor een grijs watercircuit en/of bewatering groene daken of buitengroen;

•

Een volledig integraal energie management systeem.

Natuur inclusief bouwen Aspect bij het ontwerp is ook natuur inclusief bouwen. Hierbij draagt het gebouw bij aan de lokale biodiversiteit, natuurwaarden en kwaliteit van de leefomgeving voor mensen, flora en fauna. Voorbeelden van maatregelen die mogelijk op het daklandschap kunnen worden voorzien zijn: nestkasten voor vleermuizen en vogels, insectenmuur, afkoppelen en benutten van regenwater, verduistering van lichtbronnen voor nachtdieren, vogel-, vlinder- en bij-vriendelijke bloemen en struiken. In het ontwerp worden tenminste onderstaande leefkasten voor lokale fauna opgenomen:

3.2.3

•

4 kasten voor vleermuizen;

•

4 kasten voor huismussen;

•

4 kasten voor gierzwaluwen;

•

2 marterkasten (boommarter).

Bio-based bouwen Biobased bouwmaterialen zijn bouwmaterialen gemaakt van dierlijk materiaal of van schimmels, planten, bacteriën die ecologisch verantwoord geteeld, geoogst, gebruikt en hergebruikt worden. Deze definitie is afgestemd met de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen. Deze biobased materialen zijn (in de levenscyclus van het materiaal): •

afkomstig van een regeneratieve teelt die de ecologisch gezonde condities van de oogstlocatie waarborgt, nu en later;

3.2.4

•

gemaakt van grondstoffen uit de levende natuur die na een oogst terug groeien binnen 100 jaar;

•

geen abiotsche grondstoffen uit geologische formaties, zoals zand en klei;

•

later herbruikbaar als grondstof in een nieuw bouwmateriaal of in de natuur.

Criteria circulariteit Uitgangspunt is dat het Sportcomplex op basis van circulaire uitgangspunten wordt ontworpen en gebouwd. Onder circulaire uitgangspunten wordt verstaan: 1. Langere levensduur door onderhoud en renovatie, zo min mogelijk vervangen (Reduce); 2. Het registreren en waarderen van materialen om waarde te behouden in de toekomst, waaronder o.a. restwaarde van het gebouw en/of elementen daarvan bij sloop (Re-cycle of Reduce) 3. Flexibiliteit in indeling van het gebouw dient gemakkelijk gewijzigd te kunnen worden (Reduce); 4. Hergebruik van bestaande materialen of elementen als grondstof (Re-use); 5. Gebruik van natuurlijke materialen die kunnen terugvloeien als grondstof (Re-cycle). 6. Hergebruik van gebruikte materialen mogelijk maken door:

3.2.5

•

Verbindingen zoveel mogelijk demontabel uit te voeren (Re-use);

•

Materialen zo min mogelijk (chemisch) verbinden of vervuilen (Re-cycle);

•

Registratie van materialen in een materialenbibliotheek als Madaster o.g. (Re-use).

Vereisten Gebouwenpaspoort De vereisten voor het gebouwpaspoort dienen te leiden tot een helder inzicht in de kwaliteit van het gebouw t.a.v. de toegepaste materialen en bouwmethoden. Die kwaliteit is nodig om het principe van 15% restwaarde te kunnen garanderen in de planontwikkeling en financiering. Navolgend de eisen die in samenhang met de gemeente op basis van het ontwerp concept per fase worden verfijnd:

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

20 van 82

1. Specifieke eisen e/o voorwaarden voor het opstellen van het Gebouwenpaspoort •

Het ifc-model moet bij oplevering minimaal 90% van de elementen en componenten bevatten, volledig corresponderend met de opgeleverde situatie

•

Voor de bronbestanden van het opgeleverde bouwwerk op basis van BIM/IFC moet door Opdrachtnemer (en/of haar partners) in de IFC-bestanden minimaal BIM Basis ILS en LOD-niveau 300 worden gerealiseerd;

•

Het dossier moet door Opdrachtnemer zo compleet mogelijk worden aangeleverd bij oplevering. Dit betekent dat garantiedocumenten, gebruikshandleidingen, montage- en demontagehandleidingen en alle andere relevante documentatie die voorhanden is, beschikbaar wordt gesteld aan opdrachtgever;

•

Het Gebouwenpaspoort bevat naast het paspoort zelf over een berekening van grondstofwaarde én een circulariteitsindex;

2. Opdrachtnemer biedt aan dat minimaal 90% van de elementen in de op te leveren bronbestanden de onderstaande data bevatten: •

Nl-SfB-codering; 4-cijferig;

•

Materiaal toekenning;

•

Geometrische data: –

Hoeveelheid van het element (eenheid van de hoeveelheid bv. m, m2, m3);

–

Hoeveelheid van het element in m3 en kg en % ten opzichte van het totale volume;

–

BIM-model: export van zogenaamde “Base-quantities” in het IFC.

3. Opdrachtnemer levert een overzicht van alle toegepaste producten in het gebouw, met daarbij minimaal de volgende specificaties van ieder product: productnaam, productcode (indien beschikbaar), producttype, soortelijk gewicht/volume materiaalsamenstelling, zoekcriteria; 4. Opdrachtnemer levert een overzicht van minimaal 90% van de toegepaste materialen en producten in het gebouw, met daarbij minimaal de volgende specificaties van ieder materiaal en product: •

Circulaire materiaal- en producteigenschappen in %

•

Losmaakbaarheidsinformatie

•

Toxiciteit van materialen

•

Bio-based eigenschappen

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

21 van 82

4 Functioneel programma gebouw 4.1 Ruimteprogramma In het ruimteprogramma uit bijlage zijn de benodigde ruimten met minimale oppervlakte nuttig vloeroppervlak (NO) en minimale vrije hoogtes beschreven. De berekening van het bruto vloeroppervlak (BVO) wordt bepaald door een vormfactor per gebouwfunctie. De vormfactor bestaat uit een reservering constructie, verkeers- en techniekruimte (tarra) en ontwerpvrijheid. Een goede logistiek, korte looplijnen, heldere zichtlijnen, heldere ordening van ruimten en goede zonering dragen bij aan een efficiënt gebouw t.a.v. de exploitatie. Een tweede belangrijke component is een goede verhouding in netto (bruikbare) m² van ruimten versus de bruto (benodigde) m² van het gebouw. Deze verhouding bepaalt de efficiency in de m², de zogenaamde bruto/netto verhouding. Dit vertaalt zich in een efficiënte inzet van middelen t.a.v. exploitatie (o.a. energie, schoonmaak, onderhoud). Per zone is een opgave van het aantal BVO m2 op het ruimteprogramma opgenomen. Dat totaal BVO per zone is de basis voor de budgettering en het ontwerpteam dient het ontwerpconcept passend te maken en het totaal van het gebouw in BVO niet te overschrijden. Het is aan de architect de efficiency te waarborgen, incl. de inpassing van installaties en constructie, dat er een minimaal aantal m2 BVO noodzakelijk zijn om het aantal NO te realiseren.

Uitgangspunt is dat de doorgang hoofdverkeersruimte en hoofdgangen tussen de kleedruimtes en sporthallen minimaal 1,80 m breed zijn en in de kleedvoorziening van het zwembad 1,50 m breed. De overige gangen dienen te voldoen aan ITS.

4.2 Relatieschema De onderlinge relaties die de ruimten in het ruimteprogramma met elkaar hebben zijn weergegeven in het relatieschema. De onderlinge verbinding tussen de verschillende zones zijn van groot belang voor het optimaal kunnen laten functioneren van het Sportcomplex. De routing in de accommodatie dient gekenmerkt te worden door logica en zicht op de functies. De verhoudingen bij de opmaak en totstandkoming van het programma van eisen zijn uitvoerig besproken met de diverse stakeholders en vormen de basis voor een goed functionerend Sportcomplex. Het is aan de architect om een ontwerp op te stellen waarbij de gevraagde ruimten juist worden gepositioneerd en waarbij de gevraagde onderlinge ruimtelijke relaties zijn geoptimaliseerd.

4.2.1

Gebruik In het Sportcomplex is het van belang dat er voldoende ruimte is voor de verschillende sporten, doelgroepen en activiteiten (beschreven in hoofdstuk 2.2). Naast de activiteiten die de (water)sportverenigingen organiseren, organiseert de exploitant van het Sportcomplex zelf ook verschillende typen activiteiten zoals discozwemmen en kinderfeestjes. Voor het gebruik is het belangrijk dat de verschillende zones binnen het gebouw op een dusdanige manier met elkaar verbonden zijn dat doodlopende gangen en dode hoeken worden voorkomen. Dit in verband met de veiligheid, vandalisme en de kans op inbraak. In de gehele accommodatie zijn maximaal 3000 personen gelijktijdig aanwezig. Voor de parkeervoorziening (auto’s en fietsen) wordt rekening gehouden met 750 personen.

4.2.2

Zonering Het gebouw kan verdeeld worden in de volgende zones, die zowel bouwkundig als installatietechnisch van elkaar losgekoppeld kunnen worden en volledig zelfstandig gebruikt en beheerst kunnen worden: •

De entreezone is de zone die de overige zones verbindt;

•

De horeca dient zelfstandig te gebruiken zijn in combinatie met de entree, echter los van de toegankelijkheid van overige functies en heeft zicht op zoveel mogelijk sportruimtes;

•

Het kantoor en personeelsruimtes;

•

Het zwembadgedeelte met bijbehorende kleedruimtes en overige ruimte, waarbij elke zwemzaal apart te gebruiken en te beheersen is;

•

De Multi-use sporthal 1 (105 x 24 meter) met bijbehorende kleedruimtes en overige ruimten;

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

22 van 82

•

De Multi-use sporthal 2 (58 x 32 meter) met bijbehorende kleedruimtes en overige ruimten;

•

De Multi-use sportzaal 3 (30 x 32 meter) met bijbehorende kleedruimtes en overige ruimten;

•

De MF en fitness met bijbehorende kleedruimtes en overige ruimten.

De gebouwdelen dienen te beschikken over zelfstandig te gebruiken installaties ten behoeve van beveiliging, verwarming, verlichting, ventilatie en geluid. Zelfstandig functionerende compartimenten dienen elektronisch te kunnen worden afgesloten en bewaakt. Er is onderscheid te maken in verschillende gebruikersgroepen, zoals personeel, betalende bezoekers en nietbetalende bezoekers en de toegankelijkheid die deze groepen hebben tot de verschillende zones/ruimtes: •

Personeel;

•

Voortgezet onderwijs;

•

Beroepsonderwijs;

•

BSO;

•

Verenigingsleden;

•

Publiek bij wedstrijden.

De bezoekers zijn te splitsen in verschillende leeftijden en daarmee ontstaat een belangrijk criterium dat kruising van verschillende groepen voorkomen moet worden. Vooral dient te worden voorkomen dat kinderen en studenten van sterk verschillende leeftijden elkaar kruisen of kunnen hinderen. Aanvullend moet voorkomen worden dat onbevoegden zonder meer een zone kunnen betreden. Het complex is groot en de logistiek moet resulteren in een veilige en eenvoudig te begrijpen opzet voor alle type gebruikers met goed zicht op elkaar. Onderstaande afbeelding geeft schematisch de logistieke stromen in het gebouw weer.

4.3 Algemene ruimten In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de benodigde algemene ruimten en de benodigde functionele eisen.

4.3.1

Entree zone 4.3.1.1

Entree

De bezoekers komen binnen via een centraal gelegen en representatieve hoofdentree met een uitnodigend karakter. De hoofdentree is vanuit de buitenzijde duidelijk verlicht en goed bereikbaar, zodat de bezoekers zien

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

23 van 82

waar zij het gebouw moeten betreden. De entree bevindt zich bij voorkeur op een sociaal veilige plek, waarbij er zicht is op de entree vanaf het openbaar gebied. De entree biedt beschutting tegen regen en wind. De entree bestaat uit een tochtsluis met schuifdeuren, waarin maatregelen zijn getroffen dat er geen tocht optreedt in de centrale hal. Er dient te worden voorzien in een ITS gecertificeerde entree voor mindervaliden. De entree is over de gehele breedte voorzien van een schoon- en droogloopmat die met een schrobzuigmachine schoon te maken is. De entree heeft een zichtrelatie met de receptiebalie. In de entreezone wordt een communicatiescherm voorzien waarop reclame-uitingen of ander beeldmateriaal getoond kan worden, bijvoorbeeld welke klas of vereniging gebruikt maakt van welk sporthaldeel. Specificaties communicatiescherm conform hoofdstuk 5. 4.3.1.2

Centrale hal

De entree geeft toegang tot de centrale hal. In de centrale hal is de receptiebalie goed zichtbaar en duidelijk herkenbaar gesitueerd. Vanuit de receptiebalie is er zicht op de toiletten, de toegangscontrole, de entree en de horeca. De centrale hal functioneert als centraal punt, dat vanuit alle functies benaderbaar is conform het relatieschema. De centrale hal is openbaar toegankelijk. In de centrale hal bevindt zich de centrale trap naar de verdieping. In de centrale hal bevindt zich ook een lift geschikt voor mindervaliden en voorzien van spraak en tactiel knoppen. Het is van belang dat de bezoeker op een overzichtelijke en logische wijze de verschillende functies kan benaderen. Vanuit de centrale hal kunnen de bezoekers de sporthallen, zwembaden, tribunes en horeca bereiken. Vanuit de centrale hal is de horeca zo veel mogelijk zichtbaar, zodat de bezoekers deze makkelijk kunnen bereiken. In de centrale hal, in de nabijheid van de horeca en de toiletten, is een garderobe voorzien. De garderobe is zichtbaar vanuit de bar van de horeca om diefstal te voorkomen. Specificaties garderobe conform hoofdstuk 5. De centrale hal biedt eveneens een zitgelegenheid voor 12 personen. In de centrale hal is een automaat aanwezig waar bezoekers zelfstandig toegangskaartjes kunnen aanschaffen en abonnementen kunnen beheren.

De automaat is vanaf de entree duidelijk zichtbaar en eenvoudig te benaderen, maar is wel geïntegreerd in een nis en vormt geen obstakel in de ruimte. Specificatie automaat toegangskaartjes conform hoofdstuk 5. In de centrale hal, in de nabijheid van de receptiebalie bevindt zich de toegangscontrole naar de zwembadzone. De toegangscontrole vormt de scheiding tussen het openbare gebied dat voor iedereen toegankelijk is en de zone waar een toegangsbewijs voor nodig is. Specificatie toegangscontrole zwembad conform hoofdstuk 5. In de centrale hal bevindt zich een stilteruimte. Deze stilteruimte is bedoeld voor gebruikers die behoefte hebben aan een rustige, private omgeving voor bijvoorbeeld gebed, het voeden van baby’s of kolven. De ruimte moet flexibel en multifunctioneel zijn, met een aangename sfeer die respect biedt voor privacy en stilte. Daarnaast moet de ruimte voorzien worden van een aantal privé-segmenten (bijvoorbeeld een afscheiding of een klein hokje) voor gebruikers die behoefte hebben aan volledige privacy tijdens het voeden of kolven. 4.3.1.3

Receptie

De receptiebalie bevindt zich in de centrale hal. Bezoekers worden geacht zoveel mogelijk zelfstandig een toegangsbewijs aan te schaffen of abonnementen te beheren (ook via internet). Vanuit de receptiebalie heeft een medewerker de mogelijkheid om bezoekers te verwelkomen, te ondersteunen bij kaartverkoop (bij automaten en aan de kassa). De medewerker kan hierbij worden gezien als gastheer/gastvrouw. De receptiebalie is bij voorkeur gekoppeld aan de bar van de horeca om eenvoudig met personeel klanten te bedienen vanuit één dienstverleningsconcept. Aangrenzend aan de receptiebalie bevindt zich een backoffice, waar 2 administratieve werkplekken zijn voor kortdurende werkzaamheden. Hier kunnen medewerkers zich terugtrekken om administratieve werkzaamheden

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

24 van 82

uit te voeren. In de backoffice is een opstelruimte voor een kluis aanwezig, echter is het beleid om geen cash geld te gebruiken. Vanuit de receptiebalie is er zicht op de toiletten (met name het miva-toilet), de toegangscontrole, de entree, de bar van de horeca en naar buiten. De receptiebalie wordt dusdanig gepositioneerd dat er voldoende daglicht is. De receptiebalie is aansprekend van vorm en voorzien van een verlaagd deel voor mindervaliden. Vanuit het verlaagde deel is het eveneens mogelijk om toegangsbewijzen te verkopen. De receptiebalie beschikt over twee (kassa)werkplekken (bij voorkeur zittend en staand afwisselend uitvoeren). Ten behoeve van de kaartverkoop is er een kassacomputer, ticket-printer, kassalade en pinterminal aanwezig. De receptiebalie is voorzien van een monitor waarop camerabeelden zichtbaar zijn, een bedienpaneel t.b.v. de aansturing van het GBS, bediening van de toegangscontrole, microfoon omroepinstallatie en een noodknop. Specificaties receptiebalie conform hoofdstuk 5. Specificaties automaat en kassa kaartverkoop conform hoofdstuk 5. 4.3.1.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=8156dba4-28a6-4ee4-86eb-20812122a686