CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 4 Wijziging omgevingsplan gemeente Hilversum (weergave motivering en regels in concept publicatie)

GEMEENTERAAD 14 mei 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling wijziging omgevingsplan en beeldkwaliteitplan voor Bruisend Hart (1716074)47.280 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

GEMEENTEBLAD

Officiële uitgave van de gemeente Hilversum

Bruisend Hart De gemeenteraad van Gemeente Hilversum gelezen de tekstinhoud van ”Omgevingsplan gemeente Hilversum” d.d. 18 maart 2025

Concept

Besluit;

Artikel I de wijziging van "Omgevingsplan gemeente Hilversum" voor project Bruisend Hart opgenomen in Bijlage A bekend te maken;

Artikel II deze vastgestelde wijziging met bijbehorende stukken gedurende zes weken ter inzage te leggen voor beroep. Belanghebbenden en degenen die tijdig een zienswijze hebben ingediend kunnen beroep indienen tegen dit besluit bij de Raad van State;

Artikel III Met dit besluit vervallen onderliggende planbepalingen uit het tijdelijke omgevingsplan binnen de hierna volgende 'pons': /join/id/regdata/gm0402/2025/164852e2f4a54bda88e55157bef8d267/nld@2025-0312;13452101 Aldus vastgesteld door Gemeente Hilversum, 14 mei 2025 de gemeenteraad van Hilversum

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Bijlage A Bijlage bij artikel I A

Concept

Het Lichaam wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen [Red: Artikel 1.1 verplaatst van hoofdstuk 1 naar hoofdstuk 1. ]

Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.

Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 6 en 22 van dit omgevingsplan.

2.

Bijlage III bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 6 en 22 van dit omgevingsplan.

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN [Vervallen]

Hoofdstuk 2 [Gereserveerd]

Hoofdstuk 3 [Gereserveerd]

Hoofdstuk 4 [Gereserveerd]

Hoofdstuk 5 [Gereserveerd]

Hoofdstuk 6 Gebiedsontwikkeling en transformatie [Gereserveerd]

Titel 6.1 Algemene bepalingen Artikel 6.1 Toepassingsbereik 1.

Dit hoofdstuk is van toepassing binnen de locatie ontwikkelgebieden.

2.

Deze titel gaat over de algemene bepalingen voor hoofdstuk 6.

Artikel 6.2 Begripsbepalingen De begripsbepalingen van de Omgevingswet, artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en artikel 1.1 van de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit hoofdstuk, tenzij een begrip in bijlage II afwijkend is gedefinieerd.

2

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Artikel 6.3 Aanvullende begripsbepalingen In aanvulling op artikel 6.2 bevat bijlage II begripsbepalingen voor de toepassing van dit hoofdstuk van het omgevingsplan.

Concept

Artikel 6.4 Wijze van meten Bij het bouwen van bouwwerken wordt voor dit hoofdstuk op de volgende wijze gemeten, tenzij anders bepaald elders in dit hoofdstuk: a. b. c. d. e.

f.

g.

h. i.

dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevel (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; breedte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de zijgevels en/of de harten van zijdelingse gemeenschappelijke scheidsmuren; bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, liftschachten, glazenwasinstallaties en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; peil: 1. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg, langzaamverkeersroute of voetpad grenst: de hoogte van die weg, langzaamverkeersroute of voetpad ter plaatse van de hoofdtoegang; 2. in alle andere gevallen en bij bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aangrenzende maaiveld.

verticale diepte van een gebouw: vanaf het peil tot aan het laagste punt van het gebouw; horizontale diepte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de voor- en achtergevel van een gebouw.

Titel 6.2 Bruisend Hart Afdeling 6.2.1 Algemene bepalingen en activiteitoverstijgende regels Paragraaf 6.2.1.1 Algemene bepalingen Artikel 6.5 Toepassingsbereik Deze titel gaat over activiteiten binnen het werkingsgebied Bruisend Hart.

Artikel 6.6 Oogmerken De regels in deze titel zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van landschappelijke, archeologische en stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van het woon- en leefklimaat; d. het beschermen van de gezondheid; e. het waarborgen van de veiligheid; f. het waar mogelijk voorkomen van hinder en overlast.

Artikel 6.7 Relatie bruidsschat hoofdstuk 22

3

1.

De artikelen uit hoofdstuk 22 zijn van overeenkomstige toepassing binnen het werkingsgebied Bruisend Hart, tenzij: a. de artikelen in strijd zijn met de artikelen in deze titel; b. in deze titel anders is bepaald.

2.

In ieder geval geldt dat artikel 22.27 en artikel 22.36 niet van toepassing zijn binnen het werkingsgebied Bruisend Hart.

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Paragraaf 6.2.1.2 Parkeren en laden en lossen Subparagraaf 6.2.1.2.1 Parkeernormering

Concept

Artikel 6.8 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen van een gebouw of wijzigen van het gebruik waarvoor op grond van deze titel een omgevingsvergunning is vereist.

Artikel 6.9 Voldoende parkeergelegenheid 1.

Bij een gebouw wordt in de juiste mate ruimte aangebracht in, op of onder dat gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort ten behoeve van het parkeren en stallen van auto’s.

2.

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw of wijzigen van het gebruik waarvoor op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist wordt uitsluitend verleend, mits wordt voldaan aan het eerste lid, met dien verstande dat de in het eerste lid bedoelde ruimten voor het parkeren van auto’s afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s.

3.

Bij de toets of voldaan wordt aan het eerste lid wordt nadere invulling gegeven op basis van de beleidsregel 'Parkeerbeleid Hilversum 2023 Hilversum' of de rechtsopvolgers daarvan, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregel wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

4.

Het bevoegd gezag past het beleid als bedoeld in het derde lid toe zoals deze geldt op het moment van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.2.1.2.2 Normeringen laden en lossen Artikel 6.10 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanvangen, wijzigen of intensiveren van een activiteit waarvoor op grond van deze titel een omgevingsvergunning is vereist.

Artikel 6.11 Laden en lossen 1.

Bij een gebouw wordt voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen van goederen aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort.

2.

Een omgevingsvergunning voor het aanvangen, wijzigen of intensiveren van een activiteit wordt uitsluitend verleend, mits wordt voldaan aan het eerste lid.

Paragraaf 6.2.1.3 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen of gebruiken Artikel 6.12 Toepassingsbereik De locatie interferentiegebied Bruisend Hart wordt aangewezen als interferentiegebied zoals bedoeld in artikel 22.260.

Artikel 6.13 Aanvullende beoordelingsregel 1.

Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 22.260 wordt binnen de locatie interferentiegebied Bruisend Hart alleen verleend als in aanvulling op 22.260 derde lid sprake is van een evenwichtige bodemenergiesituatie.

2.

Of sprake is van een evenwichtige bodemenergiesituatie wordt beoordeeld met behulp van de beleidsregel 'Bodemenergieplan Hilversum Centrum en Oost' of de rechtsopvolgers daarvan, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregel wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

Paragraaf 6.2.1.4 Doelgroepen

4

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Artikel 6.14 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op de sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en sociale koopwoningen en de doelgroepen hiervan.

Concept

Artikel 6.15 Woningbouwcategorieën Voor de woningbouwcategorieën gelden de volgende huur- en koopprijsgrenzen: a. sociale huurwoningen: sociale huurwoningen conform artikel 5.161c eerste lid sub a van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. middenhuurwoningen: middenhuurwoningen conform artikel 5.161c eerste lid sub c van het Besluit kwaliteit leefomgeving; c. sociale koopwoningen: koopwoningen conform artikel 5.161c eerste lid sub b van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 6.16 Doelgroep 1.

Als doelgroep voor sociale huurwoningen als bedoeld in art. 6.15, eerste lid, sub a, worden aangemerkt, huishoudens met een maximaal inkomen tot de toelatingsgrens voor sociale huurwoningen (DAEB-norm).

2.

Als doelgroep voor middenhuurwoningen en voor sociale koopwoningen, als bedoeld in art. 6.15 sub b en c, worden aangemerkt huishoudens met een maximaal inkomen als genoemd in artikel 10 vierde lid van de Huisvestingswet 2014;

3.

In aanvulling op de definiëring van de doelgroepen naar inkomen kan het college in overleg met de ontwikkelaar/belegger bepalen dat de woningen in een bepaald project bij voorrang worden aangeboden aan huishoudens met (lokale en/of regionale) binding en/of bij voorrang aan huishoudens met maatschappelijke beroepen (zoals zorg en onderwijs) en/of aan ouderen met een AOW-gerechtigde leeftijd en/of een sociale huurwoning achterlaten.

Artikel 6.17 Instandhoudingstermijn 1.

De sociale huurwoningen, zoals bedoeld in artikel 6.15, sub a, dienen gedurende een termijn van tenminste 25 jaar na de eerste ingebruikname voor de doelgroep zoals bedoeld in artikel 6.16 beschikbaar te blijven.

2.

De middenhuurwoningen, zoals bedoeld in artikel 6.15, sub b, dienen gedurende een termijn van tenminste 25 jaar na de eerste ingebruikname voor de doelgroep zoals bedoeld in artikel 6.16 beschikbaar te blijven.

3.

De sociale koopwoningen, zoals bedoeld in artikel 6.15, sub c, dienen gedurende een termijn van minimaal 3 jaar na de eerste ingebruikname voor de doelgroep zoals bedoeld in artikel 6.16 beschikbaar te blijven.

Afdeling 6.2.2 Thematische activiteiten (Bouwen) Paragraaf 6.2.2.1 Algemene bepalingen Artikel 6.18 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over het bouwen van bouwwerken.

Artikel 6.19 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van het milieu; d. het bieden van voldoende en gevarieerd aanbod aan woonruimte; e. het beschermen, behoud, herstel en ontwikkelen van stedenbouwkundige waarden; f. het beschermen, behoud, herstel en ontwikkelen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; g. het tot stand brengen en beschermen van een duurzame leefomgeving; h. het waarborgen van de veiligheid.

5

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Artikel 6.20 Afwijkende bepaling wijze van meten In afwijking van het bepaalde in artikel 6.4 onder g. wordt in deze Afdeling het volgende onder peil verstaan: de kruin van de aanliggende weg.

Concept

Artikel 6.21 Antidubbeltelbepaling Bij het beoordelen van een nieuw bouwplan wordt grond waarop eerder een bouwplan is toegestaan waar wel of nog geen uitvoering aan is gegeven niet meegenomen in de overweging.

Artikel 6.22 Overgangsrecht bouwwerken 1.

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het vaststellingsbesluit van de wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van deze titel aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het bepaalde in dit hoofdstuk van het omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het vaststellingsbesluit van de wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van de titel, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met de regels die op grond van dit omgevingsplan golden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze titel, daaronder begrepen de op dat moment geldende overgangsbepalingen.

Artikel 6.23 Voorrangsbepaling vergunningplicht bouwactiviteit In afwijking van het bepaalde in artikel 22.26 gelden voor bouwactiviteiten op de locatie Bruisend Hart de vergunningplichten zoals opgenomen in deze afdeling.

Paragraaf 6.2.2.2 Gebouw bouwen Subparagraaf 6.2.2.2.1 Ondergronds gebouw bouwen ten behoeve van fietsverbinding Artikel 6.24 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over het bouwen van een ondergronds gebouw ten behoeve van een ondergrondse verbinding bij het spoor.

Artikel 6.25 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een ondergronds gebouw te bouwen.

Artikel 6.26 Beoordelingsregels 1.

De omgevingsvergunning voor een ondergronds gebouw bouwen wordt alleen verleend als aan alle voorwaarden wordt voldaan van dit artikel.

2.

Het ondergrondse gebouw bestaat uit maximaal één ondergrondse bouwlaag.

3.

Het ondergrondse gebouw, als bedoeld in het tweede lid, dient als ondergrondse fietsverbinding voor het spoor.

4.

Er ontstaan geen onevenredige nadelige effecten voor de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

Subparagraaf 6.2.2.2.2 Gebouw bouwen binnen bebouwingsgebied Bruisend Hart Artikel 6.27 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over het bouwen van een gebouw binnen de locatie bebouwingsgebied Bruisend Hart.

6

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Artikel 6.28 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen - gebouw bouwen

Concept

Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. een verbinding te bouwen; b. parkeergarage te bouwen; of c. overige gebouwen te bouwen.

7

Artikel 6.29 Beoordelingsregels gebouw bouwen - verbinding 1.

De omgevingsvergunning voor gebouwen in de vorm van een verbinding als bedoeld in artikel 6.28 wordt alleen verleend als aan de voorwaarden uit alle leden van dit artikel wordt voldaan.

2.

Binnen de locatie verbinding Bruisend Hart is uitsluitend een bovengronds gebouw toegestaan.

3.

De bouwhoogte is niet hoger dan de maximale bouwhoogte zoals aangegeven op de locatie maximale bouwhoogte.

4.

Dit gebouw dient enkel als verbinding van en naar het stationsgebouw.

Artikel 6.30 Beoordelingsregels gebouw bouwen - parkeergarage 1.

De omgevingsvergunning voor een gebouw in de vorm van een parkeergarage bouwen als bedoeld in artikel 6.28 wordt alleen verleend als aan de voorwaarden uit alle leden van dit artikel wordt voldaan.

2.

Een parkeergarage binnen de locatie parkeergarage Bruisend Hart is uitsluitend ondergronds toegestaan, waarbij een maximum van 2.200 m² bvo geldt.

Artikel 6.31 Beoordelingsregels gebouw bouwen – overige gebouwen 1.

De omgevingsvergunning voor overige gebouwen als bedoeld in artikel 6.28 wordt alleen verleend als aan de voorwaarden uit alle leden van dit artikel wordt voldaan.

2.

Binnen de locatie Blok C binnenterrein mag maximaal 1.000 m2 bovengronds worden bebouwd.

3.

De bouwhoogte is niet lager dan de minimale bouwhoogte zoals aangegeven op de locatie minimale bouwhoogte.

4.

De bouwhoogte is niet hoger dan de maximale bouwhoogte zoals aangegeven op de locatie maximale bouwhoogte.

5.

De goothoogte is niet hoger dan de maximale goothoogte zoals aangegeven op de locatie maximale goothoogte.

6.

In afwijking van het derde en vierde lid geldt op de locatie Blok A voor een oppervlak van minimaal 300 m2 tot maximaal 600 m2 een maximale bouwhoogte van 6 m.

7.

In afwijking van het vierde en vijfde lid geldt op de locatie hoogteaccent Bruisend Hart voor een oppervlak van maximaal 400 m2 een maximale bouwhoogte van 25 m.

8.

In afwijking van het vierde en vijfde lid geldt op de locatie Blok A torentje voor een oppervlak van maximaal 4 m2 een maximale bouwhoogte van 24 m.

9.

In afwijking van het vierde lid geldt op de locatie Blok C straatgevel voor een oppervlak van maximaal 40 m2 een maximale bouwhoogte van 14 m.

10.

Het aantal bouwlagen, gemeten vanaf het peil, bedraagt niet meer dan aangegeven op de locatie maximum aantal bouwlagen.

11.

Binnen de locatie ondergronds bouwen Bruisend Hart zijn ondergrondse gebouwen alleen toegestaan tot maximaal één ondergrondse bouwlaag.

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Concept

Artikel 6.32 Aanvullende beoordelingsregels - woningen

8

1.

In aanvulling op de beoordelingsregels uit artikel 6.31 geldt voor de locatie Blok A en B een maximum van 80 nieuwe woningen met een gezamenlijke omvang van maximaal 5.930 m² bvo.

2.

In aanvulling op de beoordelingsregels uit artikel 6.31 geldt voor de locatie Blok C een maximum van 70 nieuwe woningen worden gebouwd met een gezamenlijke omvang van maximaal 5.520 m² bvo.

3.

In aanvulling op de beoordelingsregels uit artikel 6.31 geldt voor de locatie woning bestaand Bruisend Hart dat het eerste en tweede lid niet van toepassing is en dat de omvang van deze woning gelijk is aan de bestaande omvang.

4.

In aanvulling op de beoordelingsregels uit artikel 6.31 geldt dat: a. van het totaal aantal woningen, zoals genoemd in het eerste en tweede lid tezamen dient niet minder dan 33% te worden gebouwd als sociale huurwoningen; b. van het totaal aantal woningen, zoals genoemd in het eerste en tweede lid tezamen dient niet minder dan 50% te worden gebouwd als middenhuurwoningen en sociale koopwoningen. c. van het genoemde percentage onder sub b. mag maximaal de helft als sociale koopwoningen worden gerealiseerd.

Artikel 6.33 Aanvullende beoordelingsregels - geluidgevoelig gebouw bouwen 1.

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw wordt verleend als de standaardwaarde, zoals bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet wordt overschreden.

2.

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw wordt, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, ook verleend als: a. de grenswaarde zoals bedoeld in artikel 5.78u van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet wordt overschreden; en b. de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt.

3.

Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het tweede lid worden in onderstaande volgorde afgewogen: a. bronmaatregelen, zoals het wijzigen van het wegdek; b. overdrachtsmaatregelen, zoals geluidschermen, geluidwallen of afschermende balkons of loggia's; c. gevelmaatregelen zoals geluidreducerende cassetteramen of een vliesgevel.

4.

Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het tweede lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.

5.

Als de standaardwaarde zoals bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving, al dan niet na het treffen van geluidbeperkende maatregelen, wordt overschreden, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw alleen verleend als het geluidgevoelig gebouw beschikt over: a. ten minste één geluidluwe zijde; b. buitenruimten niet mogen worden gesitueerd aan de zijde met de hoogste geluidbelasting, tenzij deze zijde ook een geluidluwe zijde betreft; c. indien er sprake is van een of meer buitenruimten bij een gestapeld geluidgevoelig gebouw mogen buitenruimten aan de hoogst geluidbelaste gevel worden gesitueerd mits aan de gevel aanvullende bouwkundige maatregelen zijn getroffen zoals een (deels) afsluitbare buitenruimte in de vorm van bijvoorbeeld een loggia of een afsluitbaar balkon en de geluidbelasting op de thermische schil voldoet aan de standaardwaarden.

6.

In afwijking van het vijfde lid wordt een omgevingsvergunning ook verleend als het geluidgevoelig gebouw niet beschikt over ten minste één geluidluwe zijde , indien: a. gemotiveerd kan worden dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om maatregelen te treffen om de geluidbelasting te verlagen, vanwege overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard;

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

b. c.

Concept

d.

e. f.

de geluidbelasting op één zijde van het gebouw de standaardwaarde zoals bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving met maximaal 5 dB overschrijdt; er ondanks het ontbreken van een geluidluwe zijde sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat, waarbij ten minste dient te worden betrokken of in de omgeving van het geluidgevoelig object sprake is van een geluidluwe buitenruimte, een stil park, ander groen op loopafstand of andere kwaliteiten van de woning en/of de nabije woonomgeving; indien er sprake is van een of meer buitenruimten bij grondgebonden woningen dient minimaal één buitenruimte aan de zijde met de laagste geluidbelasting te worden gesitueerd; en in aanvulling op sub d. geldt dat overige buitenruimten niet mogen worden gesitueerd aan de zijde met de hoogste geluidbelasting; indien er sprake is van een of meer buitenruimten bij een gestapeld geluidgevoelig gebouw mogen buitenruimten aan de hoogst geluidbelaste gevel worden gesitueerd mits aan de gevel aanvullende bouwkundige maatregelen zijn getroffen zoals een (deels) afsluitbare buitenruimte in de vorm van bijvoorbeeld een loggia of een afsluitbaar balkon en de geluidbelasting op de thermische schil voldoet aan de standaardwaarden.

Artikel 6.34 Aanvullende beoordelingsregels - natuurinclusief bouwen 1.

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.29 tot en met 6.32 wordt de omgevingsvergunning voor bouwen met een omvang vanaf 30 m³ alleen verleend als tenminste het aantal ecopunten in de bebouwing wordt gerealiseerd en in stand gehouden zoals opgenomen in de beleidsregel 'Leidraad Natuurinclusief Bouwen, Hilversum 2021' of de rechtsopvolgers daarvan, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregel wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

2.

De omgevingsvergunning voor bouwen met een omvang van tenminste 1.500 m³, kan in afwijking lid 1, worden verleend als een 'Realisatieplan Natuurinclusief bouwen en inrichten' wordt ingediend conform de eisen uit de beleidsregel 'Leidraad Natuurinclusief Bouwen, Hilversum 2021' of de rechtsopvolgers daarvan, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregel wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. Uit dit 'Realisatieplan natuurinclusief bouwen en inrichten' moet blijken welke maatregelen in het kader van het natuurinclusief bouwen en inrichten worden genomen, hoe wordt geborgd dat deze maatregelen uiterlijk binnen 2 jaar na de start van de bouw zijn gerealiseerd en hoe deze maatregelen duurzaam, ten minste 30 jaar, in stand worden gehouden en beheerd een en ander ter beoordeling aan het bevoegd gezag.

Artikel 6.35 Aanvullende beoordelingsregels - ruimtelijke kwaliteit 1.

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.29 tot en met 6.31 wordt de omgevingsvergunning voor bouwen van een bouwwerk alleen verleend indien aan alle leden van dit artikel wordt voldaan.

2.

Het gebouw voldoet aan de eisen van ruimtelijke kwaliteit voor het Bruisend Hart, zoals opgenomen in de beleidsregel 'Beeldkwaliteitsplan Bruisend Hart'.

3.

Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor tijdelijke bouwwerken.

4.

Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk schriftelijk advies in bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten.

Artikel 6.36 Aanvullende beoordelingsregels - hemelwaterinfiltratie

9

1.

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.29 tot en met 6.31 wordt de omgevingsvergunning voor bouwen van een bouwwerk alleen verleend indien aan alle leden van dit artikel wordt voldaan.

2.

Het bouwen van gebouwen is alleen toegestaan indien dit hydrologisch neutraal geschiedt doordat er wordt voorzien in afdoende (infiltratie)voorzieningen en waterberging om regenwater op te vangen.

3.

Of wordt voldaan aan de eisen van hydrologisch neutraal bouwen, als bedoeld in het tweede lid, wordt beoordeeld aan de hand van de beleidsregel 'Gemeentelijk Watermanagementplan

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

2021-2026' of de rechtsopvolgers daarvan, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregel wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

Concept

Artikel 6.37 Aanvullende beoordelingsregels - voorzieningen 1.

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.29 tot en met 6.31 wordt de omgevingsvergunning voor bouwen van een bouwwerk alleen verleend indien aan alle leden van dit artikel wordt voldaan.

2.

Voorzieningen ten behoeve van het gebruik van het te bouwen bouwwerk dienen uitsluitend inpandig te worden gerealiseerd.

3.

Onder voorzieningen als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: a. voorzieningen ten behoeve van energie; b. voorzieningen ten behoeve van warmte; c. voorzieningen ten behoeve van de tijdelijke opslag van huishoudelijk en commercieel afval.

Artikel 6.38 Afwijkende beoordelingsregels - gebouw bouwen In afwijking van artikelen 6.29 tot en met 6.31 wordt de omgevingsvergunning ook verleend voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van de overschrijding van grenzen van de locatie bebouwingsgebied Bruisend Hart door balkons of daarmee gelijk gestelde bouwdelen indien: a. de overschrijding maximaal 1,2 m bedraagt; b. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; c. de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; d. er sprake is van een goed woon- en leefklimaat; en e. er geen onevenredige nadelige effecten ontstaan voor de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

Artikel 6.39 Vergunningvoorschriften - gebouw bouwen Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden in verband met de werkelijke toestand van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van gronden en/of bebouwing mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; en b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 6.40 Vergunningvoorschriften - geluidgevoelig gebouw bouwen Aan de omgevingsvergunning voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw wordt ten behoeve van de toetsing op grond van artikel 4.103 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, een voorschrift verbonden waarin het gezamenlijke geluid is bepaald.

Artikel 6.41 Aanvullende aanvraagvereisten 1.

Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning waarbij sprake is van het bouwen van een geluidgevoelig gebouw zoals bedoeld in artikel 6.33 dient aanvullend de volgende gegevens en bescheiden te worden verstrekt: a. een akoestisch onderzoek naar het gezamenlijk geluid op de gevel(s) van het geluidgevoelig gebouw; b. een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting van wegverkeerslawaai en spoorweglawaai; en c. als blijkt dat de standaardwaarde zoals bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt overschreden, ook een onderzoek naar geluidbeperkende maatregelen.

2.

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, waarbij sprake is van het bouwen met een omvang zoals genoemd in artikel 6.34 dient aanvullend een realisatieplan 'Natuurinclusief bouwen en inrichten' te worden ingediend.

Subparagraaf 6.2.2.2.3 Gebouw bouwen in bebouwingsgebied bestaand Bruisend Hart

10

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Artikel 6.42 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over het bouwen of verbouwen van een gebouw binnen de locatie bebouwingsgebied bestaand Bruisend Hart.

Concept

Artikel 6.43 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen gebouw bouwen - bestaand gebouw Het is verboden zonder omgevingsvergunning een nieuw gebouw te bouwen of het bestaande gebouw te veranderen of te vergroten.

Artikel 6.44 Beoordelingsregels gebouw bouwen - bestaand gebouw 1.

De omgevingsvergunning voor gebouwen, zijnde bestaande gebouwen, als bedoeld in artikel 6.43, wordt alleen verleend als wordt voldaan aan het tweede lid.

2.

Binnen de locatie bebouwingsgebied bestaand Bruisend Hart mag het bestaande gebouw qua omvang en afmetingen niet worden veranderd of vergroot. De bestaande maten en oppervlakten zijn de minimale en maximale maten.

Artikel 6.45 Aanvullende beoordelingsregels - ruimtelijke kwaliteit 1.

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.44 wordt de omgevingsvergunning voor bouwen van een bouwwerk alleen verleend indien aan alle leden van dit artikel wordt voldaan.

2.

Het gebouw voldoet aan de eisen van ruimtelijke kwaliteit voor het Bruisend Hart, zoals opgenomen in de beleidsregel 'Beeldkwaliteitsplan Bruisend Hart'.

3.

Het derde lid geldt niet voor tijdelijke bouwwerken.

4.

Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning schriftelijk advies in bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten.

Subparagraaf 6.2.2.2.4 Gebouw bouwen in de openbare ruimte Bruisend Hart Artikel 6.46 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen van een gebouw binnen de locatie openbare ruimte Bruisend Hart.

Artikel 6.47 Algemene regels 1.

Een gebouw is alleen toegestaan als: a. nutsvoorziening; b. ten behoeve van de waterhuishouding; of c. ten behoeve van verkeer.

2.

De bouwhoogte bedraagt maximaal 4 m.

3.

De oppervlakte per gebouw bedraagt maximaal 20 m².

4.

Ondergronds bouwen is toegestaan, voor zover er bovengronds een gebouw aanwezig is.

Artikel 6.48 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw te bouwen binnen de locatie openbare ruimte Bruisend Hart als niet wordt voldaan aan artikel 6.47.

Artikel 6.49 Beoordelingsregels

11

1.

De omgevingsvergunning voor gebouwen binnen de locatie openbare ruimte Bruisend Hart ruimte wordt alleen verleend als aan de voorwaarden van dit artikel.

2.

De bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties worden niet onevenredig aangetast.

3.

Het gebouw voldoet aan de eisen van ruimtelijke kwaliteit voor het Bruisend Hart, zoals opgenomen in de beleidsregel 'Beeldkwaliteitsplan Bruisend Hart'.

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

4.

Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning schriftelijk advies in bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten.

Paragraaf 6.2.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen

Concept

Artikel 6.50 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde.

Artikel 6.51 Algemene regels 1.

Een erf- of perceelafscheiding is alleen toegestaan als: a. de bouwhoogte hoger is dan 1 m, maar niet hoger is dan 2 m; b. de erf- of perceelafscheiding op een erf of perceel staat waarop al een hoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en c. de erf- of perceelafscheiding achter de lijn die langs de voorkant van dat hoofdgebouw loopt, loopt vanaf daar evenwijdig met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen.

2.

De volgende overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn alleen toegestaan als: a. de bouwhoogte van een sport- of speeltoestel niet hoger is dan 4 m en alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens. b. de bouwhoogte van een kunstwerk of kunstobject niet hoger is dan 6 m. c. de bouwhoogte van palen of masten niet hoger is dan 10 m.

Artikel 6.52 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk, geen gebouw zijnde, te bouwen als niet wordt voldaan aan de algemene regels in de artikelen 6.51.

Artikel 6.53 Beoordelingsregels 1.

De omgevingsvergunning voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt alleen verleend als aan de voorwaarden uit relevante overige leden van dit artikel wordt voldaan.

2.

De bouwhoogte voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, niet zijnde een erfafscheiding, bedraagt maximaal 12 m.

3.

Een ondergronds bouwwerk geen gebouw zijnde is uitsluitend toegestaan ten behoeve van ondergrondse afvalinzameling.

4.

De bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties worden niet onevenredig aangetast.

5.

Het bouwwerk geen gebouw zijnde voldoet aan de eisen van ruimtelijke kwaliteit voor het Bruisend Hart, zoals opgenomen in de beleidsregel 'Beeldkwaliteitsplan Bruisend Hart'.

6.

Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning schriftelijk advies in bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten.

Afdeling 6.2.3 Gebiedsgerichte activiteiten met gebruiksruimte (Gebruiksactiviteiten) Paragraaf 6.2.3.1 Algemene bepalingen Artikel 6.54 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over het verrichten van gebruiksactiviteiten en het gebruik van gronden en bouwwerken.

Artikel 6.55 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat;

12

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

b. c. d. e. f.

het beschermen van de gezondheid; het beschermen van het milieu; het bieden van voldoende en gevarieerd aanbod aan woonruimte; het tot stand brengen en beschermen van een duurzame leefomgeving; het waarborgen van de veiligheid.

Concept

Artikel 6.56 Toedeling van gebruiksactiviteiten Gebruiksactiviteiten worden alleen verricht als die zijn toegelaten op een locatie op grond van deze afdeling en voldaan wordt aan de gestelde regels voor gebruiksactiviteiten zoals in deze afdeling is opgenomen.

Artikel 6.57 Overgangsrecht bestaande gebruiksactiviteiten 1.

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het vaststellingsbesluit van de wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van de vaststelling van deze titel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

2.

Het in het eerste lid genoemde strijdige gebruik mag niet worden veranderd in een andere vorm van strijdig gebruik of worden vergroot.

3.

Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het vaststellingsbesluit van de wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van de vaststelling van deze titel langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan (tijdelijk deel van het omgevingsplan), daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 6.58 Verbod exploiteren darkstores Het is verboden om een darkstore te exploiteren binnen de locatie Bruisend Hart.

Paragraaf 6.2.3.2 Bedrijfsactiviteiten Artikel 6.59 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op bedrijfsactiviteiten binnen de locatie bedrijf Bruisend Hart.

Artikel 6.60 Algemene regels 1.

Binnen de locatie bedrijf Bruisend Hart zijn bedrijfsactiviteiten toegestaan.

2.

De oppervlakte van bedrijven en kantoren tezamen bedraagt niet meer dan 3.800 m² bvo.

3.

Alleen bedrijven behorende tot ten hoogste milieucategorie 2 zoals opgenomen in Staat van bedrijfsactiviteiten Bruisend Hart zijn toegestaan.

4.

Binnen de locatie Blok A zijn bedrijven alleen op bouwlaag 1 tot en met 7 toegestaan.

5.

Binnen de locatie Blok B bedrijf en kantoor vanaf tweede bouwlaag zijn bedrijfsactiviteiten niet toegestaan op de begane grond en de eerste bouwlaag.

Artikel 6.61 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bedrijfsactiviteiten te verrichten, indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in 6.60.

Artikel 6.62 Beoordelingsregels

13

1.

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.61 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de voorwaarden uit dit artikel.

2.

De oppervlakte van bedrijven en kantoren tezamen bedraagt niet meer dan 6.000 m² bvo.

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Concept

3.

Het bedrijf behoort tot ten hoogste milieucategorie 2 zoals opgenomen in Staat van bedrijfsactiviteiten Bruisend Hart.

4.

Binnen de locatie Blok A zijn bedrijven alleen op bouwlaag 1 tot en met 7 toegestaan.

5.

Binnen de locatie Blok B bedrijf en kantoor vanaf tweede bouwlaag zijn bedrijven niet toegestaan op de begane grond en de eerste bouwlaag.

6.

Er is naar oordeel van het bevoegd gezag geen sprake van nadelige invloed op de afwikkeling van verkeer ten opzichte van hetgeen op basis van artikel 6.60 is toegestaan.

7.

Er is naar oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte ten opzichte van hetgeen op basis van artikel 6.60 is toegestaan.

Paragraaf 6.2.3.3 Detailhandelsactiviteiten Artikel 6.63 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op detailhandelsactiviteiten binnen de locatie detailhandel Bruisend Hart.

Artikel 6.64 Algemene regels 1.

Binnen de locatie detailhandel Bruisend Hart zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan.

2.

Binnen de locatie Blok A zijn detailhandelsactiviteiten alleen op bouwlaag -1 en de begane grond toegestaan.

3.

Binnen de locatie Blok C zijn detailhandelsactiviteiten alleen op de begane grond en de eerste bouwlaag toegestaan.

4.

De oppervlakte van dienstverleningsactiviteiten met detailhandelsactiviteiten tezamen bedraagt niet meer dan de bvo zoals aangegeven op de locatie maximum bvo detailhandel en dienstverlening.

Artikel 6.65 Verbod Het is verboden om detailhandelsactiviteiten te verrichten, indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6.64.

Paragraaf 6.2.3.4 Dienstverleningsactiviteiten Artikel 6.66 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op dienstverleningsactiviteiten binnen de locatie dienstverlening Bruisend Hart.

Artikel 6.67 Algemene regels 1.

Binnen de locatie dienstverlening Bruisend Hart zijn dienstverleningsactiviteiten toegestaan.

2.

Binnen de locatie Blok A zijn dienstverleningsactiviteiten alleen op bouwlaag -1 en de begane grond toegestaan.

3.

Binnen de locatie Blok C zijn dienstverleningsactiviteiten alleen op de begane grond en de eerste bouwlaag toegestaan.

4.

De oppervlakte van dienstverleningsactiviteiten met detailhandelsactiviteiten tezamen bedraagt niet meer dan de bvo zoals aangegeven op de locatie maximum bvo detailhandel en dienstverlening.

Artikel 6.68 Verbod Het is verboden om dienstverleningsactiviteiten te verrichten, indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6.67.

14

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Paragraaf 6.2.3.5 Gebruiksactiviteiten in de openbare ruimte Bruisend Hart

Concept

Artikel 6.69 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de volgende gebruiksactiviteiten binnen de locatie openbare ruimte Bruisend Hart: a. activiteiten die betrekking hebben op groenvoorzieningen; b. activiteiten die betrekking hebben op watervoorzieningen; c. activiteiten die betrekking hebben op parkeer- en verkeersvoorzieningen; en d. activiteiten die betrekking hebben op stationsvoorzieningen.

Artikel 6.70 Gebodsbepaling - groenvoorzieningen Er dient minimaal 3.000 m² aan openbare groenvoorzieningen, waarvan minimaal 1.400 m² aaneengesloten groene ruimte, te worden gerealiseerd.

Artikel 6.71 Algemene regels - activiteiten die betrekking hebben op groenvoorzieningen 1.

Activiteiten die betrekking hebben op het gebruik van gronden voor groenvoorzieningen zijn toegestaan.

2.

Onder het gebruik van gronden, zoals bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval het gebruik voor: a. plantsoenen, parken, bermen, groenstroken en beplanting; b. paden voor langzaam verkeer; c. speelvoorzieningen; d. straatmeubilair; e. nutsvoorzieningen; en f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Artikel 6.72 Algemene regels – activiteiten die betrekking hebben op watervoorzieningen 1.

Activiteiten die betrekking hebben op het gebruik van gronden voor watervoorzieningen zijn toegestaan.

2.

Onder het gebruik van gronden, zoals bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval het gebruik voor: a. waterlopen en waterpartijen; b. voorzieningen voor waterberging, wateraanvoer en waterafvoer, waaronder duikers; c. groenvoorzieningen en oevers; d. nutsvoorzieningen; en e. ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf.

Artikel 6.73 Algemene regels - activiteiten die betrekking hebben op parkeer- en verkeersvoorzieningen 1.

Activiteiten die betrekking hebben op het gebruik van gronden voor voorverkeersvoorzieningen zijn toegestaan.

2.

Onder het gebruik van gronden, zoals bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval het gebruik voor: a. wegen, woonstraten, paden voor langzaam verkeer en pleinen; b. parkeervoorzieningen; c. nutsvoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Artikel 6.74 Algemene regels - activiteiten die betrekking hebben op stationsvoorzieningen 1.

15

Activiteiten die betrekking hebben op het gebruik van gronden voor stationsvoorzieningen zijn toegestaan.

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

2.

Onder het gebruik van gronden, zoals bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval het gebruik behorende bij een treinstation: a. kaartverkoop; b. informatievoorzieningen; c. reizigersvoorzieningen.

Concept

Artikel 6.75 Verbod Het is verboden om gebruiksactiviteiten in de openbare ruimte te verrichten indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6.71 tot en met 6.74.

Paragraaf 6.2.3.6 Gebruiksactiviteiten in het stationsgebied Bruisend Hart Subparagraaf 6.2.3.6.1 Gebruiksactiviteiten in het stationsgebouw Blok A Artikel 6.76 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op gebruiksactiviteiten in het stationsgebouw binnen de locatie Blok A.

Artikel 6.77 Algemene regels 1.

Activiteiten die betrekking hebben op het gebruik van gronden voor stationsvoorzieningen zijn toegestaan.

2.

Binnen de locatie Blok A is een stationsgebouw met bijbehorende voorzieningen alleen toegestaan op de begane grond en in de ondergrondse bouwlaag.

3.

Onder bijbehorende voorzieningen, als bedoeld in het tweede lid, worden verstaan: a. kaartverkoop; b. informatievoorzieningen; c. reizigersvoorzieningen; d. ondersteunende detailhandelsactiviteiten; e. ondersteunende horeca-activiteiten; en f. een fietsenstalling.

4.

Voor de bijbehorende voorzieningen, als bedoeld in het eerste lid, geldt een maximum oppervlak van 2.900m2 bvo.

Artikel 6.78 Verbod Het is verboden om een stationsgebouw met bijbehorende voorzieningen binnen de locatie Blok A te realiseren, indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6.77.

Subparagraaf 6.2.3.6.2 Gebruiksactiviteiten in de spoorreserveringszone Bruisend Hart Artikel 6.79 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op gebruiksactiviteiten binnen de locatie spoorreserveringszone Bruisend Hart.

Artikel 6.80 Algemene regels Binnen de locatie spoorreserveringszone Bruisend Hart is uitsluitend het gebruik van gronden ten behoeve van railverkeer en bijbehorende voorzieningen toegestaan.

Artikel 6.81 Verbod Het is verboden om gebruiksactiviteiten binnen de locatie spoorreserveringszone Bruisend Hart te verrichten, indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6.80.

Paragraaf 6.2.3.7 Horeca-activiteiten

16

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Artikel 6.82 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op horeca-activiteiten binnen de locatie horeca Bruisend Hart.

Concept

Artikel 6.83 Algemene regels

17

1.

Binnen de locatie horeca Bruisend Hart zijn horeca-activiteiten toegestaan.

2.

Binnen de locatie horeca Blok C is horeca alleen toegestaan op de begane grond en de eerste bouwlaag.

3.

De gezamenlijke bruto vloeroppervlakte van horeca-activiteiten is niet hoger dan de bvo zoals aangegeven op de locatie maximum bvo horeca.

4.

Alleen horeca-activiteiten behorende tot de exploitatiecategorieën A, B of C zoals opgenomen in de Module horeca Bruisend Hart zijn toegestaan.

Artikel 6.84 Verbod Het is verboden om horeca-activiteiten te verrichten, indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6.83.

Paragraaf 6.2.3.8 Kantooractiviteiten Artikel 6.85 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op kantooractiviteiten binnen de locatie kantoor Bruisend Hart.

Artikel 6.86 Algemene regels 1.

Binnen de locatie kantoor Bruisend Hart zijn kantooractiviteiten toegestaan.

2.

De oppervlakte van kantooractiviteiten en bedrijven tot ten hoogste milieucategorie 2 tezamen bedraagt niet meer dan 3.800 m² bvo.

3.

Binnen de locatie Blok A zijn kantooractiviteiten alleen op bouwlaag 1 tot en met 7 toegestaan.

4.

Binnen de locatie Blok B bedrijf en kantoor vanaf tweede bouwlaag zijn kantooractiviteiten niet toegestaan op de begane grond en de eerste bouwlaag.

Artikel 6.87 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning kantooractiviteiten te verrichten, indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in 6.86.

Artikel 6.88 Beoordelingsregels 1.

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.87 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de voorwaarden uit dit artikel.

2.

De oppervlakte van bedrijven en kantoren tezamen bedraagt niet meer dan 6.000 m² bvo.

3.

Het bedrijf behoort tot ten hoogste milieucategorie 2 zoals opgenomen in Staat van bedrijfsactiviteiten Bruisend Hart.

4.

Binnen de locatie Blok A zijn kantooractiviteiten alleen op bouwlaag 1 tot en met 7 toegestaan.

5.

Binnen de locatie Blok B bedrijf en kantoor vanaf tweede bouwlaag zijn kantooractiviteiten niet toegestaan op de begane grond en de eerste bouwlaag.

6.

Er is naar oordeel van het bevoegd gezag geen sprake van nadelige invloed op de afwikkeling van verkeer ten opzichte van hetgeen op basis van artikel 6.86 is toegestaan.

7.

Er is naar oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte ten opzichte van hetgeen op basis van artikel 6.86 is toegestaan.

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Paragraaf 6.2.3.9 Maatschappelijke activiteiten Artikel 6.89 Toepassingsbereik

Concept

Deze paragraaf is van toepassing op maatschappelijke activiteiten binnen locatie maatschappelijk Bruisend Hart.

Artikel 6.90 Algemene regels 1.

Binnen de locatie maatschappelijk Bruisend Hart zijn maatschappelijke activiteiten toegestaan.

2.

Maatschappelijke activiteiten zijn alleen op de begane grond en de eerste bouwlaag toegestaan.

3.

De oppervlakte van maatschappelijke activiteiten bedraagt maximaal 720 m² bvo.

Artikel 6.91 Verbod Het is verboden om maatschappelijke activiteiten te verrichten, indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6.90.

Paragraaf 6.2.3.10 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten Artikel 6.92 Toepassingsbereik 1.

De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op ondergeschikt gebruik bij een gebruiksactiviteit dat is toegestaan op een locatie, zoals bedoeld in deze afdeling met uitzondering van de gebruiksactiviteiten in de openbare ruimte, in blok A en bij de gebruiksactiviteit wonen.

2.

Alleen de in deze paragraaf genoemde onderschikte gebruiksactiviteiten zijn toegestaan.

Artikel 6.93 Algemene regels - ondergeschikte horeca-activiteit Een ondergeschikte horeca-activiteit moet voldoen aan de volgende regels: a. de horeca-activiteit is ondergeschikt aan en samenhangend met de hoofdactiviteit; b. de oppervlakte van de horeca-activiteit is niet groter dan 30 % van de oppervlakte van de hoofdactiviteit; c. de openingstijden van de horeca-activiteit zijn gebonden aan de openingstijden van de hoofdactiviteit; en d. de uitstraling van de hoofdactiviteit blijft behouden.

Artikel 6.94 Algemene regels - ondergeschikte detailhandelsactiviteit Ondergeschikte detailhandel moet voldoen aan de volgende regels: a. de detailhandelsactiviteit is ondergeschikt aan en samenhangend met de hoofdactiviteit; b. de oppervlakte van de detailhandelsactiviteit is niet groter dan 30 % van de oppervlakte van de hoofdactiviteit; en c. de uitstraling van de hoofdactiviteit blijft behouden.

Artikel 6.95 Algemene regels - ondergeschikte kantooractiviteit Een ondergeschikte kantooractiviteit moet voldoen aan de volgende regels: a. de kantooractiviteit is ondergeschikt aan en samenhangend met de hoofdactiviteit; b. de oppervlakte van een kantooractiviteit is niet groter dan 30% van de oppervlakte van de hoofdactiviteit; en c. de uitstraling van de hoofdactiviteit blijft behouden.

Artikel 6.96 Verbod Het is verboden om ondergeschikte gebruiksactiviteiten te verrichten, indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6.92 tot en met 6.95.

Paragraaf 6.2.3.11 Wonen

18

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Subparagraaf 6.2.3.11.1 Wonen Artikel 6.97 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op wonen in een woning, waaronder ook inwoning wordt verstaan, binnen de locatie wonen Bruisend Hart.

Concept

Artikel 6.98 Algemene regels - wonen 1.

Wonen in een woning is alleen toegestaan binnen de locatie wonen Bruisend Hart.

2.

In afwijking van het eerste lid geldt dat wonen binnen de locatie Blok A alleen is toegestaan vanaf de eerste bouwlaag en hoger.

3.

In afwijking van het eerste lid geldt dat wonen binnen de locatie Blok B wonen vanaf eerste bouwlaag alleen is toegestaan vanaf de eerste bouwlaag en hoger.

4.

In afwijking van het eerste lid geldt dat wonen binnen de locatie Blok C minus binnenterrein alleen is toegestaan vanaf de eerste bouwlaag en hoger.

5.

Voor de toepassing van de regels uit deze subparagraaf geldt als één huishouden ook een huishouden dat mantelzorg verleent, waarbij de ontvanger van mantelzorg in de woning of onzelfstandige woonruimte woont of in een gebouw dat bij de woning of onzelfstandige woonruimte hoort.

6.

In een woning of onzelfstandige woonruimte woont slechts één huishouden.

7.

Een woning of onzelfstandige woonruimte wordt niet bewoond door meer dan één persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte.

Artikel 6.99 Algemene regels - inwoning 1.

De hoofdbewoner heeft de woning als feitelijk hoofdverblijf.

2.

De hoofdbewoner bewoont minimaal 75% van de woning zelf.

3.

Er woont maximaal één huishouden naast het huishouden van de bewoner.

4.

Het tweede lid is niet van toepassing als het gaat om inwoning in verband met mantelzorg.

Artikel 6.100 Verbod Het is verboden om te wonen in een woning indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikelen 6.98 en 6.99.

Subparagraaf 6.2.3.11.2 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen Artikel 6.101 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis.

Artikel 6.102 Algemene regels

19

1.

Een beroep of bedrijf aan huis wordt door de hoofdbewoner van de woning of onzelfstandige woonruimte zelf uitgeoefend.

2.

De oppervlakte waarop het beroep of bedrijf aan huis wordt uitgeoefend is ten hoogste 50 m² met een maximum van 33% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken.

3.

Bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis worden geen horeca-activiteiten of detailhandelsactiviteiten verricht.

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Artikel 6.103 Verbod Het is verboden om een beroep of bedrijf aan huis uit te oefenen als niet wordt voldaan aan de het bepaalde in artikel 6.102.

Concept

Artikel 6.104 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een beroep of bedrijf aan huis uit te oefenen met een extra medewerker naast de hoofdbewoner.

Artikel 6.105 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning voor het laten uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis door een extra medewerker naast de hoofdbewoner als bedoeld in artikel 6.104 wordt alleen verleend als: a. het parkeren op eigen terrein wordt opgelost; en b. de activiteit zowel naar aard als ten aanzien van de visuele aspecten ervan geen afbreuk doet aan het karakter van de woning.

Subparagraaf 6.2.3.11.3 Woningsplitsing Artikel 6.106 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op woningsplitsing.

Artikel 6.107 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woning te splitsen.

Artikel 6.108 Beoordelingsregels 1.

De omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.107, wordt verleend als het voormalig samengevoegde woningen betreft.

2. In afwijking van het eerste lid wordt een omgevingsvergunning ook verleend als: a. Geen afbreuk wordt gedaan aan: 1. het woon- en leefklimaat; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de cultuurhistorische waarden; en 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. b. voldaan wordt aan de parkeernormen zoals verwoord in de beleidsregel 'Parkeernormen Hilversum 2023' of de rechtsopvolgers daarvan, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregel wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; c. de splitsing voldoet aan de regels over het maximum aantal toegestane woningen op de betreffende locatie elders geregeld in dit omgevingsplan; d. het geen bedrijfswoning betreft. 3.

Bij de toets of wordt voldaan aan het tweede lid, aanhef en onder a, wordt nader invulling gegeven op basis van beleidsregel 'Woningsplitsing, verkamering en transformatie 2023' of de rechtsopvolgers daarvan, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregel wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

Subparagraaf 6.2.3.11.4 Samenvoegen bestaande woningen Artikel 6.109 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het samenvoegen van bestaande woningen.

Artikel 6.110 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning bestaande woningen samen te voegen.

20

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Concept

Artikel 6.111 Beoordelingsregels 1.

De omgevingsvergunning voor het samenvoegen van bestaande woningen wordt alleen verleend als aan de voorwaarden uit alle leden van dit artikel wordt voldaan.

2.

Het betreft voormalig gesplitste woningen.

3.

De samenvoeging komt ten goede aan de kwaliteit van de uiteindelijke woning.

4.

De samenvoeging betreft geen sociale huur- of koopwoningen of middenhuur woningen.

Subparagraaf 6.2.3.11.5 Verkamering Artikel 6.112 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het wijzigen van woonruimte voor verkamering.

Artikel 6.113 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woning te verkameren.

Artikel 6.114 Beoordelingsregels 1.

De omgevingsvergunning voor het wijzigen van woonruimte voor verkamering wordt alleen verleend als aan de voorwaarden uit alle leden van dit artikel wordt voldaan.

2.

Geen afbreuk wordt gedaan aan: a. het woon- en leefklimaat; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de cultuurhistorische waarden; en e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

3.

Het betreft geen bedrijfswoning.

4.

De verkamering voldoet aan de regels over het maximum aantal toegestane woningen op de betreffende locatie zoals geregeld in artikel 6.32 eerste t/m derde lid.

5.

Bij de toets of wordt voldaan aan het tweede lid, aanhef en onder a wordt nader invulling gegeven op basis van beleidsregel 'Woningsplitsing, verkamering en transformatie 2023' of de rechtsopvolgers daarvan, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregel worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

Afdeling 6.2.4 Beperkingengebieden en beschermingsgebieden Paragraaf 6.2.4.1 Algemene bepalingen Artikel 6.115 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van het milieu; d. het beschermen van archeologische waarden; e. het waarborgen van de veiligheid.

Paragraaf 6.2.4.2 Activiteiten in een gebied met archeologische waarden 1 (Oude Dorpskern – Hoog) Artikel 6.116 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op de volgende grondwerkzaamheden en bouwactiviteiten binnen het beperkingengebied archeologische waarden 1:

21

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

a. b. c. d.

Concept

e. f. g.

het bouwen van bouwwerken waarvoor werkzaamheden beneden het maaiveld plaatsvinden, dan wel beneden de waterbodem; het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van grondbewerkingen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen of het rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen waarbij de stobben worden verwijderd; het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; het verlagen en verhogen van het waterpeil; en het slopen van bouwwerken, waaronder werkzaamheden beneden het maaiveld plaatsvinden, dan wel beneden de waterbodem.

Artikel 6.117 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1.

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteiten als bedoeld in artikel 6.116 te verrichten indien de activiteiten uitgevoerd worden op een plangebied dat groter is dan 25 m² en de activiteit die verricht wordt dieper reikt dan 30 cm beneden het maaiveld.

2.

Het verbod in het eerste lid geldt niet: a. voor activiteiten die betrekking hebben op normaal beheer en onderhoud; b. op activiteiten die uit het oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; of d. als uit eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek naar het oordeel van het bevoegd gezag is komen vast te staan dat er geen sprake is van te beschermen archeologische waarden.

Artikel 6.118 Aanvullende aanvraagvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden een vroegtijdig inventariserend en de nadere aanvullende onderzoeksrapporten die daaruit volgen overlegd.

Artikel 6.119 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.117 wordt verleend als: a. er op de plaats van de uit te voeren activiteiten geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. het belang van de archeologische waarden hierdoor niet of niet onevenredig worden geschaad; of c. de archeologische waarden kunnen worden behouden door voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning.

Artikel 6.120 Advies deskundige archeologie Het bevoegd gezag wint voorafgaand het verlenen van de omgevingsvergunning schriftelijk advies in bij de deskundige inzake archeologie of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 6.119.

Artikel 6.121 Vergunningvoorschriften Aan de omgevingsvergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de uitvoering van de activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

Paragraaf 6.2.4.3 Vervoer gevaarlijke stoffen Artikel 6.122 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van zeer kwetsbare of kwetsbare gebouwen danwel het als zodanig gebruiken van gebouwen binnen het beperkingengebied vervoer gevaarlijke stoffen Bruisend Hart.

22

Concept

(van 12-3-2025 14:46)

Artikel 6.123 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Concept

Eventueel in afwijking van het overige bepaalde in deze titel is het binnen het beperkingengebied vervoer gevaarlijke stoffen Bruisend Hart niet toegestaan om zonder omgevingsvergunning nieuwe zeer kwetsbare en kwetsbare gebouwen te bouwen danwel het gebruik binnen bestaande gebouwen te wijzigen naar zeer kwetsbare en kwetsbare gebouwen.

Artikel 6.124 Beoordelingsregels 1.

De omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van zeer kwetsbare of kwetsbare gebouwen als bedoeld in artikel 6.123 wordt alleen verleend als aan de voorwaarden uit alle leden van dit artikel wordt voldaan.

2.

De veiligheid van personen en goederen is in voldoende mate geborgd.

3.

Indien het uit een onderzoek blijkt dat maatregelen noodzakelijk zijn, dienen deze maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden.

Artikel 6.125 Aanvullende aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.123 worden de volgende aanvullende gegevens en bescheiden verstrekt: a. Een rapport van een (externe veiligheids-)milieudeskundige waarin wordt aangetoond dat de veiligheid van personen en goederen in voldoende mate is geborgd (eventueel door het treffen van veiligheidsmaatregelen).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=f5fd1072-e212-44f6-b306-df515401348b