CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 1.1 Stedenbouwkundig plan Bruisend Hart

COMMISSIE Ruimtelijke Ordening en Projecten 17 april 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Beeldvorming Stedenbouwkundig plan Bruisend Hart (1351511)14.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

30

Aan de zijde van de woonbuurten ligt de Buurttuin. Deze tuin is een belangrijke ontmoetingsplek voor de buurt. In de Buurttuin ligt de Uitspanning. Deze horecafunctie zorgt voor levendigheid in de tuin. Centraal in de Buurttuin ligt een opvallend waterelement met ruimte om te spelen. Hieromheen ligt het terras van de Uitspanning en trapvormige plateaus waar mensen kunnen picknicken en van de zon kunnen genieten. In de tuin worden rustige plekken gemaakt waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en kunnen zitten. Het beeld van de Buurttuin wordt bepaald door een afwisseling van boomgroepen, open ruimten en solitaire bomen. Hierdoor ontstaan zowel zonnige als schaduwrijke plekken.

Principetekening: markante groene plekken bij entreegebieden. kunnen ontmoeten en een kopje koffie kunnen drinken. Bij de toegang vanaf de Kleine Drift wordt, langs de hoofdfietsroute, een plek ingericht die bij de voormalige politiepost hoort. De plek biedt ruimte voor zitgelegenheid. Op de plek waar de Noorderweg het Bruisend Hart verlaat, wordt een aantrekkelijke verblijfsplek ingericht tussen de bakkerij en Café Dudok.

Ruimtelijke afwisseling door boombeplanting De boombeplanting is bepalend voor de sfeer van het Bruisend Hart. De boomgroepen bepalen de doorzichten en vormen afwisselend schaduwrijke en zonnige plekken. Hiermee worden koele plekken toegevoegd aan de buurt en wordt hittestress tegengegaan. Daarnaast is er ruimte om in de zon te zitten. De bomen leveren ook een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit en hebben een ecologische functie voor diverse dieren. De bomen worden zo geplaatst dat er altijd voldoende doorzichten zijn op belangrijke reisdoelen en zodat een sociaal en verkeersveilige omgeving ontstaat.

Water zichtbaar in de openbare ruimte De waterbergingsopgave wordt zichtbaar gemaakt in de openbare ruimte. In de Buurttuin worden, in combinatie met het waterelement bij de Uitspanning, voorzieningen voor het infiltreren van regenwater aangebracht. Het kleine plein bij de toegang van het Bruisend Hart vanaf de Larenseweg, wordt vormgegeven als ‘waterplein’. De mogelijkheden voor een waterelement aan weerzijden van de fietstunnel worden in samenhang met de centrumzijde onderzocht.

Principetekening: groene straten komen samen in Bruisend Hart

Principetekening: water in openbare ruimte

Randen van het Bruisend Hart Langs de randen van het Bruisend Hart komen geveltuinen, voorstoepjes en tuinmuurtjes om de stenige wanden te verzachten. Hiermee ontstaat een groene omlijsting, die de samenhang versterkt en zorgt voor eenheid in beeld en uitstraling.

Wandel- en fietsroutes De wandel- en fietsroutes sluiten aan op de bestaande wandel- en fietsroutes in de omgeving, met het station als belangrijk reisdoel. De routes zijn aangenaam en veilig in gebruik en verbinden de verschillende plekken op een logische en herkenbare manier met elkaar. Kruisingen worden eenvoudig en overzichtelijk vormgegeven. Doorgaande routes krijgen een herkenbare inrichting en vormgeving. Verblijfsplekken zijn duidelijk te onderscheiden van deze doorgaande routes. De karakteristieken van het gebied bepalen het beeld en de beleving van de verschillende routes. Zo ontstaat een herkenbare plek voor mensen die er doorheen bewegen en er verblijven.

Richtlijnen openbare ruimte 1. Het Bruisend Hart vormt een samenhangende ruimte met verschillende verblijfsplekken. 2. De tunnel- en tunneltoegangen vormen een samenhangende eenheid die beide zijden van het station met elkaar verbinden. 3. De hoofdfietsroute vormt een continue en aantrekkelijke verbinding tussen het centrum en het oostelijke deel van Hilversum. 4. Kruisingen worden eenvoudig en verkeersveilig vormgegeven. 5. Er worden twee tuinen en één plein gemaakt, die zich van elkaar onderscheiden in uitstraling, gebruik en dynamiek. 6. De toegangen tot het Bruisend Hart vanuit omliggende buurten worden herkenbaar gemaakt door markante groene plekken. 7. Verblijfsplekken zijn duidelijk te onderscheiden van de doorgaande routes. 8. Water wordt zichtbaar en sfeerbepalend in de openbare ruimte. 9. De verschillende routes worden herkenbaar ingericht en vormgegeven.

Principetekening: groene stoepen en tuinen 31

Openbare ruimte (voorbeelduitwerking)

C

32

B

Voorstel straatprofiel (B zie kaart blz. 32) Zuiderweg ‘Stadskamer’

Voorstel straatprofiel (C zie kaart blz. 32) Larenseweg Café Dudok

Sfeerimpressie Zuiderweg -Stadskamer 33

5.5 Mobiliteit In navolging van de Omgevingsvisie Hilversum 2040 is in dit gebied het zogenoemde STOMP-principe van toepassing op de inrichting van de openbare ruimte. De voetganger (Stappen) staat voorop, gevolgd door de fietser (Trappen), het Openbaar vervoer en Mobility as a service (bijvoorbeeld deelauto’s). De Privéauto vormt het sluitstuk in de inrichting. Door de openbare ruimte in te richten volgens dit principe, verbetert de verkeersveiligheid én ontstaat er meer ruimte voor bewegen, spelen en ontmoeting. Stappen De combinatie van wonen, werken en voorzieningen, zowel in het gebied als in de directe omgeving, zorgt ervoor dat veel bestemmingen op loopafstand liggen. Het station speelt daarin een centrale rol. Looproutes door het Bruisend Hart sluiten aan op omliggende routes.

34

fietsverkeer naar het centrum in de drukke periodes zo veel mogelijk gescheiden van bestemmingsverkeer. De kruisingen van fiets en auto stromen vragen aandacht bij de nadere uitwerking (zie kaart aandachtsgebied blz. 35). Openbaar vervoer Loop- en fietsroutes vanuit verschillende richtingen sluiten aan op de stationshal en de entree van de fietsenstalling. Langs de randen van het gebied, aan de Zuiderweg en Larenseweg, komen Kiss & Rideplekken. Het station en de groene tuinen zijn, in combinatie met de ovvoorzieningen aan de centrumzijde, goed bereikbaar met alle soorten van vervoer. Speciale aandacht gaat uit naar een verkeersveilige en sociaal veilige vormgeving van de tunnelingang, de hellingbaan en de Kiss & Ride-plekken.

Trappen Een goede fietsenstalling is noodzakelijk voor de bereikbaarheid per fiets. Zowel het station als de woningen krijgen inpandige fietsenstallingen. Voor andere functies komen er stallingsplekken in de openbare ruimte. De hoofdfietsroute vanuit het centrum naar de Larenseweg wordt zo direct mogelijk. Hierbij wordt rekening gehouden met het hellingspercentage vanuit de tunnel en een minimum aan ontmoetingen met auto’s. De entree van de fietsenstalling is bereikbaar via een aansluiting op de Larenseweg. Op die manier wordt doorgaand

Mobility as a Service Aan de centrumzijde is een busstation met stedelijke en regionale verbindingen aanwezig. De fietsenstalling aan de centrumzijde biedt ov-fietsen en er is een taxistandplaats. Aanvullend is het mogelijk om aan de randen van het Bruisend Hart deelvervoer aan te bieden, waaronder auto’s, scooters, fietsen of steps. Dit is een punt voor verdere uitwerking.

Voetgangers

Fietsers

Privéauto Per auto is het gebied bereikbaar voor hulp- en nooddiensten, storingsdiensten en logistiek vervoer. Ander autoverkeer is alleen mogelijk langs de randen van het gebied: de Larenseweg/Noorderweg en de Zuiderweg. Hierdoor is er meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Dit komt de aantrekkelijkheid en veiligheid van het gebied ten goede. Bewoners van de nieuwe woningen parkeren in de inpandige garage onder het gebouw aan de Larenseweg met circa 70 plaatsen. Deze zijn niet zichtbaar vanaf straatniveau. Het aantal parkeerplaatsen dat hier komt, voldoet aan het Parkeerbeleid Hilversum 2023 en de Nota Parkeernormen 2023. Indien er wijzigingen zijn in dit beleid of deze normen, is het mogelijk om hier rekening mee te houden. Gezien de centrale plek van het station in het gebied, is het uitgangspunt dat bewoners en gebruikers van het gebied met het ov reizen. Daarom zal naar verwachting een deel van de vereiste parkeerplaatsen worden afgekocht, zodat er minder parkeerplaatsen nodig zijn. Hierdoor blijft er meer ruimte over voor fiets- en wandelvoorzieningen in het gebied. Ondanks de volledige herinrichting van het openbaar gebied blijft het parkeren voor een aantal functies in de openbare ruimte gehandhaafd. De Kiss & Ride voorziening komt terug aan de Zuiderweg en de Larenseweg/Noorderweg, net als parkeren voor mindervaliden, deelauto’s en laad- en losruimte.

Mogelijk worden deze huidige

Auto

parkeerplaatsen verplaatst naar een andere plek binnen het gebied. De parkeerplaatsen langs de Zuiderweg, tussen de Kleine Drift en het spoor, blijven in aantal ongewijzigd. Er worden drie parkeerplaatsen aangelegd voor storingsmonteurs van ProRail nabij de stationsentree. Als gevolg van dit plan zullen vier parkeerplaatsen langs de Zuiderweg en vijftien parkeerplaatsen ten zuiden van de Swammerdamstraat vervallen. Deze ruimte is benodigd om de nieuwbouw langs de Larenseweg te realiseren en een veilige autoverbinding via de Zuiderweg te kunnen maken. De verwachting is dat het opheffen van deze parkeerplaatsen niet ten koste gaat van de bereikbaarheid van de verschillende functies in het gebied. Dit is gebasseerd op een parkeerdrukmeting. Verder neemt de parkeerbehoefte af met het verdwijnen van functies die in de te slopen bebouwing aanwezig zijn. Richtlijnen mobiliteit 1. Paden voor voetgangers en fietsers zoveel mogelijk scheiden van de auto. 2. Paden en wegen sluiten aan op de bestaande structuur in de omgeving. 3. Fietsenstalling aansluitend op de stationshal met een goed bereikbare entree. 4. Inpandige fietsenstallingen voor bewoners nieuwe woningen.

Aandachtsgebied II mobiliteit

Voorbeelduitwerking aandachtsgebied (II) 35

Principes verleersstromen

D

36

Nood- en hulpdiensten Nood- en hulpdiensten kunnen voor de deur van alle gebouwen komen. Voor de brandweer zijn de opstelplekken aangegeven met een watervoorziening om brand te kunnen bestrijden.

Nood- en hulpdiensten Ontwerpvariant (dwarsdoorsnede D, zie kaart blz. 36) auto-te-gast verbinding met vrijliggend fietspad*

Ontwerpvariant (Dwarsdoorsnede D, zie kaart blz. 36) auto-te-gast verbinding met gedeelde rijbaan*

* Ontwerpvarianten nader uit te werken in het inrichtingsplan openbare ruimte

37

5.6 Groen De tuinen in het Bruisend Hart staan niet op zichzelf. In de hele wijk 1221 liggen verschillende groene plekken die met elkaar worden verbonden door groen ingerichte straten. In de toekomst worden nog meer pleinen ingericht tot groene plekken en worden meer bomen aangeplant in de woonstraten. Samen vormen deze plekken de Groene Loper. De Stadstuin en Buurttuin zijn belangrijk onderdeel van deze Groene Loper Natuurinclusief In de ontwikkeling van het Bruisend Hart is er ook aandacht voor dieren. Enkele soorten die hier voorkomen zijn bijvoorbeeld de gierzwaluw, huismus, vleermuizen, zwarte roodstaart, spreeuw, witte kwikstaart, dagpauwoog en de bij. De omgeving is daarom niet alleen voor mensen prettig, maar ook voor dieren. Daarbij is het belangrijk om rekening te houden met de vijf v’s: voedselaanbod, vocht, veiligheid, verbinding en ruimte voor voortplanting. Een natuurinclusieve

Principekaart groenstructuur 38

ontwikkeling vraagt om veilige en goede verbindingen met de natuur in de omgeving. Het Bruisend Hart is via een aantal uitgaande wegen en de groene bermen langs het spoor verbonden met de natuur rond de stad. De beschutting van heesters, struiken, klimplanten en kruidenrijke vegetatie is van belang voor de dieren. De meeste diersoorten in Nederland leven tussen het maaiveld en 30 meter hoogte. Naast de groene ruimte in het gebied zijn groene daken en gevels met kleine openingen welkome aanvullingen in het leefgebied van deze dieren. Klimplanten in de volle grond vergroten de verticale verbindingen in het gebied. In binnentuinen, binnen de bouwblokken, is mogelijk ruimte voor één of twee middelgrote bomen (8-15m hoog). Bij daktuinen is het grondpakket dik genoeg om verschillende planten en bomen goed te laten groeien. Zo zal er bij bomen minimaal een meter nodig zijn en bij heesters minder. Het waterelement in de Buurttuin voorziet insecten, vogels en andere dieren van vocht. Lanen, hagen en beeldbepalende bomen Het beeld van het Bruisend Hart wordt bepaald door een variatie aan boomgroepen, kleinschalige open ruimten, alleenstaande bomen en groepen van opgaande beplanting. De boomsoorten die worden aangeplant zijn inheems en gevarieerd. De ruimte wordt omgeven door kleinschalig groen van geveltuinen, voorstoepjes en terrassen.

Doorlopende hagen zorgen voor een samenhangend landschappelijke beeld en leveren een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit. De hagen schermen de luwe verblijfsplekken af van de doorgaande routes en begeleiden verschillende routes door het gebied. De hagen en opgaande beplanting creëren besloten verblijfsruimten. Bij de belangrijkste toegangen tot het gebied, vanaf de Larenseweg, de Kleine Drift en de Noorderweg, worden grote beeldbepalende bomen aangeplant. De bomen onderscheiden zich van de omgeving door hun bladkleur, bloei of groeiwijze en vormen zo herkennningspunten langs de routes. Tuinen om in te verblijven De beplanting in de Buurttuin biedt een afwisselend beeld, wat het hele jaar aantrekkelijk is. De tuin wordt omzoomd door hagen en vormt een fijne beschutte plek. In de tuin wordt het regenwater geïnfiltreerd en geborgen. Dit wordt zichtbaar gemaakt door kleine hoogteverschillen in het maaiveld, waardoor water in wadi’s blijft staan.

Richtlijnen groen 1. Het Bruisend Hart vormt een onderdeel van de Groene Loper. 2. Verbindt groengebieden binnen Hilversum met elkaar. 3. Bouw natuurinclusief volgens de leidraad ‘Natuurinclusief Bouwen voor nieuwbouw’ 4. Zie rapport Spoorbouwmeester Klimaatadaptieve stations, 2023. 5. Zorg voor een natuurlijke inrichting en beheer van binnenstedelijk groen, zowel openbaar als privé. 6. Verbeter de bodem- en waterkwaliteit. 7. Het groen is goed te beheren en beplanting staat in de volle grond of op grondpakketten van voldoende dikte. 8. Het groenbeeld wordt bepaald door gevarieerde beplanting en afwisseling tussen en zonnige plekken. 9. Hagen zorgen voor een samenhangend ruimtelijk beeld en leveren een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit. 10. Het groen bepaalt het karakter en herkenbaarheid van de plek binnen zijn omgeving.

In de Stadstuin wordt het hoogteverschil tussen de tunnel en de Zuiderweg, de Larenseweg en de Buurttuin opgelost in een samenhangend groenbeeld. Het beeld en de sfeer van de Stadstuin sluit aan bij de inrichting van het stationsgebied aan de centrumzijde.

Referentiebeelden groen in Bruisend Hart

39

Sfeerimpressie Larenseweg richting spoor 40

Principes natuur, landschap en ecologie 41

5.7 Water en klimaatadaptatie De buitenruimte moet klimaatveranderingen kunnen opvangen. Het klimaat wordt elk jaar een beetje warmer. Periodes van droogte en extreme regenval komen steeds vaker voor. In het gebied komt een aantal straten samen, begeleid door bomen. Samen met de boomgroepen in het Bruisend Hart zorgen ze voor schaduw en koelte in het gebied. Om hittestress te voorkomen, worden de randvoorwaarden uit Programma Groen Hilversum 2040 als minimum gebruikt. Deze randvoorwaarden zijn gebaseerd op de basisveiligheidsniveaus uit de intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw. Sinds de jaren vijftig kennen we in Hilversum bij hevige regenval wateroverlast en schade, vooral in postcodegebied 1221 en in het centrum. Er staat op die momenten veel water op straat, water loopt de huizen in aan de Lorentzweg en Kleine Drift en er staat water in de Beatrixtunnel. Water uit het Centrum, Noord, Trompenberg, Boomberg en Oost wordt via het hoofdriool in de Minckelersstraat vervoerd naar de bufferbakken en rioolwaterzuivering bij Anna’s hoeve. Uit metingen blijkt dat vernauwingen en drempels in het hoofdriool leiden tot een beperkte waterafvoer, het werkt als een flessenhals. Met het voorgenomen besluit om een overdekte gracht aan te leggen wordt het hoofdriool veel groter, waardoor het probleem van de flessenhals wordt opgelost en extra berging wordt aangelegd.

Het nieuwe hoofdriool is een rechthoekige buis van 2x3 meter over 1 kilometer lang.

Referentiebeelden water (en water infiltratie) in Bruisend Hart

42

Naast het verruimen van de hoofdafvoer van gemengd rioolwater uit Hilversum Oost, is het belangrijk om bij ontwikkelingen te zorgen dat er zo min mogelijk regenwater wordt afgevoerd via gemengd riool naar de zuivering. Dat is niet alleen voor het beperken van overlast door water op straat, zeker ook voor duurzaam waterbeheer. In het gemeentelijk watermanagement plan (GWP) is eén van de belangrijkste doelstellingen ten aanzien van duurzaam waterbeheer (én volksgezondheid!) het scheiden van schoon hemelwater en vuil afvalwater en het lokaal benutten van hemelwater voor planten en bomen bij droogte en aanvulling van grondwater door infiltratie.

De beplanting in het gebied houdt met zijn bladeren ook regenwater vast. Dit kan bij een volgroeide boom wel 20% zijn van wat er valt. Hoe meer beplanting en onverhard terrein, hoe meer water in het gebied wordt vastgehouden of verdampt. In het Bruisend Hart wordt veel onverhard infiltratieoppervlak toegepast, maar op een aantal plaatsen ontbreekt dit door parkeergarages, ondergrondse voorzieningen en dakconstructies. De precieze waterberging voor het gebied en de benodigde capaciteiten en voorzieningen worden in de uitwerking van het ontwerp openbare ruimte uitgewerkt.

In het Bruisend Hart wordt regenwater zichtbaar opgevangen en geïnfiltreerd in de bodem. In de Buurtuin komen wadi’s om tijdelijk water te bergen. Ook wordt ook ruimte gezocht om de daken van omliggende bebouwing af te koppelen. Voor de openbare ruimte geldt de norm dat de eerste 70mm die valt tijdens een intensieve bui binnen het plangebied wordt opgevangen en geïnfiltreerd. In droge perioden wordt het opgeslagen regenwater gebruikt voor besproeiing van het groen.

Richtlijnen klimaatadaptatie 1. Richt de openbare ruimte in met veel begroeiing, dit zorgt voor verkoeling en gaat wateroverlast tegen. 2. Verblijfsplekken en belangrijke looproutes zijn voor 40% beschaduwd, bij voorkeur met groen. 3. Op privéterrein wordt hemelwater vastgehouden. Eventueel wordt overtollig hemelwater ook opgevangen in regentonnen en/of reservoirs in wanden of kelders van gebouwen en gebruikt voor groen. 4. Het hemelwater loopt nergens het riool in. 5. In de openbare ruimte wordt regenwater zoveel mogelijk op maaiveld verzameld en naar wadi's geleid. Daar wordt het tijdelijk geborgen en kan het infiltreren.

Op privéterreinen treft de eigenaar maatregelen om de eerste 60 mm neerslag in een uur op eigen terrein te infiltreren. Dit gebeurt binnen de (toekomstige) perceelgrenzen en zonder dat water op straat komt te staan.

Principes klimaatadaptatie water 43

5.8 Circulariteit en energietransitie Het gebruik en de verschillende functies bij een station veranderen met de tijd door ontwikkelingen in transport en techniek. Het gebied en de gebouwen zijn flexibel om de veranderende wensen in gebruik te kunnen inpassen. De gebruikte materialen zijn herbruikbaar. Energie wordt zo veel mogelijk binnen het gebied opgewekt en opgeslagen. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de kaders en richtlijnen voor een toekomstgericht gebied. Circulair Het ontwerpen van gebouwen gebeurt op basis van de huidige wensen, bijvoorbeeld voor wonen. Ze zijn voorbereid op een mogelijke verandering van functie in de toekomst. Gebouwen aan de centrale openbare ruimte hebben een begane grond met een hoogte van minimaal 3,6 meter en voor de kelders een vrije verdiepingshoogte van 3 meter. Daarbij hebben de begane grond en de kelder een constructie die bestaat uit kolommen, waardoor ze vrij in te delen zijn. De gebouwen voldoen aan de wettelijke MilieuPrestatie Gebouwen (MPG). Ook de inrichting van de buitenruimte is bewust ontworpen voor meerdere soorten van gebruik en is niet specifiek voor één gebruik of groep ingericht. Het groen dient als verblijfsgebied voor dieren, ontmoetingsplek voor mensen. Er is geen speeltuin, maar er zijn wel speelmogelijkheden. Er is geen sportveldje of -toestel maar mensen kunnen wel buiten sporten of een balletje trappen.

De materialen in de buitenruimte zijn zo goed als allemaal herbruikbaar en bij de aanleg wordt minimaal 50% hergebruikt materiaal toegepast.

Richtlijnen circulair 1. Gebouwen voldoen aan de MPG. 2. Bij de aanleg van de openbare ruimte wordt minimaal 50% hergebruikte materialen toegepast. 3. Giftige materialen worden vermeden. 4. Meervoudig gebruik gaat voor enkelvoudig gebruik.

44

Energietransitie Hilversum staat, net als de rest van Nederland, voor een belangrijke opgave. In 2050 is er geen gebruik meer van fossiele brandstoffen. Dit betekent dat alle nieuwe gebouwen in het Bruisend Hart aardgasvrij zullen zijn. Ook alle bestaande gebouwen rondom het gebied moeten duurzame manieren vinden om te verwarmen, te koelen en te koken. Een eerste verkenning maakt duidelijk dat er kansen liggen voor zonnepanelen en dat een collectief bodemenergiesysteem voor de opslag van warmte en kou het meest efficiënt is. Op een slim warmteen koudenet kunnen alle gebouwen in het gebied worden aangesloten. De collectieve warmte- en koudevoorziening die hier mogelijk is, is een 5e generatie warmtenet. Dit is een lage temperatuur-warmtenet (ZLT) waarmee de aangesloten gebouwen kunnen verwarmen en koelen. Het warmtenet bestaat uit een dubbele ringleiding, waarop de gebouwen, het bodemenergiesysteem (opslag) en de warmte- en koudebronnen zijn aangesloten. Een 5e generatie warmtenet heeft een centrale technische ruimte. De gebouwen hebben een eigen techniekruimte om de temperatuur uit het warmtenet te verhogen naar circa 35 graden voor ruimteverwarming, en 60 graden voor warm tapwater. De koude- en warmtebron liggen zo’n 100 meter uit elkaar. De bronputten bevinden zich in de openbare ruimte, ze nemen alleen ondergrondse ruimte in en hebben een putdeksel.

Richtlijnen energie 1. Voor het gebied is uitgegaan van één Warmte Koude Opslag (WKO) voor gebouwverwarming en koeling in de nieuwbouw. 2. Nieuwe gebouwen zijn voor warmte (en kou) aangesloten op – en hebben installaties die te koppelen zijn aan – collectieve systemen voor warmte- en koudeopslag in de bodem. 3. Begroeide daken en gevels worden ingezet voor isolatie en koeling van gebouwen en buitenruimtes.

Principe warmtenet 45

5.9 Ondergrondse infrastructuur en milieu De ontwikkeling van het Bruisend Hart is niet alleen een transformatie boven de grond. Ook ondergronds heeft het plan grote impact. De ondergrond is al op verschillende manieren in gebruik, waar rekening mee gehouden moet worden. Dat gebruik wordt in de toekomst alleen maar intensiever, onder andere door vergroening, de energietransitie, klimaatadaptatie, fietsen- en parkeerkelders, etc.). Ook vanuit milieuregelgeving bestaan kaders waar bij de ontwikkeling rekening mee moet worden gehouden. In deze paragraaf staan deze kaders beschreven. Ondergrondse infrastructuur Binnen het plangebied ligt een hoofdriool. Dit loopt nu gedeeltelijk onder het Oosterspoorplein door. Om het nieuwe stationsgebouw mogelijk te maken, is het noodzakelijk dit hoofdriool gedeeltelijk te verleggen tussen de Noorderweg en de Kleine Drift. Ook is er een hogedrukgasleiding. Deze loopt vanaf de westkant van het spoor richting de Larenseweg. De gasleiding blijft behouden. De nieuwe bebouwing wordt op voldoende afstand geplaatst zodat de gasleiding bereikbaar blijft voor onderhoud. Nieuw riool en infiltratievoorzieningen Het infiltratieriool, dat begint bij de Kleine Spoorbomen en onder de Noorderweg doorloopt, wordt doorgetrokken onder de LarensewegKleine Drift.

Kabels en leidingen

46

Onder de fietstunnel onder het station ligt aan de Oosterspoorpleinzijde een waterbergingskelder met pompen. De afvoer hiervan gaat door middel van een persleiding via de centrumzijde van het station. Bij verdere uitwerking van het stationsgebied aan de centrumzijde en het Bruisend Hart wordt een nieuwe afvoersituatie gekozen. Daarbij wordt rekening gehouden met de nieuwe leiding naar het riool in de Zuiderweg, aan de kant van het Bruisend Hart. Het gebied krijgt wadi's in het groen voor het tijdelijk bufferen en laten infiltreren van regenwater. Voor de nieuwe gebouwen is het uitgangspunt dat ze alleen een droogweerafvoeraansluiting krijgen en geen hemelwaterafvoeraansluiting. Afvalinzameling Voor bewoners van de nieuwe gebouwen in het Bruisend Hart komen er ondergrondse afvalcontainers. Hiervoor zijn enkele mogelijke locaties op de kaart aangegeven. De Grondstoffen- en Afvalstoffen Dienst (GAD) houdt een maximale loopafstand van 200 meter aan. In dit geval zijn locaties gekozen met loopafstanden van 125 meter.

Globale posities ondergrondse afvalcontainers

Alle andere gebruikers verzamelen zijn zelf verantwoordelijk voor het verzamelen van hun afval op eigen terrein, het scheiden daarvan en het aanbieden aan een afvalverwerker. Bodem en grondwater Binnen het plangebied zijn verschillende verontreinigingen in de vaste bodem aanwezig. Voor het gehele gebied wordt actualiserend onderzoek uitgevoerd, zodra de gronden beschikbaar zijn. Verontreinigingen in de bodem leveren over het algemeen geen belemmeringen op voor een ontwikkeling, omdat sanering mogelijk is. Er wordt rekening gehouden met functiegericht saneren van de verontreinigingen. Ter plaatse van groen wordt hiervoor een leeflaag aangebracht. Ook het aanbrengen van verharding kan een maatregel zijn. Bij bouwwerkzaamheden is het streven verontreinigingen zo veel mogelijk weg te nemen en geen restverontreiniging achter te laten. Grondwaterverontreinigingen kunnen het gebruik van grondwater belemmeren. Hierbij valt te denken aan grondwateronttrekking voor de aanleg van kelders, bij warmte- en koudeopslag en hemelwaterinfiltratie. De verontreiniging mag hierbij horizontaal

Belemmeringen en milieuverontreinigingen

verspreiden, maar niet in de diepte verplaatsen. Bij de aanleg van kelders of woningen boven verontreinigingen moet worden getoetst of er voor het nieuwe gebruik geen risico’s worden verwacht door uitdamping. Als dit wel het geval is, dan is het nodig maatregelen in de bebouwing te treffen, zoals een dampdichte vloer en actieve ventilatie. Geluid en luchtkwaliteit Het Bruisend Hart ligt direct aan het spoor. Dit brengt spoorweglawaai met zich mee. Daarbij zijn er in het gebied enkele doorgaande verkeerswegen die ook voor een geluidsbelasting zorgen. De ‘knip’ in de Kleine Drift tussen de Larenseweg en de Zuiderweg en de sluiting van de Kleine Spoorbomen zorgt dat er minder doorgaand autoverkeer in het gebied komt. Dit verbetert de luchtkwaliteit en vermindert geluidoverlast. Voor de bebouwing langs het spoor moet voor de toekomst rekening worden gehouden met een hogere geluidsbelasting. De nieuwe gebouwen langs het spoor schermen de buurt af van spoorgeluid. Overige belemmeringen Volgens het onderzoek dat in 2017 is gedaan in het kader van de HOV in het Gooi, ligt het Bruisend Hart niet binnen een aandachtsgebied voor ontplofbare oorlogsresten. Ook ligt het gebied niet binnen beschermd provinciaal landschap of Natuurnetwerk Nederland. Daarmee zijn er vanuit de provinciale milieuverordening geen extra belemmeringen te verwachten.

Transport gevaarlijke stoffen Het spoor binnen Hilversum wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen tussen Amersfoort – Amsterdam en richting Almere en verder. Sinds 1 april 2015 is in Nederland het Basisnet in werking. Hierin staan risicoplafonds voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Dit betekent dat er voor alle gebouwen langs het spoor aandacht is voor het voorkomen van calamiteiten. Daartoe is gekozen om in het aandachtsgebied externe veiligheid voor de nieuwe gebouwen op de begane grond geen kwetsbare functies, zoals verblijfsruimtes in woningen te maken.

47

6. Uitvoering en financiële doorrekening Op hoofdlijnen staat in dit hoofdstuk de belangrijkste aspecten van de businesscase en de ontwikkelstrategie toegelicht. Grondeigendom en WVG De gemeente Hilversum heeft voor het projectgebied het Bruisend Hart een Wet voorkeursrecht Gemeenten (Wvg) vastgesteld. Dit betekent dat iedere grondeigenaar die van plan is om zijn grond te verkopen, deze eerst moet aanbieden aan de gemeente. Daarnaast benadert de gemeente grondeigenaren om gronden te verwerven. Dit heeft ervoor gezorgd dat de gemeente al een groot deel van het plangebied in eigendom heeft verkregen. Andere partijen met veel grondbezit zijn NS Vastgoed en Dudok Wonen. De gemeente heeft goed contact met Dudok Wonen over grondtransacties die eventueel nodig zijn voor de aanleg van een buurttuin en/of sociale woningbouw. NS Vastgoed heeft aangegeven op langere termijn (na 2030) zelf haar grondeigendom te willen ontwikkelen. Als de gemeente niet alle gronden verkrijgt en een grondeigenaar zich beroept op zijn zelfrealisatierecht moet de gemeente een kostenverhaal afspreken met deze grondeigenaar. Kostenverhaal betekent dat de kosten die door de gemeente worden gemaakt, kunnen worden verhaald op de ontwikkelende partij.

Het kostenverhaal kan middels het privaatrecht (in de vorm van een anterieure of posterieure overeenkomst) of middels het publiekrecht (in de vorm van een publiekrechtelijk kostenverhaal) afgesproken worden. Het publiekrechtelijk kostenverhaal stond onder de oude wetgeving (Wro) ook wel bekend als het exploitatieplan. De gemeente heeft de sterke voorkeur om privaatrechtelijk tot een overeenstemming te komen, door een anterieure overeenkomst te sluiten.

48

Businesscase De gemeenteraad heeft de wens om de ontwikkeling van het Bruisend Hart kostenneutraal te laten uitkomen. Dat wil zeggen dat de kosten (exclusief verwerving Wvg) en opbrengsten gelijk zijn. Door het opstellen van een opstalexploitatie (OPEX) is de verwachte residuele grondwaarde berekend. Dit is de opbrengstenkant voor de gemeentelijke grondexploitatie. Deze residuele grondwaarde is gebaseerd op de stedenbouwkundige uitgangspunten en het voorlopig opgestelde programma in het gebied. Daarnaast is er een kosteninschatting gemaakt voor de grondexploitatie. Deze bestaat uit kostenposten, zoals de gemeentelijke inzet, grondwerk voor het verleggen van kabels en leidingen, bouw- en woonrijp maken, inrichting van het park, aanleg van de verharde openbare ruimte en een bijdrage aan de nieuwe fietsenstalling voor het station. De gehanteerde kosten zijn op prijspeil 2024, en er zijn geen kosten- en opbrengstenstijging en rente opgenomen. Op basis van de huidige uitgangspunten sluit het plan op een tekort. Daarmee voldoet het stedenbouwkundig plan niet aan de wens van de gemeenteraad om kostenneutraal (exclusief de verwervingskosten) te zijn. Planning en fasering De sociale veiligheid en verkeersveiligheid in het gebied laten op dit moment te wensen over. Het is daarom wenselijk om het gebied zo snel mogelijk een positieve kwaliteitsimpuls te geven.

We zien hiervoor mogelijkheden vanaf 2027, op de gronden die de gemeente al grotendeels in bezit heeft gekregen, of die in het bezit zijn van Dudok

Wonen. Het gaat om de driehoek Larenseweg-Kleine Drift-Zuiderweg, waar de Buurttuin moet komen, en om de driehoek LarensewegSwammerdamstraat. Door vanaf medio 2027 te starten met de sloop van de bebouwing op de driehoek Larenseweg-Kleine Drift-Zuiderweg (m.u.v. gemeentelijk monument Larenseweg 2) kan er centraal in het gebied een nieuwe openbare ruimte worden gecreëerd: de Buurttuin. Vervolgens kan er – in lijn met Café Dudok dat behouden blijft – nieuwe bebouwing komen, inclusief de parkeergarage. Aan de andere zijde van het gebied zorgen de bestaande woningen aan de Zuiderweg voor sociale controle op de openbare ruimte. Na de Buurttuin is het mogelijk het Oosterspoorplein in de volgende ontwikkelfase (na 2030) te bebouwen en de Stadstuin te realiseren. Het moment waarop de benodigde ondergrondse infrastructuur wordt aangelegd is nog niet bekend. Hiervoor is nader onderzoek nodig. In het nog nader uit te werken faseringsplan wordt ook een tijdelijke fietsenstalling aan de oostzijde van het station opgenomen. Deze is te gebruiken tijdens de bouwwerkzaamheden op het Oosterspoorplein. Het is de bedoeling dat de bouw op het Oosterspoorplein pas van start gaat als de werkzaamheden aan de centrumzijde zijn afgerond. Dit om te voorkomen dat er aan twee zijden van het station tegelijk gewerkt wordt en overlast en beperkte toegankelijkheid ontstaat.

Indicatieve aanduiding plandelen 49

Foto entree station en fietsentunnel vanuit het Oosterspoorplein

7. Vervolgproces Dit stedenbouwkundig plan staat niet op zichzelf; het sluit aan bij de ambities die staan omschreven in de Omgevingsvisie, de Gebiedsagenda 1221 en de Structuurvisie Bruisend Hart. En het vormt de basis voor de uitwering in een omgevingsplan. Bij het omgevingsplan wordt ook een nieuw welstandskader voor dit gebied vastgelegd. Dit stedenbouwkundig plan geeft een eerste aanzet voor dat kader. Een nadere uitwerking in de vorm van een beeldkwaliteitsplan of beeldkwaliteitsparagraaf met richtlijnen voor de beeldkwaliteit, wordt apart van dit stedenbouwkundig plan opgesteld. De inrichting van het openbaar gebied wordt verder uitgewerkt in het ontwerp openbare ruimte als vervolg op dit stedenbouwkundig plan.

7.1 Omgevingsvisie en omgevingsplan In de ontwerp Omgevingsvisie voor Hilversum staat de wens om een compacte stad te blijven en binnen de huidige stad te ontwikkelen, met name rond de stations zoals in het Bruisend Hart. Een van de ambities is om in de stad meer ruimte te maken voor groen, wandelen en fietsen en minder voor de auto. Specifiek voor het Bruisend Hart is benoemd dat er bij station Hilversum goede fietsenstallingen en veilige wandelen fietsroutes komen. De nog op te stellen omgevingsplanwijziging voor het Bruisend Hart is straks onderdeel van het omgevingsplan voor heel Hilversum. Het bevat de regels voor de fysieke leefomgeving. Voor ieder gebied is bepaald welke activiteiten wel of niet zijn toegestaan, zoals wonen, recreatie en bedrijvigheid. In het omgevingsplan staan de regels die aan de activiteiten worden gesteld. De regels in het omgevingsplan

zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De stedenbouwkundige randvoorwaardenkaart is het kader voor de verdere uitwerking in het omgevingsplan. Het geeft voor de gebouwen weer wat de positie van rooilijnen, gebouwhoogtes en gewenste voordeuren is. Daarbij is een indicatief stedenbouwkundig programma van het gebied bepaald. Als voorbeeld zijn er enkele thematische kaarten gemaakt die aangeven hoe het programma over het gebied is verdeeld. De kaarten schetsen waar welke functie in het gebied een plek kan krijgen en hoe de verschillende functies te bereiken zijn. Het omgevingsplan zal per bouwvlak omschrijven welke functies waar mogelijk zijn. Sommige onderdelen zullen flexibel in te vullen zijn. Andere onderdelen, zoals de stationshal, de fietsenstalling en de parkeergarage, staan vast. De omgevingsplanwijziging wordt samen het toekomstige welstandskader door de gemeenteraad vastgesteld. Het omgevingsplan beschrijft de kaders voor de verdere uitwerking. Voorstellen voor afwijkingen en wijzigingen (bijvoorbeeld voor hoogte of gebruik) op het omgevingsplan zijn voorstelbaar mits ze de ambities van het stedenbouwkundig plan versterken of verrijken. Daarbij geldt dat afwijkingen de goedkeuring moeten hebben van de supervisor en indien nodig worden voorgelegd aan de gemeenteraad.

7.2 Welstandskader, beeldkwaliteit In dit stedenbouwkundig plan is een eerste aanzet gegeven voor de gewenste uitstraling en het beeld van de verschillende gebouwen. Er zijn verschuivingen ten opzichte van de huidige situatie. Hierdoor is het bestaande welstandskader niet meer passend. Het nog op te stellen

nieuwe welstandskader voor het Bruisend Hart (Beeldkwaliteitsplan: BKP) benoemt de toetsingscriteria voor de nieuwe gebouwen. De kaders sluiten aan bij de ambities van het stedenbouwkundig plan en zijn helder en toetsbaar beschreven. Het BKP wordt in overleg met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten (CRK+M) en de supervisor opgesteld en door de raad vastgesteld als nieuw welstandskader voor het gebied.

7.3 Ontwerp openbare ruimte In het stedenbouwkundig plan is de inrichting van de openbare ruimte op hoofdlijnen bepaald en verbeeld om een indruk te geven hoe het gebied er uit komt te zien. Het betreffen vooral de functionele onderdelen. De verschillende inrichtingselementen zijn benoemd en op delen zijn eerste ideeën geschetst. De nadere uitwerking gebeurt later in een ontwerp openbare ruimte. Daarbij worden keuzes vastgelegd voor materiaalgebruik en detaillering, soorten beplanting, precieze maaiveldhoogtes en de positie van verschillende inrichtingselementen. Ook worden in deze fase de kruisingen van de verschillende verkeersstromen ontworpen. Dit wordt omschreven in een programma van eisen. Het ontwerp openbare ruimte wordt besproken met de supervisor en de CRK+M en vastgesteld door de gemeenteraad. Daarbij kunnen betrokkenen en belanghebbenden op onderdelen meedenken. De exacte wijze waarop de participatie vorm krijgt, moet nog worden bepaald.

51

Bronvermelding Geraadpleegde literatuur historische analyse Anton Kos (2013) Historische Atlas van Hilversum Roel Leenders (2003) Hilversum: slopen en bouwen 1971-2003 Kees van Aggelen (2000) Ontstaansgeschiedenis van Over ‘t Spoor 1874-1915

Historische beelden Kadaster, topotijdreis.nl Streekarchief Gooi en Vechtstreek te Hilversum, gooienvechthistorisch.nl Collectie Cees van Aggelen

Referentiebeelden architectuur hoofdstuk 5.1. Cultureel kwartier de Nieuwe Kolk in Assen, architect De Zwarte Hond, uitsnede foto Gerard van Beek https://dezwartehond.nl/projecten/cultureel-kwartier-de-nieuwe-kolk/ Raakspoort in Haarlem, architect Bolles + Wilson, uitsnede foto Christian Richters https://www.architectural-review.com/today/bolles-wilson-town-hall-and-cinema-complexhaarlem De Smaragd in de Indische Buurt, Amsteram, architect M3H Architecten, uitsnede foto Allard van der Hoek https://m3h.nl/project/insulindeweg-amsterdam-smaragd/ Ontwerp voor woonblokken Leeuwepoort, Leidsche Rijn, architect; Studio Ard Horksbergen Leidse Rijn; impressie gebiedsontwikkelaar AM. https://architectenweb.nl/nieuws/artikel.aspx?id=56161 Tugelawegblokken, Transvaalbuurt in Amsterdam, architect M3H architecten, uitsnede foto Allard van der Hoek https://m3h.nl/project/tugelawegblokken-amsterdam/ Brede School Houthaven in Amsterdam, architect Marlies Rohmer Architecture&Urbanism https://rohmer.nl/projects/energieneutrale-brede-school-houthaven

52

Colofon Dit stedenbouwkundig plan is een product van: De Gemeente Hilversum: Rob van den Boer, Djacco van den Bosch, Marijn Burger, Jasper Brus, Lotte van Oevelen, Daniel Grootendorst, Fiona Sinoo Ruimtelijk advies en verbeeldingen: Adviesbureau Haver Droeze (Amersfoort)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=e1052a4b-7d58-4854-9cd1-e90849fcb7b2