Bezwaar parkeren Dudokarena Van Haren (Toegevoegd 22 november 2024)
Tekst van het document
**Aan: Commissie Duurzaamheid en Bereikbaarheid, Gemeenteraad Hilversum Betreft: Juridische bezwaren tegen betaald parkeren en uitzonderingsregelingen nabij Dudok Arena** Geachte leden van de Commissie, Met deze brief wil ik uw aandacht vestigen op mijn ernstige en juridisch onderbouwde bezwaren tegen de invoering van betaald parkeren in de omgeving van de Dudok Arena en de Gooise Atletiek Club, evenals de uitzonderingsregeling voor specifieke verenigingen. Daarnaast wil ik mijn zorgen uitspreken over het handelen van de heer Heller in deze kwestie. 1. Gebrek aan communicatie van de heer Heller Ondanks eerdere correspondentie met de heer Heller over deze kwestie, heeft hij geen reactie gegeven. Bovendien heeft hij zelfstandig wijzigingen doorgevoerd die niet conform de geldende weten regelgeving zijn. Het is schandalig dat een ambtenaar zich op deze manier aan verantwoording onttrekt, terwijl de impact van deze beslissingen groot is voor bewoners en gebruikers van de openbare ruimte. 2. Herhaaldelijke wijzigingen wijzen op onvoldoende doordachtheid Het parkeerbeleid rondom de Dudok Arena is de afgelopen periode meerdere keren aangepast. Deze frequente wijzigingen tonen aan dat er onvoldoende is nagedacht over de uitvoerbaarheid, consequenties en rechtvaardigheid van de genomen maatregelen.
Dit gebrek aan consistentie leidt niet alleen tot verwarring onder betrokkenen, maar ook tot een ondermijning van het vertrouwen in het gemeentelijk beleid. Het lijkt erop dat de gemeente onvoldoende rekening houdt met de belangen van alle betrokkenen en niet voldoet aan de beginselen van behoorlijk bestuur. 3. Ontbreken van objectieve noodzaak De invoering van betaald parkeren in dit gebied lijkt onterecht, aangezien er geen sprake is van substantiële parkeerdruk of overlast. Het ontbreken van een feitelijke onderbouwing maakt het besluit juridisch aanvechtbaar en strijdig met artikel 1 van Protocol 1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). 4. Schending van het gelijkheidsbeginsel De uitzonderingspositie van verenigingen zoals de Dudok Arena en de Gooise Atletiek Club, terwijl andere organisaties zoals De Onderwatersportvereniging Hilversum (OSVH) worden uitgesloten, vormt een ongelijke behandeling. Dit druist in tegen artikel 14 EVRM en artikel 1 van de Grondwet en is juridisch niet houdbaar. 5. Niet naleven van beginselen van behoorlijk bestuur De selectieve bevoordeling van enkele partijen ten koste van andere gebruikers van de openbare ruimte schendt het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel. Dit beleid is niet alleen maatschappelijk onaanvaardbaar, maar biedt ook een juridische grond voor bezwaar en beroep. 6.
Gevolgen voor bewoners en gebruikers De invoering van betaald parkeren heeft geleid tot toenemende onvrede onder bewoners van Hilversum-Zuid en omliggende wijken. De maatregelen worden ervaren als een onrechtmatige beperking van mobiliteit en toegang, en het vertrouwen in de gemeente is hierdoor aangetast.
Verzoek tot heroverweging Ik roep u met klem op om deze kwestie in de commissievergadering van 4 december 2024 met prioriteit te bespreken. Het besluit tot uitbreiding van betaald parkeren moet worden heroverwogen, met als doel terug te keren naar het oorspronkelijke beleid van vrij parkeren. Dit zou niet alleen recht doen aan de belangen van alle betrokkenen, maar ook verdere juridische procedures tegen de gemeente kunnen voorkomen. Ik vertrouw erop dat u deze brief met de nodige aandacht zult behandelen en verzoek u om mij op korte termijn een inhoudelijke reactie te geven. Met vriendelijke groet, T. van Haren Juridisch adviseur en inwoner van Hilversum ----------------Bijlage brief naar de heer Heller: Geachte heer Heller, Met de correspondentie in diverse nieuwsbladen in Hilversum wensen wij onze ernstige en gefundeerde juridische bezwaren te uiten ten aanzien van de recente invoering van het betaald parkeren in de nabijheid van de Dudok Arena en de Gooise Atletiek Club, alsook de daarbij gepaard gaande uitzonderingsregeling voor bepaalde verenigingen. Allereerst stellen wij vast dat de uitbreiding van het betaaldparkeergebied juridisch onterecht lijkt, gelet op het ontbreken van een objectieve noodzaak.
Het betreffende gebied heeft lange tijd gefunctioneerd zonder dat er substantiële parkeerdruk of overlast voor omwonenden bestond, hetgeen de onderbouwing van de maatregel in twijfel trekt. Volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), artikel 1 van Protocol 1, heeft iedere persoon recht op het respect voor zijn eigendom. Het invoeren van een betaaldparkeerregime zonder deugdelijke rechtvaardiging kan worden geïnterpreteerd als een onrechtmatige beperking van dat recht. Voorts wijzen wij op de schending van het beginsel van gelijke behandeling, zoals vastgelegd in artikel 14 van het EVRM en artikel 1 van de Grondwet. De keuze om specifieke verenigingen, zoals de Dudok Arena en de Gooise Atletiek Club, te privilegieren door middel van een tijdelijke vrijstelling, creëert een ongerechtvaardigde discriminatie ten opzichte van andere organisaties, zoals De Onderwatersportvereniging Hilversum (OSVH), die in een vergelijkbare situatie verkeren maar niet dezelfde vrijstelling hebben verkregen. Deze selectiviteit kan worden gekarakteriseerd als een schending van de rechtsgelijkheid en is daarmee juridisch aanvechtbaar. Het is tevens relevant om te wijzen op de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
De gemeente is verplicht om bij de invoering van beleid rekening te houden met de belangen van alle betrokkenen. De huidige regeling, die slechts enkele verenigingen ten goede komt, schendt deze beginselen door andere groepen onevenredig te benadelen. Het niet bieden van gelijke mogelijkheden aan alle gebruikers van de publieke ruimte kan niet alleen leiden tot maatschappelijke onvrede, maar vormt tevens een juridische grond voor een mogelijke rechtsgang. De toenemende onvrede binnen de gemeenschap in Hilversum-Zuid en andere aanpalende wijken is een indicatie van een breder probleem met het gemeentelijk parkeerbeleid. Bewoners en gebruikers
van de openbare ruimte ervaren de huidige maatregelen als een onrechtmatige beperking van hun mobiliteit en toegang. De situatie roept de vraag op of de gemeente haar zorgplicht ten aanzien van haar inwoners en gebruikers van de openbare ruimte voldoende nakomt. Daarom verzoeken wij u met klem om het besluit tot uitbreiding van het betaald parkeren te heroverwegen. Wij pleiten voor een terugkeer naar het oorspronkelijke beleid van vrij parkeren, dat niet alleen recht doet aan de bestaande situatie, maar ook verdere juridische procedures tegen de gemeente kan voorkomen. Indien er geen adequate en rechtvaardige oplossing wordt geboden die recht doet aan de belangen van álle betrokkenen, zien wij ons genoodzaakt om juridische stappen te overwegen om deze ongerechtvaardigde situatie aan te vechten. Wij verzoeken u dit onderwerp met de hoogste prioriteit te behandelen en ons spoedig van een gefundeerde reactie te voorzien. Met de meeste hoogachting, T. van Haren Juridisch adviseur en inwoner Hilversum