Belastingverordeningen 2025 - Raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL zaaknummer:
1404176
afdelingsnaam:
Interne Dienstverlening
steller:
Bjorn Schras
telefoonnummer
035 629 2882
onderwerp:
Belastingverordeningen 2025
Voorstel
Overeenkomstig de Programmabegroting 2025 vast te stellen: 1. De Verordening Afvalstoffenheffing 2025 inclusief bijbehorende tarieven; 2. De Verordening Havengelden 2025 inclusief bijbehorende tarieven; 3. De Legesverordening 2025 inclusief bijbehorende tarieven; 4. De Verordening Marktgelden 2025 inclusief bijbehorende tarieven; 5. De Verordening Onroerende zaakbelastingen 2025 inclusief bijbehorende tarieven; 6. De Verordening Parkeerbelastingen 2025 inclusief bijbehorende tarieven; 7. De Verordening Precariobelasting 2025 inclusief bijbehorende tarieven en kaart indeling terrassen; 8. De Verordening Rioolheffing 2025 inclusief bijbehorende tarieven.
Planning Titel Belastingverord eningen 2025
Toelichting Vast stellen belastingverordeninge n belastingjaar 2025
BEELDVORMING Gezamenlijke commissies 6 november 2024
OORDEELSVORMING Gezamenlijke commissies 6 november 2024
BESLUITVORMING Gemeenteraad 13 november 2024
Samenvatting
Bij dit besluit worden de belastingverordeningen 2025 vastgesteld, volgens de uitgangspunten van de begroting 2025. Hieronder treft u per belasting de voorgestelde aanpassingen, in de bijlage treft u per belasting de verordening en de afzonderlijke tarieven.
Inleiding
Onderdeel van de Programmabegroting 2025 is de paragraaf Lokale heffingen. Om de uitgangspunten voor de lokale heffingen in 2025 daadwerkelijk uit te kunnen voeren, dienen de belastingverordeningen (en tarieven) aangepast en door de gemeenteraad vastgesteld te worden.
Probleemstelling/doel
Met de inkomsten uit de belastingen (ongebonden heffingen) generen we eigen inkomsten voor de gemeente om de gewenste voorzieningen in stand te kunnen houden of te kunnen creëren. De inkomsten uit de retributies (gebonden heffingen) zorgen ervoor dat de kosten die de gemeente maakt voor te leveren of geleverde diensten (volledig of gedeeltelijk) worden vergoed. 1
Bij het bepalen van de tarieven 2025 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd, te weten: Woonlasten: Afvalstoffenheffing, onroerende zaakbelastingen en rioolheffing • De totale woonlasten stijgen in 2025 met 7,4%. Dit uitgangspunt sluit aan bij de afspraken die zijn gemaakt in de voorjaarsnota 2024. Bij de vaststelling van de voorjaarsnota is namelijk besloten de totale woonlasten in 2025 meer te laten stijgen dan de verwachte inflatie van 2025. Woningeigenaren, huurders en eigenaren van niet-woningen worden even zwaar belast. Daarnaast is in de voorjaarsnota besloten € 800.000 meer aan woonlasten op te halen. Voor een nadere toelichting verwijzen wij u naar de voorjaarsnota 2024 “Balanceren”. Ongebonden heffingen • Deze zijn gebaseerd op de verwachte loon- en prijsstijgingen zoals aangegeven vanuit het CPB. In 2025 2,8%. Voor de periode 2026 – 2028 houden we een inflatiepercentage van 2,8% aan. Gebonden heffingen • Deze tarieven zijn zo veel mogelijk kostendekkend. De kosten zijn gebaseerd op het prijspeil van de begroting. • Wettelijk vastgestelde tarieven zijn van kracht ongeacht de voorgaande uitgangspunten. • Een eerlijke verdeling van de lasten. • Voorkomen wordt dat tarieven te veel schommelen. Hiervoor wordt onder meer de egalisatiereserve ingezet bij afvalstoffen- en rioolheffing.
Financiën, middelen & capaciteit
Ontwikkeling Woonlasten: Afvalstoffenheffing, onroerende zaakbelastingen en rioolheffing Woningeigenaren betalen in Hilversum afvalstoffenheffing, onroerende zaakbelasting en rioolheffing. Huurders betalen alleen afvalstoffenheffing. Voorgesteld wordt de kostendekking van riool in 2025 te verlagen van 91% naar 89% en de kostendekking voor afval te laten dalen van 93% naar 85%. Om te voldoen aan de algemene uitgangspunten en de voorjaarsnota stijgen de woonlasten met 7,4%. Hiermee wordt de lastenstijging van afval en riool (€ 1.317.000) volledig gecompenseerd en de aanvullende € 800.000 zoals opgenomen in de voorjaarsnota gerealiseerd. Lokale woonlastendruk Onroerendezaakbelasting eigenaren Rioolheffing Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) Totaal Procentuele wijziging voor woningeigenaren: * Eenpersoonshuishouden * Tweepersoonshuishouden * Meerpersoonshuishouden Gemiddelde stijging woningeigenaren Procentuele wijziging voor huurders van woningen * Eenpersoonshuishouden * Tweepersoonshuishouden * Meerpersoonshuishouden
2024 274,43 205,31 398,24 877,98
2025 307,88 225,99 427,68 961,55
2026 313,73 235,07 439,68 988,48
2027 331,30 233,03 451,99 1.016,32
2028 344,88 235,51 464,65 1.045,04
4,4% 4,4% 4,4% 4,4%
7,4% 7,4% 7,4% 7,4%
2,8% 2,8% 2,8% 2,8%
2,8% 2,8% 2,8% 2,8%
2,8% 2,8% 2,8% 2,8%
4,4% 4,4% 4,4%
7,4% 7,4% 7,4%
2,8% 2,8% 2,8%
2,8% 2,8% 2,8%
2,8% 2,8% 2,8%
Woonlasten: Afvalstoffenheffing, onroerende zaakbelastingen en rioolheffing 2
Afvalstoffenheffing (1.) Voorgesteld wordt om de tarieven afvalstoffenheffing met 7,4% te verhogen. De woonlasten van zowel huurders als eigenaren van woningen stijgen daarmee met 7,4%. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de tarieven weergegeven.
Tarief 1 persoons hh Tarief 2 persoons hh Tarief meer persoons hh % verandering (t-1)
2024 € 239,98 € 319,32 € 398,28
2025 € 257,74 € 342,96 € 427,68
2026 € 264,96 € 352,60 € 439,68
2027 € 272,37 € 362,47 € 451,99
2028 € 280,00 € 372,62 € 464,65
4,4%
7,4%
2,8%
2,8%
2,8%
Voorgesteld wordt om de kostendekking te verlagen van 93% naar 85%. In onderstaande tabel zijn de lasten weergeven met een toelichting van de wijzigingen die een lagere kostendekking tot gevolg hebben. bedragen x 1.000
Berekening heffingspercentage Afval bijdrage GAD (Regio G&V) aanvulling CAO kosten exploitatie dubieuze debiteuren kapitaallasten directe personeels- en organisatiekosten Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten via andere taakvelden kwijtscheldingen heffing en inning straatreiniging en zwerfafval overhead BTW Totale kosten Dekkingspercentage Toe te rekenen kosten Totale opbrengst Opbrengst mutatie egalisatievoorziening Opbrengst heffingen Overige opbrengsten Stand van voorziening 31 december
2024 10.343 300
2025 11.478
2026 11.693
2027 11.904
2028 11.946
200 0
2 150 12
2 150 12
2 150 11
2 160 11
0
77
77
77
77
10.843
11.719
11.934
12.143
12.195
800 175 443 196 2.365 14.822 93% 13.772
859 226 2.133 167 2.877 17.981 85% 15.275
859 225 2.133 166 2.922 18.239 83% 15.165
859 225 2.133 166 2.966 18.493 85% 15.708
859 225 2.133 166 2.975 18.553 88% 16.269
13.772
15.275
15.165
15.708
16.269
324
317
13.448 0
14.645 313
14.852 313
15.395 313
15.956 313
317
0
0
0
0
Toelichting afwijkingen: Bijdrage GAD (Regio G&V) In de Voorjaarsnota 2024 zijn, op basis van de conceptbegroting en de kaderbrief van de Regio Gooi en Vechtstreek, de kosten voor de GAD geactualiseerd. Hierin is ook de aanvulling CAO verwerkt. De stijging 3
wordt voornamelijk veroorzaakt door de actualisatie van de personeelslasten van de GAD en de stijging van het aantal inwoners. Dubieuze debiteuren Mede door betere sturing op de vorderingen nemen de openstaande belastingvorderingen structureel af. Daarom is besloten de toevoeging aan de voorziening dubieuze debiteuren te verlagen naar 1% van de opbrengsten (2024 = 1,3%). Kosten exploitatie/kapitaallasten/directe personeels- en organisatiekosten In 2024 is door een extern bureau onderzoek gedaan naar welke kosten meegenomen mogen worden in de berekening voor de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing. De uitkomsten van het externe onderzoek zijn verwerkt in de programmabegroting 2025 van de gemeente. Kwijtscheldingen Het saldo dat wij verwachten te moeten kwijtschelden in 2025 stijgt, net als de woonlasten, met 7,4% ten opzichte van de begroting 2024. Heffing en inning De stijging wordt vooral veroorzaakt doordat de baten vanaf 2025 apart gepresenteerd worden in het overzicht. Straatreiniging en zwerfafval Op basis van een in 2024 door een externe partij verricht onderzoek is besloten in 2025 de kosten die gepaard gaan met het verwijderen van zwerfafval en het legen van de prullenbakken volledig toe te rekenen aan de afvalstoffenheffing. BTW Door de stijging van bovengenoemde lasten nemen ook de kosten voor BTW toe.
Over de kosten wordt ook een BTW percentage geheven (21%). Opbrengst mutatie egalisatiereserve Bij de jaarrekening 2023 is besloten € 317.000 te storten in egalisatievoorziening. Voorgesteld wordt om dit bedrag in 2025 in te zetten om het afvalstoffentarief te dempen. Onroerende zaakbelastingen (OZB) (5.) Om het totaal van de woonlasten voor woningeigenaren met 7,4% te laten stijgen, wordt voorgesteld het te betalen bedrag aan OZB voor een woningeigenaar met een gemiddelde woning met 5,5% te laten stijgen. Zij betalen immers ook nog riool -en afvalstoffenheffing. Voor de tarieven voor niet-woningen (gebruikers) en niet-woningen (eigenaren) wordt voorgesteld de tarieven met 7,4% te laten stijgen. Voor de periode 2026-2028 houden we het inflatiepercentage van 2,8% aan. De verwachte waardeontwikkeling 2025 voor woningen en niet-woningen is verwerkt in het tarief. In de begroting 2025 wordt voor dubieuze debiteuren 1% ten laste van de opbrengst OZB meegenomen: dit betreft circa € 260.000. Omschrijving Woningen Gemiddelde woningwaarde Onroerendezaakbelasting eigenaren Niet - woningen gebruikers Gemiddelde waarde
2024
2025
Verschil
%
471.000 291,83
480.420 307,88
9.420 16,05
2,0% 5,5%
826.000
834.260
8.260
1,0%
4
Onroerendezaakbelasting gebruiker Niet -woningen eigenaren Gemiddelde waarde Onroerendezaakbelasting eigenaren
1.573,69
1.690,46
116,77
7,4%
826.000 2.356,00
834.260 2.530,82
8.260 174,82
1,0% 7,4%
Rioolheffing (8.) Voorgesteld wordt om het tarief rioolheffing met 10% te verhogen. De woonlasten als geheel voor woningeigenaren stijgen daarmee met 7,4%. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het tarief weergegeven.
Tarief % verandering (t-1)
2024
2025
2026
2027
2028
€ 205,31 8,1%
€ 225,99 10,0%
€ 235,07 4,0%
€ 233,03 -0,9%
€ 235,51 1,0%
Voorgesteld wordt om de kostendekking te verlagen van 91% naar 89%. In onderstaande tabel zijn de lasten weergeven met een toelichting van de wijzigingen die een lagere kostendekking tot gevolg hebben. bedragen x 1.000
Kostendekkendheid rioolheffing kosten exploitatie dubieuze debiteuren kapitaallasten investering ideaalcomplex dotatie egalisatievoorziening directe personeels- en organisatiekosten Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten via andere taakvelden heffing en inning straatreiniging en zwerfafval waterwegen overhead BTW Totale kosten Dekkingspercentage Toe te rekenen kosten Totale opbrengst Opbrengst mutatie egalisatievoorziening Opbrengst heffingen Overige opbrengsten Stand van voorziening 31 december
2024 1.464 150 1.000 4.329
2025 1.913 100 981 3.436 1.050
2026 1.711 110 989 4.836 0
2027 1.611 110 960 4.836 0
2028 1.611 110 1.074 4.836 0
997
1.178
1.169
1.166
1.163
7.940
8.657
8.815
8.683
8.794
233 569 383 1.223 404 10.752 91% 9.803
240 516 403 1.316 733 11.865 89% 10.604
239 516 378 1.312 674 11.934 96% 11.458
239 516 376 1.310 639 11.762 97% 11.444
239 516 367 1.309 625 11.849 98% 11.643
9.803
10.604
11.458
11.444
11.643
270
0
350
350
350
9.533
10.493 111
10.997 111
10.983 111
11.182 111
0
0
0
0
0
Toelichting afwijkingen: 5
Kosten exploitatie De kosten voor energie zijn explosief gestegen. Dit zorgt in 2025 voor een stijging van de lasten, na 2025 wordt bezien of dit zich doorzet. Vanaf 2025 is het budget voor onderzoek opgehoogd t.b.v. vooronderzoeken naar rioolvervangingen. Ook is in 2025 eenmalig meer budget voor rioolinspecties opgenomen voor de vervangingsopgave 2026-2035. Daarnaast worden de baten voor zwerfafval apart gepresenteerd onder de overige opbrengsten, waar die in 2024 van deze post werd afgetrokken. Dubieuze debiteuren Mede door betere sturing op de vorderingen nemen de openstaande belastingvorderingen structureel af. Hierdoor kan de dotatie aan de voorziening dubieuze debiteuren ook verlaagd worden naar afgerond 1% van de opbrengsten. Dit was in 2024 1,5%. Investering ideaalcomplex & Dotatie egalisatievoorziening Dotatie riolen wordt incidenteel verlaagd met € 1.050.000. In 2025 zullen wij minder werkzaamheden uitvoeren dan vooraf begroot. Deze werkzaamheden gaan wij alsnog uitvoeren in de periode 2026-2028. In 2025 voegen wij daarom € 1.050.000 toe aan een voorziening om zo de middelen te hebben om deze investeringen in 2026-2028 uit te kunnen voeren. Directe personeels- en organisatiekosten De kosten zijn voornamelijk gestegen door de nieuwe CAO. Daarnaast worden vanaf 2025 de baten apart gepresenteerd onder de overige opbrengsten.
Straatreiniging en zwerfafval Zwerfafval werd deels aan riolering toegerekend, vanaf 2025 gaat dat volledig ten laste van de afvalstoffen. BTW Door de stijging van de lasten waarover BTW berekend mag worden neemt deze component toe ten opzichte van 2024. Overige belastingen Havengelden (2.) Voorgesteld wordt de tarieven in 2025 met 2,8% (inflatie) te verhogen ten opzichte van 2024. De opbrengsten uit de havengelden zijn beperkt. In 2025 wordt onderzocht in hoeverre de tarieven nog actueel zijn en of de tarieven die nog gebruikt worden ondergebracht kunnen worden binnen de verordening precariobelasting. Kostendekkendheid havengelden 2024 Kosten taakveld, incl omslagrente 99 Inkomsten taakveld, excl. heffingen -10 Netto kosten taakveld 89 Toe te rekenen kosten via andere taakvelden - overige toe te rekenen kosten - overhead - BTW Totale kosten
1 25 12 126
2025 81
2026 77
2027 77
2028 76
-10 71
-10 67
-10 67
-10 66
1 25 8 105
1 25 8 101
1 25 8 101
1 25 8 99
6
Opbrengst heffingen
19
19
19
19
19
Dekkingspercentage
15,0%
18,4%
19,2%
19,3%
19,5%
Leges (3.) De legesverordening bevat de tarieven voor een groot aantal gemeentelijke producten en diensten. Het gaat hierbij altijd om diensten waar inwoners of ondernemers zelf om gevraagd hebben bij de gemeente. Voor de door de gemeente geleverde diensten kunnen leges in rekening worden gebracht. Bij de legesheffing worden de kosten die de gemeente maakt, verhaald op de aanvrager. De model verordening van de VNG is als basis gebruikt voor het opstellen van de verordening. Ontwikkeling tarieven In enkele gevallen worden tarieven bij wet vastgesteld. Tarieven waarbij wettelijke maxima gelden, zijn onder meer paspoorten en identiteitskaarten, verklaringen omtrent het gedrag en rijbewijzen. Voor de Omgevingsvergunning blijft het tarief gehandhaafd. Het merendeel van de overige tarieven stijgt met de inflatiecorrectie van 2,8%. Bij een aantal artikelen zijn de in rekening te brengen leges in afwijking van de inflatiecorrectie bijgesteld, deze worden hieronder toegelicht. De reden hiervan is om de te heffen leges in overeenstemming te brengen met de ambtelijke inzet voor de te verrichten werkzaamheden. Toelichting gewijzigde artikelen Artikel 1.30 Leegstandswet Voor de tijdelijke verhuur van woningen (maximaal 5 jaar) is op basis van de leegstandswet een vergunning vereist. Voorgesteld wordt om de leges voor het verkrijgen van een vergunning te verhogen van € 25,00 naar € 150,00.
De leges zijn zodanig verhoogd, zodat de opbrengst hiervan overeenkomt met de behandelkosten, waaronder het opvragen van adviezen van de aanvragen. Artikel 1.32 Telecommunicatiewet Voor het in behandeling nemen en verwerken van een melding voor de Telecommunicatiewet (kabels en leidingen) moet de gemeente werkzaamheden verrichten. De hiermee gemoeide kosten kunnen als legeskosten bij de aanvragers in rekening worden gebracht. Uit de doorberekening van de kosten blijkt dat het tarief voor 2025 verlaagd kan worden. Voorgesteld wordt om het tarief te verlagen van € 590,00 naar € 530,00. Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag een In de huidige verhoging wordt bij een aanvraag die achteraf wordt ingediend het legestarief verhoogd met 100%. Op basis van de laatste jurisprudentie wordt dit gezien als straf maatregel, dit mag niet. Daarom wordt voorgesteld een percentage van 50% extra te heffen van het legesbedrag, met een minimum van €300 en een maximum van €800. Hiermee worden de kosten gedekt, maar zal het tarief niet extreem hoog uitvallen. Een achteraf ingediende aanvraag komt circa 10 keer per jaar voor.
Artikel 2.8 Monumenten Bij de raad kan het beeld zijn ontstaan uit eerdere brieven van het college (specifiek die over Duurzame Leges en over het Verduurzamen van Monumenten) dat er bij het verduurzamen van monumenten slechts € 125,00 (tarief 2025 € 128,50) aan leges geheven wordt. Dit zijn echter enkel de leges voor de ’Activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk (of Rijks-)monument’. Daarnaast zijn ook andere activiteiten nodig, bijvoorbeeld de Bouwactiviteit (omgevingsplan). Dit staat ook op onze website vermeldt. Het systeem met verschillende activiteiten volgt uit de Omgevingswet. Dit werkte onder de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) ook al op deze manier. Bij vergunningaanvragen worden leges geheven voor alle toepasselijk activiteiten zoals bepaald in de legesverordening. 7
Tot slot zijn een aantal tekstuele wijzigingen doorgevoerd in de legesverordening. Deze wijzigingen zijn in de verordening geel gearceerd. Marktgelden (4.) Marktgelden is een gebonden belasting die moet worden betaald voor een standplaats op de markt in Hilversum. Jaarlijks worden de marktgeldtarieven vastgesteld door de gemeenteraad. De heffing van marktgelden mag maximaal 100% kostendekkend zijn. In onderstaande tabel is aangegeven welke kosten wij toerekenen aan de markt, welk bedrag daarbij hoort en voor welk percentage wij deze doorbelasten in het tarief.
1. Kapitaallasten voor de herinrichting van het plein bedragen € 1,5 miljoen. Omdat de markt op 2 van de 7 dagen per week plaatsvindt, worden de kapitaallasten voor 29% doorbelast (2/7e deel). Hoewel de markt niet het volledige plein in beslag neemt, wordt het gehele plein gebruikt vanwege doorlooppaden, aanlooproutes en parkeergelegenheid voor de markt. 2. Schoonspuiten van het plein gebeurd maandelijks, maar dit is niet alleen voor de markt, aangezien andere evenementen ook bijdragen aan vervuiling. Omdat de markt slechts 2 van de 7 dagen per week plaatsvindt, worden de schoonmaakkosten voor 29% (2/7e deel) doorbelast aan de markt. 3. Promotiekosten kent een apart tarief van €0,05 per M2 per dag, het bedrag dat door de gemeente wordt ontvangen wordt niet door de gemeente besteed maar door de markt zelf. 4. Energielasten worden op basis van gerealiseerd verbruik doorbelast aan de verbruiker.
8
De tarieven zijn vanaf 2025 jaarlijks met 2,8% inflatie opgehoogd. Parkeerbelastingen (6.) Er is sprake van een tweetal parkeertarieven. De tarieven voor straatparkeren en voor vergunningen. Daarnaast is er de naheffingsaanslag parkeerbelastingen (parkeerboete) die wordt opgelegd als er niet betaald is voor straat- of vergunning parkeren. Voorgesteld wordt de parkeertarieven voor de vergunninghouders als volgt te wijzigen: Parkeergebied Centrum Centrum Centrum Centrum Schil Schil Schil Schil Schil Schil Schil Schil Schil Centrum+schil
Soort vergunning Bewonersvergunning Combinatievergunning Bedrijfsvergunning Autodatevergunning 1e bewonersvergunning 2e bewonersvergunning 3e bewonersvergunning 1e bedrijfsvergunning 2e bedrijfsvergunning 3e bedrijfsvergunning Forensenvergunning Autodatevergunning Overloopvergunning Algemene kaart Hulpverlenersvergunning Marktparkeerplaats Maatschappelijke vergunning
2024 Kosten (per jaar) € 75 € 300 € 200 € 75 € 40 € 150 € 225 € 200 € 400 € 500 € 400 € 50 € 75 € 1.850 € 400 € 60
2025 Kosten (per jaar) € 75 € 300 € 200 € 75 € 40 € 150 € 225 € 200 € 400 € 500 € 400 € 50 € 40 € 1.850 € 200 € 60 € 100
Voorgesteld wordt om de tarieven voor straatparkeren in het Centrum en de schil gelijk te houden aan de tarieven 2024 op € 3,20 (Centrum) en € 2,90 (de schil) per uur. De kosten die de gemeente moet maken voor de 'naheffing' worden bij de parkeerder in rekening gebracht. Het tarief voor de naheffingsaanslag is wettelijk gemaximeerd. De gemeente mag dit bedrag alleen naheffen als de kosten die de gemeente moet maken voor de handhaving hoger zijn dan de opbrengst van de naheffingsaanslagen. Voor 2025 wordt voorgesteld om net als in 2024 het maximumtarief te hanteren. Het maximumtarief voor 2025 bedraagt € 78,80. Kostendekkendheid naheffingen parkeren 2024 2025 Kosten taakveld 958 1.280 Overige toe te rekenen kosten 43 40 Netto kosten taakveld 1.001 1.320 Belasting toegevoegde waarde (BTW 21%) Totaal toe te rekenen kosten incl. BTW
210 1.211
277 1.597
Opbrengst heffingen
1.000
1.000
Dekkingspercentage
83%
63%
€ 76,70
€ 78,80
Tarief naheffingsaanslag parkeren 9
Precariobelasting (7.) In 2024 is de verordening precariobelasting geactualiseerd. Een groot aantal tarieven is geschrapt. Precariobelasting wordt nog geheven over: • Bouwmaterialen en dergelijke; • Containers; • Terrassen; Als bijlage bij de verordening is de klasse indeling weergegeven op de kaart. • Incidentele en vaste standplaatsen. Voorgesteld wordt de tarieven voor 2025 met 2,8% inflatie te laten stijgen. Uitzondering hierop zijn de terrassen. Voor de tarieven voor de terrassen wordt voorgesteld om deze stapsgewijs te verhogen tot: klasse 1 € 60, klasse 2 € 45 en klasse 3 € 30. We werken hiermee toe naar vergelijkbare tarieven van gemeenten met een gelijke omvang. Hieronder volgt een overzicht van de ontwikkeling van de tarieven tot en met 2027: Tarieven terrassen
2024
2025
2026
2027
Klasse 1
€ 50,00
€ 53,00
€ 56,00
€ 60,00
Klasse 2
€ 36,00
€ 38,00
€ 41,00
€ 45,00
Klasse 3
€ 21,50
€ 23,00
€ 26,00
€ 30,00
In het kader van de corona-herstelagenda hebben horecaondernemers de gelegenheid gekregen om tijdelijk, tot 1 oktober 2024, grotere terrassen in de openbare ruimte te voeren. Vanwege deze tijdelijke maatregel is vanaf 2025 is in de begroting rekening gehouden met een lagere opbrengst uit precario.
Uitvoering
De verordeningen zullen worden gepubliceerd op de overheidswebsite voor publicaties (www.officiëlebekendmakingen.nl). Bij aanvang van het nieuwe belastingjaar zal relevante informatie uit de verordeningen nogmaals worden gepubliceerd als toelichting bij de verschillende aanslagen gemeentelijke belastingen 2025 en op de gemeentelijke website. Communicatie Rond de besluitvorming van de begroting en het vaststellen van de belastingverordeningen wordt aandacht besteed aan de communicatie aan onze inwoners. Hierin wordt o.a. informatie gegeven over hoe de verschillende belastinginkomsten worden besteed. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
10 september 2024 de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Bijlage(n) 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Verordening afvalstoffenheffing 2025 Verordening havengelden 2025 Legesverordening 2025 Verordening marktgelden 2025 Verordening onroerende zaakbelastingen 2025 Verordening parkeerbelastingen 2025 10
7. 8.
Verordening precariobelastingen 2025 Verordening rioolheffing 2025
11