Beantwoording technische vragen van VVD over Woonzorgvisie gemeente Hilversum 2025-2030 (toegevoegd 11 september 2025)
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen voor de Commissie Ruimtelijke Ordening en Projecten van donderdag 11 september 2025 agendapunt 5 Vragen van Aan wethouder Over
: VVD : J. Kalk : Woonzorgvisie Hilversum 2025–2030
1. Wmo-prognose De visie geeft over de Wmo-prognose alleen cijfers tot 2028 (7.100 → 7.400 gebruikers). Vraag: Is er iets te zeggen over hoe die prognose zich ontwikkelt richting 2030 en richting 2040? Immers, dit is wel een belangrijk element in de te maken afwegingen, ook gezien de dubbele vergrijzing? Ook ben ik benieuwd of jullie iets kunnen zeggen over hoe de Wmoprognose samenhangt met de woonzorgbehoefte?
2. Trends/prognoses, woonzorgbehoefte en woningbouwopgave In het stuk worden trends en prognoses aangedragen als onderbouwing van de behoeften en de opgave. Maar de horizons verschillen allemaal van elkaar. Zo wordt de demografische ontwikkeling (vergrijzing) geduid tot 2040, maar het aantal te realiseren ouderenwoningen tot 2030. Terwijl er ook staat dat het aantal 75-plussers sterk toeneemt na 2030. Vervolgens wordt er gerefereerd aan de woningbouwplannen van Hilversum tot 2040, zonder te kwantificeren wat we precies gaan bouwen en hoe dat bijdraagt aan de woonzorgbehoeften van mensen. Een ander voorbeeld is dat -zoals ik hierboven al vraag- de Wmo-prognose tot slechts 2028 vooruitkijkt.
Vraag: Hoe hebben jullie deze cijfers op elkaar afgestemd als die horizons zo verschillend zijn? Kunnen jullie de relevante trends/prognoses die mede de onderbouwing zijn voor wat er gebouwd/toegevoegd moet gaan worden in 1 overzicht brengen en de horizons op elkaar afstemmen, zodat we daadwerkelijk de juiste logische gevolgtrekkingen doen, in de trant van: ‘Als X op ons afkomt, moeten we Y doen’?
3. Regionale verdeling Hilversum huisvest relatief veel woonzorgvoorzieningen.
Vraag: Kunnen jullie een korte weergave geven hoe groot het Hilversumse aandeel is in de regiobrede woonzorgopgave? Ook ben ik benieuwd of de verwachting is dat de andere gemeenten hun aandeel gaan halen?
4. Mantelzorg Het aantal potentiële mantelzorgers halveert richting 2040. Vraag: Hoe is deze trend verwerkt in de inschatting van de toekomstige zorg- en Wmobehoefte? En hoe werkt deze trend door in de mogelijkheid voor mensen om zelfstandig te kunnen blijven wonen of heeft deze juist impact op dat meer mensen andere woonvormen nodig gaan hebben?
5. Flexwoningen Circusterrein Er komen tijdelijke flexwoningen (max. 15 jaar) op het Circusterrein. Vraag: Worden deze tijdelijke woningen meegerekend in de structurele woonzorgopgave tot 2030/2040? Zo ja, hoe wordt er dan omgegaan met het tijdelijke karakter van deze woningen?
6. Ontbrekende schakels & doorstroming De Woonvisie 2021–2030 stelt dat het bouwen van ‘ontbrekende schakels’ cruciaal is voor doorstroming. Vraag: In hoeverre is dit principe toegepast in de woonzorgvisie, en hoe wordt dit onderbouwd? Hoe kan ik terugvinden of en hoe de woningen die worden voorgesteld een ‘ontbrekende schakel’ zijn en hoe borgen we dat een gerealiseerde ‘schakel’ ook echt bijdraagt aan betere doorstroming/beweging? Welke andere/aanvullende acties zijn daarvoor nodig?
Bij voorbaat dank voor de beantwoording,
Haitske van de Linde Raadslid Hilversumse VVD 06-28782000 haitskevdlinde@icloud.com
Antwoord -penvoerder is Bas Demmers +31639638788 VVD heeft technische vragen gesteld over ‘Woonzorgvisie gemeente Hilversum 20252030' t.b.v. de extra commissie Ruimtelijke Ordening en Projecten van donderdag 11 september 2025. De vragen en antwoorden daarop vindt u hieronder: 1. Is er iets te zeggen over hoe die prognose zich ontwikkelt richting 2030 en richting 2040? Immers, dit is wel een belangrijk element in de te maken afwegingen, ook gezien de dubbele vergrijzing? Ook ben ik benieuwd of jullie iets kunnen zeggen over hoe de Wmo-prognose samenhangt met de woonzorgbehoefte? Er zijn op dit moment prognoses tot en met 2029 beschikbaar over het aantal inwoners met Wmo-ondersteuning. Er zijn geen prognoses beschikbaar die nog verder vooruitkijken. De woonzorgopgave is sterk verbonden met de Wmoondersteuning: hoe beter de woning aansluit bij de (zorg)behoeften van bewoners, hoe langer zij zelfstandig kunnen (blijven) wonen en hoe beheersbaarder de vraag naar Wmo-ondersteuning blijft. 2.
Hoe hebben jullie deze cijfers op elkaar afgestemd als die horizons zo verschillend zijn? Kunnen jullie de relevante trends/prognoses die mede de onderbouwing zijn voor wat er gebouwd/toegevoegd moet gaan worden in 1 overzicht brengen en de horizons op elkaar afstemmen, zodat we daadwerkelijk de juiste logische gevolgtrekkingen doen, in de trant van: ‘Als X op ons afkomt, moeten we Y doen’? Voor het schetsen van een zo goed mogelijk beeld bij de maatschappelijke trends, ontwikkelingen en prognoses zijn we afhankelijk van een groot aantal verschillende onderzoeken en datasets. Helaas bestaat niet van ieder onderdeel informatie over dezelfde periodes. Het klopt dat dit de overzichtelijkheid soms in de weg zit. We hebben de algemene ontwikkelingen zo duidelijk mogelijk op papier proberen te zetten met de beschikbare informatie. In de Uitvoeringsagenda creëren we een concreter beeld bij waar we per wanneer willen staan in de woonzorgopgave. We streven er naar de beschikbare informatie zo goed mogelijk in relatie tot elkaar te bekijken en presenteren om tot goed afgestemde prognoses te komen. 3.
Kunnen jullie een korte weergave geven hoe groot het Hilversumse aandeel is in de regiobrede woonzorgopgave? Ook ben ik benieuwd of de verwachting is dat de andere gemeenten hun aandeel gaan halen? Het is op dit moment niet mogelijk om het huidige Hilversumse aandeel in de regionale woonzorgopgave weer te geven in vergelijking tot de overige regiogemeenten. Wel staan in de regionale woonzorganalyse meer cijfers en inschattingen m.b.t. de regiobrede woonzorgopgave. Waar mogelijk zijn deze cijfers ook uitgesplitst op gemeenteniveau. Belangrijk hierbij is dat de woonzorgopgave bestaat uit verschillende aandachtsgroepen en de aanpak
verschilt. Voor ouderen kijken we bijvoorbeeld vooral naar de lokale situatie. We willen met de Uitvoeringsagenda op wijkniveau in beeld brengen wat de wensen en behoeften van oudere inwoners in onze gemeente zijn. Dit vraagt vervolgens ook om een lokale aanpak. Voor de overige aandachtsgroepen leggen we de focus op een regionale aanpak. Samen met de regiogemeenten geven we invulling aan de regionale opgave. Met Keerpunt Zuid en In between places liggen enkele regionale voorzieningen al in de gemeente Hilversum. Bij dit soort projecten, bijvoorbeeld de ontwikkeling van een tweede Keerpunt Zuid, zoeken we samen in de regio naar een geschikte locatie. Hierbij speelt ‘fair share’ ook een rol. In de regio werken we sinds de vaststelling van de regionale Strategie woonzorgopgave Gooi en Vechtstreek samen in een Taskforce Wonen & Zorg waar dit onder meer op de agenda staat. Ook lokaal geven we invulling aan de woonzorgopgave voor aandachtsgroepen, bijvoorbeeld door afspraken te maken bij de ontwikkeling van het Circusterrein. 4.
Hoe is deze trend verwerkt in de inschatting van de toekomstige zorg- en Wmobehoefte? En hoe werkt deze trend door in de mogelijkheid voor mensen om zelfstandig te kunnen blijven wonen of heeft deze juist impact op dat meer mensen andere woonvormen nodig gaan hebben? In de prognose van het aantal inwoners met Wmo-ondersteuning is geen rekening gehouden met de verwachte afname van het aantal mantelzorgers. Wanneer het aantal mantelzorgers halveert richting 2040, leidt dit naar verwachting tot een grotere vraag naar Wmo-ondersteuning (bovenop de prognoses die nu zijn opgesteld). Anderzijds verwachten we dat een deel van de mensen zonder mantelzorgondersteuning sneller aangewezen is op andere woonvormen, waar zorg en ondersteuning meer collectief georganiseerd zijn. De vergrijzing werkt op verschillende manieren door in de samenleving. Onder meer deze gevolgen zijn reden voor het anders willen organiseren van wonen, welzijn en zorg. Met de woonzorgvisie, en daaropvolgend de Uitvoeringsagenda, willen we rekening houden met deze maatschappelijke ontwikkelingen en de toekomstige zorgvraag zo goed mogelijk borgen. Vanwege de verwachte afname van het aantal mantelzorgers hebben we bovendien ook de Uitvoeringsagenda Mantelzorg 20242030 ingevoerd. 5.
Worden deze tijdelijke woningen meegerekend in de structurele woonzorgopgave tot 2030/2040? Zo ja, hoe wordt er dan omgegaan met het tijdelijke karakter van deze woningen? Nee, de flexwoningen worden niet gerekend als structurele invulling van de woonzorgopgave. Wel maken we afspraken zodat deze ook uitkomst bieden voor woningzoekenden met een zorgvraag. Onze doelstellingen komen niet in gevaar door de tijdelijkheid van de flexwoningen. 6. In hoeverre is dit principe toegepast in de woonzorgvisie, en hoe wordt dit onderbouwd? Hoe kan ik terugvinden of en hoe de woningen die worden voorgesteld een ‘ontbrekende schakel’ zijn en hoe borgen we dat een gerealiseerde ‘schakel’ ook echt bijdraagt aan betere doorstroming/beweging? Welke andere/aanvullende acties zijn daarvoor nodig?
Het doel van de woonzorgvisie is om de huisvesting, mét passende zorg en ondersteuning voor ouderen en aandachtsgroepen te verbeteren. Hiervoor zetten we onder andere in op het realiseren van passend aanbod (ontbrekende schakels). Wat doorstroming betreft verwachten we dat het toevoegen van woningen die aansluiten bij de zorg- en ondersteuningsbehoefte van ouderen doorstroming op gang zullen brengen. We krijgen bijvoorbeeld signalen over ouderen die graag meer passend willen gaan wonen. Op de huidige krappe woningmarkt zijn de mogelijkheden daartoe helaas beperkt. Door onder andere de verhuiskostenregeling, en het onderzoeken van de mogelijkheden van woningsplitsing in Kerkelanden, werken we hier al aan. Aanvullende acties brengen we in kaart in de Uitvoeringsagenda.