Beantwoording technische vragen van GroenLinks over Vaststellen verordening Hilversums Restauratiefonds 2025 - Toegevoegd 12 februari 2025
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen voor de commissie van woensdag 12 februari 2025 agendapunt 5 & 6 Vragen van Aan wethouder Over
: Groen Links : J.E.M.G. Göbbels : Vaststellen verordening Hilversums Restauratiefonds 2025
Technische vragen bij agendapunt Vaststellen verordening Hilversums Restauratiefonds bij de Commissie Zorg, Welzijn en Samenleving op 12 februari 2025
Kunt u aangeven wat de hoogte van de huidige aanvragen zijn voor het fonds? In het raadsvoorstel verlaagt u het te lenen bedrag uit het restauratiefond van 150.000,euro naar 100.000,- euro. Graag stellen we volgende technische vragen hierover: •
In 2024 waren 5 van de 10 verstrekte leningen hoger dan €150.000. Is er een inschatting gemaakt van het effect van de verlaging van het maximaal te lenen geld op het type projecten dat financiering krijgt?
•
In welke mate lopen we het risico dat grotere restauraties door de verlaging van het maximaal te lenen bedrag in de knel komen?
•
Hoe verhoudt deze verlaging zich tot de stijgende bouw- en restauratiekosten, die juist een hoger leenbedrag noodzakelijk maken?
Ten aanzien van de energiebesparende maatregelen wordt er in het raadsvoorstel een maximum van 25.000,- euro gesteld en worden installaties voor energieopwekking uitgesloten. Graag stellen we hierover de volgende technische vragen: •
In hoeverre is onderzocht of €25.000 voldoende is om een wezenlijke bijdrage te leveren aan verduurzaming van monumenten?
•
Waarom wordt de financiering van installaties voor energieopwekking, zoals zonnepanelen of warmtepompen, uitgesloten? Zou juist een combinatie van energiebesparing en energieopwekking niet veel effectiever zijn?
•
Hoe verhoudt dit beleid zich tot de gemeentelijke en landelijke duurzaamheidsambities? Past het uitsluiten van energieopwekkingsinstallaties binnen de bredere energietransitie-strategie van Hilversum?
Tenslotte hebben we nog een aantal technische vragen over het revolverend element en de financiële onderbouwing: •
Het fonds is momenteel leeg en er wordt voorgesteld om het met €500.000 aan te vullen. Is dit voldoende om de vraag naar leningen structureel te kunnen dekken?
•
Hoe wordt gewaarborgd dat de beschikbaarheid van leningen in de toekomst stabiel blijft? Zijn er scenario’s waarin monumenteigenaren straks opnieuw misgrijpen?
Conceptantwoord -penvoerder is Friederike Hensch 06-18869829 •
In 2024 waren 5 van de 10 verstrekte leningen hoger dan €150.000. Is er een inschatting gemaakt van het effect van de verlaging van het maximaal te lenen geld op het type projecten dat financiering krijgt? Antwoord: Er is geen effectanalyse gemaakt. Het blijft altijd lastig om te voorspellen wie er gebruik maakt van de lening uit het HRF en voor welk type werkzaamheden. De hoogte van het te lenen bedrag volgt de financiële mogelijkheden van het fonds. Voor de éen zullen 100.000,- niet kostendekkend zijn, een ander heeft er meer dan genoeg aan. Er is wel de wens om zo veel mogelijk particulieren te bereiken.
•
In welke mate lopen we het risico dat grotere restauraties door de verlaging van het maximaal te lenen bedrag in de knel komen? Antwoord: Grotere restauraties zullen snel een grotere financieringsbehoefte hebben dan 100.000,--, maar ook vaak groter dan 150.0000,-. Bij grote restauraties zal het HRF niet meer dan beperkte steun kunnen bieden.
•
Hoe verhoudt deze verlaging zich tot de stijgende bouw- en restauratiekosten, die juist een hoger leenbedrag noodzakelijk maken? Antwoord: De kans dat een lening mogelijk niet kostendekkend kan zijn voor de beoogde werkzaamheden is er helaas altijd, afhankelijk van omvang en type project. De keuze voor het verlagen van de maximale bijdrage komt voort uit de wens om goed te kunnen spreiden en zo veel mogelijk eigenaren te bereiken.
•
In hoeverre is onderzocht of €25.000 voldoende is om een wezenlijke bijdrage te leveren aan verduurzaming van monumenten? Antwoord: Wij volgen hierbij het voorbeeld van Schiedam, waar ook maximaal 100.000,- en hiervan 25.000,- voor verduurzaming kan worden geleend. Of dit bedrag voldoende is hangt vanzelfsprekend weer af van de beoogde werkzaamheden en omvang van het project. Het betreft een “Restauratiefonds” met als kernopgave restauratie en behoud van monumentale waarden. Omdat er
ook andere leningen en subsidiemogelijkheden voor verduurzaming bestaan is ervoor gekozen om niet meer dan 25% van het maximaal te lenen bedrag voor verduurzaming te besteden. Desondanks kunnen 25.000,- zeker het verschil maken, denk aan nieuw glas en na-isolatie binnenwanden of zolders. •
Waarom wordt de financiering van installaties voor energieopwekking, zoals zonnepanelen of warmtepompen, uitgesloten? Zou juist een combinatie van energiebesparing en energieopwekking niet veel effectiever zijn? Antwoord: De meest logische volgorde om je huis energieneutraal te maken is: eerst isoleren, dan energie opwekken (Trias Energetica). Installaties zijn vaak heel kostbaar en de middelen zijn beperkt. Tevens zijn er andere mogelijkheden om subsidies en leningen te verkrijgen voor verduurzaming waaronder energieopwekkende installaties. Vandaar dat er gekozen is voor energiebesparende maatregelen, maar niet voor energieopwekkende maatregelen. Installaties gaan in mindere mate bijdragen aan behoud en versterking van de monumentale waarden. Een voorbeeld: Door energiebesparende maatregelen mee te financieren kan er bijvoorbeeld geleend worden voor speciaal -en duurder- glas dat in de historische ramen geplaatst kan worden. Op die manier kan er verduurzaamd worden met behoud van de monumentale waarden.
•
Hoe verhoudt dit beleid zich tot de gemeentelijke en landelijke duurzaamheidsambities? Past het uitsluiten van energieopwekkingsinstallaties binnen de bredere energietransitie-strategie van Hilversum? Antwoord: Zie bovenstaand antwoord. Mede omdat het te lenen bedrag beperkt is wordt voorgesteld om hierin een keuze te maken. Met 25.000,- voor energiebesparende maatregelen wordt hoe dan ook een steentje bijgedragen aan de energietransitie.
Tenslotte hebben we nog een aantal technische vragen over het revolverend element en de financiële onderbouwing: •
Het fonds is momenteel leeg en er wordt voorgesteld om het met €500.000 aan te vullen. Is dit voldoende om de vraag naar leningen structureel te kunnen dekken? Antwoord: Graag verwijzen wij naar bijlage 2, Revolverende werking van het HRF benodigde storting. De hoogte van het bedrag voor aanvulling (€ 500.000,-) is gerelateerd aan de eerdere aanvulling, 5 jaar geleden. Dit bedrag is een inschatting om de komende jaren weer vooruit te kunnen.
•
Hoe wordt gewaarborgd dat de beschikbaarheid van leningen in de toekomst stabiel blijft? Zijn er scenario’s waarin monumenteigenaren straks opnieuw misgrijpen? Antwoord: De mogelijkheid is er dat aanvragen beperkt blijven, maar voor hetzelfde geldt komen er binnen de kortste tijd veel nieuwe aanvragen. Dit hebben wij niet in de hand. Het blijft monitoren en op het moment dat het fonds weer leeg dreigt te raken zal opnieuw om aanvulling worden verzocht.