Beantwoording technische vragen van GroenLinks over Bestuursrapportage Regio
Tekst van het document
Technische vragen voor de Commissie Bestuur en Economie van donderdag 28 november 2024 agendapunt 6. Vragen van Wethouder Over
: Groen Links : N.G.T. van Voorden : Bestuursrapportage
1. Op verschillende plekken schrijft u dat alle re-integratietaken op het gebied van werk&participatie weer terug gaan naar de afzonderlijke gemeenten. Vragen daarover: a. Medewerkers kunnen een traject van werk naar werk volgen, maar GL neemt aan dat er voldoende werkplekken/functies worden gecreëerd bij de afzonderlijke gemeenten. Zo niet, waarom niet? b. Pag. 16, dienstverlening WSP wordt beëindigd. Graag een toelichting (stopt helemaal? Naar gemeenten? Wat is het werkcentrum? Etc.) c. Pag. 19, wat zijn de consequenties van het feit dat het arbeidsmarktprogramma Werken aan Werk eindigt per 31-12-2024? 2. Vervoer: op pag.5 schrijft u dat het aantal ritten ogv wmo stijgt met 8,75 % en aantal ritten leerlingenvervoer daalt. (pag. 5). Klopt dit met de toelichting op pag. 26 waarin u schrijft dat er voor wmo € 743 K lagere lasten zijn en voor LLV € 741 K hogere lasten?, waarbij u in een andere vak schrijft dat de inzet voor WMO € 489 K hoger uitvalt en voor LVV € 223 K lager. 3. Regionaal expertise team jeugd: (pag. 11); de gedragswetenschapper, verbonden aan het RET, komt in dienst bij gemeente Hilversum. Vraag: waarom ontstaat er dan vacatureruimte bij de regio, ervan uitgaande dat deze functie bij gemeente Hilversum wordt uitgeoefend? 4. U schrijft € 1.522 K onttrokken te hebben aan de reserve sociaal domein.
Graag een toelichting op welke activiteiten daarvoor zijn ondernomen en welke resultaten deze activiteiten hebben gehad.
Met vriendelijke groet Marleen Remmers GroenLinks
Antwoord -penvoerder is: Vincent Raats 06-15952186 1. Werk en Participatie Antwoord: In de brief van 23 oktober 2024 heeft het college u geïnformeerd over het Programma Werk en Participatie en de belangrijkste ontwikkelingen. Deze hadden betrekking op het project Werkcentrum, het intrekken van de bestuursopdracht Werkgeversdienstverlening en de afronding van het programma Werken aan Werk. Met verwijzing naar deze brief zijn de antwoorden op de deelvragen als volgt: Ad a Vanaf 2018 was de werkgeversdienstververlening gemeenten middels een bestuursopdracht ondergebracht bij Regio GV (WSP GV). Deze dienstverlening zag met name op de matching op vacatures. In de uitvoering werden knelpunten ervaren tussen het WSP en de gemeenten. Hierdoor werden geleidelijk aan steeds minder kandidaten aangemeld vanuit de gemeenten. De intrekking van de bestuursopdracht per 1 oktober 2024 is in goed overleg tussen de Regio GV en de regiogemeente tot stand gekomen. Er zijn inmiddels nieuwe jobhunters aangetrokken die voor de regiogemeenten gezamenlijk werkzaam zijn. Daarmee is de leemte in de dienstverlening opgevuld. Het personeel dat bij de Regio werkzaam was binnen de werkgeversdienstverlening krijgt begeleiding bij het vinden van ander werk. Ad b De werkgeversdienstverlening stopt niet, maar wordt anders georganiseerd.
Het UWV en de gemeenten blijven gezamenlijk de werkgeversdienstverlening uitvoeren, alleen is hiervoor geen rol meer weggelegd voor Regio GV. Daarnaast is het Rijk bezig nieuwe wetgeving te ontwikkelen, waarmee de arbeidsmarktdienstverlening aan werkgevers, werkenden en werkzoekenden vanaf (uiterlijk) 2026 vanuit één regionaal loket in de arbeidsmarktregio wordt aangeboden. Deze dienstverlening reikt dus verder dan de werkgeversdienstverlening. Behalve de werkgeverservicepunten worden ook de mobiliteitsteams en de leerwerkloketten ondergebracht in het werkcentrum. Vooralsnog is het de bedoeling dat er in Hilversum een werkcentrum komt voor vragen over werk, loopbaanstappen, (arbeidsmarktgerichte) scholing en personeelsvraagstukken. Ad c Het programma Werken aan Werk eindigt weliswaar, maar de succesvolle projecten worden ook in 2025 gecontinueerd. 2. Vervoer Antwoord : Het gaat hier om 2 verschillende punten: 1. De correctie van het tariferingsvoorstel 2023 in de begroting 2024 2. De Prognose over 2024, verwachting dat gemeenten voor LLV minder bijdragen en voor WMO meer bijdragen over 2024. Dit zijn 2 verschillende punten en niet met elkaar te vergelijken. Het ene betreft een correctie van de begroting en het andere betreft de prognose.
1. Lagere lasten WMO en hogere lasten LLV: De kosten voor het leerlingenvervoer vallen t.o.v. de vastgestelde regiobegroting voor 2024 hoger uit, € 741.000,-. Dit wordt veroorzaakt doordat de nieuwe tarifering, zoals in 2023 is vastgesteld, nog niet verwerkt was in de regio begroting 2024 .In de begroting 2024 van de Regio was de wijziging tariferingsvoorstel 2023 niet structureel meegenomen. Deze wijziging (inclusief NEA 3,5%) wordt in de BERAP gecorrigeerd. In het voorstel voor de nieuwe tarifering is een onderbouwing gegeven voor het nieuwe tarief. O.a. een toename van het aantal leerlingen (19%) en het invoeren van een opstaptarief naast het kilometertarief. Dit opstaptarief was nodig om de korte ritten, minder dan 6 km, kostendekkend te maken. Dit laat een verschuiving in de lasten zien tussen WMO en LLV. 2. Prognose 2024 (exploitatie 2024) De prognose voor het leerlingenvervoer 2024 is, dat het aantal ritten daalt. Dit betekent een verwachte lagere bijdrage van de gemeenten van € 223.000,- (t.o.v. de begroting incl. € 741.000,-). De prognose dat het aantal ritten in het leerlingenvervoer iets daalt is op basis van het aantal ritten in het eerste halfjaar. Het betekent dat er iets minder leerlingen gebruik hebben hoeven maken van het vervoer. Ook zien we binnen het typevervoer van vervoer een verschuiving. Er wordt minder gebruik gemaakt van individueel vervoer.
Beide hebben effect op de verwachte bijdragen van de gemeenten: LLV: Verwachting is dat de bijdrage voor het LLV euro 223k lager is, het aantal leerlingen/ritten zal in 2024 iets lager uitkomen dan 2023. WMO: verwachting is dat de vervoersvraag van het WMO met ca 8,75% stijgt ten opzichte van 2023. Verwachting is dat er door gemeenten 489k meer bijgedragen moet worden aan het WMO vervoer. 3. Regionaal expertise team jeugd: Antwoord : Hilversum heeft vacatureruimte gecreëerd voor een eigen gedragswetenschapper. Hier heeft de gedragswetenschapper die verbonden was aan het RET op gesolliciteerd. Op die manier ontstaat er vacatureruimte bij het RET voor een gedragswetenschapper. De gedragswetenschapper bij het RET blijft nodig, al is het beperkter in taken en uren dan voorheen, omdat het RET bepaalde taken blijft uitvoeren (taken als verklarende analyse en controle verlenging medische verwijsroute). 4. Reserve sociaal domein Antwoord : De bestemmingsreserve sociaal domein wordt onder regie van de portefeuillehouders beschikbaar gesteld om de benodigde capaciteit en financiering te leveren, die
noodzakelijk zijn om inhoud en uitvoering te geven aan de uitvoeringsprogramma’s binnen het sociaal domein. Dat betekent dat deze middelen pas beschikbaar komen na vaststelling van een voorstel in het portefeuillehoudersoverleg. De middelen worden vooral ingezet voor het leveren van capaciteit vanuit de gemeenten aan de regieteams, zoals (beleids) adviseurs, kwaliteitsmedewerkers en consulenten. Ook worden projectleiders ingehuurd (ook externe inhuur) en wordt capaciteit vanuit de Regio organisatie beschikbaar gesteld. De belangrijkste projecten in de uitvoeringsprogramma’s zijn Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, Instroom-Doorstroom-Uitstroom jeugd, Integraal Zorgakkoord en de Heroverwegingen (huishoudelijke hulp, dagbesteding en begeleiding). De voortgang wordt gerapporteerd in het portefeuillehoudersoverleg. Periodiek vinden er themasessies plaats voor raadsleden en worden raadsinformatiebrieven verstuurd.