Beantwoording technische vragen van Groen Links over Onderwijshuisvesting (Toegevoegd 27 mei 2026)
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen voor de Commissie Zorg Welzijn & Samenleving van woensdag 27 mei 2026 agendapunt 6. Vragen van
: Groen Links
Aan wethouder
: J.E.M.G. Göbbels
Over
: Onderwijshuisvesting invulling gebiedsontwikkeling Sportpark
(Arenapark)
BETREFT:
invulling onderwijshuisvesting op sportpark
1. U schrijft dat op basis van de meest recente leerlingprognose (december 2025) de reeds bestaande scholen (Zuid en Zuid-Oost neem ik aan), de groei van het aantal basisschoolleerlingen kan opvangen. Vragen: a. Hoeveel extra basisschoolleerlingen worden er verwachten indien er 800 woningen worden gebouwd; De gemeente stelt zelf geen afzonderlijke prognose op van het exacte aantal extra basisschoolleerlingen als gevolg van de bouw van 800 woningen. Voor de beoordeling van vraag en aanbod binnen de onderwijshuisvesting in Hilversum wordt gebruikgemaakt van de leerlingprognoses van xxllnc (voorheen Pronexus), een landelijk toegepast prognosemodel. Op basis van de meest recente prognoses is geconcludeerd dat de bestaande basisscholen in de omgeving de verwachte groei kunnen opvangen. Tegelijkertijd geldt dat prognoses afhankelijk zijn van aannames over huishoudenssamenstelling, verhuisbewegingen en bevolkingsontwikkeling. De praktijk laat zien dat prognoses en feitelijke ontwikkeling niet altijd volledig parallel lopen. Zo zagen wij bijvoorbeeld in Hilversum-Oost, rondom de wijk Anna’s Hoeve, dat de feitelijke ontwikkeling van leerlingaantallen op onderdelen schuurt met eerdere prognoses. b.
Hoe ziet u de verdeling van deze leerlingen voor u over de scholen in Zuid en Zuid-Oost rekening houdend met het gegeven dat een basisschool in het algemeen gekozen wordt op basis van een kleine afstand school-woonhuis? In het IHP 2024 is geen nadere analyse gemaakt van leerlingstromen op wijkniveau of van de verdeling van toekomstige leerlingen over afzonderlijke scholen. Daarbij is het inderdaad een belangrijk uitgangspunt dat ouders in het primair onderwijs vaak kiezen voor een school op relatief korte afstand van de woning. Een nadere analyse op wijkniveau is daarom wenselijk en wordt meegenomen bij het opstellen van het nieuwe IHP. Daarbij kan de verwachte instroom worden afgezet tegen de beschikbare capaciteit die momenteel via
de technische nulmeting in beeld wordt gebracht. Juist hierin liggen kansen om beter zicht te krijgen op leerlingstromen, spreiding van voorzieningen en mogelijke toekomstige knelpunten. 2. Hoeveel leerlingen ontvangen onderwijs op de huidige locaties van de IPS? (graag per locatie aangeven)? 315 leerlingen. Uitsplitsing niet paraat, kan desgewenst worden opgevraagd bij schoolbestuur. 3. Voor hoeveel leerlingen wordt de ISK gerealiseerd? Er wordt uitgegaan van 290 leerlingen. 4. Welke positief-inhoudelijke effecten ziet u voor zich indien de ISK wordt gerealiseerd op dezelfde kavel als Groot Goylant? AT en de GSF zijn vanuit hun rol als schoolbesturen verantwoordelijk voor de inhoud van het onderwijs en de wijze waarop eventuele samenwerking wordt vormgegeven. Daarbij is het uitgangspunt van de ISK dat nieuwkomersleerlingen doorstromen naar regulier voortgezet onderwijs, bijvoorbeeld naar Groot Goylant. De nabijheid van beide onderwijsvoorzieningen op één locatie biedt kansen voor een betere aansluiting tussen nieuwkomersonderwijs en regulier onderwijs. 5. De door u gevraagde € 18.400.000 zijn noodzakelijk voor drie projecten.
Kunt u per project aangeven welk bedrag noodzakelijk is (voor basisonderwijs de formule R = 200 + 5,03 * L, en voor VO vaste voet + leerlingaantal); IPS = €7.421.061,- prijspeil 2026 Groot Goylant = €18.120.360,- prijspeil 2026 ISK = € 11.748.770, - prijspeil 2026 In aanvulling op de formules die zijn weergegeven in de vraagstelling kan worden aangegeven dat voor de ISK wordt gerekend met 11m2 BVO per leerling, zonder vaste voet. Dit is meer dan de 6,5 -9,5 m2 BVO die voor reguliere VO-leerlingen wordt gehanteerd. Daarnaast is bij Groot Goylant rekening gehouden met een gymzaal a 510 m2 BVO. 6. Kunt u daarbij ook aangeven welk normbedrag u per locatie hanteert? Het in het IHP vastgestelde normbedrag is het uitgangspunt in dit voorstel. Het bedrag gaat uit van €3683,- voor nieuwbouw prijspeil 2026, waarvan 70% bij renovatie en 95% bij renovatie van een monument. Indexatie volgens de BDB-index wordt toegepast.
7. Is de door u gevraagde € 18.400.000 onderdeel van de eerder door de raad vastgestelde bedragen voor realisatie van het IHP? Bij vaststelling van het IHP zijn de financiën alleen voor de eerste 4 jaar vastgesteld (24-27) en is een doorkijk gegeven naar de daaropvolgende 12 jaar (28-39). De projecten die in dit voorstel staan, stonden ook in het IHP van destijds in de periode 28-39. Weliswaar is de scope van de projecten verandert t.o.v. het IHP. Het gaat om meer m2 BVO voor de ISK en Groot Goylant en een lager aantal m2 BVO voor de IPS.
Marleen Remmers GroenLinks Antwoord -penvoerder is Nina van Dijk035-6292684