Beantwoording Technische vragen van Groen Links over HEA
Tekst van het document
Technische vragen voor de Raadscommissievergadering Zorg, Welzijn en Samenleving agendapunt 4 van 14 februari 2024 Vragen van Aan wethouder Over
: Groen Links : K. van Hunnik : HEA
1. Het rijk geeft aan gemeenten middelen om onderwijsachterstanden te beperken. Die zijn bij mijn weten voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE), en voortijdige schoolverlaters. Zijn er nog meer geoormerkte middelen, zo ja welke. En hoeveel bedraagt dit budget per te onderscheiden doelgroep? 2. Financiële consequenties meenemen bij voorjaarnota: begrijp ik het goed als dat eerst in 2027 is met een bedrag van € 39.740? 3. U spreekt over samenwerking met besturen van kinderopvang en scholen. Bij mijn weten wordt VVE veelal aangeboden door de welzijnsorganisatie. Zijn zij ook betrokken geweest bij de totstandkoming van de HEA, en wat was hun standpunt? 4. Op pag. 10 beschrijft u de instelling van werkgroepen, o.a. ter bestrijding van segregatie, evenwichtige verdeling van gewichten per school etc. Dit is een thema waar we al enige tijd over spreken. Wat is de tijdlijn voor de opbrengsten van deze werkgroep(en)? 5. U schrijft dat u uitgaat van data in relatie tot investering. Kunt u een lijst aanleveren
met bedragen die aan scholen (brin-nummer) verstrekt worden ter versterking van 6. Op pag. 12 schrijft u over het uitgebreide onderwijsaanbod binnen Hilversum. U schrijft daarin ook dat er internationaal voortgezet onderwijs in Hilversum aanwezig is. GL begrijp niet helemaal waarom dit in deze HEA genoemd wordt, en heeft eerder gevraagd naar de oprichting van een internationale VO-school op het arenapark. Waar gaat dit stuk tekst in de HEA nu over? 7. Pag. 16. De eventuele vorming van een ikc gebeurt niet onder regie van de gemeente, zo schrijft u. tegelijkertijd komen consequenties van een IKC met betrekking tot huisvesting wel bij de gemeente. Waarom neemt u niet gelijk deel aan die werkgroepen, of, geeft u geen gemeentelijk beleidskader mee aan de werkgroep? 8. U noemt vele aanpalende beleidsvelden (jeugd, armoede, veiligheid, sport, werk&participatie, cultuur). Waar is het hoofdstuk economie?
9. Is de concept HEA in het Op Overeenstemming Gerichte Overleg (OOGO) besproken, zo ja, wat was de mening van het OOGO, zo nee. Waarom niet? Conceptantwoord -penvoerder is: Nina van Dijk 06-34519310 1. Voor de uitvoering van de Hilversumse Educatieve Agenda worden de onderwijsachterstandsmiddelen (OAB-middelen) die de gemeente Hilversum jaarlijks van de rijksoverheid ontvangt ingezet (jaarlijks ca. € 2.324.815). Ook wordt een resterend budget vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO-middelen) benut (eenmalig €2.138.509,-). Daarnaast is in de begroting rekening gehouden met gemeentelijke middelen (jaarlijks € 794.000, -). Aan de gelden die de gemeente Hilversum via een specifieke uitkering vanuit de rijksoverheid ontvangt hangen bepaalde bestedingsdoelen en bestedingstermijnen waarmee rekening is gehouden bij het opstellen van dit beleidskader. De nieuwe HEA sluit aan bij de ‘spelregels’ die hieromtrent gelden. De gemeente legt over doelmatige inzet ook verantwoording af aan de rijksoverheid. Het gaat bij OAB-middelen om: middelen voor voorschoolse educatie, het bestrijden van onderwijsachterstanden voor leerlingen basisonderwijs, afspraken rond voor- en vroegschoolse educatie. Er moet een duidelijke link te leggen zijn met minimaal één van de artikelen in de Wet Primair Onderwijs (artikel 158, 159 of 160). 2. Ja.
De uitvoering van de maatregelen zoals beschreven in de Hilversumse Educatieve Agenda past financieel in de jaren 2024, 2025 en 2026 binnen de beschikbare middelen. In 2027 is er sprake van een te verwachten te kort van € 39.740, -. 3. In Hilversum zijn er momenteel 2 aanbieders die subsidie ontvangen om peuteropvang met VVE aan te bieden: Bink Kinderopvang en AT Kinderopvang. In het verleden was Versa Welzijn ook een aanbieder, maar sinds oktober 2020 bieden zij geen peuteropvang meer. Dit neemt niet weg dat Versa Welzijn een partner is bij de evaluatie, totstandkoming en implementatie van de Hilversumse Educatieve Agenda en structureel deelnemer van een van de werkgroepen is. De samenwerking beperkt zich dus niet uitsluitend tot de kernpartners kinderopvang en onderwijs. Er is bijvoorbeeld ook samenwerking met Versa, GGD, Stichting Maatjesproject en De Bibliotheek. Hun standpunt is dat een welzijnsorganisatie een belangrijke schakel is in het vormen van een netwerk om een kind in een wijk. Ieder kind een gelijke kans geven is een opdracht voor iedereen, niet alleen voor het onderwijs. De verbinding tussen de thuissituatie, de omgeving en de school is belangrijk. Bijvoorbeeld via de inzet van kinder- en jongerenwerk of de organisatie van mama-cafés.
Een voorbeeld waar in Hilversum ervaring mee is opgedaan is een huiswerkkamer waar kinderwerkers en vrijwilligers kinderen ondersteunen bij het maken van schoolwerk én bevorderen van taalvaardigheid. Dit is door de gemeente Hilversum gefinancierd met middelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs.
4. De gemeente Hilversum heeft de verantwoordelijkheid om jaarlijks een bestuurlijk overleg te organiseren met onderwijs en kinderopvang (WPO-artikel 161, WVO artikel 3.42). In onze gemeente vindt dit overleg plaats onder de naam LEA. Er zijn een aantal onderwerpen die jaarlijks verplicht moeten worden geagendeerd ter bespreking in de LEA. Die onderwerpen zijn uitgeschreven op blz. 10 in de Hilversumse Educatieve Agenda. Het betreft: • het voorkomen van segregatie; • het bevorderen van integratie; • het bestrijden van onderwijsachterstanden; • de afstemming over toelatings- en inschrijvingsprocedures om tot een evenwichtige verdeling van leerlingen met een onderwijsachterstand over de scholen te komen. Er wordt in de vraag geïnformeerd naar de tijdlijn voor de opbrengsten van deze werkgroep. Voor 2024 staan er 4 LEA’s ingepland, te weten op: 21/3, 20/6, 19/9 en 12/12. Dit is het tijdspad dat we ter bespreking van dit onderwerp aanhouden. Daarna kunnen wij, als de raad dat wenst, informeren. 5. De inzet van de maatwerkplannen biedt mogelijkheden om doelgroep kleuters te ondersteunen. Met de maatwerkplansubsidie steunen we deze kinderen door een financiële impuls te geven aan scholen, waardoor zij extra mogelijkheden hebben om taalachterstanden in de vroegschoolse periode (groep 1 en 2) te bestrijden. Iedere school ontvangt een bedrag van €18.750,-.
De selectie van scholen die in aanmerking komt, wordt jaarlijks afgestemd met schoolbesturen, waarbij wordt gestreefd aar een duurzame inzet van de scholen. Tijdens dit gesprek komen ook de schoolweging en achterstandsscores van scholen aan de orde. Deze data worden door het CBS geïnventariseerd en draagt bij aan een doelmatige inzet van gelden in Hilversum. Hieronder een overzicht van de scholen incl. brin-nummer waarnaar wordt gevraagd. Tevens is een kolom toegevoegd met de schoolweging/achterstandsscore. Dat geeft een inkijk in de onderliggende data die onderwerp van gesprek zijn bij bepaling van de subsidie. Op pagina 18 staat ambitielijn 1 speerpunt E (digi) taalbevordering waarin concrete acties benoemd zijn die de taalbevordering in Hilversum stimuleren.
Schoolbestuur
Schoolnaam
Stichting Noor Proceon Proceon
Basisschool Ayoub Basisschool Avonturijn Van Hasseltschool
Proceon Proceon Stip Stip Stip Stip Stip Stip AT AT AT AT AT
Brinnummer 24EJ 15NU C1
Schoolweging1 Achterstandsscore2 33,75 30,22
503,35 219,93
15VA
31,4
50,85
Nassauschool
15ZH
34,91
215,31
Da Costaschool Sterrenschool Hilversum Villa Vrolik Violenschool IKC De Wijde Blik Dr Ir C Lelyschool De Lorentzschool De Wilgetoren Kindercampus Paulusschool Titus Brandsmaschool Augustinusschool
15NU C2 19DM
34,36 31,99
219,93 173,67
32BW C2 19NA 19DD 19DP 19MR 04YZ 27YP 15AI 15FQ
28,12 26,48 33,05 36,27 26,03 29,05 29,68 31,19 36,14
59,94 0 7,74 169,66 59,94 0 161,82 93,86 311,78
15LL
31,15
76,96
1 Schoolweging is van peildatum 1-02-2023. De schoolweging is het (ongewogen) gemiddelde van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekende schoolweging voor het schooljaar 2022/2023. De schoolweging loopt van 20 tot 40. Hoe lager de schoolweging, hoe minder complex de leerlingenpopulatie en hoe hoger de resultaten die we van de school mogen verwachten. 2 Achterstandsscore is van peildatum 1-02-2023. Deze score drukt de verwachte onderwijsachterstand op scholen uit, op basis waarvan OCW het onderwijsachterstandenbudget over scholen kan verdelen.
6. Afgelopen beleidsperiode hebben we in toenemende mate te maken gekregen met nieuwkomers in Hilversum. Het is ook in de aankomende jaren van belang dat we rekening houden met een structureel veranderde situatie. Dit is beschreven in de HEA, omdat deze nieuwe instroom een diversiteit aan educatieve en culturele achtergronden met zich meebrengt, wat vraagt om een doordachte aanpak en extra ondersteuning binnen het onderwijs en de kinderopvang om ieder kind gelijke onderwijskansen te bieden. Deze passage over internationaal onderwijs in de HEA heeft niet direct relatie met de ontwikkelingen op het arenapark. Dit komt aan de orde in het IHP.
7. Een werkgroep die zich specifiek richt op IKC-vorming bestaat in Hilversum nog niet. Het is de bedoeling om deze werkgroep op te richten, dit sluit tevens aan bij de wens van schoolbesturen en kinderopvang. Na vaststelling van de HEA start de werkgroep. De opdracht aan de wekgroep is om te komen met een aantal concrete voorstellen die de ontwikkeling van IKC’s verder vormgeven. 8. Onderwijsbeleid en het domein economie raken elkaar met name op het vlak van arbeidsmarktperspectief. Dit komt in de HEA terug als onderdeel van de aanpak vroegtijdig schoolverlaten (VSV) en de aanpak jeugdwerkloosheid (AWJ). Het gaat er hierbij om dat ook vanuit het VO en Beroepsonderwijs een doorlopende lijn wordt doorgezet richting de arbeidsmarkt, waar jongeren goed voorbereid en kansrijk naar door kunnen stromen. Er wordt in samenwerking met het domein economie ingezet op de volgende punten: Samenwerkingsagenda met MBO Hilversum. In deze agenda wordt invulling gegeven aan de samenhang tussen (landelijke) ontwikkelingen en trends op de arbeidsmarkt, kansrijke sectoren, behoeften van werkgevers, en hoe het onderwijsaanbod hierop aan kan sluiten. Ook beroeps- en arbeidsmarktoriëntatie is van belang.
In de komende periode willen we kijken waar de arbeidsmarkt naartoe beweegt, wat daarvoor nodig is, en hoe we daar nu al op in zouden kunnen spelen binnen het kader van vroegtijdige oriëntatie (bijvoorbeeld al binnen het middelbaar onderwijs). 9. In Hilversum is de afspraak dat onderwerpen die de HEA raken worden besproken in de LEA én de onderwerpen die onderwijshuisvesting aangaan besproken in het OOGO. De samenstelling van beide bestuurlijke overleggen komt nagenoeg overeen. De LEA is betrokken bij de totstandkoming van de HEA en akkoord met de inhoud.