CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen van Democraten Hilversum over Uitvoeringsprogramma Bescherming Opvang 2026 - 2029 (Toegevoegd 14 januari 2026)

GEMEENTERAAD 28 januari 2026, gemeente HilversumBij agendapunt: Regionaal beleidsplan Bescherming en Opvang (1899976)1.208 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen voor de Commissie Zorg Welzijn & Samenleving van woensdag 14 januari agendapunt 6. Vragen van Aan wethouder Over

: Democraten Hilversum : N.G.T. van Voorden : Uitvoeringsprogramma Bescherming & Opvang 2026 - 2029

Voorafgaand aan het conceptbeleidsplan bescherming en opvang met daarbij uitvoeringsplan Bescherming en Opvang 2026-2029 wil Democraten Hilversum wil de volgende vragen stellen ter verduidelijking;

Gegeven de sterke stijging (63% in anderhalf jaar) van meldingen van (ex-)partnergeweld in Hilversum in 2023–2025, en het ontbreken van concrete capaciteitsgroei in het uitvoeringsprogramma 2026–2029, ontstaat het risico op wachtlijsten, tijdelijke uitplaatsingen of het niet kunnen bieden van veilige opvang. ( https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/openbare-orde-en-veiligheid )

Vraag: 1. Hoe beoordeelt het college de sterke stijging van meldingen van (ex-)partnergeweld in Hilversum: betreft dit volgens het college een daadwerkelijke toename van geweld, een hogere meldingsbereidheid, of beide, en welke gevolgen heeft die duiding voor de prioritering en inzet in het uitvoeringsprogramma 2026–2029? 2. Welke actuele en verwachte wachttijden en bezettingsgraden gelden voor vrouwenopvang, crisisopvang en ambulante ondersteuning in de regio, en hoe worden deze in 2026–2029 gemonitord en bijgestuurd om te voorkomen dat slachtoffers van huiselijk of partnergeweld geen tijdige en veilige hulp krijgen?

Daarnaast: hoeveel opvangverblijfsplekken voor vrouwenopvang zijn regionaal ingekocht en hoeveel daarvan zijn op dit moment daadwerkelijk bezet? In het Uitvoeringsprogramma Bescherming & Opvang 2026–2029 staat op pagina 3 dat de doelen en acties “zo SMART mogelijk” (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) zijn uitgewerkt. Tegelijkertijd ontbreken bij de doelen voor onder andere beschermd wonen, opvang en vrouwenopvang (p.7–12) concrete aantallen, capaciteitsnormen of streefwaarden. Vraag: 3. Hoe kan de raad de voortgang en doelrealisatie op het criterium meetbaar binnen SMART controleren, wanneer het uitvoeringsprogramma geen kwantitatieve doelstellingen of normcapaciteit bevat voor deze voorzieningen?

Fractie Democraten Hilversum Atie van de Beek

Antwoord -penvoerder is Kirsten Valk +31356292022 1. Hoe beoordeelt het college de sterke stijging van meldingen van (ex)partnergeweld in Hilversum: betreft dit volgens het college een daadwerkelijke toename van geweld, een hogere meldingsbereidheid, of beide, en welke gevolgen heeft die duiding voor de prioritering en inzet in het uitvoeringsprogramma 2026– 2029? Door landelijke bewustwordingscampagnes, de introductie van de chatfunctie bij Veilig Thuis en recente incidenten in het kader van geweld in afhankelijkheidsrelaties elders in het land zijn de afgelopen maanden de meldingen en adviesaanvragen bij Veilig Thuis zowel landelijk als regionaal sterk toegenomen. In de Startnotitie regionaal beleidsplan Bescherming en Opvang Herstel de verbinding 2026 – 2033, is destijds opgenomen dat de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties moest worden doorontwikkeld. In het beleidsplan Bescherming en Opvang 2026-2033 is dit thema dan ook van aanzienlijk meer prioriteit dan in het voorgaande beleidsplan voorzien. Wat betreft de vrouwenopvang is er geen toename waarneembaar van het aantal vrouwen (met en zonder kinderen) uit Gooi en Vechtstreek dat een beroep op opvang doet. In Gooi en Vechtstreek is naast de vrouwenopvang ook ambulante ondersteuning bij geweld in afhankelijkheidsrelaties beschikbaar.

De afgelopen jaren steeg het aantal hulpverzoeken voor ambulante ondersteuning bij geweld in afhankelijkheidsrelaties in de regio. De zorgaanbieder die deze ambulante ondersteuning biedt, heeft daarom het hierin gespecialiseerde team uitgebreid.

2. a. Welke actuele en verwachte wachttijden en bezettingsgraden gelden voor vrouwenopvang, crisisopvang en ambulante ondersteuning in de regio; b. Hoe worden deze in 2026–2029 gemonitord en bijgestuurd om te voorkomen dat slachtoffers van huiselijk of partnergeweld geen tijdige en veilige hulp krijgen? c. Daarnaast: hoeveel opvangverblijfsplekken voor vrouwenopvang zijn regionaal ingekocht en hoeveel daarvan zijn op dit moment daadwerkelijk bezet? Belangrijk om te benoemen is dat de vrouwenopvang conform de Wmo 2015 landelijk toegankelijk is. Een gemeente is verplicht om opvang te bieden wanneer iemand zich meldt. Zelfs al valt deze persoon buiten de gemeentegrenzen. Gemeenten en opvangorganisaties werken daarom regionaal en bovenregionaal samen. Is er regionaal geen plek of is de veiligheid in de eigen regio onvoldoende, dan kan een vrouw1 met of zonder kinderen in een andere regio worden opgevangen. Dit noemen we een bovenregionale plaatsing. Elke vrouw die zich bij de opvang meldt, bevindt zich op het topje van een veel grotere ijsberg van geweldsincidenten. Het is wat betreft capaciteit van de opvang echter belangrijk om onderscheid te maken tussen noodbedden versus crisisopvang en begeleid wonen. Wanneer de veiligheid na een noodbedplaatsing en/of verblijf op een crisisplek voldoende gestabiliseerd is, stromen vrouwen door naar een begeleid wonen traject.

De Regio co-financiert met Almere 15 begeleid wonen plekken. Noodbedden zijn bedoeld voor vrouwen (en hun kinderen) die zich in acute, levensbedreigende situaties bevinden. De Regio co-financiert samen met centrumgemeente Almere 2 noodbedden. De realiteit is dat deze noodbedden doorlopend bezet zijn. Wanneer er voor inwoners uit onze regio acuut gevaar door huiselijk geweld dreigt, is er echter altijd een veilige plaats beschikbaar om het slachtoffer en eventuele kinderen onder te brengen. Ook onderscheidt onze regio zich, omdat zowel De Vluchtheuvel (Kwintes) als De Robijn (Leger des Heils) in Hilversum plaats bieden aan moeders met kinderen. Daarmee kunnen deze regionale voorzieningen als uitwijkmogelijkheid dienen wanneer de bovenregionale crisisplekken in de vrouwenopvang bezet zijn. De crisisplekken in de noodopvang zijn voor opvang tot ongeveer drie maanden bedoeld. De Regio co-financiert met Almere 10 crisisplaatsen. Juist waar het deze plekken betreft, was de situatie het afgelopen jaar het meest schrijnend. Het afgelopen jaar kenden de crisisplekken een structurele wachtlijst. Het gevolg van die wachtlijst is dat situaties escaleren en vrouwen alsnog op een noodbed geplaatst moeten worden. In het Oranje Huis Flevoland Gooi en Vechtstreek verblijven op een gemiddeld moment minder dan vijf vrouwen (met of zonder kinderen) uit onze regio.

Zoals aangegeven, kent elke vrouwenopvanglocatie echter ook bovenregionale plaatsingen. Dit betekent dat vrouwen uit onze regio ook in opvanglocaties in andere regio’s kunnen verblijven. Er staan op dit moment geen inwoners uit Gooi en Vechtstreek op de wachtlijst. De verblijfsduur van cliënten en de druk op de capaciteit van de vrouwenopvang is ten minste elk kwartaal een vast onderdeel van de gesprekken tussen Blijf Groep, centrumgemeente Almere en Regio Gooi en Vechtstreek.Eén van de grootste uitdagingen is de stagnerende uitstroom van vrouwen en eventuele kinderen uit de 1 Mannelijke slachtoffers kunnen in een aparte, landelijk toegankelijke opvang terecht.

opvang naar zelfstandige woonruimte. Dit komt door een tekort aan betaalbare woningen. Hierdoor blijven vrouwen langer in de opvang dan voor hun veiligheid noodzakelijk is. Vrouwen en eventuele kinderen die uit de vrouwenopvang in Gooi en Vechtstreek uitstromen, zijn dankzij goede afspraken en samenwerking tussen het Urgentiebureau en de woningcorporaties altijd binnen drie maanden voorzien van een woning. Hierin excelleert onze regio ten aanzien van andere regio’s. In november jl. is de raad middels een brief over de vrouwenopvang geïnformeerd. 3. Hoe kan de raad de voortgang en doelrealisatie op het criterium meetbaar binnen SMART controleren, wanneer het uitvoeringsprogramma geen kwantitatieve doelstellingen of normcapaciteit bevat voor deze voorzieningen? Binnen dit beleidsterrein is het niet mogelijk om voor alle maatregelen kwantitatieve doelstellingen of normcapaciteit vast te stellen. De maatschappelijke effecten worden beïnvloed door een mix van meetbare en niet-meetbare factoren, waarvan een groot deel buiten de directe invloed van de gemeente ligt. Beschikbare meetbare indicatoren worden systematisch gevolgd en geanalyseerd. Daarbovenop wordt het resultaat kwalitatief geïnterpreteerd, zodat op een onderbouwde manier inzicht wordt verkregen in de effectiviteit en voortgang van de maatregelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=862b191f-5917-49b6-8752-b60909909b52