CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen van D66 over Woonzorgvisie gemeente Hilversum 2025-2030 (toegevoegd 11 september 2025)

COMMISSIE Ruimtelijke Ordening en Projecten 11 september 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Beeldvorming Woonzorgvisie gemeente Hilversum 2025-2030 (1823934)1.414 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen voor de Commissie Ruimtelijke Ordening en Projecten van donderdag 11 september 2025 agendapunt 3 Vragen van Aan wethouder Over

: D66 : J. Kalk : Woonzorgvisie gemeente Hilversum 2025-2030

1. De getallen over de benodigde woningen voor ouderen lopen slechts tot 2031 (p13). Wat is de verwachte ontwikkeling na 2031? 2. Zijn er cijfers over de vergrijzing na 2040? Wanneer zal deze weer afnemen in onze regio? 3. Kunnen we verder inzicht krijgen in het gehele demografisch verloop en totale woningbehoefte? Hoe verhoudt de behoefte aan woningen voor mensen die zorg nodig hebben zich tot de totale woningbehoefte in de komende decennia? 4. Hoe hard zijn de getallen over nieuwbouwen? (3000 tot 2030 daarna bedoeling is nogmaals 3000 tot 2040) 5. Zijn er gegevens over wanneer bewoners echt niet meer kunnen thuiswonen en iemand in een verpleegtehuis, ziekenhuis of elders moet worden geplaatst? En zo ja, wat zeggen deze gegevens? 6. Welk percentage ouderen wil graag zelfstandig thuis blijven wonen? 7. Wat zijn de kosten en waaruit bestaan deze (zorg, ombouwen van woningen etc.) voor het faciliteren van zelfstandig thuiswonen voor ouderen in Hilversum? Graag opties met bijbehorende kosten, onmogelijkheden en mogelijkheden. Met vriendelijke groet, Gertjan Reichman

Antwoord -penvoerder is Bas Demmers +31639638788 D66 heeft technische vragen gesteld over ‘Woonzorgvisie gemeente Hilversum 2025-2030' t.b.v. de extra commissie Ruimtelijke Ordening en Projecten van donderdag 11 september 2025. De vragen en antwoorden daarop vindt u hieronder: 1. De getallen over de benodigde woningen voor ouderen lopen slechts tot 2031 (p13). Wat is de verwachte ontwikkeling na 2031? De vergrijzing in Nederland bereikt naar verwachting zijn hoogtepunt in 2040. Ook in de gemeente Hilversum hebben we te maken met een toenemend aandeel ouderen de komende twee decennia. Van 17.700 inwoners van 65 jaar of ouder in

2024 (18,7% van het totaal) groeien we naar ruim 21.000 Hilversumse 65-plussers in 2040 (21,7%). Deze ontwikkeling gaat gepaard met een stijging in benodigde ouderenwoningen. Een indicatie van de benodigde aantallen bestaat momenteel nog niet voor de jaren ná 2031. 2. Zijn er cijfers over de vergrijzing na 2040? Wanneer zal deze weer afnemen in onze regio? In de regio Gooi en Vechtstreek is het aandeel 65-plussers in 2040 het hoogst met 26,7%. Hierna stabiliseert dit en vanaf 2050 neemt de vergrijzing af. De gemeente Hilversum heeft vergeleken bij de regio een relatief jonge bevolking. Op basis van de beschikbare cijfers valt de piek van de vergrijzing voor Hilversum daarom later, vermoedelijk rond 2050. Vervolgens neemt ook hier de vergrijzing af. 3. Kunnen we verder inzicht krijgen in het gehele demografisch verloop en totale woningbehoefte? Hoe verhoudt de behoefte aan woningen voor mensen die zorg nodig hebben zich tot de totale woningbehoefte in de komende decennia? Uit de bevolkingsprognose van onderzoeksbureau ABF komt een lichte groei van de bevolking de komende 25 jaar (99.100 inwoners in 2050; exclusief Wijdemeren). Deze toename brengt ook een stijging in woningbehoefte met zich mee. Dit vangen we deels op met nieuwbouw (6000 woningen tot 2040) en deels met een betere benutting van de bestaande woningvoorraad (Pilot Doorstroming, woningdelen, et cetera).

De woonzorgopgave valt binnen deze plannen. Het is lastig tot een precies getal te komen wat betreft woningen voor mensen met een zorgvraag; deze groep is erg divers, evenals de bijkomende woonbehoeften. Wel hebben we een indicatie van woningbehoefte voor ouderen (505 geclusterde woningen, 130 zorggeschikte woningen en 925 nultredenwoningen in de periode tot 2031). Deze aantallen geven het belang weer van goede afspraken bij nieuwbouw. Zo hebben we in de regio de afspraak om 50% van de nieuwbouw uit nultredenwoningen te laten bestaan. Woonwensen en –behoeften, ook van mensen met een zorgvraag, nemen we op deze manier zo goed mogelijk mee bij (nieuwbouw)plannen. 4. Hoe hard zijn de getallen over nieuwbouwen? (3000 tot 2030 daarna bedoeling is nogmaals 3000 tot 2040) De harde en zachte plancapaciteit van de gemeente Hilversum telt op tot 3.359 woningen (tot 2030). Daarvan vormen 2.803 woningen de harde plancapaciteit en 556 woningen de zachte plancapaciteit. Voor harde plannen is een omgevingsplan vastgesteld en/of zijn vergunningen verleend. Voor de zachte plannen geldt dat deze in voorbereiding zijn (het is een zoeklocatie, er is nog geen gemeentelijke visie op de locatie, nog geen anterieure overeenkomst, omgevingsplan of vergunning). Harde plannen hebben, in tegenstelling tot zachte plannen, juridische zekerheid dat gestart kan worden met de bouw.

Deze juridische zekerheid biedt echter geen garantie dat de plannen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Naast de harde en zachte plancapaciteit zijn er nog 1.825 woningen met een onbekende opleveringsdatum. Hieronder vallen onder andere twee grotere projecten: het Arenapark (550 woningen na 2030) en de definitieve invulling van het Circusterrein (550 woningen).

5. Zijn er gegevens over wanneer bewoners echt niet meer kunnen thuiswonen en iemand in een verpleegtehuis, ziekenhuis of elders moet worden geplaatst? En zo ja, wat zeggen deze gegevens? Dit verschilt per inwoner en is onder andere afhankelijk van zaken als gezondheid, zorgbehoefte, de formele en informele zorg die beschikbaar is, type woning en mogelijkheid tot woningaanpassing. Er is geen vaste leeftijd waarop ouderen niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen. De hiervoor genoemde onderwerpen hebben daar wél grote invloed op. Ook bestaan er tussenvoorzieningen waar mensen met de benodigde zorg en/of ondersteuning langer zelfstandig kunnen (blijven) wonen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Liv inn Hilversum, Keerpunt Zuid en Stichting WISjH. 6. Welk percentage ouderen wil graag zelfstandig thuis blijven wonen? Het percentage Hilversumse ouderen dat zelfstandig thuis wil blijven wonen is niet bekend. Op basis van landelijk onderzoek blijkt wel dat verhuisgeneigdheid afneemt met de stijging van de leeftijd. Zo geeft 17% van de 75-plussers aan ooit nog te willen verhuizen, terwijl dit onder 55- tot 65-jarigen nog 43% is (bron: RIVM, Monitor Langer Thuis). Een belangrijk onderscheid dat hierbij gemaakt dient te worden is of er al dan niet een zorgvraag bestaat.

Van partners en inwoners horen we dat in veel gevallen pas nagedacht wordt over een verhuizing of andere woonvorm wanneer het écht niet meer zelfstandig in de eigen woning lukt. 7. Wat zijn de kosten en waaruit bestaan deze (zorg, ombouwen van woningen etc.) voor het faciliteren van zelfstandig thuiswonen voor ouderen in Hilversum? Graag opties met bijbehorende kosten, onmogelijkheden en mogelijkheden. Kosten variëren sterk en zijn afhankelijk van de zorgvraag. Er zijn op dit moment geen betrouwbare cijfers beschikbaar voor de (extra) kosten van zorg aan huis; in de Uitvoeringsagenda proberen we deze aan te leveren. Wél zijn er cijfers over de kosten van het ombouwen van woningen. Het Ministerie van Volksgezondheid presenteert de volgende kostenindicatie bij woningaanpassingen:

Kostenindicatie woningaanpassingen

Bij alle woningen die geclassificeerd zijn als potentieel aanpasbaar (1 of 2 sterren) moeten verschillende maatregelen worden toegepast om de woning toegankelijk te maken voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Grondgebonden woningen en woningen die met een lift bereikbaar zijn, zijn aanpasbaar en krijgen 2 sterren. Alle eengezinswoningen waar trapliften kunnen worden geïnstalleerd krijgen 1 ster. Bij beide categorieën is de toegankelijkheid voor mensen met mobiliteitsbeperkingen tegen aanvaardbare kosten in te bouwen. Welke kosten binnen aanvaardbare grenzen vallen, wordt over het algemeen per gemeente, per WMO-melding beoordeeld. Het gaat dan vooral om kosten die nietbouwkundig van aard zijn, met enkele voorbeelden hieronder beschreven (op basis van WMO besluiten van 3 gemeenten) met een indicatieve range van de kosten: Aanpassingen hoogteverschil in en rondom de woning

1. Hoogteverschil tussen de stoep en de voordeur weghalen. Optie 1: hellingplaat (drempelhulp) plaatsen ca. €15-30 per cm in hoogte (afhankelijk van breedte en kwaliteit). Optie 2: hellingbaan in stoep ca. €100 per m2 2. Woning van binnen drempelvrij maken: ca. €90 per dorpel 3. Traplift tussen verschillende verdiepingen: Rechte trap: Nieuw: €2.500 - €8000, Tweedehands: €1.750 - €3.250 Met één bocht: Nieuw: €4.750 - €10.000, Tweedehands: €2.200 - €6.500 Met twee bochten: Nieuw: €6.000 - €11.000, Tweedehands: €2.700 - €6.500 Bron: Indicatie richtprijzen volgens 4 leveranciers/trapliftfabrikanten (2 leveranciers met tweedehands liften). Deze prijzen zijn geen normtrends.

Aanpassingen aan het sanitair en de keuken

1. Sanitair aanpassen: Ca. €1.250 – €8.650 Prijs is afhankelijk van de exacte aanpassingen die nodig zijn, zoals: Vaste of opklapbare toiletbeugel, toiletfonteintje, douchebeugel, standaard douchezitting, onderrijdbare/rolstoelwastafel, anti-slip vloer (gemiddelde badkamer van 6,4 m2), bad ombouwen tot douchehoek (ca. €3.500-€6.000). 2. Keuken aanpassen: Onderrijdbaar / rolstoeltoegankelijk: Ca. €2.000 - €7.500 Mechanisch/elektrisch verstelbaar, recht: Ca. €8.800 - €10.000 Mechanisch/elektrisch verstelbaar, met hoek: Ca. €11.000 - €12.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=47ae2b61-31d2-495b-8800-1026a539f608