Beantwoording technische vragen van D66 over Restauratiefonds Hilversum - Toegevoegd 12 februari 2025
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen voor de commissie van woensdag 12 februari 2025 agendapunt 5 & 6 Vragen van Aan wethouder Over
: D66 : J.E.M.G. Göbbels : Restauratiefonds Hilversum
Beste Griffie,
Bijgevoegd vindt u de technische vragen mbt de beide agendapunten over het Hilversums Restauratiefonds (Vaststellen verordening Hilversums Restauratiefonds én Aanvullen Hilversums Restauratiefonds) van de commissievergadering Zorg, Welzijn en Samenleving op 12 februari. 1. Hoeveel aanvragen worden er jaarlijks gemiddeld afgewezen en om welke redenen? 2. Hoe bent u tot het bedrag van € 25.000,- gekomen als maximum voor energiebesparende maatregelen? 3. Hoe verhoudt deze duurzaamheidslening tot duurzaamheidsleningen voor particulieren zoals de SVN? 4. Waarom is er voor gekozen om ook een onderzoek naar duurzaamheidsmaatregelen financieren en zit hier een maximum aan? 5. Welk maximumbedrag is nodig als we ook energieopwekking willen opnemen als categorie? 6. De helft van de toegekende aanvragen waren voor een bedrag boven 100.000,-. Hoe wordt ervoor gezorgd dat het verlagen van het maximale leenbedrag niet leidt tot onvoldoende financiële middelen voor grootschalige restauratieprojecten? 7. Hoe en wanneer wordt de effectiviteit van de voorgestelde verlaging van het maximaal te lenen bedrag geëvalueerd, en is er ruimte voor aanpassingen als de behoefte groter blijkt? 8. Hoeveel extra geld moet er in het fonds bijgestort worden, als we vast zouden willen houden aan het maximum van € 150.000,- per aanvraag? 9.
Waarom is “de monumentzorg” veranderd in “het erfgoed” in de verordening? 10. De in het stuk genoemde “Financiële verordening Hilversum 2018" is vervallen per 3112-2021. Kan de meest recente verordening in het stuk genoemd worden en heeft deze wijziging nog impact op de inhoud van het stuk.
Met vriendelijke groeten, Laurens Verburg Commissielid D66 Hilversum
Antwoord -penvoerder is Friederike Hensch 06-18869829 1. Hoeveel aanvragen worden er jaarlijks gemiddeld afgewezen en om welke redenen? Antwoord: Het is in de voorafgaande jaren niet voorgekomen dat er aanvragen afgewezen werden, behalve nu het fonds leeg is. Mogelijke redenen voor een afwijzing zijn bij voorbeeld als met de beoogde werkzaamheden het monument in onvoldoende mate wordt gediend. Of vanwege onvoldoende kredietwaardigheid. Verwezen wordt naar de verordening, artikel 12 “weigeringsgronden”. 2. Hoe bent u tot het bedrag van € 25.000,- gekomen als maximum voor energiebesparende maatregelen? Antwoord: Wij volgen hierbij het voorbeeld van Schiedam, waar maximaal 100.000,- en hiervan 25.000,- voor verduurzaming kan worden geleend. Het betreft een “Restauratiefonds” met als kernopgave restauratie en behoud van monumentale waarden. Omdat de middelen beperkt zijn en er ook andere leningen en subsidiemogelijkheden voor verduurzaming bestaan is ervoor gekozen om niet meer dan 25% van het maximaal te lenen bedrag voor verduurzaming te besteden. 3. Hoe verhoudt deze duurzaamheidslening tot duurzaamheidsleningen voor particulieren zoals de SVN? Antwoord: Deze lening staat los van overige leningen zoals de SVN of de gemeentelijke Duurzaam Wonen Lening en sluiten elkaar niet uit.
Ze kunnen wel gestapeld worden, maar dezelfde kosten kunnen niet twee keer ondersteund worden uit verschillende regelingen, omdat het gaat om publieksmiddelen. Aan de lening uit het HRF zijn weer andere eisen gekoppeld, zoals bij voorbeeld een mogelijke vergunningsplicht. Bij een lening uit het HRF wordt met een “Monumentenbril” naar het pand gekeken. 4. Waarom is er voor gekozen om ook een onderzoek naar duurzaamheidsmaatregelen financieren en zit hier een maximum aan? Antwoord: Een onderzoek naar duurzaamheidsmaatregelen vormt vak de 1e stap op weg naar verduurzaming van een monument en kan inzicht geven in de mogelijkheden voor verduurzaming. Ook is er vaak sprake van vergunningplicht. Geen monument is hetzelfde en verduurzaming is dan ook altijd maatwerk. Een goed onderzoek kan eigenaren ondersteunen in dit complex traject, kan helpen bij het maken van wel afgewogen keuzes en zorgt voor een integraal plan waardoor de kans op daadwerkelijke (goede) uitvoering tevens groter wordt. Derhalve mag een onderzoek worden mee gefinancierd. Het is vergelijkbaar met een bouwhistorisch onderzoek bij restauraties. Er is geen maximum aan gekoppeld en wij vertrouwen op normale marktwerking. Het Restauratiefonds biedt ook vergoedingen (deel van totale kosten) aan waardoor een eigenaar vanuit zowel het
HRF als vanuit andere regelingen optimaal gestimuleerd wordt tot het eerst uitvoeren van een duurzaamheidsonderzoek. 5. Welk maximumbedrag is nodig als we ook energieopwekking willen opnemen als categorie? Antwoord: Deze vraag is lastig te beantwoorden. Verduurzaming van monumenten betekent maatwerk, elk monument kent een eigen aanpak. Kosten voor verduurzaming hangen af van de wensen en mogelijkheden alsmede van de grootte van het pand. Het voorstel nu is gerelateerd aan de beschikbare middelen en niet aan een mogelijke behoefte. Gezien de beperkte middelen is er bewust gekozen voor energiebesparende maatregelen, en niet voor energieopwekkende maatregelen. De meest logische volgorde om je huis energieneutraal te maken is: eerst isoleren, dan energie opwekken (Trias Energetica). Het betreft een “Restauratiefonds” met als kernopgave restauratie en behoud van monumentale waarden. Installaties gaan in mindere mate bijdragen aan behoud en versterking van de monumentale waarden. Een voorbeeld: Door energiebesparende maatregelen mee te financieren kan er bijvoorbeeld geleend worden voor speciaal -en duurder- glas dat in de historische ramen geplaatst kan worden. Op die manier kan er verduurzaamd worden met behoud van de monumentale waarden. 6. De helft van de toegekende aanvragen waren voor een bedrag boven 100.000,-.
Hoe wordt ervoor gezorgd dat het verlagen van het maximale leenbedrag niet leidt tot onvoldoende financiële middelen voor grootschalige restauratieprojecten? Antwoord: Grotere restauraties zullen snel een grotere financieringsbehoefte hebben dan 100.000,--, maar ook vaak groter dan 150.0000,-. Bij grote restauraties zal het HRF niet meer dan beperkte steun kunnen bieden. 7. Hoe en wanneer wordt de effectiviteit van de voorgestelde verlaging van het maximaal te lenen bedrag geëvalueerd, en is er ruimte voor aanpassingen als de behoefte groter blijkt? Antwoord: De financieringsbehoeftes zullen worden bijgehouden. Als blijkt dat de financieringsbehoefte structureel groter is dan het maximaal te lenen bedrag kan over een aanpassing worden nagedacht. Het wijzigen van de verordening en het aanvullen van het fonds is een bevoegdheid van de raad, met bijbehorende procedures. 8. Hoeveel extra geld moet er in het fonds bijgestort worden, als we vast zouden willen houden aan het maximum van € 150.000,- per aanvraag? Antwoord: Met een inleg van 500.000,-- en een maximaal leningsbedrag van 100.000,- kunnen wij de komende vijf jaar 8 leningen verstrekken van 100.000,(uitgaande van twee projecten per jaar van 100.000,-, 1% extra aflossingen per jaar en rekening houdend met het revolverend karakter van rente en aflossingen).
Willen wij 8 leningen als uitgangspunt aanhouden (uitgaande van twee projecten per jaar van 150.000,-) dan zou er 300.000,-- extra nodig zijn voor de komende vier jaar. Vanzelfsprekend is dit een theoretisch rekenmodel. 9. Waarom is “de monumentzorg” veranderd in “het erfgoed” in de verordening? Antwoord: De term “erfgoed” heeft een bredere betekenis dan alleen gebouwen/monumenten, maar omhelst ook specialismen zoals bijvoorbeeld archeologie, en immaterieel erfgoed. Met de invoering van de Erfgoedwet is de term “monumentenzorg” langzamerhand gewijzigd naar ”erfgoed” en wordt inmiddels breed toegepast. 10. De in het stuk genoemde “Financiële verordening Hilversum 2018" is vervallen per 31-12-2021. Kan de meest recente verordening in het stuk genoemd worden en heeft deze wijziging nog impact op de inhoud van het stuk? Antwoord: Een terecht punt. De nieuwe financiële verordening is van kracht geworden per 1 januari 2024. Deze nieuwe verordening heeft geen invloed op het voorstel. Het 2e beslispunt in het raadsvoorstel zal derhalve aangepast worden in: “Geen wensen en bedenkingen, op grond van de gemeentewet artikel 169 lid 4, en de Financiële verordening Hilversum 2024 artikel 16 lid 2, bekend te maken.”