CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen van D66 over Regionaal Beleidsplan Bescherming en Opvang (Toegevoegd 14 januari 2026)

GEMEENTERAAD 28 januari 2026, gemeente HilversumBij agendapunt: Regionaal beleidsplan Bescherming en Opvang (1899976)1.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen voor de Commissie Zorg Welzijn & Samenleving van woensdag 14 januari agendapunt 6. Vragen van Aan wethouder Over

: D66 : N.G.T. van Voorden : Regionaal Beleidsplan Bescherming en Opvang

Beste griffie,

Graag wil ik de volgende technische vragen indienen met betrekking tot het Regionaal Beleidsplan Bescherming en Opvang dat morgen besproken wordt in de Cie ZW&S: 1. Hoeveel daklozen zijn er in onze regio en hoe ontwikkelt dit zich? Zijn deze aantallen op te splitsen in verschillende categorieën (jongeren, vrouwen, economisch, migrant, etc)? 2. Wat is de huidige capaciteit voor vrouwenopvang in Almere en hoe verhoudt dit zich tot de vraag en benodigde verblijfsduur? Welk deel komt uit de regio G&V? 3. Als de begroting niet geïndexeerd wordt door het Rijk, hoe wordt dan omgegaan met geplande bestedingen met een langere doorlooptijd en hoe wordt dan omgegaan met eventuele tekorten? 4. Waarom zijn er geen indicatoren opgenomen met betrekking tot Bescherming en Opvang in de DIN? (muv Veilig Thuis meldingen kindermishandeling) met vriendelijke groet, Gertjan Reichman

Commissielid D66 mob: 06. 121 734 82 Antwoord -penvoerder is Kirsten Valk +31356292022 1. Hoeveel daklozen zijn er in onze regio en hoe ontwikkelt dit zich? Zijn deze aantallen op te splitsen in verschillende categorieën (jongeren, vrouwen, economisch, migrant, etc)? Uitgangspunt is dat in onze regio niemand ongewenst op straat hoeft te slapen. We hebben 54 plekken beschikbaar en doorgaans bezet in de maatschappelijke opvang daarbij nog 6 plekken bij de Orchidee en 3-6 bij de Kotter en mocht het nodig zijn dan wordt er gebruik gemaakt van hotelovernachtingen. Niet alle dakof thuislozen zijn op dit moment in beeld in onze regio; en niet iedereen vraagt hulp of ondersteuning. Daarom staat in het nieuwe beleidsplan B&O dat we

middels de ETHOS-telling álle dak- en thuisloze mensen in de regio in beeld willen gaan brengen, zodat er waar nodig actie op kan worden ondernomen. 2. Wat is de huidige capaciteit voor vrouwenopvang in Almere en hoe verhoudt dit zich tot de vraag en benodigde verblijfsduur? Welk deel komt uit de regio G&V? Belangrijk om te benoemen is dat de vrouwenopvang conform de Wmo 2015 landelijk toegankelijk is. Een gemeente is verplicht om opvang te bieden wanneer iemand zich meldt. Zelfs al valt deze persoon buiten de gemeentegrenzen. Gemeenten en opvangorganisaties werken daarom regionaal en bovenregionaal samen. Is er regionaal geen plek of is de veiligheid in de eigen regio onvoldoende, dan kan een vrouw1 met of zonder kinderen in een andere regio worden opgevangen. Dit noemen we een bovenregionale plaatsing. Elke vrouw die zich bij de opvang meldt, bevindt zich op het topje van een veel grotere ijsberg van geweldsincidenten. Het is wat betreft capaciteit van de opvang echter belangrijk om onderscheid te maken tussen noodbedden versus crisisopvang en begeleid wonen. Wanneer de veiligheid na een noodbedplaatsing en/of verblijf op een crisisplek voldoende gestabiliseerd is, stromen vrouwen door naar een begeleid wonen traject. De Regio co-financiert met Almere 15 begeleid wonen plekken.

Noodbedden zijn bedoeld voor vrouwen (en hun kinderen) die zich in acute, levensbedreigende situaties bevinden. De Regio co-financiert samen met centrumgemeente Almere 2 noodbedden. De realiteit is dat deze noodbedden doorlopend bezet zijn. Wanneer er voor inwoners uit onze regio acuut gevaar door huiselijk geweld dreigt, is er echter altijd een veilige plaats beschikbaar om het slachtoffer en eventuele kinderen onder te brengen. Ook onderscheidt onze regio zich, omdat zowel De Vluchtheuvel (Kwintes) als De Robijn (Leger des Heils) in Hilversum plaats bieden aan moeders met kinderen. Daarmee kunnen deze regionale voorzieningen als uitwijkmogelijkheid dienen wanneer de bovenregionale crisisplekken in de vrouwenopvang bezet zijn. De crisisplekken in de noodopvang zijn voor opvang tot ongeveer drie maanden bedoeld. De Regio co-financiert met Almere 10 crisisplaatsen. Juist waar het deze plekken betreft, was de situatie het afgelopen jaar het meest schrijnend. Het afgelopen jaar kenden de crisisplekken een structurele wachtlijst. Het gevolg van die wachtlijst is dat situaties escaleren en vrouwen alsnog op een noodbed geplaatst moeten worden. Er staan op dit moment geen inwoners uit GV op de wachtlijst. In het Oranje Huis Flevoland Gooi en Vechtstreek verblijven op een gemiddeld moment minder dan vijf vrouwen (met of zonder kinderen) uit onze regio.

Zoals aangegeven, kent elke vrouwenopvanglocatie echter ook bovenregionale plaatsingen. Dit betekent dat vrouwen uit onze regio ook in opvanglocaties in andere regio’s kunnen verblijven. In november jl. is de raad middels een brief over de vrouwenopvang geïnformeerd.

1 Mannelijke slachtoffers kunnen in een aparte, landelijk toegankelijke opvang terecht.

3. Als de begroting niet geïndexeerd wordt door het Rijk, hoe wordt dan omgegaan met geplande bestedingen met een langere doorlooptijd en hoe wordt dan omgegaan met eventuele tekorten? Gemeenten in Gooi en Vechtstreek geven structureel meer uit aan de maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang dan zij via de decentralisatieuitkeringen daarvoor van het Rijk ontvangen. De tekorten worden tot op heden gedekt met de middelen die ontvangen worden via de integratie-uitkering beschermd wonen. Vooralsnog voldoen gemeenten aan hun wettelijke taken, binnen de daarvoor beschikbare Rijksmiddelen. De regiogemeenten zijn risicodragend ten aanzien van het programma Bescherming & Opvang waarbinnen vrouwenopvang geborgd is. Dit betekent dat een positief resultaat ten gunste wordt gebracht van de reserve tot het plafond is bereikt. Het overgebleven positieve resultaat wordt op basis van inwonertal over de gemeenten verdeeld. Een negatief resultaat wordt ten laste van de reserve gebracht tot het moment dat deze op nul staat. Het overgebleven negatieve resultaat wordt op basis van inwonertal over de gemeenten verdeeld.

4. Waarom zijn er geen indicatoren opgenomen met betrekking tot Bescherming en Opvang in de DIN? (muv Veilig Thuis meldingen kindermishandeling) Het beleidsplan Bescherming en Opvang is een regionaal beleidsplan met regionale indicatoren. Omdat de DIN een lokaal product is, wordt zorgvuldig afgewogen welke indicatoren lokaal gemeten kunnen worden. De meldingen bij Veilig Thuis lenen zich goed voor lokale monitoring. Voor andere indicatoren geldt echter dat zij onvoldoende lokaal meetbaar zijn, dan wel gebaseerd zijn op aantallen die te klein zijn om betekenisvolle trends en ontwikkelingen te duiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=5ef01df3-2c5a-425d-9b35-38f86973cf8a