Beantwoording technische vragen van D66 over Gunning WKO stationsgebied (Toegevoegd 27 mei 2026)
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen voor de Commissie Ruimtelijke Ordening en Projecten van woensdag 27 mei 2026 agendapunt 8.
Vragen van
: D66
Aan wethouder
: F.G.J. Voorink
Over
: Gunning WKO Stationsgebied
Graag zou ik de volgende technische vragen voorleggen voor de behandeling van de Gunning WKO Stationsgebied. 1. Deze WKO plannen zijn een invulling van wat we later met warmteplannen gaan invullen. Enige tijd geleden zijn de uitgangspunten voor warmteplannen vastgesteld. Er lijkt wat verschil van invulling te zijn tussen dit plan en die uitgangspunten. Kunt u uiteenzetten in welke mate deze plannen overeenkomen met die uitgangspunten en waar die afwijken met welke overweging de andere keuze is gemaakt? 2. Wat was de verwachting in de aanbesteding naar het aantal inschrijvende partijen? 3. Is overwogen om als gemeente zelf invulling te geven aan het warmtebedrijf in plaats van dit volledig uit te besteden?
Bij voorbaat dank
Vriendelijke groet,
Harmen Lindeboom Raadslid D66 Hilversum 06-41403628 Antwoord -penvoerder is Mark Koolhaas 035-6292375 De fractie van D66 heeft technische vragen gesteld over agendapunt 8, Gunning WKO Stationsgebied van de commissie Ruimtelijke Ordening en Projecten van woensdag 27 mei 2026. De vragen en de antwoorden daarop vindt u hieronder: 1. Deze WKO plannen zijn een invulling van wat we later met warmteplannen gaan invullen. Enige tijd geleden zijn de uitgangspunten voor warmteplannen vastgesteld. Er lijkt wat verschil van invulling te zijn tussen dit plan en die uitgangspunten. Kunt u uiteenzetten in welke mate deze plannen overeenkomen
met die uitgangspunten en waar die afwijken met welke overweging de andere keuze is gemaakt? Antwoord Op 4 maart jl. heeft de gemeenteraad de uitgangspunten voor het Warmteprogramma vastgesteld en een jaar eerder op 5 maart heeft de raad een interferentiegebied Bodemenergie vastgesteld. Op hoofdlijnen komt dit plan overeen met de beide beleidsstukken. Het interferentiegebied Bodemenergie bakent het gebied af waarin een doelmatig gebruik van de bodempotentie voor energiedoeleinden noodzakelijk is om de toekomstige warmtetransitie mogelijk te maken. De aanpak voor het Stationsgebied past niet alleen binnen de gewenste doelmatigheid, maar is om deze reden gekozen: namelijk een warmtevoorziening gebaseerd op één WKO doublet voor de gehele ontwikkeling, waar anders een systeem per kavel zou worden gerealiseerd dat een groter ondergronds ruimtebeslag betekent. Ook volgt deze aanpak voor het grootste deel de uitgangspunten voor het Warmteprogramma. In de ontwikkeling van het Stationsgebied liepen we voor op de ontwikkelingen van deze uitgangspunten. In de uitgangspunten voor het te ontwikkelen Warmteprogramma is er gekozen om het op te richten publieke Warmtebedrijf ook een rol te geven in de ontwikkeling van warmtesystemen voor nieuwbouwontwikkelingen, als dat kansen biedt voor synergie met de omliggende bebouwing. Dit Warmtebedrijf zal niet voor 2028 operationeel zijn.
Daarom is in het project Stationsgebied gekozen om het meer bij de Markt neer te leggen. 2. Wat was de verwachting in de aanbesteding naar het aantal inschrijvende partijen? Antwoord We hebben in totaal 5 partijen benaderd waarvan er 2 zich hebben aangemeld. Exploitatie van warmtesystemen is een complexe aangelegenheid en er bestaat ook nog onzekerheid in de markt over het zich ontwikkelende wettelijk kader ten aanzien van consumentenbescherming en marktordening. We zijn dus erg verheugd dat er een goede inschrijving is binnen gekomen waar we mee verder kunnen. 3. Is overwogen om als gemeente zelf invulling te geven aan het warmtebedrijf in plaats van dit volledig uit te besteden? Antwoord In de beginfase van het project is dit uitvoerig overwogen: In eerste instantie is vanuit technisch perspectief gekeken naar de meest wenselijke oplossing voor het Stationsgebied, zonder de transitiemogelijkheden voor de omliggende bebouwing te belemmeren. Op 29 januari 2025 heeft de gemeenteraad over deze oplossing besloten. Deze oplossing is vervolgens door de gemeente actief nagestreefd en wordt met deze gunning beklonken. Vervolgens is (nogmaals) overwogen om als gemeente zelf een Warmtebedrijf voor dit project op te richten.
Onder andere omdat het wettelijke kader nog niet uitgekristalliseerd was, terwijl al wel bekend was dat een private exploitatie voor dit project binnen de toekomstige wettelijke kaders zou vallen (het project is kleiner dan de grens voor verplichte publieke exploitatie), is gekozen voor de voorliggende oplossing. In de collegebrief van 1 juli 2025 is een meer uitgebreide toelichting opgenomen.
Hoewel de exploitatie volledig wordt uitbesteed houdt de gemeente wel zeggenschap. In ieder geval zolang de gemeente nog kavels in eigendom heeft. In de oprichtingsakte voor de gebiedsvereniging is ook voorzien in de optie dat de gemeente naar eigen keus lid kan blijven van de gebiedsvereniging, wanneer zij geen percelen/gebouwen die op de WKO worden aangesloten meer in eigendom heeft ('voorwaarde" voor lidmaatschap van andere partijen). De gemeente heeft dan geen stemrecht en betalingsverplichting meer (dat is gekoppeld aan eigendom van de betreffende percelen) maar de gemeente kan bij einde van de concessieovereenkomst als lid wel meepraten over/invloed uitoefenen op het vervolg, wat met name relevant kan zijn als er op dat moment een gemeentelijk warmtebedrijf bestaat.