Beantwoording technische vragen n.a.v. commissie 20 maart '24
Tekst van het document
Conceptbeantwoording T24-39 en T24-40 Wethouder van Hunnik zegt toe voor de raadsvergadering van 3 april schriftelijk terug te komen op de volgende vragen (T24-39): Hoe reflecteert het college op het feit dat referentiegemeenten 1,8 sporthal per 25.000 inwoners hebben en Hilversum slechts 0,8? Is het college bereid om een tijdelijke sporthal bij Villa Vrolik te realiseren? Wat zouden daarvan de financiële consequenties zijn? Hoeveel tijd is daarvoor nodig (inclusief vergunningstraject)? Hoe reflecteert het college op het feit dat referentiegemeenten 1,8 sporthal per 25.000 inwoners hebben en Hilversum slechts 0,8? In Hilversum is er sprake van een sterk stedelijk gebied. De sportvoorzieningen, waaronder sporthallen zijn voor iedereen relatief dicht nabij (zie https://www.sportenbewegenincijfers.nl). Naast de gemeentelijke sporthallen beschikken we in Hilversum ook over 2 sportzalen (in de Meent en in de Dudok Arena). Ook zijn er meer dan 40 gymzalen in Hilversum allemaal nabij of inpandig bij scholen. Daarmee worden de inwoners van Hilversum voorzien van adequate binnensportaccommodaties. Het onderzoek van het Mulier Instituut uit 2022 laat zien dat het huidige dekkende aanbod aan sportfaciliteiten een hoge bezettingsgraad oplevert. Bij andere gemeenten is dat niet altijd het geval, waardoor daar relatief meer sporthallen kunnen zijn.
Is het college bereid om een tijdelijke sporthal bij Villa Vrolik te realiseren? Wat zouden daarvan de financiële consequenties zijn? Hoeveel tijd is daarvoor nodig (inclusief vergunningstraject)? Blijkens het raadsvoorstel gaat het college uit van het zo snel mogelijk realiseren van de definitieve gymzaal. We gaan ervan uit dat het 1,5 jaar tot 2,5 jaar zal duren voordat deze gymzaal is gerealiseerd. Het is mogelijk om tijdelijke maatregelen te treffen in de vorm van busvervoer of een tijdelijke gymzaal. Hier is echter geen dekking voor. Een tijdelijke voorziening in de vorm van busvervoer van en naar de Lieberg kost ca. € 100.000,- op jaarbasis en dit is op korte termijn in te regelen. De financiële consequenties van een tijdelijke gymzaal zijn voor het eerste jaar ca. € 300.000 en vervolgens ca. € 100.000 per jaar. Het huren van een tijdelijke gymzaal moet aanbesteed worden en heeft vervolgens een levertijd van ca. 3 maanden. Voor de tijdelijke gymzaal moet een locatie gevonden worden en een vergunning worden aangevraagd. De bouw en plaatsing van een tijdelijke gymzaal neemt ongeveer een maand in beslag. De verwachting is dat het gehele traject van aanbesteding tot plaatsing minimaal een half jaar duurt. Wat daarbij bedacht moet worden dat een dergelijke voorziening niet het gehele jaar in gebruik is. Er is geen financiële dekking beschikbaar voor deze voorziening.
Wethouder van Hunnik zegt toe de raad voor de raadsvergadering van 3 april over het volgende te informeren (T24-40): De financiële consequenties van de te verwachte overschrijdingen tot 2039. De relatie tussen het bedrag van €32 miljoen dat wordt gevraagd en de in te stellen reserve van €4 miljoen, wat er jaarlijks in de reserve gestort wordt en wat er jaarlijks aan de reserve onttrokken wordt. De financiële consequenties van de te verwachte overschrijdingen tot 2039. Het is lastig om nu reeds een goede inschatting te maken. Door groei en krimp van scholen en veranderingen in de markt (o.a. bouwkosten) is het lastig om goed te becijferen wat de kosten zullen
zijn. Wanneer we echter uitgaan van wat nu reeds bekend is en we de uitgangspunten van het IHP toepassen komen we uit op een aanvullende investeringsvraag van ongeveer 50 miljoen voor de jaren 2028-2039. Voor de jaren 2028-2039 bedragen de verwachte exploitatielasten voor tijdelijke huisvesting ongeveer 9 miljoen. Voor de overige exploitatiekosten zoals personele kosten en de monumentenregeling, is de verwachting dat deze met kosten dezelfde omvang doorlopen. De relatie tussen het bedrag van €32 miljoen dat wordt gevraagd en de in te stellen reserve van €4 miljoen, wat er jaarlijks in de reserve gestort wordt en wat er jaarlijks aan de reserve onttrokken wordt. Om de projecten in de periode 2024-2027 uit dit IHP te realiseren is de reeds door de gemeenteraad beschikbare investeringsruimte voor deze periode niet toereikend. Er is een tekort van € 32.642.000, voor de periode 2024-2027. Het betreft hier investeringsbedragen en deze staan los van de bestemmingsreserve die bedoeld is voor het opvangen van schommelingen in de exploitatielasten. In de periode 2024-2027 zijn diverse incidentele lasten opgenomen, zoals tijdelijke huisvesting en het afwaarderen van boekwaardes. Deze uitgaven zorgen voor schommelingen in de hoogte van de lasten per jaar. Om dit te voorkomen wordt voorgesteld te werken met een bestemmingsreserve om de lasten gelijkmatig over de jaren te verdelen.
Bij het instellen van een bestemmingsreserve moet een maximum worden aangegeven. Dat maximum is ingesteld op €4.000.000,-. De hoogte van deze reserve zal echter op lopen tot maximaal €1.592.000,-. Met dit voorstel stellen wij voor om in 2024 een bedrag van €1.592.000,- te storten. Het betreft hier bedragen die al zijn opgenomen in de begroting en pas later in de tijd (2025) nodig zijn om tijdelijke huisvesting te realiseren. Deze €1.592.000 betreft exploitatielasten voor het huren van onderwijsgebouwen, tijdelijke units en het afwaarderen van boekwaardes.