Beantwoording technische vragen Democraten Hilversum bestemmingsplan 1221(toegevoegd 28 sept)
Tekst van het document
GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES:
Aan de gemeenteraad cc college van B en W cc pers
DATUM
RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL
28 september 2022
ZAAKNUMMER BEHANDELD DOOR TELEFOON (035)
629 2364
UW KENMERK BIJLAGEN BETREFT
beantwoording technische vragen DH Geachte raads- en commissieleden,
P. 45. 1. Zoals beschreven in de Zienswijzennota, maakte de bouwdichtheid inderdaad geen onderdeel uit van de Gebiedsagenda 1221. Ten aanzien van de openstaande thema’s is het Beeldkwaliteitsplan+ opgesteld. Dit heeft plaatsgevonden middels open en transparante participatie. Hierna is het Beeldkwaliteitsplan+ vastgesteld. P. 45.2 Daarvoor worden bij de omgevingsvergunning juist deze onderzoeken gevraagd om te kunnen voldoen aan de op dat moment geldende wetgeving. P.57 •
Milieucategorie 3 draagt minder bij aan een gezonde leefomgeving. Echter, in dit bestemmingsplan wordt de bestaande situatie vastgelegd. In de bestaande situatie komen bedrijven in de milieucategorie 3 voor. In dit bestemmingsplan worden geen activiteiten weg bestemd. Daarnaast wordt in dit bestemmingplan geen gebruik gemaakt van verkeerscategorie.
•
Dit komt omdat de omgevingswet nog niet van kracht is.
•
Daarvan zijn wij ons van bewust maar subjectieve kenmerken zijn niet vast te leggen in een bestemmingsplan.
P. 63 Dit betreft de strook langs de buitenste spoor aan de kant van de Zuiderweg. Men verwacht in de toekomst dat er meer reizigers komen via het station en dat daarvoor er meer ruimte nodig is om de perrons te verbreden. Of en hoeveel ruimte er nodig is, is momenteel niet duidelijk. PP 64, 65 De beschouwing van een goede ruimtelijke ordening omvat meer dan alleen het aspect geluid. Er zijn verschillende omgevingsfactoren die van invloed zijn op de beantwoording van de vraag of sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Alle aspecten in samenhang beziend acht de gemeente het woon- en leefklimaat aanvaardbaar. De ligging en historische ontwikkeling van het gebied brengen enkele bijzondere uitdagingen met zich mee. Zo is sprake van een relatief hoge geluidbelasting vanwege het wegverkeer en de spoorlijn en brengt het spoor ook risico's op het gebied van externe veiligheid met zich mee. Daar staat tegenover dat het plan voorziet in nieuwe, betaalbare woningen met behoud van werkgelegenheid, de wijk een goede (OV) bereikbaarheid kent, levendig is en voorzieningen op korte afstand aanwezig zijn. Bovendien draagt het plan bij aan verduurzaming en vergroening van de wijk door groene plekken te creëren in de wijk en binnen de ontwikkellocaties. P 68 Er zitten geen gevolgen aan de gemankeerde verbeelding. De verbeelding voldoet aan de gestelde eisen. p.
75 In dit bestemmingsplan zijn de vastgestelde gebiedspaspoorten met bijbehorende hoogten opgenomen. p.76 Waarvan akte P. 77 De plannen waarvoor in dit bestemmingsplan een hogere waarde is afgegeven. Er is geen meerwaarde. P. 82 Ja, dat kan zodra de gemeente hiervoor beleid heeft. P. 83 Dit soort zaken wordt nader uitgewerkt in planvorming. p. 87 Worden afgeschermd door bestaande bouwwerken. P.87 Er wordt aandacht gevraagd, niet om aanpassingen. P. 90 Dit is geen technische vraag maar een politieke vraag. De mobiliteitsvisie is gericht op heel Hilversum. Daar wordt gericht op minder gebruik te maken van auto’s dat neemt niet weg dat er verkeersproblemen blijven die moet worden aangepakt. P. 90 Daar moet staan de coalitiepartijen ipv gemeentebestuur. P. 91
Het Beeldkwaliteitsplan+ is middels een open en transparant participatietraject opgesteld. Dit heeft geresulteerd in de vaststelling door de gemeenteraad. P. 93 Op pagina 7 van de gebiedsagenda staat verwoord dat de Gebiedsagenda een doorkijk geeft tot 2030. Dit Chw-bestemmingsplan kent echter een planhorizon van 20 jaar. De mogelijke ontwikkelingen na 2030 zijn nog niet bekend. Om het gebied 1221 na 2030 niet op slot te zetten en in lijn met de gedachte van uitnodigingsplanologie zijn in Chw-bestemmingsplan maximaal 1.550 woningen tot 2040 mogelijk binnen 1221 ten opzichte van het huidige woningaantal. Dit betreft een maximaal programma en hoeft niet volledig te worden benut. P. 96 Dit is een aanname. Er mag vanuit gegaan worden dat een boom tot volledige wasdom komt. Bijlage 3. Ja Nee, het ingenieursbureau SWECO heeft hele capabele medewerkers die hun werk volgens wet en regelgeving uitvoeren. Er is daarom geen reden om te twijfelen aan de onafhankelijkheid van de medewerkers van het bureau en van het werk wat zij hebben uitgevoerd voor 1221. Zie pagina’s 68 en 69 van de zienswijzenota voor uitleg van de keuze. Komt er op neer dat het omgevingsplan onder de drempelwaarde ligt in kolom 2 waardoor wij geen verplichting hebben om een MER-procedure uit te voeren. Het verschil betekent dat het onderzoek/rapport moet worden voorgelegd aan de commissie MER. P.9.
Deze projecten zijn niet buiten beschouwing gelaten. Herontwikkeling Stationsgebied wordt met name genoemd en de ontwikkeling Silverpoint past al in het huidige bestemmingplan aldaar en zit dus ook in de modellen meegenomen. In Bijlage 5 : Chw-bestemmingsplan 1221_(gewijzigd)_Toelichting_Bijlage 9 Aanmeldingsnotitie m.e.r.beoordeling.pdf staat op pagina 9 “Voor het Chw-bestemmingsplan gemaakte verkeersprognosemodel zijn ook enkele andere ontwikkelingen in de omgeving meegenomen (herontwikkeling stationsgebied, aanpassen overweg Kleine Spoorbomen en de aanleg van de Alexiatunnel bij de Oosterengweg). P.9. Afvalstoffen zijn stoffen (preparaten of voorwerpen) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer). Nadelige milieugevolgen kunnen ontstaan bij het vrijkomen van gevaarlijke afvalstoffen. Eventuele sloop zal plaatsvinden binnen de wet en regelgeving en eventuele bodemverontreiniging wordt ook binnen de wet en regelgeving gesaneerd. Bij de realisatie van het project is het streven om zoveel mogelijk in te zetten op waarde verhogende bouwmethodieken, milieu- en grondstofvriendelijke materialen en minder afval en uitstoot in het proces van bouwen. P. 10 Die kans bestaat dat projecten tegelijk worden uitgevoerd. In dat geval zal gedurende uitvoering afstemming tussen de projecten moeten plaatsvinden. P. 20
Het omgevingsplan is maar een onderdeel van Hilversum en heeft slechts lokale effecten. P. 20 Uit de onderzoeken blijkt dat de effecten beperkt zijn. P. 20 Omdat tijdens de realisatiefase nog gebuikt wordt van verbrandingsmotoren (schoonste types) en in de gebruiksfase vindt er geen uitstoot van stikstofdioxide plaatst. P. 20 Die kans bestaat dat projecten tegelijk worden uitgevoerd. In dat geval zal gedurende uitvoering afstemming tussen de projecten moeten plaatsvinden. P. 20 Bijna het gehele 1221 gebied kent een archeologische verwachtingswaarde. In dit Chw-plan is een werkingsgebied 'Archeologische waarden' opgenomen om de archeologische waarden in de grond te beschermen. Bij nieuwe ontwikkelingen met een oppervlakte van meer dan 100 m² en een diepte van meer dan 0,40 meter is een omgevingsvergunning nodig voor de aanlegactiviteit. De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien is aangetoond dat archeologisch materiaal niet wordt verstoord. In de procesregels is een regeling opgenomen dat initiatiefnemers dit kunnen doen middels een archeologisch onderzoek. Gelet op het reeds grotendeels bebouwde karakter van het plangebied is de kans vrij groot dat de bodem met de daarin eventueel aanwezige archeologische waarden al dusdanig verstoord is, dat archeologisch onderzoek niet zal leiden tot belemmeringen voor ontwikkelingen in het plangebied.
p.21 In het onderzoek verkeerskundige effecten is met behulp van het verkeersprognosemodel de verkeerstoename berekend. Geconcludeerd wordt dat de verkeerskundige effecten van de ontwikkellocaties in de Gebiedsagenda beperkt zijn en dat het niet te verwachten is dat specifiek de toenames in verkeersintensiteiten zullen leiden tot problemen met de verkeersafwikkeling in en rond de wijk. P.21 Zie pagina’s 68 en 69 van de zienswijzenota voor uitleg van de keuze. Komt er op neer dat het omgevingsplan onder de drempelwaarde ligt in kolom 2 waardoor wij geen verplichting hebben om een MER-procedure uit te voeren.