CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen D66 over Position Paper (Toegevoegd 16 april 2025)

COMMISSIE Bestuur en Economie 16 april 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Beeldvorming Position Paper (1759581)1.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording Technische vragen voor de commissie Bestuur en Economie van woensdag 16 april 2025 agendapunt 5. Vragen van Aan wethouder Over

: D66 : J. Kalk : Position paper

Technische vragen: 1. Gaat u in de nieuwe financiële strategie uit van de beschikbare weerstandscapaciteit of van de potentiële weerstandscapaciteit? 2. Klopt het dat in de nieuwe financiële strategie er een belangrijkere rol is voor onzekerheden en zo ja heeft u concrete plannen om met het risicodossier dat we bij de begroting krijgen? 3. Is ook overwogen om in de financiële strategie met twee waarden te werken voor de schuldquote? Bijvoorbeeld 1 voor de komende 4 jaar en 1 voor de komende 10 jaar? Zou dat een voordeel opleveren omdat in dat geval de bandbreedte over 10 jaar breder kan zijn dan de bandbreedte voor de komende 4 jaar? 4. Wat is er in 2023 gedaan om de meest risicovolle ‘categorie C’ te voorkomen? 5. Wat is er in 2024 gedaan om de meest risicovolle ‘categorie C’ te voorkomen? 6. Op welke manier is het structurele beleid (op dit moment) ingericht dat het bereiken van de meest risicovolle signaleringswaarden wordt voorkomen? 7. Kunt u beschrijven welk deel van dit beleid los wordt gelaten? Dus niet alleen welke indicator (bijvoorbeeld solvabiliteit) maar ook wat er nu anders zal gaan? 8. Het beeld dat ik krijg (/had) is dat er vooral naar een nieuwe signaleringswaarde is gezocht, maar tijdens de ARC gaf u ook een aantal methode aan die u gaat inzetten (een financiële module en afwegingen bij elke investeringen) zodat de raad werkelijk grip krijgt.

Kunt u deze nader beschrijven? 9. Kunt u beschrijven in welke mate u de andere kengetallen nog wel beschouwd (/onderdeel is van het afwegingskader?) en hoe verwacht u dat dit in de praktijk werkt? Jos van Nistelrooij Antwoorden -penvoerder is Marco Schumm 06- 11000886 1. Gaat u in de nieuwe financiële strategie uit van de beschikbare weerstandscapaciteit of van de potentiële weerstandscapaciteit? Antwoord vraag 1: Het gebruik en de berekeningswijze van weerstandscapaciteit verandert niet. Weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van het huidige vermogen en niet op basis van toekomstig vermogen. De nieuwe financiële strategie richt zich op het betaalbaar houden van de gemeentefinanciën in relatie tot investeringsambities. Dat doen we door specifiek te sturen op een maximale schuldquote over een periode van 10 jaar vooruit. 2. Klopt het dat in de nieuwe financiële strategie er een belangrijkere rol is voor

onzekerheden en zo ja heeft u concrete plannen om met het risicodossier dat we bij de begroting krijgen? Antwoord vraag 2: Dat klopt niet. De sturing op weerstandscapaciteit en risico’s verandert niet. 3. Is ook overwogen om in de financiële strategie met twee waarden te werken voor de schuldquote? Bijvoorbeeld 1 voor de komende 4 jaar en 1 voor de komende 10 jaar? Zou dat een voordeel opleveren omdat in dat geval de bandbreedte over 10 jaar breder kan zijn dan de bandbreedte voor de komende 4 jaar? Antwoord vraag 3: Dat is niet overwogen. Een schuldquoteberekening over een periode van 4 jaar is -als alle factoren gelijk blijven- gunstiger (lager) dan over een periode van 10 jaar omdat het realiseren van investeringsplannen en de daarmee samenhangende groei van de schuldquote een lange doorlooptijd kent. Het effect op de begroting van investeringsbesluiten ontstaat daarom pas na enkele jaren als de investering wordt opgeleverd; dan pas worden de kapitaallasten in de exploitatierekening opgenomen. De waarde van het gebruik van de schuldquote hangt juist samen met de bewaking kredieten op de lange termijn; gekozen is voor 10 jaar. 4.

Wat is er in 2023 gedaan om de meest risicovolle ‘categorie C’ te voorkomen? Antwoord vraag 4: De schuldquote is niet in categorie C beland doordat de omvang van de netto schulden over een periode van 4 jaar vooruit, binnen de marge van 130% van de inkomsten blijft. Dat is ook het geval over een periode van 10 jaar vooruit. Ook de solvabiliteitsratio is tot nu toe om dezelfde reden niet in categorie C beland, echter dat gaat met de te verwachten realisatie van investeringen en toename van de schuldpositie zoals nu wordt voorzien over enkele jaren wel gebeuren. In de position paper wordt toegelicht dat categorie C bij de solvabiliteitsratio niet bezwaarlijk is. 5. Wat is er in 2024 gedaan om de meest risicovolle ‘categorie C’ te voorkomen? Antwoord vraag 5: Zie de beantwoording van vraag 4. 6. Op welke manier is het structurele beleid (op dit moment) ingericht dat het bereiken van de meest risicovolle signaleringswaarden wordt voorkomen? Antwoord vraag 6: De afgelopen collegeperiodes is er vooral gestuurd op het versterken van de reserves van Hilversum (sparen) en op de betaalbaarheid van de schuld. Daarbij is de omvang van de schuldpositie binnen de marge van 130% van de inkomsten gebleven. 7.

Kunt u beschrijven welk deel van dit beleid los wordt gelaten? Dus niet alleen welke indicator (bijvoorbeeld solvabiliteit) maar ook wat er nu anders zal gaan? Antwoord vraag 7: Motie 21-87 schrijft voor dat categorie C voor alle kengetallen voorkomen dient te worden. Met name de grens van categorie C voor de solvabiliteitsratio is beperkend voor de investeringsambities van Hilversum terwijl dat vooralsnog niet nodig is. In de position paper wordt voorgesteld de sturing op de schuldquote aan te scherpen door de grens te stellen voor een langere periode van 10 jaar in plaats van voor een periode van 4 jaar die bij de beleidsbegroting wordt gehanteerd. Het doel van deze financiële strategie blijft overeenkomstig de opzet van motie 21-87, namelijk het bepalen van de ruimte voor de investeringsambities én het bewaken van de gezonde financiële positie van Hilversum.

8. Het beeld dat ik krijg (/had) is dat er vooral naar een nieuwe signaleringswaarde is gezocht, maar tijdens de ARC gaf u ook een aantal methode aan die u gaat inzetten (een financiële module en afwegingen bij elke investeringen) zodat de raad werkelijk grip krijgt. Kunt u deze nader beschrijven? Antwoord vraag 8: Door vooraf een maximale investeringsruimte af te spreken met een horizon van 10 jaar kan bij het voorbereiden van investeringsbesluiten het effect op de schuldquote getoetst worden; oftewel kan bepaald worden of een nieuw investeringsbesluit past binnen de resterende maximale investeringsruimte. Eenmaal genomen investeringsbesluiten verkleinen de resterende ruimte. De genoemde investeringsmodule is een hulpmiddel voor de organisatie om investeringen beter vast te leggen en om de raad daarmee beter inzicht te geven in de totale meerjarige investeringsplanning, financieringsbehoefte en de kapitaallasten die voortvloeien uit de investeringen. 9. Kunt u beschrijven in welke mate u de andere kengetallen nog wel beschouwd (/onderdeel is van het afwegingskader?) en hoe verwacht u dat dit in de praktijk werkt? Antwoord vraag 9: Periodiek (in de begroting en in de jaarrekening) zullen nog steeds alle wettelijk voorgeschreven financiële kengetallen bepaald blijven worden om ook daarmee de financiële positie in samenhang te kunnen blijven beoordelen.

Alleen bij de schuldquote kiest Hilversum nu om direct te sturen op een grens van 130%.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=62051c4d-96ea-4a0b-b8da-41af8c6f6792