Beantwoording technische vragen D66 over de Financiele Verordening (Toegevoegd 27 november 2024)
Tekst van het document
Activeren van bijdragen aan derden: 1. U geeft aan dat in het afgelopen jaar er situaties zijn voorgekomen waarin activa van derden zijn geactiveerd. Kunt u toelichten welke situaties dit zijn en wanneer de raad hierover heeft besloten/ is geïnformeerd? In het afgelopen jaar zijn er situaties voorgekomen waarin activa van derden zijn geactiveerd. Zo zijn er een tweetal situaties aan u voorgelegd, project Flexwonen en het project Stationsgebied (zie bijlagen). Deze activeringen zijn nodig om stedelijke ontwikkeling en publieke investeringen te ondersteunen. De gemeente werkt vaak samen met externe partijen, zoals projectontwikkelaars en woningcorporaties, wat leidt tot de aanleg van belangrijke infrastructuur waarvan het eigendom niet altijd bij de gemeente ligt. 2. Kunt u risico’s benoemen die gekoppeld zijn aan het activeren van een bijdrage aan derden en welke beheersmaatregelen neemt u om deze te beheersen? Het activeren van activa van derden stelt de gemeente in staat om investeringen op een transparante manier in de financiële administratie op te nemen, waardoor de kosten beter gespreid worden en de financiële impact aansluit bij het gebruik en de levensduur van de activa.
Wat betreft de beheersmaatregelen wordt aan de voorkant van een project gekeken of het project bijdraagt aan de visie van Hilversum en bijdraagt aan het economische en maatschappelijke nut (ook voor toekomstige generaties). Met derden worden contractuele afspraken vastgelegd welke voortdurend gemonitord worden. Daarnaast worden jaarlijks de kapitaallasten van de gemeente gemonitord en worden de financiële kengetallen nauwkeurig gevolgd. Indien er sprake is van een afwijking kan tijdig bijgestuurd worden. 3. Kunt u toelichten waar is vastgelegd wat u verstaat onder het “uitgangspunt is dat de gemeente Hilversum hierin terughoudend is” ten aanzien van het activeren van bijdragen aan derden. Met deze terughoudendheid refereren we aan het feit dat het enkel van toegepast zal gaan worden op investeringen die bijdrage aan het publieke, maatschappelijke en economische nut van de gemeente Hilversum. In de praktijk zal dit zich enkel voordoen bij de majeure bouwprojecten in de gemeente waarover de raad altijd separaat wordt geïnformeerd. De terughoudende aanpak wordt tevens geborgd door de regelgeving van het Besluit begroting en verantwoording (BBV), waarbij cumulatief aan de gestelde eisen moet worden voldaan. Daarnaast wordt het principe van voorzichtigheid gehanteerd, waarbij de potentiële financiering van een project zorgvuldig wordt afgewogen tegen het nut en de noodzaak.
Het activeren van bijdragen aan derden wordt daarom individueel beoordeeld op basis van de specifieke omstandigheden van dat moment. De overdekte gracht 4. Is het correct dat u de afschrijvingstermijn van de overdekte gracht (Aanpassing GWP-maatregel waterberging 1221 Minckelersstraat) niet hebt opgenomen in deze gewijzigde financiële verordening? Dit is correct. De afschrijvingstabel is primair gericht op reguliere werkzaamheden. Voor grootschalige en nieuwe investeringen, zoals dit project, wordt per geval beoordeeld of de richtlijn wordt gevolgd of dat het technisch advies leidend is. Het project de overdekte gracht is een innovatief investeringsvoorstel dat tevens verduurzamende elementen bevat. Op basis van technisch advies wordt voorgesteld om incidenteel een afschrijvingstermijn van 100 jaar te hanteren. In lijn met zowel de bestaande als de nieuwe voorgestelde financiële verordening kan worden afgeweken van de standaard afschrijvingstermijn.
5. Is het correct dat u als afschrijvingstermijn om die reden nog steeds een afschrijvingstermijn van 75 jaar gebruikt (immers is in het GWP expliciet opgenomen de afschrijvingstermijn 75 jaren is voor riolering). Dit is correct. De gemeente hanteert een standaard afschrijvingstermijn van 75 jaar voor het aanleggen van riolering. Wanneer uit technische adviezen blijkt dat de levensduur van de riolering langer kan zijn dan 75 jaar, wordt aan de raad voorgesteld om het technisch advies op te volgen. Nieuwe assets 6. U geeft aan dat de inschatting van de specialist relevant is voor de inschatting van de levensduur van nieuwe Assets. Welke nieuwe assets zijn dit en zijn dit andere assets dan in deze verordening genoemd? Kunt u de onderliggende rapporten van deze specialist met ons delen waaruit blijkt wat de verwachte levensduur is van deze nieuwe assets? Dit betreft specifiek het onderdeel vastgoed, waarbij voorgesteld wordt de afschrijvingstermijn aan te passen van 40 naar 50 jaar. De aanpassing naar 50 jaar sluit beter aan bij de werkelijke technische levensduur van deze panden en komt overeen met meerjaren onderhoudsplannen waarin het vervangen van relevante bouwkundige elementen een cyclus hebben van 48 jaar.
In het kader van nieuwe bouwvoorschriften, (innovatieve) technieken en duurzaamheidstoepassingen bij ontwikkelingen op het gebied van riolering, wegen en overige bouwtechnische ontwerpen binnen de stedelijke ontwikkeling, blijft de beoordeling van de technische levensduur gebaseerd op adviezen van specialisten. Dit houdt in dat, wanneer een nieuw actief ontstaat waarvan de afschrijvingstermijn afwijkt van de standaard in de afschrijvingstabel, de inschatting van de specialist bepalend is. Deze rapporten kunnen natuurlijk aan u worden voorgelegd op het moment dat een dergelijke situatie zich voordoet en waarbij het noodzakelijk is af te wijken van de voorliggende afschrijvingstabel. Op het moment dat er wordt afgeweken van de door u vastgestelde financiële verordening wordt u hier ten alle tijden in gekend.