Antwoorden op vragen van de SP aan wethouder Voorink over Voorkeursvariant Bruisend Hart
Tekst van het document
Technische vragen voor de Raadscommissievergadering 1 van 22 september 2021 Vragen van Aan wethouder Over
: SP : F.G.J. Voorink : Bruisend Hart
In mei van dit jaar heeft de commissie de wethouder opdracht gegeven een nieuwe particpatieronde in te zetten, en de varianten voor de invulling van 'Bruisend Hart' aan de inwoners voor te leggen - alle varianten, inclusief het voorstel van de werkgroep Bruisend Hart. De SP heeft de afgelopen zomer met verbazing gezien hoe deze participatie is vormgegeven: middels een enquête met een minimum aan informatie, sturende vragen, en vooraf reeds een negatief advies met betrekking tot het voorstel van de Bruisend Hart werkgroep. De invultijd was kort. De gepubliceerde resultaten leken toegeschreven naar een gewenste conclusie. De informatieavond die volgde was allesbehalve bevredigend in antwoorden. De SP heeft daarom een aantal vragen over de enquête en de wijze waarop de resultaten daarvan zijn verwerkt. 1.De enquête is 23 juni aan de werkgroep Bruisend Hart voorgelegd. Zij hadden slechts twee dagen om te reageren. Waarom was dit zo laat en was de reacrietijd zo kort? Waarom is geen poging ondernomen de enquête samen op te stellen? 2. Het verzoek van de commissie was om alle varianten te bespreken, ook die van de inwoners. De impliciete insteek is dan dat dat op gelijke voet gebeurt. Maar de enquête doet dit niet. Bij het beoordelen van de varianten (op groen, sociale veiligheid, etc) worden alleen de varianten van de gemeente getoond.
Dat geeft geen volledige beeld van welke varianten voor inwoners het meest aanspreekt. Waarom is er voor gekozen de variant van de inwoners bij deze vragen weg te laten? 3. De vragen zijn veelal kort en bevatten weinig informatie. Dat is niet ongewoon bij een enquête, maar met name bij de vraag over de knip ontbreken de eerder door inwoners ingebrachte zorgen (bereikbaarheid, risico van sluipverkeer) als overwegingen. Daardoor ontstaat een incompleet beeld. Waarom zijn deze overwegingen niet opgenomen? 4. Het rapport m.b.t. het verkeersonderzoek naar de gevolgen van de knip is van 22 juli. Daardoor waren die niet bekend tijdens de enquête periode. Waarom is zo laat gestart met dat onderzoek? 5. Met name de conclusie in het verkeerskundig rapport is tekenend: "De verkeerstoename op de Boerhaavestraat is ongewenst en maakt deze variant onhaalbaar." Op basis daarvan wordt ook de toegang Boerhaavestarat naar Eemnesserweg afgesloten, wat zorgt dat met name de Jan van der Heijdenstraat: en Lorentzweg meer worden belast. Zowel de conclusies als de voorgenomen wijziging zijn niet voorgelegd aan inwoners. In de informatieavond werd er slechts terloops naar verwezen. Waarom is dit niet eerder bekend gemaakt? En vind het college niet dat ook deze consequenties en keuze moeten worden voorgelegd aan inwoners?
6 De gevolgen van de herverdeling van de verkeersstromen voor de verkeersafwikkeling is niet verder in detail onderzocht. Gaat dat nog gebeuren? 7. Waarom worden bij de presentatie van de variant van de inwoners - die apart is behandeld - reeds een negatief advies gegeven in de vorm van kanttekeningen? En waarom wordt er verder voor gekozen geen kanttekeningen te plaatsen bij de varianten van de gemeente (want die zijn er wel degelijk)? En in elke mate kloppen deze kanttekeningen met de feiten, en in welke mate zijn ze een mening? Met name de bewering dat de variant door 'twee buurtbewoners' is opgesteld en niet door professionals is geverifieerd wordt onderbouwd weersproken door de werkgroep. 8.waarom zijn de vragen wat meer of minder aanspreekt in de variant niet ook gesteld over de varianten van de gemeente? 9. De gepubliceerde enquête verschilt met die in het aan de raad aangeleverde participatieverslag. De gepubliceerde enquête bevatte o.a. de bovenstaande kanttekeningen. Kan de raad de daadwerkelijk gepubliceerde kanttekeningen inzien? En hoe verklaard het college dit verschil? Wie heeft de extra kanttekeningen toegevoegd, en waarom? 10. Verdichting is een duidelijke zorg in de buurt. De plannen gaan uit van 3 tot wel 8 bouwlagen. Waarom is er niet nagevraagd over de wens tot verdichting en dit soort bouwvolumes? 11. Bij de enquête zaten ook open vragen.
Uit de informatieavond bleek dat daarin o.a. was aangekaart dat de enquête als sturend werd ervaren. Waarom zijn de open vragen niet gepubliceerd? Gebeurt dat alsnog? 12. Uit het veld vernemen we dat sommigen de enquête niet hebben ingevuld omdat ze hem sturend vonden. Ook de SP deelt die mening. Gezien ook de voorgaande vraag, is het college dan van mening dat de enquête sturend was? En acht het college de enquête dan wel representatief? 13. In de eerste publicatie was de conclusie van het college dat inwoners de voorkeursvariant verkozen. Dit terwijl de resultaten van de enquête heel duidelijk een ander beeld gaven. Park, en wellicht zelfs de inwonersvariant, leek de voorkeur te hebben, uitgaande van de antwoorden op de vragen. Hoe is de college op deze uitkomst gekomen? 14. Voor de antwoorden op sommige vragen is het nuttig te weten welke gebieden welke voorkeuren uitspraken. Met name bij de beoordeling van de knip en de noord-zuid verbinding is het nuttig te weten hoe de response is van weerskanten van de 'knip', omdat de gevolgen voor de Electrobuurt, de Professorenbuurt en de Geuzenbuurt verschillen. Kunnen de antwoorden op deze vragen uitgesplitst worden voor deze buurten? Pierre van Rooden SP Hilversum
Conceptantwoord -penvoerder is Mirjam van Brouwershaven, 06 40488067 SP heeft technische vragen gesteld over agendapunt 4 van de commissie van 22 september 2021. De vragen en de antwoorden daarop vindt u hieronder. 1. De enquête is 23 juni aan de werkgroep Bruisend Hart voorgelegd. Zij hadden slechts twee dagen om te reageren. Waarom was dit zo laat en was de reacrietijd zo kort? Waarom is geen poging ondernomen de enquête samen op te stellen? De reactietijd was inderdaad beperkt, dit hangt samen met de wens om de structuurvisie vóór de verkiezingen vast te laten stellen door de raad. Op vrijdag 18 juni is om die reden alvast de aankondiging van de enquête gestuurd naar de insprekers (in de raadscommissie van 12 mei jl.) en de leden van de werkgroep Bruisend Hart met de vraag om te reageren. Er is weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren. Na de commissievergadering van 12 mei jl. heeft op 3 juni jl. een overleg met de insprekers plaatsgevonden waarin wij hebben aangegeven dat wij Sweco (ervaring met het maken van enquêtes) een opzet zouden laten maken voor een enquête omdat wij het niet praktisch vonden om met een grote groep die enquête te maken. Vervolgens hebben wij op 11 juni jl. een gesprek gehad met de heren Triebels en Weening over de inhoud van hun voorstel. (Zie ook bijlage 2, pagina 4 bij het voorstel voor een overzicht van contactmomenten). 2.
Het verzoek van de commissie was om alle varianten te bespreken, ook die van de inwoners. De impliciete insteek is dan dat dat op gelijke voet gebeurt. Maar de enquête doet dit niet. Bij het beoordelen van de varianten (op groen, sociale veiligheid, etc) worden alleen de varianten van de gemeente getoond. Dat geeft geen volledige beeld van welke varianten voor inwoners het meest aanspreekt. Waarom is er voor gekozen de variant van de inwoners bij deze vragen weg te laten? Het college is van mening dat de varianten in de communicatie en de enquête gelijkwaardig behandeld zijn. In de enquête is de variant van de twee bewoners eerst geïntroduceerd en vormt vervolgens een onderdeel van de enquête met vragen gericht op die variant. Een deel van de vragen in de enquête waren gericht op welk thema men het beste ziet terugkomen in de varianten van de gemeente, deze vraag is ook gesteld over de variant van de bewoners. 3. De vragen zijn veelal kort en bevatten weinig informatie. Dat is niet ongewoon bij een enquête, maar met name bij de vraag over de knip ontbreken de eerder door inwoners ingebrachte zorgen (bereikbaarheid, risico van sluipverkeer) als overwegingen. Daardoor ontstaat een incompleet beeld. Waarom zijn deze overwegingen niet opgenomen? We vinden dat er een goed beeld gegeven is, waar mensen vervolgens zelf over na kunnen denken.
Wij hebben in de enquête geen bezwaren en zorgen opgenomen omdat wij dat zien als het sturen van de mening van de respondenten. 4. Het rapport m.b.t. het verkeersonderzoek naar de gevolgen van de knip is van 22 juli. Daardoor waren die niet bekend tijdens de enquête periode. Waarom is zo laat gestart met dat onderzoek? De definitieve versie van het onderzoek is van 22 juli jl. Begin mei, rond de vorige behandeling in de raadscommissie is ambtelijk de eerste vraag al gesteld aan het onderzoeksbureau over de gevolgen van een knip. De resultaten van het conceptonderzoek zijn meegenomen in de enquête, t.o.v. de definitieve versie van het onderzoek is er niet veel meer veranderd. 5. Met name de conclusie in het verkeerskundig rapport is tekenend: "De verkeerstoename op de Boerhaavestraat is ongewenst en maakt deze variant onhaalbaar." Op basis daarvan wordt ook de toegang Boerhaavestarat naar Eemnesserweg afgesloten, wat zorgt dat met name de Jan van der Heijdenstraat: en Lorentzweg meer worden belast. Zowel de conclusies als de
voorgenomen wijziging zijn niet voorgelegd aan inwoners. In de informatieavond werd er slechts terloops naar verwezen. Waarom is dit niet eerder bekend gemaakt? En vind het college niet dat ook deze consequenties en keuze moeten worden voorgelegd aan inwoners? Uit het verkeerskundig onderzoek blijkt dat er een verkeerstoename is op de Boerhavestraat als er een knip komt op de Kleine Drift. Het is dus nodig om maatregelen te treffen op de Boerhavestraat om de knip mogelijk te maken. In de fase van het stedenbouwkundigplan wordt de knip verder uitgewerkt en op basis daarvan het stedenbouwkundigplan gemaakt. Dat wordt voorgelegd aan bewoners. 6. De gevolgen van de herverdeling van de verkeersstromen voor de verkeersafwikkeling is niet verder in detail onderzocht. Gaat dat nog gebeuren? Ja, tijdens het opstellen van het stedenbouwkundigplan, dit onderzoek was een eerste verkenning naar de mogelijkheden. 7.
Waarom worden bij de presentatie van de variant van de inwoners - die apart is behandeld reeds een negatief advies gegeven in de vorm van kanttekeningen? En waarom wordt er verder voor gekozen geen kanttekeningen te plaatsen bij de varianten van de gemeente (want die zijn er wel degelijk)? En in elke mate kloppen deze kanttekeningen met de feiten, en in welke mate zijn ze een mening? Met name de bewering dat de variant door 'twee buurtbewoners' is opgesteld en niet door professionals is geverifieerd wordt onderbouwd weersproken door de werkgroep. Het college is van mening dat de vier varianten gelijkwaardig in de enquête zitten, bij alle vier de varianten worden aandachtspunten benoemd, die zijn nog steeds op de website te vinden. Het zijn aandachtspunten voor de verdere ontwikkeling, geen feiten en meningen. 8. Waarom zijn de vragen wat meer of minder aanspreekt in de variant niet ook gesteld over de varianten van de gemeente? Zie antwoord vraag 2. 9. De gepubliceerde enquête verschilt met die in het aan de raad aangeleverde participatieverslag. De gepubliceerde enquête bevatte o.a. de bovenstaande kanttekeningen. Kan de raad de daadwerkelijk gepubliceerde kanttekeningen inzien? En hoe verklaard het college dit verschil? Wie heeft de extra kanttekeningen toegevoegd, en waarom? In de enquête spreken we van aandachtspunten en niet van kanttekeningen.
De gepubliceerde enquête wordt beschikbaar gesteld. In het participatieverslag zijn de vragen opgenomen en in het tweede deel de uitkomsten van die vragen. De uitleg van de varianten, met daarbij de aandachtspunten staan op de website en zijn niet ook in het participatieverslag opgenomen. 10. Verdichting is een duidelijke zorg in de buurt. De plannen gaan uit van 3 tot wel 8 bouwlagen. Waarom is er niet nagevraagd over de wens tot verdichting en dit soort bouwvolumes? De hoogtes en dichtheden staan in vastgestelde raadskaders, de gebiedsagenda 1221, en zijn daarmee gebruikt als harde uitgangspunten bij het opstellen van de voorkeursvariant. Aangezien dat vastgestelde kaders zijn, is op dat vlak niet naar de wensen van de participanten gevraagd. De verdeling van hoogte en dichtheid komen in het stedenbouwkundigplan aan de orde, waarbij we binnen de raadskaders blijven. In deze fase zijn de zoeklocaties voor bebouwing opgenomen. 11. Bij de enquête zaten ook open vragen. Uit de informatieavond bleek dat daarin o.a. was aangekaart dat de enquête als sturend werd ervaren. Waarom zijn de open vragen niet gepubliceerd? Gebeurt dat alsnog?
De open vragen waren: ‘licht uw antwoord toe’. Hier is veel gebruik van gemaakt. De Excel met alle reacties, en daarin ook de toelichtingen op de vragen wordt gedeeld. Daarbij zijn, vanwege privacy, de letters van de postcode verwijderd. 12. Uit het veld vernemen we dat sommigen de enquête niet hebben ingevuld omdat ze hem sturend vonden. Ook de SP deelt die mening. Gezien ook de voorgaande vraag, is het college dan van mening dat de enquête sturend was? En acht het college de enquête dan wel representatief? Dit is geen technische vraag. Nee, wij vinden de vragen in de enquête niet sturend. 572 respondenten hebben de vragen beantwoord, met een goede afspiegeling in de wijk en de stad. Er zijn veel mogelijkheden geweest om antwoorden en meningen toe te lichten. 13. In de eerste publicatie was de conclusie van het college dat inwoners de voorkeursvariant verkozen. Dit terwijl de resultaten van de enquête heel duidelijk een ander beeld gaven. Park, en wellicht zelfs de inwonersvariant, leek de voorkeur te hebben, uitgaande van de antwoorden op de vragen. Hoe is de college op deze uitkomst gekomen? Nee, dat was niet de conclusie van het college. In de eerste ronde is gevraagd op basis van thema’s wat bewoners belangrijk vinden, daar is een voorkeursvariant uitgekomen.
Uit de resultaten van de enquête (tweede participatieronde) is gebleken dat respondenten het thema groen het best terug zien in de parkvariant en in de variant van de twee bewoners. Het thema (sociale) veiligheid, wordt na groen als meest gezien, dat vindt men het beste terug komen in variant plein. Op basis van de resultaten uit de enquête heeft het college de nieuwe voorkeursvariant opgesteld. Uit de resultaten blijkt niet dat de parkvariant de voorkeur heeft; die vraag is namelijk niet gesteld in de enquête. 14. Voor de antwoorden op sommige vragen is het nuttig te weten welke gebieden welke voorkeuren uitspraken. Met name bij de beoordeling van de knip en de noord-zuid verbinding is het nuttig te weten hoe de response is van weerskanten van de 'knip', omdat de gevolgen voor de Electrobuurt, de Professorenbuurt en de Geuzenbuurt verschillen. Kunnen de antwoorden op deze vragen uitgesplitst worden voor deze buurten? Het aantal van 572 respondenten geeft een representatief beeld. We zien een vergelijkbaar beeld in het aantal respondenten dat positief (55%), negatief (23%) of neutraal (22%) staat tegenover een knip in heel 1221 en ook toegespitst per buurt. Wat betreft de noordzuidverbinding is de Elektrobuurt aanzienlijk minder voorstander (19%) van een dergelijke verbinding dan het wijkgemiddelde en de Geuzen- en Kleine Driftbuurt (47% en 41%).