Antwoorden op technische vragen van Hart voor Hilversum over voorstellen raadswerkgroep vergaderen (5 januari 2021 toegevoegd)
Tekst van het document
Technische vraag voor de Raadscommissie 6 januari 2021, agendapunt 4 vragen van aan wethouder over
: Hart voor Hilversum : : Rapportage Raadswerkgroep
In voorstel 3 wordt het begrip ‘verwachtingenmanagement’ geïntroduceerd. Gesteld wordt dat ‘College en Raad ten aanzien van meesprekers en insprekers doen aan verwachtingenmanagement’. Mijn fractie heeft daarbij de volgende vragen ter verduidelijking: 1. Kan ‘het doen aan verwachtingenmanagement van College en Raad ten aanzien van meesprekers en insprekers’ meer worden geconcretiseerd (zo nodig met enkele voorbeelden) ? Inwoners van Hilversum zijn niet altijd op de hoogte van taken en bevoegdheden van de bestuursorganen college en gemeenteraad. Het is dus voor inwoners niet altijd duidelijk “wie er over gaat.” In de fase waarin het college bezig is met het voorbereiden van een raadsvoorstel kan aan meesprekers bijvoorbeeld worden verteld:
dat het college bezig is met het voorbereiden van een raadsvoorstel omdat de raad bevoegd is een besluit te nemen; dat (als er een startnotitie is) het proces om te komen tot een raadsbesluit daarin staat beschreven, zodat voor iedereen helder is op welke wijze de besluitvorming is georganiseerd; dat het college het standpunt van deze inwoner of organisatie meeweegt bij het formuleren van het voorstel dat door het college aan de raad zal worden gestuurd; dat de raad een zelfstandige beslissing neemt en daarbij goed door het college wordt geïnformeerd door het verstrekken van informatie over het standpunt van de meespreker; dat het voor een meespreker mogelijk is om ook een bijdrage te leveren bij de raadscommissie door in te spreken. Dat de inspreker daarbij er van uit mag gaan dat het eerder ingenomen standpunt ook bekend zal worden bij de raad en dat raad en college samenwerken om te komen tot het beste besluit in het algemeen belang. dat aanmelden bij de griffie verplicht is en dat de mensen van de griffie graag extra toelichting geven op de werkwijze van de commissie, de spreektijd etc.
Vanuit de griffie wordt met insprekers gedeeld:
wanneer de vergadering is, hoe laat het onderwerp wordt behandeld, wat de spreekvolgorde is en hoe lang kan worden ingesproken. wie de voorzitter van de commissie is;
Tijdens de commissievergadering kan worden gedeeld:
dat inspreker van harte welkom is: welk voorstel wordt besproken en welk voorgesteld besluit voor ligt wat de spreekvolgorde is: hoe lang kan worden ingesproken dat er na de inspreekbeurt vragen kunnen worden gesteld, die beantwoord kunnen worden; wat het advies van de commissie is richting de raad. dat de raad beslist
2. Zo ja, wordt daarmee ook bedoeld dat vooraf wordt kenbaar gemaakt waarover wel en waarover niet kan worden geparticipeerd en is daarvan een voorbeeld te geven ? De raadswerkgroep heeft niet de intentie het college voor te schrijven op welke wijze zij de participatie inhoudelijk wil uitvoeren. Dat behoort tot de verantwoordelijkheid van het college. In de commissie kan altijd worden ingesproken over het hele raadsvoorstel. 3. Kan dit aspect in voorkomend geval dan ook in de genoemde ‘startnotitie’, die staat benoemd in voorstel 6, worden opgenomen ? Als het college daartoe de behoefte voelt kan dit in de startnotitie worden opgenomen, het is dan aan de raad om daar al dan niet mee in te stemmen. 4. In voorstel 6 staat de zinsnede opgenomen: ‘Ook de wijze waarop de participatie door het college vorm wordt gegeven en de rol die de raad daarin heeft, wordt beschreven.’ Mijn fractie heeft de volgende vragen ter verduidelijking: Kan worden geconcretiseerd wat wordt bedoeld met ‘de wijze waarop de participatie door het College vorm wordt geven…….’ ? Nee, dat zal door het college dienen te gebeuren. Per onderwerp kan de participatie er anders uitzien. U kunt hierbij denken aan: enquêtes, bijeenkomsten, expert-meetings etc.
Wordt daarmee ook de, in voorkomend geval, meest geëigende trede van de zgn. ‘participatieladder’ bedoeld ?
Op deze vraag kan de raadswerkgroep geen antwoord geven, het college geeft invulling aan het eigen participatieproces.
Zo ja, kan dan worden precies worden aangegeven welke treden (in opklimming van de laagste naar de hoogste) van de participatieladder in Hilversum worden gehanteerd en kan worden aangegeven of en zo ja, deze treden afwijken van de ‘participatieladder’ die in de rest van ons land gangbaar zijn ?
Zie antwoord hierboven.
In voorstel 6 staat de zinsnede opgenomen: ‘De Raad stelt de starnotitie vast’. Mijn fractie heeft de volgende vraag ter verduidelijking: Wat is het beoordelingskader, aan de hand waarvan de Raad de startnotitie kan beoordelen en deze daarna dan kan vaststellen ?
De raadswerkgroep heeft geen voorstel gedaan voor een beoordelingskader. De gedachte achter de startnotitie is dat er een gesprek wordt gevoerd tussen raad en college over de wijze waarop het besluitvormingsproces vorm gegeven gaat worden. De raad wordt daarmee in staat gesteld om mee te denken en te beslissen over het besluitvormingsproces dat uiteindelijk eindigt met een raadsbesluit. Met het vaststellen van de startnotitie wordt de verantwoordelijkheid voor het tot stand komen van een besluit nadrukkelijk genomen door college en raad gezamenlijk. Meesprekers en insprekers krijgen hierdoor ook te zien dat raad en college, ieder binnen hun eigen verantwoordelijkheid, samen optrekken om tot het beste besluit voor Hilversum te komen. Mocht de raad willen komen tot een beoordelingskader dan is dat natuurlijk mogelijk.
In de verwachting dat de voornoemde zeven vragen aan het begin van de behandeling van agendapunt zijn beantwoord, is – als steeds – onze dank daarvoor groot. Namens de fractie van hart voor Hilversum, Jan Slingerland, raadslid-woordvoerder