Antwoorden op technische vragen KPMG rapportage (toegevoegd 13 januari 2021)
Tekst van het document
Technische vraag voor de Raadscommissie 13 januari 2021, agendapunt 4 vragen van aan wethouder over
: Hart voor Hilversum : Walters : ’’Voorstel bespreking rapportage KPMG Inzicht en Handelingsperspectieven sociaal domein’’
Pagina 21: In elke wijk is een regisseur en een consulent die spreekuren hebben in de wijken. De regisseurs zijn verbonden aan de wijken en vormen de link tussen het Sociaal Plein en de wijk. Vraag: Wat is de toegevoegde waarde van de functie van regisseur als ook de consulent al in de wijk actief is? Pagina 21: Het lijkt efficiënter om sommige zorg via de regio in te zetten. Dit is nodig om gerichter expertise te kunnen benutten. Vraag om welke soort zorg en om welke expertise gaat het hier? Pagina 25: Weinig grip wordt ervaren op de verwijzingen door GI’s. GI’s kampen met verhoogde instroom en een hoge zorgvraag, resulterend in wachtlijsten en personeelstekort. Hierdoor wordt een deel van de zorgvraag door de gemeente opgepakt. Dat maakt de gemeente kwetsbaar en het kost bovendien veel geld. Het gesprek over kostenbewust handelen wordt gevoerd tussen GI’s en de gemeente. Daarnaast maakt de gemeente samenwerkingsafspraken met de GI’s en blijven ze met elkaar in gesprek. Vraag: samenwerkingsafspraken en met elkaar in gesprek blijven lijken niet voldoende om kostenbewust handelen verder te stimuleren. Welke instrumenten kan de gemeente inzetten naast deze samenwerkingsafspraken en het in gesprek blijven? Pagina 27: Totaal zijn er in de regio ongeveer 200 contractpartijen. In de gemeente Hilversum ligt dat aantal tussen de 100 en 200.
U stelt dat keuzevrijheid voor inwoners ook valt te realiseren met minder aanbieders, waardoor versnippering wordt tegengegaan. De kwaliteitssystemen en administratie van nieuwe jonge organisaties zijn nog niet volwassen waardoor de gemeente gewenste informatie minder snel en/of accuraat aangeleverd krijgt. Hoe meer organisaties hoe lastiger het is voor consulenten om alle aanbieders en mogelijkheden voor het bieden van zorg te leren kennen. Vraag: hoe gaat u deze vermindering van contractpartijen realiseren, zonder dat kwaliteit van de zorg en de keuzevrijheid in het geding komen? Op welke termijn denkt u dit te kunnen realiseren? Vraag: geeft een kleiner aantal contractpartijen ook meer ruimte aan beter partnership tussen de bestuurders van organisaties en de gemeenten? Hoe gaat u dit contact versterken? Pagina 28 en 30 : Een van de knelpunten in de samenwerking tussen regio en gemeente zit in de organisatorische structuur, deze overschaduwt kennis en expertise. Het zou helpen als er gezamenlijk met de regio een strategie zou zijn. Momenteel mist een heldere richting op uitvoerend en tactisch niveau. De mate waarin de gemeente op dit moment sturing kan geven aan en grip heeft op de uitgaven is nog beperkt. Vraag: Bent u van plan de PDCA-cyclus daadwerkelijk in te gaan zetten om kwaliteit continu te verbeteren?
Vraag: Hoe zorgt u er met de regio voor dat het tactisch en uitvoerend niveau versterkt wordt, zodat kennis en expertise op dat niveau juist beter benut kunnen worden? Pagina 29: U signaleert schotten tussen de werkvelden. Ontkokering en de verbinding zoeken is nog de uitdaging. Om de verschillende domeinen te koppelen, is een strategische blik vanuit de inhoud nodig. Agenda-technisch is het lastig om hiervoor tijd vrij te maken. Vraag: hoe gaat u ervoor zorgen dat deze tijd er wel komt? Vraag: hoe gaat u het welzijnsveld, als kenners van de wijken, betrekken bij deze verbinding? In afwachting van uw beantwoording.
Conceptantwoord -penvoerder is, J. Bek telnr: 06-20528620 1. Vraag: Wat is de toegevoegde waarde van de functie van regisseur als ook de consulent al in de wijk actief is? Antwoord Regisseur en Wmo-consulent hebben elk een eigen rol in de wijk. De regisseur wordt ingezet als er sprake is van multi-problematiek. Hij/zij kent de betreffende gezinnen in de wijk. Bijvoorbeeld als er een ontruiming is aangekondigd in de wijk, neemt de regisseur contact op met de inwoner om te kijken wat er gedaan kan worden om de ontruiming te voorkomen. De regisseur kent de complexe gezinnen in de wijk en heeft korte lijnen met de Buco, wijkagent, woningcorporatie et cetera. De Wmo-consulent kijkt welke zorg er op het terrein van de Wmo nodig is, of deze vanuit het voorveld geleverd kan worden. Zo niet, geeft de Wmo-consulent een indicatie af. Pagina 21: Het lijkt efficiënter om sommige zorg via de regio in te zetten. Dit is nodig om gerichter expertise te kunnen benutten. 2. Vraag: Om welke soort zorg en om welke expertise gaat het hier? Antwoord In het algemeen gaat het om soorten zorg die relatief weinig door individuele gemeenten worden ingezet omdat de noodzaak daartoe maar in een beperkt aantal gevallen aanwezig is. Het gaat dan vaak om dure vormen van zorg, zoals in de sfeer van bescherming en opvang, gecertificeerde jeugdzorg etc.
Pagina 25: Weinig grip wordt ervaren op de verwijzingen door GI’s. GI’s kampen met verhoogde instroom en een hoge zorgvraag, resulterend in wachtlijsten en personeelstekort. Hierdoor wordt een deel van de zorgvraag door de gemeente opgepakt. Dat maakt de gemeente kwetsbaar en het kost bovendien veel geld. Het gesprek over kostenbewust handelen wordt gevoerd tussen GI’s en
de gemeente. Daarnaast maakt de gemeente samenwerkingsafspraken met de GI’s en blijven ze met elkaar in gesprek. 3. Vraag: Samenwerkingsafspraken en met elkaar in gesprek blijven lijken niet voldoende om kostenbewust handelen verder te stimuleren. Welke instrumenten kan de gemeente inzetten naast deze samenwerkingsafspraken en het in gesprek blijven Antwoord We zien het gesprek over kostenbewust handelen en de samenwerkingsafspraken als een belangrijk instrument voor kostenbewustzijn. Daarnaast is er een goede financiële basis nodig om de extra zorgvraag bij GI’s goed op te kunnen pakken. In de nieuwe inkoop hebben we de tarieven opgehoogd om die basis te verstevigen. Zo ontstaat er ruimte om iets te doen aan personeelstekorten en wachtlijsten. Verder is in de regionale bestuursopdracht inzake kostenbeheersing sociaal domein opgenomen dat we een verwijsrichtlijn gaan opstellen in samenspraak met het verwijsnetwerk. De gecertificeerde instellingen maken onderdeel uit van dit netwerk. Kostenbewustzijn is een aspect dat bij de opstelling van de verwijsrichtlijn wordt meegenomen. Pagina 27: Totaal zijn er in de regio ongeveer 200 contractpartijen. In de gemeente Hilversum ligt dat aantal tussen de 100 en 200. U stelt dat keuzevrijheid voor inwoners ook valt te realiseren met minder aanbieders, waardoor versnippering wordt tegengegaan.
De kwaliteitssystemen en administratie van nieuwe jonge organisaties zijn nog niet volwassen waardoor de gemeente gewenste informatie minder snel en/of accuraat aangeleverd krijgt. Hoe meer organisaties hoe lastiger het is voor consulenten om alle aanbieders en mogelijkheden voor het bieden van zorg te leren kennen. 4. Vraag: Hoe gaat u deze vermindering van contractpartijen realiseren, zonder dat kwaliteit van de zorg en de keuzevrijheid in het geding komen? Op welke termijn denkt u dit te kunnen realiseren? Antwoord: We hebben in 2020 de Inkoop Wmo en Jeugd doorlopen en daarbij is ongeveer een gelijk aantal aanbieders gecontracteerd, ongeveer 190. Er is geen sprake van een vermindering van het aantal aanbieders, dat hebben wij niet kwantitatief beoogd. Het aantal aanbieders betreft voornamelijk aanbieders die wij al kennen, 35 zijn nieuw en een beperkt aantal aanbieders heeft dus besloten deze keer niet mee te doen bij de inkoop. Wij hebben, binnen de Open House constructie, wel de deur wat meer gesloten voor tussentijdse toetreding, die moet echt een meerwaarde hebben. Wij hebben regionaal de aanbieders onderverdeeld in strategische partners, tactische partners en overige partners en gaan daarop onze contractgesprekken aanpassen.
Bij de strategisch partners gaan we ook bestuurlijk in gesprek en die partijen betrekken we sterk bij de transformatie en andere ontwikkelingen terwijl bij kleine ‘overige partners’, die voor enkele inwoners zorg verlenen, vaak niet de tijd en wens bestaat om gesprekken te voeren. Uiteraard monitoren wij wel alle aanbieders in bepaalde mate op de kwaliteit van de geleverde zorg. Wanneer die onvoldoende is zullen wij alsnog in gesprek gaan. 5. Vraag: Geeft een kleiner aantal contractpartijen ook meer ruimte aan beter partnership tussen de bestuurders van organisaties en de gemeenten? Hoe gaat u dit contact versterken?
Antwoord: Zie antwoord bij vraag 4
Pagina 28 en 30 : Een van de knelpunten in de samenwerking tussen regio en gemeente zit in de organisatorische structuur, deze overschaduwt kennis en expertise. Het zou helpen als er gezamenlijk met de regio een strategie zou zijn. Momenteel mist een heldere richting op uitvoerend en tactisch niveau. De mate waarin de gemeente op dit moment sturing kan geven aan en grip heeft op de uitgaven is nog beperkt. 6. Vraag: Bent u van plan de PDCA-cyclus daadwerkelijk in te gaan zetten om kwaliteit continu te verbeteren? 7. Vraag: Hoe zorgt u er met de regio voor dat het tactisch en uitvoerend niveau versterkt wordt, zodat kennis en expertise op dat niveau juist beter benut kunnen worden? Antwoord op vraag 6 & 7 Er zijn twee sporen te benoemen. Zoals ook besproken in de collegebrief van 28 oktober jl. over het lokale KPMG-rapport, gaat KPMG in opdracht van de Regio onderzoek doen naar de samenwerking tussen Regio en gemeenten, en hoe die verbeterd kan worden. Op dit moment wordt gewerkt aan een opdrachtomschrijving. Een tweede spoor is de interne bedrijfsvoerings-agenda, waarin vanuit het aspect bedrijfsvoering aan een verbetering van de samenwerking met de Regio wordt gewerkt. De gesprekken die in dat kader zullen worden gevoerd, zullen de start zijn om samen met de Regio te komen tot een meer heldere richting op uitvoerend en tactisch niveau.
Pagina 29: U signaleert schotten tussen de werkvelden. Ontkokering en de verbinding zoeken is nog de uitdaging. Om de verschillende domeinen te koppelen, is een strategische blik vanuit de inhoud nodig. Agenda-technisch is het lastig om hiervoor tijd vrij te maken. 8. Vraag: Hoe gaat u ervoor zorgen dat deze tijd er wel komt? Antwoord Bij bijna elke verandering zijn veel mensen betrokken. Veranderingen kosten daardoor al snel veel tijd. Eén van de manieren om tijd vrij te maken is het organiseren van periodieke overleggen waar een breed scala van expertises aan tafel zit (inhoudelijke en organisatorische strategen, managers beleid en uitvoering etc.), en waarin ruimte wordt genomen om met een integrale blik naar ontwikkelingen te kijken. Dit wordt sinds enige tijd tweewekelijks georganiseerd. Een ander voorbeeld is het introduceren van het brede –intake- gesprek, dat beoogt met een integrale blik naar de vraag van de inwoner te kijken. 9. Vraag: Hoe gaat u het welzijnsveld, als kenners van de wijken, betrekken bij deze verbinding? Antwoord Een belangrijk voorbeeld is de algemene voorziening Begeleiding in de Wijk, waarbij professionals uit verschillende welzijnsorganisaties met elkaar samenwerken, ontstaan er korte lijnen. De Wmo consulenten en Regisseurs nemen actief deel aan deze netwerken.