Antwoord technisch vraag 44 VJN 2026 en Kadernota 2027 (Toegevoegd 24 juni 2026)
Tekst van het document
Beantwoording
Voorjaarsnota en kadernota: Vragen per fractie Vraagnr.
Fractie
Hoofdstuk/paragraaf
Paginanr.
Technische vraag
Antwoord
Burgemeester / wethouder
In de voorjaarsnota 2025 is op pagina 13 een tabel met de cumulatieve CPI-ramingen en de woonlasten van de afgelopen jaren opgenomen (zie onderstaande tabel). Hieruit blijkt dat de woonlastenontwikkeling binnen de cumulatieve inflatie blijft. Voor 2027 geldt eveneens dat de woonlasten binnen de verwachte cumulatieve inflatie blijven.
44
VVD/DH/CDA/ PvdA en GL
2. OZB-indexatie o.b.v. inflatie: a. Kunt u aantonen dat de totale woonlastenontwikkeling in Hilversum over de periode 2023–2027 binnen de cumulatieve inflatie blijft? En kunt u aangeven op basis van welke officieel gepubliceerde bron of instantie het college de afwijkende inflatieraming van 5,1% voor 2026 als uitgangspunt voor de OZB-indexatie hanteert in plaats van de reguliere CPIraming van 2,1%? b. Op pagina 9 en 10 wordt voorgesteld de woonlasten in lijn te brengen met de aangepaste CPI-raming. Kunt u exact toelichten of de genoemde 2,2% ziet op een jaarlijkse verhoging of Kalk op een cumulatief verschil over 2026 en 2027? En kunt u daarbij aangeven welke referentieraming is gebruikt (CBS maart, CPB maart of een andere raming)? En hoe dit percentage precies is vertaald naar de geraamde voordelen van €750.000, €1.050.000 en €1.450.000 in de jaren 2027-2030? Zoals aangegeven op pagina 9 en 10 van de voorjaarsnota 2026 hebben we een 2-tal publicaties gebruikt die c. Het hogere inflatiecijfer wordt gebruikt aan de inkomstenkant om de woonlastenstijging te na het starten van de Iran oorlog zijn uitgebracht door De Nederlandse Bank (24 maart) en het Centraal Bureau bepalen. Wordt dit hogere inflatiecijfer alleen gebruikt voor de inkomstenkant van de Statistiek (1april).
Hierbij wordt voorgesteld om de nieuwe raming van het CBS te gebruiken en de woonlasten gemeente, of ook aan de uitgavenkant (denk aan de indexering van subsidies bijvoorbeeld)? met 4.3% te laten stijgen in plaats van 2.1 %. In lijn met de voorjaarsnota 2025 wordt voorgesteld om de meest actuele werkelijkheid te hanteren voor de ontwikkeling van de OZB, deze ligt 2,2% hoger. Voor 2027 komt dit neer op € 750.000. De bedragen voor 2028 en verder betreffen het verschil en geen cumulatieve doorrekening.
In de voorjaarsnota 2026 zijn diverse prijsstijgingen opgenomen die hoger uitvallen als gevolg van de hogere prijsstijgingen dan eerder verwacht. Dus ook aan de lasten kant worden de budgetten hierop aangepast. Zoals toegelicht op pagina 7 van de voorjaarsnota 2026 zijn de subsidies geïndexeerd met 2,1% (€570.000).
24-6-2026
1