Antwoord op toezegging T24-38 gedaan bij de commissiebespreking van ‘Kavel naast Mout’
Tekst van het document
Vorige week woensdag heeft wethouder Walters een toezegging gedaan bij de commissiebespreking van ‘Kavel naast Mout’ die in het concept-verslag als volgt is verwoord: Er zijn beeldvormende vragen aan de portefeuillehouder gesteld. Wethouder Walters zegt toe technisch te laten uitzoeken of er een verschil is tussen de termen ‘proeflokaal’ en ‘horeca’. De informatie zal aan de raadsstukken worden gevoegd (T24-38). Hieronder het antwoord: Een ‘proeflokaal’ valt onder ‘horeca’. Volgens de Van Dale is een proeflokaal een ‘café’. Bij andere omschrijvingen is te lezen dat een proeflokaal ‘een horecagelegenheid is waar de nadruk ligt op het proeven van een bepaalde drank. Vaak zijn proeflokalen verbonden aan een brouwerij, stokerij of wijngoed, maar er bestaan ook veel proeflokalen die onafhankelijk zijn en hun klanten een eigen selectie bijzondere bieren, wijnen, likeuren en/of jenevers bieden.’ Er is gekozen om de term ‘proeflokaal’ in de planregels op te nemen omdat het college bij vaststelling van de koopovereenkomst (op 27 juni 2023) voor de gronden heeft bepaald dat het gebruik dient te worden beperkt tot proeflokaal – bierbrouwerij. ‘Horeca’ omvat evenwel diverse vormen van eet- en drinkgelegenheden. Vanwege de wens voor een ‘maatwerk’-bestemmingsplan is vastgehouden aan de term ‘proeflokaal’.
Het vaststellen van het bestemmingsplan is een besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op een later tijdstip zal de initiatiefnemer de aanvraag voor de horecavergunning moeten indienen. Deze aanvraag wordt getoetst aan de eisen die de horecawetgeving/Alcoholwet stelt. Een proeflokaal valt binnen de Alcoholwet onder de term ‘horecalokaliteit’. Beide wetgevingen hebben hun eigen terminologie en afwegingskader.