Afronden fase 2 participatie Omgevingsvisie - Getekend besluit
Tekst van het document
rn Hilversum Mediastad
RAAD SBE SLUIT De raad van de gemeente Hilversum, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders betreffende Afronding fase 2 participatie Omgevingsvisie d.d. 31 mei 2022 met kenmerk 1084380, BESLUIT: 1.
2. 3. 4. 5.
Vast te stellen dat de participatieopbrengst bestaat uit: a. Het overzicht activiteiten participatie Omgevingsvisie (bijlage la); b. De oplegger opbrengst participatie (bijlage ib); c. De verslagen ‘Stadsgesprek’ (bijlage le), ‘Organisaties aan het woord’ (bijlage id), d. ‘Inwoners aan het woord’ (bijlage le) en ‘Toevoeging inwoners aan het woord’ (bijlage 1f); e. Lessons learned participatie door de klankbordgroep (bijlage ig). Vast te stellen dat de participatieopbrengst goed is samengevat in de denkrichting (bijlage 2a). Kennis te nemen van de opbouw van de ontwerp-Omgevingsvisie (bijlage 3). Kennis te nemen van de opzet voor de datamonitor Omgevingsvisie (bijlage 4). Draagt het college op: a. aan de hand van de opbrengst van de participatie, zoals samengevat in de denkrichting (bijlage 2a), en de concept-opbouw (bijlage 3) te gaan schrijven aan een concept-ontwerp-Omgevingsvisie; b. hierbij al het staande beleid, voor zover dit relevant is voor een ontwerp-Omgevingsvisie mee te nemen en eventuele discrepanties inzichtelijk te maken; c. waar nodig na vaststelling van de Omgevingsvisie voorstellen te doen voor de als gevolg van de hiervoor genoemde discrepanties noodzakelijke bijstelling van het staande beleid; d. een concept-Hilversums toetsingskader op te stellen waarmee het gebruik van de Omgevingsvisie in de praktijk kan worden getoetst; e.
de concept-ontwerp-Omgevingsvisie en het concept-toetsingskader in september (of als dit niet haalbaar blijkt zo snel als mogelijk) voor te leggen aan de raad ter besluitvorming, voorafgaand aan het formele inspraakproces.
Aidus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 juli 2022, de r fier, de burgemeester,
F
van ‘t Westeinde MMC
GB22.75
dr. ir. G.M. van den Top