Advies ARC inzake Plan van Aanpak herindelingsadvies Wijdemeren-Hilversum d.d. 11 maart 2025
Tekst van het document
Advies audit- en rekeningcommissie
GRIFFIE POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: DUDOKPARK 1
Aan: Raads- en commissieleden
11 maart 2025 H.G. Quak-Steijn TELEFOON 06 188 78 387 BETREFT Advies ARC inzake Plan van Aanpak herindelingsadvies Wijdemeren-Hilversum DATUM
BEHANDELD DOOR
Geachte raads- en commissieleden, De Audit- en Rekeningcommissie (hierna ARC) heeft in haar vergadering van 04 maart jl. het Plan van Aanpak (PvA) inzake de uitwerking van het herindelingsadvies Wijdemeren-Hilversum besproken. In deze bespreking is vastgesteld dat het PvA een grondige basis biedt voor de financiële en organisatorische voorbereiding van de herindeling. Tegelijkertijd is gebleken dat bepaalde uitgangspunten en keuzes nadere toelichting verdienen om een goed geïnformeerde besluitvorming mogelijk te maken. Dit betreft met name de financiële bandbreedte van het gekozen harmonisatiescenario, het onderscheid tussen nominale lasten (zonder rekening te houden met prijsstijgingen) en inflatie-gecorrigeerde lasten (waarbij prijsstijgingen wel zijn verwerkt), en de mogelijkheden om de begroting op lange termijn sluitend te maken. Context en duiding De onroerendezaakbelasting (OZB) moet bij de start van de heringedeelde gemeente zijn geharmoniseerd. Harmonisatie op het laagste tarief – waarbij de OZB-tarieven voor zowel woningen als niet-woningen worden afgestemd op het laagste geldende tarief in Hilversum of Wijdemeren – resulteert per 2027 in een structureel tekort van €6,5 miljoen. Het PvA gaat uit van Scenario 2B, waarin uitsluitend de OZB voor woningen wordt geharmoniseerd op het laagste tarief.
Deze keuze leidt in 2027 tot een structureel tekort van €3,5 miljoen, waarbij de lastenontwikkeling in de nieuwe gemeente wordt vergeleken met de situatie waarin beide gemeenten zelfstandig zouden blijven. Voor niet-woningen is binnen Scenario 2B gekozen voor harmonisatie op het Hilversumse tarief, wat vanaf 2027 een tekortverlagend effect van €3 miljoen heeft. Door deze keuze daalt het totale structurele tekort voor de OZB-harmonisatie van €6,5 miljoen naar €3,5 miljoen per 2027. Het totaalbeeld van de algemene woonlasten wordt niet alleen bepaald door de OZB-harmonisatie, maar ook door de wijze waarop andere lokale heffingen worden geharmoniseerd, zoals de afvalstoffen- en rioolheffingen. Voor deze heffingen geldt een maximale overbruggingstermijn van twee jaar vanaf de start van de heringedeelde gemeente. De keuze is gemaakt om deze heffingen pas op 1 januari 2029 volledig te harmoniseren. Indien deze heffingen per 2029 ook op het laagste niveau worden geharmoniseerd, betekent dit op basis van de voorlopige prognoses een extra tekortverhogend effect van structureel €1,5 miljoen.
Wanneer alle effecten van harmonisatie op het laagste niveau gezamenlijk worden bekeken – dus OZB voor woningen, niet-woningen en overige heffingen – ontstaat een totale structurele opgave van €8 miljoen, waarvan €6,5 miljoen in 2027 en de resterende €1,5 miljoen in 2029. Door de keuze om nietwoningen niet op het laagste niveau te harmoniseren, resteert per 2027 een structureel tekort van €3,5 miljoen.
1. Duiding van de financiële opgave: impact op inwoners en beleidskeuzes Dit structurele tekort van €3,5 miljoen per 2027 betekent niet dat woonlasten voor inwoners automatisch stijgen. Het geeft aan dat er een taakstelling ligt binnen de toekomstige begrotingen om deze sluitend te maken. In het PvA worden verschillende (harmonisatie-)keuzes benoemd, waaronder niet uitsluitend belastingheffingen, die het tekort kunnen verkleinen of zelfs omvormen naar een overschot van maximaal €5 miljoen. Tegelijkertijd zijn er keuzes denkbaar die het tekort per 2027 juist laten oplopen met €0,9 miljoen, waardoor het totaaltekort uitkomt op €4,4 miljoen. Mocht de raad daarbij besluiten om alsnog de OZB op niet-woningen op het laagste niveau te harmoniseren, dan kan dit tekort in het meest financieel ongunstige scenario verder oplopen tot €7,4 miljoen structureel. Of de woonlasten stijgen voor inwoners van zowel Hilversum als Wijdemeren hangt af van de keuzes die de raad maakt om het structurele tekort voor de OZB op woningen op te vangen. Belangrijk hierbij is dat Wijdemeren momenteel een volledig kostendekkende afvalstoffenheffing hanteert, terwijl Hilversum een kostendekkingspercentage van 83% heeft. Harmonisatie van de niet-OZB-heffingen op het laagste niveau leidt, op basis van de huidige begrotingen, in ieder geval tot een additionele structurele opgave van €1,5 miljoen.
De ARC acht het van belang dat de hierboven geschetste financiële dynamiek expliciet wordt benoemd in de besluitvorming en verdere communicatie. Er zijn verschillende beleidskeuzes mogelijk, elk met een eigen financiële en maatschappelijke impact. Eén optie is verhoging van de niet OZB-belastingheffingen, maar het tekort kan (deels) ook binnen andere programma’s worden gedekt door bezuinigingstaakstellingen (zie verder onder 2). Het is essentieel dat in de communicatie hierover realistische verwachtingen worden geschetst, zodat er een goed inzicht ontstaat in de financiële keuzes en consequenties. In overleg met de wethouder is afgesproken dat zij hierover in de komende Beeldvormende Sessie een nadere toelichting zal geven, zodat de financiële consequenties en de beschikbare beleidskeuzes helder uiteen zijn gezet 2. Beleidskeuze: bezuinigingen als alternatief voor lastenverhoging Naast de mogelijkheid om de opgave binnen de begroting in te vullen via belasting- en heffingskeuzes, is in de bespreking ook naar voren gekomen dat bezuinigingen als alternatief overwogen kunnen worden. De ARC acht het van belang dat de raad op termijn inzicht krijgt in welke bezuinigingsopties concreet mogelijk zijn en wat de impact daarvan is op de dienstverlening en gemeentelijke taken.
Het bieden van een overzicht van reële bezuinigingsmogelijkheden draagt bij aan een evenwichtige afweging tussen lastenverhoging en uitgavenbeperking. De ARC adviseert het college om in de verdere besluitvorming inzichtelijk te maken welke bezuinigingsopties er zijn en hoe deze zich verhouden tot andere maatregelen.
3. Harmonisatie van belastingen en heffingen: onderscheid tussen nominale stijging en inflatiecorrectie Een belangrijk aandachtspunt in de bespreking was de manier waarop de lastenontwikkeling wordt gepresenteerd in het PvA. Het document spreekt over harmonisatie van tarieven, maar maakt niet altijd expliciet of dit nominale aanpassingen betreft of dat deze reeds ‘inflatie-gecorrigeerd zijn’. Dit onderscheid is essentieel, omdat inflatiecorrectie ervoor zorgt dat bepaalde tarieven jaarlijks stijgen, los van de harmonisatie. De ARC acht het van belang dat in de verdere besluitvorming en communicatie duidelijk wordt gemaakt dat nominale harmonisatie een losstaand proces is, waarbij tarieven van Wijdemeren en Hilversum op elkaar worden afgestemd. Inflatiecorrectie komt daar jaarlijks bovenop, zoals ook in voorgaande jaren het geval was. Het college indexeert op basis van verwachte inflatiecijfers, maar heeft deze in de afgelopen jaren structureel te laag ingeschat. In de daaropvolgende begrotingen is hiervoor geen correctie doorgevoerd. In 2023 heeft de raad echter bewust gekozen om lager te indexeren dan de toenmalige (achteraf al te laag ingeschatte) inflatie. Hierdoor zijn de woonlasten in Hilversum in de afgelopen jaren met een lager percentage gestegen dan de daadwerkelijke inflatie.
Tijdens de ARC-vergadering is toegelicht dat in de prognoses een gemiddelde inflatie van 2,8 procent is verwerkt. Dit percentage is reeds verwerkt in de cijfers van de woonlasten en de verschillende beleidsopties waar de gemeenteraad uit kan kiezen. De formulering ‘harmoniseren op het laagste niveau, zonder dat de Hilversumse inwoner erop achteruit gaat’ houdt dus rekening met een stijging van de woonlasten als gevolg van inflatiecorrectie op basis van de verwachte inflatiecijfers. In Hilversum is hier in het verleden echter incidenteel van afgeweken. In Hilversum is in het verleden, zoals hiervoor aangestipt, incidenteel afgeweken van de geprognosticeerde inflatie. In 2023 is de vooraf verwachte inflatie niet volledig doorgevoerd, terwijl de daadwerkelijke inflatie in zowel 2023 als 2024 achteraf aanzienlijk hoger uitviel dan deze vooraf geprognosticeerde inflatie. In 2025 is daarentegen een hogere inflatiecorrectie toegepast dan op dat moment werd voorzien door de landelijke prognoses. De ARC is van mening dat de scheiding tussen nominale stijgingen en inflatiecorrectie explicieter gemaakt moet worden in de verdere besluitvorming en communicatie, zodat de raad volledig inzicht heeft in de financiële effecten. 4.
Impact op de ambtelijke organisatie en personele capaciteit Het college heeft aangegeven dat de voorbereiding van de herindeling een aanzienlijk beslag legt op de ambtelijke inzet en mogelijk gevolgen kan hebben voor andere beleidsprioriteiten. Hoewel op dit moment nog geen acute knelpunten zijn gesignaleerd, kan dit gaandeweg het proces veranderen. De ARC adviseert om hier periodiek op terug te komen en in de komende anderhalf jaar op minimaal twee momenten een update te verstrekken over de mate waarin de ambtelijke capaciteit wordt belast door de herindeling, de eventuele verschuiving van personele inzet naar herindelingsdossiers en mogelijke knelpunten in de uitvoering van andere beleidsdoelen. Hierdoor kan de raad tijdig inspelen op mogelijke knelpunten en, indien nodig, bijsturen. 5. Harmonisatie van financiële verordeningen: evaluatiemoment Tot slot is in de ARC besproken dat het PvA eind 2025 voorziet in een startnotitie voor de harmonisatie van de financiële verordening. De ARC ziet daarbij meerwaarde in het overwegen
van een evaluatiemoment voorafgaand aan deze harmonisatie, om eventuele knelpunten tijdig in beeld te brengen. Een tussentijdse evaluatie zou de raad beter in positie brengen om het harmonisatieproces te monitoren en indien nodig bij te sturen. Door vroegtijdig aandacht te besteden aan mogelijke knelpunten en oplossingen voor harmonisatie, kan worden voorkomen dat aanpassingen pas in een laat stadium noodzakelijk zijn. Het is van belang de raad van Wijdemeren op een constructieve en zorgvuldige wijze bij dit proces te betrekken De ARC waardeert de constructieve gesprekken die hebben plaatsgevonden en zal de ontwikkelingen rondom de herindeling nauwgezet blijven volgen.
Hoogachtend,
De audit- en rekeningcommissie, de secretaris,
de voorzitter,
H.G. Quak-Steijn
G.J. Postma