CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

A23-94 - Zienswijzenota Omgevingsvisie deels vaststellen

GEMEENTERAAD 19 juli 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: A23-94 - Zienswijzenota Omgevingsvisie deels vaststellen3.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Democraten

DH

D66 hilversum

HILVERSUM

HILVR8UM

HILVERSUM

BVNL

GROENLINKS

ChristenUnie

HILVERSUM

Hilversum

Amendement: Zienswijzenota Omgevingsvisie deels vaststellen

A23/94

De raad van de gemeente Hilversum in vergadering bijeen op 19 juli 2023 behandelende het agendapunt ‘Vaststellen zienswijzennota Omgevingsvisie’, overwegende dat: —

—

de raad van oordeel is dat de nadere uitwerkingen en de voortschrijdende inzichten van het college niet thuis horen bij het vaststellen van een Zienswijzennota en daarom apart besproken dienen te worden; de toetsingskaders, de uitwerking ruimtelijke kwaliteit en de aanzet tot gebiedsagenda’s (bijlagen D, E, F) en de voortschrijdende inzichten derhalve nog niet zijn besproken in de commissie van 28 juni 2023;

—

de raad het belangrijk vindt daarover met het college en als raads- en commissieleden onderling in gesprek te gaan, alsmede over de zienswijzen m.b.t. mobiliteit en parkeren én over de manier waarop de adviezen van de commissie MER en de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten worden verwerkt,

besluit: -

2a.

beslispunt twee van het concept-raadsbesluit te wijzigen zodat deze als volgt komt te luiden: Kennis te nemen van de zienswijzenota en enkel Hoofdstuk 6 uit die zienswijzenota gewijzigd vast te stellen, op de wijze zoals in de bijlage is weergegeven. Uit het gewijzigde Hoofdstuk 6 zijn de wijzigingen, die voortvloeien uit de bijlagen D, E en F en uit Hoofstuk 5

2b.

‘voortschrijdend inzicht’, geschrapt; De aan de commissie en raad overgelegde bijlagen D, E en F en het Hoofdstuk 5 uit de zienswijzenota ‘Voortschrijdend inzicht’ op een later moment te bespreken1;

-

3.

beslispunt drie van het concept-raadsbesluit te wijzigen zodat deze als volgt komt te luiden: Het college opdracht te geven om de voorgestelde wijzigingen uit hoofdstuk 6 van de zienswijzennota te verwerken in de definitieve omgevingsvisie, welke na de zomer van 2023 en na de bespreking van de in beslispunt 2b aangegeven onderwerpen (inclusief de eventuele wijzigingen/aanvulling op de definitieve omgevingsvisie voortvloeiend uit deze bespreking) ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd wordt. -

-

‘In ieder geval in een Beeldvormende Sessie en een raadscommissie. Mogelijk komt daarvoor de commissie van 4 oktober 2023 in aanmerking.

749 onk

B

anninga

Bijlage bij A23/94: Het gewijzigde Hoofdstuk 6

6. Totaaloverzicht wijzigingen in Omgevingsvisie en opzet definitieve Omgevi ngsvisie Over de verwerking van de participatieopbrengst 1. ‘Illusielandschap’ opnemen in principe 6 van de denkrichting (‘we koesteren de natuur, het illusielandschap en het idee van de compacte tuinstad’) Stad en dorp in relatie tot groei, hoogte en behoud van het illusielandschap 2. De normen voor hoogte uit de ontwerp Omgevingsvisie vooralsnog handhaven en zorgvuldig onderzoeken in de gebiedsagenda’s. Buitengebied, water en bodem 3. Expliciet aangeven dat in het buitengebied ook plek moet zijn voor bedrijfsvoering: regeneratieve landbouw 4. Nadrukkelijker de samenwerkingsovereenkomst met gebiedspartijen voor water benoemen, met: verantwoordelijkheid Waterschap voor beheer en onderhoud oppervlaktewater per 1/1/2024, gezamenlijke ambitie gericht op verder verduurzamen en toekomstbestendig maken van het oppervlaktewatersysteem. Verder de concrete projecten Oude Haven en Gooise Vaart gericht op het schonen van de waterbodem en het beperken van vervuiling in de toekomst benoemen als belangrijke stappen om te gaan voldoen aan de richtlijn. Deze projecten zijn onderdeel van uitvoeringsprogramma Groen. Ten slotte het Watergebiedsplan Hilversum noemen, dat het Waterschap gaat opstellen in 2024 en waar gemeente Hilversum graag aan bijdraagt. 5. Aanscherping van de tekst over rondje Hilversum.

Voor het rondje Hilversum staat in het Programma Groen op kaart 10 een zoekgebied aangegeven. We maken in de Omgevingsvisie nog geen definitieve tracékeuze, maar kijken daar verder naar. De inbreng uit de zienswijzen wordt daarbij betrokken. 6. Expliciet opnemen dat de Omgevingsvisie geen concrete voorstellen doet om de functies van het MOB-terrein en het vliegveld te veranderen. 7. Onderschrijven van het belang van schuilgelegenheden voor weidedieren conform de Omgevingsvisie Noord-Holland.

Openbare ruimte: prioritering en normering groen 8. De streefpercentages groen uit het programma Groen opnemen in hoofdstuk 4. 9. De tekst uit de uitvoeringsagenda Inclusie over het gebruik van de openbare ruimte door mensen met een beperking overnemen: “De fysieke wereld buiten de voordeur van je eigen huis kan leiden tot uitsluiting voor mensen met een beperking of handicap. De ambitie van de gemeente is dat de gebouwde omgeving toeganke’ijk is voor iedereen, zoals openbare gebouwen maar ook de buitenruimte met zijn straten, parken en bepaalde speelplekken. Zodat alle mensen er kunnen doen wat zij volgens de bestemming komen doen, ongeacht de beperking of de handicap van de persoon zelf. Door dit in de Omgevingsvisie op te nemen, wordt de toegankelijkheid voor mensen met een handicap of beperking bij (her-) ontwikkelingen van de gebouwde omgeving meegenomen.”

Mobiliteit 10. Toepassing van het STOMP-principe bij het bepalen van prioriteit bij iVRl’s (intelligente verkeersregelinstallaties) en het uitbreiden van het aantal iVRI’s, met als doel een betere doorstroming bij verkeerslichten voor voetgangers, fietsers, scooters en auto’s met ingestelde iVRI’s. Hiermee wordt de reistijd voor voetgangers en fietsers beperkt en worden schone vormen van mobiliteit aantrekkelijker. 11. Een ambitie opnemen om de veiligheid te verbeteren door het maken van een veiligere verkeersomgeving voor alle verkeersdeelnemers door de snelheidsverschillen tussen de verschillende deelnemers te verlagen. Daardoor zal de hoeveelheid ‘ernstige’ ongevallen dalen. 12. Ten behoeve van verkeersveiligheid de snelheid binnen de bebouwde kom daar waar dat kan omlaag brengen van 50 km/uur naar 30 km/uur. Daarbij geldt dat de snelheid op de buitenring en de radialen 50 km/uur blijft. We onderzoeken de instelling van een 30 km/uur zone binnen de centrumring, om een autoluwe binnenstad te bevorderen. Er worden gesprekken met de provincie gevoerd om ook de snelheid op de wegen buiten de bebouwde kom te verlagen van 80 km/u naar 60 km/u. 13. Aanleggen van een hoogwaardig en volledig netwerk voor langzaam verkeer (fiets en voetganger), dat veilig (fysiek en sociaal), toegankelijk voor alle gebruikers en comfortabel s.

Onderdeel daarvan is het onderzoeken van vijf doorfietsroutes Hilversum naar Loosdrecht, Amsterdam, Amersfoort, Huizen en Utrecht en fietspaden door de natuur. Een ander onderdeel is herstructurering van de woonstraat, met als doel meer ruimte voor wandelaars, fietsers en gemengd verkeer. Hierbij is extra aandacht voor de omgeving van scholen, verzorgingshuizen, sportparken en andere maatschappelijke voorzieningen. 14. Het realiseren van kansrijke koele, groene routes. Dat doen we door prioriteiten in het beheer- en onderhoudsprojecten af te stemmen op de prioriteiten uit het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit en het programma Groen. 15. Het realiseren in 2040 van 2.000 extra fietsparkeerplaatsen in Hilversum, boven op de lopende projecten zoals het stationsgebied (5.000 fietsparkeerplaatsen) en Bruisend Hart (2.000 fietsparkeerplaatsen). 16. Doorzetten van de Hillyhub en verder onderzoek naar mobiliteits- en goederenhubs bij Kerkelanden, Arenapark en buurtschap Crailo, in combinatie met het neerzetten van pakketkluizen. 17. Voorbereiden en invoeren van zero-emissiezones in 2027 binnen de centrumring en het winkelgebied op De Gijsbrecht. 18. Het verbeteren van ketenmobiliteit (deelvervoer) rond OV-knooppunten. Eerst bij station Hilversum, dan bij Sportpark en ten slotte bij Media Park. 19.

Het aanbieden van meer deelauto’s en -fietsen in de wijken, in combinatie met het plaatsen van meer laadpalen en het beschikbaar stellen van parkeervakken voor deelvervoer op straat. Het streven is het aantal publieke laadpalen in 2026 verdubbeld te hebben ten —

—

opzichte van 2022 (320 t.o.v. 160) en in 2035 1.000 publieke laadpalen te hebben. Doelstelling is verder om in 2030 in elke vier straten in heel Hilversum twee parkeervakken te hebben voor twee deelvervoer auto’s om uiteindelijk in 2040 elke straat in Hilversum te voorzien van twee deelvervoer plekken. 20. Doen van verder onderzoek naar fietsparkeernormen. In Nederland zijn daar verschillende vormen voor bedacht op basis van CROW-normen. Energietransitie en circulariteit 21. Als teksten bij doel 4 (duurzaam energiesysteem) nemen we in de Omgevingsvisie op: “Een duurzaam energiesysteem gaat meer ruimte vergen voor energie-infrastructuur in Hilversum voor productie, opslag en distributie. Landelijk gaat het om verdrie- tot vervijfvoudiging van de elektriciteitsvraag in de periode t/m 2050 (TNO scenario klimaatneutraal energiesysteem). Dit betekent ook in Hilversum een verzwaring van de elektriciteitsinfrastructuur en dat heeft impact op de openbare ruimte, boven en onder de grond. Denk daarbij aan minimaal een verdubbeling van het aantal middenspanningsruimtes (elektriciteitshuisjes van circa 2,5 bij 2,5 meter groot) in Hilversum. We werken samen met netbeheerder Liander aan het maken van locatiekeuzes in openbare ruimte en het afstemmen van hun werkzaamheden per buurt.

De doorontwikkeling van de energie-infrastructuur gaat verder dan het verzwaren van het elektriciteitsnet alleen, want het gaat om de ontwikkeling van toekomstbestendige, duurzame energie-infrastructuur per buurt. Ook dit vergt samenwerking met netbeheerder Liander, om een schets van de benodigde energieinfrastructuur in 2040 te maken. Zo kunnen we een globale prognose maken van de benodigde ruimte boven en onder de grond, met bijbehorende investeringen en een planning, aansluitend op onder meer gebiedsontwikkelingen” Bij gebiedsontwikkelingen streven we naar het voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). In sommige gebieden wordt gewerkt een energiepositief, duurzaam energiesysteem, zoals bij Buurtschap Crailo: het ontwerp van een slim, lokaal energiesysteem op zonnepanelen, waarbij vraag en aanbod zoveel mogelijk met elkaar in balans worden gebracht, onder meer door opslag van warmte en elektriciteit. Gebiedsontwikkelingen bieden de kans om een toekomstbestendige energie-infrastructuur te ontwerpen en aan te leggen, bijvoorbeeld op het Arenapark. Maar ook in de buurten waar geen grootschalige gebiedsontwikkelingen gepland zijn, is verduurzaming van het energiesysteem nodig. Dat gaat om vermindering van de energievraag door gebouwen energiezuiniger te maken, het aanbod van energie te verduurzamen en de bijbehorende energieinfrastructuur aan te leggen.

Voor Hilversum als geheel stimuleren we daarom isolatie en zonnepanelen. We werken ook aan buurtprojecten voor een duurzaam energiesysteem, bijvoorbeeld met woningcorporaties en Waternet aan een warmtenet in de buurt bij de RWZI Anna’s Hoeve. Met de indieners van de zienswijze over een toekomstbestendig wijkenergiesysteem in de Meent zijn en blijven we in gesprek. Het is echter niet mogelijk dit idee voor een energiegemeenschap onderdeel te maken van de lopende Proeftuin Aardgasvrije Meent. De Proeftuin is afgebakend. Financieel en beleidsmatig is het idee er niet in te passen. 22. Als tekst bij doel 5 (laadpalen) nemen we de tekstsuggestie van een van de zienswijzen over: “We kiezen voor slim laden en plannen meerdere jaren vooruit voor de aanleg van publieke laadinfrastructuur. Om de energie-infrastructuur op tijd gereed te hebben, is het essentieel om voor meerdere ja ren plannen te hebben hoe en waar laadpunten komen voor elektrisch vervoer. We brengen daarom samen met de netbeheerders en partners de toekomstige ontwikkelingen van duurzame mobiliteit en stadslogistiek en de daaraan gekoppelde vraag naar elektra/laadvoorzieningen in kaart. We kiezen in beginsel -

-

voor slim laden bij de aanleg van publieke laadinfrastructuur. Met slim laden worden de snelheid en het tijdstip van laden aangepast aan de ruimte op het lokale stroomnet. In (regionale) concessies stellen we eisen aan de toepassingen van slim laden zoals zijn opgenomen in de NAL (Nationale Agenda Laadinfrastructuur).” 23. We vullen de tekst bij doel 6 (circulariteit) aan naar de meest recente stand van zaken op het gebied van circulariteit (jaarplan circulair): “Dit jaarplan draait om het stimuleren van lokale netwerken, projecten en gedragsverandering en om als overheid circulariteit zelf ook te integreren in onze standaard manier van werken. Onze focus is gericht op de gebouwde omgeving en consumptiegoederen, in combinatie met de maakindustrie, omdat we hiermee verwachten de grootste impact op het milieu te hebben. Zo werken we aan circulaire gebiedsontwikkeling van het Arenapark en stimuleren we het ontstaan van een regionale circulaire bouwketen, met nieuwe samenwerkingen en lokale materiaalstromen. Circulair materiaalgebruik en het repareren van producten wordt in de toekomst vanzelfsprekend. Dit vergt ook ruimte en brengt nieuwe werkgelegenheid in Hilversum, bijvoorbeeld voor materiaalopslag en circulaire ambachten/maakindustrie. Dit verloopt deels door verandering van bestaande bedrijvigheid en deels door de toevoeging van nieuwe, circulaire bedrijven en beroepen”.

Participatie 24. Aankondigen van een startnotitie Participatiebeleid in hoofdstuk 5. 25. Slaag- en faalfactoren voor communicatie toevoegen aan hoofdstuk 5. 26. Toevoegen van een tekst uit de inclusieagenda over vertegenwoordiging: “Bij inspraak en beleidsparticipatie voor de gebiedsplannen en bij grote (her-)ontwikkelingen in de stad is het vanuit het aspect inclusie een streven dat alle groepen binnen de samenleving zich vertegenwoordigd weten. We nodigen voor dit doel uitdrukkelijk vanaf de ontwerpfase relevante organisaties uit om input te leveren. Daar waar de organisatiegraad van belangrijke minderhedengroepen (nog) niet zodanig ontwikkeld is zoeken we actief naar individuen in de rol van (getrainde) ervaringsdeskundigen”. Wonen 27. Verduidelijken van de percentages betaalbaar en sociaal bij woningbouwaantallen. Voorzieningen 28. Toevoegen van religieuze voorzieningen op kaarten. 29. Het aangekondigde onderzoek naar indicering en noodzaak van voorzieningen uit te breiden met de benodigde spreiding, bereikbaarheid en kansen voor clustering. Gezondheid 30. Het onderzoek naar geluid in het kader van nieuw geluidsbeleid aan te vullen met onderzoek naar geluidsnormen. Economie 31. Noemen van de gebiedsontwikkeling Media Park in de kadertekst over het belang van de mediasector (hoofdstuk 4). Daarin komt o.a.

tot uitdrukking dat het Media Park één van de belangrijke locaties in Hilversum is die het specifieke stadse/ media karakter van Hilversum vertegenwoordigt. Veiligheid 32. De veiligheidsregio als strategische partner opnemen in paragraaf 4.3.5 33. Nader onderzoek naar de ontwikkelingen met betrekking tot externe veiligheid, inclusief het bepalen van een na te streven veiligheidsniveau.

34. Nader onderzoek naar het verhoogde risico op natuurbranden en maatregelen, zoals de aard van de vegetatie of alternatieven zoals meer sturing op de bouw of gebruik van kwetsbare functies nabij risicovolle natuurgebieden. 35. Opnemen van een algemene kadertekst over het belang van een veilige, fysieke leefomgeving als randvoorwaarde voor locatie- en gebiedsontwikkelingen: “Veiligheid is een onderwerp dat raakt aan bijna alle thema’s in de Omgevingsvisie. Het bereiken en in stand houden van een gezonde veilige leefomgeving is niet voor niets een brede doelstelling in de Omgevingswet. Voor de gemeente, andere partners, inwoners en ontwikkelende partijen is de Veiligheidsregio een belangrijke adviseur voor het inschatten en beperken van fysieke veiligheidsrisico’s bi] ruimtelijke plannen. Verschillende wettelijke plannen van de Veiligheidsregio, zoals het Regionaal Risicoprofiel, het Regionaal Beleidsplan, het Dekkingsplan en het Regionaal Crisisplan bieden daarvoor onderbouwing. De Veiligheidsregio werkt vanuit de volgende kern waarden: 1. De veilige leefomgeving bepaalt mede de kwaliteit van de leefomgeving 2. Voor een veilige leefomgeving is samenwerking noodzakelijk 3. De fysieke leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor een veilige leefomgeving: a. Voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid b.

De afstand tot risico’s vergroot de veiligheid c. Bouwwerken en omgeving bieden bescherming d. Bouwwerken en gebieden zijn veilig te verlaten e. De omgeving maakt snel en effectief optreden van hulpdiensten mogelijk 4. Iedereen is bekend met risico’s en weet hoe te handelen wanneer dat nodig is Veiligheid is daarom een vraagstuk dat altijd in thematisch beleid en in gebieds- en locatieontwikkelingen een plaats moet hebben. Er moet steeds op een integrale manier naar veiligheid en gezondheid gekeken worden, omdat elk plan of document nieuwe risico’s kan introduceren. Dit geldt zeker bij nieuwe ontwikkelingen waarvan de risico’s of impact op de fysieke leefomgeving nog niet (volledig) bekend zijn. Als belangrijkste ontwikkelingen ziet de veiligheidsregio daarbij: Vergrijzing, leidend tot toename van het aantal verminderd zelfredzamen dat nog thuis woont, meer slachtoffers bij brand en ongevallen in huis en een toenemende hulpvraag. Het verdient aanbeveling om in de nadere uitwerking van gebiedsagenda’s aandacht aan dit risico te besteden. Door samen werking van diverse betrokken partijen, zoals gemeente, zorgorganisaties, woningcorporaties en Veiligheidsregio, kan gewerkt worden aan het borgen van een veilige woonsituatie, bijvoorbeeld bij levensloopbestendig bouwen. Met alle betrokken partijen zullen keuzes gemaakt moeten worden over het gewenste beschermingsniveau.

Verdichting van de bebouwde omgeving. Bij plannen tot verdichting rond OV-knooppunten, zoals de stationsgebieden in Hilversum moet rekening worden gehouden met transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. Een grotere dichtheid van personen in een gebied vraagt om meer aandacht voor ontvluchting bij een incident. Daarnaast is bij alle gebieds- en locatieontwikkelingen de bereikbaarheid van hulpdiensten en bestrijdbaarheid van incidenten een belangrijk criterium. Dat geldt zeker voor locaties met meervoudig ruimtegebruik. Energietransitie en klimaatverandering. Hiervan zijn veel risico’s nog niet volledig in beeld. Bijvoorbeeld de kans en impact van weer-gerelateerde risico’s toenemen (clusterbuien, droogte) en de invloed op hittestress, wateroverlast en vitale infrastructuur. Dat geldt ook voor de ontwikkeling in de energie-infrastructuur (opwekking, opslag, transport en gebruik, steeds meer in de gebouwde omgeving) en circulariteit (meer vervoer en hergebruik van afvalstoffen). -

-

-

In het algemeen kan gesteld worden dat de kans op incidenten toeneemt. Ouderen en zwakkeren in de samenleving ondervinden hier grotere hinder van. Dit vraagt om een betere voorbereiding en meer samenwerking (tussen gemeente, Veiligheidsregio, burgers, bedrijven en ontwikkelaars) en nieuwe bestrijdingstechnieken.”

Specifieke zienswijzen 36. De Monumentenverordening en de Erfgoedwet als kader benoemen. 37. De gemeente volgt waar mogelijk het landelijk beleid waar het uitgangspunt is om biomassacentrales op termijn af te schaffen. 38. Opnemen van een aantal wijzigingen in kaarten betreffende het buitengebied: • De infrastructuur in het buitengebied zoveel mogelijk als ‘ecologisch te ontsnipperen infrastructuur’ • Diverse feedback op kaarten uit zienswijze 47 39. Opnemen van een aantal tekstuele aanvullingen betreffende het buitengebied: • Onderzoeken welke aanvullende ontsnipperingsmaatregelen bij infrastructuur nodig zijn. Hierbij moet worden gedacht aan de aanleg van o.a. faunatunnels, natuurbruggen en/of wildkerende rasters. Daarbij ook noemen dat nergens zoveel natuurbruggen te vinden zijn als in het gebied rond Hilversum. • Expliciet benoemen dat structureel langjarig behoud van natuurwaarden op landgoederen met het borgen van daarbij behorend beheer altijd het uitgangspunt vormt bij plannen voor ruimtelijke ontwikkelingen. • Waar mogelijk natuurgebieden expliciet te onderscheiden van stedelijk groen en ook expliciet te benoemen dat natuurgebieden een beschermde status als Natuurnetwerk Nederland (NNN) hebben. • Een aantal redactionele aanpassingen betreffende het Goois Natuurreservaat.

• In paragraaf 3.2.1 aangeven dat stikstof een grote impact heeft op de natuurkwaliteit van de Gooise natuur in zijn algemeenheid en op de biodiversiteit. 40. In de Omgevingsvisie wordt een kadertekst opgenomen over die de brede rol die religieuze voorzieningen en organisaties in m.n. het sociaal domein in Hilversum spelen en die uitnodigt tot verdere samenwerking.

A23/,9L/

v T

9

o(c

o

00

ev9C-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=87dc24b2-59c4-45ab-9ffb-8154c33521e3