8. Collegebrief inzake Meerjarenbegroting STIP 2024-2027
Tekst van het document
GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: RAADHUIS DUDOKPARK 1
Aan de gemeenteraad cc commissieleden cc pers
TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL
1 februari 2024 ZAAKNUMM ER 1390064 BEHA NDELD DOOR Lauraine Berg, van den TELEFOON (035) 629 2916 DATUM
UW KENMERK
2 BETREFT Meerjarenbegroting STIP 2024-2027
BIJLAGEN
Geachte raads- en commissieleden, Met deze brief informeren wij u over de meerjarenbegroting 2024-2027 van STIP Openbaar Basisonderwijs Hilversum. De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende openbaar onderwijs in de gemeente. STIP, de Stichting voor Openbaar Basisonderwijs in de gemeente Hilversum, voert deze taak uit sinds 2005. De stichting functioneert zelfstandig, heeft een Raad van Toezicht en is zelf verantwoordelijk voor de continuïteit van haar bestaan en eventuele financiële tekorten. Met de invoering van het Raad van Toezicht-model in 2011 is de rol van de gemeenteraad gewijzigd. De gemeentelijke rol beperkt zich tot het toetsen of de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs voldoende zijn gewaarborgd en de bevoegdheid van de gemeenteraad om de leden van de Raad van Toezicht te benoemen. Om hier invulling aan te geven hebben gemeente en schoolbestuur in 2013 een Convenant gesloten. In het Convenant is afgesproken dat de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de begroting, jaarrekening en andere relevante informatie. De portefeuillehouder onderwijs ziet namens de gemeenteraad toe op de uitvoering van dit Convenant. Bij deze brief bieden wij u de meerjarenbegroting 2024-2027, en een analyse van deze begroting aan.
De meerjarenbegroting geeft u door middel van cijfers en de daarbij horende toelichting een indruk van de financiële stand van zaken. In een halfjaarlijks gesprek dat de portefeuillehouder met de bestuurder en voorzitter van de Raad van Toezicht voert worden ontwikkelingen besproken en eventuele risico’s in de gaten gehouden. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Ontvangen door 1n'orr-1· e:..ei"'eer
stip
i�
)
Openbaar Basisonderwijs Hilversum
De Raad van de gemeente Hilversum Postbus 9900 1201 GM Hilversum Datum: 18 december 2023 Kenmerk: 23.019 Betreft: Meerjarenbegroting 2024-2027 STIP
Geachte Raad, Het bestuur van de Stichting voor O penbaar Basisonderwijs Hilversum doet u onder verwijzing naar artikel 48, lid 6 sub d, van de Wet op het Primair Onderwijs bijgaand de meerjarenbegroting 2024-2027 ter goedkeuring toekomen. Uw goedkeuring ziet STIP met vertrouwen tegemoet. Leonie van Meeteren Lid College van Bestuur Stip Hilversum
Bijlage: Meerjarenbegroting 2024-2027
STIP• Stichting Openbaar Basisonderwijs Hilversum • • • •
Oude Enghweg 2, 1217 JC Hilversum tel: 035 - 622 13 70 e-mail: info@stiphilversum.nl www.stiphilversum.nl
1
stip
[
�
Openbaa 8 s1sonder ijs Hilversum
Meerjarenbegroting 2024-2027
College van Bestuur Stip Hilversum December 2023
1
Inhoud 1
Inleiding ........................................................................................................................................... 3
2
Samenvatting................................................................................................................................... 5
3
4
2.1
Meerjarenbegroting ................................................................................................................ 5
2.2
Meerjarenbalans ..................................................................................................................... 7
2.3
Liquiditeitsprognose ................................................................................................................ 8
2.4
Ontwikkeling kengetallen ........................................................................................................ 9
Baten ............................................................................................................................................... 9 3.1
Rijksbijdragen ........................................................................................................................ 10
3.2
Overige overheidsbijdragen .................................................................................................. 11
3.3
Overige baten ........................................................................................................................ 11
Lasten ............................................................................................................................................ 11 4.1
Personeelslasten ................................................................................................................... 11
4.2
Investeringen ......................................................................................................................... 12
4.3
Huisvestingslasten ................................................................................................................. 12
4.4
Overige lasten........................................................................................................................ 13
5
NPO-Middelen ............................................................................................................................... 13
6
Onzekerheden ............................................................................................................................... 14
7
6.1
Ontwikkeling Taalschool ........................................................................................................ 14
6.2
Energielasten ......................................................................................................................... 14
6.3
Huisvesting ............................................................................................................................ 15
6.4
Bekostiging ............................................................................................................................ 15
6.5
Krapte op de arbeidsmarkt .................................................................................................... 15
6.6
Verzuim.................................................................................................................................. 16
Update actieplan en taakstelling 2024 .......................................................................................... 16 7.1
Update actieplan ................................................................................................................... 16
7.2
Taakstelling 2024 ................................................................................................................... 17
Bijlage 1
Verwerking groot onderhoud ............................................................................................ 19
Bijlage 2
Toelichting op kengetallen ................................................................................................ 22
Bijlage 3
Deelbegrotingen ................................................................................................................ 23
2
1
Inleiding
Dit document bevat de meerjarenbegroting van Stip 2024-2027. Deze begroting is opgesteld aan de hand van het vigerende al locatiebeleid (2022). De begrotingsbrief 2024 die in juni 2023 met de diverse gremia gedeeld is, beschrijft dit beleid op hoofdlijnen evenals de actuele en toekomstige ontwikkelingen en het proces waarlangs de begroting tot stand komt. De toelichting op de begroting beperkt zich daarom tot een toelichting op het financiële beeld van de komende jaren en de uitdagingen die daarbij horen. De grootste wijziging in de begrotingssystematiek vanaf 2023 komen voort uit de volgende uitgangspunten (zie ook allocatiebeleid en begrotingsbrief 2024):
•
Toekenning van baten en lasten aan de kostenplaats waarop ze betrekking hebben.
•
Toekenning van de middelen aan scholen wordt afgeleid uit de beschikkingen van het reguliere budget en de oormerking (werkdrukmiddelen, arrangementen, geoormerkte subsidies), ook wel inputbudgettering genoemd.
•
Schooldirecteuren zijn vanaf 2023 verantwoordelijk voor hun schoolbudget. Het bestuur is eigenaar van het bovenschoolse budget, het budget voor gezamenlijke activiteiten. Hieronder vallen de uitgaven voor de raad van toezicht, het bestuur, het bestuurskantoor en de centrale uitgaven zoals gedefinieerd in het allocatiemodel.
•
De totale bekostiging dient maximaal te worden aangewend voor het primaire proces: het realiseren van goed openbaar basisonderwijs voor de leerlingen en goed werkgeverschap voor de medewerkers.
Langs bovenstaande uitgangspunten zijn deelbegrotingen (baten, kosten, resultaat) per school/entiteit opgesteld. De systematiek van inputbudgettering bepaalt welke middelen naar welke scholen gaan. De huisvestingslasten en bovenschoolse lasten (incl. personele uitgaven inzake vervanging tijdens verzuim en verlof) worden gezamenlijk bekostigd via een afdracht op het leerling tarief van de basisbekostiging. Met deze werkwijze wordt de omvang van de gezamenlijke lasten ook zichtbaar en vergroten we het inzicht in de financiële situatie. Het vergroten van inzicht draagt volgens ons bij aan ons streven, een doelmatige en verantwoorde besteding van onderwijsmiddelen. Voor de begroting 2024 presenteren we een licht negatief resultaat, in lijn met de in mei goedgekeurde meerjarenbegroting 2024-2026. De meerjarenbegroting 2025-2027 toont een nulresultaat voor de komende jaren. Dit resultaat ontstaat mede als gevolg van een ingeboekte taakstelling in de jaren 2024 en 2025. Een nadere toelichting op de inspanningen en de taakstelling volgt in hoofdstuk 7. Als CvB zien wij het nieuwe kalenderjaar vol vertrouwen tegemoet. Want samen met elkaar hebben wij in 2023 de nodige uitdagingen het hoofd geboden.
In 2024 gaan wij (opnieuw) gericht aan de slag met het realiseren van een gezondere bedrijfsvoering gericht op de financiële continuïteit Stip en een doelmatige en verantwoorde besteding van onderwijsmiddelen. Want onderwijs, daar gaat het om!
3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een samenvatting van de meerjarenbegroting van Stip te vinden. Hierin wordt het meerjarenbeeld op hoofdlijnen toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt nader gekeken naar de baten, terwijl in hoofdstuk 4 de lasten centraal staan. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de NPO-middelen toegelicht. In hoofdstuk 6 beschrijven we de onzekerheden van de begroting 2024. Hoofdstuk 7 sluit tenslotte af met een doorkijk op de verwachte realisatie van de acties uit het actieplan (mei 2023) en de taakstelling voor 2024.
Hilversum, december 2023 Caroline van Veen en Leonie van Meeteren College van Bestuur Stip Hilversum
4
Samenvatting
2
Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de meerjarenbegroting op hoofdlijnen, de hoofdstukken 3 en 4 beschrijven de meerjarenbegroting in meer detail.
2.1
Meerjarenbegroting
Tabel 1 geeft de meerjarenbegroting 2024-2027 op stichtingsniveau weer. De inzet van de bestemmingsreserves voor NPO-gelden, het koersplan en de bestemmingsreserve privaat zijn in deze tabel als drie losse regels verwerkt. Begroting 2023
Prognose 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Baten Rijksbijdragen Overige overh ei dsbijdr agen Overige baten
28.826.000 749.000
29.949.000
28.864.000 733.000
28.591.000 733.000
28.810.000 733.000
2.035.000
799.000 2.195.000
2.542.000
2.489.000
2.491.000
29.065.000 733.000 2.493.000
Totale baten
31.610.000
32.943.000
32.139.000
31.813.000
32.034.000
32.291.000
Lasten Persone elslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten
27.135.000 773.000 2.421.000
29.176.000 757.000 2.521.000
27.836.000 833.000 2.528.000
26.857.000 836.000 2.531.000
26.736.000 856.000 2.535.000
27.030.000 811.000 2.538.000
2.352.000
2.302.000
2.142.000
2.072.000
2.077.000
2.082.000
Tota al lasten
32.681.000
34.756.000
33.339.000
32.296.000
32.204.000
32.461.000
Saldo baten en lasten Saldo financiële baten en lasten
-1.071.000
-1.813.000
-1.200.000
-483.000
-170.000
-170.000
-3.000
107.000
220.000
170.000
170.000
170.000
Totaal resultaat
-1.074.000
-1.706.000
-980.000
-313.000
0
0
583.000 -400.000
10.000 -270.000
-534.000 -150.000
-313.000
0
0
NPO resulta at Ko ersplan Bestemmingsr es erve privaat Gecorrigeerd resultaat
-109.000
-1.257.000
-1.446.000
-187.000
0
Tabel 1: Meerjarenbegroting Stip 2024-2027
Hieronder worden enkele bijzonderheden uitgelicht: •
De rijksbijdragen zijn in 2024 lager begroot dan de huidige prognose voor 2023. Hieraan liggen verschillende redenen ten grondslag. Allereerst worden met ingang van schooljaar 23/24 geen NPO-middelen ontvangen. Daarnaast is de regeling bekostiging asielzoekers en overige vreemdelingen aangepast, waardoor een lager bedrag wordt ontvangen voor dit onderdeel . O ok kan Stip in 2024 geen aanspraak maken op groeigelden, daar waar dit in 2023 wel het geval was in verband met een grote toename aan leerlingen als gevolg van de toestroom van O ekraïense kinderen. De overige baten nemen toe door onder andere hogere ouderbijdragen op de IPS en hogere baten op scholen (boekingswijziging ten opzichte van 2023, hier staan ook lasten tegenover).
5
•
•
•
•
• • •
De personeelslasten zijn in 2024 lager ten opzichte van 2023 doordat er minder fte's worden ingezet (zie 4.1). Dit sluit aan bij de taakstellingen op een aantal scholen en een lagere inzet vanuit NPO-middelen. Vanaf 2024 zijn de NPO-middelen zoals benoemd geen onderdeel meer van de bekostiging. De NPO-middelen kunnen echter wel tot en met juli 2025 worden uitgeven. De hiervoor opgebouwde bestemmingsreserve wordt ingezet om deze NPO-lasten te dekken. In hoofdstuk 5 wordt de besteding van de NPO-middelen nader toegelicht. Toekomstige CAO verhogingen zijn in de begroting 2024 niet meegenomen. Aan de batenkant is de bekostiging die hier tegenover staat ook niet begroot. Per saldo leidt een toekomstige CAO verhoging daardoor niet tot een afwijkend resultaat. De CAO verhoging van 2023 is vanzelfsprekend wel volledig verwerkt. Er is in 2024 geen verhoging meegenomen bovenop de basisbekostiging. In 2023 was 1 procent extra baten meegenomen uitgaande van de ervaring in voorgaande jaren. Deze extra baten zijn uiteindelijk niet gerealiseerd in 2023 . Gelet op de huidige berichtgeving vanuit de overheid en de sectorraden over bezuinigingen en de onlangs gecommuniceerde prijsbijstelling voor 2023, verwachten wij geen extra baten te zullen ontvangen en is besloten om in de meerjarenbegroting 2024-2027 hier ook geen rekening mee te houden.
Vanaf augustus 2023 heeft Villa Vrolik een eigen brinnummer. Dit leidt in de begroting van 2024 (en daarna) tot extra inkomsten voor Stip. De huisvestingslasten zijn gestegen ten opzichte van de begroting van 2023. Op basis van de gerealiseerde kosten in 2023 hebben we de huisvestingslasten voor 2024 bijgesteld. De overige lasten zijn lager ten opzichte van 2023 doordat de incidentele kosten voor het koersplan uiteindelijk wegvallen.
Tabel 2 toont de onderliggende begrote resultaten per kostenplaats. We zien nog steeds verschillen in het begrote resultaat, al zijn de verschillen kleiner geworden ten opzichte van vorig jaar. In bijlage 2 zijn de onderliggende deelbegrotingen per school terug te vinden. School
JvR Fabritiusschool Goudenregenschool De Wijde Blik Elckerlyc Vondelschool Sterrenschool Lelyschool De Windkanter De Taalschool Lorentzschool De Gooise Daltonschool Violenschool IPS Hilversum Villa Vrolik Bestuursbureau Bovenschools Totaal
i► 1►
i►
1► 1► 1 1► 1 1► 1►
i► 1►
i►
1► 1►
2024
2025
2026
2027
(84.036 €6.783 (2.741 -€62.121 -(69.170 -(6.629 -(61.798 -€1.360 -(1S4.331 €25.678 (21.099 -€32.806 €32.890 -( 182.231 (101.019 €0 -(150.000
(0 €0 (0 €0 €0 €0 (0 €0 (0 €0 (0 €0 €0 €0 (0 (0 (0
(0 €0 (0 (0 (0 €0 (0 €0 (0 (0 €0 €0 €0 (0 €0 €0 €0
(0 €0 (0 €0 (0 €0 €0 €0 (0 €0
-(446.200
(0
(0
(0
(O
€0 (0 €0 €0 €0 €0
Tabel 2: Begrote resultaten per kostenplaats. Het betreft de resultaten exclusie{NPO- uitgaven. Het eindresultaat voor 2024 in deze tabel is afwijkend van het gecorrigeerd resultaat in tabel 1 omdat in deze tabel niet gecorrigeerd is voor het koersplan en het aanwenden van de private reserve voor de /PS.
Opmerking: in lijn met het allocatiebeleid en overeenkomstig de werkwijze voor de begroting 2023 is een interne vaste voet gecreëerd (€ 59.000), en aangewend voor de Wijde Blik. De Wijde Blik heeft
6
geen eigen brinnummer, de school ontvangt daardoor geen kleine scholentoeslag vanuit het rijk. De interne vaste voet compenseert hiervoor. We streven uiteindelijk naar een nulbegroting voor elke school in de komende jaren. Op deze manier komt de inputbekostiging het meest tot zijn recht (doelmatig aanwenden van middelen voor openbaar basisonderwijs). In 2023 zijn de eerste stappen in deze richting gezet, en 2024 is een vervolg hierop met schoolresultaten die nog dichter naar een nulresultaat bewegen. Net als in 2023 geldt dat de begroting kader stellend is. Dit houdt in dat de begrote resultaten alleen positiever mogen uitvallen. Gezamenlijke kosten (bovenschoolse afdracht per leerling)
Binnen Stip worden bovenschools een aantal centrale activiteiten bekostigd. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld de huisvestingskosten, de kosten voor de vervangingspool en de kosten voor het stafbureau. 1 Deze kosten worden door alle scholen samen gedragen middels een afdracht per leerling. Hieronder staat de afdracht per leerling in 2024 vergeleken met 2023. • •
Afdracht 2023: € 1.494 per leerling Afdracht 2024: € 1.345 per leerling
Er is een daling in 2024 zichtbaar ten opzichte van de afdracht per leerling in 2023. Deze daling komt onder meer doordat bovenschools het schatkistbankieren is ingevoerd hetgeen leidt tot extra rentebaten (€ 225.000 rente) en doordat de loonkosten op het stafbureau zijn afgenomen (ondanks de 10 % CAO stijging). De bovenschoolse afdracht voor de huisvestingslasten bedraagt in 2024 €651 per leerling. De afdracht voor alle overige lasten bedraagt € 694 per leerling in 2024.
2.2
Meerjarenbalans
Onderstaande tabel toont de meerjarenbalans van Stip, uitgaande van de opgestelde meerjarenbegroting 2024-2027. • r�.1il � ,
1;;vaste activa Ma,enele vas:e ac:,va Totaal vaste activa ACTIVA
Vorderingen Liquide middelen
VLOTTENDE ACTIVA
Totaal vlottende activa PASSIVA
Algemene reserve Bestemmingsreserves privaat Bestemmingsreserves publiek EIGEN VERMOGEN
'°'c<-:lr•�
4.613.000 4.613.000
4.508.000 4.508.000
4.355.000 4.355.000
9.952.000
8.651.000
7.324.000
1 445.000 8 507.000
•••
5 477.000 346 000 2.218.000
945.000 7.706.000 •
1
• ••
4.031.000 346.000 1.958.000
1
1
..
3 044 000 237 000 1 274 000
4.098.000 4.098.000 845 000 6 173.000
845 000 6 479.000
.
"'
-
.
..
3 044 000 237.000 961.000
J
,"-l!?,
3.908.000 3.908.000
3.683.000 3.683.000
6.908.000
•••
7.103.000
3.044.000 237.000 961.000
3.044 000 237.000 961 000
845.000 6.063 000
7.018.000 '1
'ïJ.)':.�!B1�:
•
�
845 000 6 258 000
Totaal eigen vermogen
8.041.000
6.335.000
4.555.000
4.242.000
4.242.000
4.242.000
V : OORZIENINGEN ! KORTLOPENDE SCHULDEN
1.660.000
2.160.000
2.760.000
2.610.000 •
2.310.000
2.280.000
4.864.000
4.664.000
4.364.000
4.264.000
4.264.000
•
• ••
4.264.000
•
... ..
.
...
• ••
. •••
Tabel 3: meerjarenbalans Stip
•
..
•
1 In het allocatiebeleid kan een complete opsomming worden gevonden.
7
De komende jaren neemt het eigen vermogen allereerst af doordat (bestemmings)reserves worden aangewend om het gerealiseerde verlies in 2023 op te vangen. Daarnaast worden de daartoe bestemde reserves ingezet voor het dekken van de kosten die gemoeid zijn met het realiseren van het koersplan en de resterende NPO-activiteiten. Tot slot leidt een vermogensmutatie als gevolg van een wijziging in de totstandkoming van de voorziening groot onderhoud ertoe dat het eigen vermogen in 2024 verder afneemt. Naar verwachting bedraagt deze afname als gevolg van de vermogensmutatie €800.000. Zie voor meer informatie bijlage 1 en hoofdstuk 4.3. Aanvullend op bovenstaande is het belangrijk om te vermelden dat in de gepresenteerde meerjarenbalans nog een bestemmingsreserve zichtbaar is van €1.066.000 in 2026. Deze bestemmingsreserve is grotendeels opgebouwd uit NPO-middelen (€749.000). NPO-middelen kunnen echter tot en met schooljaar 24/25 worden ingezet, waardoor vanaf 2026 geen sprake meer kan zijn van een NPO-reserve. Het eigen vermogen neemt naar alle waarschijnlijk in 2026 verder af. Momenteel is echter nog niet duidelijk hoe deze NPO-middelen in 2025 ingezet gaan worden, als gevolg waarvan deze reserve nog niet kan worden ingeboekt.
2.3
Liquiditeitsprognose
In navolging van het eigen vermogen, is de daling ook zichtbaar in de liquide middelen.
�
[li>:-rr!'
wTI
Ml],
mn
mr\
Kasstroom uit operationele
activiteiten Saldo exploitatie Afschnr,ingen Vordenngen Kortlopende schulden Mutaties voorzien ingen
€ € € € €
980 000833 000 100 000 300 000200 000-
€ € € € €
313 000836 000
€ € € € €
100 000150 000€
273 000
680 000
€
€ 1.227.000-
€
€
547 000-
€
€ € € € €
856 000
300 000€
556 000
579 000
€
306.000-
€
811 000
30 000€
781 000
666 000
€
586 000
110.000-
€
195.000
Kasstroom uit investeringsactiviteiten (Oes)inv mat vaste activa
€
680 000
Mutatie liquide middelen
Beginstand liquide middelen Mutatie liquide middelen Eindstand liquide middelen
€
€ 7 706 000 € 1 227 000-
579 000
€
€ 6 479 000 € 306 000€ 6.479.000
666 000
€
€ 6 063 000 € 195 000
€ 6 173 000 € 110 000€ 6.173.000
586 000
€ 6.063.000
€ 6.258.000
Tabel 4: Liquiditeitspragnase
In de liquiditeitsprognose zien we een lichte afname van liquide middelen in de periode 2024-2027. Dit komt met name door het aanwenden van de koersplanreserve (2024) en de NPO-reserve (2024 en 2025). Mogelijk nemen de liquide middelen verder af door de verdere afbouw van de NPO-reserve. Daarna ontstaat er een stabiel beeld. De liquiditeitsprognose keert jaarlijks terug en zal worden bijgesteld waar nodig.
8
2.4
Ontwikkeling kengetallen
Voor onderwijsinstellingen is een aantal kengetallen relevant voor de bedrijfsvoering. Stip gebruikt primair de kengetallen signaleringswaarde, weerstandsvermogen, current ratio en rentabiliteit, zoals ook is beschreven in het onlangs vastgestelde financieel beleid (juli 2023). De overige kengetallen, solvabiliteit en personele kosten, worden wel berekend, maar daarop wordt primair niet gestuurd. Solvabiliteit is een veelvuldig gebruikt kengetal, maar voor besturen in het primair onderwijs is het meestal minder relevant, aangezien zij nauwelijks bankkredieten kunnen verkrijgen. Voor de kengetallen liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit zijn de normen die Stip hanteert een afgeleide van de waarden die de Inspectie van het Onderwijs bij haar toezicht gebruikt voor het signaleren van potentiële financiële risico's. Voor de overige kengetallen geldt dat Stip de normen van de PO-Raad overneemt (zie ook de uitgebreide toelichting in bijlage 2). Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de kengetallen zien op basis van de meerjarenbegroting 2024-2027.
Kengetal Signaleringswaarde Weerstandsvermogen Current Ratio Rentabiliteit Solvabiliteit Personele kosten
Norm
<1 >5% >0,75 0 >30% <90%
2022 1,26 12%
2023
2024
2025
2026
2027
0,96 6%
0,72
0,70 0%
0,72
0,75 2%
1,85
2,05 -2.4% 67%
65%
83%
88%
-5,2%
1% 1,68 -3,0% 63% 87"/4
1,65 -1,0%
1% 1,62
1,67
62%
0,0% 61%
0,0% 60%
84%
83%
84%
Tabel 5: ontwikkeling kengetallen uitgaande van de MJB 2024-2027
In grote lijnen laten de kengetallen een gezond beeld zien. De signaleringswaarde blijft in lijn met de norm. De rentabiliteit herstelt onder invloed van inspanningen uit de organisatie. De solvabiliteit en liquiditeit zien er sterk en stabiel uit. De personele kosten laten ten opzichte van de totale baten een piek zien in 2023 en 2024, wat aansluit bij de inzet van (extra) personeel op NPO middelen. Het weerstandsvermogen laat een dalend beeld zien, met in 2025 (tijdelijk) een O waarde. Dit dalende beeld ontstaat in relatie tot een dalend eigen vermogen als gevolg van een daling in de NPO reserves en een eenmalige vermogensverschuiving n.a.v. de wijziging verwerking groot onderhoud. We zien op langere termijn het weerstandsvermogen weer herstellen.
3
Baten
In dit hoofdstuk worden de baten in de meerjarenbegroting meer in detail toegelicht. Deze baten ontstaan gekoppeld aan de leerlingaantallen en de leerling populatie. In tabel 5 zijn deze leerlingaantallen te vinden.
9
Tabel 5: De leerlingaantal/en ap schoolniveau met prognoses voor de komende jaren. De teldatum voor de bekostiging is hierin het uitgangspunt. Doar de aude systematiek zijn de cijfers vaar de jaren 2020-2021 afwijkend (teldatum 1 aktaber).
3.1
Rijksbijdragen
De rijksbijdragen zijn in 2024 qua hoogte gelijkwaardig aan 2023. Ook in de jaren daarna is een stabiel beeld te zien. Desondanks zijn er verschillende veranderingen ten aanzien van de rijksbijdragen ten opzichte van 2023. Allereerst werden in 2023 nog tot en met juli NPO-middelen ontvangen (€ 1.200.000). Vanaf schooljaar 23/24 worden geen NPO-middelen meer ontvangen. In 2024 is het basisbedrag per leerling toegenomen door de prijsbijstelling van de bekostiging aansluitend bij de gerealiseerde CAO verhoging (€ 2.200.000). De tijdelijke regeling aanvullende bekostiging voor asielzoekers en overige vreemdelingen is per 1 augustus 2023 gestopt. Vanaf dat moment geldt de voorgaande regeling van voor de situatie met de NPO-middelen . Dit gaat gepaard met minder inkomsten voor de Taalschool, in combinatie met een lager leerlingaantal op de Taalschool(€ 300.000). In 2023 was mede door de groei op de Taalschool een bedrag van € 700.000 aan groeigelden begroot. In 2024 kan Stip geen aanspraak doen op eventuele groeigelden omdat het leerlingaantal naar verwachting niet in de hiervoor noodzakelijke omvang stijgt. Voorts wordt zoals eerder genoemd in 2.1 in 2024 extra bekostiging ontvangen voor het eigen brinnummer van Villa Vrolik. Dit zorgt structureel voor extra baten(€11 4.000 vaste voet voor het brinnummer).
Daarnaast ontvangt Stip in 2024 ook incidenteel€191 .000 doordat de Villa Vrolik als 'nieuwe school' eenmalig bekostigd wordt op basis van T(1 -2-2024) i.p.v. T-1 (1-22023). Doordat het leerlingaantal op T hoger is dan op T- 1 door de groei bij Villa Vrolik wordt meer bekostiging ontvangen. Vanaf 2025 zal ook voor de Villa Vrolik weer T-1 van toepassing zijn. Als laatste ontvangt Stip minder middelen vanuit de overgangsbekostiging (€ 1 20.000 lager dan in 2023). Deze overgangsbekostiging komt voort uit de ingevoerde vereenvoudiging van de bekostiging. Zoals beschreven in de eerder gedeelde notitie ( april 2022) is het negatieve effect van deze vereenvoudiging€ 400.000 voor Stip in 2026.
10
3.2
Overige overheidsbijdragen
De overige overheidsbijdragen betreffen de gemeentelijke bijdragen. De belangrijkste bijdragen in 2023 zijn: Eerste opvang onderwijs(€ 435.000) Maatwerkplannen(€ 112.000) Klokurenvergoeding gymzalen(€ 145.000) In de meerjarenbegroting zijn deze bedragen gelijk gehouden aan 2024. Jaarlijks wordt in de begroting een nieuwe analyse gemaakt van de gemeentelijke bijdragen.
3.3
Overige baten
De overige baten bestaan grotendeels uit de ouderbijdragen van de IPS (€ 1.975.000 in 2024). Daarnaast bestaan de overige baten uit huuropbrengsten (€ 245.000) en overige baten zowel op de scholen (€ 120.000) als bovenschools (€ 150.000).
4
Lasten
4.1
Personeelslasten
De personeelslasten van Stip nemen in 2024 toe doordat de CAO primair onderwijs in de zomer van 2023 is verhoogd met 10%. Daarentegen neemt het aantal fte's (de bezetting) af doordat de NPO middelen vanaf schooljaar 22/23 niet meer ontvangen worden en in lijn daarmee ook de uitgaven afgebouwd gaan worden. Parallel hieraan hebben we te maken met een vereenvoudiging van de bekostiging vanaf 1 januari 2023. We verwachten voor Stip een negatief effect van €400K (meetmoment voorjaar 2022). Dit nadelige effect landt in een periode van 3 jaar door de inzet van een overgangsregeling(75/25, 50/50, 25/75). Aan de hand van taakstellingen wordt gewerkt aan een het herstel van de balans tussen inkomsten en uitgaven op de verschillende scholen van Stip. Dit zien we ook terug in de verwachte bezetting van 2025. De personele bezetting binnen Stip ziet er in de meerjarenbegroting als volgt uit: Personeelsgroep
Directie Onderwijsondersteunend personeel -Onderwijzend personeel
,___ Totaal
-
Gem. WTF Loonkosten Gem. WTF Loonkosten Gem. WTF Loonkosten Gem. WTF Loonkosten
2023 17,9 €2.071.030 60,7 €3.272.169 237,9 €20.165.413 316,5 €25.508.612
2024 19,2 €2.413.785 61,0 €3.763.825 213,7 €19.739.577 293,9 €25.917.187
2025 19,2 €2.455.137 53,7 €3.330.362 209,0 €19.626.710 281,9 €25.412.209
2026 19,2 €2.455.137 53,7 €3.330.362 208,8 €19.626.710 281,7 €25.412.209
2027 19,2 €2.455.137 53,7 €3.330.362 208,8 €19.626.110 281,7 €25.412.209
Tabel 6: Personele bezetting Stip
In de personeelslasten zijn ook (pool)vervanger5 begroot. Stip is eigenrisicodrager bij het Vervangingsfonds en moet dus zelf de vervanging van zieke leerkrachten organiseren. Het huidige 11
verzuimpercentage (ruim 7%) en de situatie op de arbeidsmarkt maakt inhuur van externen noodzakelijk. Daarom is de post personeelslasten voor de loonkosten derden verhoogd in 2024.
4.2
Investeringen
De afschrijvingen zijn gebaseerd op de investeringsopgave van de scholen. Hieronder staan de investeringen voor de komende jaren: 0 5
0
000
·s: ooo
47 500
5000
000
OLP
73 750
1 3 750
- 000 00
5 500
To
80 450
57 750
5500
5500
024 B ICT
B
8
2027 B 1l ' 000
Tabel 7: Investeringen voor de komende jaren
In 2023 is toegewerkt naar onderliggende investeringsplanningen voor de verschillende categorieën van investeringen. De verwachting is dat deze investeringsplanningen eind 2023 definitief worden opgeleverd. Daarmee ontstaat een meerjareninvesteringsplan wat als onderlegger zal dienen voor de inschatting van de investeringen in een meerjarenperspectief. Ook zorgt een dergelijke planning voor een meer planmatige besteding van de investeringsmiddelen en duidelijkheid over het moment waarop welke school welke investeringen kan doen.
4.3
Huisvestingslasten
De huisvestingslasten zijn in de begroting van 2024 verhoogd ten opzichte van de begroting 2023. De verhoging zit onder andere in hogere energielasten en hogere exploitatiekosten. In de totstandkoming van de onderhoudsvoorziening is een wijziging opgetreden in verband met de wijziging regelgeving verwerking groot onderhoud. De voorziening is opgebouwd volgens de componentenmethode, waar eerder sprake was van een egalisatie methode. Voor verdere toelichting, zie bijlage 1. Stip reserveerde tot en met 2023 jaarlijks€ 700.000 voor de bekostiging van groot onderhoud. Vanaf 2024 wordt dit naar verwachting€ 300.000. Dit bedrag komt voort uit het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) en moet ervoor zorgen dat de schoolgebouwen goed onderhouden, ook in de toekomst. De post dagelijks onderhoud wordt verhoogd naar€ 560.000 (t.o.v.€160.000 in 2023), omdat er als gevolg van de wijziging in de opbouw van de voorziening, meer kosten via de exploitatie gaan lopen en minder vanuit de voorziening. Per saldo zien we dat het totaal bedrag wat gemoeid is met beheer en onderhoud ten opzichte van voorgaande jaren nagenoeg gelijk is gebleven. De gewijzigde opbouw van de voorziening heeft eenmalig tot gevolg dat de 'startpositie' van de voorziening op 1 januari 2024 verhoogd dient te worden. Deze verhoging bedraagt naar verwachting €800.000.
Komende periode wordt verder gewerkt om deze aanpassing correct te verwerken in de boekhouding. Deze aanpassing wordt via een vermogensmutatie verantwoord in de jaarrekening van 2024. 12
4.4
Overige lasten
De overige lasten zijn in de begroting van 2024 lager dan in de begroting van 2023. Dit komt doordat in 2023 en 2024 eenmalig bedragen zijn gereserveerd voor de realisatie van het koersplan van Stip. In 2023 was dit bedrag hoger dan in 2024 (€350.000 meer in 2023). Het koersplan is gericht op het verbeteren van de ondersteuning aan de scholen, zodat zij zich nog meer kunnen richten op het geven van goed openbaar basisonderwijs. De bedragen voor de realisatie van het koersplan worden onttrokken aan de gevormde bestemmingsreserve van Stip. Op schoolniveau bestaan de overige lasten enerzijds uit de bovenschoolse afdracht per leerling en anderzijds uit de kosten die gemaakt worden op de school voor onder andere ICT licenties, verbruiksmateriaal onderwijs, etc.
S
NPO-Middelen
In de schooljaren 21-22 en 22-23 hebben alle scholen in het primair onderwijs extra middelen ontvangen in verband met het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Hieronder is samengevat hoeveel NPO-middelen de scholen samen ontvangen gedurende de looptijd van deze subsidie. Daarnaast is opgesomd welke (deels verwachte) lasten hier tegenover staan. In de laatste kolom staat het begrote nog niet uitgegeven deel hiervan, de reserve NPO. De NPO-middelen mogen ingezet worden tot en met schooljaar 24-25. NPO-baten
NPO-lasten
NPO-reserve per 31-12
2021 2022 2023
€ 993.000 € 2.294.000 € 1.228.000
€ 417.000 € 1.389.000 € 1.113.000
€ 576.000 € 1.481.000 € 1.596.000
Totaal
€ 4.515.000
€ 2.919.000
NPO-middelen kunnen zoals eerder genoemd tot en met juli 2025 worden uitgegeven. Deze uitgaven worden gedekt vanuit de hiervoor gevormde bestemmingsreserve. Vanwege de tijdelijke aard van de NPO-middelen monitoren de directeuren samen met ondersteuning van HR nauwgezet op welke scholen NPO-aanstellingen aflopen. Gelet op het steeds groter wordende lerarentekort en de uitstroom die we verwachten omdat een aantal personeelsleden de pensioen gerechtigde leeftijd bereiken, voorzien we hier geen risico's maar eerder kansen om deze personeelsleden te behouden voor Stip.
13
6
Onzekerheden
De opgestelde begroting bevat een overzicht van de te verwachten baten en lasten voor de jaren 20242027. Desondanks kampt Stip met verschillende onzekerheden die zich minder goed laten voorspellen en die in de realisatie 2024 kunnen gaan afwijken ten opzichte van de begroting. In dit hoofdstuk gaan wij kort in op deze onzekerheden en de manier waarop we deze onzekerheden hebben meegenomen in de (meerjaren)begroting. Ook worden deze onzekerheden waar nodig verwerkt in de onzekerhedenanalyse als onderdeel van de bestuursrapportage (BERAP).
6.1
Ontwikkeling Taalschool
De taalschool is in 2023 in leerlingaantal minder gegroeid dan vorig jaar om deze tijd werd gedacht. In plaats van 220 leerlingen, tellen we momenteel 195 leerlingen. De groei van de Taalschool staat in nauw verband met de situatie in de wereld. Zo heeft de oorlog in Oekraïne in 2022 geleid tot de opening van een tweede locatie. Ook in de toekomst is de taalschool in grote mate afhankelijk van de ontwikkelingen in de wereld. Het aantal leerlingen laat zich moeilijk voorspellen. In de begroting 2024 is uitgegaan van de teldatum 1 februari 2023, namelijk 211 leerlingen. Zoals reeds is benoemd in de begrotingstoelichting van 2023, hadden we eind vorig jaar te maken met een onzekerheid in de bekostiging van het taalonderwijs. Destijds was nog onzeker of de verruiming van middelen voor asielzoekers en overige vreemdelingen na 2023 zou doorlopen. Om die reden is reeds vorig jaar in de begroting vanaf 2024 een afbouw in deze middelen gehanteerd van €300.000. Inmiddels is zekerheid over de afbouw van de tijdelijke regeling en daarmee is ook de afbouw van deze middelen een feit en als zodanig (€300.000) gehandhaafd in de meerjarenbegroting. Een bijkomstige onzekerheid die ontstaat in het verlengde van bovenstaande, is de differentiatie in bekostiging voor de verschillende jaren dat een asielzoeker of overige vreemdeling in Nederland verblijft.
Voor het eerste jaar hanteert de overheid een tarief van €13.053 per asielzoeker en €4.055 per overige vreemdeling. Voor de tweedejaars asielzoekers hanteert de overheid een tarief van €1.963 per leerling. Voor tweedejaars vreemdelingen wordt geen extra bekostiging ontvangen. Naast het feit dat het aantal leerlingen lastig te voorspellen is, is het vooraf ook lastig te voorspellen wat de verblijfsduur van deze leerlingen is op het moment dat zij bij ons onderwijs volgen en hoe de verdeling tussen asielzoekers en overige vreemdelingen zal zijn. De realisatie van de Taalschool blijft daarmee onzeker, zelfs nu er duidelijkheid is over de bekostiging. Om te zorgen dat de financiële continuïteit van de Taalschool ook in de toekomst gewaarborgd kan worden, heeft het nieuwe directie duo van de Taalschool de opdracht gekregen om nader te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn.
6.2
Energielasten
Sinds de zomer van 2021 zijn de prijzen voor elektriciteit en gas fors gestegen. Ook voor de komende jaren blijven de energieprijzen onzeker. Stip is aangesloten bij het inkoopcollectief 'Energie voor scholen.' Na een wijziging van leverancier in 2023, heeft het collectief begin september aangegeven rekening te houden met een stijging in energielasten voor 2024. Zij gaan uit van een stijging in de 14
kosten voor elektriciteit van 30-35% en een stijging in kosten voor gas van 5-8%. In de meerjarenbegroting is rekening met deze stijging (€43K). De eerder aangekondigde signalen over compensatie van scholen gecompenseerd voor de stijgende energielasten, is helaas niet aan de orde. In de begroting is hier in termen van extra baten dan ook geen rekening mee gehouden.
6.3
Huisvesting
Zoals ook is gemeld in de begrotingstoelichting 2023, kent Stip op het gebied van huisvesting voor de komende jaren de nodige uitdagingen. Een aantal scholen zien hun groei zelfs stagneren als gevolg van knellende huisvesting. De huisvestingsportefeuille vraagt daarnaast ook om vernieuwing, aangezien het merendeel van de scholen van Stip zeer verouderd is. De verouderde huisvesting is vanuit meerdere perspectieven onwenselijk (onderwijs, luchtkwaliteit, onderhoudskosten). Wij zijn hierover in gesprek met de gemeente en werken parallel aan een strategisch huisvestingsplan (SHP) voor Stip. In de begroting 2024-2027 zijn de leerlingaantallen opgenomen die te realiseren zijn binnen de huidige beschikbare huisvesting. Er is in de leerlingenaantallen nog geen rekening gehouden met toekomstige uitbreiding van capaciteit, omdat het moment waarop deze uitbreiding plaatsvindt, vooralsnog onzeker is. Ook de aanwezige combinatie van scholen op eenzelfde brinnummer (dislocaties) zorgt voor een kostenverzwaring. Een verzelfstandiging zoals we hebben gerealiseerd voor Villa Vrolik in 2023, is na grondig onderzoek, helaas niet mogelijk gebleken voor de overige dislocaties .
6.4
Bekostiging
Het ministerie heeft de afgelopen jaren meerdere keren een verhoging van de bekostiging gedurende het kalenderjaar bekend gemaakt. Dit zorgde voor extra middelen gedurende het lopende begrotingsjaar die vooraf niet te voorzien waren. Om die reden hebben we voor begrotingsjaar 2023 1% extra baten ingeboekt. Gelet op de berichtgeving vanuit de overheid en de sectorraden over bezuinigingen en de onlangs gecommuniceerde prijsbijstelling voor 2023 is in de meerjarenbegroting 2024-2027 in afwijking van voorgaande jaren geen rekening gehouden met een verhoging van de basisbekostiging. Mochten deze extra baten zich wel aandienen (in het meest gunstige geval), dan zal dit leiden tot een afwijking in de realisatie ten opzichte van de begroting.
6.5
Krapte op de arbeidsmarkt
De afgelopen jaren is het steeds moeilijker geworden om voldoende geschikt personeel te vinden. Stip is daardoor genoodzaakt meer extern in te huren. Als gevolg hiervan stijgen de lasten voor inhuur derden. In de meerjarenbegroting is daarom rekening gehouden met een verschuiving €300.000 van kosten personeel in loondienst naar kosten inhuur derden.
15
6.6
Verzuim
Stip kent op dit moment een relatief hoog verzuim. Omdat Stip eigenrisicodrager is (niet verzekerd bij het vervangingsfonds) moet Stip de vervanging van het verzuim zelf opvangen. Dit is tegelijk een kans, want een lager verzuim betekent minder kosten. Op dit moment is in de begroting rekening gehouden met een mogelijk lager verzuim van 0,5% (€90.000). Mocht blijken dat het verzuim verder daalt (in het meest gunstige geval), dan zal dit in de realisatie leiden tot een afwijking ten opzichte van de begroting. Het begrote budget voor de vervanging is zoals eerder genoemd, geraamd op basis van 15 FTE.
7
Update actieplan en taakstelling 2024
Voor het ombuigen van de eerder getoonde negatieve financiële resultaten hebben we voorjaar 2023 een aantal acties geformuleerd. Deze acties vormden de onderlegger voor de bijstelling van de meerjarenbegroting 2024-2026. 2 Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de mate waarin deze acties zijn gerealiseerd en leiden tot een bijstelling in 2024 en de jaren erna. Ook beschrijft dit hoofdstuk welke ontwikkelingen zich nadien hebben voorgedaan lopende het kalenderjaar 2023. Het hoofdstuk sluit af met een toelichting op de taakstelling voor 2024.
7.1
Update actieplan
De voorgestelde acties om de financiële resultaten in meerjarenperspectief te verbeteren, zijn medio mei 2023 in gang gezet na goedkeuring van de RvT op de bijgestelde meerjarenbegroting 2024-2026. Inmiddels (6 maanden later) weten we aan de hand van informatie over de realisatie, beter in welke mate deze acties daadwerkelijk leiden tot extra opbrengsten ofwel extra besparingen in een meerjaren perspectief. Het effect van deze acties is nadrukkelijk gericht op de begrotingsuitdaging 2024-2026. De begroting 2023 is een begroting zonder taakstelling. In onderstaand overzicht zijn de verwachte besparingen en/of verwachte extra opbrengsten inzichtelijk gemaakt op basis van wat we nu weten.
Bijgestelde begroting
. Actie
Huidige prognose
MJB 2024-2026
2024
€200.000
( 125.000
C 150.000
C 25.000
-(300.000
-( 180.000
Bijstelling verwachte personeelsopbouw
-(20.000 -€200.000
-(80.000
Verzelfstandiging Villa Vrolik
006.000
Schatkistbankieren
C 150,000
Verhogen van de ouderbijdrage op de IPS Bijstelling aanvullende bekostiging asielzoekers & overige vreemdelingen Sturen op schoolbudget Verdeelsleutel bij de Gooise Daltonschool
-( 20.000 ( 290.000 C 225.000
Tabel 8: Overzicht realisatie acties uit 'bijgestelde meerjarenbegroting 2024-2026'
Kijkend naar bovenstaande, zien we dat de ingezette acties zich ten opzichte van de verwachting, zowel positief als negatief ontwikkelen. De verhoging van de ouderbijdrage op de IPS zal op basis van wat we 2 Zie ook het document 'bijgestelde meerjarenbegroting 2024-2026'
16
nu weten, voor 2024 neerwaarts moeten worden bijgesteld als gevolg van een lager leerlingaantal dan begin 2023 gedacht. Ook op de Taalschool zien we dat het leerlingaantal achterblijft ten opzichte van de verwachting, als gevolg waarvan ook de opbrengsten achterblijven. Daarnaast leidt het sturen op schoolbudgetten op dit moment tot een lagere besparing dan beoogd, tenzij hier voor het schooljaar 24/25 verder op wordt gestuurd. De verlaging in lasten op de Gooische Dalton verwachten we (ongewijzigd) te kunnen realiseren in 2024 op basis van wat we nu weten. De extra inkomsten de samenhangen met de verzelfstandiging van Villa Vrolik vallen hoger uit, doordat het brinnummer een jaar eerder is toegekend dan destijds werd verwacht en doordat in het kader van de regeling nieuwe scholen, de teldatum van de bekostiging voor deze school eenmalig een andere is. De bijstelling van de personeelsopbouw is in de meerjarenbegroting ongewijzigd doorgevoerd, in de zin dat de verwachting nog steeds is dat deze bijstelling het ingeschatte bedrag oplevert in termen van besparing. Voor kalenderjaar 2024 betekent dit een besparing van €80.000 (5/12 van €200.000). Tenslotte zien we op het onderdeel schatkistbankieren dat de opbrengsten hoger uitvallen als gevolg van een hogere rentestand dan eerder verwacht.
In meerjarenperspectief verwachten we, gezien de afname van liquide middelen, vanaf 2025 een vermindering van opbrengsten op dit onderdeel.
7.2
Taakstelling 2024
Naast de hierboven toegelichte realisatie van acties uit het actieplan, zien we in de praktijk ontwikkelingen die in financiële termen zowel mee- als tegenvallen. Het gaat dan bijvoorbeeld over een vermindering van opbrengsten voor onderwijsachterstandscores, een indexatie vanuit leveranciers voor 2024 die niet gedekt wordt door de prijsbijstelling, extra kosten die zijn gemaakt doordat een aantal medewerkers gebruik maken van de regeling vervroegd uittreden (RVU), etc. Ook is er sprake een verhoging van kosten, al dan niet tijdelijk, door de inzet van locatieleiders op de Fabritiusschool en de Sterrenschool. En tenslotte is er vanuit een groeiend financieel bewustzijn ook hard gewerkt aan kostenbesparingen, die leiden tot een verlaging in kosten. Al deze financiële plussen en minnen maken dat wij ten opzichte van het gestelde begrotingskader 2024 €700.500 negatief afwijken. Alleen door €700.500 te gaan besparen, kunnen wij binnen de gestelde kaders (zie bijgestelde meerjarenbegroting 2024-2026, gesteld kader voor 2024: €-187.000) blijven. Gelet op deze uitdaging, is op 31 oktober 2023 samen met directeuren gekeken naar oplossingen voor het geconstateerde tekort (verlies). Deze bijeenkomst heeft geleid tot een concreet plan met een opgave van €700.500. Aan de hand van deze taakstelling is de begroting 2024-2027 bijgesteld.
Onderstaand overzicht (tabel 10) maakt inzichtelijk hoe deze taakstelling door ons zal worden gerealiseerd. Per onderwerp is een raming afgegeven van het verwachte financiële effect na uitvoering. De optelsom van deze effecten voorziet in de benodigde besparing om het negatieve resultaat van Stip om te buigen richting een positiever, gezond resultaat wat zich bevindt binnen de kaders van de goedgekeurde meerjarenbegroting.
17
Financieel effect
School
Taakstelling
Lelyschool Taalschool
8� pilot wordt eind schooljaar stopgezet Groepsgrootte wordt verhoogd/ Ambulant personeel wordt teruggebracht
2024 ( 65.00'.l ( 150.00'.l
Taalschool
In het nieuw convenant met de gemeente wordt een indexatie meegenomen
( 70.00'.l
Gooise Daltonscho ol
Vanaf schooljaar 24/25 wordt met een instroomgroep gewerkt
(38.500
Vondelschool
Vanaf schooljaar 24/25 wordt met een instroomgroep gewerkt
08.500
Windkanter
Vanaf schooljaar 24/25 wordt met een instroomgroep gewerkt
(38.500
Goudenrengeschool
Vanaf 1 januari 2024 wordt met een las minder gewerkt
( 90.00'.l
Fabri tiusschool
Uittreding leerkrachten wordt opgevangen met jonge instroom
( 25.00'.l
Elckerlyc
Vanaf schooljaar 24/25 wordt met minder ondersteunend personeel gewerkt
( 20.00'.l
IPS Hilversum
Op de IPS worden de tees verhoogd/ wordt op personeel bespaard
( 50.00'.l
Stip
Opbrengsten vanuit het schatkistbankieren worden opgehoogd
( 25.00'.l
Stip Totaal
et verzuim wordt teruggebracht met 0,5%
( 90.00'.l ( 700.500
Tabel 10: Taakstellingen voor 2024
NB: In paragraaf 2.1 is in de meerjarenbegroting 2024-2027 vanaf 2025 een nulresultaat gepresenteerd. Dit resultaat is alleen mogelijk wanneer bovenstaande taakstelling ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Wij denken daarbij dat naast het realiseren van de taakstelling, bijstelling van het allocatiebeleid vanaf begrotingsjaar 2025 kan helpen om de verschillen tussen de scholen in termen van financieel resultaat, te verkleinen. In het traject 'evaluatie allocatiebeleid' wat gepland staat (koersplan) voor begin 2024, zal dit verder uitgewerkt worden.
18
Bijlage 1
Verwerking groot onderhoud
Betreft: Aan: Datum: Door:
Werkwijze verwerking groot onderhoud Stip Hilversum Patrick Snijders, accountant Eshuis 24-10-2023 Timo van Drieënhuizen (Adviseur Bedrijfsvoering)
Aanleiding
De voorschriften voor het verwerken van de kosten van het groot onderhoud in de jaarrekening veranderen per 1 januari 2024. Stip Hilversum (in vervolg Stip) heeft daardoor een keuze moeten maken voor het verwerken van de kosten van groot onderhoud: Activeren of het vormen van een voorziening. Stip heeft, zoals eerder besproken in een telefonisch overleg op 4 oktober, gekozen voor het vormen van een voorziening. In dit document wordt deze keuze kort toegelicht en vervolgens worden de uitgangspunten voor de vorming van deze voorziening besproken.
Context bij de keuze voor het vormen van een voorziening
De keuze van Stip voor het vormen van een voorziening wordt voornamelijk bepaald door de nadelen verbonden aan 'Activeren en afschrijven.' Het beschouwen van groot onderhoud als investering heeft een verhogend effect op de vermogenspositie, zoals die gepresenteerd wordt in de jaarrekening. Het is de vraag of dit een goed beeld geeft van de vermogenspositie. Een ogenschijnlijk hoger vermogen kan leiden tot een ruimer begrotingsbeleid. In werkelijkheid wordt Stip niet rijker door het activeren van groot onderhoud en niet armer door het vormen van een voorziening groot onderhoud. De presentatie in de jaarrekening roept echter wel deze beelden op. Bovendien zijn in de eerste jaren nauwelijks afschrijvingslasten zichtbaar in de exploitatie. Wederom leidt dit ogenschijnlijk tot ruimte in de begroting, terwijl in latere jaren juist omvangrijke afschrijvingslasten in de exploitatie terechtkomen. Dit gegeven combineert niet goed met de situatie waarin Stip zich momenteel bevindt, een situatie waarin we de nodige verbeteringen noodzakelijkerwijs doorvoeren in de bedrijfsvoering. Eind 2022 zijn we anders gaan alloceren, als gevolg waarvan meer inzicht is ontstaan in de bedrijfsvoering van de aangesloten scholen. We zien dat op onderdelen verbetering van de bedrijfsvoering noodzakelijk is.
De uitdagingen die daarbij horen zijn uitvoerig toegelicht in de begrotingstoelichting van de begroting 2023 en de bijgestelde meerjarenbegroting 2024-2026. Daar komt nog eens bij dat de budgetverantwoordelijkheid voor elke school vanaf 2023 is gedecentraliseerd, passend bij de gekozen besturingsfilosofie van Stip. Samengevat is er sprake van de nodige uitdagingen in de bedrijfsvoering en een gedecentraliseerd financieel management wat in de kinderschoenen staat. Een in onze ogen voorwaarde voor het verantwoord toepassen van de werkwijze 'activeren en afschrijven' is goed financieel management. Zonder een zekere mate van volwassenheid in het financieel management, kan activeren en afschrijven zorgen voor een ruimer begrotingsbeleid, waarmee de uitdagingen in de bedrijfsvoering onvoldoende geadresseerd worden en deze uitdagingen uiteindelijk richting de toekomst groter zullen worden.
19
Door te kiezen voor het vormen van een voorziening, sluiten we beter aan bij de context van Stip op de genoemde onderdelen.
Eisen aan de voorziening De Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving geven in RJ 212.445 e.v. nadere richtlijnen betreffende de wijze waarop de voorziening voor groot onderhoud gevormd moet worden. Deze eisen zijn als volgt: •
De toevoegingen aan de voorziening verlopen op basis van het geschatte bedrag per onderhoudscomponent en de periode die tussen de werkzaamheden voor groot onderhoud
•
Het bedrag dient op systematische wijze ten laste van de exploitatierekening aan de voorziening te worden toegevoegd.
•
De voorziening wordt bepaald tegen de nominale waarde.
•
Indien het prijsverloop daartoe aanleiding geeft, worden toevoegingen geïndexeerd of worden extra bedragen aan de voorziening toegevoegd.
•
De kosten van verricht groot onderhoud dienen te worden verwerkt ten laste van een onderhoudsvoorziening voor zover deze is gevormd voor de beoogde kosten. Indien de kosten van verricht groot onderhoud afwijken van de boekwaarde van de voor de betreffende onderhoudscomponent aangehouden voorziening, dient dit verschil in één keer te worden verwerkt in de winst- en verliesrekening
Onderhoudscomponent Zoals is genoemd, wordt de voorziening bepaald op basis van het geschatte bedrag per onderhoudscomponent. De vraag rijst hierdoor wanneer sprake is van een onderhoudscomponent. Stip heeft gekozen om hiervoor aansluiting te zoeken bij de indeling van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) zoals opgesteld door huisvestingsadviseur OCS. In beginsel betekent dit dat elke regel in het MJOP als component wordt aangeduid. Echter, in het MJOP wordt onderscheid gemaakt tussen uitgaven voor groot onderhoud, verduurzamingsmaatregelingen en klein onderhoud. Alleen het groot onderhoud dient via de voorziening groot onderhoud verwerkt te worden. In lijn met de PO-raad is besloten een ondergrens te stellen aan groot onderhoud. Uitgaven onder deze grens worden in de exploitatierekening verantwoord op het moment dat ze gemaakt worden. Belangrijk is dat deze grens niet zo hoog gesteld kan worden, dat daardoor een materiaal bedrag aan onderhoudsuitgaven buiten de voorziening wordt gehouden en rechtstreeks in de exploitatie terecht komt. Stip hanteert de volgende criteria (werkwijze) inzake de ondergrens voor de voorziening groot onderhoud: 1.
De minimale onderhoudscyclus voor de voorziening groot onderhoud is 5 jaar;
2.
Het (drempel)bedrag is tenminste €10.000 incl. BTW.
Deze criteria zijn opgesteld in samenwerking met OCS. Tijdens het opstellen van deze criteria zijn de volgende aspecten meegenomen:
>
Allereerst is gezocht
naar
een
ondergrens waardoor voorkomen
wordt
dat de
onderhoudsvoorziening bestaat uit frequent voorkomende onderhoudskosten. Naar mening
20
van Stip heeft groot onderhoud betrekking op alle werkzaamheden die eens in de zoveel jaar gedaan worden om een gebouw kwalitatief goed te houden. ,
Daarnaast is geprobeerd te voorkomen dat de voorziening groot onderhoud uit te veel componenten bestaat. In praktijk zullen de werkelijke uitgaven praktisch altijd afwijken van het voorziene bedrag voor de betreffende component. Het verschil tussen de werkelijke uitgaven en het bedrag dat voor de betreffende component in de voorziening zit moet ten guste dan wel ten laste van de exploitatie gebracht worden op het moment dat het onderhoud gepleegd wordt. Dit leidt tot een administratieve last die groter wordt naarmate de voorziening groot onderhoud uit meer componenten bestaat.
,- Ook is gezocht naar criteria die er niet toe leiden dat een materiaal bedrag aan onderhoudsuitgaven buiten de voorziening valt en rechtstreeks in de exploitatie terecht komt. Door te kiezen voor de huidige criteria meent Stip ook hierbij aan te sluiten. De opgestelde criteria leiden weliswaar ertoe dat relatief meer onderhoudsuitgaven in de exploitatie vallen, maar de aard van deze onderhoudsuitgaven is vaak frequent en qua omvang relatief klein. Belangrijk is om hierbij ook de omvang van Stip als schoolbestuur mee te nemen. Aangezien Stip een relatief groot bestuur is, ligt deze grens hoger dan bij kleinere schoolbesturen. ,- Tenslotte is bij het opstellen van de criteria rekening gehouden met de gevolgen van het effect op de financiële positie van Stip. Als gevolg van de stelselwijziging treedt een verschuiving op tussen het eigen vermogen en de voorziening van Stip. Ook hierin is gezocht naar een uitkomst die uit te leggen is naar alle relevante stakeholders.
Stopjaar voor ieder schoolgebouw Het is voor de hoogte van de voorziening daarnaast van belang dat voor ieder schoolgebouw een stopjaar wordt geraamd. Daarmee wordt voorkomen dat een voorziening wordt gevormd voor de vervanging van componenten nadat het gebouw waarschijnlijk niet meer in gebruik is bij Stip. Stip heeft hierover nauw contact met gemeente Hilversum en volgt voor de raming van de stopjaren de SHP planning zoals deze door ons is opgesteld en is overlegd met de gemeente. Daarbij wordt voor het bepalen van een stopjaar geen onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw of renovatie van een gebouw.
Als blijkt dat het verwachte stopjaar opschuift, is er sprake van een schattingswijziging en zullende toekomstige dotaties aangepast moeten worden. Een schattingswijziging wordt niet in één keer met terugwerkende kracht doorgevoerd, maar uitgesmeerd over de toekomstige dotaties.
Actualisatie MJOP
Bij de verwerking van de kosten van groot onderhoud is het MJOP bepalend. Dit vraagt een jaarlijkse interpretatie van het MJOP en vertaling naar de voorziening. Het uitstellen van groot onderhoud, of het naar voren halen ervan heeft immers direct consequenties voor de voorziening. Ook een hogere of juist lagere inschatting van de toekomstige kosten leiden tot aanpassing van de voorziening. Dit betekent dat een jaarlijkse beoordeling en een herberekening van de voorziening vereist is om deze betrouwbaar vast te kunnen stellen. Deze werkwijze wordt binnen Stip geborgd door dit onderdeel te maken van het begrotingsproces.
21
Bijlage 2
Toelichting op kengetallen
Onderstaande toelichting op de kengetallen is ook terug te vinden in het financieel beleid blz. 9 en 10. Signaleringswaarde
De Inspectie van het Onderwijs heeft een signaleringswaarde ontwikkeld voor toezicht op publiek eigen vermogen. Deze geeft een indicatie hoeveel publiek eigen vermogen een onderwijsinstelling maximaal mag hebben. Schoolbesturen die boven de signaleringswaarde zitten worden als 'te rijk' beschouwd. Een signaleringswaarde boven de 1,0 betekent dat er meer eigen vermogen aanwezig is dan de norm. Stip hanteert in het verlengde hiervan een bovengrens van 1. Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen is een andere indicatie voor het deel van de algemene reserves dat nodig is voor het afdekken van onvoorziene en niet-beheersbare risico's en wordt berekend volgens de formule: (eigen vermogen - boekwaarde materiële vaste activa)/rijksvergoedingen). De PO-Raad hanteert een norm van 5%. Stip hanteert in lijn met de PO-Raad een ondergrens van 5%. Current ratio
De current ratio geeft aan of Stip over voldoende liquiditeit beschikt zodat het aan haar verplichtingen op korte termijn kan (blijven) voldoen. De current ratio wordt berekend volgens de formule: Vlottende activa / vlottende passiva. De PO-Raad hanteert een norm van 0,75. Stip hanteert in lijn met de PO Raad als ondergrens 0, 75 en stelt geen bovengrens vast. Rentabiliteit
Dit kengetal geeft aan in welke mate de exploitatie van een organisatie rendeert. Voor Stip is dit kengetal op korte termijn ondergeschikt aan bovenstaande kengetallen. Rentabiliteit wordt berekend met de formule: Exploitatieresultaat uit gewone bedrijfsvoering/ totale baten. De actuele situatie binnen Stip vraagt om investeringen. Stip heeft eerder te veel dan te weinig reserve. Tegelijk stellen we dat voor de financiële continuïteit van de organisatie de aanwezigheid van reserves van belang is. In lijn met de Inspectie van het Onderwijs hanteert Stip een O resultaat als gewenste rentabiliteitsnorm.
Solvabi I iteit
De solvabiliteit geeft aan in welke mate er schulden staan tegenover de bezittingen van de stichting. De solvabiliteit wordt berekend volgens de formule: (eigen vermogen+ voorzieningen) / balanstotaal. Stip hanteert als ondergrens 30 %. Dat is tevens de grens die de onderwijsinspectie in haar toezicht hanteert. Er is geen bovengrens. De inspectie van het onderwijs hanteert de zogenaamde solvabiliteit 2, deze is gelijk aan 1, maar dan inclusief voorzieningen. Stip kiest ervoor om solvabiliteit 2 aan te houden.
Personele kosten
De ontwikkeling van de personele kosten wordt uitgedrukt in een percentage van de totale baten. Stip hanteert in lijn met de PO-raad een bovengrens van 90%.
22
Bijlage 3
Deelbegrotingen
In bijlage 2 zijn de deelbegrotingen van elke kostenplaats voor 2024 te vinden. Ook voor de deelbegrotingen geldt dat de gepresenteerde resultaten alleen mogelijk zijn wanneer bovengenoemde taakstelling ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt.
Jan van Rijckenborghschool Begroting
Begroting
2023
2024
Baten Rijksbijdragen
€694.593
€756.631
Overige baten
€14.000
€14.000
Totale baten
€ 708.593
€770.631
Personeelslasten
€507.382
€518.330
Afschrijvingen
€13.420
€11.317
Lasten
Huisvestingslasten
€45.654
€51.412
Overige lasten
€107.142
€105.535
Totaal lasten
€673.598
€686.594
Totaa I resultaat
€ 34.995
€ 84.036
Begroting
Begroting
2023
2024
Rijksbijdragen
€ 3.128.865
€3.134.623
O-..erige baten
€0
€17.000
Totale baten
€ 3.128.865
€3.151.623
Fabritiusschool
Baten
Lasten € 2.113.448
€2.292.172
Afschrijvingen
€83.045
€82.014
Personeelslasten Huis.estingslasten
€ 314.287
€ 299.361
O-..erige lasten
€524.932
€ 471.293
Totaal lasten
€3 035.712
€ 3.144.840
€ 93.153
€ 6.783
Totaal resultaat
23
Goudenregenschool Begroting 2023
Begroting 2024
Rijksbijdragen
€1.494.213
€1.489.906
Overige baten
€0
€0
Totale baten
€1.494.213
€1.489.906
Baten
Lasten €1.067.027
€1.086.453
Afschrijvingen
€49.825
€45.139
Personeelslasten Huisvestingslasten
€154.166
€143.823
Overige lasten
€249.170
€211.750
Totaal lasten
€1.520.188
€1.487.165
-€ 25.974
€ 2.741
Begroting 2023
Begroting 2024
Totaal resultaat
De Wijde Blik
Baten Rijksbijdragen
€827.656
€867.099
Overige baten
€0
€7.500
Totale baten
€827.656
€874.599
Personeelslasten
€663.583
€709.076
Afschrijvingen
€22.179
€24.326
Huisvestingslasten
€73.444
€74.189
Overige lasten
€133.156
€129.129
Totaal lasten
€892.362
€936.720
Totaal resultaat
-€ 64.707
-€ 62.121
Lasten
24
Elckerlyc Begroting
Begroting
Rijksbijdragen
€1.318.320
€1.336.679
Overige baten
€0
€0
Totale baten
€1.318.320
€1.336.679
€1.000.224