CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Collegebrief inzake Informeren over landelijke en regionale ontwikkelingen Jeugd(-zorg)

GEMEENTERAAD 2 april 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Stukken ten aanzien waarvan de voorzitter voorstelt deze voor kennisgeving aan te nemen44.842 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: RAADHUIS

Aan de gemeenteraad cc commissieleden cc pers

DUDOKPARK 1 TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL

27 februari 2025 ZAAKNUMM ER 1703399 BEHA NDELD DOOR Jorrit Bockting TELEFOON (035) 629 2698 DATUM

UW KENMERK

4 BETREFT Landelijke en regionale ontwikkelingen Jeugd(-zorg)

BIJLAGEN

Geachte raadsleden, Met deze collegebrief informeren wij u over recente ontwikkelingen in drie grote landelijke programma’s: • • •

Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (TKS); Het Integraal Zorgakkoord (IZA); Het advies deskundigheidscommissie Hervormingsagenda Jeugd.

Hieronder wordt u geïnformeerd over de ontwikkelingen in de drie programma’s. Daarna informeren wij u over de overeenkomsten die wij zien binnen deze ontwikkelingen en hoe wij deze duiden. Landelijk programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Op 30 maart 2021 hebben ministers Dekker en Blokhuis het Toekomstscenario voor Kind- en Gezinsbescherming (TKS) naar de Tweede Kamer gestuurd. Vanaf dit moment zijn er in 10 voorlopende regio’s toekomsttuinen gestart. Een toekomsttuin is een lerende omgeving, waarin professionals van Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en gemeenten door intensieve samenwerking hun kennis, ervaring en vaardigheden op het gebied van veiligheid bundelen. Binnen de toekomsttuin wordt geëxperimenteerd met de nieuwe beoogde werkwijze uit het TKS. In de Regio Gooi en Vechtstreek is, na de verbreding van de 10 voorlopende regio’s naar alle regio’s, in 2024 gestart met de uitvoering van het TKS. Op dit moment zijn er, zoals met u gecommuniceerd tijdens de raadsinformatiesessie op 9 december 2024, drie toekomsttuinen gestart in de Regio Gooi en Vechtstreek in de gemeentes Hilversum, Gooise Meren en Huizen. In de toekomsttuinen wordt de nieuwe werkwijze uit het TKS beproefd.

Binnen de nieuwe werkwijze wordt samengewerkt tussen het gemeentelijk lokaal team jeugd, zorgaanbieders, Gecertificeerde Instellingen (GI’s), Veilig Thuis en de Raad voor de kinderbescherming. Op 21 januari 2025 heeft de koepelorganisatie van de gecertificeerde instellingen (GI’s) gecommuniceerd aan staatssecretaris Struycken (Rechtsbescherming) en staatssecretaris Karremans (Jeugd, Preventie en

Sport) dat zij zich terugtrekken uit het landelijke programma TKS. De GI’s zijn het niet eens met de ontwikkelrichting die de staatssecretarissen in november gezamenlijk naar buiten brachten in de voortgangsbrief Jeugd van 5 november 2024. De richting is volgens de GI’s enkel een structuurwijziging en doet daarmee onvoldoende recht aan de verbetering van de bescherming van kinderen, gezinnen en huishoudens. Met deze beweging stapt een belangrijke partner uit een door het Rijk gestart landelijk programma. Daarnaast heeft het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT) (bijlage 3) ook gecommuniceerd dat zij zich ook terugtrekken uit het landelijke programma TKS. Onze lokale veiligheidspartners (Veilig Thuis, William Schrikker Stichting (GI), Leger des Heils (GI), de Jeugd en Gezinsbeschermers (GI)) hebben op 23 januari 2025 gezamenlijk gereageerd op het bericht van de koepelorganisaties van de GI’s en het LNVT om zich terug te trekken uit het landelijke programma TKS. Er is nadrukkelijk gecommuniceerd dat ze blijven participeren in de toekomsttuinen: Zowel de in de regio werkende GI’s (De Jeugd- en Gezinsbeschermers, De William Schrikker Stichting, Leger des Heils Jeugdbescherming/Jeugdreclassering) als Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek blijven participeren in de regionale toekomsttuin.

Wij staan met elkaar achter de gekozen uitgangspunten voor de regionale proeftuinen en blijven daarin samen optrekken. We willen ons blijven inzetten om in onze regio de noodzakelijke verbinding met het (veiligheids-)netwerk te verstevigen, de scope op 0-100 jaar te brengen en te houden, vanuit het uitgangspunt dat we doen wat voor inwoners goed is. We informeren u dan ook dat de genomen stappen door de koepelorganisaties geen direct effect hebben op onze toekomsttuinen. Integraal Zorgakkoord (IZA) De Algemene Ledenvergadering van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft op 29 november 2024 besloten uit het IZA te stappen. Bij de start van het IZA is door de VNG een aantal voorwaarden gesteld, zoals een oplossing voor het “ravijnjaar” 2026, een betere samenwerking tussen het ministerie, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de VNG, én een structurele extra financiële bijdrage voor het sociaal domein om de beweging van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag op te kunnen vangen. Halverwege de looptijd van het IZA concludeerde de VNG dat er aan die voorwaarden niet, of slechts ten dele, is voldaan. De consequentie van het terugtrekken uit het IZA was dat de VNG niet langer deelnam aan de gesprekken over het nieuwe Aanvullende Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). De VNG stelde als eis dat er op zijn minst op het gebied van gelijkwaardigheid betere afspraken moesten komen.

In december 2024 werden de gesprekken over het AZWA ook door zorgorganisaties (ziekenhuizen, verpleegkundigen en medisch specialisten) gestaakt, als gevolg van de deels teruggedraaide bezuinigingen in het onderwijs ten koste van de zorgbudgetten. Op 30 januari heeft het Bestuurlijk Overleg IZA afspraken vastgesteld op het gebied van gelijkwaardigheid tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het ministerie van Binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties en de VNG. Hierdoor neemt de VNG inmiddels weer deel aan gesprekken over het AZWA. Sinds 7 februari zijn ook de zorgorganisaties weer terug aan tafel. Tot slot was er onduidelijkheid over de beschikbaarheid van SPUK IZA middelen in 2025 vanwege het terugtrekken van de VNG van IZA tafel. Inmiddels is bekend geworden dat de SPUK IZA middelen in ieder geval in 2025 beschikbaar blijven. Partners stappen uit grote landelijke programma’s De ontwikkeling van belangrijke partners die uit Landelijke programma’s stappen baart ons als Gemeente Hilversum zorgen. We hebben deze zorgen, omdat de Rijksoverheid niet of onvoldoende tegemoet komt

aan randvoorwaarden en signalen van gemeenten en andere partners. Hierdoor zien partijen zich genoodzaakt om eruit te stappen. U mag ervanuit gaan dat wij dit actief volgen en onze zorgen ten aanzien van deze ontwikkeling agenderen bij onder anderen de J42 en G40 bijeenkomsten. Advies deskundigheidscommissie Hervormingsagenda Jeugd Als laatste informeren wij u ook over het rapport van de deskundigheidscommissie Hervormingsagenda jeugd van 30 januari 2025. Hierin wordt het Rijk geadviseerd om voor de haalbaarheid van het meerjarig financieel kader van 2025 tot en met 2027 gemeenten extra te compenseren voor de uitvoering van de Hervormingsagenda jeugd. Onderdeel van het advies is om aan te sluiten bij de reële groei voor indexatie voor volumeontwikkeling en loon- en prijsontwikkeling. Daarnaast adviseert de commissie de verliezen van gemeenten voor 2023 en 2024 voor de helft te verdelen tussen Rijk en gemeenten. De commissie roept de gemeenten op om het potentiële extra budget (het is niet zeker dat het Rijk het advies overneemt) te benutten voor de sociale basis. Op dit moment is nog niet duidelijk wat de (financiële) consequenties gaan zijn van dit adviesrapport. Dit volgen wij nauwlettend. Wij herkennen ons als Gemeente Hilversum in het advies t.a.v. het volume en de indexatie. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris, de burgemeester,

drs. T.J. Meester, ls.

dr. ir. G.M. van den Top

Menu

Jeugdbeschermingsorganisaties trekken zich terug uit het landelijk programma Toekomstscenario JEUGDZORG NEDERLAND

NIEUWS

ACTUEEL

JEUGDBESCHERMINGSORGANISATIES TREKKEN ZICH TERUG UIT HET LANDELIJK PROGRAMMA TOEKOMSTSCENARIO NIEUWS

21 JANUARI 2025

De gecertificeerde instellingen (GI’s) trekken zich terug uit het landelijk programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Dat laten ze vandaag weten aan staatssecretaris Struycken (Rechtsbescherming) en staatssecretaris Karremans (Jeugd, Preventie en Sport). De GI’s zijn het niet eens met de ontwikkelrichting die de staatssecretarissen in november gezamenlijk naar buiten brachten. De richting is volgens de GI’s enkel een structuurwijziging en doet daarmee onvoldoende recht aan de verbetering van de bescherming van kinderen, gezinnen en huishoudens. Vijf jaar geleden ging het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming van start. Het doel was om gezinsgerichter, eenvoudiger en transparanter samen met en rondom het gezin te werken. En om de rechtsbescherming van kinderen en gezinnen in de jeugdbescherming beter te waarborgen.

Schone lei Paul Janssen, namens de GI’s: “Het Toekomstscenario gaf de kans om de jeugdbescherming te verbeteren. Via proeftuinen konden we het samenwerken rondom gezinnen als het ware opnieuw uitvinden. We lieten bestaande structuren en regels even los. Kinderen, maar ook hun gezinnen en hun behoeften waren het vertrekpunt. En daar omheen organiseerden we alle hulp die nodig was in één team. Zo haalden we allerlei extra loketten voor mensen weg, verbeterde de samenwerking tussen hulpinstanties en konden de problemen binnen gezinnen in de basis worden aangepakt.” Hoewel de proeftuinen mooie resultaten lieten zien, is in de gekozen ontwikkelrichting toch weer de structuur als vertrekpunt genomen. Jammer, vindt Janssen: “Dit hebben we vaker gezien in de jeugdzorg. In feite zitten we nu met een platte reorganisatie naar 25 regionale veiligheidsteams. Van de oorspronkelijke uitgangspunten blijft weinig overeind. Doodzonde voor al die kinderen en gezinnen die beter verdienen.”

Voorwaarden voor échte verbetering Janssen benadrukt dat de GI’s nog altijd achter de ambities van het Toekomstscenario staan. De GI’s blijven daarom in de proeftuinen op lokaal niveau werken aan de verbetering van de bescherming van kinderen en gezinnen. Het is voor hen cruciaal dat de jeugdbescherming in de toekomst voor het hele gezin hulp mag inroepen, niet alleen voor kinderen. “We zien vaak dat schulden en armoede, huisvesting, verslaving of GGZ-problematiek bij ouders de oorzaak zijn dat

gezinnen bij ons terecht komen,” aldus Janssen. “Als de oorzaken van die problemen in gezinnen niet kunnen worden aangepakt, is het dweilen met de kraan open en kan de jeugdbescherming haar maatschappelijke opdracht niet uitvoeren.”

Menu

“Ook moeten we af van al die verschillende loketten. Zo krijgt een gezin momenteel te maken met instanties als Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en de GI’s. Vaak doen deze instanties ook nog overlappend werk. Dit is veel te ingewikkeld en onduidelijk voor mensen en zorgt voor wachtlijsten. Daarom zeggen wij: eenvoudiger en transparanter in het belang van kinderen en gezinnen.” Als laatste pleiten de GI’s voor een centrale aansturing. Deze moet zorgen voor meer landelijke uniformiteit en duidelijkheid. Dat komt de rechtsbescherming van alle betrokkenen ten goede.

Besluit herzien De GI’s roepen de staatssecretarissen op om hun besluit te herzien. Janssen: “Betere bescherming van kinderen en gezinnen moet weer leidend zijn in de keuzes die gemaakt worden. Daarom vragen we de opdrachtgevers heel duidelijk: herzie het besluit. Tot die tijd zien we helaas geen andere mogelijkheid dan uit het landelijke programma Toekomstscenario te stappen. Lees hier waarom de GI’s deze stap zetten

DEEL DEZE PAGINA:

Menu

INLOGGEN LEDEN

Copyright © 2025 Jeugdzorg Nederland Privacy Statement

Algemene Voorwaarden

Positie Gecertificeerde Instellingen (GI’S) inzake de ontwikkelrichting en uitlijning programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming De GI’s vragen de opdrachtgevers het besluit te herzien ten aanzien van de ontwikkelrichting en de wijze waarop zij voornemens zijn hier uitvoering aan te geven. We vragen om een pas op de plaats met de structuurdiscussie. Eerst moet duidelijk zijn waar de overheid van is en hoe we zorgaanbod kunnen garanderen. Aanleiding Huiselijk geweld en kindermishandeling is een groot gewelds- en gezondheidsprobleem in Nederland. Het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (hierna toekomstscenario) moet leiden tot betere bescherming van kinderen, gezinnen en huishoudens. De afgelopen vijf jaar hebben de GI’s daarom, net als hun ketennetwerkpartners en de opdrachtgevers, veel tijd en energie gestopt in de ontwikkeling van het toekomstscenario, omdat we geloven in de doelstellingen en waarden daarvan en omdat we ervan overtuigd zijn dat jeugd en volwassenen beter beschermd moeten worden dan in de huidige situatie het geval is. Het toekomstscenario biedt de kans om de huidige problemen het hoofd te bieden vanuit het perspectief van kinderen, gezinnen en huishoudens. Het geeft richting aan hoe de zorg aan hen moet worden vormgegeven en beoogt een betere bescherming.

De vier waarden waarop het Toekomstscenario is gebouwd (gezinsgericht, eenvoudig, lerend, rechtsbeschermend en transparant) worden door alle GI’s onderschreven. Deze boodschap hebben de GI’s in de afgelopen jaren meermaals naar voren gebracht in onze reactie op het Toekomstscenario (juli 2021), onze reactie op het AEF rapport en onze reactie samen met het LNVT op de door de staatssecretarissen gepresenteerde ontwikkelrichting. De GI’s zien echter dat met de huidige ontwikkelrichting en de wijze waarop de opdrachtgevers voornemens zijn hieraan vorm en inhoud te geven, een weg wordt ingeslagen waar de GI’s zich zorgen over maken. De ontwikkelrichting voor het toekomstscenario is in onze ogen een compromis geworden tussen drie overheden. De GI’s betwijfelen of hiermee de vier uitgangspunten van het toekomstscenario kunnen worden gerealiseerd. De ontwikkelrichting is uitsluitend gericht op structuur zonder onderbouwing vanuit het belang voor kinderen, gezinnen en huishoudens. Gemist wordt het integraal werken, de gezinsgerichte focus 0-100, de jeugdreclassering, aansluiting met de Hervormingsagenda en de volwassenzorg. Dat heeft geleid tot een keuze voor een ontwikkelrichting die niet bijdraagt aan oplossingen voor de inhoudelijke problemen die er zijn. Bovendien vinden de GI’s de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de gekozen aansturing en schaalgrootte onvoldoende onderbouwd.

Met een ontwikkelrichting die we vanuit de inhoud niet kunnen onderbouwen, kunnen de GI hun medewerkers niet motiveren om enthousiast mee te werken aan deze transitie. En dat terwijl de GI hen heel graag behouden voor de bescherming van kinderen, gezinnen en huishoudens. Deze zorgen hebben er toe geleid dat wij als GI’s aan de landelijke opdrachtgevers hebben laten weten dat de GI’s de samenwerking met de landelijke opdrachtgevers inzake het Toekomstscenario opschorten. De GI’s willen meewerken aan daadwerkelijk betere kind- en gezinsbescherming en dit ook echt beproeven. Wat ons motiveert om deze stap te zetten is, dat het ons op een andere manier (kennelijk) niet lukt om de opdrachtgevers de boodschap over te brengen dat het met de gekozen ontwikkelrichting niet de goede kant op gaat. Daarom trekken de GI’s aan de noodrem. In deze notitie maken de GI’s duidelijk wat er voor ons nodig is om mee te (blijven) doen. De leidende principes en waarden, die hierin staan verwoord, zijn een leidraad en helpen ons om

Positie GI’s inzake ontwikkelrichting en uitlijning programma Toekomstscenario/17-1-2025/definitief

hierin een goede afweging te maken met als uitgangspunt een betere bescherming van kinderen, gezinnen en huishoudens. Want dat is hard nodig!

Context In 2015 werden gemeenten volledig verantwoordelijk voor jeugdzorg, vanuit het idee dat door de verantwoordelijkheid voor het veilig opgroeien van kinderen lokaal te beleggen dit zou verbeteren. Sindsdien zijn er vele rapporten verschenen over de consequenties voor de meest kwetsbare kinderen: ze zijn (nog steeds) onvoldoende beschermd. Het lukt ons maar niet in Nederland om het grote gewelds- en gezondheidsprobleem, namelijk Huiselijk Geweld en Kindermishandeling aan te pakken. Opeenvolgende stelselwijzigingen hebben (vanaf 1970) niet geleid tot wezenlijke verbeteringen voor kinderen, gezinnen en huishoudens. Het hele systeem staat onder druk: er is geen passende hulp, het duurt te lang voordat kinderen en gezinnen weten waar ze aan toe zijn en er zijn wachtlijsten bij GI’s, VT, de RvdK, jeugdhulpaanbieders en de volwassen GGZ. De vitaliteit van onze medewerkers staat onder druk, niet alleen door een hoge werkdruk maar vooral ook vanwege de worsteling en frustratie dat we, onder deze omstandigheden, kinderen en gezinnen niet kunnen bieden wat zij nodig hebben. In onze dagelijkse praktijk moeten we bij sommige gezinnen achteraf concluderen dat we niet hebben bijgedragen aan een betere bescherming en soms zelfs schade hebben toegebracht.

De manier waarop de bescherming van kinderen, gezinnen en huishoudens nu is vorm gegeven (in compartimenten en als keten na elkaar) draagt er niet aan bij dat we samen verantwoordelijkheid voor het geheel nemen en werkt dit zelfs tegen. Daarnaast ervaren de GI’s een zorgelijke ontwikkeling in de samenleving. Er is sprake van een steeds grotere kloof en een groeiend wantrouwen tussen mensen onderling en met de overheid en instanties. Dat wordt terug gezien in (de reacties op) onze begeleiding. Bescherming van kwetsbare kinderen, gezinnen en huishoudens is van ons allemaal en vraagt iets van iedereen die met hen in aanraking komt. Het (te ontwikkelen) regionale veiligheidsteam speelt hierin een essentiële maar beperkte rol. Om kinderen en volwassenen staan, in onze ogen, vooral goed geëquipeerde lokale teams (met kennis van kinderen en volwassenen) die hulp verlenen en waar gestart wordt met een analyse van de problematiek in het gezin c.q. huishouden. Het regionale veiligheidsteam voegt op basis van aard en ernst van de problematiek veiligheidsexpertise toe en voert gezinsgerichte juridische interventies uit om huiselijk geweld en kindermishandeling te stoppen. Deze inzet is zo beperkt en kort mogelijk. Het regionale veiligheidsteam lost niet alle problemen op binnen het gezin. De kracht zit in de verbinding met andere expertises.

Leidende principes en waarden Essentieel voorafgaand aan een transformatie is een gezamenlijke visie op waar de overheid ‘voor en van is’. Wanneer is overheidsingrijpen om kinderen, gezinnen en huishoudens te beschermen gerechtvaardigd? Het antwoord op deze vraag bepaalt wat in het lokale veld kan worden opgepakt en wanneer het bijschakelen van veiligheidsexpertise/kennis vereist is. Het ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer van burgers zou daarom hand in hand moeten gaan met het daadwerkelijk leveren van ondersteuning/zorg/bescherming. Dat betekent dat hulp beschikbaar moet zijn en dat er voorrang is bij het leveren van ondersteuning/hulp/bescherming en zorg. Hiervoor zijn landelijk uniforme afspraken nodig met gemeenten, zorgaanbieders en zorgkantoren. Indien voorrang en beschikbaarheid van zorg/bescherming niet gegarandeerd kan worden, heeft ingrijpen door de overheid geen basis/grondslag. Het regionaal veiligheidsteam kan

Positie GI’s inzake ontwikkelrichting en uitlijning programma Toekomstscenario/17-1-2025/definitief

haar maatschappelijke opdracht alleen goed uitvoeren als zij ook bevoegd is om domein overstijgende hulp en zorg in te zetten.

De waarden van het toekomstscenario geconcretiseerd vanuit het perspectief van kinderen, gezinnen en huishoudens: Gezinsgerichte focus 0-100: door gezinsgerichte interventies, volwassenzorg en inzet sociaal domein o

De focus ligt op het creëren van veiligheid in huis. Bij voorkeur zonder dat hiervoor dwangmaatregelen nodig zijn. Mochten desondanks patronen van onveiligheid niet worden doorbroken, met inzet van iedereen die om het gezin heen staat, dient het regionale veiligheidsteam te beschikken over gezinsgerichte (juridische) interventies die daadwerkelijk helpen om kinderen, gezinnen en huishoudens beter te beschermen. Een OTS op 1 kind binnen het gezin is niet helpend, wel gezinsgerichte interventies. Zonder gezinsgerichte focus en focus op de bredere context rondom het gezin is werken aan veiligheid zinloos. In 45% van de reclasseringsmaatregelen is er bijvoorbeeld sprake van huiselijk geweld bij plegers.

o

Het beschermen van onze jeugd is een brede maatschappelijke opdracht en gaat over kinderen én volwassenen. We zien dat onveiligheid in gezinnen en huishoudens vaak veroorzaakt wordt door problemen op meerdere terreinen. Om kinderen, gezinnen en huishoudens daadwerkelijk een beter perspectief te kunnen bieden zijn de jeugd- en volwassenzorg nodig en de domeinen wonen, werk en inkomen. Er is brede kennis en expertise in het regionale veiligheidsteam nodig. Hiertoe worden financiële middelen toegevoegd afkomstig van o.a. de zorgverzekeraars, voor het inzetten van kennis rond volwassen ggz. In veel situaties is er sprake van financiële problematiek, vaak is er een instabiele woonsituatie. Een nauwe samenwerking met het lokale team en expertise én bevoegdheden binnen het regionale veiligheidsteam zijn belangrijk om te kunnen doen wat nodig is.

o

Het regionale veiligheidsteam krijgt bevoegdheden om invloed te hebben op de zorg en hulp die door de overheid wordt ingekocht (conform artikel 3.5 lid 1 JW) en wordt geleverd door zorgaanbieders. Dit zorgt ervoor dat bevoegdheden en verantwoordelijkheden van het regionale veiligheidsteam met elkaar in overeenstemming zijn.

o

De jeugdreclassering is onlosmakelijk verbonden met het regionale veiligheidsteam. Het gaat om gezinnen waar vaak dezelfde problematiek speelt. In veel van de jeugdreclasseringsmaatregelen gaat het om schoolverzuim. Alleen een context- en gezinsgerichte pedagogische insteek werkt preventief en gaat helpen om te werken aan duurzame veiligheid in deze gezinnen en huishoudens. De reclassering heeft de mogelijkheid om volwassenzorg te laten opleggen door de rechter. Gezien de doelgroep van de reclassering zouden zij onderdeel moeten uitmaken van het op te richten regionale veiligheidsteam. Hoe de jeugdreclassering gepositioneerd wordt in het toekomstscenario en het regionale veiligheidsteam is afhankelijk van de grootte van het gebied waarin een regionale veiligheidsteam actief wordt en het (te verwachten) aantal jeugdreclasseringstrajecten.

o

Het regionale veiligheidsteam beschikt over bevoegdheden om ook met ouders aan de slag te gaan met hun eigen problematiek ook als zij dat niet willen, ten bate van hun kinderen.

Positie GI’s inzake ontwikkelrichting en uitlijning programma Toekomstscenario/17-1-2025/definitief

Eenvoudig: door het samenvoegen van veiligheidsexpertise van GI,VT, RvdK en andere partners. Alles wat nodig is om de kinderen, gezinnen en huishoudens te beschermen gebeurt zoveel mogelijk vanuit één plek. Iedereen in de samenleving, of je nu burger bent of professional, moet weten waar gewerkt wordt aan de veiligheid van kinderen, gezinnen en huishoudens. De functionaliteiten die nu verdeeld zijn over verschillende organisaties (GI, VT en de Raad) worden samengevoegd in één regionaal veiligheidsteam. In dat team zorgen we voor deskundigheid en expertise op verschillende thema’s en doelgroepen. Dat betekent dat we de grenzen van de huidige organisatiestructuren, ook als GI’s, kunnen loslaten. Vanuit het principe van het toekomstscenario was het idee om te beproeven in de regio’s en vanuit de inhoud beslissen welke structuur passend is. Dat was een revolutionaire beweging waar de GI’s heel enthousiast over waren. De GI’s merken dat het tot nu toe onvoldoende lukt om vanuit dit principe te werken en dat er een sterkte behoefte is om in structuren te denken en te beslissen. Rechtsbeschermend en transparant: door één centrale aansturing, decentrale uitvoering en uniformiteit

o

Ieder kind, gezin en huishouden in Nederland heeft recht op dezelfde bescherming, zorg en begeleiding als door de overheid wordt ingegrepen in de persoonlijke levenssfeer. Het mag niet uitmaken waar je als kind, gezin of huishouden woont. Afhankelijkheid van gemeentelijke politiek en keuzes door individuele wethouders zorgen voor rechtsongelijkheid. Dit is niet passend bij een ingrijpende en verregaande bevoegdheid om rechten van burgers in te perken. Een betere rechtsbescherming van kinderen, gezinnen en huishoudens vraagt om een uniforme werkwijze zoals dat momenteel in de Jeugdreclassering wordt vormgegeven. Dit kan alleen worden bereikt vanuit centrale aansturing en decentrale uitvoering waardoor de verbinding wordt gelegd met de couleur locale. Dit zorgt uiteindelijk voor meer eenduidigheid in hoe het regionale veiligheidsteam de zorg aan kinderen en gezinnen vorm geeft door bijvoorbeeld eenduidigheid in methodieken, opleiding, financiering. Op dit moment maken gemeenten met de GI’s in hun regio, andere afspraken over onder andere inkoop, werkwijze, aanpak wachtlijsten. Dit zorgt voor rechtsongelijkheid van de burger.

o

De schaalgrootte is afhankelijk van de expertises die in het regionale veiligheidsteam worden ondergebracht. De voorgestelde indeling in 25 regio’s zorgt voor versnipperde aansturing en vraagt nog meer afstemming en coördinatie dan nu al het geval is. Het brengt risico’s met zich mee ten aanzien van borging van kwaliteit en veiligheidsdeskundigheid. Het wordt ook niet eenvoudiger en transparanter voor gezinnen, huishoudens en netwerkpartners.

o

Omdat rechtsbescherming, uniformiteit en transparantie essentieel zijn, pleiten de GI’s voor centrale aansturing van de bescherming van kinderen, gezinnen en huishoudens. Dat leidt ook tot meer uniformiteit in de gang naar de rechter. De onafhankelijke toets hoort bij de Rechtspraak en niet bij een afzonderlijke organisatie. Dit vraagt om verrijking van de rechtspraak met inhoudelijke expertise, binnen de Rechtspraak georganiseerd, om een goede afweging te maken.

o

Samen met het gezin of huishouden en degenen die rondom het gezin staan wordt, vanaf het moment dat ze ondersteuning nodig hebben, gezamenlijk verklarend geanalyseerd. Rechtsbescherming en transparantie betekent, dat ze niet voor verrassingen komen te staan, Gezinnen en huishoudens weten wat ze kunnen verwachten en doen en denken mee over de manier waarop hun begeleiding wordt vormgegeven.

o

Met het oog op onafhankelijkheid, lijkt een privaatrechtelijke aansturing het meest passend. Daarmee kan professionele en kwalitatieve bescherming worden gerealiseerd met

Positie GI’s inzake ontwikkelrichting en uitlijning programma Toekomstscenario/17-1-2025/definitief

voldoende afstand tot de politiek en decentrale beleidsvrijheid voor de uitvoering gewaarborgd is. o

Daar waar sprake is van specifieke deskundigheid, die van toepassing is op een kleinere groep, wordt per deskundigheid beoordeeld welke aansturing aan de waarde rechtsbeschermend en transparant tegemoet komt.

o

Rechtsbescherming betekent ook dat de hulp en ondersteuning die de rechter in een beschikking noemt, beschikbaar moet zijn. Het is niet legitiem om een rechterlijke maatregel uit te spreken, als er lange wachtlijsten zijn, of hulp niet ingekocht is.

Lerend: door gezamenlijk opleiden, leren en reflecteren Opleiden, leren en reflecteren worden uniform aangeboden samen met lokale teams (en in afstemming met rechterlijke macht, strafrechtketen, zorgaanbieders). In netwerken wordt gereflecteerd op casuïstiek, morele beraden worden gezamenlijk gehouden. Bij het leren en reflecteren is het luisteren naar en werken met ervaringsdeskundigen een belangrijke component.

Tot slot De GI’s vragen de opdrachtgevers het besluit te herzien ten aanzien van de ontwikkelrichting en de wijze waarop zij voornemens zijn hier uitvoering aan te geven. Het draagt niet bij aan een betere bescherming van kinderen, gezinnen en huishoudens. De opdrachtgevers wordt gevraagd om lering te trekken uit eerdere opeenvolgende stelselwijzigingen, allen eveneens gericht op structuur en niet opgebouwd vanuit inhoud. De GI’s stappen op dit moment uit het landelijke traject. Dat betekent dat we niet langer deelnemen aan bestuurlijke en ambtelijke overleggen en werk- en ontwikkelgroepen. De GI’s zullen zich gezamenlijk wel blijven inzetten voor een betere bescherming van kinderen, gezinnen en huishoudens. Dat doen we door te blijven bijdragen aan de proeftuinen en toekomsttuinen. We geloven namelijk onverkort in de ambities en uitgangspunten van het Toekomstscenario! Wij gaan dan als GI’s door met de beweging maar op een ander spoor: ➢

➢

➢

➢

De GI’s intensiveren de netwerksamenwerking rondom het gezin (conform het toekomstscenario) in iedere regio met lokale teams, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, zorgaanbieders (volwassen- en jeugd) en strafketen (hierna: de partners). We participeren in proeftuinen, toekomsttuinen en andere samenwerkingsinitiatieven. In deze regio’s vragen de GI’s krachtig aandacht voor een verbinding tussen het toekomstscenario en de hervormingsagenda en het betrekken van de volwassenzorg en de domeinen wonen, werk en inkomen. Op dit moment is het gebrek aan voldoende, passende zorg een groot probleem in de bescherming van kinderen, gezinnen, huishoudens. Om een stap te zetten in het denken over ‘waar de overheid voor en van is’, beginnen de GI’s, samen met netwerkpartners, kennisinstituten en ervaringsdeskundigen, met het operationaliseren van de ‘aard en ernst van de problematiek’, op basis waarvan wordt bepaald of veiligheidsexpertise betrokken wordt. Dit met als doel om te bepalen wat in het lokale veld kan worden opgepakt en wanneer het bijschakelen van veiligheidsexpertise vereist is. Samen met onze partners werken de GI’s aan één gezamenlijke werkwijze voor het lokale veld en de veiligheidspartners, gebaseerd op het handelingskader voor professionals: gefaseerd werken aan veiligheid en verklarend analyseren.

Positie GI’s inzake ontwikkelrichting en uitlijning programma Toekomstscenario/17-1-2025/definitief

➢

➢ ➢

De GI’s geven, bij voorkeur samen met partners, een aanzet (voor een memorie van toelichting) tot initiatiefwetgeving die kinderen, gezinnen en huishoudens daadwerkelijk integraal perspectief biedt. Samen met partners werken de GI’s een bekostigingssystematiek uit om innovatie mogelijk te maken in de huidige praktijk. Inhoudelijk is en blijft de jeugdreclassering onlosmakelijk verbonden met de kind- en gezinsbescherming. De GI’s blijven jeugdreclassering uitvoeren in de regionale netwerksamenwerking.

Positie GI’s inzake ontwikkelrichting en uitlijning programma Toekomstscenario/17-1-2025/definitief

IEDEREEN KAN HET VERSCHIL MAKEN NIEMAND KAN HET ALLEEN

Statement Landelijk Netwerk Veilig Thuis Kernboodschap

Het toekomstscenario (TSc) biedt perspectief en we steunen de uitgangspunten van het TSc. We blijven bij het standpunt dat de huidige invulling te smal is en de brede samenwerking 0100 uitgewerkt moet worden om integraal en systeem gericht te werken aan het vergroten van veiligheid. We zien grote risico’s voor de huidige praktijk bij samenvoeging van GI en VT in een RVT. Nieuwe instituties zijn geen antwoord op het complexe vraagstuk waar het TSc voor in het leven is geroepen. Het LNVT kiest daarom in het programma TSc selectief waar we waarde kunnen toevoegen in de lijn van onze brede visie en werkt mee daar waar onze stem van invloed is. We willen vanuit onze brede visie en taakstelling impact maken met inhoudelijke verbeteringen. Borging en doortonwikkeling van vroegtijdige samenwerking tussen sociaal domein, zorg, straf en veiligheid is essentieel. Met de lokale teams en zorg- en justitie partners gaan we ons focussen op die doorontwikkeling. Onze wens is dat de smalle en brede lijn samenkomen in één haalbaar en realistisch plan waarin aandacht is voor de noodzakelijke en brede regionale samenwerking die VT en partners hebben gerealiseerd.

Een ervaringsdeskundige van Veilig Thuis bracht het scherp onder woorden: huiselijk geweld en kindermishandeling zijn geen gescheiden werelden. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De titel van dit stuk kwam voort uit haar verhaal. In een terugblik hierop kwam ze tot het besef dat haar verhaal elk element uit de gezinsprofielen van Verwey Jonker had aangeraakt. Haar verhaal staat niet op zichzelf. We zien in de praktijk: wat begint als partnergeweld, kan uitmonden in kindermishandeling en vice versa. De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling vraagt om een aanpak die deze samenhang erkent en versterkt: één visie, één brede aanpak waarin vroegtijdig wordt samengewerkt. Het toekomstscenario biedt perspectief en de noodzaak om te veranderen is groot. We steunen de uitgangspunten van het TSc. Tegelijkertijd zien we dat de huidige invulling te smal is. Bij 5 tot 10% van onze meldingen wordt nu samengewerkt met de RVT partijen. (GI en RvdK) Er is een noodzaak om het ook voor onze overige cliënten anders te gaan doen in de toekomst. De aanpak van HG en KM vraagt vanwege de diversiteit en samenhang in geweldspatronen en probleemgebieden bij gezinnen en huishoudens om een bredere transformatie van de samenwerking.

Er zijn maatschappelijke risico’s bij samenvoeging RVT Het ontbreken van visie op een onafhankelijk meldpunt voor alle geweldsvormen kan leiden tot afnemende meldingsbereidheid onder zowel professionals als slachtoffers, met als gevolg dat geweld onzichtbaar blijft en slachtoffers zonder hulp achterblijven. De focus op interne reorganisatie zal komende jaren ten koste gaan van de doorontwikkeling van onze externe samenwerkingen, terwijl juist de verbindingen essentieel zijn voor het vroegtijdig samenwerken aan acute onveiligheid en het verbinden van de crisismomenten aan de structurele aanpak van onveiligheid in gezinnen/huishoudens. We voorzien toename van frequentie en aard van escalaties en het ontbreken van passende vervolgstappen in de aanpak van onveiligheid in gezinnen/ huishoudens. Het is voor ons onbegrijpelijk dat de positionering van een meldpunt en borging van bestaande samenwerkingen op geen enkele wijze aandacht hebben gekregen voorafgaand aan het vormgeven van de structuur van het RVT. Een stevige samenwerking tussen sociaal domein, zorg, straf en veiligheid maakt het verschil. De focus in het toekomstscenario ligt nu op jeugd en gezinnen, vanuit de jeugdbescherming. Maar om écht impact te maken, is een integrale samenwerking in de hele keten: sociaal domein, zorg, zorg &straf, nodig die zich uitstrekt van kinderen tot volwassenen.

Samenwerking tussen deze domeinen is essentieel om het geweld te stoppen, schade te voorkomen én herstel te bevorderen. Het veilig, snel en doeltreffend inzetten van onderzoekshandelingen en op elkaar afgestemde interventies vanuit strafrecht, civielrecht en bestuursrecht zijn cruciaal. Nieuwe instituties zijn geen wondermiddel, beter opvolgen van signalen vraagt om een andere manier van samenwerken op verschillende plaatsen in de keten. Verhalen van cliënten leren ons dat signalen op veel plekken worden afgegeven en er op elke plek verschil gemaakt kan worden: bij politie, bij lokale teams, op scholen, bij Veilig Thuis, bij jeugdbescherming etc. We willen met onze samenwerkingspartners investeren in beter aansluiten bij de leefwereld van kinderen en volwassenen. Hoe worden we effectiever op de kantelmomenten van volwassenen en kinderen die leven in onveiligheid? Eén schakel in de samenwerking aanpassen is niet voldoende, er is meer nodig en de onderlinge samenhang is urgent. Hoe kunnen we, organisatie onafhankelijk werken en benutten we naast de nieuwe inzichten uit het toekomstscenario, de synergie die is ontstaan tussen de domeinen zorg en straf en zorg en veiligheid en verbreden we deze naar het sociaal domein? De komende weken halen we bouwstenen op uit de praktijk om deze synergie in stappen verder te brengen.

Het Landelijk Netwerk Veilig Thuis wil samen met alle partners, dus ook met alle veiligheidspartners investeren op het door ontwikkelen op deze lijn. We zetten ons in voor een brede invulling van het toekomstscenario en nemen bestaande successen mee in de doorontwikkeling van het toekomstscenario. Initiatieven zoals het landelijk netwerk zorg en straf laten zien dat samenwerking loont. We verrijken, voegen toe, bouwen voort op wat goed gaat, en dragen daarmee actief bij aan verdere verbetering. Om tijd en ruimte te maken voor deze ontwikkelingen zullen we selectief zijn in waar we van waarde zijn in het gehele programma. Wij gaan aan tafel om inhoud te brengen, oplossingen te bedenken en het verschil te maken voor gezinnen en huishoudens. We dragen niet bij aan de ontwikkelgroepen met eenzijdige focus op RVT vorming omdat we hier maatschappelijke- en veiligheidsrisico’s zien waar, ondanks eerdere signalen geen aandacht voor is.

NB dit statement is afgestemd met Politie en OM, beide steunen de beweging.

Groeipijn Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

Inhoud Voorwoord................................................................................................................................... 2 Samenvatting............................................................................................................................... 3 1. Inleiding............................................................................................................................... 10 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding. ....................................................................................................................................... 10 Opdracht aan de Deskundigencommissie........................................................................................ 11 Interpretatie van de opdracht.......................................................................................................... 11 Werkwijze van de commissie. .......................................................................................................... 13 Leeswijzer......................................................................................................................................... 14

2. Achtergronden...................................................................................................................... 15 2.1 2.2 2.3

Inleiding. .......................................................................................................................................... 15 Inhoud en financiële afspraken Hervormingsagenda Jeugd............................................................. 15 Inzet van jeugdzorg en uitgavenontwikkeling. ................................................................................. 20

3. Rode draden uit de gesprekken. ........................................................................................... 25 3.1 3.2 3.3 3.4

Inleiding. .......................................................................................................................................... 25 De inhoud van de Hervormingsagenda............................................................................................ 25 De sturing op de Hervormingsagenda. ............................................................................................ 40 De financiering van de jeugdzorg en de besparingsmogelijkheden................................................. 42

4. Inhoud en sturing: conclusies, reflecties en adviezen . .......................................................... 46 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Inleiding. .......................................................................................................................................... 46 Hoofdboodschap.............................................................................................................................. 46 Meerwaarde en betekenis van de Hervormingsagenda Jeugd. ....................................................... 48 Werkende mechanismen en vrijblijvendheid................................................................................... 51 Inspanningen, opbrengsten en gezamenlijke sturing....................................................................... 55 Rollen, verantwoordelijkheden en gedeeld eigenaarschap. ............................................................ 57

5. Financiën: conclusies, reflecties en adviezen......................................................................... 60 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Inleiding. .......................................................................................................................................... 60 Hoofdboodschap.............................................................................................................................. 60 Dekking financiële tekorten 2023 en 2024. ..................................................................................... 61 Haalbaarheid en houdbaarheid meerjarig financieel kader 2025 tot en met 2027......................... 65 Bespiegelingen op een nieuw financieringsmodel jeugd vanaf 2028............................................... 69

6. Slotbeschouwing.................................................................................................................. 72 Bijlagen

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Instellingsbesluit ...................................................................................................................... 75 Toetsingskader Deskundigencommissie .................................................................................. 78 Geraadpleegde documenten.................................................................................................... 80 Overzicht veldwerk................................................................................................................... 84 Samenstelling commissie, secretariaat en klankbordgroep..................................................... 90

Voorwoord Voor u ligt het rapport “Groeipijn”. Dit rapport beschrijft het eerste advies van de Deskundigencommissie over de Hervormingsagenda Jeugd. Deze Hervormingsagenda is ondertekend door vijf partijen, te weten het Rijk, de gemeenten, de aanbieders, de professionals en de vertegenwoordigers van jongeren en ouders. Hiermee hebben de vijfhoekpartners zich gecommitteerd om gezamenlijk de jeugdzorg in Nederland te versterken en toekomstbestendig te maken. Als commissie kregen wij het vertrouwen en de taak om deze agenda te beoordelen op inhoud, financiële afspraken en governance. Allereerst willen wij voor dat vertrouwen onze oprechte dank uitspreken aan alle betrokkenen. Aan het ministerie van VWS en de VNG - onze opdrachtgevers - voor hun constructieve bijdragen en de organisatorische ondersteuning. Aan jongeren, ouders, professionals, aanbieders, betrokkenen en deskundigen die hun verhalen, inzichten en ervaringen openhartig met ons deelden. Aan de klankbordgroep van betrokken jongeren voor hun bespiegelingen en het kritisch mee- en tegendenken. Ieders bijdrage was onmisbaar en heeft onze aanbevelingen diepgaand verrijkt. Wij spreken onze waardering uit voor het werk dat wordt geleverd om de maatregelen uit de Hervormingsagenda verder te brengen. De titel “Groeipijn” weerspiegelt de complexiteit in de transitie van de jeugdzorg.

Het verwijst naar de gebruikelijke groeipijnen die jongeren doormaken in het opgroeien, maar erkent ook dat er situaties zijn waar (langdurige) inzet van hulp of zorg noodzakelijk is. Tegelijkertijd ervaart het jeugdzorgstelsel zelf ook groeipijnen: het is zoeken naar balans tussen toenemende vraag, beperkte middelen, een krappe arbeidsmarkt en hoge verwachtingen. De conclusie van de commissie is dat de Hervormingsagenda Jeugd een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde is om te komen tot een goede balans in de jeugdzorg. En dat het nog teveel een Hervormingsagenda Jeugdzorg is in plaats van een Hervormingsagenda Jeugd. Een bredere benadering is een absolute vereiste. De rijke gesprekken hebben geleid tot diverse adviezen op het gebied van de inhoud, de financiën en de governance. Wij hebben naar eer en geweten knopen doorgehakt met de informatie en kennis die wij ter beschikking hadden. Met dit rapport willen wij de nadruk leggen op gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen, ook zij die nu nog geen onderdeel van de Hervormingsagenda Jeugd zijn. We roepen iedereen op om deze inzichten niet te reduceren tot het kijken naar iemand of naar elkaar, of tot cherry picking van conclusies die in het eigen voordeel werken.

De uitdagingen in de jeugdzorg vragen om een gezamenlijke aanpak, met als doel een duurzaam en inclusief stelsel dat jongeren en gezinnen werkelijk ondersteunt. Een volgende weging van de Hervormingsagenda Jeugd staat gepland voor januari 2028. Wij roepen iedereen op werk te maken van de adviezen, zodat we naar een situatie toe kunnen waarin er geen commissie meer nodig is om knopen door te hakken. Hiertoe is het van belang dat de kramp eruit gaat en de druk erop. De kramp van te hoge planningsambities en een te strak financieel keurslijf beperken de voortgang en effectiviteit van de benodigde maatregelen. Het feit dat een op de zeven jongeren nu gebruikmaakt van jeugdzorg, maakt het nodig dat de druk erop moet blijven om te werken aan een effectief en werkend jeugdzorgstelsel. Dat gaat ons allemaal aan. De Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd Tamara van Ark, voorzitter Bernard ter Haar José Lazeroms Han Polman Onno de Zwart Den Haag, 30 januari 2025

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

2

Samenvatting Opdracht aan de commissie Op 1 april 2024 is de Commissie van Deskundigen Rijk|VNG Hervormingsagenda Jeugd (kortgezegd, de commissie) ingesteld. De commissie heeft tot taak “onafhankelijk zwaarwegend advies uit te brengen aan partijen over de uitvoering van de maatregelen en de gepleegde inspanningen uit de Hervormingsagenda Jeugd, mede in relatie tot de uitgavenontwikkeling”. De commissie is gevraagd voor 1 februari 2025 haar advies uit te brengen.

Hoofd- en deelvragen De commissie heeft haar opdracht uitgewerkt in een toetsingskader, bestaande uit een hoofdvraag en zes deelvragen. Hoofdvraag In hoeverre geeft de huidige aanpak en voortgang van de uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd en de financiële risicoverdeling die hierover is afgesproken tussen Rijk en gemeenten, voldoende vertrouwen om de beoogde effecten van de Hervormingsagenda Jeugd in de komende jaren te realiseren, in het licht van het meerjarig financieel kader? Deelvragen 1. Hoe beoordeelt de commissie de huidige uitvoering van maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd met het oog op realisatie van de beoogde effecten in de komende jaren? 2. Waar zitten volgens de commissie de hefbomen in de uitvoering van maatregelen om de beoogde effecten te realiseren? / Welke interventies werken al en welke interventies zijn nog nodig om tot versnelling en/of betere uitvoering te komen? 3. Hoe beoordeelt de commissie de afgesproken principes over de financiële risicoverdeling tussen Rijk en gemeenten in het licht van beschikbare informatie over de uitgaven voor jeugdhulp? 4.

Welke (tijdelijke) bijstellingen en interventies (naar redelijkheid en billijkheid) zijn volgens de commissie nodig / wenselijk in het licht van het meerjarig financieel kader? Welke suggesties wil de commissie meegeven voor aanwending van de aanvullende middelen voor 2026 t/m 2028? Welke suggesties wil de commissie meegeven voor een nieuw financieringsmodel jeugd? 5. Hoe beoordeelt de commissie de sturing op realisatie van de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd en de betrokkenheid van partners bij dit proces? 6. Welke suggesties heeft de commissie rondom sturing en organisatie van het proces met het oog op tijdige realisatie van de beoogde effecten?

Aanpak van de commissie De commissie heeft voor het opstellen van haar rapport gebruikgemaakt van diverse rapporten en onderzoeken, ingestuurde position papers van betrokkenen en belanghebbenden, en de resultaten uit gesprekken met circa 175 mensen die de commissie heeft gesproken via rondetafelgesprekken, individuele gesprekken en werkbezoeken. Al deze inzichten heeft de commissie zorgvuldig gewogen. Achtereenvolgens gaat de commissie in deze samenvatting in op inhoud van en sturing op de Hervormingsagenda Jeugd, de financiën en de beantwoording van de hoofdvraag.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

3

Hoofdboodschap op inhoud en sturing Met de Hervormingsagenda Jeugd hebben de vijfhoekpartners (Rijk, gemeenten, jeugdzorgaanbieders, professionals en cliënten) een grote verantwoordelijkheid genomen om het jeugdstelstel te hervormen. De commissie merkt een grote gedrevenheid bij alle gesprekspartners om van deze hervorming een succes te maken. Maar de commissie constateert ook de grote druk die bij alle partners wordt gevoeld. Er moet nog veel gebeuren om de omslag in cultuur, structuur en praktijk daadwerkelijk te maken en te borgen. De commissie roept betrokken partners op om deze realiteit te onderkennen. Grote transities kosten tijd en vereisen onderling vertrouwen. Het is van groot belang hiermee rekening te houden in de realisatie van de opgave en in de planning. De commissie is van mening dat het succes van de Hervormingsagenda gebaat is bij minder vrijblijvendheid op het ‘wat’, en bij meer ruimte voor betrokkenen op het ‘hoe’. Meer inzet op gezamenlijk leren is daarvoor essentieel.

Belangrijkste conclusies en adviezen op inhoud en sturing Meerwaarde en betekenis van de Hervormingsagenda Jeugd De Hervormingsagenda Jeugd is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde om te komen tot een goed werkend, beter beheersbaar en financieel houdbaar jeugdstelsel. De commissie trekt de conclusie dat de Hervormingsagenda Jeugd weliswaar een wezenlijke rol speelt in de transformatie van de jeugdhulp, maar dat de agenda onvoldoende aandacht heeft voor het wegnemen en verminderen van de (structurele) factoren die leiden tot instroom naar jeugdhulp. De scope van de Hervormingsagenda is te smal; er ligt een te grote nadruk op het anders organiseren van de jeugdzorg. De oplossing voor de grote vraag naar jeugdhulp ligt vooral in de systemen buiten de jeugdzorg: in het gezin, op school, en in de samenleving. Jeugdhulp is aanpalend aan de andere levensdomeinen, en niet andersom. Onze complexe samenleving stelt de veerkracht van jongeren en ouders ernstig op de proef. Factoren als armoede, bestaanszekerheid, wonen, toegenomen prestatiedruk, complexe scheidingen en GGZproblematiek bij ouders beïnvloeden de draagkracht van jongeren en ouders, met veel vraag naar vormen van ondersteuning en zorg tot gevolg. Al die behoeften die in aard, ernst, duur en eigen mogelijkheden variëren, zijn reëel en verdienen aandacht.

De vraag is waar deze behoeften en vragen belegd kunnen en moeten worden. Gezin, samenleving en overheid hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om onzekerheden bij jongeren en ouders te herkennen, te erkennen, en een plaats te bieden waar die onzekerheden er mogen zijn en waar meegedacht wordt over oplossingen, collectief of individueel, in het eigen netwerk, in de omgeving, of via een jeugdhulptraject. De commissie heeft over de meerwaarde en betekenis van de Hervormingsagenda de volgende adviezen geformuleerd: • Creëer en versterk lokale steunstructuren; benut de natuurlijke omgevingen van jongeren en ouders, bijvoorbeeld de school; • Leg noodzaak en minimumniveau aan basisvoorzieningen vast in de wet; • Benut lokale steunstructuren om de maatschappelijke dialoog te voeren; • Geef als overheid het goede voorbeeld en kies voor een samenhangende jeugd- en gezinsaanpak. Werkende mechanismen en vrijblijvendheid De stevige lokale teams vormen het kloppend hart van de Hervormingsagenda Jeugd. Daarvoor is allereerst gezaghebbendheid essentieel. Die gezaghebbendheid is nog geen vanzelfsprekendheid; de commissie constateert dat er in de praktijk diverse verschijningsvormen van de lokale teams zijn, waarbij de mate van afstand tot de lokale overheid verschilt en het takenpakket varieert.​

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

4

Gezag ontlenen de stevige lokale teams ook aan hun brede netwerk in de hele keten, van partners in de sociaalpedagogische basis, met professionals in de jeugdgezondheidszorg, de kinderopvang, met scholen, jongerenwerkers, welzijnsorganisaties, sportverenigingen, huisartsen en met specialistische jeugdzorgaanbieders. Naar het oordeel van de commissie is ook op die brede deskundigheid van de stevige lokale teams nog het nodige te winnen. Naar het oordeel van de commissie is sprake van te hoge verwachtingen over de afbakening van de Jeugdwet. Het is sterk gebaseerd op wensdenken. De commissie beschouwt het voorziene tijdpad van invoering van de aangescherpte jeugdhulpplicht per begin 2026 weinig realistisch en vindt dat de discussie teveel vanuit financiële beheersbaarheid wordt ingestoken. De commissie ziet dat de afbouw van de gesloten jeugdhulp met voortvarendheid wordt opgepakt. De commissie is van mening dat de druk om op korte termijn tot besparingen te komen, het vinden van passende oplossingen in de weg staat. Er is onvoldoende rekening gehouden met een noodzakelijke overgangsfase en een werkbare eindfase.

De commissie heeft over werkende mechanismen en vrijblijvenheid de volgende adviezen geformuleerd: • Ga door met de Hervormingsagenda Jeugd; • Maak keuzes en leg werkende mechanismen voorschrijvend vast; • Verbind het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming met de stevige lokale teams; • Benader de reikwijdtediscussie vanuit de inhoud en niet budgettair; • Onderzoek fundamentele uitgangspunten Jeugdwet die nu soms tegenstrijdig uitwerken; • Bied aanbieders tijd en financiële ruimte om tot passende alternatieven voor gesloten jeugdhulp te komen. Inspanningen, opbrengsten en gezamenlijke sturing Het wenkend perspectief in de Hervormingsagenda is betekenisvol. Het gaat om de waarde die wij als maatschappij geven aan de mogelijkheden van de opgroeiende en toekomstige generaties. Tegelijkertijd ontbreekt het aan uitwerking van maatregelen naar meetbare indicatoren. Daarnaast stelt de commissie vast dat ook de besparingsdoelstellingen niet meetbaar zijn gemaakt. De afwezigheid van prestatieindicatoren, van voldoende geschikte data en van gerichte monitoring leiden ertoe dat de commissie alleen tot een gewogen kwalitatief oordeel kan komen over de opbrengsten van de Hervormingsagenda Jeugd. Er wordt hard gewerkt aan de realisatie van de Hervormingsagenda Jeugd.

Daarin constateert de commissie dat partners de neiging hebben naar elkaar te kijken om te kunnen doorpakken op de uitvoering. De sturing op de uitvoering van de agenda is vooral procesmatig en gericht op behoud van draagvlak. Om tot versnelling te komen, is meer focus op de inhoud nodig. De commissie is van mening dat de governance van de Hervormingsagenda doorzettingskracht mist. De commissie heeft over inspanningen, opbrengsten en gezamenlijke sturing de volgende adviezen geformuleerd: • Stel op korte termijn een set van inhoudelijke en financiële prestatie-indicatoren op; • Stel een onafhankelijk boegbeeld met doorzettingsmacht aan. Rollen, verantwoordelijkheden en gedeeld eigenaarschap De complexe verhouding tussen gemeenten, aanbieders en professionals zet doelrealisatie van de Hervormingsagenda onder druk. De commissie constateert dat een gezamenlijke visie en onderling vertrouwen belangrijke bouwstenen zijn voor een succesvol samenspel. Inzetten op partnerschap lijkt de enige weg voorwaarts.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

5

Vraag naar en aanbod van jeugdzorg zijn niet in evenwicht. De indruk bestaat dat vooral jongeren die behoefte hebben aan gespecialiseerde hulp en/of zorg, de dupe zijn van het beperkte aanbod. Er zijn veel aanbieders van lichte(re) jeugdhulp. Mede daardoor is er minder capaciteit beschikbaar voor zwaardere zorg. De commissie is van mening dat deze mismatch moet worden aangepakt. De commissie merkt op dat er te weinig flexibiliteit in de jeugdzorgketen zit om te kunnen op- en afschalen. Eenmaal afgeronde behandeltrajecten zijn moeilijk weer op te starten, terwijl dat dikwijls wel wenselijk is. De commissie erkent de angst die jongeren voelen of hulp wel beschikbaar blijft en snapt dat jongeren aangeven liever langer in zorg te blijven, vanwege het risico dat een vervolgvraag leidt tot (opnieuw) plaatsing op de wachtlijst. De commissie herkent ook de grote zorg van velen dat de 18-/18+-problematiek een grote terugslag voor jongeren kan betekenen.

De commissie heeft over verantwoordelijkheden en gedeeld eigenaarschap de volgende adviezen geformuleerd: • Pak door op de transformatie van het aanbod van jeugdzorg met bindende regionale afspraken; • Breng vraag en aanbod met elkaar in balans, vooral voor de zwaardere hulpvragen; • Zet de afspraken over standaardisatie in inkoop, contractering en verantwoording door; • Borg dat jongeren via een waakvlamconstructie laagdrempelig kunnen terugvallen op hulp.

Hoofdboodschap op financiën Het aantal nieuwsberichten over de financiële tekorten in de jeugdhulp is ontelbaar. Ook in alle gesprekken en position papers is de ernst en omvang van deze financiële problematiek naar voren gebracht. De cijfers en de verhalen achter de cijfers schetsen een beeld van onmacht. Terwijl de uitgaven blijven stijgen, voelen jongeren zich het kind van rekening. De commissie is er niet van overtuigd dat de Hervormingsagenda de beoogde besparingen op de jeugdhulp gaat realiseren. Er zijn zeker aanknopingspunten, maar de commissie betreurt het gebrek aan data, het beperkte inzicht in effectieve wijzen van werken en het spanningsveld tussen beleidsvrijheid en financiële sturing. Het is sturen in de mist. De commissie heeft gemerkt dat financiële beheersbaarheid van het jeugdstelsel het gesprek onder alle betrokkenen en op alle niveaus domineert. Meer financiële ruimte lijkt dè oplossing. Waar geld nu nog als het grootste probleem wordt gezien en hèt sturend mechanisme, zal de komende jaren de beschikbaarheid aan gekwalificeerde jeugdprofessionals een veel groter vraagstuk zijn. De commissie is van mening dat de consequenties van de toenemende krapte op de arbeidsmarkt nadrukkelijker moet worden meegewogen in de keuzes die worden gemaakt. Dit vraagt vooral het zo goed en gericht mogelijk inzetten van alle professionals.

De commissie is zich ervan bewust dat de financiering van de jeugdzorg onderdeel is van een bredere discussie over de financiële en interbestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en gemeenten. In het licht van de opdracht die aan de commissie is gesteld om tot een onafhankelijk zwaarwegend advies te komen, heeft de commissie de keuze gemaakt deze bredere vraagstukken niet mee te wegen in haar oordeel.

Belangrijkste conclusies en adviezen op financiën Dekking financiële tekorten 2023 en 2024 De ontstane tekorten op de inzet van jeugdzorg (jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering) in de jaren 2023 en 2024 zijn een gedeelde verantwoordelijkheid van Rijk en gemeenten. De commissie heeft in haar gewogen oordeel drie aspecten meegenomen.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

6

In de eerste plaats heeft de commissie gekeken naar de ontwikkeling van de uitgaven. De uitgaven aan maatwerkvoorzieningen jeugd zijn in de afgelopen twee jaar verder toegenomen. Vooral de duur en intensiteit van jeugdhulptrajecten, de lichte groei in het aantal jongeren dat jeugdhulp krijgt, de hogere CAO-lonen en toepassing van reële tarieven liggen hieraan ten grondslag. Ook de uitgaven aan ‘meerkosten voorliggend veld’ nemen toe; hier is sprake van een sterkere groei in de afgelopen jaren. De commissie duidt dat – op het eerste oog – als een positieve ontwikkeling: meer investeringen in lokale steunstructuren zouden op termijn kunnen leiden tot minder uitgaven voor geïndiceerde jeugdzorg. Hierbij plaatst de commissie wel twee kanttekeningen: er is een gebrek aan geaggregeerde data om deze aanname te staven en gemeenten registreren de ‘meerkosten voorliggend veld’ niet eenduidig. In de tweede plaats heeft de commissie gekeken naar de verschillen tussen gemeenten. Er zijn aanzienlijke verschillen in de mate waarin het beschikbaar gestelde jeugdzorgbudget (maatwerkvoorzieningen en meerkosten voorliggend veld) in de algemene uitkering van het Gemeentefonds voor gemeenten toereikend is. Op basis van beschikbare informatie is het voor de commissie niet mogelijk om tot een verklarende analyse van deze verschillen te komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=04fb6c1c-a350-40c6-b63f-8ae1bb160e28