6. Brief van Regio Gooi en Vechtstreek inzake Aanbieding Regionale Samenwerkingsagenda 2023-2026
Tekst van het document
Datum
18 april 2023
Kenmerk
23.0001619
Inlichtingen
J.agricola@regiogv.nl
Telefoon
(035) 69264 44
Onderwerp
Aanbieding Regionale Samenwerkingsagenda 20232026
Gemeenten Gooi en Vechtstreek
Geachte colleges en gemeenteraden, Met veel genoegen sturen wij u hierbij de Regionale Samenwerkingsagenda 2023-2026 (RSA) en de bijbehorende Agenda 2023-2026 ter vaststelling in uw college en raad. We hopen dat alle gemeenteraden deze voor het zomerreces vaststellen. Vanaf het begin van dit traject heeft u met ons meegedacht over reikwijdte, invulling en het proces naar besluitvorming. Eind 2022 heeft u uw zienswijze gegeven op de startnotitie Regionale Samenwerkingsagenda. Wij hebben in een nota van beantwoording met u gedeeld hoe wij de zienswijzen kunnen verwerken in de RSA. Tijdens een regiopodium op 13 maart 2023 hebben raadsleden hierover met ons en met elkaar het gesprek gevoerd. Op 15 mei 2023 is een extra regiopodium gepland zodat de raadsleden met elkaar in dialoog kunnen over de Regionale Samenwerkingsagenda die hierbij ter besluitvorming is aangeboden. Voor dit regiopodium ontvangt u nog een uitnodiging. De beleidsvoorbereiding en bestuurlijke afstemming op de zeven thema’s uit de RSA ligt bij zeven portefeuillehoudersoverleggen. Zij vertalen de regionale opgaven in een handelingsperspectief in een bestuurlijk uitvoeringsprogramma. De uitvoeringsprogramma’s zijn adaptief en kunnen op basis van ontwikkelingen worden bijgesteld. De besluitvormende bevoegdheid in de samenwerking blijft altijd bij gemeenten. Bijlage bij de RSA is de Agenda 2023-2026.
Deze agenda-tool wordt periodiek geactualiseerd en geeft u overzicht en inzicht wanneer vanuit de regionale samenwerking besluitvormingstrajecten gaan lopen in de lokale raden. Meer uitleg over de werkwijze binnen de regionale samenwerking en de positie van de gemeenteraden hierin vindt u in de inleiding van de RSA op pagina 4-6. Wij hopen dat wij u met dit proces goed hebben kunnen faciliteren om voor deze raadsperiode een eenduidige samenwerkingsagenda vast te stellen. We gaan graag met u aan de slag met de beschreven opgaven.
Met vriendelijke groet, Namens het algemeen bestuur Nanning Mol Bestuurlijk trekker Regionale Samenwerkingsagenda Regio Gooi en Vechtstreek | Postbus 251, 1400 AG Bussum Burgemeester de Bordesstraat 80, 1404 GZ Bussum | T: (035) 692 64 44 | info@regiogv.nl KvK 32170415 | IBAN NL40 BNGH 0285 0321 94 | BIC BNGHNL2G | BTW NL 0019.37.194.B01
Nota van Beantwoording – Verwerking zienswijzen op startnotitie Regionale Samenwerkingsagenda (RSA) Kenmerk 23.0000548 Op 9 september 2022 is de startnotitie voor de RSA 2023-2026 naar de gemeenten gestuurd. De gemeenteraden zijn gevraagd om in reactie op de startnotitie hun zienswijzen te geven. De vraag aan de gemeenteraden is om in de zienswijzen in ieder geval antwoord te geven op de volgende vier vragen: -
Kunt u zich vinden in het omschreven doel en reikwijdte van de RSA? Kunt u zich vinden in het voorgestelde proces, planning en procesafspraken? Onderschrijft u de beschreven regionale opgaven? Op welke regionale opgaven wilt u met de andere gemeenteraden in gesprek gaan?
In deze nota van beantwoording wordt in de eerste kolom steeds de inbreng van de verschillende gemeenteraden weergegeven. De inbreng is gerubriceerd naar de vier bovenstaande vragen. In de tweede kolom wordt gereageerd op de inbreng en indien relevant hoe de inbreng in het vervolg wordt meegenomen. Vervolgproces Het algemeen bestuur voert de regie op de totstandkoming van de RSA 2023-2026. Vanuit het AB is de vicevoorzitter (Nanning Mol) bestuurlijk trekker. De zienswijzen van de gemeenteraden worden meegenomen in het definitieve ontwerp van de RSA. Het AB geeft in deze nota van beantwoording een eerste reactie op de zienswijzen en stuurt deze tijdig aan de raden zodat zij deze informatie kunnen betrekken tijdens het gesprek tijdens het Regiopodium op 13 maart 2023. De zienswijzen van alle gemeenten zijn in te zien op de website van de Regio. Kunt u zich vinden in het omschreven doel en reikwijdte van de RSA? Opmerking (met naam gemeente) Wijdemeren: Gemeente Wijdemeren onderschrijft het doel en de reikwijdte van de Regionale samenwerkingsagenda. Gooise Meren: De raad van Gooise Meren kan zich vinden in het omschreven doel van de Regionale samenwerkingsagenda 2023 – 2026. Hilversum:
Reactie en vervolg RSA Fijn dat u zich kunt vinden in het doel en de reikwijdte van de RSA. Fijn dat u zich kunt vinden in het doel en de reikwijdte van de RSA. Fijn dat u zich kunt vinden in het doel en de reikwijdte van de 1
Ja. Wij onderschrijven uw standpunt dat de Regionale samenwerkingsagenda niet kaderstellend is. Dit volgt ons inziens ook uit artikel 8 lid 2 van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek. Een goede en gedragen samenwerkingsagenda draagt naar onze overtuiging wel bij aan de slagkracht en verbondenheid van gemeenten binnen de Regio Gooi en Vechtstreek. Huizen: De RSA wordt enerzijds gepresenteerd als een instrument waarmee de raden een betere sturingsmogelijkheid krijgen, maar bevat anderzijds geen kaderstelling. Daarmee beperkt de sturing van de raden zich in eerste instantie tot de keuze van de opgaven voor regionale samenwerking. De verdere kaderstelling daarbinnen gebeurt door de colleges gezamenlijk (dus afstemming via de portefeuillehouders-overleggen). Denkbaar en gewenst is evenwel dat in de RSA voor de kernopgaven ook kern-prestaties worden geformuleerd (bijvoorbeeld: wat is nu de regionale opgave voor bouwen, welke verdeelprincipes dienen leidend te zijn?). Het accent op de sturing ook door de raden mag wat de Huizer gemeenteraad betreft dus wel iets sterker worden aangezet.
Eemnes: De gemeenteraad van Eemnes stemt in met de startnotitie en de daarin
RSA.
Het klopt dat de sturing van de raden op basis van de RSA zich beperkt tot de keuze voor de opgaven. Daarnaast krijgen de raden meer sturing doordat ze via de agendatool inzicht hebben in welke trajecten wanneer bij de raad wordt voorgelegd. Hier kunnen de raden ook over in gesprek met de eigen bestuurder. De inhoudelijke sturing en kaderstelling op opgaven vindt plaats per onderwerp. Voor elk raadstraject dat vanuit de regionale samenwerking wordt opgestart wordt eerst een startnotitie aan de gemeenteraden voorgelegd. Daarmee hebben de gemeenteraden aan het begin van elk traject de gelegenheid om kaders te stellen en input te leveren. Met deze invulling volgt het algemeen bestuur de aanbevelingen vanuit het traject Verbetering regionale besluitvorming dat in de vorige bestuursperiode heeft plaatsgevonden. De samenwerking vanuit de RSA betreft onderwerpen waarvoor de autonomie bij gemeenten ligt. Hierbij past het minder om elkaar regionaal prestaties op te leggen. Wel wordt in de RSA per opgave benoemd welke kaders door het Rijk of lokaal door gemeenten al zijn vastgelegd. Zo kan hier bijvoorbeeld de geplande woningbouwprogrammering van de regiogemeenten worden benoemd.. Uiteindelijk besluiten de gemeenten over de eigen lokale bouwprojecten. Fijn dat u zich kunt vinden in het doel en de reikwijdte van de RSA. 2
beschreven doel, reikwijdte en regionale opgaven. Blaricum: De gemeenteraad van Blaricum onderschrijft de onderwerpen die het Algemeen Bestuur voorstelt als leidraad voor de Regionale Samenwerkingsagenda 2023-2026. Laren: De gemeenteraad van Laren onderschrijft de onderwerpen die het Algemeen Bestuur voorstelt als leidraad voor de Regionale Samenwerkingsagenda 2023-2026.
Op basis van uw zienswijze gaan wij ervan uit dat u zich kunt vinden in het doel en de reikwijdte van de RSA.
Op basis van uw zienswijze gaan wij ervan uit dat u zich kunt vinden in het doel en de reikwijdte van de RSA.
Kunt u zich vinden in het voorgestelde proces, planning en procesafspraken? Opmerking (met naam gemeente) Wijdemeren: Adviesraden In de startnotitie valt op dat de adviesraden niet worden genoemd. Formeel adviseren de adviesraden de colleges van hun gemeenten bij voorstellen en besluiten in het sociale domein. Voor de onderwerpen waarvoor een besluit van de gemeenteraad nodig is, worden de adviezen van de adviesraad ook ter beschikking gesteld van de gemeenteraad. Om goed te kunnen adviseren over regionale projecten is het van belang dat de adviesraden tijdig worden betrokken en geïnformeerd en ook dat zij voldoende tijd krijgen om tot een advies te komen. Om dit te bevorderen hebben de adviesraden in de regio het Regionaal Voorzittersoverleg (RVO) in het leven geroepen, dat eens in de twee maanden regionale ontwikkelingen afstemt. Ook heeft het RVO een rechtstreeks contact bij de regio en worden de adviesraden via het RVO betrokken bij regionale projecten. Graag vragen wij aandacht voor de wijze waarop de adviesraad wordt meegenomen in het opzetten van de RSA. Wijdemeren:
Reactie en vervolg RSA De adviesraden adviseren formeel de colleges. De Regio heeft geen directe rol in deze afstemming. Met het Regionaal Voorzittersoverleg (RVO) is afgesproken dat voor de overgedragen taak Bescherming en Opvang voor de inkoop en het opstellen van beleid vanuit de Regio rechtstreeks met het RVO wordt afgestemd. Het RVO wordt niet vanuit de Regio rechtstreeks betrokken bij het opstellen van de RSA. Een aantal adviesraden heeft (ongevraagd) advies uitgebracht over de startnotitie RSA zodat college en raden deze input konden betrekken bij de behandeling van de startnotitie. Bij de uitwerking van opgaven vanuit de RSA wordt bij de start van het raadstraject een startnotitie opgesteld. In deze startnotities wordt beschreven hoe de participatie en de afstemming met stakeholders op dat thema wordt georganiseerd. Dit kan lokaal of regionaal zijn. De RSA is ons regionale samenwerkingsdocument en houdt 3
Wonen Afhankelijk van wat er in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) woondeal zal worden besloten voorzien wij eventueel een aanpassing in de tekst. Daarbij stellen wij voor om de planning aan te passen om hierop aan te sluiten.
Gooise Meren: De raad van Gooise Meren kan zich vinden in het voorgestelde proces, de planning en de procedureafspraken van de Regionale samenwerkingsagenda. Laren: Wij kunnen ons vinden in het proces zoals dat is voorgesteld, al zien wij ook dat enige flexibiliteit nodig is om tussen de raden afstemming te vinden en de bespreking op elkaar aan te laten sluiten. De raad roept daarom op om het regiopodium echt in te zetten om de onderlinge dialoog te faciliteren. Er zijn namelijk onderwerpen die naar onze mening extra ambitie vragen binnen het samenhangende geheel aan thema's. Blaricum: Met betrekking tot het voorgestelde proces, planning en procedureafspraken willen wij de regio verzoeken een evaluatie op hoofdlijnen op te stellen en ter beschikking te stellen aan de raden over de bereikte doelen van de vier speerpunten zoals in de RSA 2019-2022 zijn vastgesteld. Van de RSA 2019-2022 is geen evaluatie op hoofdlijnen gepresenteerd en is onduidelijk wat er van de voorgenomen doelstellingen is gerealiseerd. De nieuw op te stellen RSA is (gedeeltelijk) te beschouwen als een voorzetting van de vier speerpunten uit de RSA uit 2019. Een evaluatie van de RSA 2019-2023 moet de meerwaarde van regionale samenwerking op destijds geformuleerde speerpunten aantonen.
zoveel mogelijk rekening met externe ontwikkelingen en beleid. In de planning is het niet mogelijk om rekening te houden met alle externe ontwikkelingen Omdat deze verschillende tijdpaden kennen. De MRA woondeal komt voort uit Rijksbeleid. Hierover wordt regionaal afgestemd in het portefeuillehoudersoverleg Bouwen en Wonen. De al door de raden vastgestelde kaders zijn hierbij voor ons het uitgangspunt. De minister geeft aan dat de uitkomsten van de woondeals hun vertaling krijgen in de woonzorgvisies waaraan in deze raadsperiode invulling wordt gegeven. Fijn dat u zich kunt vinden in het voorgestelde proces, de planning en de procedureafspraken van de RSA. Fijn dat u zich kunt vinden in het proces. Het AB sluit zich aan bij uw oproep om het Regiopodium van 13 maart 2023 nadrukkelijk in te zetten om het goede gesprek tussen de raden te faciliteren.
De resultaten en voortgang van de RSA 2019-2022 zijn/worden op drie momenten met u gedeeld: - Tijdens trajecten via informatiebrieven en Webinars. - Halverwege de RSA periode (april 2021) is een tussenstand met u gedeeld in de vorm van een magazine. - Aan het einde van de periode wordt teruggeblikt op de hele RSA periode, weer in de vorm van een magazine. Deze is beschikbaar voor het Regiopodium van 13 maart. - De RSA is de gezamenlijke samenwerkingsagenda van de gemeenteraden en geeft richting aan de activiteiten die we samen ondernemen. De opbrengt hiervan is de optelsom van wat er samen met gemeenten is gedaan en bereikt. Door 4
Hilversum: Een van de doelstellingen van het huidige proces is om de gemeenteraden in positie te brengen dat zij zich ook eigenaar kunnen voelen van de samenwerkingsagenda. De startnotitie is een goede aanzet voor de samenwerkingsagenda, maar wat ons betreft mag er nog wat meer richting worden gegeven aan de opgaven. Het Regiopodium in februari 2023 geeft de gemeenteraden nog de gelegenheid om hierover met elkaar in gesprek te gaan. De (beoogde) planning komt ons ambitieus voor, omdat het Algemeen Bestuur al in maart 2023 met een definitief ontwerp van de samenwerkingsagenda komt. Mede vanwege de ervaringen uit het verleden met moeizame processen rondom de samenwerkingsagenda hebben wij begrip voor de voortvarendheid van de Regio. Wel hechten wij veel waarde aan regionaal draagvlak voor de samenwerkingsagenda. Hilversum: Daarnaast vinden wij het van belang om ook gedurende de looptijd van de samenwerkingsagenda periodiek te worden bijgepraat over de voortgang van de opgaven, los van regionale besluitvormingsprocessen. De agendatool vinden wij een goed instrument voor het overzicht en de transparantie van de raadstrajecten, maar het gesprek vooraf met de Regio vinden wij zeker zo belangrijk.
Hilversum: Voordat de gemeenteraden in gesprek gaan over de RSA 2023 vragen wij u een evaluatie op hoofdlijnen op te stellen en aan de gemeenteraden aan te bieden over de bereikte doelen van de vier speerpunten zoals in de RSA 2019-2022 zijn vastgesteld. Hilversum: Wij verzoeken u de in de zienswijze januari 2019 opgenomen voorstellen om te komen tot betere en sterkere democratische borging van de regionale samenwerking in 2023 te onderzoeken en daarover in Q4 2023 de raden te informeren.
het richtinggevende kader van de samenwerkingsagenda zijn niet op alle onderdelen de doelstellingen heel concreet beschreven. Het Regiopodium is inderdaad – in combinatie met de zienswijzen op de startnotitie – een goede gelegenheid voor de gemeenteraden om in gesprek te gaan over de zienswijzen op de startnotitie en de invulling van de opgaven die in de startnotitie zijn benoemd. Wij bieden de raden graag de mogelijkheid om tijdens een extra regiopodium in mei met elkaar in gesprek te gaan over de concept regionale samenwerkingsagenda 2023-2026 nadat deze aan de colleges en gemeenteraden is aangeboden.
Fijn dat de waarde wordt gezien van de agenda-tool als instrument voor de raad, in aanvulling op de reeds bestaande informatiebrieven. De agenda-tool is een goed instrument om met uw bestuurlijk vertegenwoordiger in het AB in gesprek te gaan en eventuele signalen mee te geven. Zie reactie op de zienswijze van Blaricum.
Aan de oproep in de zienswijze januari 2019 is gevolg gegeven met het traject Verbetering regionale besluitvorming. Door de werkgroep is in augustus 2021 een advies uitgebracht. Het algemeen bestuur heeft hier in november 2021 een reactie opgegeven. Op basis van het advies van de werkgroep is de werkwijze voor regionale besluitvormingstrajecten aangepast. 5
Belangrijke aanpassingen zijn het betrekken van de gemeenteraden bij de start van een traject met een startnotitie en het streven naar informatiesymmetrie. Het traject naar een nieuwe RSA is ook vanuit deze aanbevelingen ingevuld. Met vormen voor afstemming tussen de gemeenteraden kon in de afgelopen jaren geen invulling gegeven worden door de coronamaatregelen. In de raadstrajecten die in 2023 lopen (vaststellen RSA, huisvestingsverordening en aanpassing GR) zal worden geëxperimenteerd met de invulling van regiopodia om afstemming tussen gemeenteraden mogelijk te maken. Hilversum: Wij verzoeken u in het proces, zoals dat nu door de regio wordt voorgesteld, een gemeenschappelijke commissievergadering te plannen zodat alle raden tegelijkertijd en gezamenlijk in de gelegenheid worden gesteld om de RSA 2023-2026 te bespreken. Huizen: Wat Huizen betreft kan ingestemd worden met het proces; wel bestaat behoefte aan verduidelijking inzake de redenen om in fase 2 een extra tussenstap toe te voegen en dus de vaststelling op te schuiven. Verder is opmerkelijk dat inmiddels een aantal bestuurlijke uitvoeringsprogramma’s is behandeld / vastgesteld in de PFHO’s voordat de raden hun zienswijze hebben kunnen aanleveren.
Kijkend naar de data in het proces lijkt ons een raadsbehandeling in juli 2023 gericht op vaststelling van de RSA (tenzij een extra tussenstap van toepassing zal zijn) haalbaar.
Eemnes: De gemeenteraad van Eemnes kan instemmen met het voorgestelde proces, planning en procedureafspraken.
Het AB neemt deze suggestie ter harte en zal in mei voorafgaand aan de behandeling in de gemeenteraden een regionale bijeenkomst organiseren waarin de raden de mogelijkheid hebben om in gesprek te gaan over de concept RSA die ter besluitvorming is aangeboden. De bestuurlijke uitvoeringsprogramma’s zijn opgesteld als vertrekpunt voor de bestuurlijke samenwerking in deze periode binnen de kaders die hiervoor met de eigen raad zijn afgesproken. De uitvoeringsprogramma’s zijn bedoeld om inzicht te geven en de verwachtingen af te stemmen over waarop bestuurlijk wordt samengewerkt. Ingrediënten voor de uitvoeringsprogramma’s zijn de coalitieakkoorden van gemeenten, rijksbeleid, lopende trajecten vanuit de vorige periode en autonome ontwikkelingen. De uitvoeringsprogramma’s zijn adaptief; ze worden regelmatig geactualiseerd op basis van nieuwe ontwikkelingen. Vanzelfsprekend kan het traject van de nieuwe RSA leiden tot aanpassing van de uitvoeringsprogramma’s. Fijn dat u zich kunt vinden in het voorgestelde proces, de planning en de procedureafspraken van de RSA.
6
Onderschrijft u de beschreven regionale opgaven? Opmerking (met naam gemeente) Wijdemeren: Gezondheid en ondersteuning / Jeugd en organisatie Vanuit de gedachte dat lokaal wordt georganiseerd wat lokaal kan en dat regionaal wordt georganiseerd wat regionaal moet (of beter kan) is onderschrijven wij de combinatie van lichtere vorm van zorg en ondersteuning in de wijk en van specialistische vormen op regionaal niveau. Wat wordt gemist, is een nadere duiding van wat de schrijver voor ogen staat. De vraag komt op wat de toevoeging “op basis van beschikbaarheid” bij de lichtere vormen van zorg en ondersteuning precies betekent. Om onduidelijkheid te voorkomen en het draagvlak te vergroten zien wij graag een concretere uitwerking op deze opgaven. Wijdemeren: Economie De werkgelegenheid loopt niet gelijk op met de beroepsbevolking; en tevens is de regio enorm aan het vergrijzen. Op dit onderwerp staat als ambitie genoemd dat voor het behoud van een gezonde woon-werk balans het van belang is dat er aandachtspunten zijn. Er zijn sterke signalen dat er nu al geen sprake is van een gezonde woon-werkbalans (zowel kwantitatief als kwalitatief). Een intensivering van de regionale samenwerking en centrale regievoering op dit onderwerp zou daarom noodzakelijk zijn om deze balans te herstellen.
Verder is op te merken dat het belangrijk is dat voor de inzet op de economie van toekomst dat de focus niet alleen ligt op media/ICT/zorg maar ook de maakindustrie en handel, de sectoren waarin met name beroeps en middelbaargeschoolden in werken, die nu voor hun werk moeten pendelen. Wijdemeren: Mobiliteit In de notitie staat dat er moet worden ingezet op goed busvervoer. De lobby voor busverbinding Loosdrecht-Hollandsche Rading ontbreekt daarin echter. Graag zouden wij die toegevoegd willen zien.
Reactie en vervolg RSA Wij begrijpen dat deze term meer uitleg behoeft. De beschrijving van de opgave zal in de Regionale samenwerkingsagenda op dit punt worden aangescherpt. Het gaat hier om lichtere vormen van zorg die dichtbij inwoners in de wijk worden georganiseerd. Voor deze zorgvormen geldt dat deze vooral op reguliere werktijden beschikbaar zijn en naar hun aard geen 24/7 beschikbaarheid kennen. Dat wordt bedoeld met “op basis van beschikbaarheid”.
In de startnotitie is deze opgave onder Economie en Innovatie benoemd als ‘duurzaam investeren in de beroepsbevolking en het vestigingsklimaat’. Wij onderschrijven het belang van regionale samenwerking op dit onderwerp en ook de aandacht voor praktisch geschoolde arbeid.
De startnotitie en ook de RSA benoemt de opgaven op hoofdlijnen. De lobby voor de busverbinding naar station Hollandsche Rading op de huidige plek is opgenomen in het bestuurlijk uitvoeringsprogramma Ruimte en Mobiliteit. Daarin wordt ook goed regionaal busvervoer genoemd. Deze buslijn is benoemd in de zienswijze op de busconcessie van provincie 7
Gooise Meren: De raad van Gooise Meren onderschrijft de beschreven Regionale opgaven in de startnotitie. Gooise Meren: De raad van Gooise Meren wil dat bij de opgave Economie en Innovatie ook nadrukkelijk ingezet wordt op behoud van en ontwikkeling van praktische/ambachtelijke werkgelegenheid. Gooise Meren: De raad van Gooise Meren wil dat het adagium ‘’Lokaal wat kan, regionaal wat moet’’ terug komt in de definitieve RSA en nieuwe initiatieven hieraan consistent worden getoetst. Laren: De gemeenteraad van Laren onderschrijft de onderwerpen die het Algemeen Bestuur voorstelt als leidraad voor de Regionale Samenwerkingsagenda. Blaricum: De gemeenteraad onderschrijft de onderwerpen die het Algemeen Bestuur voorstelt als leidraad voor de Regionale Samenwerkingsagenda 2023-2026. Hilversum: De opgaven zoals beschreven in de startnotitie geven een goed en vrij compleet beeld van de uitdagingen waar de gemeenten voor staan. Alleen het onderwerp innovatie (economie & innovatie) blijft wat onderbelicht. De opgaven zijn echter algemeen gesteld en op portefeuille niveau bepaald. Zij geven verder geen afdoende inzicht in wat we gaan doen en waarom (o.a. vereiste schaalgrootte, financieringsstromen zoals regionale subsidies, bestaan van regionale netwerken en samenwerkingsverbanden). In de Regionale samenwerkingsagenda 2019-2022 gold het adagium: ‘regionaal wat moet, lokaal wat kan’.
Wat Hilversum betreft geldt dit nog steeds. De Raad van Hilversum zou daarom graag nog een verdiepingsslag op de opgaven willen zien met een integrale aanpak op de functies wonen,
Utrecht die in januari 2023 namens het portefeuillehoudersoverleg Ruimte en Mobiliteit is verzonden. Dank voor uw reactie. In de startnotitie is deze opgave onder Economie en Innovatie benoemd als ‘duurzaam investeren in de beroepsbevolking en het vestigingsklimaat’. U benadrukt de urgentie om hierin te investeren. Wij onderschrijven dit. Het adagium is breed gedeeld en is een uitgangspunt voor alle opgaven die worden opgenomen in de nieuwe RSA. Het zal expliciet worden opgenomen in de RSA. Ook zal per opgave beschreven worden waarom sprake is van een regionale opgave. Dank voor uw reactie.
Dank voor uw reactie.
De vraag aan de raden is om op basis van de startnotitie aan te geven waarop zij met andere raden het gesprek aan willen gaan en keuzes te maken waar zij de komende jaren regionaal actief op willen inzetten. De focus van de nieuwe RSA wordt nog nader bepaald aan de hand van de zienswijzen en de opbrengst van het gesprek tussen de raden op het Regiopodium. Het genoemde adagium is en blijft een belangrijk uitgangspunt voor zowel de nieuwe RSA als de bestuurlijke uitvoeringsprogramma’s. Het zal in de RSA expliciet worden opgenomen. Ook zal per opgave beschreven worden waarom sprake is van een regionale opgave. De samenwerking vanuit de RSA betreft onderwerpen waarvoor 8
werken, voorzieningen en mobiliteit. Wij zijn ons bewust van het bestaan van uitvoeringsprogramma’s in de Regio. Naar onze mening mag de Regionale samenwerkingsagenda evenwel meer richtinggevend zijn.
Huizen: De beschreven opgaven bieden op zich geen verrassing. Op deze thema’s werken we immers al samen. Wel maakt Huizen de volgende kanttekeningen: a. Wat betreft de opgave ‘samenwerking aan passende zorg thuis’ bij gezondheid en ondersteuning: deze opgave ondersteunen wij. In de uitwerking maken wij wel een voorbehoud bij het punt ‘specialistische vormen van zorg en ondersteuning op maat gezamenlijk vorm te geven’; wij hebben de intentie om specialistische vormen van zorg en ondersteuning op maat gezamenlijk vorm te geven, maar willen daarover nog geen toezegging doen. Wij verwijzen naar het (HBEL) traject om specialistische begeleiding op een andere wijze vorm te geven. Eerst nadat we deze verkenning hebben afgerond (waarbij we de Regio zullen betrekken) kunnen we als Huizen hier meer duidelijkheid over geven. b. Wat betreft de opgave milieu en duurzaamheid geldt het voorbehoud dat doelstellingen als ‘een circulair Gooi en Vechtstreek’ en ‘Klimaatneutraal Gooi en Vechtstreek in 2050’ niet altijd exact overeenkomen met in de raden vastgestelde doelen. Om te voorkomen dat deze destijds zelf opgeworpen regionale doelen een eigen leven gaan leiden kunnen ze wat Huizen betreft beter uit de startnotitie RSA worden gehaald. We hebben in de huidige RSA lang last gehad van de
de autonomie bij gemeenten ligt. Na de vaststelling van de vorige RSA in 2019 is het traject Verbetering regionale besluitvorming gestart. De uitkomsten en aanbevelingen vanuit dit traject zijn de basis geweest voor de invulling van deze RSA. Vanuit deze context geeft de RSA wel inzicht in de opgaven waarop wordt samengewerkt en wanneer onderwerpen bij de raden geagendeerd zullen worden. Kaderstelling vindt plaats door de raden per onderwerp. Voor elk raadstraject dat vanuit de regionale samenwerking wordt opgestart wordt eerst een startnotitie aan de aan de gemeenteraden voorgelegd. Daarmee hebben de gemeenteraden aan het begin van elk traject de gelegenheid om kaders te stellen en input te leveren. Dank voor uw reactie. In het definitieve ontwerp van de RSA zijn we er scherp op dat de doelstellingen aansluiten bij de kaders die al door de gemeenteraden zijn gesteld of door hogere overheden zijn gesteld en daarmee richtinggevend voor gemeenten. De bestuurlijke uitvoeringsprogramma’s zijn door hun aard inderdaad concreter. Ook op dit niveau geldt dat de autonomie bij gemeenten ligt. Het uitvoeringsprogramma is bedoeld om inzicht te geven en de verwachtingen gelijk te stellen op welke opgaven gemeenten willen samenwerken en op welke wijze ze dat willen doen. De uitkomsten van de gezamenlijke bestuurlijke beleidsvoorbereiding vraagt altijd om lokale besluitvorming.
9
onwerkelijke doelstelling ‘G&V energieneutraal in 2030’ die ineens in de RSA opdook. c. Het beleid-specifieke uitvoeringsprogramma geeft (uiteraard) concreter aan hoe e.e.a. moet worden opgepakt en uitgevoerd. Daarover zijn onzerzijds aandachtspunten voor meegegeven richting PFHO (o.a. over het instrumentarium voor ruimte behoud en het afwegen van deelname aan het transitiefonds Inwest). Dit komt in de startnotitie niet terug. Het is wel zaak om de juiste discussie te voeren. Ook dat raakt aan de sturing die de raden mogen meegeven wat Huizen betreft. Op welke regionale opgaven wilt u met de andere gemeenteraden in gesprek gaan? Opmerking (met naam gemeente) Algemene reactie AB: Op alle opgaven die in de startnotitie zijn beschreven is regionale samenwerking gewenst. Dit wordt in uw zienswijzen onderschreven. In de startnotitie is ook de vraag gesteld op welke opgaven u graag met de andere gemeenteraden in gesprek wilt gaan. Op deze onderwerpen zal de Regio het onderlinge gesprek faciliteren, bijvoorbeeld door Regiopodia te organiseren. Er zijn daarmee twee redenen om een Regiopodium te organiseren: - Er wordt een traject gestart met een startnotitie wat moet leiden tot besluitvorming in de gemeenteraden. Deze onderwerpen worden benoemd in de agenda-tool. In de komende maanden zijn dat de Huisvestingsverordening, de aanpassing gemeenschappelijke regeling en de RSA 2023-2026.
- Er worden Regiopodia georganiseerd over thema’s waarvan u heeft aangegeven daar extra focus op te willen leggen en met elkaar het gesprek over aan te willen gaan. We gaan uit van één of twee thema bijeenkomsten per jaar. Het is mogelijk dat op een thema-onderwerp ook besluitvorming nodig is en beide aanleidingen dus samenvallen. De integrale zienswijzen op de startnotitie vindt u op de website van de Regio. Op de vraag op welke onderwerpen u met andere gemeenteraden in gesprek wilt zijn de volgende onderwerpen in de zienswijzen meermaals genoemd: • • • •
landschap / transitie agrarisch gebied regionale arbeidsmarkt / werkgelegenheid duurzaamheid / energietransitie regionale bereikbaarheid / mobiliteit (met name fiets en openbaar vervoer) 10
•
voorzieningen sociaal domein: lokaal maatwerk versus regionale inkoop, normalisering en regionale rol in afstemming met stakeholders.
Hieronder zijn de zienswijzen te vinden van de verschillende gemeenteraden op deze vraag. Tijdens het Regiopodium op 13 maart kunt u in gesprek met collega raadsleden verdere duiding geven aan deze focus. Wijdemeren: Regierol Hilversum Hoe de regierol van de centrumgemeente (Hilversum) het beste vorm gegeven kan worden t.a.v. regionale arbeidsmarkt ontwikkelingen en de regionale samenwerking t.a.v. werk en inkomen. Bijvoorbeeld de doorontwikkeling van de projecten Werken aan werk en Perspectief op werk. Wijdemeren: Maatwerk en werkkamer Ruimte voor lokaal maatwerk: Naast de regionale ontwikkelingen hechten gemeenten ook veel waarde aan het aanbieden van lokale maatwerk trajecten aan de inwoners. Daarbij gaat het om zaken zoals de invulling van de rol van de werkkamer. Wellicht heeft een versterkte rol van de werkkamer een positief effect op de regionale arbeidsmarkt ontwikkelingen. Wijdemeren: Milieu en duurzaamheid De genoemde thema’s zijn al onderwerp van regionale samenwerking. Voor het thema energietransitie is de uitwerking al zoveel mogelijk geconcretiseerd, wat op zichzelf goed is maar niet hoeft te betekenen dat elke gemeente op alle thema’s mee hoeft te doen. Dit was ook een van de uitkomsten van de evaluatie van het lopende uitvoeringsprogramma energietransitie. De diversiteit in aanpak tussen gemeenten is niet weergeven maar zeker relevant.
Het is belangrijk om helder te maken wat op de diverse thema’s de rolverdeling is tussen Regio Gooi en Vecht en gemeenten. Ook is het belangrijk om samenwerken hierin te specificeren. Dit kan uiteenlopen van kennisdeling tot regierol Regio. Met name op het gebied van stikstof is dit niet helemaal duidelijk. Wijdemeren: Wonen Op dit onderwerp zouden wij graag in gesprek willen gaan over hoe wij regionaal om willen gaan met kansrijke locaties voor bouwen waar relatief veel beperkingen gelden. Daarbij gaat het met name over de ontwikkelingen met gevolgen voor buurgemeenten en de omgang met beleid van hogere bestuurslagen. Gooise Meren: De raad van Gooise Meren wil met andere gemeenteraden in gesprek over het thema landschap. Landschap vatten we hierbij op als het buitengebied inclusief het agrarisch gebied. Landschap zal de komende 4 jaar sterk in de belangstelling staan en vraagt zowel om een integrale blik als scherpe keuzes. De diverse opgaven in het fysieke en sociale domein hangen voor een belangrijk deel samen met landschap: wonen, energie, mobiliteit, recreatie, gezondheid, versterken natuur, tegengaan stikstofdepositie etc. Daarbij geldt dat rijk en provincie een belangrijke rol spelen middels nationale en provinciale programma landelijk gebied.
Het is belangrijk dat gemeenten ten aanzien van landschap goed samenwerken en het samen sterk staan om de duurzame keuzes over de invulling en de kwaliteit van het landschap te bevorderen. 11
Laren: Ten eerste zien wij dat de kosten voor het sociaal domein en de gezondheidszorg nog steeds hoog zijn. De regio Gooi en Vechtstreek kent veel oudere inwoners, waardoor de vraag naar zorg alleen maar zal stijgen en ook onze jeugd doet een groot beroep op bijzondere voorzieningen. De noodzaak te blijven investeren in een samenleving waarin kinderen gezond en veilig opgroeien en inwoners vitaal oud worden blijft daarom hoog. Dit is niet alleen goed voor het welzijn van onze inwoners, maar ontlast ook de gezondheidszorg. Aangezien meerdere lagen en organisaties zich in de regio met dit vraagstuk bezighouden (gemeenten, onderwijs, sportverenigingen, jeugdhulpaanbieders, Versa Welzijn, GGD) vragen wij de Regio Gooi en Vechtstreek hier een coördinerende rol in te spelen. Laren: Ten tweede betreuren wij het dat de beleidsmatige ondersteuning op het gebied van cultuur volledig is geschrapt. De Gooi en Vechtstreek kenmerkt zich door een rijke historie die op veel plekken zichtbaar is en aanbieders van cultuur van hoog niveau. Cultuur is een belangrijk onderscheidend kenmerk van onze regio waarmee wij veel kunnen bereiken, zoals onze aantrekkelijkheid voor toeristen. Graag brengen wij in overweging een gecoördineerd overleg op het gebied van cultuur en toerisme opnieuw in te voeren.
Laren: Ten derde zien wij dat op gebied van duurzaamheid en afvalinzameling onze regio nog veel kan bijdragen. Wij bepleiten een realistisch en werkbaar afvalbeleid dat primair inzet op circulariteit en hergebruik. Een gezamenlijke aanpak op mobiliteit (bijvoorbeeld door het faciliteren van snelfietspaden) draagt bij aan duurzaamheid en gezondheid. Blaricum: Ten eerste willen wij gezamenlijk de slagkracht, kennis en expertise bundelen voor de beperking van geluidsoverlast en C02 en fijnstof uitstoot van de snelwegen A27 en Al. Blaricum: Ten tweede willen wij goed samenwerken en samen sterk staan om de duurzame keuzes over de invulling en de kwaliteit van het landschap (en natuur) te bevorderen. Landschap is op te vatten als het buitengebied inclusief het agrarisch gebied. De diverse opgaven in het fysieke en sociale domein hangen voor een belangrijk deel samen met landschap: wonen, energie, mobiliteit, recreatie, gezondheid, versterken natuur, tegengaan stikstofdepositie etc.
Hilversum: Onderwerpen waarover wij met de andere gemeenteraden in gesprek willen gaan zijn: - wendbare en innovatieve economie (creatieve oplossingen voor schaarse ruimte waarbij woon-, werk- en zorgfuncties worden gecombineerd, behoud van voldoende bedrijfscapaciteit, breed onderwijsaanbod, ontwikkeling werkpotentieel); - intensieve/schaarse zorg en huisvesting voor kwetsbare groepen (jongeren, zorgmijders, vluchtelingen) - circulaire economie (regionale grondstoffenstrategie, sluiten van regionale kringlopen, benutten van regionale, duurzame grondstoffen, ontwikkeling van innovatieve, circulaire bedrijvigheid, praktische banen) - energietransitie (versterking visieontwikkeling en samenwerking naar aardgasvrije samenleving); - uitvoering en monitoring regionale woonvisie; - uitbreiding deelvervoersystemen bij OV knooppunten (regionale bereikbaarheid en doorstroming); 12
ketensamenwerking normalisering (samenwerking in de regio met zorgverleners en maatschappelijke organisaties, gericht op preventie, de-medicalisering en versterken sociale netwerken). Huizen: In het Huizer collegeprogramma 2022-2026 is vermeld dat bij de samenwerking vooral moet worden ingezet op de thema’s duurzaamheid, mobiliteit en werkgelegenheid in de regio. Dit lijkt ons dus een logische inzet voor een verdiepingsgesprek met de andere raden. Verder is de oproep die Huizen heeft gedaan om te komen tot een gemeenschappelijke raadscommissie nog steeds een mogelijkheid om dat gesprek tussen de raden een structureler karakter te kunnen geven. Huizen: Tot slot vermelden wij dat de adviesraad sociaal domein ongevraagd ook een advies heeft uitgebracht. Het daarin opgenomen standpunt, dat dat wat hem betreft concreter wordt aangegeven in welke richting de regionale samenwerking moet gaan, is begrijpelijk. Daarnaast wordt aangegeven, dat op een aantal specifieke punten meer concretisering wenselijk is, en dat de menselijke maat centraal moet staan bij alle genoemde onderdelen bij gezondheid, ondersteuning, jeugd en onderwijs.
Eemnes: De gemeenteraad van Eemnes volgt de wens vanuit het college om aanvullend in te zetten op: • een Shared service center (voor bedrijfsvoeringstaken): In het recent gehouden onderzoek door Berenschot werd aangegeven dat het vormen van een shared servicecenter binnen de Regio Gooi en Vechtstreek wellicht te overwegen zou zijn, deze aanbeveling is destijds niet overgenomen. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt is het wellicht een overweging om het opzetten van een shared service center weer op de agenda te plaatsen. • Economische zaken: Wij vinden het van belang dat er aandacht is voor voldoende ruimte voor werkgelegenheid en bedrijven; een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en arbeidskrachten met bereikbare werklocaties. • Ruimte en mobiliteit: Bereikbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde voor prettig wonen, werken en recreëren, voor de leefbaarheid van alle kernen en voor een goed vestigingsklimaat. Wij vinden het belangrijk om met name in te zetten op openbaar vervoer en fietsen als oplossing voor maatschappelijke opgaven. • Gezondheidszorg: Bij het bieden van zorg dient de inwoner en zijn behoefte centraal te staan. De fysieke en sociale omgeving is daarbij van belang omdat we gezondheid zien als het begin van de oplossing op veel terreinen en vormt daarmee de rode draad in ons handelen.
• Duurzaamheid: we zetten in op een duurzame gezonde samenleving en we zien gelet op de plannen van minister Jetten kansen om samen op te trekken met de RES Regio Amersfoort en RES Regio Noord-Holland Zuid, met name op het gebied van de transitievisie warmte. -
13
Regionale Samenwerkingsagenda 2023-2026
IJSSALON
oer
Verv
Kenmerk: Datum: 21 maart 2023 Contact: j.agricola@regiogv.nl
RSA.1
INHOUD
RSA.2
INLEIDING
3
OPGAVEN
7
Trends & ontwikkelingen
7
Bouwen & wonen
9
Economie & innovatie
12
Gezondheid & ondersteuning
15
Jeugd & onderwijs
18
Milieu & duurzaamheid
21
Ruimte & mobiliteit
23
Werk & participatie
26
BIJLAGEN
29
INLEIDING
RSA.3
Gerhard van den Top Regiovoorzitter Samen met onze regiogemeenten zorgen we dat de samenleving kan functioneren en leveren we een bijdrage aan gezondheid, welzijn en vitaliteit van onze inwoners. Stel je eens voor dat het afval niet wordt opgehaald, dat niemand reageert als je een ambulance nodig hebt, gezinnen met problemen nergens terecht kunnen en jongeren die een steuntje in de rug nodig hebben aan hun lot worden overgelaten. Het maakt mij trots hoe we dit voor alle inwoners ‘gewoon’ goed doen!
In opdracht van de zeven gemeentebesturen van Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren voert de Regio gemeentelijke taken uit. Dit betreft vooral dienstverlening aan inwoners. Daarnaast werken gemeenten samen in de beleidsvoorbereiding op regionale opgaven. Besluiten die voortkomen uit deze afstemming en samenwerking worden genomen door het eigen college en/of de eigen raad. De Regionale Samenwerkingsagenda is ondersteunend aan deze beleidsmatige samenwerking.
1.
Gemeenteraden stellen de Regionale Samenwerkingsagenda lokaal vast. Het streven is om met elkaar dezelfde samenwerkingsagenda vast te stellen. Mochten er toch afwijkingen zijn tussen de vastgestelde agenda’s van gemeenten, dan stelt het algemeen bestuur vast hoe zij daar invulling aan geeft.
Gemeenten staan voor grote maatschappelijke opgaven. De regiogemeenten bepalen gezamenlijk wanneer er sprake is van een regionale maatschappelijke opgave. De regionale opgaven voor de komende vier jaar zijn in kaart gebracht op basis van urgentie, impact, meerwaarde van gezamenlijke aanpak en budgettaire consequenties. De Regionale Samenwerkingsagenda beschrijft de regionale opgaven waarop gemeenten samenwerken maar is niet kaderstellend. Vanuit de samenwerking op de regionale opgaven worden door de colleges kaderstellende producten opgeleverd, zoals een visie of verordening, die door de lokale raden wordt vastgesteld. De autonomie blijft bij gemeenten.
Doel van de Regionale Samenwerkingsagenda is om de gemeenteraden in staat te stellen te sturen op de samenwerking op de regionale opgaven, in beleidsvoorbereiding en belangenbehartiging. Door erkenning van de regionale opgaven en de onderlinge afstemming hierover kunnen de gemeenteraden hun eigenaarschap op de regionale samenwerking beter invullen. De regionale samenwerkingsagenda bestaat uit drie elementen;
RSA.4
2. 3.
een omschrijving van regionale opgaven waarop gemeenten willen samenwerken een duiding vanuit gemeenteraden op welke regionale opgaven zij onderling als gemeenteraden intensiever in gesprek willen een agenda-tool die inzicht en overzicht geeft voor de gemeenteraden wanneer welk onderwerp in de raad kan worden geagendeerd
Omschrijving regionale opgaven
De regionale opgaven zijn geclusterd in zeven thema’s. Voor elk thema stemmen de portefeuillehouders
vanuit de gemeenten de samenwerking af in het portefeuillehoudersoverleg. De leden van het algemeen bestuur zijn voorzitter van één van de portefeuillehoudersoverleggen. Het credo van de gemeenten binnen de samenwerking is: regionaal wat moet, lokaal wat kan. Bij de beschrijving van regionale opgaven wordt daarom expliciet benoemd waarom regionale samenwerking nodig is. Ook wordt bij de opgaven beschreven binnen welke al vastgestelde kaders de opgaven nader worden ingevuld. Dit kunnen kaders zijn die door de gemeenteraden zijn vastgesteld of kaders vanuit hogere overheden.
Gesprek tussen gemeenteraden
De besluitvorming op regionale opgaven wordt bestuurlijk voorbereid. De gemeenteraden worden bij de start betrokken met een startnotitie en worden geïnformeerd met informatiebrieven of een webinar. In de Regionale Samenwerkingsagenda geven de gemeenteraden daarnaast aan op welke regionale opgaven zij als gemeenteraden onderling het gesprek willen voeren en standpunten willen uitwisselen. Vanwege de agendadruk en behoefte aan focus beperkt dit zich tot een aantal opgaven. Gemeenteraden hebben eind 2022 een zienswijze uitgebracht op de startnotitie Regionale Samenwerkingsagenda 2023-2026. Hierin hebben zij aangegeven op welke onderwerpen zij met elkaar het gesprek willen voeren. Een aantal onderwerpen die in de zienswijzen zijn benoemd worden geagendeerd in de context van een besluitvormingstraject. Voor vier focusopgaven worden in deze raadsperiode themasessies georganiseerd zodat de raden met elkaar in gesprek kunnen gaan. Afhankelijk van de invulling kunnen hierbij ook stakeholders worden uitgenodigd. Tijdens het Regiopodium van 13 maart 2023 hebben de daar aanwezige raadsleden input meegegeven voor de invulling van deze themasessies.
gelijktijdige informatievoorziening is van groot belang om met elkaar een zorgvuldig proces te doorlopen en te zorgen dat gemeenteraden dezelfde informatiepositie hebben. Daarom richten het algemeen bestuur en de portefeuillehoudersoverleggen de besluitvormingstrajecten en zienswijzetrajecten in volgens de aanbevelingen van de regionale raadswerkgroep ‘ Verbetering Governance Regio’.
De focusopgaven zijn: • arbeidsmarkt & werkgelegenheid • bereikbaarheid & mobiliteit • landschap (programma landelijk gebied) • sociaal domein (integraal zorgakkoord, normalisering zorg)
Voor het totaaloverzicht worden in de agenda ook opgenomen de producten vanuit de Regio in het kader van de planning en controlcyclus (begroting, bestuursrapportage en jaarrekening) en de verzoeken om wensen en bedenkingen vanuit de metropoolregio Amsterdam (MRA).
Agenda-tool
Gemeenteraden aan zet
In de agenda wordt voor alle raadstrajecten aangegeven wat er wanneer in de raad kan worden geagendeerd. Dit geeft inzicht en overzicht voor de raadsleden. De agenda wordt regelmatig geactualiseerd. Het tijdpad van trajecten is vaak niet meteen bij het begin van de bestuursperiode bekend. Bijvoorbeeld omdat uitwerking vanuit Rijk of provincie nog moet worden afgewacht. Of omdat binnen een traject nog proceskeuzes gemaakt moeten worden op basis van de behandeling van de startnotitie in de raden. De geactualiseerde agenda wordt door het algemeen bestuur aangeboden aan de gemeenteraden. De gemeenteraden kunnen aan de hand van de agenda het gesprek voeren met hun college of hun afgevaardigde in het algemeen bestuur. De volgende besluitvormingstrajecten zijn bij vaststelling van deze agenda in beeld en zijn in de eerste versie van de agenda opgenomen:
Als er richting gegeven moet worden of besluiten genomen moeten worden, dan doet de gemeenteraad dit lokaal. Een eenduidige en
Regiopodia zijn bedoeld voor de uitwisseling van kennis, beelden en inzichten. Er is behoefte om onderling het gesprek te voeren. Tegelijkertijd kennen alle gemeenteraden een hoge agendadruk. Om hierop in balans te blijven hanteren we de volgende uitgangspunten; • Een fysiek Regiopodium is gericht op de dialoog en wordt georganiseerd voor de vier themasessies op de focusopgaven of voor onderwerpen waarvoor een besluitvormings- of zienswijzetraject loopt in de raden. • Een digitaal Regiopodium (Webinar) wordt ingezet om de gemeenteraden te informeren over de voortgang of ontwikkelingen op overige trajecten. De fysieke regiopodia en de webinars zijn vaak op maandagavond voorafgaand aan de fractievergaderingen.
Onderwerp
Raadsbesluit
Verantwoordelijk PFHO/AB
Huisvestingsverordening
Vaststellen
Bouwen en Wonen
Volkshuisvestingsprogramma doelgroepen (woonzorgvisie)
Vaststellen
Bouwen en Wonen
Regionale energiestrategie (RES) 2.0
Vaststellen
Milieu en Duurzaamheid
Gemeenschappelijke regeling
Vaststellen
Algemeen bestuur
Afweging PMD bronscheiding of nascheiding
Zienswijze
Milieu en Duurzaamheid Algemeen Bestuur
RSA.5
Vertaling in bestuurlijke uitvoeringsprogramma’s De beleidsvoorbereiding en bestuurlijke afstemming op de regionale opgaven ligt bij zeven portefeuillehoudersoverleggen. Zij vertalen per portefeuillehoudersoverleg de regionale opgaven in een bestuurlijk uitvoeringsprogramma waarin een handelingsperspectief wordt gegeven voor de bestuurlijke beleidsvoorbereiding op regionale opgaven en op het realiseren van concrete projecten om binnen een opgave verbeterslagen te slaan. De besluitvormende bevoegdheid in de samenwerking blijft altijd bij gemeenten. Het uitvoeringsprogramma wordt gevoed vanuit de wensen van gemeenten, de Regionale Samenwerkingsagenda, Rijksbeleid en autonome en actuele ontwikkelingen. De uitvoeringsprogramma’s
RSA.6
worden periodiek geactualiseerd. Na vaststelling is het uitvoeringsprogramma openbaar en in te zien op de website van de Regio.
Communicatie en evaluatie
Over de voortgang die wordt geboekt in de regionale samenwerking los van de besluitvormingstrajecten wordt met de raden gecommuniceerd via informatiebrieven, webinars en de producten in het kader van de P&C cyclus. Aan het eind van deze RSAperiode worden de resultaten weer integraal met de raden gedeeld. Voor de verkiezingen wordt de scope en invulling van de RSA geëvalueerd zodat dit meegegeven kan worden aan de nieuwe gemeenteraden voor de volgende periode van regionale samenwerking.
Trends en ontwikkelingen
We bevinden ons in een tijdperk van transitie1.
OPGAVEN
Trends & ontwikkelingen RSA.7
Fundamentele veranderingen zijn nodig in de manier waarop we als samenleving basale functies in de maatschappij invullen zoals vervoer, voedselproductie, wonen, zorg en energievoorziening. Ook moeten we ons aanpassen aan de klimaatverandering. Door de demografische ontwikkeling in Nederland draagt in 2050 de helft van de bevolking de zorg voor de andere helft.2 Dit alles heeft impact op de inrichting van de maatschappij, de inrichting van het landschap maar ook rechtstreeks op inwoners die hun woonomgeving, koopkracht en positie op de arbeidsmarkt zien veranderen. Digitalisering biedt hierin kansen maar ook uitdagingen. Het overheidsbeleid wordt daarbij steeds meer gemonitord op brede welvaart en ‘sustainable development goals’ in plaats van op economische groei. Het gaat niet meer om expansie maar om het beter benutten van ruimte en middelen en het vliegwieleffect wat daaruit kan ontstaan.
regionale samenwerkingsverbanden ontstaan waarin partijen alert moeten en willen zijn op enerzijds het belang van samenwerken om de doelstellingen te halen en anderzijds de democratische legitimiteit te waarborgen. Het Rijk kiest ervoor in deze fase weer meer regie te nemen op de ruimtelijke ontwikkeling en legt daarbij de taak (en de budgetten) bij de provincie om hier samen met gemeenten uitvoering aan te geven. Bijvoorbeeld op het gebied van landschapsbehoud, wonen en energietransitie. In het sociaal domein wordt acht jaar na de decentralisaties de balans opgemaakt. Wat wilden we bereiken met de decentralisaties en is dat gelukt? Dit leidt tot herijking van de ambities maar ook tot herziening van de verhoudingen tussen Rijk en gemeenten waar het gaat om sturing en bekostiging.
De uitdagingen waarvoor we staan vragen om radicale aanpassingen. Dit tijdperk geeft ruimte voor dynamiek en innovatie. Maar het leidt ook tot afname van vertrouwen in de gevestigde instituties, het vasthouden aan bestaande zekerheden en angst voor de toekomst. Gevolg hiervan is polarisatie tussen innovatie en toekomstgerichtheid enerzijds en de wens tot behoud van de gevestigde orde anderzijds. Onze overkoepelende opgave is om de kansen van de transities pakken, slim te bundelen en onze omgeving zorgvuldig te begeleiden op weg naar een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Daarbij is het belangrijk iedereen mee te nemen en te laten meeprofiteren. Dit vereist onderlinge solidariteit. Met name als het gaat om kwetsbare doelgroepen en het voorkomen van kansongelijkheid waarbij de rekening niet bij volgende generaties wordt gelegd. Transitie betekent ook beweging in de taak- en rolverdelingen tussen overheden. Naast de traditionele bestuurslagen uit het huis van Thorbecke zijn allerlei 1 De SER onderscheidt vijf grote transities: globalisering, digitalisering, verduurzaming, flexibilisering en vergrijzing gecombineerd met verstedelijking. 2 Door de dubbele vergrijzing (de groep ouderen wordt groter door de naoorlogse geboortepiek en de gemiddelde leeftijd stijgt) zal in 2050 de verhouding beroepsbevolking versus ouderen en jongeren 50/50 zijn.
RSA.8
Deze herijkingen vragen de komende jaren een bovengemiddelde inzet van menskracht en middelen. Leeswijzer bij de beschrijving van opgaven De regionale opgaven zijn geclusterd in zeven thema’s. Bouwen &Wonen, Economie & Innovatie, Gezondheid & Ondersteuning, Jeugd & Onderwijs, Milieu & Duurzaamheid, Ruimte & Mobiliteit en Werk & Participatie. Bij elk thema worden drie aspecten benoemd; • een beschrijving gegeven van de opgave • waarom regionale samenwerking op dit thema (regionaal wat moet, lokaal wat kan) • binnen welke al vastgestelde kaders wordt de opgave nader ingevuld
Bouwen & wonen RSA.9
Nanning Mol Algemeen bestuur Regio Gooi en Vechtstreek Portefeuille: Bouwen en Wonen Voor iedereen is wonen van waarde, maar niet voor iedereen vanzelfsprekend. Gooi en Vechtstreek wil een ‘complete regio’ zijn met een passend woningaanbod voor jong, oud, rijk, arm, kleine en grote huishoudens, valide en mindervalide mensen. Samen zorgen we ervoor dat voor alle generaties en elke portemonnee betaalbare huizen beschikbaar zijn, zodat we een vitale en inclusieve regio worden. Wonen moet weer vanzelfsprekend zijn.
Passend woningaanbod voor alle huishoudens Het aantal huishoudens in Nederland groeit en de woningmarkt staat onder druk. Ook in de regio groeit het aantal huishoudens, mede door toename van het aantal alleenstaanden en ouderen. Met de nationale bouwagenda stuurt het Rijk met regionale Woondeals tussen provincies en regio’s op verhoging van de bouwproductie en het ‘fair share’ principe: • 1/3 nieuwbouw is sociaal + 1/3 nieuwbouw is betaalbaar (tot Nationale Hypotheek Garantie); • 1/3 voorraad is sociaal (in Gooi en Vechtstreek is nu 25% sociaal); • 1/3 woningtoewijzingen is aan aandachtsgroepen.
De uitwerking van de woondeal naar doelgroepen wordt op regionaal niveau vertaald in volkshuisvestingsprogramma’s onder leiding van de provincie Noord-Holland. Figuur 1: Rijksoverheid, programma woningbouw, Regie op de bouwopgave: de regionale woondeals
Actualisering Huisvestingsverordening De landelijke Huisvestingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om de verdeling van schaarse (huur)woningen te reguleren. Dit moet worden vastgelegd in een Huisvestingsverordening (HVV) die maximaal vier jaar geldig is. Op dit moment hebben gemeenten een gelijkluidende lokaal vastgestelde Huisvestingsverordening. Deze is geldig tot 1 juli 2023. De nieuwe HVV moet tenminste worden afgestemd met de buurgemeenten en corporaties. Een eenduidige HVV is in het belang van de regionaal opererende woningcorporaties en de woningzoekenden. Waarom regionaal samenwerken op dit thema? • Gooi en Vechtstreek is een deelregio binnen de woningmarktregio Metropoolregio Amsterdam. • De woningcorporaties opereren regionaal. • De woonruimteverdeling van sociale woningen en de urgentieverlening is regionaal georganiseerd. • Gemeenten moeten hun woningbouwopgaven regionaal afstemmen in het kader van provinciaal beleid. Daarom sluit de provincie regionale woonakkoorden met de gemeenten. • Voor kwetsbare doelgroepen is er een wisselwerking met het regionale beleid Bescherming en Opvang. • Voor toegang tot subsidieregelingen is vaak regionale samenwerking randvoorwaarde (WBI, provinciale regelingen).
In maart 2023 zijn de regionale Woondeals tussen Rijk en regio’s getekend. Gooi en Vechtstreek maakt onderdeel uit van de Woondeal MRA. De bouwopgave in de Woondeal is gebaseerd op de afspraken in het woonakkoord Gooi en Vechtstreek. Het Woonakkoord gaat, gelet op de groei van de bevolking en het aantal huishoudens, uit van een opgave om de komende 20 jaar 9.800 woningen (Regio, exclusief Weesp) toe te voegen aan de voorraad, waarbij de behoefte tot 2030 het grootst is (+ 6.900). 3 In de woonvisie 2016-2030 hebben de regiogemeenten hun ambitie op wonen en woningbouw tot 2030 vastgelegd. In 2021 hebben de gemeenten met de provincie en de woningcorporaties actuele en aangescherpte ambities voor bouwen en betaalbaarheid neergelegd in het Woonakkoord, voor de periode tot 2040.
RSA.10
Vastgestelde kaders Woonakkoord (2021)3
Gemeenten
Woonvisie 2016-2030
Gemeenten
Huisvestingsverordening
Gemeenten
Beleidsplan bescherming en opvang 2022-2025
Regio Gooi en Vechtstreek
Woonagenda 2020-2025
Provincie
Omgevingsverordening
Provincie
Beleidsplan bescherming en opvang 2022-2025
Regio Gooi en Vechtstreek
Huisvestingswet
Rijk
Nationale bouw- en woonagenda
Rijk
Huisvestingswet
Rijk
RSA.11
Economie & innovatie RSA.12
Gert Zagt Algemeen bestuur Regio Gooi en Vechtstreek Portefeuille: Economie en Innovatie Werk draagt bij aan de ontplooiing van onze inwoners en is van groot maatschappelijk belang. Gooi en Vechtstreek wil een woon-werkregio in balans zijn, waarbij de werkgelegenheid aansluit op de beroepsbevolking. Ik zie en ervaar dat de ruimte voor economie in de regio schaars is. Daarom vind ik het belangrijk dat we als regio kiezen voor bedrijven die passen bij ons gebied en die bijdragen aan onze maatschappelijke ambities.
Het Centraal Planbureau maakt in het ‘Centraal economisch plan 2022 de economische impact van de oorlog in Oekraïne en de corona-epidemie inzichtelijk. De hogere energieprijzen werken ongelijk door in de koopkracht van huishoudens. Tegelijk groeit de economie en blijft de arbeidsmarkt krap. Bij blijvend hoge prijzen van energie en andere vaste lasten kunnen tussen de 670.000 en 1,2 miljoen huishoudens moeite krijgen met het betalen van hun maandelijkse lasten. Dat komt neer op tussen de 9% en 15% van alle huishoudens. Deze ontwikkeling laat zien dat het onzekere tijden zijn voor inwoners, bedrijven en overheden.
Ruimte voor werkgelegenheid De werkgelegenheid in de regio loopt niet gelijk op met de beroepsbevolking. In de regio is de ruimte voor werk, met name op formele kantorenlocaties en bedrijventerreinen de afgelopen 15 - 20 jaar sluipenderwijs afgenomen. Deze ontwikkeling bedreigt de economische kracht van Gooi en Vechtstreek omdat bedrijven uit de regio met een uitbreidings- of verplaatsingswens niet in de regio terecht kunnen. Verhoudingsgewijs verplaatsen zich veel bedrijven naar een locatie buiten de regio met medeneming van werkgelegenheid. Bedrijven van buiten de regio kunnen zich lastig vestigen. In deze periode heeft een gestage bevolkingsgroei plaatsgevonden. De balans banen-beroepsbevolking is inmiddels 0,9. Dit is met name een probleem voor praktijkgeschoolde inwoners, aangezien deze over het algemeen binnen een straal van 7-10 km van hun woning werk (moeten) vinden.
Figuur 2: Centraal Planbureau, Centraal economisch plan 2022
De noodzaak voor behoud van ruimte voor werkgelegenheid is groter dan ooit omdat er naast de traditionele werkzaamheden op bedrijventerreinen ook ruimte gevonden moet worden voor verduurzaming en circulaire economie. Duurzaam investeren in kansrijke sectoren Balans tussen wonen en werken is belangrijk voor de leefbaarheid in de regio. Kwalitatief en kwantitatief; dit betekent dat er voldoende werkgelegenheid is en dat deze ook aansluit bij de samenstelling van de beroepsbevolking. Doordat de ruimte voor economie in de regio schaars is, is het van belang dat de regio kiest voor bedrijven die passen bij het ecosysteem van de regio en die bijdragen aan de maatschappelijke ambities. Figuur 3 laat zien dat de economische groei van het Gooi en de Vechtstreek drijft op ICT- en media: ruim 17 procent van het bruto regionaal product en een aandeel van 12% van de werkgelegenheid in 2019. De zorgsector is met 14% werkgelegenheid een nóg grotere werkgever in het Gooi en de Vechtstreek. Ook de zakelijke dienstverlening, groot- en detailhandel zijn groeisectoren. Iets minder dan de helft van alle werkzame inwoners heeft een baan in het Gooi en de Vechtstreek zelf: in 2019 zo’n 61.000 personen. Er is sprake van behoorlijke inkomende en uitgaande pendel, waarbij met name de media-gerelateerde bedrijvigheid aantrekkingskracht uitoefent op werknemers uit andere delen van Nederland.
Daarnaast is toerisme en recreatie een kansrijke sector. Waarom regionaal samenwerken op dit thema? • Het ‘daily urban system’ voor wonen en werk voor de inwoners van Gooi en Vechtstreek is regionaal of zelfs bovenregionaal (MRA en regio Utrecht). • Gooi en Vechtstreek is één van de 35 arbeidsmarktregio’s waarin wordt samengewerkt op bijvoorbeeld werkgeversdienstverlening.
RSA.13
•
•
•
•
In de NOVEX MRA (voorheen Verstedelijkingsstrategie) hebben Rijk en Regio gekozen voor een polycentrisch verstedelijkingsmodel4 waarin groei van inwoners en arbeidsplaatsen geconcentreerd worden bij OV knooppunten. Dit model gaat uit van spreiding van economische activiteiten in de Metropoolregio Amsterdam rondom de centrumgemeenten. Dit uitgangspunt wordt vanuit de MRA verder uitgewerkt in een bedrijventerreinenstrategie. De provincie stelt kaders voor planning van nieuwe bedrijventerreinen en bedrijvenlocaties. Binnen de MRA zijn hierover afspraken gemaakt in de uitvoeringsstrategie Plabeka. De gemeenten in Gooi en Vechtstreek maken onderdeel uit van ROM Utrecht via het aandeelhoudersschap van Hilversum. Hierdoor kunnen bedrijven uit onze regio ook meeprofiteren van de dienstverlening van de ROM op het gebied van investeren, internationaliseren en innoveren. Voor toegang tot rijksmiddelen voor het stimuleren van economische ontwikkeling is regionale samenwerking vaak voorwaarde (Regiodeals). Figuur 3: MRA, economische verkenningen, ICT zeer bepalend voor economische groei in Gooi en Vechtstreek
* De bolgrootte (omvang 2019) geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van de andere deelregio’s. Bron: CBS (bewerking TNO)
4 Een alternatief model zou zijn de economische activiteit te centraliseren in Amsterdam.
RSA.14
Vastgestelde kaders Uitvoeringsstrategie Plabeka